7de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 7de Linieregiment | 7ème Régiment de Ligne | 7Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH M. Gondry
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Schoonbeek – Munsterbilzen
Commandopost in Eik nabij Munsterbilzen
Samenstelling I Bataljon
(Majoor Eduard De Meyer)
1ste Compagnie Fuseliers (OLt P. T’Seyen)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Bosschaerts)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Rousseau)
4de Compagnie Mitrailleurs (OLt E. Ledocte)
II Bataljon
(Kapitein-commandant E. Van Wesemael)
5de Compagnie Fuseliers (Lt Steppe)
6de Compagnie Fuseliers (OLt F. De Groote)
7de Compagnie Fuseliers (OLt L. Cloquet)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt Valère De Meyer)
III Bataljon
(Majoor J. Vansighen)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Dejaegere)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Billiaert)
11de Compagnie Fuseliers (OLt I. Dubois)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Nailis)
IV Bataljon
(Luitenant-kolonel G. Deseck)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Van Winckel)
14de Compagnie Anti-tankkanonnen C47 (Kapt J. Kennes)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt F. Van Buggenhout)
Stafcompagnie (Luitenant I. Timmermans)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein V. Nees)
Peloton Verkenners (Onderluitenant A. Musing)

Tijdens de mobilisatie

Staf/7Li
Het 7de Linieregiment (7Li), een actief infanterieregiment van de 4de Infanteriedivisie (4Div), wordt op 26 augustus 1939, bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan, gemobiliseerd in de Dossinkazerne te Mechelen. Tijdens Fase A van de mobilisatie worden de militieklassen ‘34, ‘35, ‘36,’37 en ‘38 opgeroepen. Gezien het 7Li een op vredesvoet bestaande eenheid is, wordt het regiment tijdens deze fase van de mobilisatie op oorlogsvoet gebracht. De staf, het Iste, IIde en IIIde Bataljon bevinden zich op dat ogenblik in de Dossinkazerne, het IVde Bataljon is op oefening in het Kamp van Beverlo. 

De 4de Infanteriedivisie wordt onmiddellijk na de start van de mobilisatie naar het oosten gestuurd om achter het Albertkanaal een sector in te nemen tussen Lixhe en Eigenbilzen. Het 7Li vertrekt samen met de rest van de divisie en neemt een oorlogskantonnement in te Lanaken. Vanuit Lanaken wordt het regiment onmiddellijk naar het oostelijke uiteinde van het Albertkanaal gestuurd waar ze tot begin januari 1940 zullen verblijven.

Bij de start van de mobilisatie bevond het 7Li zich in de Dossinkazerne te Mechelen.

Wanneer op 5 januari 1940 de 4Div aan het Albertkanaal wordt afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) neemt een regiment van de Jagers te Voet de stelling van het 7Li over. Een week later onderneemt het regiment een korte kampperiode te Beverlo, waarna vervolgens te Halen, Bunsbeek en Diest gekantonneerd wordt om eind januari 1940 opnieuw in Beverlo te eindigen. Wanneer op 30 maart 1940 de 6de Infanteriedivisie (6Div) aan het Albertkanaal door de 4Div wordt afgelost trekt het regiment opnieuw naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal, ditmaal om stelling te nemen tussen Schoonbeek en Munsterbilzen. Het 7Li bezet het centrale deel van de sector van de 4Div. In de ondersector van 7Li bevindt zich de brug over het Albertkanaal langs de baan Zutendaal – Munsterbilzen (verder vernoemd als brug van Munsterbilzen).

Aan de vooravond van de oorlog staan het Iste Bataljon (I/7Li) en het IIde Bataljon (II/7Li) opgesteld in eerste lijn achter het Albertkanaal. Het IIIde Bataljon (III/7Li) staat opgesteld in tweede lijn en dient als reserve om tussen te komen indien de vijand erin slaagt de eerste linie te doorbreken. Zoals gebruikelijk worden de middelen van het IVde Bataljon (IV/7Li) in versterking gegeven van de bataljons in lijn. Op de rechterflank sluit de stelling aan op die van het 11de Linieregiment (11Li) en op de linkerflank wordt de stelling verlengd door het 15de Linieregiment (15Li). De Staf/7Li had zijn rustkantonnement in Bilzen en de commandopost stond opgesteld in Eik.

