Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied

Situatie op 10 mei 1940

Type Staf
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groot Hoofdkwartier
Bevelhebber Luitenant-generaal Emile Duvivier
Adjunct Kolonel Massaux
Air Attaché te Londen Luitenant-kolonel Louis Wouters
Stafchef Majoor Leon Renson
Standplaats Koninklijke Militaire School te Brussel (vredestijd)
Fort Steendorp te Temse (oorlogstijd)
Samenstelling Staf 1ste Bureau – Operaties
2de Bureau – Inlichtingen (Kapt SBH Léon De Soomer)
3de Bureau – Personeel en Materieel
4de Bureau – Transport, Bevoorrading en Evacuaties
31ste Bataljon Transmissietroepen (Majoor Achslogh)
Generale Staf der Militaire Luchtvaart (Generaal-majoor Paul Hiernaux)
Generale Staf der Grondverdediging tegen Luchtdoelen (Generaal-majoor Adrien Frère)

Tijdens de mobilisatie
Commando DAT
Tijdens het interbellum wordt de luchtverdediging uitgebouwd rond twee pijlers, een militaire en een burgerlijke pijler. De militaire pijler is opgedeeld volgens de zone van het grondgebied dat verdedigd wordt. Enerzijds is er de luchtverdediging van het grondgebied ingenomen door het veldleger (“legerzone”) onder de verantwoordelijkheid van de Generale Staf van het Leger (EMGA) die hiervoor beschikt over het Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied (DAT) en de verschillende luchtverdedigingseenheden van de Divisies. Anderzijds is er de luchtverdediging van het achterliggende deel van het land (“achterwaartse zone”) dat valt onder de bevoegdheid van het Ministerie van Landsverdediging die hiervoor beschikt over de Territoriale Wacht voor Luchtafweer (GTA). De burgerlijke pijler ressorteert eveneens onder de bevoegdheid van het Ministerie van Landsverdediging en bestaat uit de Passieve Luchtbescherming.

Het Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied (DAT) is de overkoepelende staf voor de militaire luchtvaart en de luchtafweer van het veldleger. Deze staf bevindt zich in vredestijd in de gebouwen van de Koninklijke Militaire School in het gedeelte waar zich ook de Krijgsschool en de Generale Staf bevond (ingang Kortenberglaan). In tegenstelling tot onze buurlanden was de DAT geen afzonderlijke macht maar stond zij volledig in steun van het landleger met als enige taak de luchtverdediging. De eenheden waren dan ook georganiseerd zoals de eenheden van de landstrijdkrachten.

Het DAT onder leiding van Luitenant-generaal Emile Duvivier zorgt voor de coördinatie tussen de Generale Staf der Militaire Luchtvaart en de Generale Staf der Grondverdediging tegen Luchtdoelen en omvat een vijftigtal militairen. Duvivier beschikt eveneens over het 31ste Bataljon Transmissietroepen dat met drie compagnies radiotelegrafisten het radionetwerk tussen de diverse staven uitbaat. De geheime nota nr 1291/294 van 8 april 1940 opgesteld door het 1ste bureau van de Generale Staf van het Leger (EMGA) laat ons toe een beter inzicht te krijgen in hoe het luchtruim werd beheerd teneinde het neerhalen van bevriende vliegtuigen te vermijden. De militaire en burgervliegvelden hadden de plicht de permanentie van de loerdienst (Centre Nationale de Renseignement et d’Alerte de Bruxelle – CNRA) evenals de negen provinciale inlichtingen en alarmcentrales (Centres Provinciaux de Renseignement et d’Alerte – CPRA) te verwittigen van alle geplande vluchten. Deze vluchten moesten uitgevoerd worden onder de 1000 meter. Het CNRA legt een lijst aan van geplande vluchten die verstuurd wordt aan de CPRA en de eenheden van de DTCA om elk misverstand te vermijden. Elke niet geregistreerde vlucht van Duitse, Britse en Franse vliegtuigen moet beschouwd worden als een schending van ons luchtruim.

In de jaren voor het begin van de Tweede Wereldoorlog is de volledige luchtvloot van België aan vervanging toe. Luitenant-generaal Duvivier, Chef van de Luchtverdediging van het Grondgebied (DAT) dringt er bij de regering op aan de nodige aankopen te doen en neemt zelf ook enkele initiatieven. In ijltempo wordt gezocht naar oplossingen om de vloot te vernieuwen. Een eerste bestelling van 22 Gloster Gladiator Mk1 jachtvliegtuigen werd in maart 1937 geplaatst door de Belgische regering bij Gloster Aircraft (Hucclecote, UK). In het licht van de snel verslechterende politieke toestand in Europa vraagt LtGen Duvivier haast te maken met de aanschaf van 40 Spitfires of Hurricanes. Uiteindelijk plaatst de regering in maart 1939 een order voor twintig Hawker Hurricane. Om de levering van de vliegtuigen vlot te laten verlopen stuurt het Comdo DAT Luitenant-kolonel Wouters als Luchtvaartattaché naar Londen. Eind 1939 gaat de Belgische regering op zoek naar nog meer nieuwe vliegtuigen om de Belgische Luchtmacht te moderniseren maar de vraag wereldwijde vraag naar vliegtuigen is groot en de vliegtuigproducenten van de grootmachten draaien op volle toeren om aan de binnenlandse behoefte te voldoen. Twee opvallende aankopen worden gedaan: enerzijds wordt in de Verenigde Staten een bestelling geplaatst van 40 Brewster Buffalo’s en in Italië een bestelling van 40 Fiat CR.42.

Commando DAT
Het Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied (Commando DAT) is reeds op 9 mei omstreeks 23u00 op de hoogte van de dreigende Duitse inval. Generaal Duvivier stelt even na middernacht voor aan het Groot Hoofdkwartier om de vliegtuigen te laten uitwijken naar hun oorlogsvliegvelden zodra het daglicht dit toelaat en om de jachtsmaldelen van het 2de Luchtvaartregiment over het oostelijke deel Albertkanaal te laten patrouilleren, een preventieve maatregel die ze ook al genomen hadden bij het alarm in januari 1940. Generaal Michiels, stafchef van ons leger, vindt dit laatste evenwel niet nodig en beperkt de opdracht van onze luchtmacht tot het dekken van de geplande afmars van de 11de Infanteriedivisie uit het Kamp van Beverlo te Leopoldsburg.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen