4de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Linieregiment | 4ème Régiment de Ligne | 4Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 1ste Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Arthur De Cae
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant E. Fraeys
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Diepenbeek
Commandopost te Diepenbeek
Samenstelling I Bataljon (Majoor M. Souka) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt P. Verhulst)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Meys)
3de Compagnie Fuseliers (OLt J. Rousseau)
4de Compagnie Mitrailleurs (OLt A. Deckers)
II Bataljon (Majoor T. Diepenrinck) 5de Compagnie Fuseliers (OLt P. Crabbé)
6de Compagnie Fuseliers (OLt M. Vandenbosch)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Maurissen)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Maricaux)
III Bataljon (Majoor F. Sohier) 9de Compagnie Fuseliers (Kapt M. Verhaert)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Meys)
11de Compagnie Fuseliers (Lt M. Deledique)
12de Compagnie Mitrailleurs (OLt J. Abras)
IV Bataljon
(Kapitein-commandant Julien Kervyn de Meerendré)
13de Compagnie Mitrailleurs (OLt J. Van Den Torren)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt M. Denaeghel)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt J. Raemaekers)
Stafcompagnie (Onderluitenant L. Bienfait)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein A. Van Capellen)
Peloton Verkenners (Onderluitenant A. De Wolf)

Tijdens de mobilisatie

Het 4Li werd op 26 augustus 1939 te Brugge gemobiliseerd.

Sinds 17 februari 1940 is het Iste bataljon ingekwartierd te Wimmertingen en de rest van het regiment te Diepenbeek.

Op 10 mei 1940 staan de 1ste en de 14de infanteriedivisies onder het bevel van het Cavaleriekorps. Het cavaleriekorps dekt niet alleen het gedeelte van het Albertkanaal in Midden-Limburg, maar is ook verantwoordelijk voor het oostelijke deel van de Vooruitgeschoven Stelling op het Verbindingskanaal Maas-Schelde en voor de Demer/Gete-Stelling.

 

 

 

Net na middernacht wordt ook het 4Li gealarmeerd en verlaten de manschappen hun kantonnementen om de loopgraven en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te gaan bemannen. De drie bataljons van het 4Li bemannen de rechterflank van de sector van de 1ste Infanteriedivisie ten noordoosten van Hasselt.

Op links ligt het 3Li en op rechts het 15Li van de naburige 4de Infanteriedivisie.

De miliciens van Leke van de Klas 39, met ook Korporaal Mahieu (links onder). Nog 89 dagen dienstplicht, maar toen brak de oorlog uit.

Na de Duitse doorbraak in het oosten van Limburg, trekt het Cavaleriekorps zijn troepen terug naar het westen. Daarbij wordt de 1ste infanteriedivisie teruggeroepen van het Albertkanaal en richting K.W. Stelling gezonden. De marsroute zal grosso modo over Alken, Rummen en Meensel-Kiezegem lopen.

Het I/4Li zal echter de aftocht niet onmiddellijk vervoegen, maar wordt toegewezen aan een missie om tussen Diepenbeek en Wellen een tijdelijke dwarsstelling op het Albertkanaal op te werpen om de terugtocht te dekken.

Deze dwarsstelling is beter gekend onder de naam Bretelle de Kortessem en zal naast het I/4Li bestaan uit het 2G en 1JP, de Wielrijdersgroep van de 14de divisie en het eskadron wielrijders en de compagnie T13 tankjagers van de 1ste divisie. De dwarsstelling moet het mogelijk maken om de rest van de 1ste en de 14de divisies op een veilige manier de Gete te laten oversteken.

De dwarsstelling wordt tot middernacht in stand gehouden, waarna de troepen richting Gete trekken en het Iste bataljon het regiment achterna marcheert. De marsroute voor de eerste etappe loopt over Wimmertingen, Alken, Kortenbos, Nieuwerkerken, Binderveld en Budingen.

Militairen van het 4Li aan het Albertkanaal.

Het regiment steekt net ten noorden van Leuven de K.W. Stelling over. Met uitzondering van het 3Li dat aan de Gete ontplooid is, bereikt de divisie kantonnementen op de K.W. Stelling in het gebied tussen Buken, Tildonk en Wespelaar.

De 1ste Infanteriedivisie wordt teruggetrokken van de K.W. Stelling en neemt heel even kantonnementen in te Berg, Kampenhout en Elewijt.