Het 7de Linieregiment kon rekenen op de vuursteun van de Iste Groep van het 8ste Regiment Artillerie (I/8A) dat stond opgesteld in de noordrand van Bilzen.

Opstelling van de 4Div achter het Albertkanaal op 10 mei 1940

Staf/7Li
Op 10 mei 1940 wordt de commandopost van 7Li net na middernacht op de hoogte gebracht van de afkondiging van het algemeen alarm. De manschappen verlaten in de daarop volgende uren hun kantonnementen om de loopgrachten en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te bemannen. Slechts een gedeelte van de manschappen trok de wacht op langs het kanaal, de rest bevond zich in houten barakken in de buurt van de stelling of was ingekwartierd bij burgers in Munsterbilzen.

Om 06u00 wordt het regiment op de hoogte gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Kort daarna verneemt het commando dat er in Nederland gevochten wordt. Het regiment verneemt tegen de ochtend eveneens het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) en het rampzalige verlies van de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven. In de loop van de voormiddag worden de stellingen regelmatig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Ook het centrum en het station van Munsterbilzen worden hevig gebombardeerd. De Duitsers waren ervan op de hoogte dat in de dorpskern, vlak achter de linies, Belgische soldaten ingekwartierd waren. Door het vroegtijdig alarm vielen er onder de militairen geen slachtoffers, bij de burgerbevolking van Munsterbilzen daarentegen vallen meerdere doden te betreuren.

Rondom het middaguur ontvangt de staf een eerste update van de Vooruitgeschoven Positie, een defensieve lijn ten noorden van het Albertkanaal. De Wielrijdersgroep van de 17Div, die er een waakscherm opricht, signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Om 13u40 wordt het bevel gegeven om de brug over het Albertkanaal te Munsterbilzen op te blazen. Het opblazen van de brug gebeurt uiteindelijk om 14u35 door het vernielingsdetachement van het 4de Bataljon Genie (4Gn) maar de vernieling is slechts gedeeltelijk geslaagd. De rest van de dag wordt er gewerkt aan de stellingen en uitgekeken naar het verloop van de Duitse aanval in de sector van de aangrenzende 7Div. De onrust neemt toe naarmate meer onheilspellende berichten binnenstromen.

Tegen de avond bereikt de vijandelijke voorhoede de noordelijke kanaaloever tegenover de stellingen van 7Li en de eerste vuuruitwisselingen vinden plaats. Tijdens het over en weer vuren komt Soldaat Beckers om het leven bij het verlaten van zijn kanaalbunker [5]. De genie onderneemt nog een poging om de vernieling van de brug te voltooien maar vijandelijk geweervuur maakt deze opdracht onmogelijk. Behoudens enkele artillerieduels en sporadisch geweervuur verloopt de nacht van 10 op 11 mei relatief kalm.

Mortieren M76 FRC zoals gebruikt door de 15Cie van IV/7Li

IV/7Li
De 15de Compagnie Mortieren M76 FRC (15Cie/IV/7Li), bevolen door Kapitein-commandant Van Buggenhout, is gekantonneerd in het dorpje Eik nabij Munsterbilzen wanneer ze kort na middernacht het alarm ontvangen. De manschappen, waaronder Sdt Antoine Vaes, haasten zich naar hun mortierstellingen nabij de brug. De twaalf loopgraafmortieren van de 15Cie zijn  niet ingegraven maar staan opgesteld achter muren opgetrokken met zandzakken. In de ondersector van het 7Li liggen de vochtige beemden lager dan het Albertkanaal en de bodem is er erg drassig. Wanneer de brug van Munsterbilzen in de vroege namiddag wordt opgeblazen regent het puin op de mortierstelling, er vallen echter geen gewonden.

Pl Vknr/7Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/7Li) van Lt Musing wordt uitgestuurd naar de noordelijke oever van het Albertkanaal om te Zutendaal de toegangsweg (Bilzerweg) naar de brug van Munsterbilzen te beveiligen. Langs deze weg bevindt zich ook een vernielingsdetachement van het 4Gn die de springladingen onder de toegangsweg tot de brug bewaakt. De toegangsweg naar de brug van Munsterbilzen wordt in de vroege voormiddag opgeblazen, even later volgt de vernieling van de brug. Rond 15u00 laat het Pl Vknr/7Li weten dat binnenlopende elementen van de Wielrijdersgroep van de 17Div bevestigen dat op de Vooruitgeschoven Positie de bruggen te Vucht, Maasmechelen, Boorsem, Rekem, de sluis van Neerharen en de spoorlijn te Lanaken vernield zijn.

Pivot van het 7Li naar de dwarstelling op 11 mei (CHD Evere).

Staf/7Li
De Duitsers hebben ‘s morgens de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en begeven zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen. In een poging om het tij te doen keren beveelt het Iste Legerkorps (I/LK) om 04u00 om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het I/LK over geen reserve beschikte diende deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div ontvangt de opdracht om de stelling voor te bereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen. Luitenant-generaal de Graeve, commandant van de 4Div, beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het kanaal verder zullen bemannen terwijl III/7Li en I/7Li zullen pivoteren om een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen. Deze defensieve lijn wordt vanaf Bilzen verlengd door het 11Li dat zich achter de spoorweg Bilzen-Tongeren moet opstellen van Bilzen tot Kleine Spouwen.

Pas omstreeks 10u00 wordt Kolonel SBH Gondry op de hoogte gebracht van de nieuwe orders door Generaal-majoor Brabant, commandant van het Achterwaarts HK van de 4Div. Tussen 10u00 en 11u00 verlaten I/7Li en III/7Li hun goed voorbereide stellingen aan het kanaal om zich naar de nieuwe stelling achter de Demer te begeven. Het is weinig waarschijnlijk dat beide eenheden in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten. De vijand bevindt zich dan al in Genoelselderen, een flik stuk op weg naar Tongeren.

De waterburcht van Schoonbeek waar de CP van het 7Li werd geïnstalleerd de 11de mei vanaf 12u50

De rest van de morgen verloopt in complete chaos. Heel wat van de zware bewapening is ingegraven in de steunpunten en opgesteld in de bunkers langsheen de oever van het Albertkanaal.  Tegenover de stelling van het 7Li heeft de vijand nu post gevat over de ganse lengte van de noordelijke kanaaloever en houdt de Belgische stelling constant onder vuur.  Mede hierdoor kunnen de veldwerken nodig om de zware bewapening uit te graven, niet plaatsvinden. De commandopost van het regiment wordt om 12u50 verplaatst van Eik naar het kasteel van Schoonbeek. 

Het plan om de dwarsstelling in te nemen loopt verkeerd door de aarzelende houding van de Belgische troepen en door de aanhoudende luchtaanvallen van de Luftwaffe. Wanneer I/7Li en III/7Li rond 11u00 goed en wel staan opgesteld wordt de dwarsstelling door het I/LK al opgegeven. Door de verplaatsing van het HK van de 4Div wordt het order om de dwarsstelling te ontruimen niet ontvangen en het 7Li, die op haar stelling blijft, dreigt omsingeld te worden. De onrust bij de bataljons van het 7Li neemt hand over hand toe. Ten zuiden van het 11Li, in de sector van de 7Div, wordt de dwarsstelling doorbroken. De Duitsers maken echter geen aanstalten om de Belgische eenheden die zich nog in het noorden bevinden op te rollen omdat ze naar het zuidwesten willen oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger. De 4Div wordt  niet overvleugeld [1]

Om 14u00 komt GenMaj Brabant nog langs op de CP regiment in het kasteel van Schoonbeek om inlichtingen te verstrekken over de algemene toestand en een waarschuwingsorder te geven voor de mogelijke terugtocht via Kortessem en Wellen teneinde te hergroeperen in Waver. Het bezwaar van Kol SBH Gondry dat deze terugtochtweg te gevaarlijk is gezien de vijandelijke opmars richting Sint-Truiden, wordt door GenMaj Brabant weggewuifd. Na het vertrek van GenMaj Brabant is de verbinding met het HK/4Div volledig verbroken.

Uiteindelijk neemt Kol Gondry om 19u00, in overleg met de regimentscommandanten van 15Li en 11Li, de   beslissing om de dwarsstelling te verlaten [3].  Gedekt door III/7Li verlaten de restanten van de 4de Infanteriedivisie rond 19u30 het Albertkanaal via Beverst, Diepenbeek, Kortessem, Wimmertingen, Alken, Stevoort, Herk-de-Stad, Halen en Loksbergen om te hergroeperen in de wijde omgeving van Waanrode. Tijdens de dekkingsopdracht van III/7Li raakt Onderluitenant Dubois, commandant van de 11de Compagnie (11/III/7Li) ernstig gewond. [6]. 

De terugtocht gebeurt overhaast gezien het regiment ruim acht uur nadat het bevel tot terugtrekken werd gegeven, op de dwarsstelling van het I/LK is blijven staan. Ze haasten zich richting bevriende linies en passeren rond middernacht de inderhaast opgeworpen Bretel van Kortessem (defensieve lijn van Kerniel over Wintershoven, Guigoven en Vliermaalroot tot Diepenbeek) die verdedigd wordt door het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) samen met het 2de Regiment Gidsen (2G), het 4de Linieregiment (4Li) en enkele divisionaire wielrijderseenheden allen behorende tot de Groepering Ninitte, die net is teruggetrokken van de Vooruitgeschoven Positie. Eens voorbij de Bretel van Kortessem keert de rust terug in de rangen en verloopt de terugtocht meer geordend.

II/7Li
Rond 17u00 wordt het dispositief van 7Li aangepast, de bataljons moeten zich nu opstellen achter de spoorweg Bilzen – Genk. II/7Li moet zich als eerste verplaatsen. Op het ogenblik dat stelling wordt genomen achter de spoorweg valt II/7Li onder vijandelijk artillerievuur. Hierbij raakt Kapitein-commandant Van Wesemael, bataljonscommandant van II/7Li, gewond. Eens opgesteld achter de spoorlijn krijgt het bataljon opdracht om de vijandelijke opmars langs de weg Bilzen – Diepenbeek te vertragen.

Wanneer het 7Li omstreeks 19u30 het bevel ontvangt om de dwarsstelling te verlaten, bevindt de Duitse voorhoede zich reeds in Sint-Truiden. Het II/7Li bewust van het feit dat ze zich ver voor de eigen linies bevinden, trekt zich dan ook hals over kop terug en laat daarbij heel wat zwaar materiaal achter uit vrees dat de Duitse troepen elk moment kunnen opduiken. Een officier van het II/7Li spoort daarbij zelfs zijn manschappen aan om alles achter te laten en ieder voor zich te vluchten. Het bataljon functioneert niet langer als georganiseerde eenheid. De meeste manschappen vluchten weg richting Kortessem.

IV/7Li
Wanneer de fuselierscompagnies rond 10u00 het bevel krijgen om de stelling achter het kanaal te verlaten moeten de compagnies van IV/7Li achterblijven om de terugtocht te dekken met hun zware mitrailleurs, anti-tankkanonnen en mortieren. Terwijl ze de achterwacht verzekeren zien ze een tank van een Franse verkenningseenheid [7] voorbijrijden tot aan de opgeblazen brug. De Franse verkenners afkomstig van een verkenningseenheid van het 1 (FRA) Leger werden naar de Belgische frontlijn gestuurd om vanaf daar de Duitse vorderingen te jalonneren. Nadat ze een Franse vlag bij de brug geplant hadden vertrekken de verkenners opnieuw naar achter . Wanneer het bevel tot terugtrekken komt krijgen de manschappen van de 15Cie de opdracht om de mortieren te vernietigen. De mortieren konden onmogelijk gerecupereerd worden omdat het merendeel van de paarden die de stukken moesten vervoeren gedood werden tijdens de aanhoudende bombardementen van 10 mei. Nadat de compagnies van IV/7Li hun opdracht als achterwacht beëindigd hebben worden ze in tweede lijn opgesteld achter de spoorweg Bilzen-Genk. De manschappen beschikken alleen nog over hun persoonlijke bewapening, geweren en enkele pistolen. Om 19u30 verlaten ook de compagnies van IV/7Li hun stelling en verplaatsen zich tijdens de nacht van 11 op 12 mei naar een hergroeperingszone west van de Gete langs dezelfde terugtochtweg als de rest van het regiment. De 12de mei bereiken ze Alken omstreeks 01u30 [2].

