18de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 18de Infanteriedivisie | 18ID
18ème Division d’Infanterie | 18DI
Type Infanteriedivisie van de tweede reserve
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van IVde Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal Henri Six
Stafchef Majoor SBH H. Vanderlinden
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant A. Riguel
Commandant Artillerie Majoor SBH Haegeman
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Majoor Spinoit
Intendant Luitenant H. Pirnay
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling
Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten
Sector Sint-Lenaarts -Dessel
Commandopost te Kasterlee
Samenstelling Hoofdkwartier
3de Regiment Karabiniers
(3de Regiment Grenadiers) -> Afgedeeld bij de Maritieme Basis
(39ste Linieregiment) -> Afgedeeld bij IVde Legerkorps
(26ste Regiment Artillerie) -> Afgedeeld bij Vde Legerkorps
15de Bataljon Genie
18de Compagnie Transmissietroepen
Wielrijdersgroep 18ID
Lichte Ambulance 18ID (Geneesheer Kapitein J. Brangkaert)
Compagnie Intendance 18ID (Luitenant L. Abattucci)
Transportkorps 18ID Staf (Luitenant F. Rudolph)
Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt E. Huygens)
Autopeloton voor Ravitaillering (Lt Jacques Lauwers)
Autopeloton voor Materieel (Lt jonkheer J. Thibaut de Mesières)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt E. Risack)
Provoost (Luitenant H. Bruynseels)
Tijdelijke Eenheden Compagnie C47 op T13 2ID (Luitenant G. Vanderschueren)
Wielrijdersgroep 15ID
Iste Groep, 17de Regiment Artillerie
Detachement Autopeloton voor Artilleriemunitie 1ste Cavaleriedivisie

 Tijdens de mobilisatie

Staf/18Div
De 18de Infanteriedivisie (18Div) werd op 22 september 1939, bij afkondiging van Fase D van het mobilisatieplan, gemobiliseerd in de regio tussen Mechelen en Sint-Katelijne-Waver. Samen met de divisiestaf worden het 3de Regiment grenadiers (3Gr), het 3de Regiment Karabiniers (3C) en het 39ste Linieregiment (39Li) gemobiliseerd. Als divisie van tweede reserve is de 18Div in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen 28, 29, 30 en 31. De divisies van tweede reserve beschikken, in tegenstelling tot de actieve divisies en divisies van eerste reserve, niet over een organieke compagnie getrokken anti-tankkanonnen C47mm noch over een Compagnie C47mm op T13. Daarenboven ontbreekt in de infanterieregimenten van de tweede reserve het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de C47mm. Hierdoor kan gerust gesteld worden dat de anti-tank capaciteit van de 18Div zeer beperkt is. De 18Div wordt in september 1939 ook nog versterkt met het 15de Bataljon Genie (15Gn) dat van dan af het organiek bataljon genie van de divisie wordt, de 18de Compagnie Transmissietroepen (18TTr) die de taak van organieke  transmissie-eenheid van de divisie opneemt en de Wielrijdersgroep van de 18Div (GpCy 18div) die de rol zal vervullen van organieke verkenningseenheid. Na zijn mobilisatie wordt de divisie met al zijn eenheden voor enkele weken naar het Kamp van Beverlo gestuurd om de cohesie tussen de eenheden te bevorderen.

Prins Boudewijnkazerne te Schaarbeek waar de Staf 18Div verbleef van 8 november 1939 tot 3 januari 1940.

De divisie vertrekt op 4 oktober 1939 per spoor naar Brugge en Oostende om er gedurende de rest van de maand ingezet te worden bij de verdediging van de kust. Begin november keert de 18Div terug naar het binnenland als algemene reserve van het leger. De divisiestaf wordt op 8 november ondergebracht in de Prins Boudewijnkazerne op het Daillyplein te Schaarbeek. Vijf dagen later verhuist de staf naar Overijse om op 3 december terug te keren naar het Daillyplein. Op 3 januari 1940 verhuist de 18Div naar Alken om de sector Kuringen-Hasselt-Diepenbeek van het Albertkanaal over te nemen. Eind januari 1940 wordt de 18Div versterkt met het 26ste Artillerieregiment (26A) dat  bij een reorganisatie van de artillerie als artillerieregiment van tweede reserve werd samengesteld uit de Vde Groep van het 6de Regiment Artillerie (6A) en de Vde Groep van het 8ste Regiment Artillerie (8A). 26A zal de nodige vuursteun leveren als divisieartillerie.

Op 24 februari 1940 lost de 18Div de 9de Infanteriedivisie (9Div) af in de Kempen waarna de divisie onder bevel van het IVde Legerkorps (IV/LK) komt te staan. De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Voor het IV/LK betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten achter het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [1] vanaf Dessel tot Sint-Lenaarts. Deze opdracht wordt toevertrouwd aan de 18Div.  De taak van de 18Div bestaat enerzijds in het bezetten van een aantal Alarmposten (Postes d’alerte oftewel PA) [2] van de Alarmstelling langsheen de Belgisch-Nederlandse grens en het uitsturen van zogenaamde Officiersverkenningen (Reconnaissances d’officiers oftewel RO) tussen de alarmposten. De alarmposten moeten de grens in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Herentals alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (Centre de Renseignements Avancé oftewel CRA)  van Herentals maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [3] van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Zowel de CP van de 18Div als de alarmposten en de bunkers aan de bruggen staan in verbinding met het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Herentals. Anderzijds moet de 18Div, ingeval van een Duitse aanval, de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in zijn sector vernietigen en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling tijdelijk verdedigen totdat de eenheden die de Dekkingstelling moeten bezetten zich hebben opgesteld achter het Albertkanaal.

De divisiestaf stelt zich op te Kasterlee ten zuiden van Turnhout [10]. Ten oosten van Dessel voert de Groepering Ninitte van het Cavaleriekorps (CK) een gelijkaardige opdracht uit vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals tot Eisden nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart. Ten westen van de divisie bevindt zich de 13de Infanteriedivisie van het Vde Legerkorps (V/LK) die de noordoostelijke sector van de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) verdedigt. Ten zuiden van de 18Div hebben het Wielrijderseskadron van de 6de Infanteriedivisie en het Wielrijderseskadron van de 9de Infanteriedivisie stelling genomen achter het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen [9].

Het GHK oordeelt dat de 18Div niet op volle sterkte dient te zijn om deze opdracht uit te voeren en stuurt op 11 april de staf en twee bataljons van het 3de Regiment Grenadiers  naar West-Vlaanderen om er te worden afgedeeld bij de Maritieme Basis voor de bewaking van de Belgische kust.  De 18de Infanteriedivisie is definitief een deel van zijn infanterie kwijt. Het 26A wordt doorgestuurd naar het het V/LK in de Versterkte Positie Antwerpen. 26A wordt afgelost door de volledig gemotoriseerde  Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A) die met zijn snel verplaatsbare kanonnen beter geschikt is voor de dekkingsopdracht ten noorden van het Albertkanaal. I/17A krijgt de opdracht om vuursteun te leveren in geval van een inval vanuit Eindhoven richting Turnhout. De drie batterijen van I/17A staan als volgt opgesteld:

  • De schootsstelling van de 1ste Batterij ligt nabij het (voormalig) rusthuis Den Brand ten oosten van Retie.
  • De 2de Batterij staat opgesteld te Schotelven nabij Arendonk.
  • De 3de Batterij bevindt zich te Oud-Turnhout en staat verspreid over twee schootsstellingen.

De artillerie steunt de hoofdkrachtinspanning van de divisie die te Turnhout ligt. 

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

Ook het IV/LK ontneemt de 18Div een infanterieregiment om ingezet te worden als legerkorpsreserve. Ter compensatie ontvangt Luitenant-generaal Six de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (GpCy 15Div).  Wanneer de 2de Infanteriedivisie (2Div) op 24 april 1940 de Sector Herentals achter het Albertkanaal verlaat om zich naar de Versterkte Positie Luik te begeven wordt ook nog de Compagnie C47 op T13 van de 2Div overgeheveld naar de 18Div om er de anti-tankcapaciteit te verhogen. Voor de uitvoering van de opdracht resten er de 18de Infanteriedivisie uiteindelijk nog vier infanteriebataljons, de GpCy 18Div en de GpCy 15Div om een bijzonder lang front van 40 Km bemannen [4].

Op 7 mei 1940 roteert het 3C met het 39Li die de opdracht van legerkorpsreserve overneemt  van 3C (TBC). Na afgelost te zijn door 3C verlaat het 39Li op 9 mei de divisiesector om zich naar kantonnementen binnen de Versterkte Positie Antwerpen te Merksem en Deurne te begeven en er de nieuwe reservemacht van het IV/LK te vormen. Een compagnie van het 39Li wordt aangeduid om de nabije verdediging van de legerkorpsstaf in het Fort van Lier te verzekeren.

Aan de vooravond van de oorlog bemant de divisie alarmposten te Meer, Maarle/Poppel, Lipseinde/Merksplas, Postel en aan de douanepost van Arendonk terwijl de rest van de beschikbare eenheden verdeeld wordt over drie ondersectoren; de Ondersector West van Sint-Lenaarts tot Beerse, de Ondersector Centrum rond Turnhout van Beerse (exclusief) tot Arendonk (exclusief) en de Ondersector Oost van Arendonk tot Witgoor (Dessel).

  • Ondersector West staat onder bevel van Majoor Lejeune, commandant het IIde Bataljon van het 3de Regiment Grenadiers (II/3Gr) die beschikt over:
    • Het II/3Gr dat het kwartier Oostmalle bezet van Sint-Lenaarts tot Sint-Jozef en werd versterkt met het 1Esk(-)/GpCy 15Div en het Peloton Verkenners van 3Gr,
    • Het IIIde Bataljon van het 3C (III/3C) dat het kwartier Beerse bezet.
  • Ondersector Centrum staat onder bevel van Majoor Yernaux, commandant het IIde Bataljon van het 3C (II/3C) die beschikt over:
    • Het II/3C dat het kwartier Turnhout van Beerse (exclusief) tot Arendonk (exclusief) bezet. Het bataljon wordt versterkt met het 2Esk(-) en het 3Esk(-) van de GpCy 15Div en kan rekenen op de vuursteun van 3/I/17A.
  • Ondersector Oost staat onder bevel van Majoor Imschoot, commandant van het Iste Bataljon van 3C (I/3C) die beschikt over:
    • Het I/3C dat het kwartier Arendonk bezet. Het bataljon wordt versterkt met een peloton wielrijders van het 1Esk/GpCy 15Div en kan rekenen op de vuursteun van 2/I/17A
    • De GpCy 18Div die het kwartier Retie – Dessel bezet en die kan rekenen op de vuursteun van 1/I/17A.

GnK/18Div
Bij de mobilisatie van de divisie beschikt deze door een tekort aan middelen en personeel niet over een eigen Geneeskundig Korps (GnK/18Div). De divisie zal in hoofdzaak beroep doen op de territoriale gezondheidsdienst en de gezondheidsdienst van hogere echelons. Op 9 januari 1940 wordt een Lichte Ambulance opgericht door het samenbrengen van twee secties van het Geneeskundig Korps van 6de Infanteriedivisie en de 7de Infanteriedivisie. Met deze elementen wordt te Zepperen van 09 januari tot 24 februari voor de eerste keer een eigen divisionaire hulppost ingericht. Na de verplaatsing van de 18Div naar het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten wordt de (opstelplaats van de) Medische Hulpplaats van de 9Div te Lichtaart overgenomen. De stad Turnhout bezorgt de Lichte Ambulance heel wat bijkomend materieel.

Aan de vooravond van de oorlog beschikken de regimenten van de divisie over een regimentshulppost die op een tweetal kilometer van de eerste linies wordt ontplooid. Deze regimentshulpposten staan in voor de directe medische steun en de evacuatie van zieken en gewonden naar de Medische Hulpplaats (oftewel triagestation) van het Geneeskundig Korps van de 18Div te Lichtaart. Vanuit de Medische Hulpplaats van de 18Div worden de gewonden verder afgevoerd naar het Medisch-Chirurgische Centrum (MCC) van het IV/LK dat zich in Duffel bevindt.

TptK/18Div
Met de komst van I/17A wordt ook het Transportkorps van de 18Div (TptK/18Div) versterkt met een detachement Autopeloton voor Artilleriemunitie (PAMA) 1ste Cavaleriedivisie dat ook volledig gemotoriseerd is en bijgevolg I/17A soepel van extra munitie kan voorzien.

De grenspost te Poppel.

