Cavaleriekorps

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Cavaleriekorps | CK
Corps de Cavalerie | CC
Type Cavaleriekorps
Bevelhebber Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden
Stafchef Kolonel SBH Jules Bastin
Commandant Artillerie n.v.t.
Commandant Genie Majoor P. Lempereur
Commandant Transmissietroepen
Commandant Transportkorps Majoor W. Harnould
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Kolonel O. Tondreau
Standplaats Dekkingstelling Albertkanaal
Zone Beringen – Diepenbeek
Commandopost in Kasteel Mellaerts te Sint-Truiden
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
1ste Infanteriedivisie
14de Infanteriedivisie
2de Cavaleriedivisie
Groepering Ninitte
20ste Bataljon Genie
30ste Bataljon Transmissietroepen
19de Regiment Artillerie
(Eskadron Pantserwagens-> Afgedeeld bij 2de Cavaleriedivisie
3de Geneeskundig Korps, 2de Lichte Heelkundige Ambulance (Med Lt F. Dupont)
3de Geneeskundig Korps, 2de Geneeskundige Ambulance (Med 1Kapt J. Stas)
Compagnie Intendance CK
Transportkorps CK Staf (Cdt baron J. de Wijkersloot de Rooyesteyn)
1ste Transportcompagnie CK
2de Transportcompagnie CK
1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Vin)
2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A. Bernier)
3de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt L. Contzen)
Autopeloton voor Ravitaillering (Lt A. Bellemans)
Autopeloton voor Materieel
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt H. Cuysmans)
Atelier voor Herstelling van het Materieel
Eskadron Luchtafweermitrailleurs CK (Kapt E. Delelienne)
Provoost CK
Tijdelijke Eenheden 2de Regiment Gidsen
Bataljon Grenswielrijders Limburg
2de Lichte Heelkundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med Lt F. Dupont)
2de Geneeskundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med 1Kapt J. Stas)
Vde Groep 1ste Luchtvaartregiment

Tijdens de mobilisatie

Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden.

Aan de vooravond van de Duitse inval is het Cavaleriekorps verantwoordelijk voor een bijzonder zone. Deze zone omvat enerzijds het deel van de dekkingsstelling het Albertkanaal tussen Beringen en Diepenbeek en anderzijds het gedeelte van de voortuitgeschoven stelling langsheen het Verbindingskanaal Maas-Schelde tussen De Maat in het westen en Vucht in het oosten. Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is ondergebracht in kasteel Mellaerts te Sint-Truiden.

HK CK
Na ontvangst van het alarm wordt het hoofdkwartier vanaf 01u30 verplaatst naar zijn oorlogsstandplaats in het kasteel de Menten de Horne op de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad.

Het hoofdkwartier verplaatst zich een tweede keer vanaf 22u00 en verhuist naar kasteel Spinveld aan de Metsterenweg, net ten noorden van te Sint-Truiden. Het commando van het 19A blijft echter in het kasteel de Menten de Horne. De staf maakt zich zorgen over een mogelijke luchtaanval op het hoofdkwartier en vraagt versterking onder de vorm van het detachement van Onderluitenant De Praetere van het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy). Dit detachement omvat het 3de Peloton van de 5de Compagnie, aangevuld met één T13 tankjager, en kantonneert na zijn terugtocht van de Hechtelse Heide te Donk.

HK CK
Omstreeks 16u00 vertrekt de staf van het Cavaleriekorps naar een nieuwe locatie te Blanklaar nabij Diest. Het bewakingsdetachement van Onderluitenant De Praetere wordt van zijn opdracht ontlast en keert terug naar het 1Cy.

HK CK
Op 12 mei krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling, een geïmproviseerde dwarsstelling die loopt langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Winterbeek van Lummen over Diest en Geetbets tot Tienen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. Van noord naar zuid staan nu opgesteld op de Demer/Gete-stelling; de 14Div, de 2CavDiv en de 1CavDiv. De 14Div die reeds achter het Albertkanaal stond opgesteld behoudt het 35Li in stelling achter het kanaal terwijl het 36 en 38Li pivoteren om zich achter de Winterbeek op te stellen. Het hoofdkwartier van het CC wordt te Lubbeek gevestigd.

HK CK
Om 20u00 verlaat het hoofdkwartier het dorp Lubbeek. Het Cavaleriekorps zal zich na afloop van de actie aan de Demer/Gete-Stelling terugtrekken naar het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. De korpsstaf zal onderdak vinden te Eppegem.

HK CK
De staf bereikt Eppegem rond 02u00 en start met de installatie van het hoofdkwartier op de baan van Eppegem naar Verbrande Brug.

De reorganisatie van het CK werd geleid van uit het Kasteel van Eppegem.

HK CK
Op 15 mei is Luitenant-generaal de Neve de Roden nog steeds geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. Het volledige korps verblijft nu rondom de Zenne ten noorden van Brussel.

Als direct gevolg van de zware verliezen geleden tijdens de eerste vijf oorlogsdagen voert het Cavaleriekorps een grondige reorganisatie door. Deze reorganisatie berust op vier pijlers.

  • Ten eerste verdwijnt de Brigade Vervoerde Cavaleristen van de slagorde. De staf wordt ontbonden en de eenheden gaan over naar de divisies. Zo wordt het 2de Regiment Gidsen een onderdeel van de 1ste Cavaleriedivisie, en het 4de Regiment Lansiers een onderdeel van de 2de Cavaleriedivisie.
  • De meeste eenheden van de cavalerie worden een stuk kleiner. Het 1G behoudt zijn beide groepen, maar het 1L, 2L, 3L, 1JP en 2JP worden elk omgevormd tot een regiment bestaande uit één enkele groep cavaleristen van drie eskadrons fuseliers en een eskadron pantserwagens.
  • De overtollige militairen die geen plaats meer hebben binnen de kleinere slagorde worden doorgestuurd naar Vlaanderen en gegroepeerd in een nieuwe formatie onder Generaal-majoor Ninitte voor verdere reorganisatie.
  • De commando’s worden grondig door elkaar geschut:
    • Luitenant-generaal de Neve de Roden verlaat het Cavaleriekorps en neemt het commando van het Iste Legerkorps over.
    • Luitenant-generaal Keyaerts op zijn beurt wordt de nieuwe commandant van het Cavaleriekorps.
    • Generaal-majoor Beernaert gaat van de 2de Cavaleriedivisie naar de 1ste Cavaleriedivisie en krijgt Kolonel Kolonel SBH Morel de Westgaver als nieuwe adjunct.
    • Kolonel SBH Serlez neemt het bevel van de 2de Cavaleriedivisie over, met als adjunct Kolonel Libbrecht.
    • Het 1ste Regiment Gidsen wordt nu bevolen door Kolonel SBH Deleuze en het 3de Regiment Lansiers door Luitenant-kolonel Dugardin.
    • De staven van het Cavaleriekorps en de 1ste Cavaleriedivisie permuteren zodat Luitenant-generaal Keyaerts zijn medewerkers kan behouden.
    • De staf van de Brigade Vervoerde Cavaleristen gaat over naar de 2de Cavaleriedivisie, met uitzondering van Luitenant SBH Piret die het Cavaleriekorps vervoegt.

HK CK
Tijdens de nacht van 15 op 16 mei wordt het hoofdkwartier doorgestuurd naar Lokeren. Via een tocht over Aalst en de Scheldebrug te Schoonaarde, komt de staf van het Cavaleriekorps aan in de stad rondom 02u00.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.

Het hoofdkwartier verandert in de loop van de avond opnieuw van standplaats en installeert zich vanaf 19u00 in kasteel Crabbegracht te Destelbergen. Dit landgoed is eigendom van de familie de Hemptinne. Het Cavaleriekorps zal van 17 tot en met 19 mei de aftocht dekken van het veldleger doorheen het Waasland en het Scheldeland en dient daarbij te voorkomen dat het marsgebied geinfiltreerd zou worden van uit de Zeeuwse eilanden, Antwerpen en Dendermonde. Naast de Belgische troepen zal ook de Franse 21ème Division d’Infanterie aan deze opdracht deelnemen. Deze divisie krijgt de bewaking van de sector Kallo-Paal toegewezen. De 2de Cavaleriedivisie moet de overgangen op de Boven Zeeschelde tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste Cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

HK CK
De Franse 21ème Division d’Infanterie zal de Belgische legerzone verlaten om de aftocht van het 7ème Armée te vervoegen. Tijdens de avond van 17 op 18 mei zal de sector Kallo-Paal overgenomen worden door eenheden van het Cavaleriekorps, aangevuld met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers. De Franse divisie wordt gehergroepeerd te Sas-van-Gent en Kaprijke en vertrekt van hier uit naar Beauvais.

HK CK
Het veldleger heeft zich nu teruggetrokken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Daarmee is ook de dekkingstaak van het Cavaleriekorps in het Scheldeland en het Waasland afgelopen. Het korps krijgt de opdracht om het Kanaal Gent-Terneuzen over te steken en de noordelijke flank van de Belgische legerzone te beveiligen door het westen van Zeeuws-Vlaanderen te bezetten.

Nog voor het ochtend wordt is het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps ontplooid in het Nederlandse Axel. Van hier uit worden de laatste instructies verspreid voor de evacuatie van de troepen en vervolgens verhuist de staf naar de steenbakkerij de Hemptinne aan de Bormtestraat te Stekene.

HK CK
Ook het verblijf te Stekene duurt niet lang. Tijdens de vroege ochtend van 20 mei vertrekt het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps naar kasteel Reesinghe op de baan van Maldegem naar Brugge. Dit landgoed was eigendom van de familie Rotsart de Hertaing. De ondersteunende diensten en de het bagage-echelon van de staf waren hier reeds op 18 mei aangekomen. Luitenant-generaal Keyaerts besluit om zijn hoofdkwartier te ontplooien in het Instituut Zusters Maricolen aan de oostrand van het dorp Maldegem.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Maldegem.

HK CK
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

De staf van het Cavaleriekorps opereert nu van uit het Zeeuwse dorpje Bentille. De administratie en de boekhouding van het korps worden ondergebracht in bouwerij Mathielen nabij het gemeentehuis van Lekens in Zeeland.

Transportkorps
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark bevindt zich te Vijvekapelle nabij Damme.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Bentille. Koning Leopold III en zijn militair raadgever Generaal-majoor Van Overstraeten bezoeken het hoofdkwartier. Luitenant-generaal Keyaerts maakt van de gelegenheid gebruik om zijn onrust uit te drukken over het feit dat het Franse XVIde Legerkorps zijn zware artillerie weggehaald heeft van de verdediging van de Westerschelde. Van Overstraeten belooft ter compensatie een groep C120 geschut te laten sturen.

HK CK
De staven van het Cavaleriekorps en het 19A installeren zich nu in Sint-Anna-ter-Muiden, een dorpje op de Belgisch-Nederlandse grens net ten westen van Sluis.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei verhuist het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps naar Koolkerke bij Brugge.

Transportkorps CK
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark is gedeeltelijk ontplooid te Nieuwmunster.

Provoost CK
De provoostdienst bewaakt onder meer het Verzamelpunt voor Krijgsgevangenen te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Het hoofdkwartier is tijdens de nacht van 26 op 27 mei aangekomen te Meetkerke. Bij valavond wordt de staf alweer verplaatst. Het hoofdkwartier rijdt naar de kust en zoekt een nieuwe standplaats aan de westrand van Klemskerke.

HK CK
Het hoofdkwartier is reeds tijdens de nacht van 27 op 28 mei op de hoogte van de nakende capitulatie. Het officiële bericht wordt rondom 04u30 onder de eenheden verspreid. Tijdens de ochtend verplaatst het hoofdkwartier zich een laatste keer. De staven van het Cavaleriekorps en het 19A zoeken onderdak in het militair Reservehospitaal 54 in het Zeepreventorium te De Haan. Het commando hoopt op die manier aan het luchtgevaar te ontsnappen. De eerste Duitse troepen bereiken De Haan in de loop van de vooravond.

Kolonel SBH Bastin, stafchef van het cavaleriekorps, en enkele andere officieren van het HK CK zijn echter niet van plan zich over te geven en begeven zich naar De Panne. De Panne is op dat ogenblik nog steeds in Britse handen en hun hoofdkwartier is er opgesteld. Hij ontmoet er LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues van het Groot Hoofdkwartier (GHQ) die verwoede pogingen ondernemen om naar Engeland te kunnen ontkomen. Beide officieren behoorden tot het Belgisch liaisondetachement bij het 1ste Franse Leger en hebben zo toegang tot het Brits HQ van waaruit ze in verbinding staan met de Belgische ambassade in Londen. Om 20u00 krijgen ze via de Britten te horen dat de Belgische Militaire Attaché in Engeland, LtKol Wouters, twee schepen naar De Panne zou sturen om een driehonderdtal Belgen en geallieerden op te pikken [2]. Het eerste schip, een gecharterd koopvaardijschip, de “Diamant” zou op 30 mei om 04u00 ‘s morgens toekomen in De Panne. Het schip was erin geslaagd om in de vroege ochtend van 28 mei nog uit Oostende weg te varen met een aantal Belgische militairen aan boord. Het tweede schip, de A4 van het Belgisch Marinekorps kreeg om 10u00 van de ambassade de opdracht om naar de Panne te varen. De A4 vertrekt om middernacht uit Dartmouth en zou op 30 mei tegen de middag in De Panne moeten zijn.

