16de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 16de Infanteriedivisie | 16ID
16ème Division d’Infanterie | 16DI
Type Infanteriedivisie van de tweede reserve
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Algemene Reserve
Bevelhebber Luitenant-generaal Georges Van Egroo
Commandant Infanterie Generaal-majoor Georges Clément
Commandant Artillerie Luitenant-Kolonel G. Préser
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant C. Petit
Stafchef Majoor SBH L. Guérin
Intendant 1ste Kapitein M. Gillard
Standplaats Bruggenhoofd Gent en
Zone Nieuwpoort-Estaimpuis
Commandopost in de Leopoldskazerne te Gent
Samenstelling Hoofdkwartier
(37ste Linieregiment) -> Afgedeeld bij Maritieme Basis
41ste Linieregiment
44ste Linieregiment
24ste Regiment Artillerie
(18de Bataljon Genie-> Afgedeeld bij IVde Legerkorps
16de Compagnie Transmissietroepen
(Wielrijdersgroep 16ID-> Afgedeeld bij Maritieme Basis
Lichte Ambulance 16ID (Geneesheer Kapitein G. Vermeulen)
Compagnie Intendance 16ID
Transportkorps 16ID Staf (Cdt V. Van Laer)
Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Leboeuf)
Autopeloton voor Ravitaillering (Cdt C. du Monceau de Bergendal)
Autopeloton voor Materieel (Lt L. Goossens)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt C. Delmarche)
Provoost (Luitenant M. Vanderoost)
Tijdelijke Eenheden Staf & Iste Groep 2de Licht Regiment
Wielrijdersgroep 13ID
Compagnie T13 Versterkte Positie Luik

Tijdens de mobilisatie

Kasteel Calixberg

Kasteel Calixberg te Schoten was de eerste standplaats van de staf van de 16de Infanteriedivisie.

De staf van de 16de Infanteriedivisie werd gemobiliseerd op 11 september 1939.  De verschillende eenheden werden in de daarop volgende dagen onder de wapens geroepen met het Transportkorps en de Intendance als laatste elementen op 20 september.  Kort na de oprichting vertrok de divisie naar het Kamp van Beverlo voor een trainingsperiode die tot 7 oktober 1939 wou duren.

De divisie zou vervolgens doorgestuurd worden naar de Versterkte Positie Antwerpen. De staf werd opgesteld in Kasteel Calixberg te Schoten. De eenheden worden verspreid over de oostrand van de VPA te Schoten, Brasschaat en Kapellen. Als bijkomende eenheden werden de IIde en IIIde Groep van het 4de Regiment Artillerie en het Iste Bataljon van het 1ste Regiment Hulptroepen toegewezen.

De divisie zou tot april 1940 binnen de Versterkte Positie Antwerpen verblijven en permuteerde vanaf 4 april met 13de Infanteriedivisie die tot op die datum het Bruggenhoofd Gent en de Westkust bezette. Zo vertrok de divisie vanaf 5 april per spoor naar het westen van het land.  De divisiestaf zou onderdak vinden te Sint-Denijs-Westrem.  Het 37ste Linieregiment werd doorgestuurd naar Nieuwpoort, het 41ste Linieregiment naar De Pinte en het 44ste Linieregiment naar Baarle.  De Wielrijdersgroep vertrok naar Veurne.  De overige eeenheden zouden bij de divisie te Gent blijven.

Vijf dagen na aankomst, op 10 april 1940, neemt de divisie officieel het bevel over van het naar Frankrijk gerichte front in de provincies West- en Oost-Vlaanderen.  Hierbij wordt het 41Li toegewezen aan de sector ten zuidwesten van Gent tussen de Leie en de bovenloop van de Schelde.  Het 44Li neemt het Bruggenhoofd Gent in ten zuidoosten van de stad, tussen de bovenloop en de benedenloop van de Schelde.  De diverse commandoposten worden op de volgende locaties opgesteld:

  • Divisiestaf en staf 24A: Leopoldskazerne te Gent
  • 41Li: gemeentehuis van de De Pinte aan de Koning Albertlaan 1
    • Iste Bataljon: ’s Gravenstaat te Nazareth
    • IIde Bataljon: Lijnstaat 1 te Deurle
    • IIIde Bataljon: Steenweg 68 te Eke
  • 44Li: Hundelgemsesteenweg te Merelbeke
    • Iste Bataljon: Pontstraat 3 te Melle
    • IIde Bataljon: Grote Baan te Schelderode
    • IIIde Bataljon: Koningin Astridlaan
  • I/24A: Merelbeke
  • II/24A: Maanhoutstraat 1 te Sint-Martens-Latem
  • Intendance: Coupure Rechts 300 te Gent
  • Medische Hulpplaats: Dendermondsesteenweg 188 te Gent
  • Transportkorps: Kasteellaan 2 te Gent
    • Autopeloton voor Materieel: Keizer Karelstraat 30 te Gent
    • Autopeloton voor Ravitaillering: Eendrachtstraat 107 te Gent
    • Autopeloton voor Artilleriemunitie: Fort 3 te Deurne
    • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Grondwetlaan 52 te Sint-Amandsberg

De sectie beenhouwerij van de compagnie intendance van de 16de infanteriedivisie.

HK/16Div
De divisiestaf wordt kort na middernacht in staat van alarm gebracht door het Groot Hoofdkwartier.  De staf start onmiddellijk met het verwittigen van alle eenheden.