Staf/18Div
De 18de Infanteriedivisie staat nog steeds opgesteld langsheen het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten tussen Sint-Lenaarts en Dessel wanneer de divisiestaf te Kasterlee om 00u10 in staat van alarm wordt gebracht door het IVde Legerkorps. Dit bericht wordt tegen 01u30 doorgegeven aan alle lagere echelons. Dat het menens is blijkt uit een bericht dat om 01u45 toekomt van het Groot Hoofdkwartier en vraagt om alle geplande wegvernielingen met amatol-springstof te laden. Het 15Gn wordt met deze taak belast. Een goed uur later laat de Staf IV/LK alle binnenschepen op het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten weghalen nadat de legerleiding het bevel had overgemaakt om alle binnenschepen te evacueren van de Maas-Schelde Verbindingskanalen tussen Briegden en Schoten en van het Albertkanaal tussen Luik en Genk. Omstreeks 03u30 geeft de divisiestaf bevel aan de alarmposten om over te gaan tot het blokkeren van de toegangswegen uit Nederland naar België met geïmproviseerde middelen.

Het Groot Hoofdkwartier belt om 03u50 naar het hoofdkwartier van de divisie met het tegenbevel om alsnog geen wegvernielingen uit te voeren noch wegblokkades op te werpen [11]. Dit omdat een bericht uit Frankrijk is binnengekomen dat eenheden van het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] de divisiesector van de 18Div zullen doortrekken richting Nederland. Deze strijdmacht, onder bevel van Generaal Henri Giraud, is door het geallieerde opperbevel aangeduid om door ons land op te rukken tot in de Kempen en Noord-Brabant teneinde de verbinding te verzekeren tussen de Belgische en Nederlandse legers [5]. De voorhoede van het 7(FRA)Leger zal hiervoor stelling nemen op de lijn Geertruidenberg – Tilburg – Reusel – Arendonk waardoor de Nederlandse Vesting Holland in het noorden verbonden wordt met de stellingen van de 18Div in het zuiden. Door de strikte neutraliteitspolitiek die ons land aan het eind van de dertiger jaren voerde is de Belgische politieke en militaire leiding niet op de hoogte van de precieze plannen van de Fransen. Terwijl het pas in de loop van de ochtend duidelijk wordt voor het GHK  wat de Fransen van plan zijn zal het voor de lagere echelons (IV/LK en 18Div) veel langer duren vooraleer zij de impact van de Franse beslissing op hun opdracht zullen kunnen inschatten.

Luitenant-generaal Six gaat verder met de uitvoering van zijn oorspronkelijke opdracht die, na realisatie van het vernielingsplan, voorziet in de tijdelijke verdediging van de Vooruitgeschoven Stelling gevolgd door een snelle evacuatie van de 18Div richting Albertkanaal.  Hiertoe laat hij de nodige afspraken maken met de Directie van de Diensten van het Leger van het Groot Hoofdkwartier voor het in plaats stellen van de voorziene vloot van 60 autobussen en 75 vrachtwagens die de vier infanteriebataljons na einde opdracht aan de Vooruitgeschoven Stelling moeten overbrengen naar een verzamelgebied achter het Albertkanaal. Deze voertuigen zullen worden geleverd door de Legerautogroepering. De Legerautogroepering beschikt op 10 mei nog niet over de voertuigen en moet die nog opvorderen bij civiele vervoersmaatschappijen. Van zodra de voertuigen opgevorderd zijn zullen ze worden doorgestuurd naar Lichtaart waar het Transportkorps van de 18Div zich bevindt.

Kort na 04u00 komen de eerste bevestigingen binnen van de ontplooiing van de gevechtseenheden van de 18Div. Ondersector Oost meldt klaar te zijn met het opstellen van zijn troepen om 04u20. Ook staan de drie officiersverkenningen (RO1, RO2 en RO3) die Nederlands Limburg moeten intrekken om de positie van de vijand te achterhalen, klaar op hun vertrekpunt. Te Arendonk is een luchtafweerpost ingericht met mitrailleurs. Rond 04u30 meldt Ondersector Centrum dat de inplaatsstelling volgens plan verloopt. Ondersector West bevestigt zijn ontplooiing om 04u35. Overal wordt gemeld dat de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten nog open zijn voor militair verkeer. Om 06u25 laat I/17A weten dat het geschut klaar tot vuren is.

Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Herentals bevestigt om 08u20 dat op de Vooruitgeschoven Stelling in Limburg de dekkingstroepen van het Cavaleriekorps gestart zijn met de uitvoering van hun vernielingsplan [6]. Het duurt tot 10u20 eer de staf van het IVde Legerkorps een gelijkaardig bevel ontvangt van het Groot Hoofdkwartier. In de late voormiddag laat de korpsstaf de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten ten oosten van Turnhout vernielen. De bruggen tussen Sint-Lenaarts en Turnhout blijven intact om de opmars van het 7(FRA)Leger niet te belemmeren. Het Groot Hoofdkwartier en IVde Legerkorps weten echter niet dat door het opblazen van de bruggen oost van Turnhout de Franse marsroutes Itinéraire 4 (Boulogne-Turnhout) en Itinéraire 5 (Montreuil-Retie) afgesneden worden [12].

Ondertussen zijn de drie Belgische officiersverkenningen diep doorgedrongen in het voorgebied van de 18Div. Om 14u20 komt een eerste bericht binnen: RO1 geleid door Onderluitenant de Saint-Hubert heeft nabij Boxtel Duitse troepen gezien [14]. Boxtel ligt ongeveer halverwege het Nederlandse Tilburg en ’s Hertogenbos. Tijdens de namiddag ontvangt de divisiestaf ook regelmatige meldingen van luchtaanvallen op verkeersknooppunten binnen de sector. Turnhout, Retie, Oostmalle en andere locaties worden duidelijk geviseerd door de Duitse luchtmacht. Vaak gaan deze aanvallen gepaard met onjuiste berichten van luchtlandingen.

In de vooravond komt de voorhoede van het 7(FRA)Leger toe in de sector van de 18Div. Het betreft twee Détachements de Découverte (DD1 en DD2) van het Franse 6e Régiment Cuirassiers (6RC) die de marsroutes van het 7(FRA)Leger moeten verkennen. De Franse verkenningstroepen zijn bijzonder misnoegd over het feit dat de bruggen ten oosten van Turnhout in het water liggen en dat alle colonnes van het 7(FRA)Leger die via I4 en I5 oprukken moeten omgeleid worden naar het gedeelte van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten dat tussen Sint-Lenaarts en Turnhout ligt om hun stellingen ten noordoosten van Turnhout te bereiken. Terwijl de Franse verkenners verder oprukken naar de grens, komt omstreeks 22u00 het detachement van Lieutenant de Villèle aan te Turnhout. Deze Franse officier moet de link vormen tussen de westelijke (I4) en oostelijke (I5) opmarsroute. DD2 die via Oostmalle, Beerse, Merksplas en Poppel naar de Belgisch-Nederlandse grens trekt  wordt aan de grens opgehouden door boomvellingen op de weg Poppel – Goirle. Het betreft een wegvernieling die in de ochtend door de alarmpost van Maarle/Poppel werd uitgevoerd. Tijdens de nacht worden burgers opgetrommeld om met paardengespannen de wegversperring op te ruimen.

De twee Détachements de Découverte worden op korte afstand gevolgd door de rest van de 1er Division Légère Mécanique [1(FRA)DLM] die zijn verkenningsregiment het 6e Régiment de Cuirassiers [6(FRA)RC] voorop laat rijden. Achter deze formatie komt de gemotoriseerde infanterie van het 4e Régiment de Dragons Portés [4(FRA)RDP] met zijn gevechtsondersteunende elementen. Deze laatste formatie wordt vanaf 11 mei verwacht in de sector van de divisie. 1(FRA)DLM laat weten dat het zijn commandopost te Oostmalle zal installeren.

Nog tijdens de eerste helft van de nacht verneemt de staf van het 7(FRA)Leger dat de Groepering Ninitte  van het CK bevel heeft gekregen de tijdelijke verdediging van de Vooruitgeschoven Stelling in Limburg op te geven en zich ten zuiden van het Albertkanaal terug te trekken. Hierdoor is de zuidoostflank van het 7(FRA)Leger en bijgevolg ook van de 18Div niet langer beschermd [7]. Generaal Giraud meent hierdoor zijn plannen te moeten aanpassen en voorziet in de ontplooiing van een deel van zijn troepen op de flank van zijn operatiegebied langs het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen [8].

GnK/18Div
Op de eerste oorlogsdag wordt het geneeskundig korps verplaatst naar Boom. Drie ambulancevoertuigen worden afgedeeld bij de gevechtseenheden. Een eerste voertuig vertrekt naar de commandopost van II/3Gr te Oostmalle. Een tweede voertuig naar de commandopost van II/3C te Arendonk en een derde voertuig gaat in reserve te Kasterlee. De overige ambulancevoertuigen van de Lichte Ambulance te blijven te Lichtaart om een relaispunt te vormen voor de evacuatie van gewonden naar het medisch-chirurgisch centrum van het IVde Legerkorps te Duffel. De gezondheidsdienst krijgt tevens de toestemming om zieken en gewonden rechtstreeks af te voeren naar de hulpplaats van de 12de Infanteriedivisie te Wommelgem (voor ondersector west), de hulpplaats van de 15de Infanteriedivisie te Lier (voor ondersector centrum) en het medisch-chirurgisch centrum van het IIde Legerkorps te Aarschot (voor ondersector oost).

Compagnie Intendance/18Div.
De intendance bevindt zich samen met het PARa van het Transportkorps te Herentals. Het mobilisatieplan voorziet in de onmiddellijke evacuatie van de intendance naar Duffel. Om 22u30 zal de compagnie melden dat deze opdracht voltooid is. De compagniestaf bevindt zich dan aan de Standplaats 6 te Duffel.

TptK/18Div
De staf van het Transportkorps wordt om 02u05 gealarmeerd op zijn standplaats te Lichtaart. De eerste opdracht bestaat er in een aantal vrachtwagens op weg te sturen naar de vernielingsdetachementen van het 15Gn die binnen de sector van de 18Div opereren. Ook nog tijdens de eerste oorlogsnacht stuurt Kapitein-commandant Riguel het detachement van het Autopeloton voor Artilleriemunitie 1ste Cavaleriedivisie naar Lichtaart. Aan het eind van de dag volgt een bevel om 3000 handgranaten te gaan ophalen bij een munitietrein die tegen 03u00 in het station van Boom verwacht wordt. Luitenant d’Ursel wordt met deze taak belast.

Staf/18Div
Zodra het dag wordt komen de eerste detachementen van de 1(FRA)DLM aan te Retie [13] die volgens het Franse plan richting Tilburg oprukken. Het betreft het Franse 4e Régiment de Dragons Portés [4(FRA)RDP] dat vanaf 06u00 voorbij Retie trekt en vordert in de richting van Arendonk en Turnhout. Het 4(FRA)RDP wordt op 11 mei opgesteld op de zuidflank van 1(FRA)DLM en ontplooid twee bataljons achter het riviertje de Reusel van Biest-Houthakker over Diessel, Baarschot, Lage Mierde en Hoge Mierde tot De Hoek nabij het dorp Reusel. Het 6(FRA)RC verlengt de stelling van 4(FRA)RDP van Biest-Houthakker tot voorbij Tilburg. Beide regimenten bevinden zich dus voor de Ondersector Oost en de Ondersector Centrum van de 18Div. Enkele flankbeveiligingselementen van 4(FRA)RDP verlengen de Franse linies tot de Belgische grens. Het derde bataljon van het 4(FRA)RDP wordt in reserve gehouden te Beerse.

Omstreeks 07u00 verneemt ook de divisiestaf dat de dekkingstroepen van het Cavaleriekorps de vooruitgeschoven positie in Limburg verlaten hebben. De divisie verwacht elk moment het zelfde bevel te krijgen van de legerleiding. Op de Staf/Div is dan ook bekend dat de vijand tot op een half uur genaderd is van ’s Hertogenbos en dat de Moerdijkbrug in handen is van Duitse parachutisten. De komst van de Fransen zal de oorspronkelijk planning echter in de war sturen. De 18Div zal veel langer op post moeten blijven dan initieel gepland. De bevelhebbers van de drie ondersectoren laten weten dat hun troepen in het algemeen een rustige nacht beleefd hebben en dat verdere orders afgewacht worden.