Het Groot Hoofdkwartier besluit om de opstelling van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het IIIde Legerkorps:

  • De 1ste Infanteriedivisie zal in de zone rond Kapelle-op-den-Bos en Beigem ingekwartierd worden.
  • De 4de Infanteriedivisie krijgt de zone rond Grimbergen toegewezen.
  • De in de gevechten te Lummen zwaar getroffen 14de Infanteriedivisie zal tussen Kapelle-op-den-Bos en Breendonk ondergebracht worden.

Het regiment steekt het Kanaal van Willebroek over en zoekt kantonnementen op in de zone van de 1ste divisie die zich over Nieuwenrode, Humbeeek, Eversem en Beigem uitstrekt.

Tijdens de namiddag krijgt de 1ste infanteriedivisie een nieuwe sector aangeduid aan het noordelijke uiteinde van het Kanaal van Willebroek. De divisie zal nu het gebied van aan de monding van de Rupel tot en met Sluis Nr 2 op het Kanaal van Willebroek net buiten de gelijknamige gemeente. Rond 19u00 zet de infanteriecolonnes zich op weg naar de nieuwe bestemming. Het divisiehoofdkwartier zal te Puurs ontplooid worden.

Het 24Li zal de centrale ondersector rond Ruisbroek en Klein Willebroek bezetten. Het 4Li neemt het noordelijke deel van de linies voor haar rekening en komt tussen Ruisbroek en Rupelmonde te liggen. Het 3Li tenslotte wordt in de zuidelijke ondersector opgesteld rondom Willebroek.

Rond 22u30 verneemt het regiment het nieuws dat de K.W. Stelling in de nacht van 16 op 17 mei zal verlaten worden. In een eerste etappe zullen de troepen van de K.W. Stelling zich terugplooien naar de linkeroever van het Kanaal van Willebroek. Het kanaal zal daarbij verdedigd worden door het IIIde Legerkorps dat hiervoor over het equivalent van twee divisies zal beschikken:

  • De 1ste Infanteriedivisie verdedigt de sector noord, van de Rupel tot en met Willebroek.
    • Het 4de Linieregiment bezet ondersector noord van de monding van de Rupel tot Ruisbroek.
    • Het 24ste Linieregiment krijgt ondersector centrum rond Ruisbroek en Boom toegewezen.
    • Het 3de Linieregiment zal ondersector zuid van de brug van Boom tot Willebroek verdedigen.
  • De beide regimenten van de grenswielrijders verdedigen sector zuid, van Tisselt tot Vilvooorde.
    • Het 1ste Regiment Grenswielrijders wordt verantwoordelijk voor de ondersector van Tisselt tot Sas.
    • Het 2de Regiment Grenswielrijders bestrijkt de ondersector van Verbrande Brug tot Vilvoorde.
  • Vanaf Vilvoorde start de Britse legerzone.

Overdag gebeurt er niets noemenswaardigs in de ondersector van het 4Li. Vanaf het vallen van de duisternis beginnen de eerste Belgische eenheden door de divisiesector te stromen, op weg naar het westen van het land.

Om 01u00 verwittigt de divisiecommandant van de 1ste divisie alle gevechtseenheden en vraagt hen om vanaf 04u00 klaar te zijn voor de actie. De ganse nacht en ochtend trekken duizenden Belgische militairen door de sector van de divisie op weg van de K.W. Stelling naar het westen. De Duitsers vorderen langzaam en het blijft dan ook rustig tussen Rupelmonde en Willebroek.

Kort na de middag krijgt het 4Li te horen dat de 1ste infanteriedivisie op post moet blijven tot dat de 15de infanteriedivisie zich uit de Versterkte Positie Antwerpen heeft teruggetrokken en de Scheldebrug te Temse is overgestoken. De 1ste divisie zal vervolgens eveneens te Temse de Schelde oversteken.

Vanaf 20u00 krijgt het 3Li rond Willebroek contact met de eerste elementen van de vijandelijke 56. Infanteriedivision. De vijand heeft eerder die namiddag rondom Verbrande Brug onze Grenswielrijders rake klappen toegebracht en is er in geslaagd het Kanaal van Willebroek over te steken. Het gros van het 4Li wordt daarom onmiddellijk verplaatst naar het zuiden om de Belgische flank te dekken tussen Breendonk en Sint-Amands. Het regiment zal worden versterkt door het Wielrijderseskadron van de divisietroepen.
De infanteristen zullen zo nodig op vuursteun van de II/1A en IV/1A kunnen rekenen.

Het regiment moet zijn IIde bataljon opstellen nabij de brug van Temse om de aftocht over de Schelde te dekken.

In eerste helft van de de nacht van 17 op 18 mei valt het Duitse 234. Infanterieregiment aan te Willebroek waar het 3Li opgesteld staat. De sluizen gaan kortstondig verloren maar worden heroverd door een tegenaanval. Omstreeks 04u30 trekt het III/3Li zich terug nadat vernomen werd dat in het zuiden nabij Vilvoorde het Kanaal van Willebroek is overgestoken door Duitse eenheden. Rond 07u00 slaagt de vijand er in te infiltreren tussen de stellingen van het 3Li en het 4Li. De beide regimenten breken daarop het contact af en plooien zich terug. Het 3Li verlaat het Kanaal van Willebroek als laatste eenheid en vormt de achterhoede. Het eskadron wielrijders van de 1ste divisie wordt naar de snelweg Antwerpen-Brussel gestuurd om de aftocht van het 3Li te dekken. Om 14u00 is de achterhoedeactie afgelopen. De wielrijders trekken zich terug naar de divisie die op dat ogenblik reeds door Bornem marcheert.

De divisie verplaatst zich vervolgens naar de westelijke oever van de Schelde via de brug van Temse en neemt nieuwe kantonnementen in rondom Rupelmonde en Hingene. De spoorwegbrug van Temse wordt vernietigd omstreeks 19u00 door het II/4 Linie.

De regimenten van de 1ste Infanteriedivisie trekken tijdens de nacht van 18 op 19 mei verder en komen aan in het gebied tussen Temse, Tielrode en Waasmunster. De divisie wordt daarop doorgestuurd naar Gent om er het 44Li te gaan aflossen en de verdediging van de stad te gaan versterken. De infanterieregimenten worden per trein vervoerd vanuit het station van Temse. De artillerie van de divisie, het 1A, zal langs de baan volgen.

Het divisiehoofdkwartier wordt ontplooid in de Alsberghe & Van Oost textielfabriek in Drongen en wordt beveiligd door het eskadron wielrijders van de divisie. Het 24Li graaft zich in aan de zuidelijke rand van de stad, langs de Leie en Schelde. Het 3Li neemt de noordrand van Gent in. Het 4Li wordt in de binnenstad in reserve geplaatst.

Het 4Li blijft te Gent.

Het regiment is nog steeds te Gent opgesteld.

De Duitsers komen aan bij de rand van het Bruggenhoofd Gent, wat tot een toename van het aantal vluchtelingen in de stad leidt. Bovendien ontstaat er een conflict tussen Luitenant-Generaal Coppens van de 1ste infanteriedivisie en het Gentse stadsbestuur over het feit of de stad nu al dan niet open verklaard is. Coppens wil de verdedigingswerken verder laten uitbouwen en de bruggen laten ondermijnen. Het stadsbestuur wil dat de stad niet verdedigd wordt om de bevolking te sparen.

Die dag besluit het geallieerde opperbevel op de Conferentie van Ieper dat de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde moet worden opgegeven door de Belgen. Ten zuiden van Oudenaarde is de Duitse leger immers doorgebroken in de Britse sector en daarom moet het ganse front achteruit. De Belgen zullen zich terugtrekken tot achter het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Aanvankelijk zullen de Britten te Kortrijk te verdediging naar het zuiden overnemen, maar dan wordt aan de Belgen gevraagd ook de zone tussen Kortrijk en Menen voor hun rekening te nemen. Ons Groot Hoofdkwartier gaat op zoek naar troepen voor deze nieuwe sector en wijst de 1ste infanteriedivisie aan.

Met het oog op de nakende slag aan de Leie verlaat de 1ste infanteriedivisie in de namiddag de buurt van Gent. De infanterieregimenten wordt met autobussen naar vervoerd. Het 4Li krijgt de rechterflank van de divisie toegewezen vanaf de noordrand van Menen tot Wevelgem. Vanaf de noordrand van Menen nemen de Britse troepen de verdediging over. Twee bataljons van het 4Li gaan in eerste lijn, met een derde bataljon in reserve. De overblijvende zware wapens van het IVde bataljon worden zoals gewoonlijk tussen de overige troepen opgesteld. Het 19A arriveert om vuursteun te leveren aan de divisie in afwachting van de aankomst van het organieke regiment, het 1A.

Het eskadron wielrijders van de 1ste infanteriedivisie is reeds eerder op de dag toegekomen en bewaakt de Leiebruggen tussen Kortrijk en Menen in afwachting van de aankomst van de Britten. Het reservebataljon van het 4Li lost om 22u45 het eskadron wielrijders af en neemt de bewaking over van de bruggen te Kortrijk, Bissegem en Wevelgem.

Het divisiehoofdkwartier is eerder op de dag ontplooid te Sint-Eloois-Winkel.