Staf/7Li
Na de bevriende linies rond middernacht tussen Diepenbeek en Kortessem doorschreden te hebbentrekt 7Li tijdens de ochtend van 12 mei verder terug naar het westen. Het regiment slaagt erin om de orde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet achtergelaten worden. De bataljons steken de Gete over en nemen kantonnementen in tussen Halen en Waanrode. Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zich te blijven. Bij de inventarisatie van de zware bewapening in het rustkantonnement te Waanrode blijkt dat het 7Li bijzonder weinig zwaar materieel overhoudt na de snelle terugtocht uit hun ondersector langs het Albertkanaal.

Wanneer Kolonel SBH Gondry rond 10u00 verneemt dat het HK van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) zich te Kortenaken vlakbij Waanrode bevindt stuurt hij er een liaisonofficier naartoe om uit te vinden waar het HK/4Div zich ontplooid heeft. Het HK/1Div kan hem niet verder helpen waarop Kolonel Gondry, nog steeds zonder verbinding met het divisiehoofdkwartier, beslist om het regiment verder naar het westen te laten terugtrekken tot voorbij de K.W. Stelling. De regimentscommandant geeft de nodige orders voor de volgende verplaatsing en vertrekt vervolgens om 12u00 met zijn staf naar Veltem-Beigem waar hij het regiment wil hergroeperen en laten uitrusten. Eens aangekomen in Veltem-Beisem slaagt hij erin om rond 18u30 contact op te nemen met het HK van de 4Div. Het divisiehoofdkwartier had zich tijdens de nacht van 11 op 12 mei naar Beauvechain (Bevekom) verplaatst en werk er aan nieuwe orders voor de reorganisatie van zijn regimenten. De Staf/7Li ontvangt vervolgens het bevel om het regiment ten westen van het Kanaal van Willebroek te reorganiseren en krijgt Grimbergen en Strombeek-Bever als kantonnement opgelegd.

Na het vallen van de duisternis verlaten de bataljons van het 7Li Waanrode en zetten zich te voet op weg richting Veltem-Beissem.

Manschappen van het 7Li tijdens de mobilisatie.

Staf/7Li
Via Molenbeek-Wersbeek, Sint-Joris-Winge, Kortrijk-Dutsel en Linden marcheren de bataljons richting Kessel-lo waar de eenheden tijdens de ochtend van 13 mei de K.W. Stelling doortrekken.  Eens voorbij Kessel-lo nemen ze kantonnementen in te Veltem-Beisem. Terwijl ze de duisternis afwachten wordt de verplaatsing naar Grimbergen voorbereidt.

Staf/7Li
De volgende nachtelijke etappe verloopt van Veltem-Beisem tot Grimbergen net over het Kanaal van Willebroek. Het regiment steekt gedurende de nacht van 13 op 14 mei te Vilvoorde het kanaal over en kantonneert tussen Grimbergen en Strombeek-Wever. De troepen zullen hier halt houden tot de avond van 15 mei.

Staf/7Li
De 4Div wordt naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. De verdeling moet tijdens de komende dagen als volgt gebeuren:

  • 11Li – de sector Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de sector Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – Muntekouter tot en met Semmerzake.

Militairen van het 7Li op oefenkamp te Leopoldsburg.

Staf/7Li
Het 7Li komt tijdens de nacht aan in de streek van Muntekouter en vertrekt naar zijn posities vanaf 06u40. Omstreeks 10u30 komt het regiment aan te Schelderode. De commandopost wordt ingericht in het kasteel Stas De Richel. De commandopost van het IVde Bataljon wordt hier ook opgesteld. Het Iste Bataljon gaat naar Melsen en het IIde en IIIde Bataljon naar Merelbeke.

Het 7Li telt die dag nog 80 officieren (97 voorzien) en 2100 manschappen (3570 voorzien). De rest heeft tijdens de terugtocht afgehaakt en is ofwel gevangen genomen of gewoon achtergebleven en verloren gelopen.

Het I, II en III Bataljon bezetten de bunkers te Muntekouter. Er zijn echter te weinig mitrailleurs om alle bunkers te kunnen uitrusten. Zo probeert men eerst alleen de voorste linies van mitrailleurs te voorzien.

Te Semmerzake moet de commandant van het I Bataljon de hulp inroepen van de burgemeester om alle bunkers terug te vinden in zijn sector. Stellingen voor twee mitrailleurs worden bezet met één enkel wapen bij gebrek aan voldoende uitrusting. In de grote bunker Se9 ontdekt het 7Li een vast opgesteld C47 anti-tankkanon, inclusief een voorraad munitie. De zware bunkers voor grote veldkanonnen zijn niet allen bruikbaar omdat de schietgaten belemmerd worden door niet afgezaagde grote bomen.

Nog steeds te Semmerzake worden twee pelotons van de compagnie Rousseau weggetrokken om de drie bunkers tussen Rattepas en Asselkouter in Moortsele te bezetten. Hier wordt de bunker A26 (bunker vermomd als houten stal op de kop van het bos aan Rattepas) bezet met twee mitrailleurs. Achteraan wordt achter een wal van zandzakken een C47 anti-tankkanon opgesteld gericht op de ernaast lopende aardeweg. In de bunker A25 worden twee mitrailleurs opgesteld. In bunker AV5 wordt een C47 anti-tankkanon en een mitrailleur geïnstalleerd.

De sector Moortsele tot Muntekouter wordt nu volledig bezet door het 7Li. Het 15Li sluit aan vanaf het kasteel Rattepas.

De 2de Compagnie wordt ontbonden bij gebrek aan manschappen.

De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Ons VIde legerkorps heeft het bevel overgenomen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake en Kwatrecht. Er worden drie divisies ontplooid in deze zone. Van west naar oost zal de opstelling er als volgt uitzien:

  • de 5de infanteriedivisie krijgt de sector Semmerzake-Munte toegewezen
  • de 4de infanteriedivisie wordt gecentraliseerd in de sector Munte-Betsberg
  • de 2de infanteriedivisie sluit de linies af door inname van de sector Betsberg-Kwatrecht

Deze ontplooiing betekent dat de regimenten van de reeds aanwezige 4de divisie dichter bij elkaar zullen opgesteld worden tussen Munte en Bottelare. Het 7Li en 15Li zullen de voorste linies innemen. Het 11Li zal het tweede echelon vormen. De nodige bevelen voor deze nieuwe verplaatsingen worden nog tijdens de late nacht van 18 op 19 mei verspreid.

Omstreeks 05u00 krijgt II/7Li het bevel zich van Melsen naar Bottelare te begeven om er in eerste lijn te gaan. Intussen graven te Bottelare de reeds aanwezige elementen van het 7Li bijkomende schuttersputjes en loopgrachten. Het IIde bataljon zal slechts om 14u00 kunnen vertrekken na de bunkers te Melsen te hebben overgedragen aan de Jagers te Voet van de 5de divisie.

De commandopost van het regiment wordt verschoven van Melden naar het Kasteel “Sint-Annabos” aan de noordwestrand van Bottelare.

Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 7de divisie tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

Staf 7Li
In de sector van de 4Div wordt die dag sporadisch contact gemaakt met de vijand. De grote wachten van Scheldewindeke en Oosterzele raken in schermutselingen met de Duitsers betrokken. Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de Infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Staf/7Li
Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de Infanteriedivisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet. De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden bij het VIde legerkorps.

Staf/7Li
De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en het 7Li komt tijdens de voormiddag aan op zijn nieuwe stelling achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het 7Li bemant de noordelijke ondersector:

  • het IIde Bataljon wordt opgesteld in het noordelijke deel van Nevele
  • net ten zuiden neemt het Iste Bataljon plaats ter hoogte van de Molenkouter
  • het IIIde Bataljon vormt het tweede echelon tussen Nevele en Poesele
  • de commandopost van het regiment wordt te Poesele opgesteld

Staf/7Li
De 4de Infanteriedivisie heeft zijn zijn drie regimenten opgesteld tussen Deinze in het zuiden en Nevele in het noorden, op de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie. Het 7Li bezet de noordelijke ondersector, het 15Li de midden ondersector en het 11Li wordt in het zuiden opgesteld. Het 7Li heeft een problematische veldtocht achter de rug. Er zijn nog slechts 1.800 infanteristen in plaats van de normale 3.600 en de zware bewapening is herleid tot 8 mitrailleurs, 27 machinegeweren en 6 anti-tankkanonnen C47mm. De ganse dag wordt gewerkt aan de voorbereiding van het komende gevecht.

Krijgsgevangen Belgische militairen worden afgeleid door de vijand.

Staf/7Li
Aan het front ten noorden van Deinze ondernemen de Duitsers een poging om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het Afleidingskanaal van de Leie ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over.

De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de Compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden.

Die dag verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie is niet meer.

Staf/7Li
De veldtocht zit er zo goed als op voor de mannen van het 7Li. Zij die bij de nederlaag aan het Afleidingskanaal van de Leie ontsnapt zijn, of reeds van lang tevoren van hun eenheid verdwaalden, lopen doelloos rond in het Belgische achtergebied en worden samen met de rest van het leger ontwapend op 28 mei.

Transport van Belgische krijgsgevangenen per Rijnaak naar Duitsland.

Krijgsgevangenen/7Li
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.

Krijgsgevangenen/7Li
Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een groot aantal van het 7Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 7Li telt 22 geïdentificeerde slachtoffers.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier van het 15Li in het CHD te Evere. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li, die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog intact. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div. 
  2. Lambert Hendrikx, Oorlog in Munster, een uitgave van Heemkring Landrada Munsterbilzen, Munsterbilzen, 2011.
  3. Op het moment dat GenMaj Brabant de CP van het 7Li bezocht (11 mei 14u00) was hij niet op de hoogte van het terugtrekkingsbevel dat door het I/LK was uitgevaardigd. Evenmin wist hij dat het I/LK om 12u30 de algemene aftocht van het I/LK naar de K.W. Stelling had afgekondigd. Deze bevelen werden door het I/LK overgemaakt aan het Voorwaarts HK van de 4Div die zich op dat ogenblik al in Ulbeek bevond. Er was geen verbinding tussen het Voorwaarts HK van LtGen de Grave en het Achterwaarts HK van GenMaj Brabant. De eenheden van de 4Div komen pas te weten dat ze zich kunnen terugtrekken nadat Kolonel Horckmans, commandant van het 11Li,  op zoek gegaan is naar het HK van de 4Div en per toeval iets voor 19u00 LtGen de Grave ontmoet in de Dusartkazerne te Hasselt.
  4. Dossier van de 4Div in het CHD Evere. Verslag Kolonel SBH Gondry, regimentscommandant 7Li, over de gebeurtenissen van 11 en 12 mei,
  5. De Vergunning tot herbegraven van Soldaat Beckers, opgesteld op 9 september 1947, vermeldt dat hij gesneuveld is op 10 mei. Hij werd initieel begraven op het gemeentelijk kerkhof van Munsterbilzen.
  6. Volgens sommige bronnen zou OLt Dubois, commandant van de 11Cie, gesneuveld zijn tijdens de dekkingsopdracht van III/7Li waarmee in de nacht van 11 op 12 mei de terugtocht van het 7Li beveiligd werd. Zijn naam komt echter niet voor op de lijst der gesneuvelden van het regiment. (TBC door raadpleging van het dossier van deze officier).
  7. Het gaat hier vermoedelijk om een voertuig van het Recce detachement van Capitaine Renoult van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers dat eerder op de dag door Kolonel Horckmans, commandant van het 11Li, werd opgemerkt in Schalkhoven. Het 12(FRA) Regt Cuirassiers was belast met een dekkingsopdracht tijdens de inplaatstelling van het 1 (FRA) Leger. [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 24 september 2018]