Luitenant-generaal Six vraagt aan het IV/LK om te mogen beschikken over het Peloton Verkenners van het 39Li (PlVkr/39Li) of het Wielrijderseskadron van de 12de Infanteriedivisie (EskCy/12Div). Dit wordt hem aanvankelijk geweigerd maar om 09u00 krijgt hij dan toch het bevel over het PlVknr/39Li dat gebruikt zal worden om te patrouilleren tegen luchtlandingen. Even na 09u00 meldt een Franse officier dat er vijandelijke troepen gespot zijn op enkele kilometers van Poppel, op Nederlands grondgebied. De Fransen hebben op eigen initiatief de grenspost van Poppel versterkt met drie anti-tankkanonnen en zetten hun reservebataljon in achter het kanaal ter versterking van de Belgische verdedigers.

De rest van de voormiddag wordt besteed aan heel wat heen-en-weer discussie tussen de 18Div het IV/LK en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum te Herentals over het plaatsen van springladingen op de bruggen over het Verbindingskanaal Maas-Schelde tussen Sint-Lenaarts en Turnhout. De springladingen werden op 10 mei verwijderd, maar dienen nu alweer aangebracht te worden. Het legerkorps drukt er nogmaals op dat de bruggen in geen geval in vijandelijke handen mogen vallen en dat deze missie primeert over elk verzoek van het 7(FRA)Leger om de overgangen te behouden.

Tijdens de voormiddag bezoekt Général de Brigade Joseph-Denis Picard, commandant van de 1(FRA)DLM, het hoofdkwartier van Luitenant-generaal Six te Kasterlee. Picard is ontevreden dat de Belgische divisie duidelijk gestart is met de voorbereidingen tot de aftocht van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten en er in het opmarsgebied van zijn 1(FRA)DLM reeds wegvernielingen zijn uitgevoerd op routes die ons leger niet nodig heeft maar die voor de Fransen van groot belang zijn voor het slagen van hun opdracht. De Franse generaal vreest voor de mobiliteit van zijn troepen en besluit om de tankregimenten van de 1(FRA)Brigade Légère Mécanique niet in te zetten ten noorden van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. Wel gaat hij er mee akkoord om een deel van zijn genie toe te wijzen aan het aanleggen van bijkomende oversteekpunten over het kanaal. De commandant van de 1(FRA)DLM bevestigt tenslotte dat zijn divisie ten noorden van het kanaal ontplooid zal worden om de verbinding te maken tussen Arendonk en Tilburg, ten dele langsheen de Reuselbeek. De commandopost van de 1(FRA)DLM bevindt zich te Oostmalle, de CP van 4(FRA)RDP zal ontplooid worden te Poppel. Het 74e Régiment d’Artillerie heeft zijn drie groepen met C75mm geschut ter plekke en ontplooit zich ten voordele van het 4(FRA)RDP tussen Merksplas en Poppel.

Kort na de middag bezoekt de Franse generaal Henri Giraud het Groot Hoofdkwartier te Breendonk. Giraud overtuigt de adviseur van de koning, Generaal-majoor Van Overstraeten, ervan dat het bezit van Turnhout essentieel is voor een succesvolle ontplooiing van zijn troepenmacht. De 18Div krijgt bijgevolg de opdracht om zijn sector aan het kanaal te blijven bezetten en zijn verdere acties te coördineren met de Fransen. Later op de middag bevestigt het 7(FRA)Leger zijn opstelling in Noord-Brabant. De voorhoede zou langsheen het Wilhelminakanaal in stelling gegaan zijn tussen Oosterhout, Tilburg en Diessen. De bezetting van de lijn Moerdijk-Breda-Meer-Herentals (achter de Mark) met de Franse 25e Division d’Infanterie Mécanisée [25(FRA)DIM] in het noorden en de 9e Division d’Infanterie Mécanisée [9(FRA)DIM] in het zuiden zou gestart zijn. Tussen 18u30 en 19u00 wordt de divisiestaf door de GpCy 18Div op de hoogte gebracht van de nadering tot op zo’n 3Km van de grenspost te Postel door vijandelijke verkenners.

Geneeskundig Korps 18Div
Majoor Spinoit meldt dat het relaispunt te Lichtaart-Kasterlee naar behoren functioneert en de afvoer van zieken en gewonden naar Duffel vlot loopt.

Transportkorps 18Div
Luitenant d’Ursel en zijn vrachtwagens komen omstreeks 16u00 zonder handgranaten terug van Boom. De munitietrein is nooit aangekomen.

Staf 18Div
Tijdens de nacht van 11 op 12 mei komen nieuwe Franse eenheden toe in de sector van de 18de Infanteriedivisie. De beide tankregimenten van de 1DLM, het 4e Régiment de Cuirassiers en het 18e Régiment de Dragons, kwamen daags voordien per trein aan te respectievelijk Mechelen en Kontich en Boom en hebben tijdens de nacht hun pantservoertuigen naar het noorden gestuurd. Hierbij worden de zware Somua S35 tanks ten zuiden van het Albertkanaal gehouden omwille van onzekerheid over de toestand van de bruggen. Alleen de Hotchkiss H35 tanks vorderen naar het Verbindingskanaal. De voorhoede van de 9e Division d’Infanterie Motorisée bestaande uit twee infanteriebataljons en een detachement artillerie komt aan ten noorden van de Belgische linies en start met de inplaatsstelling van zijn deze troepen op de lijn Wortel-Turnhout. De rest van deze divisie zal echter halt houden ten westen van het Kanaal van Willebroek en zal nooit zijn actiegebied bereiken.

In Nederland nemen de Duitsers de stad Tilburg in en trekken de dekkingstroepen het Franse 7de leger terug naar de lijn Breda-Chaam-Baarle. De linkerflank van de 4RDP ten zuiden van Tilburg komt hierdoor ongedekt te liggen. De vijand maakt te Lage Mierde contact met het front van het 4RDP en lijkt door te willen stoten in de richting van Ravels, Arendonk en Turnhout. De alarmpost van Maarle/Poppel meldt de komst van de vijand omstreeks 06u30 en wordt binnen het daarop volgende uur teruggetrokken naar de brug van Rijkevorsel. Tegen 10u00 wordt ook de alarmpost van Meer verlaten en tegen het middaguur worden de aanvallers te Minderhout gesignaleerd. Voor de 18Div verandert er voorlopig niks. Rond 13u00 komen de eerste Duitse doelen binnen het bereik van onze artillerie in de ondersector van het 3C en worden er onder vuur genomen door het I/17A. Vanaf de late namiddag start het 4RDP met een terugtocht naar het Verbindingskanaal Maas-Schelde. De commandopost van het regiment verhuist naar Villa Ter Loo te Kasterlee.

Op het Franse Groot Hoofdkwartier wordt het duidelijk dat de missie van het 7de Leger in zijn oorspronkelijke versie nog maar weinig kans op slagen biedt. Generaal Giraud krijgt de opdracht om zijn troepenmacht te concentreren rond de Versterkte Positie Antwerpen.

Luitenant-generaal Six verneemt tot zijn grote ontsteltenis dat op het Albertkanaal alle bruggen ten oosten van Herentals door onze genie opgeblazen worden. Hierdoor verliest de 18Div een deel van zijn marsroutes naar het zuiden en moet de staf het evacuatieplan voor de divisie aanpassen. Over het Albertkanaal blijven nog slechts te bruggen te Massenhoven en Wijnegem intact. Op het eerste gedeelte van het Verbiningskanaal Maas-Schelde is alleen nog brug 10 op de baan van Malle naar Brecht beschikbaar. Six laat het volgende plan opstellen:

  • Bij de aftocht van het Verbindingskanaal dienen II/3Gr, de Wielrijdersgroep van de 18Div, de staf van de Wielrijdersgroep van de 15 Div en de staf van het 15Gn naar de brug van Wijnegem terug te trekken.
  • De staf van het I/3C en de I/17A zullen de brug 10 van het Verbindingskanaal in noordelijke richting moeten oversteken om via Brecht en Schoten terug te trekken.
  • Het II/3C, III/3C, het transportkorps en de 18Cie TTr zullen zich naar de brug van Massenhoven begeven.

De Duitsers stoppen hun opmars en wachten de duisternis af om in de zone ten oosten van Turnhout het kanaal over te steken. Om 22u30 raken de Duitsers over het Verbindingskanaal met behulp van opblaasbootjes.

Transportkorps 18Div
Kapitein-commandant Riguel meldt dat de Belgische genie gaat over tot het uitvoeren van een reeks wegvernielingen op de baan van Lichtaart naar Herentals. Vanaf Herentals worden de bruggen over het Albertkanaal opgeblazen. Het PARa dient dan ook de stad te verlaten en verplaatst zijn standplaats naar Duffel.

Het transportkorps van het IVde Legerkorps stelt 8 vrachtwagens met infanteriemunitie ter beschikking van de 18Div. Deze vrachtwagens zullen omstreeks 22u00 toekomen. In afwachting van de herbevoorrading wordt de eigen infanteriemunitie verdeeld onder de eenheden op de frontlinie.

Staf 18Div
Tijdens de nacht van 12 op 13 mei krijgt het Franse 4RDP het bevel om de verdediging van het Verbindingskanaal over te nemen tussen Turnhout en Dessel. Het 1ste bataljon van dit regiment wordt opgesteld tussen Turnhout en Voorheide, grosso modo op de posities van het I/3C. Het 2de bataljon vervolgt tussen Voorheide en Dessel en vervoegt de posities van de Wielrijdersgroep van de 18Div. Het 3de bataljon is door de gevechten van 12 mei niet inzetbaar en gaat in reserve nabij Tielen. De 18Div blijft nog een laatste dag op zijn stellingen en de frontlinie wordt dan ook door zowel Belgische als Franse troepen bemand. Het 4RDP laat weten dat tijdens de komende nacht eveneens het IIIde bataljon van het 131e Régiment d’Infanterie zal aangevoerd worden om het I/4RDP af te lossen en dit bataljon toe te laten om Turnhout te bezetten. Er worden ook twee groepen van het 74e Régiment d’ Artillerie verwacht.

De 18Div staat nu onder het rechtstreekse bevel van het Franse 7de Leger dat geleid wordt door Generaal Girauds hoofdkwartier te Hamme. Het hogere echelon van de 18Div, het IVde Legerkorps, is echter niet op de hoogte van de operationele afspraken tussen het 7de Leger en de 18Div en vraagt met dringendheid aan Luitenant-generaal Six om een kopie van alle Franse bevelen door te sturen naar de legerkorpsstaf.

Langsheen de kanaaloever tussen Turnhout en Dessel bezetten het IIde en het Iste Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers en de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie hun posities samen met de twee Franse bataljons. Omstreeks 11u00 wordt gemeld dat de Fransen nog steeds in bezit zijn van het dorp Weelde, maar op het punt staan zich terug te trekken. De vijand is echter doorgedrongen tot de geallieerde linies en vooral tussen Turnhout en Voorheide wordt bij momenten hevig over-en-weer geschoten. Ook de artillerie komt regelmatig in actie. De I/17A wordt in de loop van de avond versterkt door de beide groepen van het Franse 74RA.

De staf van het Franse 7de Leger vraagt aan de 18Div om alle niet voor het gevecht noodzakelijke voertuigen uit het operatiegebied weg te sturen en naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal over te brengen. Het IVde Legerkorps werkt ondertussen aan een aangepast evacuatieplan voor de 18Div. Daar het Franse leger de brug van Grobbendonk in exclusief gebruik heeft, moet de 18Div bij een terugtocht van het Verbindingskanaal binnen de Versterkte Positie Antwerpen gebracht worden via Schilde, Massenhoven en Burcht. Daarbij is het de intentie om twee van de drie bataljons van het 3C op motortransport te plaatsen.

In de loop van de avond komt het tot een ernstige schermutseling ter hoogte van Brug 2, de oude draaibrug te Retie. De 1Bij van de I/17A moet langdurig tussenbeide komen en de Belgische infanteristen vallen onder een bijzonder dicht vijandelijk vuur. De Belgen beklagen zich over de afwezigheid van de Franse pantserwagens die zich blijkbaar in de richting van Arendonk en Retie ophouden en geen orders hebben om aan het gevecht deel te nemen.

Transportkorps 18Div
Het transportkorps krijgt de taak om alle infanteriemunitie die nog opgeslagen ligt op de terreinen van het station van Boom over te brengen naar de gevechtseenheden van de divisie. Het gaat om 180.000 patronen voor de Chauchat FM15-27 lichte mitrailleurs en 180.000 patronen voor de zware mitrailleurs. Tijdens deze opdracht wordt te Oostmalle één vrachtwagen verloren wanneer deze per ongeluk in een bomtrechter rijdt. Om 21u00 laat de divisiestaf weten dat alle niet noodzakelijke voertuigen doorgestuurd moeten worden naar nieuwe kantonnementen te Emblem.

Staf 18Div
De druk op de Frans-Belgische linies tussen Turnhout en Dessel houdt ook tijdens de nacht van 13 op 14 mei aan. De 18Div krijgt kort na middernacht het bevel tot de terugtocht van het Franse 7de Leger en deelt zijn marsorders uit. De 18Div verlaat de Franse commandostructuur en dient zich terug te trekken over het Albertkanaal en de Nete tot binnen de Versterkte Positie Antwerpen:

  • Het 3C moet via Ranst, Broechem en Emblem naar Duffel. Onderweg dient het regiment te Emblem de elementen van het 15Gn op te pikken die naar deze locatie doorgestuurd werden en deze naar Lint te dirigeren.
  • Het II/3Gr moet via de zelfde route eveneens naar Duffel.
  • De I/17A dient kantonnementen aan de rand van Lint op te zoeken.
  • Het 15Gn zal in de dorpskern van Lint ingekwartierd worden.
  • De 18Cie zal teruggeroepen worden uit Boom en moet eveneens het dorp Lint vervoegen.
  • Het hoofdkwartier van de divisie wordt gesloten en de commandostaf zal tijdens de eerste helft van de nacht van 14 op 15 mei verplaatst worden naar het gemeentehuis van Lint.

De start van de aftocht dient gepland te worden voor 01u30. Het II/3Gr mag zich vanaf 01u50 verplaatsen.

Om 02u30 beveelt ook de 1DLM tot een nieuwe aftocht. Het 4RDP moet tegen 06u30 aankomen op de lijn Sint-Lenaarts-Oostmalle-Zoersel-Zandhoven-Vierse. Het 7de leger krijgt het bevel om zijn oorspronkelijke missie definitief op te geven en wordt door het Grand Quartier Général teruggeroepen naar de Franse legerzone. Te Arendonk trekken nog meer Franse troepen naar het zuiden en komen deze troepen samen met de eenheden van de 18Div in contact met de Duitse voorhoede.

De mars voor de aftocht wordt nog voor het eigenlijke vertrek ingekort. De divisiestaf houdt halt te Vremde en opent hier gedurende enige uren een voorlopige commandopost. De troepen van Ondersector West, het II/3Gr en III/3C worden aanvankelijk gedirigeerd naar Ranst. De staf, I/3C, Wielrijdersgroep van de 15Div en overige troepen in versterking van dit regiment krijgen Emblem als nieuwe bestemming toegewezen. De II/3C en de Wielrijdersgroep van de 18Div worden naar Broechem gestuurd.

De divisie duidt vervolgens de definitieve bestemmingen aan voor zijn eenheden:

  • Het volledige 3C dient te Boechout te kantonneren.
  • Het II/3Gr wordt te Borsbeek ingekwartierd.
  • Het 39Li wordt opnieuw aangehecht bij de 18Div en zal de rest van de veldtocht onder bevel van de divisie blijven. Wijnegem wordt aangeduid als standplaats voor het regiment.
  • De Wielrijdersgroep van de 15Div verlaat de divisie en dien te Vremde de 15Div te vervoegen.
  • De Wielrijdersgroep van de 18Div moet te Mortsel kantonneren.
  • De I/17A zal te Lint blijven maar dient nieuwe bevelen van het IVde Legerkorps af te wachten en zal de divisie verlaten.
  • Het 15Gn en de 18 Cie TTr worden naar Borsbeek doorgestuurd. Het 15Gn wordt ingekwartierd aan de de Robianostraat 93. De 18 Cie TTr zal verderop verblijven aan de de Robianostraat 56.
  • Het transportkorps en de gezondheidsdienst dienen zich te Oude God op te stellen.
  • De Compagnie C47 op T13 2ID dient zes T13 voertuigen naar het station van Kessel te sturen om deze aldaar ter beschikking te stellen van de 15Div. De rest van de compagnie wordt naar Mortsel gestuurd.
  • De commandopost van de divisie wordt geopend aan de Jozef Reusenslei 122 te Borsbeek

Geneeskundig Korps 18Div
Het relaispunt te Lichtaart-Kasterlee staakt zijn activiteiten. Twee ambulancevoertuigen zullen het divisiehoofdkwartier volgen, terwijl de rest van de middelen doorgestuurd wordt naar de Lichte Ambulance die zich nog steeds te Boom bevindt.

Transportkorps 18Div
Ook de rest van het transportkorps trekt zich terug naar Emblem. Kapitein-commandant Riguel verlaat Lichtaart om 02u00 en komt twee uur later aan. De pelotons hebben de verplaatsing zonder grote problemen volbracht. Alleen de bagagevrachtwagen van het PAMat is onderweg verloren gereden.

Compagnie C47 op T13 2ID
Luitenant Verschueren verstuurt om 20u00 een situatierapport naar de divisiestaf. Zijn compagnie is aangekomen te Emblem. Hij beschikt nog over zeven van de twaalf tankjagers. Het stuk dat opgesteld stond bij Brug 0 te Witgoor nabij De Maat werd door de bemanning in brand gestoken en achtergelaten. Het voertuig bij Brug 4 te Ravels onderging het zelfde lot. Van de stukken bij Brug 3, Brug 5 en Brug 6 is geen nieuws. Een bagagevrachtwagen is achterwege. In de Kazerne Majoor Blairon te Turnhout werd een hoeveelheid persoonlijke uitrusting achtergelaten. Er ontbreken vier onderofficieren en negentien manschappen, waarvan twee gewonden die afgevoerd werden. Daartegenover staat dat de compagnie onderweg een personenvoertuig van het merk Fiat en een FM30 licht machinegeweer gerecupereerd heeft.

Staf 18Div
De divisiestaf laat het II/3Gr naar Borsbeek verplaatsen met het oog op een ontplooiing tussen Kilometerpaal 77 en de brug van Oelegem langsheen het Albertkanaal, maar deze inzet gaat niet door en het bataljon wordt teruggezonden naar Boechout. Het II/3Gr zal te Boechout in reserve blijven, maar dient één compagnie door te sturen naar het hoofdkwartier van het IVde Legerkorps in Fort 4 te Mortsel om de verdediging van de staf over te nemen van de daar aanwezige compagnie van het 39Li. De commandopost van het bataljon zal ondergebracht worden in het Sint-Gabrielcollege aan de Lange Kroonstraat te Boechout.

Luitenant-generaal Six ontvangt tijdens de vooravond nieuwe bevelen voor de inzet van zijn divisie:

  • Het 39Li zal dekking in de diepte bieden binnen de zone van het IVde Legerkorps en zal hiervoor opgesteld worden tussen Sluis 10 van het Verbindingskanaal Maas-Schelde (ook: Kanaal Dessel-Schoten) en brug 36 van het Albertkanaal. De commandopost van het 39Li blijft aan de Wommelgemsteenweg te Wijnegem.
  • Het 3C zal gebruikt worden om een derde defensieve linie achter de twee echelons van de 15de Infanteriedivisie te organiseren. De commandopost van dit regiment te Boechout geïnstalleerd worden. Dit regiment zal versterkt worden door het II/3Gr.
  • De Wielrijdersgroep van de 18Div zal eveneens te Boechout verblijven en wordt ondergebracht aan de Provinciesteenweg 145. De groep zal de mobiele reservemacht van de divisie worden en moet in eerste instantie optreden in geval van een vijandelijke luchtlanding.

Deze verplaatsingen zullen tijdens de nacht van 15 op 16 mei gerealiseerd worden.

Geneeskundig Korps 18Div
De Lichte Ambulance wordt teruggeroepen uit Boom en dient te Oude God de medische hulpplaats van de divisie in te richten. Hiervoor worden de gebouwen van de wasserij Sint-Antonius uitgekozen. Aan de Jozef Reusenslei 105 te Borsbeek zal een ambulancevoertuig in reserve gehouden worden.

Compagnie Intendance 18Div
De compagnie intendance vindt onderdak in het politiekantoor van Mortsel.

Transportkorps 18Div
De pelotons van het transportkorps worden eveneens verplaatst naar Oude God en vinden onderdak in de fabrieken van autoconstructeur Minerva.

Het gemeentehuis van Kontich, HK van de 18Div op 16 mei.

Staf 18Div
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd, moet deze verdedigingslinie worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en rukt op naar de Atlantische kust. In het noorden heeft Nederland zich overgegeven, het geallieerd dispositief moet worden aangepast. Tijdens de namiddag verspreidt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de nodige bevelen voor de ontruiming van de KW Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei en om het leger terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De divisie krijgt kort na 16u00 het bevel om het afmarsgebied van de 12Div en de 15Div te ontruimen door het gros van zijn troepenmacht onmiddellijk te verplaatsen naar Mortsel en Kontich. Het 39Li, het 15Gn en de 18 Cie TTr moeten hun huidige standplaatsen opgeven om zich via de Krijgsbaan naar Mortsel te begeven. Het 3C, II/3Gr en de Groepering Wielrijders van de 18Div moeten via Ranst, Vremde, Boechout en Hove naar Kontich. In de loop van de avond zal dan een verdere etappe naar Temse en Rupelmonde van start gaan.

De divisiestaf verhuist naar het gemeentehuis van Kontich.

Luitenant-generaal Six verneemt dat zijn divisie doorgestuurd zal worden naar een nieuwe sector ten noordoosten van de stad Gent om de verbindingsschakel te vormen van de nieuwe Belgische linies tussen het Kanaal Gent-Terneuzen en het Bruggenhoofd Gent. De legerleiding wil zo snel mogelijk de troepenmacht op de verdedigingslinie Terneuzen-Gent-Oudenaarde opbouwen en de 18Div ontvangt bijkomende steun die toelaat het volgende plan op te stellen:

  • Zo’n 2.000 manschappen van het 3C zullen per spoor getransporteerd worden van Kontich naar Temse.
  • De rest van het 3C, het II/3Gr en de Wielrijdersgroep van de 18Div zullen over de baan naar Temse terugtrekken en krijgen een marsroute aangewezen via Reet tot aan de brug over de Rupel te Boom. Van hier uit moet het dan verder via Kalfort, Puurs en Bornem tot aan de Schelde waar via de militaire brug Temse moet bereikt worden.
  • Het 39Li en de overige elementen van de divisie dienen naar Rupelmonde terug te trekken via de rechteroever van de Rupel via Edingen en de gehuchten Groeningenhoek en Kleidaal tot in Hemiksem om hier via de pontonbrug de Schelde over te steken.

De verplaatsingen komen vanaf de vroege avond op gang. Omstreeks 22u15 passeren de Compagnie Intendance en de Lichte Ambulance de brug van Hemiksem, gevolgd door de autocolonne’s van de 18 Cie TTr om 23u00 en het 15Gn om 23u15. De motorvoertuigen van het 3C en het 39Li steken hier rond middernacht de Schelde over. Omstreeks 22u30 duikt echter ook de 6Cie van het 3Gr op. Deze compagnie is te vroeg vertrokken en heeft zich bovendien niet gehouden aan het bevel om via Boom te marcheren. De compagniecommandant ontbreekt en de stafofficier van de divisie die de passage controleert, stelt vast dat heel wat persoonlijke bewapening ontbreekt. Het gros van het 39Li passeert over de pontonbrug van Hemiksem tussen 01u00 en 02u30 op 17 mei.

De troepen die via Boom dienen te vorderen worden alle gemeld met een vertraging van een tweetal uur. De rest van het II/3Gr steekt de Rupel over rond 01u00 op 17 mei, gevolgd door het niet per spoor vervoerde deel van het 3C.

Het deel van het 3C dat per spoor vervoerd wordt, gaat om 02u00 op 17 mei te Kontich aan boord van een goederentrein samengesteld uit lege kolenwagons en bereikt om 04u30 het station van Temse.

Compagnie Intendance 18Div, Transportkorps 18Div
Alle logistieke eenheden van de divisie worden in een ruk doorgestuurd naar hun eindbestemmingen nabij Gent. Het transportkorps en de compagnie intendance worden gedirigeerd naar Belzele (niet te verwarren met Belsele in het Waasland), met uitzondering van het PARa dat van uit het nabijgelegen Overdam zal opereren. De bevoorradingsplaats wordt Wondelgem. De divisie zal zich rechtstreeks bevoorraden bij de eenheden van de Directie der Ravitailleringen en Evacuaties van het Leger te Gent. Het PARa moet bij zijn doortocht te Temse een poging ondernemen om benzine op te eisen bij civiele leveranciers. Bij de spinnerij Orlays zou zo’n 3.000l beschikbaar zijn. Het peloton moet vervolgens aankloppen bij de Controledienst der Brand- en Smeerstoffen van het Provinciecommando van Oost-Vlaanderen.

Het transportkorps zal nog tijdens de nacht van 16 op 17 mei verwacht worden op zijn nieuwe locatie. De Compagnie Intendance moet volgens de planning aankomen in de namiddag van 17 mei.

Geneeskundig Korps 18Div
Om 14u00 krijgt de Lichte Ambulance het bevel om de hulpplaats te sluiten. De colonne vertrekt om 20u00 naar Steendorp.

Staf 18Div
De 18Div steekt tijdens de nacht van 16 op 17 mei de Schelde over te Hemiksem en te Temse. De divisiestaf houdt halt te Temse tijdens de tweede helft van de nacht van 16 op 17 mei en installeert zich enige tijd aan de Cauwenburg 6. De eenheden komen aan in de volgende voorlopige kantonnementen:

  • Het 39Li houdt halt te Rupelmonde en installeert zijn commandopost aan de Bazelstraat.
  • Het II/3Gr bevindt zich te Temse en heeft zijn commandopost aan de Kasteelstraat 26.
  • Het 3C is eveneens te Temse.
  • De Wielrijdersgroep van de 18Div zijn ondergebracht in de schoolgebouwen aan de Schoolstraat te Temse.
  • Het 15Gn en de 18 Cie TTr hebben Steendorp bereikt en hun commandoposten bevinden zich respectievelijk aan de Kapellestraat 43 en de Gelaagstraat 64.
  • De Lichte Ambulance is ondergebracht aan de Gelaagstraat 137 te Steendorp.

De divisie dient enkele detachementen te leveren voor de grondverdediging van de overgangen over de Schelde tussen Temse en Hoboken. Het II/3Gr levert een compagnie voor de brug van Temse. Het 39Li duidt telkens een peloton aan voor het veer te Steendorp en het veer te Rupermonde. De bootbrug te Hemiksem tenslotte zal bewaakt worden door een compagnie van het 39Li. Bovendien moet het 39Li twee mitrailleurcompagnies aanduiden voor de luchtverdediging op lage hoogte van de zone rond deze brug. Het 15Gn moet stand-by blijven voor het herstellen van mogelijke schade aan deze overgangsmiddelen.

Tijdens de namiddag van 17 mei start de divisiestaf met de overbrenging van het hoofdkwartier naar Lokeren. Vervolgens worden de verplaatsingen voor de nacht van 17 op 18 mei gepland:

  • De divisiestaf zal tot 18 mei op het stadhuis van Lokeren verblijven.
  • Het 39Li zal naar Eksaarde en omliggende gemeentes gestuurd worden.
  • Het II/3Gr, 15Gn en 18 Cie TTr moeten naar nieuwe kantonnementen ten noorden van Lokeren, op de linkeroever van de Durme.
  • Het 3C zal te Lokeren ingekwartierd worden.

Geneeskundig Korps 18Div
De colonne bereikt Steendorp rond 01u00 en wacht af. De Lichte Ambulance kantonneert aan de Gelaagstraat 137. Majoor Spinoit blijft bij de divisiestaf. De Lichte Ambulance wordt om 10u00 doorgestuurd naar Belzele.

Compagnie Intendance 18Div
De compagnie trekt via Belsele, Zeveneken, Lochristi, Oostakker en Kerkbrugge naar Belzele.

De 18de Infanteriedivisie komt onder bevel van het Iste Legerkorps (ILK) en wordt doorgestuurd naar het Bruggenhoofd Gent. Het ILK zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent en zal opgesteld worden vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen tot Melle langs de Schelde. Ten noordoosten van Gent zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok in het noorden tot Destelbergen in het zuiden. Ten zuidoosten van Gent wordt de 16Div opgesteld met het 41Li in boogvorm tot Melle en het 44Li langs de Schelde. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden. Het 16A zal vuursteun leveren aan het ILK als korpsartillerie.

Het eerste echelon van de divisiestaf vertrekt nog rond de middag van 18 mei en wordt aanvankelijk opgesteld te Sint-Denijs-Westrem, maar verplaatst zich tijdens de namiddag naar Sint-Amandsberg om zich in het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-Visitatie aan de Visitatiestraat 3 te installeren. Met een etappe gedurende de nacht van 18 op 19 mei zal het gros van de 18Div het Bruggenhoofd Gent binnentrekken. Het voetvolk van de infanterie zal door de legerautogroepering overgebracht worden. Luitenant-generaal Six bepaalt dat van noord naar zuid het II/3Gr, 39Li en 3C opgesteld zullen worden. Het 39Li zal zijn drie bataljons op een enkel echelon opstellen. Het 3C dient een opstelling aan te nemen met twee bataljons op een voorste echelon en een bataljon op een tweede echelon. De divisie zal artilleriesteun ontvangen van 18 stuks loopgraafmortieren MVD van de IV/3LA, de kanonnen van het 22A en de I/17A en de houwitsers van de IV/4LA. Het gros van geschut wordt tegen 19 mei verwacht.

De generaal bepaalt tevens dat de Wielrijdersgroep van de 18Div zal gebruikt worden om voor de ondersectoren van het 39Li en het 3C twee grote wachten op te stellen. Elk van de drie regimenten moeten tevens een officiersverkenning uitsturen. Voor het 3C moet deze in de richting van Overmeire vertrekken, voor het 3Gr richting Beervelde en Heiende en voor het 39Li richting Lokeren.

Het 15Gn moet zijn 1Cie toewijzen aan het 39Li en zijn 2Cie aan het 3C. Prioriteit wordt het aanleggen van schuilplaatsen voor de zware mitrailleurs en het vrijmaken van het schootsveld voor de linies.

Het 22A moet telkens een groep in rechtstreekse vuursteun geven van het 39Li en het 3C. De I/17A zal het gezamenlijk steunelement van de divisie vormen. De divisiestaf kan ook direct vuuraanvragen doorgeven aan de I/16A, II/16A en IV/4LA.

Geneeskundig Korps 18Div
De Lichte Ambulance wordt eveneens naar Sint-Denijs-Westrem gezonden en ontvangt vervolgens omstreeks 11u00 per motorwielrijder het bevel om de hulpplaats te ontplooien te Sint-Martens-Latem. De installatie is hier nog maar net aan de gang, wanneer de divisiestaf meedeelt om het klooster van Drongen te gaan verkennen met het oog op een mogelijke installatie op deze locatie. De Lichte Ambulance verlaat Sint-Denijs-Westrem om 17u00 en start drie uur later met de ontplooiing in het klooster van de Jezuiten te Luchteren nabij Drongen.

De divisiestaf laat weten dat de afvoer van zieken en gewonden zal geschieden naar het medisch-chirurgisch centrum van de gezondheidsdienst op niveau leger te Torhout het het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps te Hansbeke.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf 18Div
De 18Div bewaakt nu de noordoostelijke sector van het Bruggenhoofd Gent tussen het Grootdok en Destelbergen. Het II/3Gr vat post op de westelijke oever van het Grootdok. Het 39Li ontplooit zich in de ondersector Oostakker, terwijl het 3C zich opstelt in de ondersector Destelbergen. In deze sector bevinden zich geen bunkers zoals dit langsheen de zuidoostrand van het bruggenhoofd wel het geval is. De troepen graven zich. De divisiestaf laat alle niet voor het gevecht noodzakelijke voertuigen overbrengen naar de linkeroever van het Afleidingskanaal van de Leie. Deze elementen zullen zich rond Bellem opstellen.

Luitenant-generaal Six bekomt verdere versterkingen voor zijn gevechtseenheden en het dispositief van de 18Div ziet er op 19 mei als volgt uit:

  • De Wielrijdersgroep van de 18Div wordt gebruikt om de grote wachten voor het eerste echelon te bezetten en heeft zijn commandopost in het gemeentehuis van Sint-Amandsberg.
  • In het noorden bevindt het II/3Gr zich nog steeds aan het Grootdok.
    • Het bataljon heeft geen eigen artilleriesteun, maar mag ook beroep doen op de II/22A.
  • Het 39Li bezet de ondersector Oostakker en heeft zijn commandopost aan de Antwerpsesteenweg 284 te Sint-Amandsberg
    • De 25Cie van het Regiment Antwerpen van de Special Vestingseenheden levert acht bijkomende mitrailleurs voor het regiment. De overige vier mitrailleurs worden toegewezen aan de verdediging van het hoofdkwartier van de divisie.
    • Het regiment krijgt ook twee getrokken C47 anti-tankkanonnen van het 2de Licht Regiment in steun.
    • Tot slot worden eveneens de vier overgebleven T13 tankjagers van de Compagnie C47 op T13 van de 1Div in steun geplaatst van het 39Li.
    • De II/22A levert rechtstreekse vuursteun van op een positie ten noordoosten van Ledeberg.
    • Het regiment krijgt tevens steun van 12 MVD loopgraafmortieren van het 3LA.
  • Het 3C bezet de ondersector Destelbergen en heeft zijn commandopost van op kasteel Ter Meren aan de Dendermondsesteenweg.
    • De volledige 26Cie van het Regiment Antwerpen van de Special Vestingseenheden zorgt voor twaalf aanvullende mitrailleurs.
    • Als anti-tankbewapening zal het 2de Licht Regiment drie getrokken C47 kanonnen en twee T13 tankjagers in steun geven.
    • Het regiment ontvangt tevens 3 T13 tankjagers van de Compagnie C47 op T13 van de 2Div.
    • De I/22A levert rechtstreekse vuursteun van op het Braemkasteel te Gentbrugge.
    • Zes MVD loopgraafmortieren van het 3LA worden eveneens ingezet bij het 3C.
  • De 5Cie en de 6Cie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg worden aan de divisie toegevoegd als reservemacht.
    • Twee pelotons van de 5Cie worden aangehecht bij het 3C.
    • De rest van de 5Cie, aangevuld met een peloton van de 6Cie, wordt ontplooid op de Dendermondsesteenweg te Destelbergen.
    • De rest van de 6Cie wordt opgesteld tussen Oostakker en de Antwerpsesteenweg om de verbinding met de Gentse havenzone te verbeteren.
  • De I/17A en de IV/4LA vormen het algemeen vuursteunelement van de divisie, met het detachement van 17A nabij de Kerkstraat te Ledeberg en de houwitsers van 4LA in het Floraliënpark te Gent. De artilleriecommandant van de divisie zal deze elementen bevelen van op een commandopost aan de Myosotisstraat 16 te Sint-Amandsberg.
  • De divisiestaf behoudt zijn hoofdkwartier in het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-Visitatie aan de Visitatiestraat 3 te Sint-Amandsberg.

De frontlinie van de sector van het 18Div start met de toegang tot het Grootdok in het noorden en volgt vervolgens de westelijke kade van dit dok, loopt dan via de spoorwegberm van het noordelijke ringspoor rond Gent tot aan de Abeelbroekstraat om vervolgens via de oostrand van het landgoed van kasteel Notax naar kasteel Succa, kasteel Télinde en de kerk van Destelbergen te leiden waar uiteindelijk in Pauwken de oever van de Schelde bereikt wordt.

De divisiestaf meldt om 06u00 aan het Iste Legerkorps dat alle eenheden gestart zijn met de uitbouw van hun nieuwe posities.

Geneeskundig Korps 18Div
De medische hulpplaats van de divisie is nu operationeel in het klooster van de Jezuiten aan de Luchterenkerkweg even ten westen van Drongen. De afvoer van de zieken en gewonden zal gebeuren naar Brugge of naar het chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps te Hansbeke.

De hulppost voor zieke en gewonde paarden bevindt zich aan de Pontstraat 5 te Drongen, nabij de brug van de spoorlijn naar Oostende over de Ringvaart.

Compagnie Intendance 18Div, Transportkorps 18Div
Met de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde heeft de legerleiding de territoriale logistieke depots laten ontruimen. De bevoorrading aan levensmiddelen zal nu geschieden van uit de opslagplaatsen in het goederenstation van Brugge-Zeehaven. Het Magazijn voor Brand- en Smeerstoffen te Ertvelde-Rieme zal instaan voor de bedeling van benzine. Infanteriemunitie dient opgehaald te worden in het depot van Zedelgem of in het Park op Rails te Drongen. Artilleriemunitie kan afgehaald worden in het depot van Eeklo.

De divisiestaf laat ook weten dat er constructiehout voor het aanleggen van veldversterkingen kan bekomen worden in Hangar 24 van de Voorhaven en er prikkeldraad en ijzeren piketten kunnen afgehaald worden in het depot van het Bruggenhoofd Gent op de terreinen van het station van Sint-Denijs-Westrem.

Provoostdienst 18Div
Samen met de provoostdienst van de 16Div, moet de militaire politie een stoplijn voor vluchtende en verdwaalde militairen bemannen tussen de Meulestedenbrug in het noorden en de Dampoort in het zuiden.

Staf 18Div
Op niveau legerkorpsartillerie wordt de 18Div nu ondersteund door met Iste Legerkorps met een ondergroepering van 16A samengesteld uit I/16A, III/16A en VI/14A. De I/17A is tijdens de nacht van 19 op 20 mei teruggekeerd naar zijn regiment dat de vuursteun levert voor de 1CavDiv. Het gezamenlijk vuursteunelement van de divisieartillerie is aangevuld met I/12A en II/12A en omvat daarnaast nog steeds IV/4LA. De groepen van 22A vormen nog steeds de rechtstreekse artilleriemiddelen voor 3C en 39Li. De 18Div kan zo beschikken over een totaal van acht artilleriegroepen.

Definitieve opstelling van de 18Div op 20 mei ten noordoosten van Gent.

Omstreeks 09u30 dient de provinciegouverneur van Oost-Vlaanderen zich aan op het hoofdkwartier van de divisie. De politicus is bijzonder bezorgd over het lot van Gent in de nakende strijd en wenst dat de stad van ellende gespaard blijft. Luitenant-generaal Six stuurt de man door naar de legerkorpsstaf te Landegem.

Kapitein-commandant Schmidt van de Groepering Wielrijders van de 18Div maakt met zijn 2de eskadron de grote wacht uit voor de ondersector van het 39Li en meldt omstreeks 11u00 als eerste de komst van de vijand. Hij beschrijft hoe de steenweg van uit Antwerpen aanhoudend overvlogen wordt in scheervlucht door toestellen van de Luftwaffe. Een goed half uur later rapporteert het peloton verkenners van het 3Gr een klein detachement vijandelijke troepen te Heiende. Het 15de Bataljon Genie blijft druk in de weer met het aanleggen van versperringen en veldversterkingen en het ingraven van landmijnen.

Een recce tot in Zele kort na de middag kan geen vijandelijke elementen ontdekken. Ook een officiersverkenning tot op 5Km van Lokeren meldt dat de kust voorlopig veilig is. Even na 20u30 vallen enkele vliegtuigbommen neer in de omgeving van de divisiestaf. Het hoofdkwartier meent echter dat het om toevalstreffers gaat en blijft op zijn huidige locatie. Bij valavond worden de Duitsers gemeld rondom Schellebelle. Ook voor Lochristi worden oprukkende verkenners geseind. Voor de eigen linies blijft het echter rustig.

Geneeskundig Korps 18Div
De medische hulpplaats van de divisie is nu operationeel in het klooster van de Jezuiten aan de Luchterenkerkweg even ten westen van Drongen.

Compagnie Intendance 18Div, Transportkorps 18Div
De nieuwe bevoorradingsplaats voor de 18Div wordt Maria-Aalter, maar dan alleen voor brood. Dit kan hier bekomen worden vanaf 02u30 in de nacht van 19 op 20 mei. De intendance mag ingevroren vlees ophalen in de diepvriesinstallaties van het leger aan de Voorhaven te Gent. Kleine levensmiddelen kunnen door het PARa bekomen worden in Hangar 24 van het zelfde complex. De militaire magazijnen te Gent kunnen echter geen gebrande koffie meer leveren. De bonen kunnen groen afgehaald worden en de eenheden moeten zich maar bij civiele koffiebranders trachten te behelpen. Benzine en smeerstoffen kunnen bekomen worden bij BP, Purfina en Standard aan de Industriekaai en bij Shell aan de Wondelgemkaai. Het militaire Magazijn voor Brand- en Smeerstoffen te Ertvelde-Rieme werd daags voordien ontruimd en de achtergelaten brandstof werd gesaboteerd door toevoeging van suiker.

Staf 18Div
Het 39Li dient een officierverkenning uit te zenden richting Lochristi die al snel de aanwezigheid van Duitse troepen meldt. De vijand lijkt van de baan van Eksaarde te komen. Een voorpost van het 39Li maakt als eerste contact met deze verkenners rondom 09u00. Enkele schoten worden uitgewisseld. Ook Wetteren zou volgens enkele burgers reeds in handen van de aanvaller zijn.

De 10Cie van het 39Li spot omstreeks 10u00 oprukkende infanteristen op zo’n 1000m voor de linies. De divisieartillerie komt in actie. Om 12u30 vraagt de staf van het I/LK de C47 anti-tankkanonnen van het 2RL terug te sturen naar hun regiment te Bovenkerke. De anti-tankmiddelen van de divisie worden hiermee tot een minimum herleid. Diverse elementen van het 39Li blijven in aanvaring komen met de aankomende Duitsers. Het betreft steeds pantserwagens of motorwielrijders van verkenningseenheden en het komt bij deze aftastende acties nergens tot ernstige gevechten.

Transportkorps 18Div
Het transportkorps dient nog een bijkomende vuureenheid munitie te droppen op de stellingen van de artillerie. De nodige artilleriegranaten kunnen opgehaald worden te Eeklo (voor C75TR en C75GP kanonnen) en te Zedelgem (Ob105GP, C105L, C120M31, Ob155 en C155L geschut). Het depot te Eeklo kan geen infanteriemunitie meer leveren.

Staf 18Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16Div en de 18Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen; de 1Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2Div en de 4Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

Bevelhebber Luitenant-generaal Six en stafchef Majoor SBH Vanderlinden worden om 17u00 op de legerkorpsstaf ontboden om de orders voor de komende verplaatsing in ontvangst te nemen. De divisie krijgt het bevel om met vijf bataljons het eerste echelon van de 1ste Infanteriedivisie in het centrum van Gent over te nemen:

  • De divisiestaf verlaat Sint-Amandsberg en verhuist naar de baan van Gent naar Drongen. Het hoofdkwartier zal ingericht worden aan de Drongensesteenweg in het hoofdgebouw van de blekerij Alsberghe-Van Oost.
  • Het eerste echelon van de nieuwe linie zal lopen vanaf de toegang tot het Grootdok in het noorden via de Voorhaven tot de samenvloeiing van de Leie en de Schelde in het zuiden. Het II/3Gr, twee bataljons van het 39Li en twee bataljons van het 3C zullen van noord naar zuid ontplooid worden.
  • Het tweede echelon zal langsheen het Kanaal Gent-Brugge lopen, vanaf het Verbindingskanaal in het noorden tot de samenvloeiing met de Leie in het zuiden. Dit stuk van het kanaal volgt de Coupure. Hier zal een bataljon van het 39Li en een bataljon van het 3C opgesteld worden.
  • De artilleriesteun blijft behouden en zal op niveau divisie bestaan uit 22A, I/12A en II/12A en IV/4LA. De MVD mortieren worden herschikt. Het 3C krijgt een volledige batterij van 12 stukken in steun, en het 39Li en het II/3Gr telkens zes mortieren.
    • Het 22A zal zich verplaatsen tijdens de nacht van 22 op 23 mei.
    • De beide groepen van het 12A zullen vuursteun leveren tijdens de eerste fase van de terugtocht en zullen zich verplaatsen tijdens de ochtend van 23 mei.
  • De Wielrijdersgroep van de 18Div zal in reserve gaan te Drongen.
  • De 5Cie en 6Cie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg zullen overgaan naar het Iste Legerkorps.
  • Het 15Gn en de 18Cie TTr zullen naar de oostelijke randgemeenten van Brugge doorgestuurd worden.

Het paardengerij, de motorvoertuigen, het 22A en het detachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg mogen de mars aanvallen bij valavond. Het tweede echelon en de achterwaartse pelotons van het eerste echelon mogen om 23u00 starten met de terugtocht. Het eerste echelon zal vanaf 01u30 ontruimd worden. De voorposten en het C47 anti-tankgeschut ten slotte mogen vanaf 03u00 terugtrekken.

Geneeskundig Korps 18Div
Een ploeg wordt uitgestuurd naar Merendree om een nieuwe locatie voor een hulpplaats te verkennen. De medische hulpplaats functioneert intussen verder in het klooster van de Jezuiten aan de Luchterenkerkweg even ten westen van Drongen.

Blekerij Alsberghe-van Oost te Drongen.

De divisiestaf komt aan te Drongen in de blekerij Alsberghe-Van Oost en richt zijn nieuw hoofdkwartier in. Het commando laat drie officiersverkenningen uitsturen naar de Antwerpsesteenweg, de Dendermondesteenweg en de Gentstraat richting Oostakker om de komst van de vijand na te gaan. De patrouilles mogen niet verder oostwaarts verkennen dan de spoorlijn van Dentergem naar Sas-van-Gent. De installatie van de troepen wordt inmiddels tegen het eerste daglicht afgerond.

De Duitsers ontdekken reeds tussen 05u30 en 06u30 dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is. De aanvaller besluit om een risico te nemen en zo snel mogelijk het centrum van de stad te bezetten. Deze coup wordt geleid door de 56. Infanteriedivision die omstreeks 10u00 zijn verkenningsbataljon Aufklaerungsabteiling 25 lanceert. De bevelhebber van dit bataljon, de Duitse Luitenant-kolonel Rodt besluit om een onderhandelaar voorop te sturen en duidt Luitenant Paul Schönenberger aan. Tegen 11u20 bereikt de officier via een pijlsnelle rit over Lederberg de commandopost van het III/3C aan de Keizerpoort. Schönenberger draagt een witte vlag en moet de overgave van de stad komen eisen. De Karabiniers durven geen initiatief te nemen en verwijzen Schönenberger dan maar door naar het divisiecommando waar hij onder begeleiding rond 12u00 aankomt.

Luitenant-generaal Six weet ook geen raad met de onderhandelaar die de overgave van Gent eist en belt naar de staf van het Iste Legerkorps. Zijn telefoonoproep blijft zonder gehoor en de generaal zendt stafofficier Kapitein André Goormans met Schönenberger naar de legerkorpssstaf. Luitenant-generaal de Neve de Roden aarzelt niet om het gezelschap door te sturen naar het Groot Hoofdkwartier. Kapitein Goormans en Leutnant Schönenberger
komen rond 15u00 aan te Sint-Andries en worden ontvangen door Generaal-majoor Michiels, stafchef, en Generaal-majoor Van Overstraeten, persoonlijk raadgever van de koning. De beide opperofficieren besluiten om de Duitser te laten ondervragen door een specialist van het 2de Bureau. Inlichtingenofficier Majoor SBH Fouillien doet het nodige. Goormans en Schönenberger zullen omstreeks 16u40 teruggestuurd worden naar de divisiestaf en bereiken Drongen omstreeks 18u00.

Omdat Luitenant Schönenberger te lang weg blijft, stuurt de vijand ondertussen een nieuw detachement onderhandelaars naar de Karabiniers. Er wordt de Belgen wijs gemaakt dat er een indrukwekkende Duitse overmacht op de Keizerspoort afstevent. Een 400-tal Belgische soldaten van de 6/II/41Li en 11/III/3C geven zich onmiddellijk over en verlaten hun stellingen aan de Keizerspoort zonder een schot te lossen. Via het half vernielde Keizersas bouwen de Duitsers snel een klein bruggenhoofd uit langsheen de Frere Orbanlaan en de Brusselsepoortstraat. Ook de kazerne De Hollain wordt ingenomen, waar een 300-tal Belgische achterblijvers zonder problemen ingerekend worden. Het III/3C wordt al snel opgerold en de bataljonscommandant Majoor Vandermeersch wordt gevangen gemaakt. De Duitsers rukken verder op langs de Visserij.

Terwijl de rest van het drama van de massale overgaven te Gent zich hoofdzakelijk bij het naburige 41Li afspeelt, houdt het I/3C tot ongeveer 15u00 stand. Luitenant-generaal Six laat omstreeks die tijd de bruggen opblazen over het Kanaal Gent-Brugge langsheen de Coupure. Alleen de Albertbrug blijft over om de verbinding met het eerste echelon te verzekeren. Het I/3C zal eveneens vrijwel geheel in vijandelijke handen vallen.

Het Groot Hoofdkwartier heeft inmiddels zijn bevelen verspreid voor de operaties tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Hierop dicteert generaal Six vanaf 17u20 zijn orders voor de evacuatie van Gent:

  • Six verdeelt vooreerst de hem toegewezen 4Cie en 6Cie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg onder de achterhoede van het 39Li en het 3C.
    • De 6Cie van de grenswacht wordt toegevoegd aan het II/3C langsheen de Coupure.
    • De 4Cie wordt opgesteld langsheen de bruggen van de Verbindingsvaart om de aftocht van de Belgen op de noordelijke oever van dit kanaal te dekken.
  • De troepen langsheen de Coupure en het II/3Gr zullen zo het nieuwe eerste echelon van de divisie vormen.
  • Het I/3C en het III/3C zullen zich terugtrekken via respectievelijk de Gasmeterbrug/Mariakerkebrug en een loopbrug over de Brugse vaart om vervolgens op de Leie en de weg naar Drongen een nieuw tweede echelon te bezetten. Luitenant-generaal Six weet echter op dag ogenblik nog niet dat van deze beide bataljons slechts enkele geïsoleerde detachementen overblijven.
  • Vervolgens zullen de 18Div en de 16Div de staf verlaten onder dekking van de mobiele achterhoede gevormd door het Bataljon Grenswielrijders Limburg, de Wielrijdersgroep van de 18Div en de Wielrijdersgroep van de 16Div.

Bij het vallen van de duisternis breken schermutselingen uit tussen het II/3C en de vijandelijke infanterie. Net voor hun terugtocht wordt de Albertbrug opgeblazen en dreigen de laatste bevriende in de binnenstad gevangen genomen te worden. Met behulp van de genie kunnen nog enkele Karabiniers aansluiting krijgen bij het II/3C via enkele geïmproviseerde noodbruggen over het kanaal Gent-Brugge.

Luitenant-generaal Six heeft intussen het bevel gekregen om na de aftocht van zijn troepen de bruggen van Vinderhoute, Lovendegem, Merendreee, Drongen en Mariakerke op het Kanaal Gent-Brugge en de bruggen op de verbindingsvaart op te blazen. Tegen 02u30 op 23 mei moeten alle troepen te voet uit Gent weg zijn, gevolgd door alle wielrijders tegen 03u30.

Geneeskundig Korps 18Div
De divisiestaf beslist om de middelen van de Lichte Ambulance in twee te splitsen. De helft van de eenheid zal een nieuwe medische hulpplaats voor de divisie inrichten in de gebouwen van de school te Merendree die tegen 16u00 op 23 mei moet operationeel zijn. Deze fractie zal beschikken over de helft van het hospitalisatiematerieel, drie van de eigen ambulancevoertuigen en twee verdere ambulancevoertuigen van het Iste Legerkorps. De andere helft van zal achterblijven aan het klooster van de Jezuiten aan de Luchterenkerkweg even ten westen van Drongen tot 08u00 op 24 mei. Het 39Li en het 3C kunnen elk beschikken over twee ambulancevoertuigen.

Het II/3Gr en de Wielrijdersgroep van de 18Div behouden elk één ambulancevoertuig.Het hogere echelon in de evacuatieketen wordt het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps te Ruiselede. Er kunnen zo nodig ook zieken en gewonden afgevoerd worden naar Diksmuide. Er wordt nogmaals op gewezen dat de medische hulpplaats van de divisie alleen de allerzwaarste gevallen mag behouden in de eigen installaties en alle overige patiënten zo snel mogelijk moeten doorgegeven worden aan het hogere echelon.

Om 20u00 krijgt het geneeskundig korps het bevel om naar Oostkamp te vertrekken.

Staf 18Div
De evacuatie van Gent verloopt zonder dramatische incidenten en in de vroege ochtend van 24 mei stellen de Duitsers vast dat de stad geheel verlaten is door het Belgische leger. De troepen van de 18Div begeven zich via de zuidelijke oever van het Kanaal Gent-Brugge naar het Afleidingskanaal van de Leie en steken deze waterloop over via de bruggen van Merendree en Landegem. De eenheden worden als volgt ingekwartierd:
De divisiestaf, 15Gn, 18 Cie TTr, en de Wielrijdersgroep worden te Oostkamp ondergebracht.

  • De divisiestaf, de 18 Cie TTr en de provoostdienst verblijven op het Kasteel De Herten (ook nog: Kasteel Erkegem).
  • Het 22A en de I/12A en II/12 zullen te Erkegem en Stuivenberg verblijven.
  • Het 39Li krijgt Hertsberge toegewezen.
  • Het 3C en het II/3Gr worden ondergebracht te Drie-Koningen, Nachtegaal en langsheen de Wellingstraat. Van het 3C blijft nog slechts het equivalent van een tweetal compagnies over.

Geneeskundig Korps 18Div
De Lichte Ambulance bevindt zich te Oostkamp. De divisie krijgt medische steun via het geneeskundig korps van de 6de Infanteriedivisie. Geneesheer Majoor Spinoit blijft verantwoordelijk voor de dienst.

De vernielde brug van Balgerhoeke.

Staf 18Div
Aan het Afleidingskanaal van de Leie wordt een omvangrijke positiewissel uitgevoerd die leidt tot de onmiddellijke inzet van de sterkt verzwakte en vermoeide 18de Infanteriedivisie. Omwille van de Duitse doorbraak rond Kortrijk, heeft de 6de infanteriedivisie in de nacht van 24 op 25 mei zijn 9Li moeten afstaan aan het zuidelijke front. In de ochtend krijgen ook de divisiestaf van de 6Div en het 1Gr het bevel om te vertrekken. Het bevel over de sector van de 6Div aan het Afleidingskanaal wordt overgegeven aan de 18Div. Hiermee gaat de divisie over naar het Vde Legerkorps. De divisie krijgt de verdediging van lijn Kleit-Adegem-Ursel toegewezen en stuurt zijn formaties onmiddellijk uit. Het 39Li en 3C zullen per vrachtwagen getransporteerd worden van op instapplaatsen aan de Wellingstraat. Het II/3Gr zal per fiets naar Kleit rijden. Het 3C zal te Eetvelde afgezet worden en het 39Li aan de noordrand van het Drongengoedbos.

  • Het II/3Gr dient zich vervolgens te ontplooien even ten zuidwesten van Adegem, nabij Kallestraat.
  • Het 3C en het I/39Li moeten posities innemen te Maasbone.
  • De rest van het 39Li gaat over naar de 17de Infanteriedivisie en moet Maldegem binnentrekken terwijl te Vossenhol contact moet gemaakt worden met het hoofdkwartier van deze divisie.

De intentie van deze ontplooiing is om een nieuwe defensieve linie op te werpen met de samengevoegde middelen van het 3C, het II/3Gr, het I/39Li en de Wielrijdersgroep van de 15Div onder bevel van commandant 3C. De 18Div beveelt de volgende troepen:

  • De divisiestaf zal te Kleit opereren.
  • Het 7de Regiment Jagers te Voet zal de ondersector west overnemen van het 1ste Regiment Grenadiers. Deze ondersector ligt tegenover de vernielde brug van Balgerhoeke.
    • Het regiment zal versterkt worden door acht C47 anti-tankkanonnen van de Compagnie Getrokken C47 van de 6Div.
    • De commandopost van dit regiment zal te Kruisken geplaatst worden.
  • Het 1ste Regiment Karabiniers behoudt ondersector oost.
    • Dit regiment beschikt over eigen anti-tankgeschut, aangevuld met twee vuurmonden van de Compagnie Getrokken C47 van de 6Div.
  • Het II/3Gr, I/39Li samengevoegd met de restanten van het 3C, en de Wielrijdersgroep van de 15Div worden van noord naar zuid op het derde echelon van de divisiesector opgesteld, onder bevel van commandant 3C.
    • De commandopost van dit echelon wordt op 1200m zuidoost van Kleit geïnstalleerd.
    • Het II/3Gr ontplooit de 6Cie, 7Cie en 5Cie van noord naar zuid ten oosten van Kleit. De posities van de 7Cie starten vanaf de baan van Maldegem naar Eeklo. De 5Cie wordt ter hoogte van het kruispunt te Kallestraat opgesteld.
    • Ten zuiden van het II/3Gr sluiten de restanten van het 3C aan, aangevuld met het I/39Li.
    • De Wielrijdersgroep bezet het meest zuidelijke kwartier van dit derde echelon.
  • Het Wielrijderseskadron van de 6Div staat ook ter beschikking van Luitenant-generaal Six en is versterkt met drie T13 tankjagers. Het eskadron vormt de mobiele reserve van de 18Div.
  • De 6Div laat alle artilleriemiddelen ter plekke.
    • Dee vier groepen van het 6A zijn aangevuld met de Iste en IIIde groep van het 13A die bijkomende vuurkracht leveren van op hun nieuwe posities te Kleit Kampel en Prinsenveld.
    • Drie secties C40 Bofors kanonnen van de IXde groep van het 1DTCA staan in voor de luchtafweer.
    • De divisiestaf bepaalt dat op de stellingen munitie moet gedeponeerd worden ter grootte van twee volledige vuureenheden.
  • De 6Div laat eveneens zijn transportkorps, intendance, geneeskundig korps, genie en transmissietroepen achter.
  • Luitenant-generaal Six laat zijn organieke transportkorps, intendance, geneeskundig korps, genie en transmissietroepen achter in hun kantonnementen, evenals de Wielrijdersgroep van de 18Div.

Luitenant-generaal Six dient zijn troepen te ontplooien tegen 15u00. De aflossing en inplaatsstelling zal uiteindelijk voltooid worden tegen 18u00.

Intendance 18Div
De divisiestaf bevestigt dat het hoofdkwartier en de infanterie na hun verplaatsing naar het front bevoorraad zullen worden door de intendance van de 6Div. De intendance van de 18Div zal niet verplaatst worden maar blijft verantwoordelijk voor de te Oostkamp achter gebleven elementen van de divisie. Levensmiddelen kunnen te Oostende opgehaald worden.

Geneeskundig Korps 18Div
De Lichte Ambulance bevindt zich nog steeds te Oostkamp. De medische steun aan de gevechtseenheden wordt na verplaatsing geleverd door het geneeskundig korps van de 6Div, aangevuld met enkele ambulancevoertuigen van de Lichte Ambulance van de 18Div. Het hogere echelon voor de te Oostkamp overgebleven elementen wordt het medisch-chirurgisch centrum van het leger te Torhout.

Geneeskundig Korps 6Div
De medische hulpplaats van de 6Div wordt nu de hulpplaats van de 18Div en blijft in het klooster van de Zusters van Ten Bunderen aan de Torhoutstraat 258 te Oostveld-Oedelem. Slechts één van de beide secties van de Ambulance is ontplooid. Deze sectie biedt een capaciteit aan van 40 liggende en 60 zittende zieken en gewonden.  De andere sectie behoudt zijn middelen op de vrachtwagens. Het medisch-chirurgisch centrum van het Vde Legerkorps is ontplooid in de Sint-Andriesabdij Zevenkerken te Loppem. De volgende schakel in de medische keten is het medisch-chirurgisch centrum van het leger van Mariakerke.

Transportkorps 6Div
De bevoorrading aan artilleriemunitie zal in eerste instantie gebeuren van uit het station van Zedelgem waar een munitietrein opgesteld staat. Eens deze wagons geledigd zijn, mag het munitiedepot van Zedelgem aangesproken worden. In geval van nood kan de divisie ook in het depot van Houthulst terecht. Om verkeerschaos te vermijden dienen de vrachtwagens op zo’n 4Km van het depot van Zedelgem halt te houden terwijl een afgevaardigde om verdere instructies gaat vragen. Infanteriemunitie kan geleverd worden via het nooddepot te Gistel, met uitzondering van handgranaten die te Oudenburg verdeeld worden van op een depot op binnenschepen.

Het depot van Houthulst staat eveneens in voor het leveren van explosieven, constructiehout, prikkeldraad en bijbehorende piketten, zandzakjes, golfplaat, schoppen, houwelen en klein gereedschap voor de genie. Het depot van Jabbeke kan eveneens constructiehout en heipalen leveren. Te Ruddervoorde is een vooruitgeschoven nooddepot dat eveneens explosieven en landmijnen in voorraad heeft. Explosieven en landmijnen zullen trouwens alleen afgeleverd worden mits voorlegging van een door het Groot Hoofdkwartier ondertekende bon.

Transmissiematerieel is beschikbaar bij de Technische Dienst der Tranmissietroepen op de terreinen van de Wagon-Lits te Oostende.

Het PARa mag brand- en smeerstoffen ophalen met tankwagens te Brugge (bij Shell aan de Sint-Pieterskaai, Standard aan de Gentsesteenweg en BP aan de Louis Coiseaukaai). Het bevoorradingspunt voor de divisie zal dan te Kleit opereren. Individuele voertuigen kunnen voltanken bij APA op de Maalsesteenweg aan de oostrand van Brugge.

Provoostdienst 18Div
Krijgsgevangenen zullen verzameld worden in het gemeentehuis te Varsenare. Het Vde Legerkorps heeft eveneens een verzamelcentrum te Oedelem. De provoost van het Vde Legerkorps heeft controlepunten geplaatst langsheen het Kanaal Gent-Brugge voor de opvang van gevluchte en verdwaalde militairen.

