4de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Infanteriedivisie | 4ID
4ème Division d’Infanterie | 4DI
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Iste Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal René L.V.E. de Grave tot 14 mei 40
Generaal-majoor Eugène L.J. Van Trooyen vanaf 15 mei 40
Commandant Infanterie Generaal-majoor Fernand Brabant
Commandant Artillerie Kolonel E. Smedts
Commandant Transportkorps Majoor R. Gilkinet
Stafchef Majoor SBH J. Smesmans
Intendant 1ste Kapitein Intendant O. Willems
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Diepenbeek-Eigenbilzen
Commandopost te Hoeselt
Samenstelling Hoofdkwartier
7de Linieregiment
11de Linieregiment
15de Linieregiment
8ste Regiment Artillerie
4de Bataljon Genie
4de Bataljon Transmissietroepen
Wielrijderseskadron 4Div
Compagnie Getrokken C47 4Div (Luitenant H. Raeymaekers)
Compagnie C47 op T13 4Div (Luitenant Justin Engelen)
Geneeskundig Korps 4Div Staf (Med Maj C. Hanselin)
Geneeskundige Versterkingscompagnie (Med Lt C. Malmendier)
Lichte Ambulance (Med 1Kapt Frans Janssens)
Ambulance Infanteriedivisie (Med Kapt A. Dauby)
Sanitair Treinpeloton
Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties
Compagnie Intendance 4Div
Transportkorps 4Div Staf (Cdt E. Hinthel)
Peloton voor Infanteriemunitie (Lt E. Steenbruggen)
1ste Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt H. Dupont)
2de Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt H. Herremans)
1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt M. Graux)
2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A, Noyen)
Autopeloton voor Ravitaillering (Lt A. Hambursin)
Autopeloton voor Materieel (Lt L. Delree)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt V. Ummels)
Compagnie Luchtafweermitrailleurs 4Div (Kapitein-commandant Clément Reynders)
Provoost (Luitenant F. Poelmans)

Tijdens de mobilisatie

Staf/4Div
De 4de Infanteriedivisie (4Div) is een actieve divisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier in Hasselt had en die toentertijd organiek tot het IIIde Legerkorps (III/LK) behoorde. Voor de mobilisatie had de 4Div het commando over het 7de Linieregiment (7Li) dat gestationeerd was in de Dossinkaserne te Mechelen, het 11de Linieregiment (11Li) dat zich in de Dusartkaserne te Hasselt bevond en vanaf 01 augustus 1939 ook over het 14de Linieregiment (14Li) dat in Luik gestationeerd was. Het 8ste Artillerieregiment (8A) gekazerneerd in de Baron Michelkazerne te Mechelen leverde de nodige vuursteun als divisieartillerie. De 4Div wordt gemobiliseerd op 25 augustus 1939 bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. Drie dagen na zijn mobilisatie wordt de divisie doorgestuurd naar het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar ze, onder bevel van het IIIde Legerkorps, een waakscherm dienen op te richten tussen Lixhe en Eigenbilzen. Van zodra het 15de Linieregiment (15Li), een ontdubbelingsregiment van 7Li, begin september 1939 onder de wapens wordt geroepen, lost dit regiment het 14Li af. Het 14Li wordt onder bevel geplaatst van de pas opgerichte 11de Infanteriedivisie (11Div).

Op 10 november 1939 wordt de divisie voor een eerste maal onder het bevel van het Iste Legerkorps (I/LK) geplaatst wanneer dit korps een zone krijgt toegewezen in Zuid-Oost Limburg. Naast de 4Div wordt nu de 6de Infanteriedivisie (6Div) ontplooid die de defensieve stellingen van de 4Div verlengt van Eigenbilzen tot Diepenbeek. Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) waardoor de divisie zich kan vrijmaken voor een ver doorgedreven training in Leopoldsburg. Na dit trainingskamp wordt de divisie in reserve gehouden en neemt ze verschillende stellingen in tussen Diest en Hasselt.

Opstelling van de 4Div aan de vooravond van de oorlog.

Vanaf 30 maart 40 wordt de divisie opnieuw onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) waar ze de stellingen van de 6Div achter het Albertkanaal, tussen Eigenbilzen en Diepenbeek, overnemen. Het is niet abnormaal dat de 4Div de sector Diepenbeek overneemt aangezien deze divisie vertrouwd is met het terrein. Op 30 april 1940, nauwelijks tien dagen voor het uitbreken van de vijandelijkheden, wordt op de oostflank van de divisie de 5Div afgelost door de 7de Infanteriedivisie (7Div), een infanteriedivisie van Eerste Reserve.

Aan de vooravond van de oorlog bezet de 4Div nog steeds het Albertkanaal tussen Eigenbilzen en Diepenbeek. Rechts van de 4Div bevindt zich nu de 7de Infanteriedivisie (7Div) eveneens behorende tot het I/LK. De 7Div bezet stellingen tussen Lixhe en Eigenbilzen (exclusief) en de 4Div stellingen tussen Eigenbilzen (inclusief) en Diepenbeek. De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11Li bezet de rechterondersector en sluit aan op de stellingen van de 7Div, het 7Li bezet de middenondersector terwijl het 15Li op de linkerflank staat opgesteld. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in een kasteel te Hoeselt.

Staf/4Div
De divisie ontvangt het alarm rond middernacht en tussen 00u20 en 01u30 worden alle eenheden en detachementen onder bevel van 4Div gealarmeerd.

Om 03u10 vraagt het HK van de 4Div toelating aan het I/LK om de tetraëders te sluiten in het bruggenhoofd aan de sluis te Diepenbeek. Ze krijgen geen toelating zolang het Bataljon Grenswielrijders Limburg zich nog ten noorden van het Albertkanaal bevindt. Alleen bij een rechtstreekse aanval mag de overgang over de sluis afgesloten worden. Anderhalf uur later geeft de korpsstaf de toestemming om de ontstekingsmechanismen aan te brengen in de wegvernielingen op de toegangswegen tot het kanaal. Ook de spoorlijn Genk-Bilzen mag geblokkeerd worden. De commandant 15Li wordt met deze taak belast en moet tevens de stationschef te Genk verwittigen om geen treinstellen meer door te laten richting zuiden.

De divisie verneemt om 06u20 het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div). De toestand bij de naburige divisie is ernstig en Luitenant-generaal Vander Veken, commandant van het Iste Legerkorps, besluit dat de staf van de 7Div een plan moet uitwerken om een dubbele tegenaanval te lanceren naar de vijandelijke bruggenhoofden te Veldwezelt en Vroenhoven. De 4Div moet deze actie steunen door het I/11Li weg te halen van het tweede echelon van zijn rechtenondersector en het bataljon per vrachtwagen naar Riemst te laten vervoeren. Van dit bataljon zijn slechts de 1ste Compagnie en 4de Compagnie beschikbaar. De 2de Compagnie is aangeduid voor een anti-parachutistenopdracht en de 3de Compagnie bewaakt de korpsstaf te Tongeren. De vrachtwagens voor het transport. zullen geleverd worden door de 7Div. De divisiestaf weet op dat ogenblik nog niet precies wat er aan de hand is te Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne. Dit blijkt uit een nieuwe instructie van het I/LK van 07u05 om de binnenschepen die nog in de sector van de 4Div aangemeerd liggen te evacueren via Luik. Pas om 07u50 wordt bevestigd dat de brug te Kanne na vernieling in het kanaal gestort is en het Alberkanaal hier niet langer bevaarbaar is.

De geplande tegenaanval zal echter niet op gang komen omdat de verschillende eenheden die de actie moeten ondersteunen te laat verwittigd werden of er niet in zullen in slagen om Riemst te bereiken door de niet aflatende luchtaanvallen op al wie zich naar het oosten verplaatst.

Intussen komen de eerste berichten binnen op de divisiestaf van de acties van de Luftwaffe. De kerktoren van Eigenbilzen wordt geraakt en het observatiedetachement dat zich hier bevindt, moet teruggetrokken worden. Ook de telefoonlijn naar het geniedetachement aan de brug van Eigenbilzen raakt onderbroken. Het 4Gn vraagt om de brug te mogen opblazen, maar dit wordt voorlopig geweigerd. De eenheden langsheen het kanaal melden verschillende luchtacties op de stellingen maar gelukkig wordt er geen noemenswaardige schade geleden.

Rondom het middaguur ontvangt de staf een eerste update van de Vooruitgeschoven Positie, een defensieve lijn ten noorden van het Albertkanaal. De Wielrijdersgroep van de 17Div signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Het I/LK vraagt om een aantal vernielingen uit te voeren. Vooreerst dient de 7Div de spoorbrug en de wegbrug te Gellik en de wegbrug te Briegden te vernielen. Vervolgens moet ook het spoor gesaboteerd worden in het station van Eigenbilzen op de spoorlijn van Hasselt naar Maastricht. Vanaf 13u30 belt de divisiestaf de nodige orders door naar het 4de Bataljon Genie (4Gn), het 7Li en het 15Li om over te gaan tot de vernieling van de bruggen van Zutendaal, Eigenbilzen en Diepenbeek en de brug over het Kolendok. Alleen de meest westelijke wegbrug te Diepenbeek wordt intact gehouden om de aftocht van de dekkingstroepen mogelijk te maken. De aangeduide bruggen vliegen een goed uur later de lucht in. Even voor 15u00 laat het Peloton Verkenners van het 7Li weten dat de Wielrijdersgroep van de 17Div bevestigt dat op de Vooruitgeschoven Positie de bruggen te Vucht, Mechelen-aan-de-Maas, Boorsem, Rekem, de sluis van Neerharen en de spoorlijn te Lanaken allen vernield zijn.

De divisiestaf meldt om 15u30 aan het hoofdkwartier van het I/LK dat op het tweede echelon van de 7Div de naburige 1Cie van het 2de Regiment Karabiniers (2C) zich lijkt terug te trekken. Een verontruste Luitenant-generaal de Grave wil dringend weten waarom dit precies gebeurt.