Om 08u15 komt een telefoonbericht toe uit Breendonk: het Groot Hoofdkwartier beveelt dat de divisie zich klaar dient te maken voor een verplaatsing naar Mechelen.  De 16ID zal het Bruggenhoofd Mechelen van de K.W. Stelling gaan bezetten.  De divisie zal bij doortocht te Brussel versterking de Compagnie T13 van de Versterkte Positie Luik moeten afstaan aan het commando van het VIde Legerkorps.  Het 37ste Linieregiment en de Wielrijdersgroep der 13de Infanteriedivisie zullen hun huidige opdrachten blijven verder zetten en worden niet mee verplaatst naar het Bruggenhoofd Mechelen.

Dit bevel wordt echter even na 11u00 afgeblazen.  Allicht neemt het Groot Hoofdkwartier deze beslissing nadat duidelijk geworden is dat zowel ten noorden van Luik als in de Ardennen luchtlandingen plaats gevonden hebben.  De legerleiding vreest een gelijkaardige actie in het achtergebied van het veldleger en besluit om het Bruggenhoofd Gent verder te verdedigen met de 16ID.  De posities van de divisie blijven behouden.

De Iste Groep van het 2de Licht Regiment en de Wielrijdersgroep van de 13ID zullen van uit Deinze ingezet worden voor anti-parachutistenmissies.  De taak van de rest van de divisie zal bestaan uit het uitvoeren van statische en mobiele bewakingsopdrachten, het assisteren bij de doortocht van de Franse en de Britse legers en het beveiligen van het Bruggenhoofd Gent en de stad Gent tegen luchtlandingen.

De eenheden van de divisie zijn tevens verantwoordelijk voor het verzamelen van inlichtingen doorheen de beide provincies die door de staf nauwgezet overgemaakt worden aan het Groot Hoofdkwartier.  Zo wordt onder meer het volgende gemeld op de eerste oorlogsdag:

  1. 05u40: droppen van zeemijnen in de havengeul te Oostende en voor de rede van Nieuwpoort
  2. 06u00: noodlanding van een Heinkel 111 te Aalter
  3. 07u00: noodlanding van een Heinkel 111 nabij Ingelmunster waarbij de vier bemanningsleden gevangen genomen worden
  4. 10u00: doortocht van een Franse verkenningseenheid aan de grenspost te Houtem
  5. 10u30: passage van de eerste Franse eenheden te Loker en te Lijsenthoek; op deze laatste locatie gaat het om het Détachement de Découverte 2 van Capitaine Devouges, een van de drie detachementen van het 6ème Régiment de Cuirassiers.  Dit detachement is op weg naar Turnhout en Eindhoven.
  6. 11u00: doortocht van de eerste Britse troepen te Petit-Audenaerde, op weg naar Dottignies
  7. 14u00: bombardement in de omgeving van Zelzate
  8. 16u00: aankomst van de eerste elementen van de Franse 68ème Division d’Infanterie tussen Oostende en Knokke-Zoute.  Het betreft hier de verkenners van deze divisie van de 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infanterie.  Colonel Maillot, aanvoerder van deze formatie, zal zijn commandopost installeren in Hotel Leeuw van Vlaanderen te Blankenberge.
  9. 17u00: bombardement op het militaire vliegveld te Zwevezele
  10. namiddag: crash van een Duits toestel te Hulste, waarbij drie van de vier bemaningsleden omgekomen zijn

Transportkorps/16Div
Ook Kapitein-commandant Petit stelt zijn eenheden in staat van alarm.  In een nota herinnert hij de divisiestaf er aan dat zijn pelotons slechts over een totale bewapening van 30 karabijnen beschikken en hij daarom vreest om machteloos te staan bij een mogelijk treffen met de vijand.

De opdrachten van de divisie worden verdergezet.

Om 16u00 vraagt het Groot Hoofdkwartier om de baan van Dendermonde naar Hamme van extra bewaking te voorzien tegen sabotageacties.  Tevens dient de baan van Brugge over Gent naar Dendemonde vrijgemaakt te worden van alle civiele verkeer om een vlotte doortocht van de militaire colonnes te verzekeren.

Tijdens de avond krijgt de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie het bevel om de Maritieme Basis te verlaten en naar Eeklo terug te keren om van hier uit ingezet te worden voor nieuwe anti-parachutistenopdrachten en tevens voor de bewaking van de bruggen van Balgerhoeke en Veldekens.  De verplaatsing zal op 13 mei uitgevoerd worden.  Te Eeklo dient het eskadron van het 2de Licht Regiment afgelost te worden.

Belradio te Ruiselede was het verbindingsstation van het telegraafkantoor van Brussel met de rest van de wereld.

De divisistaf krijgt eveneens de opdracht om een compagnie uit te sturen naar Ruiselede om hier detachement van het 54Li af te lossen bij de bewaking van het internationale radiostation.  De opdracht wordt toegewezen aan het 41Li die zijn 3de Compagnie aanduidt.

De provoostdienst van de divisie onderscheppen een kapitein, een luitenant en een soldaat van het Nederlandse leger die op de dool zijn.  Het drietal wordt weggestuurd in de richting van het noorden.

Om 16u00 gaat het 18de Bataljon Genie opnieuw over naar de 16de Infanteriedivisie.

Het Groot Hoofdkwartier vraagt aan de divisiestaf om Generaal-majoor Clément te detacheren voor het inrichten van een reeks Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen op de westelijke oever van de Dender tussen de steden Aalst en Dendermonde.  Clément moet zich aanbieden bij Luitenant-generaal Joseph de Krahe van de 3de Militaire Circonscriptie die deze opdracht van uit het stadhuis van Vilvoorde zal leiden.

Het 18de Bataljon Genie wordt in de vroege avond in twee detachementen gesplitst: de 1Cie compagnie gaat om 20u00 over naar het Commando van de Genie om de vernielingen voor de bereiden van de bruggen over de Schelde tussen Oudenaarde in het zuiden en de spoorlijn Brussel-Oostende in het noorden.  Ook de brug van Heusden te Destelbergen moet klaar gemaakt worden.  De 2Cie wordt even voor middernacht uitgestuurd naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie om de vernieling voor te bereiden van de bruggen tussen Oeselgem en de spoorlijn Brussel-Oostende.

Kasteel Grand Noble, De Pinte

Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt het hoofdkwartier van de divisie verplaatst naar Kasteel Grand Noble.

Na de middag ontvangt het hoofdkwartier onverwachts de melding van het Groot Hoofdkwartier dat het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) een aftocht naar het westen bevolen heeft.  Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.  Deze nieuwe linie zal tegen 19 mei volledig bezet worden.

Het Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied van het Groot Hoofdkwartier beveelt om alle militaire vliegvelden in de sector van de 16de Infanteriedivisie te vernielen.  Het commando van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen blijkt echter niet op de hoogte van deze opdracht zodat Luitenant-generaal Van Egroo zich tot het Groot Hoofdkwartier richt om bevestiging.  Na overleg wordt aan de genie gevraagd om te starten met de voorbereidende werken.

De divisie gaat over naar het Iste Legerkorps.  Het IIde bataljon van het 41ste Linie wordt uitgestuurd naar het Kanaal Gent-Terneuzen om de bruggen te bewaken te vanaf Terneuzen tot Terdonk,  De rest van de troepen wordt samengebracht in de sector van het Bruggenhoofd Gent tussen de Leie en de Schelde.

Kapitein Mathen, compagniecommandant van de 15Cie van het XIVde Bataljon Hulptroepen van het Leger, bezoek het hoofdkwartier van de 16de Infanteriedivisie te Gent.  De officier meldt dat zijn manschappen zonder opdracht kantonneren te Slijdingen en Evergem.  Mathen wordt doorgestuurd naar de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen.

Na valavond wordt gestart met het verplaatsen van de commandopost naar het Kasteel Grand Noble op de grens van De Pinte met Sint-Denijs-Westrem.  De commandopost zal hier vanaf 09u00 op 17 mei operationeel zijn.

Het hoofdkwartier opent zoals voorzien op Kasteel Grand Noble.

Het 18Gn wordt om 09u40 ter beschikking gesteld van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen te Gent.

Om 18u00 beveelt het Iste Legerkorps aan de divisie om onmiddellijk alle troepen terug te roepen naar hun kantonnementen en de eenheden klaar te maken voor een verplaatsing naar de Gent.  De divisie zal aan de verdediging van de stad toegewezen worden en zal de sector ten noordoosten van de stadskern toegewezen krijgen.

De staf gaat onmiddellijk aan de slag.  Om 18u30 worden de nodige marsorders doorgebeld naar het 41Li en 44Li.  Vervolgens wordt het Transportkorps naar de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie gestuurd.  Het  Autopeloton voor Artilleriemunitie vertrekt naar Nevele.  De rest van het transportkorps zal te Merendree en Lovendegem opgesteld worden.

Vanaf 07u00 staan de troepen opgesteld op hun nieuwe posities te Gent.  Het 22ste Regiment Artillerie wordt toegevoegd aan de divisie,  De noordelijke limiet van de nieuwe sector wordt het Grootdok.  Het hoofdkwartier wordt aanvankelijk verplaatst naar Vinderhoute en vervolgens naar Mariakerke.

Op het middaguur wordt de sector van de 16de Infanteriedivisie echter gewijzigd.  De 18de Infanteriedivisie is nu eveneens onder bevel van het Iste Legerkorps komen te staan zodat het legerkorps met drie divisies (1Div, 16Div en 18Div) zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent.  Het legerkorps zal de 18Div en 16Div opstellen vanaf het Grootdok aan het kanaal Gent-Terneuzen in het noorden tot aan Melle langs de Schelde in het zuiden.  Op de linkerflank zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok tot Destelbergen. Op de rechterflank wordt de 16Div in boogvorm opgesteld langsheen de Schelde met op links het 41Li vanaf Gentbrugge tegenover Heusden tot de noordrand van Melle en op rechts het 44Li tot aan de zone tussen Melle en Kwatrecht. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden.

Het 24A verlaat de divisie en wordt vervangen door de IIde Groep van het 14de Regiment Artillerie.  De bevelhebber van deze groep, Kapitein-commandant Antoine, biedt zich aan op de commandopost om 21u00.

De divisie is ontplooid op zijn nieuwe sector tussen Heusden en Melle.  Van Egroo krijgt het bevel om in het achtergebied van zijn sector vier nieuwe overgangen over de bovenloop van de Schelde aan te leggen om de vlotte doortocht van de terugtrekkende troepen te helpen: twee ter hoogte van Ledeberg en nog eens twee ter hoogte van Nederzwijnaarde.

Het II/44Li krijgt de opdracht om een anti-tanksteunpunt te installeren nabij Kasteel Ter Linden aan de Caritasstraat te Melle.  Dit steunpunt moet front maken naar het zuiden ter hoogte van de baan naar Gent om een eventuele vijandelijke doorstoot naar van uit het zuiden te kunnen blokkeren.

In de loop van de namiddag krijgen het 41Li en het 44Li elk één C47 anti-tankkanon toegewezen ter verdediging van de bruggen van Heusden en Melle.

De succesvolle vernieling van de brug van Wetteren wordt even na 23u00 bevestigd.

Om 23u15 laat de staf van het Iste Legerkorps weten dat de vijand Schellebelle zou ingenomen hebben en in aantocht is naar Melle.  Alle troepen moeten klaar zijn voor de komst van de Duitsers tegen de ochtend van 20 mei.

Transportkorps/16ID
Het Herstellingsatelier voor het Wagenpark krijgt om 12u30 het bevel om naar Tielt terug te trekken en hier het atelier van het Iste Legerkorps te vervoegen.

Bij dageraad meldt het 41Li dat tijdens de nacht nog een 50-tal achterblijvers gepasseerd zijn over de brug van Heusden.  Het peloton verkenners van dit regiment keert terug binnen de linies en is van mening dat er geen Belgen meer in het voorgebied zijn.

De bruggen over de Schelde te Heusden en de Melle worden kort daarop met explosieven vernield.  De brug van Heusden is echter slechts ten dele ingestort en het 28Gn zal 100Kg bijkomende explosieven aanvoeren om een tweede poging te wagen.  De brug van Melle ligt gelukkig wel geheel in de rivier.  De divisie meldt dat het station van Merelbeke door civiele vluchtelingen geplunderd is.

Om 06u20 vraagt de divisiestaf aan het 41Li en het 44Li om alle overgebleven binnenschepen die in hun ondersectoren aangemeerd zouden zijn te laten zinken.

De vijand bereikt het Bruggenhoofd Gent en nabij Kwatrecht komt het in de ondersector van het 5de Linieregiment tot de eerste gevechten.  Het 44ste Linieregiment is al snel op de hoogte van de vijandelijke aanval maar is verder niet betrokken bij het incident.  De artillerie van de divisie komt wel een eerste keer in actie.

De provoostdienst plaatst een detachement Rijkswachters bij elk van de vier loopbruggen te Ledeberg en Nederzwijnaarde om eventueel vluchtende militairen te stoppen en terug te sturen.

Het 44Li zal 2000 landmijnen afgeleverd krijgen nabij Kilometerpaal 4 van de baan van Ledeberg naar Merelbeke om de zuidflank van de divisie te helpen beschermen tegen een mogelijke doorstoot uit het zuiden.  De lading landmijnen zal pas aan het eind van de volgende dag arriveren.

Tijdens de avond verplaatst het hoofdkwartier zich naar Nederzwijnaarde.  De commandopost is vanaf 20u00 operationeel op de nieuwe locatie.

De divisiestaf vangt via het 44Li verdere berichten op over de gevechten rond Kwatrecht en laat het Iste Legerkorps weten dat een bataljon van het naburige 5Li lijkt verdreven te zijn van hun posities, maar een bataljon van het 28Li een tegenaanval blijkt op te zetten.

Om de rechterflank van het 44ste Linieregiment nog meer de beschermen  tegen een mogelijke vijandelijke doorbraak in de ondersector van het 5Li, worden de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie en het Bataljon Grenswielrijders Limburg (minus 5Cie en 6 Cie) ingezet.  De grenswielrijders worden aanvankelijk naar de brug van Zwijnaarde verplaatst. Aanvankelijk zullen de grenswielrijders de opdracht krijgen om er de westelijke oever van de Schelde te verdedigen, maar er volgt al snel een tegenbevel om de rivier over te steken en meer naar het oosten posities in te nemen. Het bataljon moet samen met de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie assisteren bij de uitbouw van een defensieve stelling die tussen Melle en Zwijnaarde de bocht in de Schelde dient af te snijden en de toegang naar Gent uit het zuidoosten moet afgrendelen.  De Wielrijdersgroep zal het oostelijke uiteinde van deze stelling bezetten. De grenswielrijders bezetten het westelijke eind doorheen Merelbeke. De stelling komt onder het operationele bevel van het 44Li te staan.

De gevechten bij Kwatrecht zullen echter niet tot een Duitse doorbraak leiden en een dreiging uit het zuiden komt er dan ook niet.  In de sector van de divisie blijft het contact met de vijand overigens relatief beperkt.

De divisiestaf verwacht nog enige tijd op de huidige posities te zullen blijven.  Zowel het 41Li als het 44Li krijgen een dotatie reisduiven als bijkomend communicatiemiddel met de divisiestaf.

De aan het 44Li beloofde landmijnen worden geleverd en het hoofdkwartier verspreid de nodige instructies voor het plaatsen van deze tuigen.  De installatie zal gebeuren door het 18de Bataljon Genie.

De posities ingenomen door Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie en het Bataljon Grenswielrijders Limburg (minus 5Cie en 6 Cie) worden versterkt met verschillende mijnenvelden aangelegd door het 18de Bataljon Genie.  Op de Brusselsesteenweg te Melle worden een 200-tal mijnen geplaatst.  De rest wordt toegewezen aan de dekking van de zuidflank.

Luitenant-generaal Van Egroo verneemt dat de 1ste Infanteriedivisie onttrokken wordt aan het commando van het Iste Legerkorps.  Deze divisie zal verplaatst worden naar de sector Kortrijk-Menen ten gevolgen van de op de Conferentie van Ieper gemaakte afspraken tussen de Belgische en Britse legerleiding.  Voor de 16de Infanteriedivisie betekent dit het verlies van zowel de negen C47 anti-tankkanonnen als ook het bijkomende transmissiemateriaal dat de 1ste Infanteriedivisie in steun gegeven had.

De divisiestaf wordt op preadvies geplaatst voor een mogelijke terugtrekking tot op de bovenloop van de Schelde, om een nieuwe positie in te nemen tussen de samenloop van de Leie en de Schelde in de stad Gent in het noorden (de Keizerspoort) en de start van de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers in het zuiden.  In de Gentse binnenstad zal de 18de Infanteriedivisie de verdediging overnemen vanaf de Keizerspoort.  Het hoofdkwartier zal teruggetrokken worden naar Kilometerpaal 4 van de baan van Gent naar Deinze.

De verplaatsingen worden uitgevoerd in de nacht van 22 op 23 mei.  Ter voorbereiding van deze operatie worden in de loop van de namiddag alle overtollige munitie en voorraden geëvacueerd uit de sector van de divisie.  De daags voordien geleverde landmijnen die nog niet geplaatst zijn, zullen overgebracht worden naar Poeke.

Het 41Li en het 44Li krijgen de orders voor hun nieuwe posities mee: elk van de regimenten dient twee bataljons langsheen de Scheldeoever te plaatsen, en telkens een bataljon op het tweede echelon.  De divisie zal naast het 24ste Regiment Artillerie eveneens bijkomende artilleriesteun ontvangen van de IVde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie en de MVD mortieren van de 11de Batterij van de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie.  De afmars van de huidige stellingen dient gedekt te worden door een achterhoede van één derde van de effectieven die tijdens de tweede helft van de nacht van 22 op 23 mei zullen terugtrekken.  Het 18de Bataljon Genie neemt de technische wacht over bij de springinrichtingen van de wegbrug en spoorbrug te Gentbrugge zodat deze na doortocht van de eigen troepen vernield kunnen worden.

De Gentse binnenstad net voor WO2.

Het hoofdkwartier van de divisie wordt overgebracht naar Maalte.  In het kielzog van de troepen worden de bruggen over de Schelde opgeblazen.  De bruggen van Ledeberg en de Stropkaai worden respectievelijk om 07u20 en 07u25 vernield.

Intussen is de infanterie aangekomen op zijn nieuwe posities.  Het 44Li verdedigt de zone aan de Schelde vanaf de brug in Zwijnaarde tot aan de spoorwegbrug aan de Warmoezeniersweg. Het 41Li vervolledigt de lijn vanaf deze brug tot de Keizersbrug. Vanaf de Keizersbrug sluit het 3C aan en begint de ondersector van de 18de Infanteriedivisie.

Tijdens de ochtend ontdekken de Duitsers dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is en rukken ze meteen door naar de binnenstad. Bij de Keizersbrug wordt al snel een bruggenhoofd veroverd op het 3C en 41Li. Beide regimenten worden getroffen door zeer grote aantallen spontane overgaves.  Het IIde Bataljon van Majoor Van Steelandt geeft zich zo goed als integraal over.  Ook een belangrijke fractie van het IIIde Bataljon legt zonder slag of stoot de wapens neer.

De rest van de actie speelt zich die dag in en om het stadscentrum af en zo ontsnapt het 44Li aan de krijgsverrichtingen. Dit regiment blijft de ganse dag op post.

De divisiestaf laat tussenbeide komen door de opstelling van de Wielrijdersgroep en de reserve van het Bataljon Grenwielrijders Limburg langsheen de spoorlijn naar Gent Sint-Pieters om een verdere vijandelijke opmars te belemmeren.  De artillerie van zowel de divisie als het ILK vuurt talrijke vuuropdrachten uit, onder meer op het Leopoldpark.

Vanaf de vooravond beginnen de Belgen met de ontruiming van de stad.  De 16de Infanterieidivisie krijgt het bevel om zich na het vallen van de duisternis terug te plooien via Sint-Martens-Latem, de brug van Baarle en het dorp Nevele tot in Ruiselede.  Het startpunt voor de afmars ligt aan de spoorwegovergang te Sint-Denijs-Westrem.  Het Autopeloton voor Artilleriemunitie en de Lichte Ambulance zullen als eerste de verplaatsing aanvatten, gevolgd door het zware geschut, de II/24A (passage aan het startpunt om 23u05), het 41Li (23u30), de I/24A (00u00) en het 44Li (00u40).  Het detachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg en de Wielrijdersgroep van de 16ID zullen de marscolonne sluiten.  Het 18Gn zal via Afsnee terugtrennen op Sint-Martens-Latem en Baarle.  Een van de eskadrons van de Wielrijdersgroep vormt de mobiele achterhoede.

Het volledige ILK wordt in algemene reserve van het Groot Hoofdkwartier geplaatst.  Zowel de 16Div als de 18Div hebben belangrijke troepenaantallen verloren.

Het hoofdkwartier steekt om 01u15 het Afleidingskanaal over te Nevele om vervolgens gedurende enige tijd halt te houden op het gemeentehuis aldaar.  De meeste colonnes van de divisie volgen een reisweg via Sint-Denijs-Westrem en de brug over de Leie van Baarle.

Vervolgens bereikt de staf het dorp Ruiselede tegen 05u00. De divisie zal zich trachten te reorganiseren, maar moet vooreerst bekomen van de incidenten te Gent.

Bij het 41Li blijven nog anderhalf bataljon over.  De eenheden zijn op de volgende locaties ondergebracht:

  • Hoofdkwartier, Stafcompagnie en Provoost: Ruiselede
  • 41Li, 44Li en 16TTr: Poesele
  • 24A: Poeke
  • Wielrijdersgroep 16ID: Poesele
  • 18Gn: Vinkt
  • Lichte Ambulance: Kanegem
  • Transportkorps: Tielt

De divisiestaf beveelt aan alle eenheden om overdag alle mitrailleurs in luchtafweerpositie op te stellen.

Net zoals bij de overige divisies van het veldleger, ontvangen ook bij de 16de Infanteriedivisie het Transportkorps en de Intendance de richtlijn om zelf de nodige voorraden op te halen bij de depots in het achtergebied.  Voor levensmiddelen dient beroep gedaan te worden op de installaties te Oostende.  Brand- en smeerstoffen zijn te bekomen bij Purfina in de Oostendse voorhaven, het Shell depot in de haven van Gent of de Westvlaamsche Garage op de Menensesteenweg te Roeselare.  Het Autopeloton voor Artilleriemunitie dient zich te herbevoorraden in de depots van Zedelgem of Houthulst, maar de vrachtwagens moeten op ruime afstand van het depot halt houden om geen onnodige aandacht te trekken van de Duitse luchtmacht.  Geniematerieel kan afgehaald worden te Houthulst of te Jabbeke.  Zo nodig kan ook op een nooddepot te Ruddervoorde beroep gedaan worden.  Explosieven en landmijnen mogen alleen afgehaald worden met toestemming van het Groot Hoofdkwartier.

Om 19u00 wordt de divisie uit de structuur van het Iste Legerkorps gelicht en rechtstreeks onder het Groot Hoofdkwartier geplaatst.  De divisiestaf vertrekt om 20u30 naar Wingene en start een half uur met de installatie in de brouwerij aan de Egemsestraat.  De eenheden van de divisie worden eveneens naar deze omgeving verplaatst.

Tijdens de avond wordt het 24A weggehaald bij de divisie en doorgestuurd naar het VIde Legerkorps.  De divisie wordt aangevuld door het IIde Bataljon van het 2de Regiment Hulptroepen en is nu als volgt ingekwartierd:

  • Divisiestaf: Brouwerij Sint Sebastiaan aan de Egemsestrtaat te Wingene
  • 44Li: Wingene
  • 41Li en 18Gn: Zwevezele
  • 16TTr: Perstalle
  • 11 Batterij van het 3LA: Hille
  • Transportkorps: Kasteel Goethals te Ruddervoorde
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Maagdeveld
  • Ziekenstal: Veldhoek
  • II/2HuT: Veldhoek
  • II/3LA: Hille

Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het Iste Legerkorps, bezoekt de divisiestaf tussen 10u15 en 11u00.

De brouwerswoning van brouwerij Sint-Sebastiaan te Wingene was het hoofdkwartier van 16de Infanteriedivisie op 25 mei 1940.

De brouwerswoning van brouwerij Sint-Sebastiaan te Wingene was het hoofdkwartier van 16de Infanteriedivisie op 25 mei 1940.

Om 22u00 wordt de artillerie weggehaald van de divisie op aangeven van Majoor Defraiteur van het Groot Hoofdkwartier.  Van Egroo dient zijn overgebleven middelen door de sturen naar Poeke waar ze over zullen gaan naar het VIde Legerkorps.  De generaal krijgt tevens de bevestiging van de directe affectatie van de divisie bij het Groot Hoofdkwartier, dat hem oplegt om elke dag om 20u00 een stand-van-zaken door de sturen naar hun staf.

Na de Duitse doorbraak over de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van het VIIde Legerkorps beveelt het Groot Hoofdkwartier te 08u35 om het 44Li in alle haasten terug te sturen naar het front om een verdedigingslinie te bezetten tussen Koolskamp en Pittem.  Dit regiment zal overgaan naar het VIIde Legerkorps.

Om 10u25 laat de legerleiding eveneens het 41Li doorsturen worden naar Koolskamp en Pittem, maar dit regiment blijft vooralsnog onder direct gezag van het Groot Hoofdkwartier.  De rest van de divisie moet vooralsnog te Ruddervoorde en Wingene blijven.

De divisiestaf en de overige eenheden worden om 13u30 eveneens toegevoegd aan het VIIde Legerkorps.  Luitenant-generaal Van Egroo begeeft zich in de late namiddag naar de legerkorpsstaf op Kasteel Berghoek nabij Tielt voor overleg.

Om 16u00 verspreidt Deffontaine per telefoon zijn instructies voor de komende nacht. Het legerkorps dient een nieuw front te organiseren dat loopt van Aarsele in het noorden, via de spoorlijn Deinze-Tielt en de spoorlijn Ingelmunster-Tielt tot aan het Kanaal van Roeselare naar de Leie en de stad Roeselare in het zuiden. Deze zone wordt onderverdeeld in vier sectoren:

  • Sector noord vanaf Aarsele tot kilometerpaal 13 op de spoorlijn Deinze-Tielt (ten oosten van Tielt) onder bevel van Luitenant-generaal Ley van de 2de Divisie Ardeense Jagers
    • Deze troepenmacht omvat de restanten van de 2de Divisie Ardeense Jagers, aangevuld met de staf, II/44Li en III/44Li.
  • Sector centrum tussen kilometerpaal 13 op de spoorlijn Deinze-Tielt en kilometerpaal 7 op de spoorlijn Tielt-Ingelmunster onder bevel van Luitenant-generaal Van Egroo van de 16de Infanteriedivisie.
    • Van Egroo heeft aanvankelijk de beschikking over het 41Li en het I/3Gr.  Dit laatste bataljon moet tijdens de avond te Pittem aankomen.  Tijdens de daarop volgende dag zal zijn formatie aangevuld worden met restanten van de 8ste Infanteriedivisie en de 3de Infanteriedivisie, het Wielrijderseskadron van de 8ste Infanteriedivisie, en telkens één bataljon van 42Li en 21Li.
  • Sector zuid tussen kilometerpaal 7 op de spoorlijn Ingelmunster Tielt en kilometerpaal 40 op de spoorlijn Ingemunster-Roeselare (net ten westen van Ingelmunster) onder bevel van Generaal-majoor Lesaffre van de 8ste Infanteriedivisie
    • Deze troepen omvatten de staf en twee bataljons van 42Li, een bataljon van 16Li aangevuld met twee compagnies van 8Li, I/44Li en de IIde groep van 2LR.
  • Sector Mandel vanaf kilometerpaal 40 op de spoorlijn Ingemunster-Roeselare westwaarts tot in Roeselare onder bevel van Luitenant-generaal Vander Hofstadt van de 9ste Infanteriedivisie
    • Deze sector wordt verdedigd door de overgebleven eenheden van deze divisie.
  • Luitenant-generaal Deffontaine behoudt de staf en de Iste groep van het 2LR als allerlaatste reservemacht.

De schriftelijke bevestiging van deze orders zal de diverse divisiestaven bereiken tussen 18u00 en 20u00. Het VIIde Legerkorps bepaalt dat de inplaatsstelling tegen middernacht moet uitgevoerd zijn.

Van Egroo deelt zijn sector op in twee ondersectoren:

  • Voor de verdediging van de ondersector ten zuidosten van de stadskern tussen kilometerpaal 13 en 10 van de spoorlijn krijgt de staf van het 41Li de leiding over een nieuwe groepering samengesteld uit het I/41Li en de restanten van het III/41Li.  Majoor Van Steelandt stelt zijn commandopost op in het Handselinstituut, aan de Patersdreef vlakbij de Sint-Pieterskerk van Tielt.
  • De verdediging van de ondersector tussen kilometerpaal 10 en kilometerpaal 7 wordt aanvankelijk toegewezen aan het 18de Bataljon Genie, in afwachting van de komst van versterkingen van het I/3Gr en het II/21Li.

Vijandelijke verkenners maken al snel contact met het 41Li nabij de overweg van het station van Tielt zodat Van Egroo zal besluiten om het 18de Bataljon Genie te splitsen.  De opstelling in de sector tussen kilometerpaal 13 en kilometerpaal 7 komt er in de loop van de avond zo uit te zien:

  • De eerste groepering op de linkerflank omvat het het I/41Li, de restanten van het III/41Li en de 1ste en 3de compagnie van het 18de bataljon Genie, onder het bevel van commandant 41Li, Majoor Van Steelandt.
  • een tweede groepering neemt de rechterflank in met een formatie rond het II/21Li, I/3Gr en de 2/18Gn, onder het bevel van commandant I/3Gr.

Voorts beveelt de divisiestaf aan de Lichte Ambulance om zich te Egem op te stellen en hier de medische hulpplaats te openen.  De MVD mortieren van het 3de Regiment Legerartillerie zullen toegewezen worden aan de beide ondersectoren.  Deze krijgen elk vier stuks geschut.  Het IIde Bataljon van het 2de Regiment Hulptroepen moet zich naar Pittem begeven en hier verdere orders afwachten.

In de loop van de avond verzend het hoofdkwartier het ene bevel na het andere om de inplaatsstelling van de troepen in de sector te dirigeren.  Het I/3Gr en het II/21Li arriveren tegen middernacht.

Van Egroo ontvangt ook bijkomende artilleriesteun van de II/5A, III/5A en IV/10A.  Samen beschikken deze groepen nog over 17 vuurmonden.  Kolonel Delvaux, de bevelhebber van 5A, zal omstreeks middernacht aankomen op de divisiestaf om zijn orders in ontvangst te nemen en zal deze tegen 04u00 verspreiden onder zijn groepen.

Hoofdkwartier 16ID
In de vroege ochtend besluit Luitenant-generaal Van Egroo om zijn hoofdkwartier naar het noordwesten te verschuiven en nabij de Hooithoek op te stellen.  Op de oude locatie blijft een ploeg achter onder leiding van Majoor Guérin om de verbinding met de eenheden te verzekeren.

Het zwaartepunt van de Duitse aanval zal in de linker ondersector komen te liggen, tussen kilometerpaal 13 en kilometerpaal 10.  De vijand wil het centrum van Tielt binnendringen.  De groepering Van Steelandt zal dan ook drie detachementen ontvangen ter versterking van de posities:

Als eerste wordt het I/42Li toegevoegd aan de groepering door een bevel van de divisiestaf verzonden om 05u10.  Dit bataljon arriveert tijdens de vroege ochtend en neemt plaats tussen het I/3Gr en het I/41Li om alzo indien nodig tussenbeide te kunnen komen in de richting van Huffesele.

In een tweede fase voegt de divisiestaf om 09u15 de restanten van het 12Li toe aan de groepering.  Ook dit regiment is na de gevechten aan de Leie herleid tot een enkel bataljon onder leiding van Majoor Rigal.  Dit bataljon wordt uitgestuurd naar de scheidingslijn tussen de rechterflank van het I/41Li en de linkerflank van het I/42Li in het gebied rond de Meulebeeksesteenweg en de Abelestraat.

Het derde en laatste detachement versterkingen wordt de Iste Groep van het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht.  Deze groep beschikt naast twee eskadrons infanterie ook nog over een T13 tankjager en vier C47 anti-tankkanonnen.  Deze groep word verdeeld over de beide spoorwegoverwegen.

Deze interventies kunnen echter de inname van Tielt niet tegengaan.  De commandopost van het 41Li in het college te Tielt wordt ingenomen door de vijand wanneer de stad valt.

Ook in de rechter ondersector kunnen de Belgen niet standhouden.  Het I/3Gr valt in de loop van de namiddag uit de strijd en trekt zich op gedesorganiseerde wijze terug.  De divisiestaf meldt aan het VIIde Legerkorps dat zijn front doorbroken is.

Het VIIde Legerkorps wil dat Luitenant-generaal Van Egroo stand houdt langsheen de spoorlijn van Tielt naar Lichtervelde.  Er worden twee bataljons van de Ardeense Jagers ter vesterking beloofd.  Samen met het bataljon van 12Li onder Majoor Rigal moet Van Egroo hiermee trachten een nieuwe positie te organiseren.

Om 15u10 meldt de divisie staf nogmaals aan het VIIde Legerkorps dat de commandopost van het 41Li te Tielt gevallen is en de beloofde bataljons van de Ardeense Jagers nergens te bespeuren zijn.  Een goed half uur later wordt doorgeseind dat de detachementen van Majoor Rigal en Kolonel Vreux ten zuiden van Egem in gevechten verwikkeld zijn met de aanvaller.  Om 16u40 wordt nogmaals gebeld naar de korpsstaf, maar die is op dat moment reeds onderweg naar Wijnendale.

De divisiecommandant laat om 18u00 zijn 16de Compagnie Transmissietroepen terughalen van Brugge naar Ruddervoorde, met de intentie om eveneens dit dorp te vervoegen als nieuwe standplaats voor zijn staf.  De divisiestaf bevindt zich op dat ogenblik te Scheewege, even ten westen van Wingene.

De staf is slechts nog in contact met de detachementen van Majoor Rigal en Kolonel Vreux die tussen Egem en Pittem in gevecht blijven met de vijand.

Uiteindelijk ontvangt de divisie omstreeks 19u30 nieuwe bevelen van het VIIde Legerkorps die prompt doorgegeven worden aan de nog beschikbare elementen.  De 16de Infanteriedivisie moet een nieuwe defensieve linie organiseren vanaf de noordoostrand van Beveren bij Roeselare over Ardooie tot Koolskamp.  Deze sector wordt in twee ondersectoren verdeeld.  Ondersector west komt onder het bevel te staan van Kolonel Vreux met de detachementen van de 3de Infanteriedivisie, II/21Li, I/3Gr en de 2de Compagnie van het 18Gn.  Ondersector oost zal bevolen worden door Majoor Van Steelandt met de restanten van het 41Li, het I/42Li, het IIde Bataljon van het 2de Regiment Hulptroepen, de rest van het 18Gn en de Iste Groep van het 2de Licht Regiment.

De divisiestaf zal zich in het gemeentehuis van Lichtervelde opstellen en belooft tevens om de nog beschikbare artilleriesteun te verduidelijken.  Ten noorden van deze sector moet aansluiting gemaakt worden met de 2de Divisie Ardeense Jagers.  Naar het zuiden toe zullen de linies vervolgd worden door de 6de Infanteriedivisie.

Deze laatste orders zullen dan niet meer baten.  Tijdens de nacht van 27 op 28 mei zal nog getracht worden om de nodige verplaatsingen uit te voeren, maar tijdens de vroege ochtend van 28 mei wordt het duidelijk dat de strijd ten einde is.

De divisiestaf meldt om 08u00 dat ze zich alsnog in het gemeentehuis van Lichtervelde zullen installeren om hier de verdere orders van de overwinnaar af te wachten.  Het hoofdkwartier komt aan rondom 09u15 wanneer het dorp al bezet is door de Duitsers.

Lichte Ambulance 16ID
Op de dag van de overgave is de Lichte Ambulance in het gehucht Veldhoek te Waardamme gestationeerd.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen