4de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Infanteriedivisie | 4ID
4ème Division d’Infanterie | 4DI
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Iste Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal René L.V.E. de Grave tot 14 mei 40
Generaal-majoor Eugène L.J. Van Trooyen vanaf 15 mei 40
Commandant Infanterie Generaal-majoor Fernand Brabant
Commandant Artillerie Kolonel E. Smedts
Commandant Transportkorps Majoor R. Gilkinet
Stafchef Majoor SBH J. Smesmans
Intendant 1ste Kapitein Intendant O. Willems
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Diepenbeek-Eigenbilzen
Commandopost te Hoeselt
Samenstelling Hoofdkwartier
7de Linieregiment
11de Linieregiment
15de Linieregiment
8ste Regiment Artillerie
4de Bataljon Genie
4de Bataljon Transmissietroepen
Wielrijderseskadron 4Div
Compagnie Getrokken C47 4Div (Luitenant H. Raeymaekers)
Compagnie C47 op T13 4Div (Luitenant Justin Engelen)
Geneeskundig Korps 4Div Staf (Med Maj C. Hanselin)
Geneeskundige Versterkingscompagnie (Med Lt C. Malmendier)
Lichte Ambulance (Med 1Kapt Frans Janssens)
Ambulance Infanteriedivisie (Med Kapt A. Dauby)
Sanitair Treinpeloton
Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties
Compagnie Intendance 4Div
Transportkorps 4Div Staf (Cdt E. Hinthel)
Peloton voor Infanteriemunitie (Lt E. Steenbruggen)
1ste Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt H. Dupont)
2de Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt H. Herremans)
1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt M. Graux)
2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A, Noyen)
Autopeloton voor Ravitaillering (Lt A. Hambursin)
Autopeloton voor Materieel (Lt L. Delree)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt V. Ummels)
Compagnie Luchtafweermitrailleurs 4Div (Kapitein-commandant Clément Reynders)
Provoost (Luitenant F. Poelmans)

Tijdens de mobilisatie

Staf/4Div
De 4de Infanteriedivisie (4Div) is een actieve divisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier in Hasselt had en die toentertijd organiek tot het IIIde Legerkorps (III/LK) behoorde. Het III/LK, een legerkorps van het actief leger, had zijn hoofdkwartier in Luik en is volgens de oorlogsplannen voorbestemd om de leiding te nemen van de verdediging van de Versterkte Positie Luik (oftewel Position Fortifiée de Liege – PFL). Voor de mobilisatie had de 4Div het commando over het 7de Linieregiment (7Li) dat gestationeerd was in de Dossinkaserne te Mechelen, het 11de Linieregiment (11Li) dat zich in de Dusartkaserne te Hasselt bevond en vanaf 01 augustus 1939 ook over het 14de Linieregiment (14Li) dat in Luik gestationeerd was. Het 8ste Artillerieregiment (8A) gekazerneerd in de Baron Michelkazerne te Mechelen leverde de nodige vuursteun als divisieartillerie. De 4Div wordt gemobiliseerd op 25 augustus 1939 bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. Drie dagen na zijn mobilisatie wordt de divisie doorgestuurd naar het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar ze, onder bevel van het IIIde Legerkorps, een waakscherm dienen op te richten tussen Lixhe en Eigenbilzen. Van zodra het 15de Linieregiment (15Li), een ontdubbelingsregiment van 7Li, begin september 1939 onder de wapens wordt geroepen, lost dit regiment het 14Li af. Het 14Li wordt onder bevel geplaatst van de pas opgerichte 11de Infanteriedivisie (11Div). In september wordt de 4Div nog versterkt met het 4de Bataljon Genie (4Gn) dat van dan af het organiek bataljon genie van de divisie wordt. Ook het 4de Bataljon Transmissietroepen (4TTr) wordt begin september gemobiliseerd en doorgestuurd naar de 4Div om er de taak van organiek bataljon transmissie van de divisie op te nemen.

Op 10 november 1939 wordt de divisie voor een eerste maal onder het bevel van het Iste Legerkorps (I/LK) geplaatst wanneer dit korps een zone krijgt toegewezen in Zuid-Oost Limburg. Naast de 4Div wordt nu de 6de Infanteriedivisie (6Div) ontplooid die de defensieve stellingen van de 4Div verlengt van Eigenbilzen tot Diepenbeek. Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) waardoor de divisie zich kan vrijmaken voor een ver doorgedreven training in Leopoldsburg. Na dit trainingskamp wordt de divisie als reserve van het leger rechtstreeks onder bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) geplaatst en neemt ze verschillende stellingen in tussen Diest en Hasselt.

Opstelling 4Div aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart)

Vanaf 30 maart 40 wordt de divisie opnieuw onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) waar ze de stellingen van de 6Div achter het Albertkanaal, tussen Eigenbilzen en Diepenbeek, overnemen. Het is niet abnormaal dat de 4Div de sector Diepenbeek overneemt aangezien deze divisie vertrouwd is met het terrein. Op 30 april 1940, nauwelijks tien dagen voor het uitbreken van de vijandelijkheden, wordt op de oostflank van de divisie de 5Div afgelost door de 7de Infanteriedivisie (7Div), een infanteriedivisie van Eerste Reserve.

Aan de vooravond van de oorlog bezet de 4Div nog steeds het Albertkanaal tussen Eigenbilzen (inclusief) en Diepenbeek. Rechts van de 4Div bevindt zich nu de 7de Infanteriedivisie (7Div) eveneens behorende tot het I/LK. De 7Div bezet stellingen tussen Lixhe en Eigenbilzen (exclusief). Links van de 4Div staat de 1ste Infanteriedivisie (1Div) van het Cavaleriekorps (CK) opgesteld. De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11Li bezet de rechterondersector en sluit aan op de stellingen van de 7Div, het 7Li bezet de middenondersector terwijl het 15Li op de linkerflank staat opgesteld en de junctie maakt met de 1Div. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in een kasteel te Hoeselt.

Geneeskundig Korps/4Div
De regimenten van de divisie beschikken over een regimentshulppost die op een tweetal kilometer van de eerste linies wordt ontplooid. Deze regimentshulpposten staan in voor de directe medische steun en de evacuatie van zieken en gewonden naar de Medische Hulpplaats (oftewel triagestation) van het Geneeskundig Korps van de 4Div te Hoeselt. Vanuit de Medische Hulpplaats van de 4Div worden de gewonden verder afgevoerd naar het Medisch-Chirurgische Centrum (MCC) van het I/LK dat zich in Borgloon bevindt.

Staf/4Div
De divisie ontvangt het alarm rond middernacht en tussen 00u20 en 01u30 worden alle eenheden en detachementen onder bevel van 4Div gealarmeerd. Om 03u10 vraagt het HK van de 4Div toelating aan het I/LK om de tetraëders te sluiten in het bruggenhoofd aan de sluis Nr 1 te Genk-Zuid [4]. Ze krijgen geen toelating zolang het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) en de Groep Wielrijders van de 17Div (GpCy 17Div) zich nog ten noorden van het Albertkanaal bevinden [5]. Alleen bij een rechtstreekse aanval mag de overgang over de sluis afgesloten worden. Anderhalf uur later geeft de korpsstaf de toestemming om de ontstekingsmechanismen aan te brengen in de wegvernielingen op de toegangswegen tot het kanaal. Ook de spoorlijn Genk-Bilzen mag geblokkeerd worden. De commandant 15Li wordt met deze taak belast en moet tevens de stationschef te Genk verwittigen om geen treinstellen meer door te laten richting zuiden.

De divisie verneemt om 06u20 het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) waar parachutisten erin geslaagd zijn de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven intact te veroveren. De toestand bij de naburige divisie is ernstig en Luitenant-generaal Vander Veken, commandant van het Iste Legerkorps, beslist dat de staf van de 7Div een plan moet uitwerken om een dubbele tegenaanval te lanceren naar de vijandelijke bruggenhoofden te Veldwezelt en Vroenhoven. De 4Div moet deze actie steunen door het I/11Li weg te halen van het tweede echelon van zijn rechterondersector en het bataljon per vrachtwagen naar Riemst te laten vervoeren. Van dit bataljon zijn slechts de 1ste Compagnie en 4de Compagnie beschikbaar. De 2de Compagnie is aangeduid voor een anti-parachutistenopdracht en de 3de Compagnie bewaakt de korpsstaf te Tongeren. De vrachtwagens voor het transport. zullen geleverd worden door de 7Div.

De verwarring op de legerkorpsstaf en de divisiestaf is op dat ogenblik groot. Niemand weet  wat er precies aan de hand is te Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne. Dit blijkt uit een instructie van het I/LK van 07u05 die oplegt om de binnenschepen die nog in de sector van de 4Div aangemeerd liggen te evacueren naar Luik. Pas om 07u50 wordt bevestigd dat de brug te Kanne na vernieling in het kanaal gestort is en het Albertkanaal hier niet langer bevaarbaar is richting Luik [6]. Uiteindelijk worden 28 binnenschepen verzameld in de Kolenhaven van Genk om er door het 4Gn tot zinken gebracht te worden.

De geplande tegenaanval zal echter niet op gang komen omdat de verschillende eenheden die de actie moeten ondersteunen te laat verwittigd werden of er niet in zullen in slagen om Riemst te bereiken onder meer door de niet aflatende luchtaanvallen op al wie zich naar het oosten verplaatst.

Intussen komen de eerste berichten binnen op de divisiestaf van de acties van de Luftwaffe. De kerktoren van Eigenbilzen wordt geraakt en het observatiedetachement dat zich hier bevindt, moet teruggetrokken worden. Ook de telefoonlijn naar het geniedetachement aan de brug van Eigenbilzen raakt onderbroken. Het 4Gn vraagt om de brug te mogen opblazen, maar dit wordt voorlopig geweigerd. De eenheden langsheen het kanaal melden verschillende luchtacties op de stellingen maar gelukkig wordt er geen noemenswaardige schade geleden. Omstreeks 12u35 geeft de divisiestaf een waarschuwingsorder aan 15Li om het gros van het IIde Bataljon klaar te maken voor een verplaatsing naar Rosmeer in de sector van de zwaar belaagde 7de Infanteriedivisie maar dit plan zal niet doorgaan.

Rondom het middaguur ontvangt de staf een eerste update van de Vooruitgeschoven Positie, een defensieve lijn ten noorden van het Albertkanaal. De Wielrijdersgroep van de 17Div signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Het I/LK vraagt om een aantal vernielingen uit te voeren. Vooreerst dient het spoor gesaboteerd worden in het station van Eigenbilzen op de spoorlijn van Hasselt naar Maastricht. Vervolgens moeten de wegbruggen over het Albertkanaal in de sector van de 4Div opgeblazen worden. Vanaf 13u30 belt de divisiestaf de nodige orders door naar het 4de Bataljon Genie (4Gn), het 7Li en het 15Li om over te gaan tot de vernieling van de bruggen van Zutendaal, Eigenbilzen en van de brug over sluis Nr 1. Ook de brug over de Kolenhaven in Genk-Zuid moet vernield worden. Alleen de meest westelijke wegbrug te Diepenbeek wordt intact gehouden om de aftocht van de dekkingstroepen mogelijk te maken. De aangeduide bruggen vliegen een goed uur later de lucht in. Even voor 15u00 laat het Peloton Verkenners van het 7Li weten dat de Wielrijdersgroep van de 17Div bevestigt dat op de Vooruitgeschoven Positie de bruggen te Vucht, Maasmechelen, Boorsem, Rekem, de sluis van Neerharen, Tournebride en Lanaken allen vernield zijn.  Alleen de wegbrug van Neerharen ligt slecht ten dele in het water.

De divisiestaf meldt om 15u30 aan het hoofdkwartier van het I/LK dat op het tweede echelon van de 7Div de naburige 1Cie van het 2de Regiment Karabiniers (2C) zich lijkt terug te trekken. Een verontruste Luitenant-generaal de Grave wil dringend weten waarom dit precies gebeurt.

Een half uur later meldt het 15Li dat de dekkingstroepen van de Vooruitgeschoven Positie nu met grote regelmaat passeren over de brug van Diepenbeek. Het Peloton Verkenners van dit regiment is op dat ogenblik te Genk en signaleert eveneens de doortocht van diverse elementen van het Cavaleriekorps (CK). Korte tijd later verliest de divisiestaf zijn telefoonverbinding met het hoofdkwartier van het I/LK te Tongeren.

Om 17u15 loopt een situatierapport over de tegenaanvallen door de 7Div binnen op de staf. Luitenant-generaal de Grave verneemt hier een eerste keer dat de inzet van de beide compagnies van I/11Li niet effectief geweest is. Het rapport vermeldt tevens dat er alleen Duitse parachutisten op de westelijke oever van het Albertkanaal aanwezig zijn en er nog geen contact is gemaakt met vijandelijke grondtroepen.

Om 19u00 stuurt stafchef Majoor SBH Smesmans een bericht per estafette naar het hoofdkwartier van de 7Div te Genoelselderen om de melden dat de telefoonlijn tussen de beide staven niet meer functioneert. Smesmans meldt ook aan de 7Div dat er drie Franse pantserwagens [3] te Hoeselt gepasseerd zijn op weg naar het Albertkanaal. Het Peloton Verkenners van 15Li wordt uit Genk teruggetrokken rond 19u30 nadat de lokale telefooncentrale vernield werd.

Het I/LK vraagt om 21u00 om de westelijke brug van Diepenbeek nog zeker tot de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei open te houden en verwacht dat de laatste elementen van de dekkingstroepen tot middernacht zullen nodig hebben om het voorgebied van het Albertkanaal te ontruimen. De Staf I/LK laat eveneens weten dat Franse verkenners te Luik, Tongeren en Hasselt aangekomen zijn en er telkens een volledige Division Légère Méchanique onderweg zou zijn naar elk van deze steden.

Cie C47 op T13 van de 4Div

  • Staf, 1 en 3/Cie C47 op T13
    Bij de start van de eerste oorlogsdag beschikt de compagnie over 10 operationele T13 tankjagers.  Het 1ste en het 2de Peloton zijn voltallig en kunnen beschikken over vier pantserwagens.  Het 3de Peloton heeft een voertuig in herstelling bij het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark van de divisie.  Een tweede voertuig staat in panne te Jesseren bij de staf van de Cie. Om 01u20 krijgt Luitenant Justin Engelen de opdracht om met de Cie C47 op T13 (-) het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers (2/I/1L) te vervoegen.  De compagnie van Lt Engelen verblijft op dat ogenblik te Jesseren en heeft de beschikking over het Stafpeloton, het 1ste en het 3de Pl.  Het 2/I/1L kantonneert in Overrepen ten noordwesten van Tongeren en staat hier stand-by voor eventuele anti-parachutistenopdrachten doorheen de ganse zone van het I/LK. De compagniecommandant stelt zich in verbinding met het 2/I/1L maar alvorens de beide pelotons tankjagers kunnen vertrekken, volgt een nieuw bevel om het geschut te verdelen onder de infanterieregimenten langsheen het Albertkanaal.  De compagniestaf en het stafpeloton zullen te Jesseren blijven.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2de Peloton, onder bevel van Onderluitenant Edmond Stiers, wordt ter beschikking gesteld van het Wielrijderseskadron van de 4DIv (Esc Cy 4Div) dat zich te Vliermaal bevindt en verantwoordelijk is voor de verdediging tegen luchtlandingen binnen de sector van de 4Div.  De stukken staan aanvankelijk rondom het dorp in voorlopige stellingen en worden om 11u30 uitgestuurd naar Kortessem om een melding van een vijandelijke luchtlanding te onderzoeken.  Het detachement is terug omstreeks 13u00 zonder iets gezien te hebben.

Cie getrokken C47/4Div
Om 02u30 krijgt Luitenant Raeymaekers opdracht om één peloton in Hoeselt te houden en een tweede peloton in versterking van I/11Li te sturen voor het uitvoeren van een anti-parachutistenopdracht.

Geneeskundig Korps/4Div
Het geneeskundig korps opent vanaf 03u30 de Medische Hulpplaats van de 4Div te Hoeselt.

Transportkorps/4Div
Het met paardenkarren uitgeruste Peloton voor Infanteriemunitie verzorgt overdag de bevoorrading van het 7Li en ’s nachts van het 11Li en het 15Li.

Compagnie Luchtafweermitrailleurs/4Div
De compagniestaf, 1ste en 3de Peloton bevinden zich te Kortessem.  Het 2de Peloton verdedigt het luchtruim rond het Autopeloton voor Ravitaillering te Kerniel.  Het 4de Peloton verzekert de luchtverdediging van de Autopelotons voor Infanteriemunitie te Wellen.

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940.

Staf 4 Div
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechter flank van de 4Div wordt bedreigd. Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren wordt het I/LK door het Groot Hoofdkwartier (GHK) opgelegd om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het I/LK over geen reserve beschikte diende deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Omstreeks 03u50 ontvangt de 4Div zijn orders van het I/LK. Luitenant-generaal de Graeve beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen op te stellen van Bilzen tot Kleine Spauwen. Het plan wordt tijdens de nacht uitgewerkt en de orders worden pas om 10u00 door GenMaj Brabant, Commandant van de Infanterie van de 4Div en tevens hoofd van het Achterwaarts HK, doorgegeven aan de Regimenten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaat het 11Li het Albertkanaal om de dwarsstelling te bezetten.

Het is weinig waarschijnlijk dat de eenheden in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten. De verdediging van de dwarsstelling wordt door het I/LK om 11u00 al opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog intact. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div.

Om 12u50 beveelt het I/LK de algehele aftocht naar Leuven. De eenheden van de 4Div ontvangen het bevel tot terugtrekken echter niet en blijven op de dwarsstelling tot 19u00. De 4Div wordt  echter niet overvleugeld om dat de vijand na het doorbreken van de dwarsstelling bij de 7Div naar het zuidwesten richting Tongeren en Hannuit zal oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.

De reden voor het niet doorgeven van de orders naar de regimenten ligt bij het feit dat het HK van de divisie om 09u30 wordt gesplitst in een hoofdmoot (Voorwaarts HK onder bevel van LtGen de Graeve) die verplaatst wordt naar Ulbeek en een kleinere stafeenheid (Achterwaarts HK onder bevel van GenMaj Brabant ondersteund door Cdt Nannan en Lt Lousse) die achterblijft te Hoeselt om de terugtocht van de 4Div te bevelen. Dit Achterwaarts HK krijgt om 10u30 bezoek van Kapitein SBH Fievez, Chef bureau operaties van de Staf I/LK, die meldt dat het HK van het I/LK naar Mechelen-Bovelingen (Marlinnes) wordt overgebracht. Hierop verlaat het Achterwaarts HK Hoeselt om 10u35 en plooit geleidelijk terug via Schalkhoven (11u25) en Vliermaal (12u00) waar via de CP van het Esk Cy 4Div voor de laatste keer contact gemaakt wordt met het Voorwaarts HK in Ulbeek. Het Achterwaarts HK bereikt Kortessem om 13u00 waar zich de CP van het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) bevindt. Het 1JP is belast met de verdediging van het zuidelijk gedeelte van de Bretel van Kortessem, een dwarsstelling opgeworpen door het Cavaleriekorps om zijn zuidflank te beschermen.  Om 17u00 bezoekt GenMaj Brabant de CP van 1JP met de uitdrukkelijke vraag het kruispunt van Kortessem niet te verlaten vooraleer de restanten van de 4Div gepasseert zijn. Hierna verlaat hij Kortessem en vervoegt uiteindelijk Ulbeek tegen 17u30 waar hij hoopt het Voorwaarts HK te vinden. Het Voorwaarts HK verliet Ulbeek echter al om 15u00 en begaf zich richting Kosen (noord van Sint-Truiden) waar het om 17u00 toekomt en van waaruit verder doorgetrokken wordt naar Bevekom om 21u00.

Het is te Kosen dat om 16u00 een order voor de terugtocht uitgetypt wordt door het Voorwaarts HK.  Enkele exemplaren van dit order zullen pas na 19u00 verzonden worden en de precieze aankomst bij de eenheden kan niet worden nagegaan.  Het document bevat twee marsroutes voor de aftocht: een Route Noord via Diepenbeek, Kortessem, Wellen, Zepperen, Brustem, Aalst, Vellem en Attenhove naar Landen, en een Route Zuid via Gors-op-Leeuw, Gotem, Mielen-boven-Aalst, Buvingen, Borlo, Niel-bij-Sint-Truiden, Wezeren en Walshoutem tot in Orp-le-Grand.

Het valt op dat de bevelvoering van de 4Div tijdens de verdediging van de dwarsstelling en de terugtocht naar het westen volledig rust op de schouders van GenMaj Brabant en zijn twee adjuncten. De verbindingen tussen het Voorwaarts HK en GenMaj Brabant enerzijds en de verbindingen tussen het Achterwaarts HK en de regimenten anderzijds zijn echter volledig verbroken waardoor de orders tot terugtrekking gegeven door het I/LK niet doorkomen. De eenheden van de 4Div blijven veel te lang op stelling staan. Om 14u00 brengt GenMaj Brabant nog een laatste bezoek aan de CP van het 7Li die zich op dat ogenblik in het kasteel van Schoonbeek bevond.

Het hoofdkwartier zal Kosen verlaten net voor 21u00 en zet vervolgens koers naar Beauvechain.  Deze lange verplaatsing van zo’n 40 Km resulteert in een nieuwe belangrijke onderbreking in de communicatie tussen de staf en zijn eenheden.

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13 4Div
    Het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers wordt vanaf 10u20 gehergroepeerd te Overrepen.  De pelotons van dit eskadron maken op enkele locaties contact met de vijand.  De eskadronsstaf onder leiding van Luitenant Warlet verlaat het dorp in alle haasten en passeert rond 11u30 door Jesseren waar zich nog steeds de compagniestaf van de Cie 47 op T13 bevindt.  Warlet meldt dat hij zich terugtrekt naar Kerniel en Borgloon en maant de compagniestaf aan om er eveneens vandoor te gaan.  Lt Engelen besluit om het wagenpark van zijn compagniestaf onmiddellijk te laten vertrekken onder leiding van 1ste Sergeant Van Swygenhoven.  De compagniecommandant beslist om het T13 voertuig dat te Jesseren in herstelling is, achter te laten. Engelen maakt nog een ronde doorheen het kantonnement om na te kijken of al het materieel weg degelijk meegenomen is wanneer de twee T13 voertuigen van het 3de Peloton van OLt Vincent aankomen. Deze beide tankjagers werden enkele uren voorheen uitgestuurd om de baan van Tongeren naar Hasselt te gaan verkennen.  Hierbij werden geen Duitse voertuigen ontdekt, maar werden de pantserwagens wel enkele keren beschoten door vijandelijke verkenners.  Hierbij raakte Soldaat Blancke gewond.  Bij aankomst van het 3Pl te Jesseren trachten Engelen en Vincent nog de defecte T13 op sleeptouw te nemen, maar de evacuatiepoging wordt al snel opgegeven.  Het detachement vlucht naar Kerniel wanneer er in de verte Duitse voertuigen gesignaleerd worden in de richting van Kolmont. Op zo’n 300m buiten Jesseren wordt een achtergelaten vrachtwagen van het stafpeloton ontdekt.  Er is geen tijd meer om dit voertuig te bergen.  Het detachement rijdt door en passeert te Borgloon omstreeks 13u15.  Vervolgens wordt koers gezet naar Sint-Truiden en Tienen. Op de Grote Steenweg tussen de beide steden wordt het detachement van Engelen en Vincent tegengehouden door een schildwacht.  Even verderop staat een T13 in brand en er wordt gevreesd dat de munitie op elk ogenblik kan ontploffen.  De beide officieren snellen naar het voertuig, laden de obussen uit en blussen de brand.  Het voertuig is slechts weinig beschadigd en kan opnieuw gestart worden.  De T13 vervoegt de colonne.
  • 1/Cie C47op T13 4Div
    Het 1ste Peloton van OLt Marcel Balthazar krijgt om 04u00 de opdracht om naar Genoelselderen door te rijden.  De staf van de 7de Infanteriedivisie is in aftocht van het Albertkanaal en het peloton moet de Tongersesteenweg blokkeren tot na de doortocht van de divisiestraf.  Het detachement blijft op post tot ongeveer 10u00 en trekt zich vervolgens terug naar Tongeren.  Bij de doortocht van de stad valt de T13 van Sergeant Engelen in panne.  Sgt Engelen en zijn bemanning blijven achter en worden ingehaald door de Duitsers.  De drie overige stukken rijden naar Overrepen en krijgen de opdracht om de baan van Overrepen naar Neerrepen te dekken en aansluiting te zoeken bij het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers.  De T13 nemen post op ongeveer 3Km ten oosten van de kerk van Overrepen ter hoogte van het kruispunt van de baan Gors – Schalkhoven met de N20 Tongeren – Hasselt.  De tankjagers vallen hier onder vuur van vijandelijke pantserwagens.  De T13 van Sergeant Robbeets wordt getroffen.  Soldaat Dodion overlijdt ter plekke en Sergeant Robbeets wordt zwaar gewond.  Ook deze bemanning wordt gevangen genomen.
  • 2/Cie C47 op T13 4Div
    Het 2de Peloton wordt omstreeks 11u00 door Generaal-majoor Brabant aangeduid om ten noordoosten van Vliermaal in stelling te gaan om de aftocht van de 4Div te helpen dekken.  Een drietal uur later stelt pelotonscommandant Onderluitenant Edmond Stiers vast dat de sectie van Sergeant Buysse er via de spoorbedding van de tramlijn naar Kortessem van door is gegaan en zijn effectief herleid is tot twee voertuigen.  Om 15u30 worden deze voertuigen teruggetrokken naar het kruispunt van de N20 en de N76 ten westen van Kortessem om in de richting van Borgloon en Tongeren post te vatten.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden krijgen in de vroege ochtend het bevel om de hulpplaats van Hoeselt te verlaten. De inname van de dwarsstelling tussen Eigenbilzen en Kleine Spauwen betekent immers dat de installatie pal achter de nieuwe frontlinie komt te liggen. Door een belangrijk gebrek aan voertuigen wordt heel wat medisch materieel ter plekke achtergelaten. De laatste elementen verlaten Hoeselt hals over kop rondom 13u00.

Transportkorps 4ID
Tijdens de voormiddag levert het Peloton voor Infanteriemunitie een nieuwe lading munitie aan het 7Li.  Luitenant Steenbruggen ontvangt omstreeks 14u30 een bevel om onmiddellijk naar Zepperen terug te trekken.  De marsroute loopt over Sint-Huibrechts-Hern, Wellen en Ulbeek.  Onderluitenant Collin wordt aangeduid om zo snel mogelijk de baan op de gaan met het half dozijn paardenkarren dat vertrekkensklaar is.  Luitenant Steenbruggen zal zo snel mogelijk volgen met de rest van het wagenpark.  Een van de secties is nog niet teruggekeerd van de levering aan het 7Li.  Steenbruggen wil niet langer wachten dan noodzakelijk en vraagt aan de burgemeester van Werm on de bestemming door te geven aan deze sectie indien de voertuigen nog door het dorp zouden passeren.

De eerste colonne wordt even voor Wellen ingehaald door Luitenant Steenbruggen die op zijn paard aangesneld komt.  De pelotonscommandant heeft zijn voertuigen achtergelaten bij een luchtaanval na het verlaten van Werm.  Zonder aarzelen rijdt iedereen verder naar Zepperen dat omstreeks 16u00 bereikt wordt.  Terwijl de paardenkarren langs de kant van de baan wachten, wordt Sergeant Faes per fiets uitgestuurd om de volgende bestemming trachten te achterhalen.  Een tweetal uren later worden de manschappen ongerust wanneer enkele Belgische militairen per fiets voorbij rijden en melden dat de Duitsers in aantocht zijn.  Een deel van de manschappen gaat er van door zodat de colonne dreigt vast te komen zitten.  Collin en Steembruggen besluiten om er met de overgebleven militairen op de paarden van door te gaan.  Omstreeks 20u00 bereikt dit detachement de omgeving van Brustem waar een tweede detachement van het peloton ontdekt wordt.  Ook deze militairen hebben hun paardenwagens achtergelaten en bevinden zich te paard.

Staf 4Div
Tijdens de nacht van 11 op 12 mei installeert het HK van de divisie zich in Bevekom. De terugtocht van de divisie wordt verder gecoördineerd vanuit Bevekom tot 20u00.  Luitenant-generaal de Grave krijgt de opdracht om zijn troepen zo snel mogelijk weg te halen uit het operatiegebied van de geallieerde Weerstandsstelling.   De divisie krijgt een kantonnementszone toegewezen te Humbeek, Beigem, Grimbergen, Wolvertem en Asse.  Het HK wordt vervolgens vanaf 20u00 via Leuven naar Nederokkerzeel verplaatst.

De infanterie-eenheden zitten ondertussen nog heel wat meer naar het oosten toe en steken de Demer en de Gete.  De eenheden nemen kantonnementen in tussen Halen en Waanrode. Hier kan in relatieve veiligheid uitgerust worden gezien langs de Demer en Gete een defensieve linie ingericht wordt door het Cavaleriekorps.

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13 4Div
    Bij dageraad bereiken Luitenant Engelen en het peloton van OLt Vincent het dorp Veltem waar de troepen ingekwartierd worden in de gemeenteschool.  Lt Engelen heeft geen enkele idee waar zijn stafpeloton en twee overige pelotons T13 zijn en gaat tevergeefs op zoek naar zijn manschappen.
  • 2/Cie C47 op T13
    Terzelfdertijd is het 2Pl nog steeds opgesteld ten westen van Kortessem.  OLt Stiers wordt hier verrast door aankomende vijandelijke voertuigen maar kan zich nog tijdig uit te voeten maken en de beide T13 pantsers slagen er in om via de binnenwegen naar het westen te ontkomen.  Bij de passage te Kerniel volgt een korte schermutseling met Duitse motorwielrijders.  Via Diest rijdt het peloton tot bij de divisiestaf te Bevekom.

Transportkorps 4ID
Het transportkorps bevindt zich over een uitgestrekt gebied in de driehoek Leuven-Diest-Tienen.  Het 1PAMA is aangekomen te Bierbeek en meldt geen verliezen.  De staf van het transportkorps, het 2PAMA, het PARa en het PAMat hebben Hamme-Mille bereikt.  He 2PAMA is enkele vrachtwagens verloren en telt nog 16 voertuigen met artilleriemunitie.  Het PARa heeft nog 14 vrachtwagens met levensmiddelen.  Van het met paardenkarren uitgeruste PMI is geen enkele spoor.  Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark is te Korbeek-Lo.

Staf 4Div

Kasteel d'Overschie te Grimbergen

Kasteel d’Overschie te Grimbergen

Tijdens de nacht van 12 op 13 mei beveelt de divisie aan zijn eenheden om door de K.W. Stelling te trekken. Hierbij moeten alle formaties die zich ten zuiden van de as Leuven-Tienen bevinden koers zetten naar Leuven om een doortrekking van de Britse posities tussen Leuven en Waver te vermijden. De divisie verplaatst zich tijdens de nacht als volgt:

  • De eenheden van het Transportkorps, met uitzondering van het 1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (1PAMA), trekken via Hamme-Mille, Leuven, Herent, Steenokkerzeel en Vilvoorde naar Wolvertem.
  • Het 1PAMA verlaat Bierbeek en vervoegt te Leuven dezelfde marsroute.
  • Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark trekt terug via Leuven, Herent, Buken, Kampenhout, Perk en Peutie naar Asse.
  • Bij de artillerie zal de I/8A vertrekken uit Meldert om dan via Bierbeek, Leuven, Buken, Kampenhout, Elewijt en Verbrande Brug naar Humbeek te rijden.  De II/8A zal dezelfde route volgen vanaf Buken.  De IV/8A krijgt een route via Melin, Hamme-Mille, Leuven, Herent en Steenokkerzeel naar Grimbergen.  De III/8A tenslotte moet deze marsroute vervoegen te Hamme-Mille.
  • De tragere tropen te voet moeten tegen de ochtend van 13 mei tijdelijke kantonnementen innemen te Linden, Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem betrekken.  Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven. De volgende nachtelijke etappe verloopt tot in het kantonnementsgebied op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek.
  • De divisiestaf verhuist naar Gimbergen en vindt onderdak in Kasteel d’Overschie (ook: Kasteel de Vorst)

Cie C47 op T13 4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13
    Luitenant Engelen gaat opnieuw op zoek naar zijn troepen.  Op de Brusselsesteenweg verneemt hij dat de divisie te Zaventem zou gehergroepeerd worden.  Het detachement verlaat Veltem en overnacht te Zaventem.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2Pl van OLt Stiers bereikt Kampenhout en verzekert de verdediging van het divisiehoofdkwartier.


Staf 4Div
Het gros van de divisie steekt gedurende de nacht van 13 op 14 mei het Kanaal van Willebroek over en kantonneert tussen Grimbergen, Humbeek, Beigem en Strombeek-Bever. De eenheden van de 4Div bevinden zich nu in de volgende kantonnementen:

  • Staf: Grimbergen
  • 7Li: Grimbergen en Strombeek-Bever
  • 11Li: Humbeek
  • 15Li: Drie Fonteinen
  • 8A: Humbeek en Grimbergen
  • 4Gn: Beigem
  • 4TTr: Grimbergen
  • Cie getrokken C47: Grimbergen
  • Cie C47 op T13: Grimbergen
  • Esc Cy 4Div: Grimbergen
  • Geneeskundig Korps: Wolvertem
  • Compagnie Intendance: Brussel
  • Transportkorps zonder Ateliers en Autopeloton voor Ravitaillering: Wolvertem
  • Ateliers 4Div: Asse, samen met de ateliers van ILK en 7Div
  • Autopeloton voor Ravitaillering: Ganshoren
  • Compagnie Luchtafweermitrailleurs: Wolvertem

Daarnaast wordt te Vilvoorde nog een Verzamelcentrum voor Afgezonderde Militairen ingericht om zoveel mogelijk ronddolende militairen van de 4Div terug te sturen naar hun juiste eenheden.

Rondom 11u30 verneemt de divisiestaf weten dat te Zaventem een grote luchtlanding zou gestart zijn.  Het 15Li krijgt het bevel om de bruggen tussen Buda en Vilvoorde te bezetten met telkens een peloton fuseliers, een C47 anti-tankkanon en een T13 pantserwagen.  Het IIIde Bataljon moet het dorp Koningslo innemen en richting zuid bewaken.  Het peloton verkenners moet de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek tussen Buda en Borcht onder observatie houden.  Het 7Li moet een compagnie doorsturen naar de kanaalbrug te Verbrande Brug en zal eveneens een T13 in steun ontvangen.

De eenheden van de divisie reorganiseren overdag en de komende nacht in de zone tussen Grimbergen, Humbeek en Beigem. De regimenten moeten tegen 12u00 de toestand van hun eenheid over te maken aan het HK 4Div. De 4Div wordt nu aangehecht bij het IIIde Legerkorps (III/LK). Het was de bedoeling van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om de opstelling van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het III/LK.  De 1ste Infanteriedivisie (1Div) zal zich klaar houden in de zone rond Kapelle-op-den-Bos en Beigem, de 4Div krijgt de zone rond Grimbergen toegewezen en de in de gevechten te Lummen zwaar getroffen 14de Infanteriedivisie (14Div) zal post vatten tussen Kapelle-op-den-Bos en Breendonk. Van deze drie formaties is de 1Div er relatief het best aan toe. De 4Div is na de terugtocht van het Albertkanaal geheel uitgeput. De 14Div is niet strijdvaardig.

Cie C47/T13 4Div
Luitenant Engelen en het peloton Vincent begeven zich naar Grimbergen.  Tijdens de komende twee dagen zal de ganse compagnie hier opnieuw samengebracht worden, met uitzondering van de op 11 mei geleden verliezen. Sergeant Buysse wordt in de omgeving van Brussel teruggevonden met nog een T13 pantserwagen.  Het tweede voertuig van zijn sectie werd onderweg achtergelaten.

Generaal-majoor Eugêne Van Trooyen.

Staf 4Div
Omstreeks 10u00 bezoekt Luitenant-generaal De Grave het hoofdkwartier van het IIIde Legerkorps op het stadhuis van Vilvoorde.  Alvorens terug te keren naar Grimbergen inspecteert de generaal tevens de kanaaloever tussen Buda en Verbrande Brug.

Omstreeks 13u00 wordt Luitenant-generaal De Grave vervangen als commandant van de 4Div door Generaal-majoor Van Trooyen, voormalig commandant van de 7de Infanteriedivisie. Hij krijgt opdracht de 4de Infanteriedivisie naar het Bruggenhoofd Gent te sturen. Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) werd gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De 4Div komt als eerste grote eenheid toe in het Bruggenhoofd Gent en moet de volledige perimeter bezetten. De verdeling van de ondersectoren die door de regimenten van de 4Div moeten worden bezet is als volgt:

  • 11Li – de ondersector noord van Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de ondersector centrum van Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – de ondersector zuid van Muntekouter tot en met Semmerzake.

De 15 mei wordt overdag nog steeds uitgerust in de kantonnementszone tot de duisternis valt.  Het Groot Hoofdkwartier heeft aanvankelijk laten weten dat de 4Div op eigen kracht naar Gent dient te marcheren. In de late namiddag wordt dit marsorder aangepast en wordt meegedeeld dat het voetvolk met autobussen van de Legerautogroepering zal getransporteerd worden.  De divisie krijgt laadplaatsen toegewezen langsheen de snelweg Brussel-Antwerpen.  De motorvoertuigen van de divisie zullen in een nachtelijke etappe naar het Bruggenhoofd Gent rijden.  Het paardengerij krijgt twee dagen om de verplaatsing te maken.  De divisie staat niet langer onder bevel van het III/LK.  Bij aankomst op het Bruggenhoofd Gent zal de divisie overgaan naar het I/LK.

Het hoofdkwartier vertrekt naar het Bruggenhoofd Gent om 21u30 maar komt al snel vast te zitten in het militaire verkeer tussen Wolvertem en Merchtem.  De colonne maakt rechtsomkeer en rijdt via de snelweg Brussel-Antwerpen over Dendermone en Wetteren richting Gent.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie verblijft te Grimbergen.

Geneeskundig Korps 4Div
Het Geneeskundig Korps van de divisie krijgt een marsroute via Wolvertem, Merchtem, Moorsel, Aalst, Oordegem en Kwatrecht tot in Merelbeke.  De colonne mag de stad Aalst niet doorkruisen, maar moet deze via de zuidrand omtrekken.  De motorvoertuigen moeten in een ruk doorrijden naar Merelbeke.  Ook hier krijgen de paardenvoertuigen twee dagen tijd om de verplaatsing te maken.  Dit detachement moet op 16 mei te Erpe halt houden.  De manschappen te voet zullen samen met het 7Li per autobus vervoerd worden en moeten zich uiterlijk om 20u00 op de laadplaats bevinden.  De sectie dierenarts zal de verplaatsing samen afleggen.

Staf 4Div
Het hoofdkwartier bereikt zijn nieuwe standplaats te Sint-Denijs-Westrem om 05u30.  Na een nachtelijke mars komen ook de gemotoriseerde eenheden van de 4Div in de vroege morgen van 16 mei aan in het Bruggenhoofd Gent.

De autobussen van de Legerautogroepering lopen echter vertraging op en het voetvolk zal pas laat in de ochtend arriveren.  Generaal-majoor Van Trooyen is erg bezorgd en stuurt verschillende stafofficieren terug naar het Kanaal van Willebroek om Het paardengerij bevindt zich nog onderweg en zal het bruggenhoofd bereiken op 17 mei.  De aangekomen eenheden worden als volg gestationeerd:

  • 7Li: Merelbeke, Schelderode, Melsen
  • 11Li: Melle en Kwatrecht
  • 15Li: Bottelare, Landskouter en Moortsele
  • 4TTr en Esk Cy 4ID: Gontrode
  • Cie C47 en Cie C47/T13: Melle
  • 4Gn: Lemberge
  • GenK: Merelbeke
  • PARa: Brussel (dit peloton zal op 16 mei naar het Bruggenhoofd Gent vertrekken)
  • Transportkorps en Cie Luchtafweermitrailleurs: Moldegem en Evergem
  • Peloton voor Infanteriemunitie: Erpe
  • Hoofdkwartier: Sint-Denijs-Westrem

Uit het situatieverslag van 16 mei blijkt dat de 4Div tijdens de terugtocht van het Albertkanaal naar het Bruggenhoofd Gent heel wat zwaar materieel heeft moeten achterlaten. Zo konden er maar vierentwintig van de achtenveertig C47mm anti-tankkanonnen, twintig zware mitrailleurs en 103 lichtere FM30 gerecupereerd worden. De divisie beschikt niet over voldoende zware bewapening om alle voorziene bunkers te kunnen bezetten.  Daarnaast is een groot aantal zender-ontvangers verloren gegaan en is er een tekort aan veldtelefoonmaterieel.  Generaal-majoor Van Trooyen stuurt het volgende overzicht naar de staf van het I/LK:

  • 7Li: 71 officieren, 2.030 manschappen, 8 mitrailleurs, 27 machinegeweren, 6 anti-tankkanonnen
  • 11Li: 60 officieren, 1.600 manschappen, 4 mitrailleurs, 27 machinegeweren, 3 anti-tankkanonnen
  • 15Li: 80 officieren, 2.100 manschappen, 8 mitrailleurs, 59 machinegeweren, 3 anti-tankkanonnen
  • Compagnie C47: 3 officieren, 100 manschappen, 5 anti-tankkanonnen
  • Compagnie C47/T13: 3 officieren, 90 manschappen, 7 T13 pantserwagens
  • Compagnie Luchtafweermitrailleurs: 5 officieren, 109 manschappen, 16 luchtafweermitrailleurs
  • Eskadron Wielrijders: 3 officieren, 60 manschappen, 4 mitrailleuses, 10 machinegeweren
De 4de Infanteriedivisie op 16 mei, na aankomst in het Bruggenhoofd Gent.

De 4de Infanteriedivisie op 16 mei, na aankomst in het Bruggenhoofd Gent.

De divisie maakt nu deel uit van het I/LK en wordt zoals voorzien ontplooid tussen Semmerzake en Kwatrecht.  De tweede grote eenheid van het I/LK is de 16de Infanteriedivisie die nog steeds ontplooid is tussen de bovenloop van de Leie en van de Schelde, ten westen van de 4de Infanteriedivisie.

Kort na de middag worden de regimentscommandanten ontboden op de divisiestaf te Sint-Denijs-Westrem om te vernemen dat hun eenheden op een enkele lijn ontplooid zullen worden tussen Semmrzake en Kwatrecht.  Het 7Li zal de ondersector Semmerzake-Munte (inclusief bezetten)  Het 15Li zal opgesteld worden tussen Munte (exclusief) en Betsbergebos (exclusief). Vanaf Betsbergebos tot Kwatrecht zal het 11Li in stelling gaan.  De baan van Gent naar Brussel te Kwatrecht wordt aangeduid als een kritiek punt, net zoals de baan naar Geraadsbergen in de ondersector van 15Li.  Het 11Li zal dan ook 3 van de 5 C47 anti-tankkanonnen van de Cie C47 in steun krijgen.  De twee overige vuurmonden zijn voor het 15Li.  Ook wordt beloofd dat het IIde Bataljon van het 28ste Linieregiment dat onderweg is van uit Binche zal toegevoegd worden aan het 11Li.  De T13 pantserwagens zullen verdeeld worden onder het tweede echelon.  De sleutels van de toegangsdeuren tot de bunkers van het Bruggenhoofd Gent kunnen afgehaald worden bij de Hulptroepen in de Fabelta fabriek te Gent.

De verkenningen voor de stellingname zullen uitgevoerd worden tijdens de ochtend van 17 mei.

Later op de dag komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden vanaf de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De commandant van de 4Div beseft dat zijn gehavende divisie weer in de strijd geworpen zal worden.

Cie C47 op T13 4Div
De Cie C47 op T13 van de 4Div krijgt als opdracht om zijn drie pelotons T13 als volgt op te stellen:

  • Een peloton van twee T13 aan de Brusselsesteenweg te Melle
  • Een peloton van twee T13 te Bottelare
  • Een peloton van drie T13 te Grontrode als mobiele reserve om het Esk Cy 4Div te steunen

Compagnie Intendance
Deze compagnie is op 16 mei nog onderweg naar het Bruggenhoofd Gent en wordt om 13u00 nabij de stad gesignaleerd.

Transportkorps 4ID
Het met paardenkarren uitgeruste Peloton voor Infanteriemunitie bereikt Meire en wacht hier de volgende avond af.

Het Autopeloton voor Ravitaillering verlaat Brussel en bereikt Gent in de vroege namiddag.

Staf 4Div
Na een uitvoerig betoog van Generaal-majoor Van Trooyen bij de bevelhebber van het Iste Legerkorps, Luitenant-generaal Vander Veken, over de slechte toestand van zijn divisie en het lage moreel van zijn manschappen, beseft Vander Veken dat een uitgestrekte opstelling van de 4de Infanteriedivisie niet gepast is.  Rekening houdende met het feit van het veldleger onderweg is naar het Bruggenhoofd Gent past hij het dispositief van de 4de Infanteriedivisie aan.  Elk van de regimenten moet met zijn sterkste bataljon een bepaalde aanlooproute naar Gent verdedigen, terwijl de rest van de troepen gebruikt zullen worden voor secundaire bewakingsopdrachten.  Bovendien moeten het niet noodzakelijke deel van het wagenpark en de niet inzetbare manschappen overgebracht worden naar de westelijke oever van de Leie om in de zone tussen Ruiselede en Schuiferskapelle te gaan kantonneren.  Dit moet toelaten om de regimenten zoveel mogelijk te laten herconditioneren.

Het 7Li moet zijn sterkste bataljon gebruiken om Munte te verdedigen, en zal ondersteund worden door de II/8A.  Het 15Li moet zich concentreren op de baan naar Geraadsbergen te Betsberg met vuursteun van de III/8A, en het 11Li moet de baan naar Brussel blokkeren te Kwatrecht met steun van de I/8A.  De IV/8A zal het algemeen vuursteunelement vormen.  Elke artilleriegroep zal hervormd worden tot twee batterijen van drie stukken.  De rest van het artillerieregiment wordt eveneens doorgestuurd wordt naar de westelijke oever van de Leie te Poesele.

De divisiestaf verlaat Sint-Denijs-Westrem met de intentie om zich te installeren in Kasteel de Varens op het grondgebied van Melle.  Dit kasteel staat op dat ogenblik leeg en het hoofdkwartier moet dan ook wachten vooraleer de transmissietroepen een telefoonlijn kunnen aanleggen.  Er wordt besloten om uit te wijken naar het Kasteel della Faille te Zwijnaarde.

Geleidelijk aan nemen de infanterieregimenten van de 4Div hun stellingen in op de perimeter van het Bruggenhoofd Gent en tegen de avond zijn alle troepen ter plaatse. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 4Div moeten zelf uitzoeken waar zich de bunkers bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 4Div die de stelling zullen bemannen richten de bunkers zelf in en brengen ook de verbindingsloopgraven terug in orde.

Ondertussen verzamelt het 7Li zijn niet inzetbare fractie te Zwijnaarde om deze door te sturen naar Ruiselede.  Het 15Li, 11Li en het 4Gn doen hetzelfde te Gontrode.  Het detachement van het 15Li vertrekt eveneens naar Ruiselede, terwijl het 11Li en 4Gn hun manschappen doorsturen naar Schuiferskapelle.

De divisiestaf laat weten dat er niet meer gerekend kan worden op de komst van het II/28Li.  Daarentegen zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei het Bataljon Grenswielrijders Limburg aankomen.  Dit bataljon zal zijn compagnies verdelen onder de drie infanterieregimenten.   Tevens wordt de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie verwacht voor de namiddag van 18 mei.  Deze groep zal dan te Lindenhoek nabij Melle opgesteld worden.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische hulpplaats van de divisie wordt overgebracht naar de woning van Dokter De Wilde te Zwijnaarde.  De infanterieregimenten krijgen telkens een ambulancevoertuig in steun voor het overbrengen van zieken en gewonden.  Het transportkorps stuurt drie gewone vrachtwagens naar Zwijnaarde voor het vervoer van lichtgewonden.

De paardenarts van de divisie installeert zijn hulppost aan de De Pintelaan te Gent.

Compagnie Intendance 4Div
De compagnie heeft zich opgesteld in de Beekstraat te Drongen.  Ook het PARa bevindt zich dichter naar de stad toe in Kasteel de Hemptinne op het grondgebied van Mariakerke (ook: Kasteel van het Zandeken).  De eenheden worden bevoorraad met levensmiddelen via the Provianddienst Gent.  Brandstof kan afgehaald worden op het depot van de firma Standaert aan de Industriekaai te Gent.

Transportkorps 4Div
Het transportkorps wordt in zijn geheel doorgestuurd naar de linkeroever van de Leie.  De staf, het PAMat, het PMI en de niet hoogstnoodzakelijke paardenwagens van het Geneeskundig Korps en de infanterieregimenten worden gestationeerd te Vinkt.  De beide PAMA’s en de overtollige paarden van het 8A worden gegroepeerd te Poesele.  Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark, de beide PAMI en de overtollige motorvoertuigen van de infanterie en het 8A worden verzameld te Schuiferskapelle.

Staf 4Div
De 4Div komt nu onder bevel van het VI/LK die de leiding zal nemen van de verdediging van het Bruggenhoofd Gent tussen Semmerzake en Kwatrecht. Het VI/LK zal hiervoor kunnen beschikken over de 2Div, de 4Div, de 5Div en de 1DivChA. Enkel de 4Div is reeds ter plaatse, de andere divisies hebben het Bruggenhoofd Gent nog niet bereikt. De 2Div en de 5Div zijn op terugtocht van de K.W. Stelling naar het TPG en bevinden zich nog tussen de Dender en de perimeter van het bruggenhoofd.  De 1DivChA wordt ingezet langsheen de Dender om de aankomende vijand te vertragen.

Generaal-majoor Van Trooyen verneemt dat hij de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie moet terugsturen naar zijn organieke commando.  De 4Div behoudt wel de steun van het Bataljon Wielrijders Limburg en krijgt ook een Peloton T13 van het 2de Licht Regiment in steun.

In de loop van de avond en nacht zullen de 2Div en 5Div de linies van de 4Div oversteken. De 4Div die nog steeds over de ganse perimeter verspreid staat maakt zich klaar om gedeeltes van het bruggenhoofd over te geven aan de pas toegekomen divisie en vervolgens zijn eigen sector in te richten. Hiertoe zal het 11Li de tweede lijn bemannen, terwijl het 15Li zal plaats maken voor het 7Li dat na aflossing door de 5Div in eerste linie naast het 15Li zal plaatsnemen.  Tot alle troepen op post zijn, wordt de divisie ook verantwoordelijk voor de verdediging van de bruggen over de Schelde te Gentbrugge, Heusden en Melle.  Deze bruggen moeten vervolgens overgedragen worden aan de 16Div.

Cie C47 op T13 4Div
De compagnie wordt verplaatst naar Merelbeke.  De divisiestaf laat de voertuigen als volgt verdelen:

  • Twee T13’s worden uitgestuurd naar de brug van Zwijnaarde.
  • Drie voertuigen worden toegewezen aan elk van de drie grote wachten ingericht door het IIde Bataljon van het 11de Linieregiment te Scheldewindeke en Oosterzele.
  • De rest van de compagnie blijft in reserve te Merelbeke.

Geneeskundig Korps 4Div
De nieuwe hulpplaats voor de divisie wordt ingericht te Zwijnaarde, op de meer veilig geachte linkeroever van de Schelde.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf 4Div
Het VIde Legerkorps is nu ontplooid op het Bruggenhoofd Gent tussen Kwatrecht en Semmerzake.

  • De 2Div neemt met het 5e Linie posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele. Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. Het 28e Linie wordt in reserve opgesteld achter het 5e en 6e Linie.
  • De 4Div neemt stelling tussen Betsberg exclusief en Munte. Het 15e Linie zal zich opstellen ten zuiden van de Betsberg en zal een gedeelte van de bunkers in Moortsele bezetten. Het 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. Het 11e Linie blijft als reserve achter de stelling van het 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de drie grote wachten te Scheldewindeke en Oosterzele. De 4Div hergroepeert zich tussen Betsberg en Munte, rust uit en werkt aan het verstevigen van zijn stellingen in het Bruggenhoofd Gent.
  • De 5Div, bestaande uit het 4e, 1e en 2e Regiment Jagers te Voet, nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in.
  • De 1Div ChA wordt met drie regimenten in lijn opgesteld ten westen van de Schelde. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht omdat wordt rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.

Generaal-majoor Van Trooyen vermeld in zijn velddagboek dat de Sector Oost tussen Betsberg en Kwatrecht om 09u30 volledig overgegeven is aan de 2Div.  De overgave van Sector Oost tussen Munte en Semmerzake volgt om 14u00 door de vertraging van de 5Div.

Voor de stelling van de 4Div worden drie voorposten uitgezet telkens bemand door een peloton van het 11Li. Bij elke voorpost is er telkens versterking van een T13 tankjager van de Cie C47/T13 4Div. De opdracht van de voorposten bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling te melden en verkenningen af te weren. In afwachting van de aankomst van de pelotons van het 11Li worden de drie voorposten bemand door een sectie van het Peloton Verkenners van het 15Li.

De 4Div ontvangt eveneens versterking van een peloton van de Compagnie C47 van de 8Div.  Dit peloton wordt naar Merelbeke gestuurd om zich aan te sluiten bij het 11Li.

De divisiestaf wordt om 15u45 op de hoogte gebracht van de toestand bij de 1DivChA.  Deze divisie heeft zich zoals voorzien rond het middaguur teruggetrokken van de Dender en stelling genomen langsheen de Molenbeek tussen Erpe-Mere en de Schelde.  De divisie wordt in de loop van de avond binnen de eigen linies verwacht.

In de late namiddag komt een erg boze nota aan van het Groot Hoofdkwartier, gericht aan Generaal-majoor Van Trooyen en de drie bevelhebbers van de infanterieregimenten.  De legerleiding is bijzonder misnoegd over het grote gebrek aan FM30 machinegeweren bij de divisie en drukt zijn misprijzen uit over het gebrek aan tucht dat tot het verlies van de bewapening heeft geleid.

Compagnie Intendance 4Div
De divisie wordt nu bevoorraad met levensmiddelen van uit een nooddepot te Deinze.  De intendant van de 2Div coördineert de bedeling.  Het PARa opereert nog steeds van uit Mariakerke.  Benzine kan vanaf nu opgehaald worden in het depot van Shell aan de Wondelgemkaai.

Transportkorps 4Div
De staf van het transportkorps is opgesteld te Hansbeke.

Staf/4Div
Op 20 mei vallen de Duitsers vanaf 09u00 het Bruggenhoofd Gent aan. Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de Infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4de Infanteriedivisie tevreden een meer beperkte actie.

Even voor 09u00 worden voorposten van Scheldewindeke en Oosterzele bedreigd door vijandelijke verkenners.  De beide pelotons van 11Li trekken zich terug, maar goed anderhalf uur later kan het Peloton Verkenners van 15Li de beide steunpunten opnieuw bezetten.  Verder volgt een aantal artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

De voorposten worden om 17u00 opnieuw aangevallen.  Deze keer verliest het Peloton Verkenners van het 15Li te Scheldewindeke een twintigtal krijgsgevangenen en een T13 tankjager.

De voorposten worden definitief opgegeven en de divisiestaf laat een aantal mijnenvelden aanleggen voor het eerste echelon van de frontlinie.

Cie C47 op T13 4Div
De grote wachten van III/11Li te Scheldewindeke en Oosterzele melden kort voor 09u00 de eerste Duitse verkenners ten oosten van de beide dorpen.  Er wordt geen contact gemaakt, maar de drie T13 voertuigen trekken zich terug en laten hier bij de Belgische infanterie ter plekke achter.

Luitenant Engelen stuurt de voertuigen onmiddellijk terug naar hun posities en besluit de deze eigenhandig te begeleiden  Aan de westrand van Oosterzele rijdt de T13 met nummerplaat 3453 van Sergeant Meus over een landmijn.  Sergeant Meus, Korporaal Vanmechelen en Soldaat De Mey worden hierbij gedood.  Luitenant Engelen en Soldaat Pancken raken gewond.  Beiden krijgen de eerste zorgen toegediend in het nabijgelegen Klooster Tota Pulchra in het dorp.  Engelen en Pancken worden afgevoerd naar het militaire hospitaal te Tielt en zullen niet meer terugkeren naar zijn eenheid.  Hij zal na een lange revalidatie in december 1940 naar huis terugkeren.  De grote wacht van Oosterzele heeft nu geen T13 meer.

Onderluitenant Stiers neemt het bevel over de compagnie over.

Tijdens de namiddag wordt een T13 van de reservemacht uitgestuurd naar de commandopost van het 15de Linieregiment.

Provoostdienst 4Div
De provoostdienst bewaakt onder meer de medische hulpplaats van de divisie te Zwijnaarde, het Verzamelcentrum voor Afgezonderde Militairen te Astene en de verzamelplaats voor krijgsgevangenen nabij het divisiehoofdkwartier.  Tevens hebben de Rijkswachters vaste en mobiele posten op de Schelde, Leie en het Afleidingskanaal om vluchtende militairen tegen te houden.

Staf 4Div
In de sector van de 4Div wordt die dag slechts sporadisch contact gemaakt met de vijand. Bij de 2Div werd wat terrein prijsgeven en staan de beide regimenten in eerste lijn, 5Li en 6Li, onder druk.  Gezien het uitblijven van een aanval op de 4Div beslist het VI/LK om het 11Li opgesteld in tweede lijn van de 4Div in versterking te sturen van de 2Div. Het I/11Li en II/11Li worden aangeduid om een tegenaanval in de Duitse flank uit te voeren richting Kwatrecht. Uiteindelijk zal enkel het II/11Li kunnen ingezet worden.

Tevens besluit de divisiestaf tot de ontplooiing van het Wielrijderseskadron nabij de Lindenhoek om bij een mogelijke Duitse doorbraak uit de richting van Kwatrecht en Melle de opmarsroute naar de brug van Zwijnaarde te kunnen blokkeren.  Dit bevel wordt om 06u20 opgemaakt.

Generaal-majoor Van Trooyen verspreid een nota onder zijn bevelhebbers waarin gewaarschuwd wordt voor het verspreiden van defaitistische geruchten door bepaalde groepjes militairen.  De generaal drukt er op dat een ieder die zulke geruchten verspreidt, dient gearresteerd te worden door de provoostdienst en voor de krijgsraad te velde zal gebracht worden.

Cie C47 op T13 4Div
De compagnie stuurt een T13 naar Lemberge ter vesterking van de drie C47 kanonnen die reeds om dit dorp opgesteld staan.

Compagnie Intendance 4Div
De intendance en het PARa bevinden zich nog steeds op Kasteel de Hemptinne te Mariakerke.

Staf 4Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16de en de 18de Infanteriedivisie herontplooien om de stad Gent te verdedigen. De 1ste Infanteriedivisie zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de Infanteriedivisie zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de Infanteriedivisie nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen zij zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de Infanteriedivisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet.  De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen.  De divisie moet zich terugtrekken naar het Afleidingskanaal van de Leie onder dekking van de 1DivChA en de 5Div, en moet vervolgens tijdens de ochtend van 23 mei langsheen dit kanaal opnieuw in stelling gaan:

Er worden drie routes voor de terugtocht vrijgegeven:

  • Route 1 loopt via Schelderode, Melsen, Semmerzake tot Eke en vervolgens via de Bosstraat en de Klapstraat naar Deurle.  Via Sint-Martens-Leerne, Vosselare en Nevele leidt de route dan naar Kruiswege.  Op deze route moet het 8A (minus twee batterijen van de achterhoede) vertrekken om 21u30, gevolgd door de motorvoetuigen van het 7Li (01u00), 15Li (01u20) en 11Li (01u40).
  • Route 2 gaat van Botterlare naar het gehucht Boterhoek, Melsen, de geniebrug over de Schelde tussen Melsen en Schelderode, Landuit, De Pinte en Deurle tot Nevele.  De Groenstraat te Bottelare vormt om 22u00 het vertrekpunt voor het 7Li.
  • Route 3 loopt van Bottelare naar Steenberge, Schelderode, de geniebrug over de Schelde te Hondelee en het dorp Zevergem om vervolgens op route 2 aan te sluiten.  Van op de baan van Gent naar Hundergem zal het 11Li vertrekken om 22u30, het 15Li en het 4Gn om 22u30, de twee batterijen van 8A van de achterhoede om 02u00 en de rest van de achterhoede om 03u40.

De levensmiddelenechelons zullen als eerste terugtrekken via Hutsepot, De Pinte en Deurle en moeten om 21u00 te Hutsepot passeren.  De eindpunten van de mars worden als volgt bepaald:

  • Wielrijderseskadron en het 7Li: Nevele
  • IV/8A en 15Li: Meigem
  • III/8A en 11Li: Zeveren
  • Divisiestaf, staf 8A en 4TTr: Vinkt
  • I/8A, 4Gn, Geneeskundig Korps: Lotenhulle
  • Afgezonderde militairen 7Li en 15Li, bagageechelons 7Li en 15Li, Compagnie Luchtafweermitrailleurs, 1PAMI: Ruiselede
  • Staf Transportkorps. PAMat, PMI, paardengerij Geneeskundig Korps, bagageechelon divisiestaf: Kanegem
  • Afgezonderde militairen 11Li, bagageechelon 11Li, 2PAMI: Schuifferskapelle

De divisie bepaalt ook de initiële orders voor de bezetting van de nieuwe sector toegewezen aan de 4Div:

  • De sector loopt van Nevele in het noorden (inclusief) tot Deinze in het zuiden (exclusief).
  • Van noord naar zuid moeten het 7Li, 15Li en 11Li opgesteld worden met twee bataljons op het eerste echelon en een bataljon op het derde echelon.  Het 7Li zal ondersteund worden door de I/8A, het 15Li door de II/8A en het 11Li door de III/8A.  De IV/8A zal het algemeen vuursteunlement van de divisie vormen.
  • Nevele en Meigem vormen de zwakke punten in de sector, door de aanwezige bebouwing en de bruggen over het Afleidingskanaal.
  • De stellingname moet starten vanaf 11u00 op 23 mei.
  • Het divisiehoofdkwartier zal te Vinkt opgesteld worden.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie wordt kort na 19u00 verwittigd dat er tegen 21u00 een bevel voor de aftocht zal aankomen.  De eenheid dient zich naar Nevele te begeven en moet de overgang over het Afleidingskanaal bewaken tot na de doortocht van het gros van de divisie.

Duits vluchtschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

Duits vluchtschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

Staf 4Div
De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en de divisie komt tijdens de vroege voormiddag aan in zijn nieuwe sector.  De regimenten starten onmiddellijk met het opstellen van hun eenheden op de aangeduide posities.

In de loop van de namiddag verspreidt de divisiestaf de orders voor de komende nacht en voor 24 mei.  De vijand zou de in de vroege voormiddag Zwijnaarde ingenomen hebben en zou inmiddels reeds de Schelde zijn overgestoken.  De eenheden moeten de vijand verwachten van bij het eerste daglicht op 24 mei.

Generaal-majoor Van Trooyen maakt zich zorgen over het terrein waarop het gevecht zal plaatsvinden.  De oostelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie ligt hoger dan de oever bezet door de Belgen, wat maakt dat er een dode hoek van zo’n 200 to 400m is waarin de vijand ongezien kan naderen.  De waterstand op het kanaal is bijzonder laag en zo kan het wateroppervlak bij een vijandelijke stormaanval niet onder vuur genomen worden zonder de eigen dekking op te geven.  Er zijn ook geen loopbruggen beschikbaar en het regiment kan dan ook geen voorposten uitzetten op de vijandelijke oever.  Op de westelijke oever zorgt de dichte bebouwing en de hoge gewassen er voor dat het uitzicht over het voorterrein slecht is.

De generaal bepaalt dan ook dat bij de compagnies in de voorste linies de klassieke opstelling met twee pelotons vooraan en een peloton in steun omgekeerd dient te worden tot een peloton vooraan en twee pelotons in steun.  Hiermee moet op de bevriende oever een zone gecreëerd worden om een vijandelijke aanval op te vangen en te counteren met een zo dicht mogelijk tegenvuur.

De divisiestaf wordt op de vingers getikt omdat het hoofdkwartier te dicht achter de linies opgesteld staat.  De staf verlaat het dorp Vinkt en stelt zich op in de stokerij de Kanegem.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden openen de nieuwe divisionaire hulpplaats te Lotenhulle.  Zieken en gewonden kunnen van hieruit afgevoerd worden naar het medisch-chirurgisch centrum van het VI/LK te Roeselare, en naar het echelon op niveau leger te Klerken.

Te Vinkt wordt een verbandplaats voor lichtgewonden opgesteld.  Elk van de infanterieregimenten krijgt een ambulancevoertuig en een personenauto in steun voor het transport van slachtoffers.

De verzamelplaats voor gewonde paarden wordt eveneens te Lotenhulle geplaatst.

Compagnie Intendance 4Div
De divisie zal vanaf nu niet langer bevoorraad worden via een centraal bevoorradingspunt, maar moet net zoals alle andere eenheden van het veldleger zelf de nodige stocks afhalen bij de diverse depots.  Voor levensmiddelen moet de intendance beroep doen op de depots te Oostende.  Benzine moet afgehaald worden te Brugge.  Smeerstoffen kunnen bekomen worden bij drie civiele leveranciers eveneens te Brugge en tegen een opeisingsbevel.

Transportkorps 4Div
Ook voor munitie moet de divisie nu rechtstreeks bij de depots aankloppen.  Infanteriemunitie kan bekomen worden te Eeklo en de Houthulst, met uitzondering van granaten voor de C47 kanonnen.  Die moeten op het depot op binnenvaartuigen te Oudenburg afgehaald worden.  Munitie voor de DBT granaatwerpers kan tijdelijk niet bekomen worden.  De PAMA’s moeten artilleriemunitie afhalen te Zedelgem.

Staf 4Div
De 4de Infanteriedivisie is ontplooid in zijn ondersector tussen Nevele in het noorden (inclusief) en Deinze in het zuiden (exclusief).  De divisie heeft een problematische veldtocht achter de rug.  Er zijn nog slechts 5.300 infanteristen in plaats van de normale 11.000 en de zware bewapening is herleid tot een overschotje. Er is nog maar een derde van de lichte mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen. Zware mitrailleurs zijn er bijna niet meer, en alle mortieren zijn verloren gegaan.

Kort na middernacht tijdens de nacht van 23 op 24 mei wordt de divisie op de hoogte gebracht van de succesvolle inname van Gent daags voordien.  De 16Div moet hierdoor sneller dan verwacht terugtrekken achter het Afleidingskanaal en kan nog tijdens de tweede helft van de nacht aankomen om eveneens gebruik te maken van de brug van Nevele.  Ook de 5Div zal zich terugtrekken om ten noorden van de 4Div in stelling te gaan.  Generaal-majoor Van Trooyen vraagt aan de infanterieregimenten om elk een voorpost op de oostelijke oever te plaatsen om de vijand bij een snelle aankomst toch nog enige tijd te kunnen afremmen.  Bij het 7Li zal die voorpost bestaan uit een versterkt fuselierspeloton en een T13 tegenover de brug van Nevele.

Omstreeks 17u00 stuurt het 7Li een patrouille naar de oostelijke oever die bestaat uit een onderofficier, drie manschappen en twee telefonisten-seingevers, met als opdracht het dorp Vosselare en de Damstraat te verkennen.

Van Trooyen geeft het bevel tot het opblazen van de brug van Nevele om 20u30. Even na 21u00 wordt het 4Gn verwittigd dat deze brug niet voldoende vernield is.  Het bataljon moet een ploeg uitsturen die geleid zal worden door Majoor Remy en nog twee pogingen nodig zal hebben om het kunstwerk volledig in het water te laten vallen.

De drie infanterieregimenten krijgen de opdracht om uit hun ongewapende manschappen die te Egem ondegebracht werden drie compagnies werkkrachten van elk ongeveer 200 man samen te stellen.  Deze eenheden dienen op 25 mei in de voorste linies veldwerken uit te voeren.  Deze opdracht zal door de vijandelijke aanval van de volgende ochtend nooit uitgevoerd worden.

Cie C47/T13 4Div
De compagnie maakt een verliesstaat op voor de divisiestaf.  Onderluitenant Stiers meldt dat hij nog over drie gevechtsklare T13 voertuigen beschikt.  De rest van het wagenpark is herleid tot drie bestelwagens en een motorfiets.  De compagnie beschikt nog over 360 schoten voor de C47 kanonnen van de tankjagers en een kleine hoeveelheid munitie voor de FM30 lichte mitrailleurs en de pistolen van de bemanning.

Compagnie Intendance 4Div
De intendant van de divisie wijst de eenheden er op dat de broodbevoorrading onder druk staat.  Er dient zo zuinig mogelijk omgesprongen te worden met de nog beschikbare voorraden.  Om het tekort trachten te verhelpen, zal de intendance zal op zoek gaan naar civiele bakkerijen te Lotenhulle, Poesele, Ruiselede, Kanegem en Vinkt.

Transportkorps 4Div
Bij het 1PAMA wordt Wachtmeester Wautelet met vier vrachtwagens uitgestuurd naar het station van Eerdegem om hier 2.000 C75TR artilleriegranaten te gaan ophalen.  In het station staat inderdaad een munitietrein, maar die blijkt het juiste type granaten niet aan boord te hebben.

Staf 4Div
Op verschillende locaties langsheen het front van de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie ondernemen de Duitsers diverse pogingen om over het water te geraken.  Bij de 4de Infanteriedivisie wordt een succesvolle aanvalsactie uitgevoerd die zal leiden tot massage overgaves bij de Belgische troepen.

In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het kanaal even ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over. De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden. Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en het II/11Li geeft zich spontaan over. Het I/11Li tracht nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen gebruiken als levend schild. Om 10u30 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwij­derd.

Ten gevolge van de massale overgaves verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A op 25 mei samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie is niet meer strijdvaardig.  Aan het eind van de dag hebben de Duitsers een gat geslagen in de Belgische linies met een diepte van 6 Km en een breedte van 4 Km.

Staf 4Div
De divisiestaf verlaat Kanegem in de loop van de namiddag en verplaatst zich naar Ruiselede.

Staf 4Div
Tijdens de ochtend van 27 mei verhuist de divisiestaf van Ruiselede naar Waardamme.  Hier wordt een poging ondernomen om orde te scheppen in de divisie en zoveel mogelijk restanten weer samen te brengen:

  • Van het 7Li dienen alle afgezonderde militairen samengebracht te worden te Wingene, terwijl de nog strijdvaardige elementen aangehecht worden bij de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • De afgezonderde militairen van het 11Li en het 15Li zullen ingekwartierd worden te Peerstal even ten noorden van Wingene, samen met de restanten van de Compagnie C47 en de Compagnie C47/T13.
  • De restanten van het 8A, een peloton luchtafweermitrailleurs en de divisiestaf zullen te Waardamme verblijven.
  • De rest van de Compagnie Luchtafweermitrailleurs wordt te Hertsberge samengebracht, samen met het transportkorps.  De logistieke eenheid zal ten dienste staan van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • Het 4Gn gaat over naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • De Compagnie Intendance wordt te Oostkamp gehergroepeerd.
  • Het Autopeloton voor Ravitaillering zal te Sint-Andries verblijven.

De divisie wordt doorgestuurd naar Oostende en de staf zal hier in de loop van de avond aankomen.  Het hoofdkwartier is vanaf 23u00 operationeel te Stene.

Geneeskundig Korps 4Div
De medische eenheden zijn ontsnapt aan de massale gevangenname van de divisie en hebben zich teruggetrokken naar Loppem.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Geneesheer Kapitein SBH W. Broekaert, 1963, De Gezondheidsdienst tijdens de veldtocht der achttien dagen., Acta Belgica de Arte Medicinale et Pharmaceuticae Militari, pp 468-535.
  2. Dossier 4de Infanteriedivisie, Centrum voor Historische Documentatie te Evere.
  3. Het betreft hier pantserwagens die behoren tot een verkenningseenheid van één van de divisies van het 1ste Franse Leger die vermoedelijk als opdracht hadden de vijandelijke opmars te jalonneren. De aankomst van de Franse pantserwagens werd door de 7Div verkeerdelijk geïnterpreteerd als de voorhoede van het 1 (FRA) Leger. Het is in principe nooit de bedoeling geweest dat de Fransen verder zouden oprukken dan de K.W. Stelling hoewel dit op meerdere plaatsen wel is gebeurd (o.a. richting Tongeren).
  4. Beschrijving van het bruggenhoofd aan sluis Nr 1 te Genk [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306827 [Laatst geraadpleegd 06 mei 2019].
  5. Het Bn CyF Lim en de GpCy 17Div staan beiden onder bevel van het I/LK. Beide eenheden staan opgesteld achter het Verbindingskanaal Briegden-Neerharen en verder naar het noorden langs de Zuid-Willemsvaart tot Vucht ten zuiden van Maasmechelen. Zij bezetten de Vooruitgeschoven Stelling in de zone van het I/LK. Vanaf Briegden valt de Vooruitgeschoven Stelling samen met de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal en dit tot Lixhe.
  6. Om 02u45 beveelt de legerleiding aan de legerkorpsen om alle binnenschepen te evacueren van het ganse Verbindingskanaal Maas-Schelde tussen Briegden en Schoten en van het Albertkanaal tussen Luik en Genk. Dit wordt door de staf van het I/LK in een instructie gegoten die pas om 07u00 toekomt bij de divisies, allicht omdat de gebeurtenissen bij de 7Div alle aandacht opslorpten. Wanneer de instructie om alle schepen naar Luik te evacueren uiteindelijk klaar is blijkt ze niet meer relevant te zijn omdat de brug van Kanne de doorgang naar Luik verspert. Allicht zou het een vreemd effect gegeven hebben indien de binnenschepen onder de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zouden doorvaren die op dat ogenblik in Duitse handen waren. Dit illustreert hoeveel tijd er verloopt in het doorgeven van orders naar de laagste echelons en hoe groot de verwarring was in de zone van het I/LK.