Tijdens de namiddag komt het 1A toe in de zone van haar 1ste divisie en vervangt er het 19A.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste divisie Ardeense Jagers en de 10de infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

Na een kort maar hevig bombardement steken de Duitse infanteristen tegenover het 3Li de Leie over. De Belgen worden al snel teruggedreven, en de flank van het 4Li en 24Li worden bedreigd. Het 4Li is aanvankelijk niet bij de gevechten betrokken en is uiterst verbaasd wanneer het na de middag Duitse troepen ontdekt nabij het vliegveld van Wevelgem. Ook Bissegem is reeds ingenomen.

De bres is intussen al zo’n 4 Km breed en 3 Km diep. Het 4Li moet de bres trachten de dichten en wordt snel naar de zuidrand van Kortrijk gestuurd. Omstreeks 18u00 slaagt het 4Li en het wielrijders­eskadron van de 1ste Infanteriedivisie erin om de Duitse opmars te stuiten. Het 3Li intussen zo goed als uitgeschakeld. Het 4Li trekt zich al vechtende terug. Het 24Li blijft rond Kortrijk heftige tegenstand bieden.

Het eskadron wielrijders wordt rondom 17u00 samen met het 1LR in de bres geworpen. De troepen moeten zich op de lijn Moorsele-Gullegem opstellen om een verdere vijandelijke opmars ten zuiden van de stad Kortrijk te blokkeren. Even wordt aan een tegenaanval door deze tijdelijke groepering gedacht, maar de Rijkswachters en de wielrijders moeten zich vervolgens toch ingraven terwijl het oppercommando voor ‘s anderendaags een grotere tegenactie met de 10de infanteriedivisie voorbereid.

Het 4Li krijgt de opdracht om te Wevelgem de Duitsers te opmars richting Menen trachten te ontzeggen. Te Kapelhoek sluit het 4Li aan bij het eskadron wielrijders van de 1ste divisie dat de Belgische linies over Kloekhoek tot Schoonwater verlengt. Hier neemt het 1LR de verdediging over tot Gullegem.

Omstreeks 19u30 krijgen de manschappen te horen dat de tegenaanval met de 10de divisie ook niet zal plaatsvinden. Het 4Li wordt bovendien weggedrukt naar de westrand van Wevelgem zodat ook het eskadron wielrijders en het 1LR zich naar het westen moeten uitdunnen om de linies intact te houden.

Kastetiket van Korporaal Mahieu uit 1939. Roger Mahieu werd op 25 mei door artillerievuur tijdens een patrouille gedood (foto Jan Tanghe).

Tijdens de nacht kan het 4Li melden dat het nu vanaf de westrand van Wevelgem opnieuw opgesteld staat langsheen de Leie en dat de verbinding met de ten westen gelegen Britse 22nd Division intact is. Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers is zich komen opstellen achter het regiment om er een ontvangsttstelling bij een mogelijke aftocht van de Leieoever in te richten.

In de vroege morgen van de Duitsers hun succes van de vorige dag verzilveren. Vanaf 07u00 valt de Duitse 31ste divisie nu in westelijke richting aan nabij de westrand van Wevelgem. Omstreeks 10u00 trekt het regiment zich terug en valt Wevelgem definitief in Duitse handen.

In Kortrijk wordt het 24Li langs drie kanten hevig aangevallen zodat dit regiment zich moet terugplooien in de richting van Sint-Eloois-Winkel waar het de restanten van het uiteengeslagen 3Li en het 1ste Licht Regiment meeneemt om samen naar het hoofdkwartier van de 1ste Infanteriedivisie te Dadizele te trekken.

Het 4Li en het wielrijderseskadron van de divisie moeten zich terugtrekken tot achter de baan Menen-Roeselare om toch maar in verbinding te blijven met de Britten.

Er ontstaat echter een opening tussen de Belgen en de Britten die de Duitsers snel uitbuiten door richting Geluwe door te stoten.

Aan het eind van de dag bevindt de ganse 1ste infanteriedivisie zich op nieuwe posities rondom Dadizele en Ledegem. De divisie moet toekijken hoe de Duitsers van de opening ten zuiden van hun posities gebruik maakt om verder naar het westen op te rukken.

De 1ste infanteriedivisie wordt verder teruggetrokken en gaat richting Boesinge.

De eenheden van de 1ste divisie worden verplaatst naar het gebied tussen Houthulst en Staden.

De restanten van de divisie bevinden zich rondom Koekelare wanneer het nieuws van de capitulatie vernomen wordt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen