Groepering Ninitte

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Groepering Ninitte |Gpg Ninitte
Groupement Ninitte
Type Battlegroup op niveau divisie
Onderdeel van Cavaleriekorps
Bevelhebber Generaal-majoor Robert Ninitte
Standplaats Alarmstelling Noord-Limburg
Vooruitgeschoven Stelling Noord-Limburg
Zone De Maat – Maasmechelen
Commandopost te Hasselt
Tijdelijke Eenheden Hoofdkwartier
  1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders
  Compagnie C47 op T13 van de 3de Infanteriedivisie
  Wielrijdersgroep der 14de Infanteriedivisie
  2de Regiment Gidsen
  Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie
  Iste Groep 19de Regiment Artillerie
  IIIde Groep 19de Regiment Artillerie

Tijdens de mobilisatie

Staf/Gpg Ninitte
De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgische grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele alarmposten langs de Belgisch-Nederlandse grens en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen [1]. Voor het Cavaleriekorps (CK) dat heeft postgevat achter het Albertkanaal van Beringen tot Diepenbeek betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals [3] tot Eisden nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart [4].

Voor deze opdracht wordt de Groepering Ninitte (Gpg Ninitte) opgericht. Deze ad hoc samengestelde formatie ter grootte van een divisie bestaat hoofdzakelijk uit eenheden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) aangevuld met andere elementen van het CK. De Groepering Ninitte werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Robert Ninitte, Commandant Cavalerie van de 2CD [5].

Links van de Gpg Ninitte bezet de 18de Infanteriedivisie (18Div) het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [6] en voert er een gelijkaardige opdracht uit ten behoeve van het IVde Legerkorps (IV/LK) en rechts van de Gpg Ninitte verlengt de Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div) de verdediging van de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart in opdracht van het Iste Legerkorps (I/LK).

 Aan de vooravond van de oorlog is de Gpg Ninitte als volgt opgesteld:

  • Het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy) is ontplooid langsheen het Kanaal Bocholt-Herentals in de Ondersector De Maat-Kaulille en wordt ondersteund door twee batterijen 105mm houwitsers van de IIIde Groep van het 19de Regiment Artillerie (III/19A).  Het 1Cy heeft versterking gekregen van de Compagnie C47 op T13 van de 3de Infanteriedivisie (Cie C47 op T13 3Div). Deze twaalf gemechaniseerde anti-tankkanonnen staan verspreid opgesteld en zijn geïntegreerd in de diverse steunpunten van 1Cy. 
  • Het 2de Regiment Gidsen (2G) bezet de Ondersector Kaulille-Neeroeteren van de Vooruitgeschoven Stelling, een bijzonder uitgestrekte ondersector van zo’n 25 Km lengte, langsheen het Kanaal Bocholt–Herentals en de Zuid-Willemsvaart. Het regiment heeft zijn commandopost opgesteld te Gruitrode dat tevens is ingericht als anti-tankstelling.  De 7de Batterij van III/19A ondersteunt het 2G vanop de Gerkenberg te Bree.
  • Ten oosten van 2G, tussen de Zuid-Willemsvaart en de Belgisch-Nederlandse grens, bemant de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie (GpCy 14Div) enkele alarmposten (Postes d’alerte oftewel PA) langs de Maas.
  • Het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) is ontplooit op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart van Neeroeteren tot aan de brug van Vucht (exclusief) ten noorden van Maasmechelen. De commandopost van het regiment wordt opgesteld te As dat tevens is ingericht als anti-tankcentrum.  Het 1JP wordt te As versterkt door het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie (EskCy 1Div).  De Iste Groep van het 19de Regiment Artillerie (I/19A) levert vuursteun met drie batterijen die op enkele kilometer achter de Zuid-Willemsvaart zijn opgesteld. Het regiment is ook verantwoordelijk voor het bemannen van enkele alarmposten langs de Maas in zijn ondersector.
  • Generaal-majoor Ninitte heeft zijn commandopost te Hasselt.