Opstelling in de ondersector Balgerhoeke op 26 mei.

Tijdens de nacht van 25 op 26 mei liggen de posities van de 18Div onder aanhoudend artillerievuur. De divisiestaf verwacht een vijandelijke stormaanval tegen de volgende ochtend.

Die aanval komt er zoals verwacht. Zowel het 7J, 1C en ten zuiden gelegen 23Li worden frontaal aangevallen. Bij het 7J te Balgerhoeke en het 23Li te Ronse kunnen de Duitsers na de middag vaste voet krijgen op de westelijke kanaaloever.

In de ondersector van het 7J ligt het zwaartepunt van de aanval bij het II/7J. De 5de compagnie wordt al snel overrompeld en moet de strijd staken. De vijand maakt gebruik van een levend schild van Belgische krijgsgevangenen om naar het tweede echelon van het 7J te vorderen. De 1ste en 2de compagnie moeten er tussenbeide komen en slagen er in de Duitsers tijdelijk de verdere opmars te ontzeggen. Er worden twee gevechtsgroepen gevormd met manschappen van de 9de en 11de compagnie die langs de Staatsbaan en de spoorlijn van Eeklo naar Maldegem een dwarsstelling moeten bezetten om een mogelijke opmars naar het noorden te blokkeren. Bijkomende Duitse troepen steken het kanaal over en de 7de Compagnie raakt eveneens bij directe gevechten betrokken. De vijand blijft infiltreren en slaagt er in om de gedeeltelijke vernielde loopbrug van de Belgen te herstellen en te gebruiken voor eigen doeleinden. Er worden ook grote groepen krijgsgevangenen afgevoerd over deze passerelle. Bij het vallen van de avond heeft het 7J alle cohesie verloren en trachten de enkele overblijvers te streek te vluchten. Luitenant-generaal Six tracht nog een tegenaanval te ondernemen met het II/3Gr maar dit initiatief leidt niet tot succes. Het bataljon raakt tot op zo’n 500 à 600 meter van de oever van het Afleidingskanaal en loopt dan vast.

In de loop van de avond krijgt de divisie de toestemming om met de ontruiming van zijn sector te starten.

Staf 18Div
De divisiestaf verplaatst zich naar Oedelem. Om 19u30 vertrekt het hoofdkwartier naar Doorn.

Geneeskundig Korps 18Div
De medische hulpplaats wordt naar Beernem verplaatst. In de loop van de avond krijgt de hulpplaats het bevel om naar Snellegem uit te wijken.

Provoostdienst 18Div
In een met de hand geschreven nota aan de provoost en de bevelhebbers van zijn gevechtseenheden, laat Luitenant-generaal Six weten dat hij aan zijn Rijkswachters bevolen heeft om een reeks controleposten te bezetten tussen Vossenhol, het Groot Burkelhof aan de Groot Burkeldreef en de Papinglohoeve aan de Kleitkalseide die op alle vluchtende Belgische militairen zonder waarschuwing dienen te schieten. Alle gevechtseenheden krijgen het uitdrukkelijke bevel om hun officieren eveneens het vuur te laten openen op iedereen die de wankele posities van de divisie zou verlaten.

Staf 18Div
Het hoofdkwartier van de divisie komt aan in een landgoed te Loppem, nabij kilometerpaal 4 van de steenweg van Brugge naar Torhout.

Geneeskundig Korps 18Div
De hulpplaats wordt opnieuw ingericht te Snellegem. Na het nieuws van de capitulatie organiseert Geneesheer Majoor Spinoit een verzamelronde voor zieken en gewonden door de ambulancevoertuigen die nog operationeel zijn. Deze ronde verloopt door de grote wanorde op de wegen erg moeizaam.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].
  2. Deze alarmposten hebben een permanentie van ten minste vier militairen die van uit een versterkte schuilplaats de grens waarnemen en bij onraad per telefoon en radiozender alarm kunnen slaan. De taak van deze alarmposten bestaat er niet alleen in om bij een vijandelijke inval onmiddellijk alarm te slaan, maar omvat ook het uitvoeren van een reeks geplande vernielingen, om zich vervolgens per fiets terug te trekken naar Vooruitgeschoven Stelling
  3. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  4. De 18Div, een infanteriedivisie van tweede reserve, was in feite niet geschikt voor het uitvoeren van een vertragend manoeuvre tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Dit omdat de infanterieregimenten van de 18Div niet gemotoriseerd waren en alle verplaatsingen te voet dienden uit te voeren, hetgeen de mobiliteit van de divisie fel beperkte. Normaal worden dergelijke manoeuvres toevertrouwd aan cavalerie-eenheden. Om de zwakke punten van de 18Div te compenseren werd eerst en vooral het aantal infanteriebataljons beperkt tot vier. Dit was ongeveer de hoeveelheid manschappen die de Legerautogroepering in één keer kon vervoeren met de beschikbare capaciteit van twee pelotons autobussen en acht pelotons vrachtwagens.  Deze transportmiddelen waren vanaf 11 mei beschikbaar in Lichtaart. Het verlies aan infanteriebataljons werd gecompenseerd door het ter beschikking stellen van de GpCy 15Div die samen met de GpCy 18Div de alarmposten bemande. Het 26A, dat slechts over paarden beschikte om de kanonnen te vervoeren, werd voor de opdracht vervangen door de volledig gemotoriseerde Iste Groep van 17A die beter geschikt was voor deze opdracht. Tot slot werd de anti-tank capaciteit verhoogd door het ter beschikking stellen van de Cie C47 op T13 van de 2Div.
  5. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
  6. Het Cavaleriekorps, dat heeft postgevat achter het Albertkanaal van Beringen tot Diepenbeek, bezet de Vooruitgeschoven Stelling in Limburg vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals tot Eisden nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart. Voor deze opdracht werd de Groepering Ninitte opgericht.
  7. Niettegenstaande de legerkorpsen die opgesteld staan achter het Albertkanaal moeten instaan voor de beveiliging van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling geld dit niet voor het IIde Legerkorps dat tussen het IV/LK en het CK staat opgesteld. Dit legerkorps beschikt in tegenstelling tot het IV/LK en het CK slechts over twee divisies en heeft nagenoeg geen middelen ontplooid in de driehoek gevormd door het Albertkanaal,  het Kanaal Bocholt-Herentals en het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen.
  8. De Groepering Ninitte werd reeds in de vroege ochtend van 10 mei aangevallen door de vijand. De ganse dag bood de Groepering Ninitte heftig weerstand op de Vooruitgeschoven Stelling tussen Kaulille en Vucht nabij Maasmechelen. Uiteindelijk slaagt de vijand erin om tegen de avond van 10 mei enkele kleine bruggenhoofden te veroveren over de Zuid-Willemsvaart die de voorste limiet van de Vooruitgeschoven Stelling in Limburg markeert. De Groepering Ninitte die zijn dekkingsopdracht heeft uitgevoerd haakt het gevecht af tijdens de nacht van 10 op 11 mei en loopt in de vroege ochtend van 11 mei binnen over het Albertkanaal. Hierdoor ontstaat een vacuüm ten oosten van de stellingen van de 18Div. In de loop van de dag van 11 mei zal de vijand het vrijgekomen terreingedeelte inpalmen. Alleen de twee wielrijderseskadrons van de 6Div en de 9Div bevinden zich nog langs het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen om de rechterflank van de 18Div te beveiligen. In het origineel plan zou ook de 18Div de Vooruitgeschoven Stelling ontruimen maar door de komst van het 7(FRA)Leger moet de divisie op post blijven ondanks de zwak verdedigde zuidflank..
  9. Het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/dessel_kwaadmechelen/kanaal_dessel_kwaadmechelen [Laatst geraadpleegd 25 juni 2019].
  10. Het hoofdkwartier van de divisie neemt vermoedelijk zijn intrek in Hotel Bosch en Duin te Kasterlee daar waar ook de 9de Infanteriedivisie zijn hoofdkwartier had toen het door de 18Div werd afgelost op 24 februari 1940.
  11. Het tegenbevel komt echter te laat. Bepaalde alarmposten zijn onmiddellijk na het ontvangen van het bevel om over te gaan tot de blokkering van de grensovergang overgegaan tot de uitvoering van de geplande vernielingen. De Franse voorhoede heeft eerst nog de weg moeten vrijmaken vooraleer ze konden oprukken naar het noorden. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956.
  12. Voor de opmars naar Nederland door België gebruikt het 7(FRA)Leger vijf marsroutes waarvan twee een dispersiepunt hebben in de sector van de 18Div:
    I4: Boulogne-Arques-Cassel-Boezinge-Langemark-Lichtervelde-Tielt-Aarsele-Merelbeke-Zele-Dendermonde-Lier-Oostmalle-Beerse-Turnhout
    I5: Montreuil-Thérouanne-Hazebroeck-Ieper-Moorsele-Izegem-Ingelmunster-Kruishoutem-Melle-Schoonaarde-Mechelen-Herentals-Retie.
  13. De 1e Division Légère Mécanique (1DLM) is een modern uitgeruste divisie die als eerste Franse divisie toekomt in de sector van de 18Div. 1DLM beschikt over twee brigades bestaande uit twee tankregimenten. De 1e Brigade Léger Mécanique (1BLM) is samengesteld uit het 18e Régiment Dragons (18RD) en het 4e Régiment Cuirassiers (4RC). De 2e Brigade Léger Mecanique (2BLM) is samengesteld uit het 6e Régiment Cuirassiers (6RC) en het 4e Régiment Dragons Portés (4RDP). Deze vier regimenten moeten zich opstellen achter het Wilhelminakanaal van Geertruidenberg tot Tilburg en van Biest-Houthakker via Diessen, Baarschot, Lage Mierde en Hoge Mierde tot Reusel achter het riviertje de Reusel. Hun voornaamste opdracht bestond erin de vijand op te houden tot de rest van het 7(FRA)Leger stelling kon nemen op de lijn Moerdijk – Breda – Meer – Herentals. Het 6RC  werd op kop gestuurd om de beide marsroutes die het 1DLM zal gebruiken (I4 en I5) te verkennen. 6RC komt in de late avond van 10 mei al toe in de Noorderkempen, gevolgd door het 4RDP in de ochtend van 11 mei.
  14. OLt de Saint-Hubert van de GpCy 15Div heeft tijdens zijn officiersverkenning van 10 mei contact genomen met de Nederlandse Kolonel Schmidt, Territoriaal Bevelhebber Brabant (oftewel TBB). Kolonel Schmidt had het commando over de Nederlandse territoriale eenheden die in Noord-Brabant stonden opgesteld tussen de Vesting Holland en de Belgische grens. OLt de Saint-Hubert heeft op de CP van Kolonel Schmidt ook de Franse Lieutenant de Montalembert, commandant van het Detachement de Découverte 1 (DD1) van het 6RC zien toekomen en heeft hem meegedeeld dat de Nederlanders niet van plan waren om Tilburg te verdedigen. Kolonel Schmidt had geen kennis van het Frans waardoor de coördinatie met de Fransen dan ook zeer stroef verliep, tenzij met behulp van Belgische officieren. Blijkbaar was dit eerst OLt de Saint-Hubert, later Lt Hautecler van de 13Div die als liaisonofficier met de Fransen was opgerukt vanuit Antwerpen tot Breda.  [On Line beschikbaar]  http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=kolonel-schmidt—tbb [Laatst geraadpleegd 3 augustus 2019].
  15. Het Franse 4de Régiment de Dragons Portés (4RDP) werd op 11 mei opgesteld op de zuidflank van 1DLM en hield de Franse linies achter het riviertje de Reusel van Biest-Houthakker over Diessel, Baarschot, Lage Mierde en Hoge Mierde tot De Hoek nabij het dorp Reusel. Dit regiment bevond zich dus vlak voor de Ondersector Oost en de Ondersector Centrum van de 18Div. Enkele flankbeveiligingselementen van 4RDP verlengen de Franse linies tot de Belgische grens. Na op 12 mei hevig weerstand geboden te hebben loopt het 4RDP binnen achter het Kanaal Dessel-Trunhout-Schoten en versterken de stellingen van de 18Div. Velddagboek 4RDP mei-jun  1940 [On Line beschikbaar] https://frisee.skyrock.com/3.html [Laatst geraadpleegd 11 september 2019]. Tijdens de gevechten op 12 en 13 mei in Nederland sneuvelen 16 Franse militairen van het 4RDP. [On Line beschikbaar] http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=doneau-a [Laatst geraadpleegd 3 augustus 2019].
  16. Taghon, P., 1986, Gent mei 1940, Gent: Historica.
  17. Dossier 18de Infanteriedivisie, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.