Een half uur later meldt het 15Li dat de dekkingstroepen van de Vooruitgeschoven Positie nu met grote regelmaat passeren over de brug van Diepenbeek. Het Peloton Verkenners van dit regiment is op dat ogenblik te Genk en signaleert eveneens de doortocht van diverse elementen van het Cavaleriekorps (CK). Korte tijd later verliest de divisiestaf zijn telefoonverbinding met het hoofdkwartier van het I/LK te Tongeren.

Om 17u15 loopt een situatierapport over de tegenaanvallen door de 7Div binnen op de staf. Luitenant-generaal de Grave verneemt hier een eerste keer dat de inzet van de beide compagnies van I/11Li niet effectief geweest is. Er is sprake van de toewijzing van het IIde Bataljon van 15Li aan de 7Div en een mogelijke overbrenging van deze eenheid naar Rosmeer, maar dit plan zal niet doorgaan. Het rapport vermeldt tevens dat er alleen Duitse parachutisten op de westelijke oever van het Albertkanaal aanwezig zijn en er nog geen contact is gemaakt met vijandelijke grondtroepen.

Om 19u00 stuurt stafchef Majoor SBH Smesmans een bericht per estafette naar het hoofdkwartier van de 7Div te Genoelselderen om de melden dat de telefoonlijn tussen de beide staven niet meer functioneert. Smesmans meldt ook aan de 7Div dat er drie Franse pantserwagens [3] te Hoeselt gepasseerd zijn op weg naar het Albertkanaal. Het Peloton Verkenners van 15Li wordt uit Genk teruggetrokken rond 19u30 nadat de lokale telefooncentrale vernield werd.

Het I/LK vraagt om 21u00 om de westelijke brug van Diepenbeek nog zeker tot de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei open te houden en verwacht dat de laatste elementen van de dekkingstroepen tot middernacht zullen nodig hebben om het voorgebied van het Albertkanaal te ontruimen. De Staf I/LK laat eveneens weten dat Franse verkenners te Luik, Tongeren en Hasselt aangekomen zijn.

Cie C47 op T13 van de 4Div

  • Staf, 1 en 3/Cie C47 op T13
    Bij de start van de eerste oorlogsdag beschikt de compagnie over 10 operationele T13 tankjagers.  Het 1ste en het 2de Peloton zijn voltallig en kunnen beschikken over vier pantserwagens.  Het 3de Peloton heeft een voertuig in herstelling bij het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark van de divisie.  Een tweede voertuig staat in panne te Jesseren bij de staf van de Cie. Om 01u20 krijgt Luitenant Justin Engelen de opdracht om met de Cie C47 op T13 (-) het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers (2/I/1L) te vervoegen.  De compagnie van Lt Engelen verblijft op dat ogenblik te Jesseren en heeft de beschikking over het Stafpeloton, het 1ste en het 3de Pl.  Het 2/I/1L kantonneert in Overrepen ten noordwesten van Tongeren en staat hier stand-by voor eventuele anti-parachutistenopdrachten doorheen de ganse zone van het I/LK. De compagniecommandant stelt zich in verbinding met het 2/I/1L maar alvorens de beide pelotons tankjagers kunnen vertrekken, volgt een nieuw bevel om het geschut te verdelen onder de infanterieregimenten langsheen het Albertkanaal.  De compagniestaf en het stafpeloton zullen te Jesseren blijven.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2de Peloton, onder bevel van Onderluitenant Edmond Stiers, wordt ter beschikking gesteld van het Wielrijderseskadron van de 4DIv (Esc Cy 4Div) dat zich te Vliermaal bevindt en verantwoordelijk is voor de verdediging tegen luchtlandingen binnen de sector van de 4Div.  De stukken staan aanvankelijk rondom het dorp in voorlopige stellingen en worden om 11u30 uitgestuurd naar Kortessem om een melding van een vijandelijke luchtlanding te onderzoeken.  Het detachement is terug omstreeks 13u00 zonder iets gezien te hebben.

Cie getrokken C47/4Div
Om 02u30 krijgt Luitenant Raeymaekers opdracht om één peloton in Hoeselt te houden en een tweede peloton in versterking van I/11Li te sturen voor het uitvoeren van een anti-parachutistenopdracht.

Geneeskundig Korps/4Div
Het geneeskundig korps opent vanaf 03u30 de divisionaire hulpplaats te Hoeselt.

Transportkorps/4Div
Het met paardenkarren uitgeruste Peloton voor Infanteriemunitie verzorgt overdag de bevoorrading van het 7Li en ‘s nachts van het 11Li en het 15Li.

Compagnie Luchtafweermitrailleurs/4Div
De compagniestaf, 1ste en 3de Peloton bevinden zich te Kortessem.  Het 2de Peloton verdedigt het luchtruim rond het Autopeloton voor Ravitaillering te Kerniel.  Het 4de Peloton verzekert de luchtverdediging van de Autopelotons voor Infanteriemunitie te Wellen.

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940.

Staf 4 Div
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechter flank van de 4Div wordt bedreigd. Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren wordt het I/LK door het Groot Hoofdkwartier (GHK) opgelegd om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het I/LK over geen reserve beschikte diende deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Omstreeks 03u50 ontvangt de 4Div zijn orders van het I/LK. Luitenant-generaal de Graeve beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen op te stellen van Bilzen tot Kleine Spauwen. Het plan wordt tijdens de nacht uitgewerkt en de orders worden pas om 10u00 door GenMaj Brabant, Commandant van de Infanterie van de 4Div en tevens hoofd van het Achterwaarts HK, doorgegeven aan de Regimenten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaat het 11Li het Albertkanaal om de dwarsstelling te bezetten.

Het is weinig waarschijnlijk dat de eenheden in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten. De verdediging van de dwarsstelling wordt door het I/LK om 11u00 al opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog intact. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div.

Om 12u50 beveelt het I/LK de algehele aftocht naar Leuven. De eenheden van de 4Div ontvangen het bevel tot terugtrekken echter niet en blijven op de dwarsstelling tot 19u00. De 4Div wordt  echter niet overvleugeld om dat de vijand na het doorbreken van de dwarsstelling bij de 7Div naar het zuidwesten richting Tongeren en Hannuit zal oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.

De reden voor het niet doorgeven van de orders naar de regimenten ligt bij het feit dat het HK van de divisie om 09u30 wordt gesplitst in een hoofdmoot (Voorwaarts HK onder bevel van LtGen de Graeve) die verplaatst wordt naar Ulbeek en een kleinere stafeenheid (Achterwaarts HK onder bevel van GenMaj Brabant ondersteund door Cdt Nannan en Lt Lousse) die achterblijft te Hoeselt om de terugtocht van de 4Div te bevelen. Dit Achterwaarts HK krijgt om 10u30 bezoek van Kapitein SBH Fievez, Chef bureau operaties van de Staf I/LK, die meldt dat het HQ van het I/LK naar Mechelen-Bovelingen (Marlinnes) wordt overgebracht. Hierop verlaat het Achterwaarts HK Hoeselt om 10u35 en plooit geleidelijk terug via Schalkhoven (11u25) en Vliermaal (12u00) waar via de CP van het Esk Cy 4Div voor de laatste keer contact gemaakt wordt met het Voorwaarts HK in Ulbeek. Het Achterwaarts HK bereikt Kortessem om 13u00 en vervoegt uiteindelijk Ulbeek tegen 17u30. Het Voorwaarts HK verliet intussen Ulbeek al om 15u00 en begaf zich richting Kosen (noord van Sint-Truiden) waar het om 17u00 toekomt en van waaruit verder doorgetrokken wordt naar Bevekom om 21u00.

Het valt op dat de bevelvoering van de 4Div tijdens de verdediging van de dwarsstelling en de terugtocht naar het westen volledig rust op de schouders van GenMaj Brabant en zijn twee adjuncten. De verbindingen tussen het Voorwaarts HK en GenMaj Brabant enerzijds en de verbindingen tussen het Achterwaarts HK en de regimenten anderzijds zijn echter volledig verbroken waardoor de orders tot terugtrekking gegeven door het I/LK niet doorkomen. De eenheden van de 4Div blijven veel te lang op stelling staan. Om 14u00 brengt GenMaj Brabant nog een laatste bezoek aan de CP van het 7Li die zich op dat ogenblik in het kasteel van Schoonbeek bevond.

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13 4Div
    Het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers wordt vanaf 10u20 gehergroepeerd te Overrepen.  De pelotons van dit eskadron maken op enkele locaties contact met de vijand.  De eskadronsstaf onder leiding van Luitenant Warlet verlaat het dorp in alle haasten en passeert rond 11u30 door Jesseren waar zich nog steeds de compagniestaf van de Cie 47 op T13 bevindt.  Warlet meldt dat hij zich terugtrekt naar Kerniel en Borgloon en maant de compagniestaf aan om er eveneens vandoor te gaan.  Lt Engelen besluit om het wagenpark van zijn compagniestaf onmiddellijk te laten vertrekken onder leiding van 1ste Sergeant Van Swygenhoven.  De compagniecommandant beslist om het T13 voertuig dat te Jesseren in herstelling is, achter te laten. Engelen maakt nog een ronde doorheen het kantonnement om na te kijken of al het materieel weg degelijk meegenomen is wanneer de twee T13 voertuigen van het 3de Peloton van OLt Vincent aankomen. Deze beide tankjagers werden enkele uren voorheen uitgestuurd om de baan van Tongeren naar Hasselt te gaan verkennen.  Hierbij werden geen Duitse voertuigen ontdekt, maar werden de pantserwagens wel enkele keren beschoten door vijandelijke verkenners.  Hierbij raakte Soldaat Blancke gewond.  Bij aankomst van het 3Pl te Jesseren trachten Engelen en Vincent nog de defecte T13 op sleeptouw te nemen, maar de evacuatiepoging wordt al snel opgegeven.  Het detachement vlucht naar Kerniel wanneer er in de verte Duitse voertuigen gesignaleerd worden in de richting van Kolmont. Op zo’n 300m buiten Jesseren wordt een achtergelaten vrachtwagen van het stafpeloton ontdekt.  Er is geen tijd meer om dit voertuig te bergen.  Het detachement rijdt door en passeert te Borgloon omstreeks 13u15.  Vervolgens wordt koers gezet naar Sint-Truiden en Tienen. Op de Grote Steenweg tussen de beide steden wordt het detachement van Engelen en Vincent tegengehouden door een schildwacht.  Even verderop staat een T13 in brand en er wordt gevreesd dat de munitie op elk ogenblik kan ontploffen.  De beide officieren snellen naar het voertuig, laden de obussen uit en blussen de brand.  Het voertuig is slechts weinig beschadigd en kan opnieuw gestart worden.  De T13 vervoegt de colonne.
  • 1/Cie C47op T13 4Div
    Het 1ste Peloton van OLt Marcel Balthazar krijgt om 04u00 de opdracht om naar Genoelselderen door te rijden.  De staf van de 7de Infanteriedivisie is in aftocht van het Albertkanaal en het peloton moet de Tongersesteenweg blokkeren tot na de doortocht van de divisiestraf.  Het detachement blijft op post tot ongeveer 10u00 en trekt zich vervolgens terug naar Tongeren.  Bij de doortocht van de stad valt de T13 van Sergeant Engelen in panne.  Sgt Engelen en zijn bemanning blijven achter en worden ingehaald door de Duitsers.  De drie overige stukken rijden naar Overrepen en krijgen de opdracht om de baan van Overrepen naar Neerrepen te dekken en aansluiting te zoeken bij het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers.  De T13 nemen post op ongeveer 3Km ten oosten van de kerk van Overrepen ter hoogte van het kruispunt van de baan Gors – Schalkhoven met de N20 Tongeren – Hasselt.  De tankjagers vallen hier onder vuur van vijandelijke pantserwagens.  De T13 van Sergeant Robbeets wordt getroffen.  Soldaat Dodion overlijdt ter plekke en Sergeant Robbeets wordt zwaar gewond.  Ook deze bemanning wordt gevangen genomen.
  • 2/Cie C47 op T13 4Div
    Het 2de Peloton wordt omstreeks 11u00 door Generaal-majoor Brabant aangeduid om ten noordoosten van Vliermaal in stelling te gaan om de aftocht van de 4Div te helpen dekken.  Een drietal uur later stelt pelotonscommandant Onderluitenant Edmond Stiers vast dat de sectie van Sergeant Buysse er via de spoorbedding van de tramlijn naar Kortessem van door is gegaan en zijn effectief herleid is tot twee voertuigen.  Om 15u30 worden deze voertuigen teruggetrokken naar het kruispunt van de N20 en de N76 ten westen van Kortessem om in de richting van Borgloon en Tongeren post te vatten.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden krijgen in de vroege ochtend het bevel om de hulpplaats van Hoeselt te verlaten. De inname van de dwarsstelling tussen Eigenbilzen en Kleine Spauwen betekent immers dat de installatie pal achter de nieuwe frontlinie komt te liggen. Door een belangrijk gebrek aan voertuigen wordt heel wat medisch materieel ter plekke achtergelaten. De laatste elementen verlaten Hoeselt hals over kop rondom 13u00.

Transportkorps 4ID
Tijdens de voormiddag levert het Peloton voor Infanteriemunitie een nieuwe lading munitie aan het 7Li.  Luitenant Steenbruggen ontvangt omstreeks 14u30 een bevel om onmiddellijk naar Zepperen terug te trekken.  De marsroute loopt over Sint-Huibrechts-Hern, Wellen en Ulbeek.  Onderluitenant Collin wordt aangeduid om zo snel mogelijk de baan op de gaan met het half dozijn paardenkarren dat vertrekkensklaar is.  Luitenant Steenbruggen zal zo snel mogelijk volgen met de rest van het wagenpark.  Een van de secties is nog niet teruggekeerd van de levering aan het 7Li.  Steenbruggen wil niet langer wachten dan noodzakelijk en vraagt aan de burgemeester van Werm on de bestemming door te geven aan deze sectie indien de voertuigen nog door het dorp zouden passeren.

De eerste colonne wordt even voor Wellen ingehaald door Luitenant Steenbruggen die op zijn paard aangesneld komt.  De pelotonscommandant heeft zijn voertuigen achtergelaten bij een luchtaanval na het verlaten van Werm.  Zonder aarzelen rijdt iedereen verder naar Zepperen dat omstreeks 16u00 bereikt wordt.  Terwijl de paardenkarren langs de kant van de baan wachten, wordt Sergeant Faes per fiets uitgestuurd om de volgende bestemming trachten te achterhalen.  Een tweetal uren later worden de manschappen ongerust wanneer enkele Belgische militairen per fiets voorbij rijden en melden dat de Duitsers in aantocht zijn.  Een deel van de manschappen gaat er van door zodat de colonne dreigt vast te komen zitten.  Collin en Steembruggen besluiten om er met de overgebleven militairen op de paarden van door te gaan.  Omstreeks 20u00 bereikt dit detachement de omgeving van Brustem waar een tweede detachement van het peloton ontdekt wordt.  Ook deze militairen hebben hun paardenwagens achtergelaten en bevinden zich te paard.

Staf 4Div
Tijdens de nacht van 11 op 12 mei installeert het HK van de divisie zich in Bevekom. De terugtocht van de divisie wordt verder gecoördineerd vanuit Bevekom tot 20u00. Het HK wordt via Leuven en Nederokkerzeel verplaatst naar Grimbergen waar zal worden overgegaan tot de reorganisatie van de divisie. De infanterie-eenheden steken de Gete over en nemen kantonnementen in tussen Halen en Waanrode. Hier kan in relatieve veiligheid uitgerust worden gezien langs de Gete een dwarsstelling ingericht wordt door het Cavaleriekorps.

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13 4Div
    Bij dageraad bereiken Luitenant Engelen en het peloton van OLt Vincent het dorp Veltem waar de troepen ingekwartierd worden in de gemeenteschool.  Lt Engelen heeft geen enkele idee waar zijn stafpeloton en twee overige pelotons T13 zijn en gaat tevergeefs op zoek naar zijn manschappen.
  • 2/Cie C47 op T13
    Ter zelfde tijd is het 2Pl nog steeds opgesteld ten westen van Kortessem.  OLt Stiers wordt hier verrast door aankomende vijandelijke voertuigen maar kan zich nog tijdig uit te voeten maken en de beide T13 pantsers slagen er in om via de binnenwegen naar het westen te ontkomen.  Bij de passage te Kerniel volgt een korte schermutseling met Duitse motorwielrijders.  Via Diest rijdt het peloton tot bij de divisiestaf te Bevekom.

Staf 4Div
De divisie ontvangt vervolgens het bevel om tijdens de nacht van 12 op 13 mei door de K.W. Stelling te trekken. Na het vallen van de duisternis zet de divisie zich opnieuw op weg. Via Molenbeek-Wersbeek, Sint-Joris-Winge en Linden gaat het richting Leuven waar de eenheden tijdens de ochtend van 13 mei hun nieuwe kantonnementen tussen Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem betrekken. De divisiestaf zal zich overdag ophouden te Kampenhout.

Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven. De volgende nachtelijke etappe verloopt tot net over het Kanaal van Willebroek.

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13
    Luitenant Engelen gaat opnieuw op zoek naar zijn troepen.  Op de Brusselsesteenweg verneemt hij dat de divisie te Zaventem zou gehergroepeerd worden.  Het detachement verlaat Veltem en overnacht te Zaventem.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2Pl van OLt Stiers bereikt Kampenhout en verzekert de verdediging van het divisiehoofdkwartier.


Staf 4Div
De divisie steekt gedurende de nacht van 13 op 14 mei te Vilvoorde het kanaal over en kantonneert tussen Grimbergen, Humbeek, Beigem en Strombeek-Bever. De verschillende eenheden van de 4Div krijgen volgende kantonnementen toegewezen:

  • Staf: Grimbergen
  • 11Li: Humbeek
  • 8A: Humbeek en Grimbergen
  • 4Gn: Beigem
  • 4TTr: Grimbergen
  • Cie getrokken C47: Grimbergen
  • Cie C47 op T13: Grimbergen
  • Esc Cy 4Div: Grimbergen
  • Geneeskundig Korps: Wolvertem
  • Transportkorps zonder Ateliers: Wolvertem
  • Ateliers 4Div: Asse, samen met de ateliers van ILK en 7Div

De eenheden van de divisie reorganiseren overdag en de komende nacht in de zone tussen Grimbergen, Humbeek en Beigem. De eenheden moeten tegen 12u00 de toestand van hun eenheid over te maken aan het HK 4Div. De 4de Infanteriedivisie wordt nu aangehecht bij het IIIde Legerkorps.

Cie C47/T13 4Div
Luitenant Engelen en het peloton Vincent begeven zich naar Grimbergen.  Tijdens de komende twee dagen zal de ganse compagnie hier opnieuw samengebracht worden, met uitzondering van de op 11 mei geleden verliezen. Sergeant Buysse wordt in de omgeving van Brussel teruggevonden met nog een T13 pantserwagen.  Het tweede voertuig van zijn sectie werd onderweg achtergelaten.

Generaal-majoor Eugêne Van Trooyen.

Staf 4Div
Luitenant-generaal De Grave wordt vervangen als commandant van de 4Div door Generaal-majoor Van Trooyen, voormalig commandant van de 7de Infanteriedivisie. Hij krijgt opdracht de 4de Infanteriedivisie naar het Bruggenhoofd Gent te sturen. Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) werd gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De 4Div komt als eerste grote eenheid toe in het Bruggenhoofd Gent en moet de volledige perimeter bezetten. De verdeling van de ondersectoren die door de regimenten van de 4Div moeten worden bezet is als volgt:

  • 11Li – de ondersector noord van Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de ondersector centrum van Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – de ondersector zuid van Muntekouter tot en met Semmerzake.

De 15 mei wordt overdag nog steeds uitgerust in de kantonnementszone tot de duisternis valt. Met een nachtelijke voetmars zal de 4Div vanuit de streek van Grimbergen naar Gent marcheren. De mars richting Merelbeke wordt ingezet tijdens de nacht van 15 op 16 mei.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie verblijft te Grimbergen.

Staf 4Div
Na een nachtelijke mars bereiken de eenheden van de 4Div in de vroege morgen van 16 mei de streek van Merelbeke waar ze overdag uitrusten van de lange etappe. Uit het situatieverslag van 16 mei blijkt dat de 4Div tijdens de terugtocht van het Albertkanaal naar het Bruggenhoofd Gent heel wat zwaar materieel heeft moeten achterlaten. Zo konden er maar vierentwintig van de achtenveertig C47mm anti-tankkanonnen, twintig zware mitrailleurs en 103 lichtere FM30 gerecupereerd worden. De divisie beschikt niet over voldoende zware bewapening om alle voorziene bunkers te kunnen bezetten.

Later op de dag komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden vanaf de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De commandant van de 4Div beseft dat zijn gehavende divisie weer in de strijd geworpen zal worden.

Cie C47 op T13 4Div
De Cie C47 op T13 van de 4Div krijgt als opdracht om zijn drie pelotons T13 als volgt op te stellen:

  • Een peloton van twee T13 aan de Brusselsesteenweg te Melle
  • Een peloton van twee T13 te Bottelare
  • Een peloton van drie T13 te Grontrode als mobiele reserve om het Esk Cy 4Div te steunen

Staf 4Div
Geleidelijk aan nemen de infanterieregimenten van de 4Div hun stellingen in op de perimeter van het Bruggenhoofd Gent en tegen de avond zijn alle troepen ter plaatse. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 4Div moeten zelf uitzoeken waar zich de bunkers bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 4Div die de stelling zullen bemannen richten de bunkers zelf in en brengen ook de verbindingsloopgraven terug in orde.

Staf 4Div
De 4Div komt nu onder bevel van het VILK die de leiding zal nemen van de verdediging van het Bruggenhoofd Gent tussen Kwatrecht en Eke. Het VILK zal hiervoor kunnen beschikken over de 2Div, de 4Div, de 5Div en de 1DivChA. Enkel de 4Div is reeds ter plaatse, de andere divisies hebben het Bruggenhoofd Gent nog niet bereikt. De 2Div op terugtocht van de K.W. Stelling naar het TPG bevind zich nog tussen de Dender en de perimeter van het bruggenhoofd. In de loop van de avond overschrijdt de 2Div de linies van de 4Div. De 4Div die nog steeds over de ganse perimeter verspreid staat maakt zich klaar om gedeeltes van het bruggenhoofd over te geven aan de pas toegekomen divisie en vervolgens zijn eigen sector in te richten. Hiertoe zal het 11Li de tweede lijn bemannen, het 15Li zal plaats maken voor het 7Li dat na aflossing door de 5Div in eerste linie naast het 15Li zal plaatsnemen.

Cie C47 op T13 4Div
De compagnie wordt verplaatst naar Merelbeke.  De divisiestaf laat de voertuigen als volgt verdelen:

  • Twee T13’s worden uitgestuurd naar de brug van Zwijnaarde.
  • Drie voertuigen worden toegewezen aan elk van de drie grote wachten ingericht door het IIde Bataljon van het 11de Linieregiment te Scheldewindeke en Oosterzele.
  • De rest van de compagnie blijft in reserve te Merelbeke.

Geneeskundig Korps 4Div
De nieuwe hulpplaats voor de divisie wordt ingericht te Zwijnaarde.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf 4Div
Het VIde Legerkorps neemt plaats in het eigenlijke bruggenhoofd tussen Kwatrecht en Eke.

  • De 2Div neemt met het 5e Linie posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele. Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. Het 28e Linie wordt in reserve opgesteld achter het 5e en 6e Linie.
  • De 4Div neemt stelling tussen Betsberg exclusief en Munte. Het 15e Linie zal zich opstellen ten zuiden van de Betsberg en zal een gedeelte van de bunkers in Moortsele bezetten. Het 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. Het 11e Linie blijft als reserve achter de stelling van het 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de drie grote wachten te Scheldewindeke en Oosterzele. De 4Div hergroepeert zich tussen Betsberg en Munte, rust uit en werkt aan het verstevigen van zijn stellingen in het Bruggenhoofd Gent.
  • De 5Div, bestaande uit het 4e, 1e en 2e Regiment Jagers te Voet, nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in.
  • De 1Div ChA wordt met drie regimenten in lijn opgesteld ten westen van de Schelde. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht omdat wordt rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.

Voor de stelling van de 4Div worden drie voorposten uitgezet telkens bemand door een peloton van het 11Li. Bij elke voorpost is er telkens versterking van een T13 tankjager van de Cie C47/T13 4Div. De opdracht van de voorposten bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling te melden en verkenningen af te weren. In afwachting van de aankomst van de pelotons van het 11Li worden de drie voorposten bemand door een sectie van het Peloton Verkenners van het 15Li.

Staf/4Div
De 20 mei vallen Duitsers vanaf 09u00 het Bruggenhoofd Gent aan. Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de Infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4de Infanteriedivisie tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

Cie C47 op T13 4Div
De grote wachten van III/11Li te Scheldewindeke en Oosterzele melden kort voor 09u00 de eerste Duitse verkenners ten oosten van de beide dorpen.  Er wordt geen contact gemaakt, maar de drie T13 voertuigen trekken zich terug en laten hier bij de Belgische infanterie ter plekke achter.

Luitenant Engelen stuurt de voertuigen onmiddellijk terug naar hun posities en besluit de deze eigenhandig te begeleiden  Aan de westrand van Oosterzele rijdt de T13 met nummerplaat 3453 van Sergeant Meus over een landmijn.  Sergeant Meus, Korporaal Vanmechelen en Soldaat De Mey worden hierbij gedood.  Luitenant Engelen en Soldaat Pancken raken gewond.  Beiden krijgen de eerste zorgen toegediend in het nabijgelegen Klooster Tota Pulchra in het dorp.  Engelen en Pancken worden afgevoerd naar het militaire hospitaal te Tielt en zullen niet meer terugkeren naar zijn eenheid.  Hij zal na een lange revalidatie in december 1940 naar huis terugkeren.  De grote wacht van Oosterzele heeft nu geen T13 meer.

Onderluitenant Stiers neemt het bevel over de compagnie over.

Tijdens de namiddag wordt een T13 van de reservemacht uitgestuurd naar de commandopost van het 15de Linieregiment.

Staf 4Div
In de sector van de 4Div wordt die dag slechts sporadisch contact gemaakt met de vijand. Bij de 2Div werd wat terrein prijsgeven en staan de beide regimenten in eerste lijn, 5Li en 6Li onder druk.  Gezien het uitblijven van een aanval op de 4Div beslist het VI/CA om het 11Li opgesteld in tweede lijn van de 4Div in versterking te sturen van de 2Div. Het I/11Li en II/11Li worden aangeduid om een tegenaanval in de Duitse flank uit te voeren richting Kwatrecht. Uiteindelijk zal enkel het II/11Li kunnen ingezet worden.

De grote wachten van Scheldewindeke en Oosterzele raken in schermutselingen met de Duitsers betrokken.

Cie C47 op T13 4Div
De compagnie stuurt een T13 naar Lemberge ter vesterking van de drie C47 kanonnen die reeds om dit dorp opgesteld staan.

Staf 4Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16de en de 18de Infanteriedivisie herontplooien om de stad Gent te verdedigen. De 1ste Infanteriedivisie zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de Infanteriedivisie zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de Infanteriedivisie nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen zij zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de Sector van de 4de Infanteriedivisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet. De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden. 4Div blijft onder bevel van het VIde Legerkorps.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie wordt kort na 19u00 verwittigd dat er tegen 21u00 een bevel voor de aftocht zal aankomen.  De eenheid dient zich naar Nevele te begeven en moet de overgang over het Afleidingskanaal bewaken tot na de doortocht van het gros van de divisie.

Staf 4Div
De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en de divisie komt tijdens de voormiddag aan tussen Deinze en Nevele.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden openen de nieuwe divisionaire hulpplaats te Lotenhulle.

Staf 4Div
De 4de Infanteriedivisie heeft zijn drie regimenten opgesteld tussen Deinze (exclusief) in het zuiden en Nevele in het noorden, op de westelijke oever van het Schipdonkkanaal. Het 7Li bezet de noordelijke ondersector, het 15Li de midden ondersector en het 11Li wordt in het zuiden opgesteld. De divisie heeft een problematische veldtocht achter de rug. Er zijn nog slechts 5.300 infanteristen in plaats van de normale 11.000 en de zware bewapening is herleid tot een overschotje. Er is nog maar een derde van de lichte mitrailleurs en anti-tankkanonnen C47. Zware mitrailleurs zijn er bijna niet meer, en alle mortieren zijn verloren gegaan.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie maakt een verliesstaat op voor de divisiestaf.  Onderluitenant Stiers meldt dat hij nog over drie gevechtsklare T13 voertuigen beschikt.  De rest van het wagenpark is herleid tot drie bestelwagens en een motorfiets.  De compagnie beschikt nog over 360 schoten voor de C47 kanonnen van de tankjagers en een kleine hoeveelheid munitie voor de FM30 lichte mitrailleurs en de pistolen van de bemanning.

Staf 4Div
Aan het front ten noorden van Deinze ondernemen de Duitsers een poging om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het Afleidingskanaal van de Leie ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over. De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden. Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en het II/11Li geeft zich spontaan over. Het I/11Li tracht nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen gebruiken als levend schild. Om 10u30 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwij­derd.

Die dag verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie is niet meer.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden zijn ontsnapt aan de massale gevangenname van de divisie en hebben zich teruggetrokken naar Loppem.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Geneesheer Kapitein SBH W. Broekaert, 1963, De Gezondheidsdienst tijdens de veldtocht der achttien dagen., Acta Belgica de Arte Medicinale et Pharmaceuticae Militari, pp 468-535.
  2. Dossier 4de Infanteriedivisie, Centrum voor Historische Documentatie te Evere.
  3. Het betreft hier pantserwagens die behoren tot een verkenningseenheid van één van de divisies van het 1ste Franse Leger die vermoedelijk als opdracht hadden de vijandelijke opmars te jalonneren. De aankomst van de Franse pantserwagens werd door de 7Div verkeerdelijk geïnterpreteerd als de voorhoede van het 1 (FRA) Leger. Het is in principe nooit de bedoeling geweest dat de Fransen verder zouden oprukken dan de K.W. Stelling hoewel dit op meerdere plaatsen wel is gebeurd (o.a. richting Tongeren).