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waar tevergeefs op gewacht werd.

In allerijl worden de verschillende kantonnementen in De Panne waar zich nog Belgen bevinden op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om naar Engeland te ontsnappen. Een 200-tal militairen geeft gehoor aan de oproep en begeven zich om 04u00 naar het strand van De Panne om de “Diamant” op te wachten. De “Diamant” komt echter niet opdagen en om 07u00 wordt opnieuw contact opgenomen met de ambassade in Londen. Hier wordt bevestigd dat er enige vertraging is opgelopen (suite à une rébellion) maar dat een Belgisch marineschip (de A4) rond middernacht is uitgevaren en tegen de middag de Belgen komt oppikken.

De Britten hadden alle naar Engeland gevluchte Belgische vissersboten en koopvaardijschepen opgevorderd om ingezet te worden voor Operatie Dynamo. Dit werd niet in dank afgenomen door de bemanningen die initieel weigerden om orders te aanvaarden van de Britse autoriteiten. Pas na bemiddeling door de Belgische ambassade en het vastleggen van de voorwaarden om ingezet te worden zijn de vissers bereid gevonden om Britse soldaten te gaan ophalen in Duinkerke. Eén van de voorwaarden was dat deelname enkel kon gebeuren op vrijwillige basis. Deze discussies hebben geleid tot de vertraging die ervoor zorgde dat de 200 Belgische militairen in De Panne niet werden opgehaald.

De groep is intussen al geslonken tot 150 man maar wanneer er rond de middag nog steeds geen schip te zien is nemen Kol SBH Bastin en LtKol Rongé opnieuw contact op met Londen. De A4 werd onderweg naar De Panne ter hoogte van Folkestone onderschept door een Britse torpedojager die het schip terug naar Darmouth stuurde. Na heel wat heen en weer getelefoneer tussen De Panne enerzijds en de Ambassade en het War Office anderzijds wordt bekomen dat twee groepen van 20 man zal toegelaten worden op Britse schepen, dit zeer tegen de zin van de Britten. Eén groep zal aan boord gaan in De Panne, de tweede groep in Bray Dune (Frankrijk). Uit de nog 60 overblijvende kandidaten voor de overtocht wordt 40 man geselecteerd.

Na de capitulatie

Cdt Jottrand neemt de leiding over de 20 man die zullen inschepen in Bray Dune en vertrekt naar de ontschepingsplaats. Slechts enkelingen zullen erin slagen aan boord te raken van een Brits schip, op eerder brutale wijze wordt de overtocht ontzegd aan de rest. De situatie in De Panne was niet anders. Een eerste sloep met zes man waaronder Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues geëscorteerd door een Britse kapitein raken nog aan boord van de HMS Worcester (D96), de andere 14 man blijven achter op het strand van De Panne. Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues worden doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden worden verzameld. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. Het detachement verlaat in de morgen van 03 juni Tenby en scheept in Milford-Haven in op het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit wordt het detachement doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Kolonel SBH Bastin keert later terug naar België om commandant van het “Belgisch Legioen”, voorloper van het “Geheim Leger”, te worden.

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Velddagboek Kapitein-commandant Marchal, Adjudant-majoor 19A, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere Verslag van LtKol Rongé betreffende de mislukte evacuatie van Belgische militairen uit De Panne, gericht aan LtKol Wouters militair attaché in Londen. [On Line beschikbaar]:https://www.39-45.org/viewtopic.php?f=122&t=42218, [Laatst geraadpleegd op 4 september 2017] Wat niet zo direct uit het verslag van LtKol Rongé blijkt is dat de Belgische ambassade twee initiatieven had genomen om de Belgen in De Panne op te halen. Enerzijds werd de “Diamant” gecharterd, anderzijds werd de A4 van het Marinekorps aangeduid voor deze opdracht.
    “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 937 en p 939.
  2. Soldaat Lodewijk De Pauw overleed op 25 mei aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Hij ligt nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.