Staf/Gpg Ninitte
Zeer vroeg in de ochtend worden de eenheden van de Gpg Ninitte die de Belgisch-Nederlandse grens bewaken langs de Maas door de vijand aangevallen. Om 04u30 onderneemt een Duits commando in uniformen van de Nederlandse Marechaussee een poging om de Maasbrug van Maaseik in het vak van de GpCy 14Div intact te veroveren. Het peloton belast met de bewaking van de brug slaagt erin de aanval af te slaan en de brug over de Maas tot ontploffing te brengen. Rond 05u30 steekt de vijand te Meeswijk en Rotem, in de ondersector van 1JP, de Maas over. De pelotons van 1JP ontplooid op de Alarmstelling houden stand maar kunnen niet beletten dat de vijand twee bruggenhoofden over de Maas kan slaan. Het wordt onmiddellijk duidelijk voor de Staf/Gpg Ninitte dat de oorlog is uitgebroken, nog voordat hij officieel werd aangekondigd. Zodra de schending van de grens om 05u45 bevestigd wordt, beveelt de commandant van het CK om de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JP uit te voeren. Dit met uitzondering van de brug van Lanklaar die moet dienen om de pelotons opgesteld op de Alarmstelling toe te laten binnen de eigen linies terug te keren. Voor 06u00 zijn alle bruggen in de ondersector van 1JP, met uitzondering van die van Lanklaar, opgeblazen. 

Om 06u00 wordt de algemene mobilisatie afgekondigd waarmee nu ook officieel het begin van de oorlog in België bevestigd wordt. Om 06u30 krijgen de wielrijders van de GpCy 14Div de toelating om de Alarmstelling te verlaten en zich terug te trekken achter de Zuid-Willemsvaart en binnen te lopen in de ondersector van 2G. Om 07u30 krijgen ook de alarmposten bezet door 1JP bevel terug te trekken. Even voor 08u00 bevestigt de Staf/Groepering Ninitte dat de regimentscommandanten van 1Cy en 2G hun verzegelde omslagen met geheime orders mogen openmaken. Hierin staat dat de bruggen over het Kanaal Bocholt – Herentals en de Zuid-Willemsvaart tot ontploffing moeten worden gebracht. Rondom 08u00 worden de bruggen van Bree, Opitter en Voorshoven in de ondersector van 2G opgeblazen zoals voorzien in het verdedigingsplan. Hetzelfde gebeurt in de ondersector van het 1Cy. Als laatste brug vliegt de brug van Lanklaar om 08u30 de lucht in, zodat tegen dan alle bruggen op het Kanaal Bocholt-Herentals en de Zuid-Willemsvaart in de zone van de Groepering Ninitte vernield zijn en de Vooruitgeschoven Stelling klaar is voor de komst van de vijand.

Tussen 09u00 en 10u00 wordt op de rechterflank van de groepering contact gemaakt langsheen de Zuid-Willemsvaart ter hoogte van de brug van Eisden in het vak van I/1JP. De vijand maakt rond 11u00 contact met II/1JP tussen Rotem en Dilsen. Na een korte reorganisatie wordt de GpCy 14Div vanaf 13u00 in versterking gegeven van I/2G en ingezet in de omgeving van Bocholt. Vanaf de late namiddag zijn ook de troepen van het 2G verwikkeld in vuurgevechten. Alleen het op de linkerflank gelegen 1Cy zal gespaard blijven van de Duitse voorhoedes.

Generaal-majoor Ninitte kan niet beletten dat om 14u00 de twee groepen van 19A, die hij in steun had gekregen voor de verdediging van de Vooruitgeschoven stelling, teruggetrokken worden achter het Albertkanaal. Net op het ogenblik dat de groepering zonder vuursteun komt te zitten slaagt de vijand erin een bruggenhoofd te slaan te Vucht op de limiet van 1JP en de GpCy 17Div. De regimentscommandant van 1JP ziet zich verplicht om zijn reserve, die de anti-tankstelling van As bemant, naar Vucht te sturen om het vijandelijk bruggenhoofd in te dijken. De Staf/Gpg Ninitte stuurt rond 16u00 de GpCy 14Div naar 1JP om stelling te nemen in de omgeving van As. Ook om 16u00 geeft de Staf het bevel dat de eenheden van de groepering tot het invallen van de duisternis, om 18u00, op stelling moeten blijven waarna kan begonnen worden met de terugtocht achter het Albertkanaal. De achterhoedes moeten stand houden tot middernacht. Omstreeks 19u00 wordt de GpCy 14Div teruggetrokken achter het Albertkanaal. De terugtocht naar het Albertkanaal wordt uitgevoerd tijdens de eerste helft van de nacht van 10 op 11 mei. 1Cy en 2G vertrekken als eerste en hun achterhoedes steken het Albertkanaal over omstreeks middernacht. Het 1JP dat erin slaagt het vijandelijk bruggenhoofd van Vucht in te dammen verlaat zijn stellingen pas om middernacht. Rond 02u30 meldt Kapitein van Zuylen van Nyevelt aan zijn Regimentscommandant dat alle eenheden van het 1JP het Albertkanaal overgestoken zijn. 

Staf/Gpg Ninitte
Bij de overschrijding van het Albertkanaal is de opdracht van de Groepering Ninitte de facto afgelopen.  Terwijl de manschappen van de eenheden enkele uren rust krijgen in hergroeperingszones ten zuiden van het Albertkanaal worden de regimentscommandanten naar het HK van de Gpg Ninitte geroepen om er op de hoogte gebracht te worden van de toestand. In de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div) steken Duitse pantsertroepen het Albertkanaal over gebruik makend van de door parachutisten intact veroverde bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt.  ‘s Morgens  zijn de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en de vijand begeeft zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen. 

De cavaleristen van de Groepering Ninitte krijgen de opdracht om een dwarsstelling haaks op het Albertkanaal in te nemen teneinde de flank te beveiligen van de eenheden van het CK die zich daar nog bevinden en zich moeten terugtrekken achter de K.W. Stelling. Deze defensieve lijn, die de naam Bretel van Kortessem, meekrijgt loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De rechter onderssector van de stelling zal verdedigd worden door 2G, 1JP en de GpCy 14Div van de Groepering Ninitte, de linker ondersector van de stelling wordt bezet door het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47 op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het Wielrijderseskadron van de 1Div  (EskCy 1Div). Het commando van de eenheden ontplooid op de Bretel van Kortessem berust bij Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie van de 1Div. 

De rol van GenMaj Ninitte is uitgespeeld en hij vervoegt in de namiddag de commandopost van het CK in het kasteel Spinveld aan de Metsterenweg ten noorden van Sint-Truiden.  Hij reist echter niet onmiddellijk door naar de staf van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) omdat hij zich moet klaar houden voor een nieuwe opdracht. Bij valavond beslist het Groot Hoofdkwartier (GHK) immers om de verdediging van het Albertkanaal op te geven en terug te trekken achter de K.W. Stelling. Om de terugtocht van de verschillende divisies die zijn opgesteld langs het kanaal te beveiligen moeten de andere eenheden van het CK de 2CD komen versterken op de Demer/Gete-Stelling. De 2CD had zich al van bij het begin van de oorlog geprepositioneerd achter de Demer en de Gete. GenMaj Ninitte wordt door de Commandant van het CK aangeduid om het bevel voeren over het gedeelte van de dwarsstelling  langs de Winterbeek, die het Albertkanaal met de Demer/Gete-Stelling verbindt. Ondertussen heeft zijn staf zich verplaatst van Hasselt naar Okselaar ten noorden van Diest waar zich ook het HK van de 6de Infanteriedivisie (6Div) bevindt.

Na een kortstondig contact met de vijand op 11 mei wordt de bretel van Kortessem rond middernacht ontruimt waardoor enkele van de cavalerieregimenten terug onder bevel van GenMaj Ninitte komen te staan.


Staf/Gpg Ninitte
Het Cavaleriekorps krijgt in de loop van de ochtend het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Tienen over Diest tot Tessenderlo (aan de Winterbeek) en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Kwaadmechelen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. 

De Staf/Gpg Ninitte staat nu opgesteld te Okselaar en sommeert er de regimentscommandant van 2G dat opnieuw onder het bevel van de groepering kom te staan om nieuwe bevelen in ontvangst nemen. Daar wordt duidelijk dat de groepering het uiterste noorden van de nieuwe verdedigingslinie zal bezetten. De Groepering Ninitte zal nu worden samengesteld uit het 2G, het 1Cy en het 1ste Regiment Karabiniers (1C) van de 6Div. Om het veldleger toe te laten de K.W. Stelling op een veilige manier te vervoegen, zal de groepering Ninitte een troepenscherm ontplooien tussen Eindhout in het westen en de Winterbeek in het oosten teneinde het marsgebied van de zich terugtrekkende eenheden te beveiligen tot de nacht van 13 op 14 mei. Volgens plan zal het 1C zijn huidige positie langs het Alberkanaal tussen Eindhout en Vorst blijven bemannen, het 2G verlengt de stelling van 1C naar het oosten en maakt de verbinding tussen de brug van Kwaadmechelen (inclusief) aan het Albertkanaal en de Winterbeek terwijl het 1Cy de verbinding zal maken met de Demer/Gete-Stelling waar de rest het CK post vat. 

De uitvoering verloopt echter anders. De 6Div heeft op 11 mei uit de orders van het IIde Legerkorps (II/LK) immers begrepen dat ze zich zo snel mogelijk naar de K.W. Stelling moeten begeven. Daarop gaf Luitenant-generaal Jansen, divisiecommandant van de 6Div, de regimenten in lijn  opdracht om de stellingen al tijdens de nacht van 11 op 12 mei op te breken en richting K.W. Stelling te marcheren. Enkel de oeverbunkers moeten nog bemand blijven door de achterhoede.

1C/Gpg Ninitte
Het 1C bevindt zich op 12 mei om 03u45 al te Westerlo waar ze halt houden bij dageraad, gezien het verbod om verplaatsingen te voet bij daglicht uit te voeren. Bezorgd om de geringe vorderingen die het 1C gemaakt heeft tijdens de nacht van 11 op 12 mei hervat het regiment de mars vanaf 13u30. Om het risico op ontdekking door vijandelijke vliegtuigen te minimaliseren, worden de pelotons één per één op weg gezet om via Westmeerbeek het dorp Booischot te bereiken. Wanneer de regimentscommandant van 1C contact opneemt met het HK van het IIde Legerkorps laat men hem weten dat de volledige aftocht van het kanaal een overhaaste beslissing was. Hij krijgt opdracht om zijn IIIde Bataljon (III/1C) terug te sturen naar het Albertkanaal teneinde de volledige voormalige sector van 1C te bezetten tussen Eindhout en Vorst. Om 18u05 krijgt 1C te horen dat ook de andere bataljons moeten terugkeren naar het Albertkanaal. De commandopost van het regiment is dan al terug operationeel te Westelo en het IIIde Bataljon van Majoor Torrele is aangekomen te Veerle klaar om zijn compagnies te ontplooien.

2G/Gpg Ninitte
Ook bij 2G loopt het fout. Bij het verlaten van de Bretel van Kortessem, in de nacht van 11 op 12 mei, mist het 5Esk van de IIde Groep (5/II/2G) het rendez-vous (RV) met de vrachtwagens die de fuseliers kwamen oppikken. Het eskadron ziet zich verplicht de verplaatsing naar de hergroeperingszone regiment te Bekkevoort nabij Diest noodgedwongen te voet uit te voeren. Om 14u00 wanneer de rest van het regiment zich reeds te Veerle bevindt is het 5de Esk van II/2G pas in Bekkevoort toegekomen. Volledig uitgeput wordt de manschappen rust gegund tot de volgende dag. In Veerle komt de Staf/2G te weten dat het 1C zijn positie aan het Albertkanaal al verlaten heeft. In Veerle slagen ze er echter in om het voorbijfietsende Eskadron Wielrijders van de 6Div (EskCy 6Div) te onderscheppen en aan het regiment toe te voegen. Het EskCy 6Div wordt onmiddellijk naar het Albertkanaal gestuurd in afwachting van de aankomst van 1C.  Het 2G richt intussen een steunpunt in ter hoogte van de brug van Kwaadmechelen. Tijdens de nacht van 12 op 13 mei verplaatsen de bataljons van 1C zich opnieuw naar het kanaal om er stelling te nemen.

1Cy/Gpg Ninitte
Bij 1Cy is intussen de verwarring ook compleet. Het 1Cy bevindt zich in de nacht van 11 op 12 mei te Sint-Truiden waar het regiment een anti-tankstelling bezet. Rond middernacht verlaat 1Cy zijn stellingen te Sint-Truiden en vertrekt via Wilderen, Booienhoven, Helen en Grimde naar Tienen waar omstreeks 04u00 rustkantonnementen worden ingenomen te Zuurbemde (I/1Cy), Hoelede (II/1Cy) en Waanrode (wagenpark van het regiment). De regimentscommandant, Kolonel Flameng, neemt contact op met de staf van de 2CD te Kersbeek-Miskom en verneemt er dat het regiment in twee fracties opgedeeld zal worden. Het I/1Cy zal toegevoegd worden aan het commando van de Brigade Vervoerde Cavaleristen om samen met het 2G te ontplooien langsheen de Winterbeek. Het II/1Cy wordt samen met het gros van de C47 anti-tankkanonnen aangehecht bij het 2Cy dat de Ondersector Noord langsheen de Gete bezet. Kol Flameng wordt doorgestuurd naar de CP van 2Cy te Kortenaken om hier de definitieve bevelen voor de ontplooiing af te wachten. In de late namiddag van 12 mei, net voor de aanvang van de verplaatsingen, ontvangen de beide bataljons rechtstreeks een tegenbevel. Het 1Cy zal samenblijven en wordt in zijn geheel doorgestuurd naar Tessenderlo om het noordelijke uiteinde van de dwarsstelling aan de Winterbeek te bezetten. De marsroute zal over Bekkevoort, Scherpenheuvel, Aarschot, Herselt, Averbode en Veerle naar Tessenderlo leiden. Kol Flameng en zijn stafofficieren bevinden zich op dat ogenblik nog te Kortenaken en wordt laattijdig op de hoogte gesteld van de nieuwe missie. In alle vaart reist de staf het regiment achterna om te Klein Kempen in de buurt van Waanrode opnieuw aansluiting te vinden met de staart van de colonne van het regiment. Flameng haast zich vervolgens naar Scherpenheuvel waar hij het gros van zijn troepen terugvindt. De regimentscommandant beschikt echter niet over orders voor de stellingname achter de Winterbeek en haast zich naar Okselaar waar het HK van Generaal-majoor Ninitte staat opgesteld om gebriefd te worden over zijn nieuwe opdracht. Het 1Cy houdt noodgedwongen halt in de abdij van Averbode terwijl de regimentsstaf te Okselaar de bevelen voor de komende ontplooiing ontvangt. De inplaatstelling van het regiment zal in de tweede helft van de nacht van 12 op 13 mei plaats vinden.

Staf/Gpg Ninitte
Wanneer de dag aanbreekt bevindt enkel het 2G zich op de voorziene stelling en dan nog met slechts drie van de vier eskadrons. 1C en 1Cy zijn nog in volle opmars naar hun stellingen. Voorts heeft het EskCy 6Div een waakscherm opgesteld langs het kanaal tussen Eindhout en Kwaadmechelen.

Terwijl de inplaatsstelling van de Groepering Ninitte in volle gang is, slaagt de vijand er in om te Kwaadmechelen het Albertkanaal over te steken. De Duitsers slaan een klein bruggenhoofd dat zich uitstrekt tot aan de zuidrand van het bos te Genendijk. Het EskCy 6Div dient de aanval terug te werpen, maar zal niet in deze opdracht slagen. Het 1C rukt op tot de kanaaloever maar wordt om 13u30 op de perimeter van het Duitse bruggenhoofd gestopt. Ze slagen er wel in de Duitsers te beletten het bruggenhoofd te vergroten. Ondertussen is de vijand ook opgedoken langs de winterbeek. Vanaf de middag zijn er sporadische vuurgevechten tussen de bataljons van 1Cy en vijand over de ganse lengte van het dispositief. 

Omstreeks 23u00 wordt het bevel gegeven de terugtocht naar de K.W. Stelling aan te vatten, de opdracht om de vijand te vertragen op de Gete/Demer-Stelling tot de nacht van 13 op 14 mei is uitgevoerd.  Het 2G vormt de achterhoede tijdens de terugtocht van de Groepering Ninitte. De opdracht van de groepering loopt ten einde en de verschillende eenheden worden opnieuw bij hun normale commando’s ondergebracht.

1C/Gpg Ninitte
Kort na middernacht verplaatst de regimentscommandant van 1C, Kolonel Oor, zijn commandopost naar het gemeentehuis van het dorp Vorst. De regimentscommandant ziet hier tussen 03u00 en 04u00 het I/1C en II/1C passeren op weg naar hun nieuwe opdrachten. Het II/1C houdt halt aan de oostrand van Vorst voor een broodnodige pauze. Het III/1C dat op 12 mei als eerste werd teruggestuurd naar het Albertkanaal bezet in de vroege ochtend zonder problemen de linker ondersector van het nieuw dispositief van 1C tussen Eindhout en Veedijk. Het I/1C die het centrum van de ondersector moet bezetten bereikt zonder problemen het Albertkanaal vanaf 06u00. Intussen hebben de Duitsers ter hoogte van de brug van Kwaadmechelen een klein bruggenhoofd in handen dat zich uitstrekt tot aan de zuidrand van het bos te Genendijk. De colonne van II/1C verlaat Vorst om 08u00 richting Tessenderlo om van hier uit de perimeter van het Duitse bruggenhoofd af te tasten. Om 13u30 wordt verbinding gemaakt met elementen van het EskCy 6Div. Het Duitse bruggenhoofd belet II/1C om verder op te rukken naar het Albertkanaal maar anderzijds kan II/1C het bruggenhoofd indammen. 

2G/Gpg Ninitte
Het 2G organiseert zijn gevechtsstellingen langs de  nieuwe defensieve lijn en de zal de brug te Kwaadmechelen verdedigen met de IIde Groep weliswaar zonder het 5Esk en de Winterbeek met de Iste Groep. Vanaf 11u00 wordt contact gemaakt met de vijand te Kwaadmechelen en even later breekt de hel los langsheen vrijwel de ganse Winterbeek. De vuurgevechten duren de ganse dag en de situatie wordt bijzonder ernstig wanneer de Duitsers omstreeks 18u30 een doorbraakpoging naar Tessenderlo ondernemen.

1Cy/Gpg Ninitte
Het 1Cy ontvangt de opdracht om zijn troepen in plaats te stellen tussen de stad Diest in het zuiden en de Winterbeek in het noorden, met het IIde Bataljon op de linkerflank en het Iste Bataljon op de rechterflank. Bij het aanbreken van de dag bevindt het 1Cy zich nog niet op zijn stelling, de opmars naar de gevechtsposities zal in de tweede helft van de nacht van 12 op 13 mei plaats vinden. De eerste elementen van het regiment komen aan op hun posities rondom 06u00. De inplaatsstelling zal echter de ganse ochtend in beslag nemen zodat Kolonel Flameng pas tegen het middaguur kan melden dat de allerlaatste formaties ontplooid zijn. Het II/1Cy staat nu opgesteld achter de Winterbeek tussen Deurne (bij Diest) en Schaffen, het I/1Cy heeft postgevat achter de spoorlijn Diest-Tessenderlo van Schaffen tot Fort Leopold in de noordrand van Diest.

 


Tijdens de avond van 15 op 16 mei 1940 wordt bij de reorganisatie van het Cavaleriekorps besloten om alle detachementen die niet langer strijdvaardig zijn te evacueren naar West-Vlaanderen.  Generaal-majoor Ninitte krijgt het bevel over deze troepen, aangevuld met een groepje officieren waaronder Luitenant SBH Boussemaere als stafchef.  De tweede Groepering Ninitte krijgt het bevel om deze detachementen in twee etappes naar Tielt over te brengen.  Aan het eind van de eerste etappe moet te Oordegem overnacht worden.

De nieuwe Groepering Nintte komt aan te Tielt tijdens de nacht van 16 op 17 mei.  De groepering wordt hier georganiseerd in twee detachementen: een eerste groep omvat de militairen van de 1ste Cavaleriedivisie en staat onder het bevel van Majoor Coomans van 2L.  De tweede groep omvat de militairen van de 2de Cavaleriedivisie en staat onder het bevel van Majoor Crèvecoeur van het 2JP.


De Groepering Ninitte wordt verplaatst naar Proven met het oog op een evacuatie naar Frankrijk.


Robert Ninitte dient zijn cavaleristen over te brengen naar Saint-Omer.


De troepen komen aan te Saint-Omer op 20 mei en worden bevoorraad door het Franse plaatscommando.  

Er wordt een nieuw gevechtseskadron samengesteld met de overtollige militairen van de 2de Cavaleriedivisie. Het eskadron krijgt de volgende slagorde:

  • Eskadronscommandant: Kapitein-commandant Chesselet (1L)
  • Adjunct: Ajudant Renard
  • 1ste Peloton Fuseliers: Luitenant Wargniez (1L)
  • 2de Peloton Fuseliers: Bevelhebber onbekend (1JP)
  • 3de Peloton Fuseliers: Onderluitenant d’Oultremont (2JP)
  • 4de Peloton Mitrailleurs: Adjudant Desclée de Maredsous
  • Sectie C47 Anti-tankkanonnen: Luitenant del Marmol (1L)

Het eskadron verlaat Saint-Omer rondom 17u00 en reist via Bergues, Hondschoote, Veurne, Nieuwpoort en Gistel tot in Varsenare.

De groepering verneemt dat de Duitse troepen de Atlantische kust bereikt hebben en er geen vrije doorgang naar Zuid-Frankrijk meer mogelijk is.  De generaal besluit hierop om naar Vlaanderen terug te keren.

Het detachement bereikt Rekkem en steekt hier de grens over.


De Groepering Nintte verlaat Rekkem en vervoegt Wulveringem nabij Veurne.  De groepering zal hier ingekwartierd blijven tot 28 mei.  Uit de nog beschikbare manschappen en materieel worden twee detachementen samengesteld die opnieuw bij de troepen van het Cavaleriekorps ingezet zullen worden.

De manschappen in overtal hebben geen bewapening en voertuigen meer.

Maandag 27 mei 1940

Dinsdag 28 mei 1940

Na het nieuws van de overgave laat Generaal-majoor Ninitte zijn detachement vertrekken naar Raversijde (detachement Coomans) en Leffinge (detachement Crèvecoeur).  De generaal richt zijn commandopost in te Raversijde.  Hij vertrekt hierop naar de Westende en bekomt bij de intendance het nodige geld om de soldijen uit te betalen.

In de loop van de avond wordt het detachement Coomans overgebracht naar Torhout om alzo aan de aanhoudende gevechten langsheen de kust te ontkomen.  Dit detachement zal tijdens de verplaatsing echter onderschept worden door Duitse troepen en afgeleid worden richting binnenland.  Coomans en zijn militairen zullen aanvankelijk Oudenaarde en vervolgens Aalst bereiken.

Generaal-majoor Ninitte gaat op zoektocht naar het detachement Coomans en belandt zo op 30 mei op eigen houtje te Brussel.  De bezetter stuurt de generaal naar huis met het bevel zich dagelijks op de Feldkommandantur op de Troonplaats aan te bieden voor de overbrenging naar een krijgsgevangenenkamp in Duitsland.  Ninitte gehoorzaamt maar is enkele weken later nog steeds te Brussel.  Wanneer de Duitsers laten weten dat hij kan stoppen met het dagelijkse bezoek aan het plaatscommando, blijft de generaal gewoon thuis.  Hij is een van de zeldzame opperofficieren die niet in krijgsgevangenschap zal verblijven.

Slachtoffers
Zie eenheden

Bibliografie en Bronnen

  1. Enkel het IIde Legerkorps, dat staat opgesteld tussen het Cavaleriekorps en het IVde Legerkorps neemt geen stelling op de Vooruitgeschoven stelling. Het II/LK beschikt in tegenstelling met het IV/LK en het CK slechts over twee infanteriedivisies. Het Iste Legerkorps, dat ook slechts over twee infanteriedivisies beschikt, moet slechts een beperkt gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling bemannen omdat in de zone van dit korps de Alarmstelling, de Vooruitgeschoven Stelling en de Dekkingstelling samenvallen met het Albertkanaal langs de grens met Nederland. Het I/LK wordt voor deze opdracht versterkt met de Wielrijdersgroep van de 17Div.
  2. Dossier 2de Cavaleriedivisie, Centrum voor Historische Documentatie, Evere.
  3. Het Kanaal Bocholt – Herentals is één van de zeven Kempische kanalen (ook wel Verbindingskanaal Maas-Schelde of Grenskanaal genoemd)  die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_bocholt_herentals/kanaal_bocholt_herentals [Laatst geraadpleegd 10 februari 2019]
  4. De Zuid-Willemsvaart (ook wel Verbindingskanaal Maas-Schelde) is ook één van de zeven Kempische kanalen. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart [Laatst geraadpleegd 10 februari 2019].
  5. Naast de Divisiecommandant bekleedt de Commandant Infanterie van een infanteriedivisie of de Commandant Cavalerie van een cavaleriedivisie een belangrijke functie. Het was in 1940 gebruikelijk dat deze generaals vaak belast werden met de bevelvoering van ad hoc samengestelde formaties die het hoofd moesten bieden aan plots opduikende problemen (als dekkingsmacht voor de hoofdstelling of als flankhoede op de flanken).
  6. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is nog een ander van de zeven Kempische kanalen. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 10 februari 2019].
  7.