1ste Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel L. Dagois
Standplaats Regio Bergen (Saint-Ghislain tot Le Roeulx)
Commandopost in het Kamp van Casteau
Samenstelling I Bataljon (Majoor G. Verbeiren) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt F. Foucart)
2de Compagnie Fuseliers (Lt M. Benoot)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Jonnaert)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt L. Michet)
II Bataljon (Kapitein-commandant A. Vanden Brandt) 5de Compagnie Fuseliers (Lt C. Wauters)
6de Compagnie Fuseliers (Kapt A. Cailleaux)
7de Compagnie Fuseliers (Lt V. Anciaux)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt C. Van Veckhoven)
III Bataljon (Majoor SBH V. Sondervorst) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Decot)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt H. Monnier)
11de Compagnie Fuseliers (Lt R. Weber)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt D. Normand)
IV Bataljon (Luitenant-kolonel J. Vincent) 13de Compagnie Mitrailleurs (Kapt P. Kesters)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt H. Druart)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt P. Hainaut)
Stafcompagnie
Geneeskundige Compagnie
Peloton Verkenners (Onderluitenant Adelson Bouillon)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1J
Het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J), een actief infanterieregiment van de 5de Infanteriedivisie (5Div), wordt op 25 augustus 1939 (bij afkondiging van fase A van de mobilisatie) gemobiliseerd in de Kazerne Majoor Sabbe te Bergen. Op 08 Nov 39 wordt het 1J naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal in de buurt van Geel. Nauwelijks toegekomen op hun gevechtsstelling, moet het 1J al deelnemen aan de eerste van een ganse reeks alarmen. Dit gebeurde naar aanleiding van het verslag van 6 november 1939 waarmee de Belgische militair attaché in Berlijn meldde dat een Duitse aanval gepland was voor de nacht van 11 op 12 november 1939. De Britten bevestigden dit. In de nacht van 10 op 11 november 1939 werd alarm geblazen langsheen het Belgische front. Alles bleef echter rustig, Hitler had de aanval uitgesteld wegens het slechte weer en moeilijkheden met het spoor. Op 15 november eindigde de alarmtoestand. Het gemobiliseerde leger begint zich te organiseren voor het lange wachten. Karweien en wacht kloppen, veldwerken graven en oefeningen lossen elkaar af.

In december wordt het regiment doorgestuurd naar het Kamp van Beverlo voor doorgedreven manoeuvres en een korte rustperiode. Het is tijdens deze kampperiode dat enkele eenheden van het 1J revolteren en meer soldij eisen. De opstand wordt in de kiem gesmoord maar heeft resultaat gehad; uiteindelijk wordt vanaf 1 januari een hogere soldij uitbetaald. In januari neemt het 1J een ondersector in langs het Albertkanaal in Zuidoost-Limburg tussen Lixhe en Eigenbilzen. Wanneer de Fransen bekend maken dat ze niet tot aan het Albertkanaal en de Maas zullen oprukken om de Belgische stellingen te versterken maar zich eerder wilden opstellen in het verlengde van de K.W. Stelling tussen Waver en Namen wordt het Belgische plan aangepast. De KW Stelling wordt nu de “Weerstandsstelling” en het Albertkanaal wordt afgezwakt tot een “Dekkingsstelling”. Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de 7Div,een divisie van Eerste Reserve naar het Albertkanaal gestuurd om de stelling Eigenbilzen – Lixhe over te nemen van de 5Div. Het 1J wordt aan het kanaal afgelost door een infanterieregiment van de 7Div en vertrekt naar Bergen waar ze ingezet worden als algemene reserve van het leger.

Kazerne Majoor Sabbe te Bergen.

Staf/1J
De staf en het Peloton Verkenners van het regiment bevinden zich bij het uitbreken van de oorlog in het Kamp van Maisière-Casteau nabij Bergen. De bataljons zijn ontplooid tussen Saint-Ghislain en Le Roeulx. Het regiment zal samen met de andere eenheden van de 5de Infanteriedivisie, die ten zuidwesten van Brussel gekantonneerd zijn, onmiddellijk naar de K.W. Stelling worden verplaatst wanneer het nog tijdens de vroege ochtend duidelijk wordt dat de Duitsers in het oosten de grens zijn overgestoken. De verplaatsing van de verschillende bataljons van het 1ste Jagers te Voet wordt in het Kamp van Maisière-Casteau gecoördineerd. Alle bataljons worden gedurende de dag overgebracht naar kantonnementen in de buurt van Bonheiden, Rijmenam en Keerbergen ten oosten van de Dijle. Het transport wordt verzekerd door vrachtwagens van de 4de Compagnie van de Legerautogroepering (LAuGpg).

I/1J
Majoor Verbeiren van het I/1J ontvangt rond 07u00 het telefonisch bericht van de staf van het 1J dat het I/1J zich omstreeks 08u30 moet klaar houden om te vertrekken van Bergen naar een onbekende bestemming. Om 09u30 verschijnen de voertuigen van de LAuGpg die hen ter plaatse zullen brengen. Pas bij het vertrek van de colonne rond 10u30 krijgt de majoor te horen dat de bestemming Bonheiden is, waar men via Casteau, Soignies en Vilvoorde aankomt tegen 15u15. Onderweg is men nipt ontsnapt aan een bombardement van Luftwaffe. De paardenwagens van het bataljon zijn per spoor van Bergen naar Mechelen vervoerd. Majoor Verbeiren stelt de troepen verdekt op in de beboste omgeving ten oosten van Bonheiden tot de komst van kolonel Dagois. Deze beveelt de opstelling van het I/1J (gehucht Zeept tussen de Dijle en de baan Keerbergen – Mechelen) en het III/1J (ten noorden van de baan Keerbergen – Mechelen) in eerste lijn ten westen van Keerbergen.

II/1J
Tussen 03u00 en 04u00 is ook het II/1J gealarmeerd. Het bataljon vertrekt om 11u00 per vrachtwagen richting K.W. Stelling. Wanneer het bataljon er rond 15u30 arriveert wordt het onmiddellijk doorgestuurd naar Rijmenam, waar om 17u00 begonnen wordt met de organisatie van het terrein en de bezetting van de bunkers. De paardenwagens die per trein naar de K.W. Stelling gebracht worden zullen pas op 11 mei rond 15u00 toekomen in het station van Nekkerspoel te Mechelen. De 5de Compagnie (5/II/1J) onder leiding van luitenant Wauters, versterkt met een peloton anti-tankkanonnen en een sectie van het Peloton Verkenners blijven nog even de wacht optrekken in het militair Kamp van Maisière-Casteau en zullen pas in de vroege ochtend van 11 mei de verplaatsing per trein aanvatten. De Staf van II/1J wordt ondergebracht in het kasteel Hollaken.

III/1J
Na gealarmeerd te zijn rond 03u15 vertrekt het III/1J pas na de middag om 13u00 vanuit het Kamp van Maisière-Casteau per vrachtwagen naar Bonheiden. Het bataljon komt er toe na een snelle rit om 15u00.

IV/1J
Het IV/1J is gestationeerd te Thieusies en ontvangt het alarm rond 03u15. De 13de (kasteel Duparc) en 15de (brouwerij Grisette) compagnie worden omstreeks 11u50 per vrachtwagen naar Rijmenam vervoerd, waar ze toekomen rond 14u30.

Opstelling van 10Div op 11 mei 1940 na aflossing van 3J door de 5Div (bron: CDH).

Staf/J1
De 5Div moet de sector Haacht- Wespelaar-Tildonk-Wijgmaal bezetten. Hierbij moet het 4J de ondersector van het 3J (10Div) overnemen langs het kanaal Leuven – Mechelen. 2J en 4J worden in eerste lijn opgesteld, het 1J wordt opgesteld in tweede lijn achter 2J en 4J over de ganse breedste van de divisiesector. De in te nemen stelling door het 1J loopt van Kampenhout-Sas langs het Kareelbos ten zuidwesten van Buken tot aan het Kastanjebos ten noorden van Veltem. Dit noodzaakt de herontplooing van het regiment achter de Dijle. De CP van het 1J wordt geïnstalleerd in het kasteel Ter Balkenhof in Kampenhout (toen Nederokkerzeel).

I/1J
Het I/1J verlaat zijn vorige stelling te Rijmenam om 19u50 om zich opnieuw te ontplooien te Over-de-Vaart (Kampenhout-Sas). Tijdens de verplaatsing wordt de commandopost geïnstalleerd in de woning Verrijt-Verhoeven aan de Kapitein Tobbackstraat 13 te Boortmeerbeek. Tegen 20u50 komt het I/1J toe in het Weisetterbos te Kampenhout.

II/1J
Het II/1J verlaat Rijmenam om 16u00 en komt om 19u00 aan ten zuidwesten van Buken in het Kareelbos in de buurt van de Balkestraat.

III/1J
Het III/1J verlaat haar stelling te Keerbergen en stelt zich op in het Kastenjebos tussen Buken en Veltem, in tweede echelon achter het 4J.

IV/1J
De 14de Compagnie (Thieusies-dorp) en de paardenvoertuigen vertrekken per spoor vanuit het station van Masnuy-Saint-Pierre om 02u15, net als de achtergebleven 5/II/1J (Luitenant Wauters). Deze groep wordt afgezet te Weerde omstreeks 04u15 vanwaar men te voet via Elewijt, Kampenhout en Boortmeerbeek naar Rijmenam optrekt. De CP van IV/1J verblijft eveneens in het kasteel Ter Balkenhof in Kampenhout. Het IV/1J heeft zoals gebruikelijk zijn middelen over de drie andere bataljons verdeeld.

Staf/1J
Het 1J beleeft zijn eerste volledige dag op de K.W. Stelling. Buiten enige activiteit van de Luftwaffe blijft alles rustig en wordt hard doorgewerkt aan de installatie van de bataljons op de verschillende linies. De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Het 2J bezet de lijn Haacht – Wespelaar achter de Dijle, het 4J heeft stelling genomen achter het Kanaal Leuven-Mechelen en daarachter bevindt zich het 1J met de drie infanterieregimenten in lijn, van noord naar zuid I/1J, II/1J en III/1J. Wanneer III/4J en IV/4J na het beëindigen van hun beveiligingsopdracht in de hoofdstad toekomen in de ondersector van 1J worden ze onder bevel geplaatst van Kolonel Dagois. III/4J wordt ten zuiden van III/1J ontplooid en moet de stelling verlengen tot aan de stelling van I/3J, een bataljon van het regiment in tweede lijn bij de 10Div. De middelen van IV/4J worden over de bataljons van 1J verdeeld.

Staf/1J
Om 19u45 wordt de 12Cie van III/4J (minus één sectie), één peloton van de 10Cie III/4J en één peloton van de 11Cie III/4J naar Doren nabij Herent gestuurd om er terug onder bevel te komen van 4J. Om 21u30 komen ze toe bij 4J. Een peloton C47 van de 14/IV/4J komt hen nog versterken. Deze versterkte compagnie moet enkele eenheden van het 6J vervangen die zich nog te Doren bevinden en die niet zullen worden afgelost door de Britten.

I/1J
De opstelling van het I/1J op 13 mei ziet er als volgt uit: de 1/I/1J wordt opgesteld ten noorden van de vaart op het domein de Fierlant (nu Covee en Aveve). De 1/I/1J is versterkt met twee secties van ieder twee antitankkanonnen van 47mm (één op de baan Leuven – Mechelen en één ten noorden van de brug), een peloton mitrailleurs in de richting van Mechelen en een peloton mitrailleurs voor luchtafweer. De 2/I/1J bezet de vaartdijk ten westen van de brug tegen het Weisetterbos (pas op 14 of 15 mei krijgt ze een peloton Mortieren 76mm en een sectie Mitrailleurs ter versterking) en de 3/I/1J bevindt zich ten oosten van de baan Brussel – Haacht (deze compagnie is reeds versterkt met een peloton mortieren 76mm en een sectie mitrailleurs). Er trekken voortdurend troepen en geïsoleerde militairen voorbij in de sector van het I/1J.

Staf/1J
Eens het Cavaleriekorps de linie gekruist heeft, worden de doorgangen in de Cointet versperringen gesloten op de banen Werchter-Haacht en Rotselaar-Tildonk. .

I/1J
Tijdens de nacht wordt de baan Brussel – Haacht beschoten door de Duitse artillerie (in het kwartier van het I/1J). Rond 09u20 worden de stellingen van het I/1J gebombardeerd door de Luftwaffe, zonder slachtoffers te maken. De materiële schade aan de omliggende huizen is echter enorm. De brug werd niet geraakt.

Duizenden Cointent hekkens vormden een barrière tegen voertuigen op de K.W. Stelling.

I/1J
Op 15 mei worden enkele manschappen van het I/1J door de bataljonscommandant belast met het bijeen drijven van het loslopende vee. Men vindt veel achtergelaten materiaal, waaronder enkele FM30s met al hun toebehoren van het 4de Linieregiment en enkele DBT’s.

Staf/1J
Het Belgisch leger zal zich terugtrekken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmaneuver uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een veilige manier. Gedurende de dag zal het 1J nog op post blijven. Omdat berichten toekomen op het divisiehoofdkwartier dat de Engelsen op de rechterflank teruggedrongen worden uit hun opstelling en vijandelijke soldaten zouden geïnfiltreerd zijn (ter hoogte van de lijn Haacht – Rotselaar rond 11u25), krijgt het 1J de opdracht van luitenant-generaal Spinette om de verdediging van het Kastanjebos te organiseren, gesteund door IV/11A die nieuwe posities heeft ingenomen.

II/1J
Het II/1J wordt naar kilometerpaal 5 van de baan Leuven – Mechelen tussen Winksele-Delle en Herent gezonden om er de verdediging naar het zuiden toe te organiseren. Aangezien de Britten hun verloren posities heroveren, worden de bevelen aan het 1J herroepen. Het II/1J krijgt om 16u55 een tegenorder om zich opnieuw naar het Kareelbos te begeven, waar het toekomt om 18u30.

Staf/1J
De eenheden van het 1J verlaten hun stellingen aan het kanaal Leuven – Mechelen rond middernacht en komen tijdens de ochtend van 17 mei aan te Vilvoorde. Langsheen de baan over het Kanaal van Willebroek staan op regelmatige afstand stafofficieren van de 5de Infanteriedivisie opgesteld die de manschappen luidkeels aanmoedigen zo snel mogelijk te marcheren onder dreiging van de onmiddellijke vernietiging van de brug. Het 1J komt rond 14u00 aan te Wolvertem (ten westen van het kanaal van Willebroek) en krijgt er kantonnementen toegewezen. In de buurt van Wolvertem bevinden zich ook de Staf van het 1ste Licht Regiment van de Rijkswacht.

I/1J
Aanvankelijk werd het I/1J aangeduid als achterhoede voor de terugtocht tijdens de nacht van 16 op 17 mei, maar dit bevel wordt later terug ingetrokken. De 1ste Compagnie van I/1J bevindt zich nog steeds ten noorden van de vaart. Er wordt gevreesd dat men de vaart niet meer zal over geraken indien de bruggen voortijdig opgeblazen worden. Er worden vlotten in gereedheid gebracht om daarmee desnoods de oversteek te maken. Dit zal uiteindelijk niet nodig blijken te zijn. Het I/1J breekt het gevecht af rond middernacht en vertrekt richting Vilvoorde

II/1J
Het II/1J verlaat zijn stelling om 00u30 en start zijn terugtocht.

III/1J
Terwijl de andere eenheden de terugtocht aanvatten moet het III/1J te Tildonk blijven om er de genie te beschermen die de brug zal vernietigen. Om 02u00 op 17 mei wordt de brug van Tildonk vernietigd, waarna het III/1J een uur later, samen met de rest van de achterhoede de KW-linie verlaat. Het bataljon marcheert het regiment achterna via Kampenhout, Perk, Peutie en Vilvoorde. III/1J passeert de brug van Vilvoorde tussen 09u00 en 10u00 waarna het bataljon verder marcheert naar Wolvertem waar het om 14u00 toekomt. Het III/1J zoekt een tijdelijk kantonnement dwars over de weg Wolvetem – Merchtem ten westen van de kerktoren van Wolvertem. Even na 17u00 waait een ware paniekstorm door het kantonnement van III/1J. De mannen zijn ervan overtuigd geraakt dat de Duitsers reeds het Kanaal van Willebroek overschreden hebben en aanstonds Wolvertem zullen binnenvallen. Honderden militairen vluchten weg uit hun kantonnementen. Majoor SBH Sondervorst begeeft zich per sidecar naar de Merchtemsesteenweg waar hij manu militari, met de revolver in de hand, zijn militairen tracht tegen te houden. Hij wordt hierbij bijgestaan door Cdt Normand, commandant van de 12e Compagnie. De 9de compagnie is er in zijn geheel van door gegaan en snelt naar Merchtem. Cdt Normand krijgt de sidecar van de bataljonscommandant ter beschikking en wordt onmiddellijk achterna gezonden. Hij kan een aantal manschappen tegenhouden en hen overtuigen naar Wolvertem terug te keren. Wanneer de paniek wegebt stelt men vast dat zo’n 200 militairen, waaronder vijf officieren en een aalmoezenier, op het appel ontbreken en gevlucht zijn. Enkele van de gevluchte militairen haken een paar dagen later opnieuw aan maar de meesten zullen echter geen aanstalten maken om naar het regiment terug te keren. Twee ontbrekende officieren en de aalmoezenier die niet naar het regiment terugkeren worden als deserteurs opgegeven. Die avond zet het III/1J zich na het invallen van de duisternis opnieuw op weg. Om 22u00 wordt afgemarcheerd en via Merchtem en Aalst komen ze aan te Erembodegem.

Staf/1J
Via Merchtem en Affligem zet het 1J koers naar Erembodegem. Hier steekt het 1J nog tijdens de nacht de Dender over. Vervolgens houdt de ganse 5Div halt in haar nieuwe kantonnementsgebied rondom het dorp Erpe.

Staf/1J
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. De 5Div heeft het bevel gekregen over de Sector Semmerzake – Munte van het Bruggenhoofd Gent. Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de infanteriedivisie aan op haar nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. Van Erpe wordt via Burst en Eke het bruggenhoofd binnengemarcheerd in de richting van Vurste. De terugtocht wordt gedekt door de achterhoede van het eskadron cyclisten van de divisie die zich voor die opdracht te Impe gehergroepeerd hebben.
De drie regimenten van de Div nemen de stelling van het 7Li over en worden als volgt ontplooid:

  • het 4de Jagers te Voet krijgt de linker ondersector Munte en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
  • het 1ste Jagers te Voet krijgt de ondersector Vurste in het centrum achter de regimenten in lijn;
  • het 2de Jagers te Voet krijgt de rechter ondersector Semmerzake en sluit aan bij het 8Li van de 9Div.
  • Het divisiehoofdkwartier verhuist naar De Pinte.

Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdediginslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hebben en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 zijn uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de bataljons van het 1J moeten zelf uitzoeken waar de bunkers zich bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De bataljons van het 1J die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

Staf/1J
Het 1J blijft op zijn nieuwe stellingen in aan de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. De bunkers in de ondersector zijn nu overgenomen en alle zware wapens werden op hun voorziene posities geïnstalleerd. Het regiment ontvangt versterking van een peloton fuseliers en een sectie mitrailleurs van het eskadron wielrijders van de divisietroepen. Omdat dit detachement over fietsen beschikt en meer mobiel is, wordt het gebruikt om de voorposten te bezetten.

Staf/1J
Het 1J blijft op post in Vurste aan het Bruggenhoofd Gent. Het blijft rustig in hun sector en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent en de sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien.

Staf 1J
De 22 mei ’s morgens, tijdens de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten wordt beslist dat het front achteruit moet omdat in de Britse sector de Schelde door Duitse troepen is overgestoken nabij Oudenaarde. De Duitsers zijn er daar in geslaagd een bruggenhoofd over de Schelde te slaan en de Belgische eenheden in het Bruggenhoofd Gent lopen het risico omsingeld te worden. De staf van het Belgische leger plant een manoeuvre in twee fasen om terug te plooien achter de Leie. In een eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16e en de 18e Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen, de 1e Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2e en de 4e Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1e Div Ardeense Jagers en de 5e Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2e en de 4e Div te ondersteunen. In een tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen zij zich vervolgens achter de Leie terugplooien

De regimenten van de 5de infanteriedivisie herschikken die dag hun posities: de voorposten worden verlaten en alle eenheden plaatsen zich volledig achter de bunkerlinie van het Bruggenhoofd Gent. Het divisiehoofdkwartier wordt naar Lotenhulle verplaatst.

Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5de infanteriedivisie de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie, ten oosten van Deinze. De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.

Staf 1J
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei ontvangt de 5de Infanteriedivisie het bevel zich naar haar nieuwe verdedigingslinies aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen Nevele (exclusief) en Herenthoek (inclusief). De drie infanterieregimenten worden in lijn opgesteld, het 1J in het zuiden moet aansluiting maken met het 7Li van de 4Div, het 2J wordt in het centrum opgesteld, het 4J neemt stelling in de noordelijke ondersector en sluit aan met de 2Div ter hoogte van de spoorlijn Gent – Brugge.

Het 1J zet zich op weg. Het regiment volgt de Leieoever, steekt bij de de brug van Deurle de rivier over en zet koers naar de ondersector ten noorden van Nevele. De colonnes bereiken de westelijke oever van het Afleidingkanaal via de brug van Vosselare en nemen tijdens de vroege ochtend hun nieuwe posities in. Het divisiehoofdkwartier zal te Lotenhulle blijven.

De vijand is nu niet veraf meer en onderneemt die dag nog de eerste pogingen om verder naar het zuiden de Leie over te steken.

Opstelling I/14A te Malsem in het achtergebied van de 5Div (bron CHD Evere).

De Duitsers lanceren een zware aanval op de naburige 4de Infanteriedivisie te Meigem en steken er het kanaal over. De 4de infanteriedivisie begeeft snel en wordt overrompeld. De Belgen trachten het vijandelijk bruggenhoofd langs drie kanten in te dijken: in het zuiden zal de 2de divisie Ardeense Jagers een dwarsstelling opwerpen, vanuit het westen gaat de 1ste divisie Ardeense Jagers de buurt van Vinkt bezetten en in het noorden moeten de Jagers te Voet eveneens een dwarsstelling op het kanaal gaan innemen.

Na een doorbraak in de ondersector van het 15Li, worden het 7Li en 11Li al snel teruggedrongen. Om de noordrand van het Duitse bruggenhoofd in te dijken, bouwt de 5de infanteriedivisie snel een dwarsstelling uit op het Afleidingskanaal.

Kolonel Dengis van 4J krijgt het bevel om met de reserve van de divisie zo snel mogelijk deze dwarsstelling op te werpen aan de Poekebeek. Het I/4J en het 3ChA ontplooien in de richting van Meigem elk een bataljon tussen Poesele en Lotenhulle en worden ondersteund door het eskadron cyclisten van de 5de divisie. Ook de laatste drie T13 tankjagers van de divisietroepen komen deze stelling versterken. Dengis krijgt eveneens het bevel over het II/1J, voert de opdracht uit en kan om 10u50 de commandopost van het belaagde II/7Li ontzetten te Nevele. De groep Dengis graaft zich die avond in nabij Nevele, maar de Duitsers staan met beide benen over het kanaal en rukken op naar Vinkt.

De reservemacht van de Jagers onder Kolonel Dengis wacht af achter de Poekebeek. Voor hun stellingen liggen van noord naar zuid het 2ChA, 1ChA, 3ChA en 5ChA. Rondom Vinkt wordt de ganse dag door zwaar gevochten tussen de Ardeense Jagers en de Duitsers. Te Nevele komt het tot een nieuwe oversteekpoging van de vijand. De Duitsers dringen echter niet aan en besluiten hun zwaartepunt te behouden rond Meigem en Vinkt. Bij het 4J blijft het dan ook eerder kalm tijdens de voormiddag. De manschappen van het II/1J trekken volgens een beurtrol de wacht op aan hun nieuwe dwarsstelling.

Tijdens de nacht trekken de Ardeense Jagers zich gedeeltelijk terug uit Vinkt. Het 1ChA plooit terug naar Aarsele en zoekt versterking van het I/4J.

De 5de infanteriedivisie blijft nog steeds op post langsheen de dwarsstelling van de Poekebeek tussen Beekkant en Nevele en langsheen de oever van het Alfleidingskanaal tussen Nevele en de spoorlijn Brussel-Oostende.

Om 14u00 ontvangen het 1J, 2J en 4J het bevel zich klaar te maken voor de aftocht van het ganse VIde legerkorps naar een nieuwe linie tussen Knesselare, Sint-Joris, Maria-Aalter, Ruiselede en Tielt. De Jagers te Voet moeten zich hierbij op de ondersector van Ruiselede-Tielt richten. De divisie trekt zich terug van de Poekebeek en het Afleidingskanaal vanaf 15u30. Het I/1J, III/1J en het eskadron wielrijders zullen onder het bevel van Kolonel Dengis va het 4J de achterhoede vormen en worden daarbij ondersteund door een detachement van het 11A. De achterhoede moet zich terugtrekken aan de beide kanten van de baan Poesele-Lotenhulle nadat de andere troepen veilig weggekomen zijn.

Rond 04u00 komen de laatste troepen aan op hun nieuwe posities. De 5de infanteriedivisie heeft zijn commandopost verplaatst naar de Plattebeursstraat aan de oostrand van Egem. Hier wordt even na 07u30 het nieuws van de capitulatie vernomen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Thomas Du Four, Masterproef Geschiedenis, Gewikt en gewogen: het oorlogsgedrag van het Belgische officierenkorps onderzocht door de Bijzondere Militaire Commissie (1945-1949), p 222 [On Line beschikbaar]: https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/726/RUG01-001457726_2011_0001_AC.pdf [Laatst geraadpleegd 04 oktober 2017]