16de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 16de Infanteriedivisie | 16ID
16ème Division d’Infanterie | 16DI
Type Infanteriedivisie van de tweede reserve
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Algemene Reserve
Bevelhebber Luitenant-generaal Georges Van Egroo
Commandant Infanterie Generaal-majoor Georges Clément
Commandant Artillerie Luitenant-Kolonel G. Préser
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant C. Petit
Stafchef Majoor SBH L. Guérin
Intendant 1ste Kapitein M. Gillard
Standplaats Bruggenhoofd Gent en
Zone Nieuwpoort-Estaimpuis
Commandopost in de Leopoldskazerne te Gent
Samenstelling Hoofdkwartier
(37ste Linieregiment) -> Afgedeeld bij Maritieme Basis
41ste Linieregiment
44ste Linieregiment
24ste Regiment Artillerie
(18de Bataljon Genie-> Afgedeeld bij IVde Legerkorps
16de Compagnie Transmissietroepen
(Wielrijdersgroep 16ID-> Afgedeeld bij Maritieme Basis
Lichte Ambulance 16ID (Geneesheer Kapitein G. Vermeulen)
Compagnie Intendance 16ID
Transportkorps 16ID Staf (Cdt V. Van Laer)
Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Leboeuf)
Autopeloton voor Ravitaillering (Cdt C. du Monceau de Bergendal)
Autopeloton voor Materieel (Lt L. Goossens)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt C. Delmarche)
Provoost (Luitenant M. Vanderoost)
Tijdelijke Eenheden Staf & Iste Groep 2de Licht Regiment
Wielrijdersgroep 13ID

Tijdens de mobilisatie

Kasteel Calixberg

Kasteel Calixberg te Schoten was de eerste standplaats van de staf van de 16de Infanteriedivisie.

De staf van de 16de Infanteriedivisie werd gemobiliseerd op 11 september 1939.  De verschillende eenheden werden in de daarop volgende dagen onder de wapens geroepen met het Transportkorps en de Intendance als laatste elementen op 20 september.  Kort na de oprichting vertrok de divisie naar het Kamp van Beverlo voor een trainingsperiode die tot 7 oktober 1939 wou duren.

De divisie zou vervolgens doorgestuurd worden naar de Versterkte Positie Antwerpen. De staf werd opgesteld in Kasteel Calixberg te Schoten. De eenheden worden verspreid over de oostrand van de VPA te Schoten, Brasschaat en Kapellen. Als bijkomende eenheden werden de IIde en IIIde Groep van het 4de Regiment Artillerie en het Iste Bataljon van het 1ste Regiment Hulptroepen toegewezen.

De divisie zou tot april 1940 binnen de Versterkte Positie Antwerpen verblijven en permuteerde vanaf 4 april met 13de Infanteriedivisie die tot op die datum het Bruggenhoofd Gent en de Westkust bezette. Zo vertrok de divisie vanaf 5 april per spoor naar het westen van het land.  De divisiestaf zou onderdak vinden te Sint-Denijs-Westrem.  Het 37ste Linieregiment werd doorgestuurd naar Nieuwpoort, het 41ste Linieregiment naar De Pinte en het 44ste Linieregiment naar Baarle.  De Wielrijdersgroep vertrok naar Veurne.  De overige eeenheden zouden bij de divisie te Gent blijven.

Vijf dagen na aankomst, op 10 april 1940, neemt de divisie officieel het bevel over van het naar Frankrijk gerichte front in de provincies West- en Oost-Vlaanderen.  Hierbij wordt het 41Li toegewezen aan de sector ten zuidwesten van Gent tussen de Leie en de bovenloop van de Schelde.  Het 44Li neemt het Bruggenhoofd Gent in ten zuidoosten van de stad, tussen de bovenloop en de benedenloop van de Schelde.  De diverse commandoposten worden op de volgende locaties opgesteld:

  • Divisiestaf en staf 24A: Leopoldskazerne te Gent
  • 41Li: gemeentehuis van de De Pinte aan de Koning Albertlaan 1
    • Iste Bataljon: ‘s Gravenstaat te Nazareth
    • IIde Bataljon: Lijnstaat 1 te Deurle
    • IIIde Bataljon: Steenweg 68 te Eke
  • 44Li: Hundelgemsesteenweg te Merelbeke
    • Iste Bataljon: Pontstraat 3 te Melle
    • IIde Bataljon: Grote Baan te Schelderode
    • IIIde Bataljon: Koningin Astridlaan
  • I/24A: Merelbeke
  • II/24A: Maanhoutstraat 1 te Sint-Martens-Latem
  • Intendance: Coupure Rechts 300 te Gent
  • Medische Hulpplaats: Dendermondsesteenweg 188 te Gent
  • Transportkorps: Kasteellaan 2 te Gent
    • Autopeloton voor Materieel: Keizer Karelstraat 30 te Gent
    • Autopeloton voor Ravitaillering: Eendrachtstraat 107 te Gent
    • Autopeloton voor Artilleriemunitie: Fort 3 te Deurne
    • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Grondwetlaan 52 te Sint-Amandsberg

De sectie beenhouwerij van de compagnie intendance van de 16de infanteriedivisie.

HK/16Div
De divisiestaf wordt kort na middernacht in staat van alarm gebracht door het Groot Hoofdkwartier.  De staf start onmiddellijk met het verwittigen van alle eenheden.

Om 08u15 komt een telefoonbericht toe uit Breendonk: het Groot Hoofdkwartier beveelt dat de divisie zich klaar dient te maken voor een verplaatsing naar Mechelen.  De 16ID zal het Bruggenhoofd Mechelen van de K.W, Stelling gaan bezetten.  De divisie zal bij doortocht te Brussel versterking ontvangen van de Compagnie T13 van de Versterkte Positie Luik,

Dit bevel wordt echter even na 11u00 afgeblazen.  Allicht neemt het Groot Hoofdkwartier deze beslissing nadat duidelijk geworden is dat zowel ten noorden van Luik als in de Ardennen luchtlandingen plaats gevonden hebben.  De legerleiding vreest een gelijkaardige actie in het achtergebied van het veldleger en besluit om het Bruggenhoofd Gent verder te verdedigen met de 16ID.  De posities van de divisie blijven behouden.

De Iste Groep van het 2de Licht Regiment en de Wielrijdersgroep van de 13ID zullen van uit Deinze ingezet worden voor anti-parachutistenmissies.  De taak van de rest van de divisie zal bestaan uit het uitvoeren van statische en mobiele bewakingsopdrachten, het assisteren bij de doortocht van de Franse en de Britse legers en het beveiligen van het Bruggenhoofd Gent en de stad Gent tegen luchtlandingen.

De eenheden van de divisie zijn tevens verantwoordelijk voor het verzamelen van inlichtingen doorheen de beide provincies die door de staf nauwgezet overgemaakt worden aan het Groot Hoofdkwartier.  Zo wordt onder meer het volgende gemeld op de eerste oorlogsdag:

  1. 05u40: droppen van zeemijnen in de havengeul te Oostende en voor de rede van Nieuwpoort
  2. 06u00: noodlanding van een Heinkel 111 te Aalter
  3. 07u00: noodlanding van een Heinkel 111 nabij Ingelmunster waarbij de vier bemanningsleden gevangen genomen worden
  4. 10u00: doortocht van een Franse verkenningseenheid aan de grenspost te Houtem
  5. 10U30: passage van de eerste Franse eenheden te Loker en te Lijsenthoek; op deze laatste locatie gaat het om het Détachement de Découverte 2 van Capitaine Devouges, een van de drie detachementen van het 6ème Régiment de Cuirassiers.  Dit detachement is op weg naar Turnhout en Eindhoven.
  6. 11U00: doortocht van de eerste Britse troepen te Petit-Audenaerde, op weg naar Dottignies
  7. 14u00: bombardement in de omgeving van Zelzate
  8. 16u00: aankomst van de eerste elementen van de Franse 68ème Division d’Infanterie tussen Oostende en Knokke-Zoute.  Het betreft hier de verkenners van deze divisie van de 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infanterie.  Colonel Maillot, aanvoerder van deze formatie, zal zijn commandopost installeren in Hotel Leeuw van Vlaanderen te Blankenberge.
  9. 17u00: bombardement op het militaire vliegveld te Zwevezele
  10. namiddag: crash van een Duits toestel te Hulste, waarbij drie van de vier bemaningsleden omgekomen zijn

Transportkorps/16Div
Ook Kapitein-commandant Petit stelt zijn eenheden in staat van alarm.  In een nota herinnert hij de divisiestaf er aan dat zijn pelotons slechts over een totale bewapening van 30 karabijnen beschikken en hij daarom vreest om machteloos te staan bij een mogelijk treffen met de vijand.

De opdrachten van de divisie worden verdergezet.

Om 16u00 vraagt het Groot Hoofdkwartier om de baan van Dendermonde naar Hamme van extra bewaking te voorzien tegen sabotageacties.  Tevens dient de baan van Brugge over Gent naar Dendemonde vrijgemaakt te worden van alle civiele verkeer om een vlotte doortocht van de militaire colonnes te verzekeren.

Tijdens de avond krijgt de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie het bevel om de Maritieme Basis te verlaten en naar Eeklo terug te keren om van hier uit ingezet te worden voor nieuwe anti-parachutistenopdrachten en tevens voor de bewaking van de bruggen van Balgerhoeke en Veldekens.  De verplaatsing zal op 13 mei uitgevoerd worden.  Te Eeklo dient het eskadron van het 2de Licht Regiment afgelost te worden.

Belradio te Ruiselede was het verbindingsstation van het telegraafkantoor van Brussel met de rest van de wereld.

De divisistaf krijgt eveneens de opdracht om een compagnie uit te sturen naar Ruiselede om hier detachement van het 54Li af te lossen bij de bewaking van het internationale radiostation.  De opdracht wordt toegewezen aan het 41Li.

Om 16u00 gaat het 18de Bataljon Genie opnieuw over naar de 16de Infanteriedivisie.

Het Groot Hoofdkwartier vraagt aan de divisiestaf om Generaal-majoor Clément te detacheren voor het inrichten van een reeks Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen op de westelijke oever van de Dender tussen de steden Aalst en Dendermonde.  Clément moet zich aanbieden bij Luitenant-generaal Joseph de Krahe van de 3de Militaire Circonscriptie die deze opdracht van uit het stadhuis van Vilvoorde zal leiden.

Het 18de Bataljon Genie wordt in de vroege avond in twee detachementen gesplitst: de 1Cie compagnie gaat om 20u00 over naar het Commando van de Genie om de vernielingen voor de bereiden van de bruggen over de Schelde tussen Oudenaarde in het zuiden en de spoorlijn Brussel-Oostende in het noorden.  Ook de brug van Heusden te Destelbergen moet klaar gemaakt worden.  De 2Cie wordt even voor middernacht uitgestuurd naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie om de vernieling voor te bereiden van de bruggen tussen Oeselgem en de spoorlijn Brussel-Oostende.

Kasteel Grand Noble, De Pinte

Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt het hoofdkwartier van de divisie verplaatst naar Kasteel Grand Noble.

Na de middag ontvangt het hoofdkwartier onverwachts de melding van het Groot Hoofdkwartier dat het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) een aftocht naar het westen bevolen heeft.  Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.  Deze nieuwe linie zal tegen 19 mei volledig bezet worden.

Het Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied van het Groot Hoofdkwartier beveelt om alle militaire vliegvelden in de sector van de 16de Infanteriedivisie te vernielen.  Het commando van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen blijkt echter niet op de hoogte van deze opdracht zodat Luitenant-generaal Van Egroo zich tot het Groot Hoofdkwartier richt om bevestiging.  Na overleg wordt aan de genie gevraagd om te starten met de voorbereidende werken.

De divisie gaat over naar het Iste Legerkorps.  Eén bataljon van het 41ste Linie wordt uitgestuurd naar het Kanaal Gent-Terneuzen om de bruggen te bewaken te Oostakker, Terdonk en Zelzate.  De rest van de troepen wordt samengebracht in de sector van het Bruggenhoofd Gent tussen de Leie en de Schelde.

Kapitein Mathen, compagniecommandant van de 15Cie van het XIVde Bataljon Hulptroepen van het Leger, bezoek het hoofdkwartier van de 16de Infanteriedivisie te Gent.  De officier meldt dat zijn manschappen zonder opdracht kantonneren te Slijdingen en Evergem.  Mathen wordt doorgestuurd naar de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen.

Na valavond wordt gestart met het verplaatsen van de commandopost naar het Kasteel Grand Noble op de grens van De Pinte met Sint-Denijs-Westrem.  De commandopost zal hier vanaf 09u00 op 17 mei operationeel zijn.

Het hoofdkwartier opent zoals voorzien op Kasteel Grand Noble.

Het 18Gn wordt om 09u40 ter beschikking gesteld van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen te Gent.

Om 18u00 beveelt het Iste Legerkorps aan de divisie om onmiddellijk alle troepen terug te roepen naar hun kantonnementen en de eenheden klaar te maken voor een verplaatsing naar de Gentse binnenstad.  De divisie zal aan de verdediging van Gent toegewezen worden.

De staf gaat onmiddellijk aan de slag.  Om 18u30 worden de nodige marsorders doorgebeld naar het 41Li en 44Li.  Vervolgens wordt het Transportkorps naar de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie gestuurd.  Het  Autopeloton voor Artilleriemunitie vertrekt naar Nevele.  De rest van het transportkorps zal te Merendree en Lovendegem opgesteld worden.

Vanaf 07u00 staan de troepen opgesteld op hun nieuwe posities te Gent.  Het 22ste Regiment Artillerie wordt toegevoegd aan de divisie,  De noordelijke limiet van de nieuwe sector wordt het Grootdok.  Het hoofdkwartier wordt aanvankelijk verplaatst naar Vinderhoute en vervolgens naar Mariakerke.

Op het middaguur wordt de missie van de 16de Infanteriedivisie echter gewijzigd.  De 18de Infanteriedivisie is nu eveneens onder bevel van het Iste Legerkorps komen te staan zodat het legerkorps met de 1Div, 16Div en 18Div zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent.  Het legerkorps zal opgesteld worden vanaf het Grootdok aan het kanaal Gent-Terneuzen in het noorden tot aan Melle langs de Schelde in het zuiden.  Op de linkerflank zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok tot Destelbergen. Ten zuidoosten van Gent wordt de 16Div opgesteld met op de linkerflank het 41Li in boogvorm vanaf Heusden tot de noordrand van Melle en het 44Li op de rechterflank tot de zone tussen Melle en Kwatrecht. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden.

Het 22A verlaat de divisie en wordt vervangen door de IIde Groep van het 14de Regiment Artillerie.

De divisie is ontplooid op zijn nieuwe sector tussen Heusen en Melle.  Van Egroo krijgt het bevel om in het achtergebied van zijn sector twee nieuwe overgangen over de bovenloop van de Schelde aan te leggen om de vlotte doortocht van de terugtrekkende troepen te helpen: een ter hoogte van Ledeberg en een tweede ter hoogte van Nederzwijnaarde.

Bij dageraad meldt het 41Li dat tijdens de nacht nog een 50-tal achterblijvers gepasseerd zijn over de brug van Heusden.  Het peloton verkenners van dit regiment keert terug binnen de linies en is van mening dat er geen Belgen meer in het voorgebied zijn.

De bruggen over de Schelde te Heusden en de Melle worden kort daarop met explosieven vernield.  De brug van Heusden is echter slechts ten dele ingestort en het 28Gn zal 100Kg bijkomende explosieven aanvoeren om een tweede poging te wagen.  De brug van Melle ligt gelukkig wel geheel in de rivier.  De divisie meldt dat het station van Merelbeke door civiele vluchtelingen geplunderd is.

De vijand bereikt het Bruggenhoofd Gent en nabij Kwatrecht komt het in de ondersector van het 5de Linieregiment tot de eerste gevechten.  Het 44ste Linieregiment is al snel op de hoogte van de vijandelijke aanval maar is verder niet betrokken bij het incident.  De artillerie van de divisie komt wel een eerste keer in actie.

Tijdens de avond verplaatst het hoofdkwartier zich naar Nederzwijnaarde.

Om de rechterflank van het 44ste Linieregiment te vrijwaren tegen een mogelijke vijandelijke doorbraak, worden de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie en het Bataljon Grenswielrijders Limburg (minus 5Cie en 6 Cie) ingezet.  De grenswielrijders worden aanvankelijk naar de brug van Zwijnaarde verplaatst. Aanvankelijk zullen de grenswielrijders de opdracht krijgen om er de westelijke oever van de Schelde te verdedigen, maar er volgt al snel een tegenbevel om de rivier over te steken en meer naar het oosten posities in te nemen. Het bataljon moet samen met de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie assisteren bij de uitbouw van een defensieve stelling die tussen Melle en Zwijnaarde de bocht in de Schelde dient af te snijden en de toegang naar Gent uit het zuidoosten moet afgrendelen.  De Wielrijdersgroep zal het oostelijke uiteinde van deze stelling bezetten. De grenswielrijders bezetten het westelijke eind doorheen Merelbeke. De stelling komt onder het operationele bevel van het 44Li te staan.

De posities ingenomen door Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie en het Bataljon Grenswielrijders Limburg (minus 5Cie en 6 Cie) worden versterkt met verschillende mijnenvelden aangelegd door het 18de Bataljon Genie.

De divisiestaf wordt op preadvies geplaatst voor een mogelijke terugtrekking tot op de bovenloop van de Schelde, om een nieuwe positie in te nemen tussen de samenloop van de Leie en de Schelde in de stad Gent in het noorden (de Keizerspoort) en de start van de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers in het zuiden.  In de Gentse binnenstad zal de 18de Infanteriedivisie de verdediging overnemen vanaf de Keizerspoort.  Het hoofdkwartier zal teruggetrokken worden naar Kilometerpaal 4 van de baan van Gent naar Deinze.

De verplaatsingen worden uitgevoerd in de nacht van 22 op 23 mei.

De Gentse binnenstad net voor WO2.

Het hoofdkwartier van de divisie wordt overgebracht naar Maalte.  In het kielzog van de troepen worden de bruggen over de Schelde opgeblazen.  De bruggen van Ledeberg en de Stropkaai worden respectievelijk om 07u20 en 07u25 vernield.

Intussen is de infanterie aangekomen op zijn nieuwe posities.  Het 44Li verdedigt de zone aan de Schelde vanaf de brug in Zwijnaarde tot aan de spoorwegbrug aan de Warmoezeniersweg. Het 41Li vervolledigt de lijn vanaf deze brug tot de Keizersbrug. Vanaf de Keizersbrug sluit het 3C aan en begint de ondersector van de 18de Infanteriedivisie.

Tijdens de ochtend ontdekken de Duitsers dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is en rukken ze meteen door naar de binnenstad. Bij de Keizersbrug wordt al snel een bruggenhoofd veroverd op het 3C en 41Li. Beide regimenten worden getroffen door zeer grote aantallen spontane overgaves.  Het IIde Bataljon van Majoor Van Steelandt geeft zich zo goed als integraal over.  Ook een belangrijke fractie van het IIIde Bataljon legt zonder slag of stoot de wapens neer.

De rest van de actie speelt zich die dag in en om het stadscentrum af en zo ontsnapt het 44Li aan de krijgsverrichtingen. Dit regiment blijft de ganse dag op post.

De divisiestaf laat tussenbeide komen door de opstelling van de Wielrijdersgroep langsheen de spoorlijn naar Gent Sint-Pieters om een verdere vijandelijke opmars te belemmeren.  De artillerie van zowel de divisie als het ILK vuurt talrijke vuuropdrachten uit, onder meer op het Leopoldpark.

Vanaf de vooravond beginnen de Belgen met de ontruiming van de stad.  De 16de Infanterieidivisie krijgt het bevel om zich na het vallen van de duisternis terug te plooien via Sint-Martens-Latem, de brug van Baarle en het dorp Nevele tot in Ruiselede.  Het startpunt voor de afmars ligt aan de spoorwegovergang te Sint-Denijs-Westrem.  Het Autopeloton voor Artilleriemunitie en de Lichte Ambulance zullen als eerste de verplaatsing aanvatten, gevolgd door het zware geschut, de II/24A (passage aan het startpunt om 23u05), het 41Li (23u30), de I/24A (00u00) en het 44Li (00u40).  Het detachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg en de Wielrijdersgroep van de 16ID zullen de marscolonne sluiten.  Het 18Gn zal via Afsnee terugtrennen op Sint-Martens-Latem en Baarle.  Een van de eskadrons van de Wielrijdersgroep vormt de mobiele achterhoede.

Het volledige ILK wordt in algemene reserve van het Groot Hoofdkwartier geplaatst.  Zowel de 16Div als de 18Div hebben belangrijke troepenaantallen verloren.

Het hoofdkwartier steekt om 01u15 het Afleidingskanaal over te Nevel en bereikt Ruiselede tegen 05u00.  De divisie rust uit en bekomt van de incidenten te Gent.  Bij het 41Li blijven nog anderhalf bataljon over.  De eenheden zijn op de volgende locaties ondergebracht:

  • Hoofdkwartier, Stafcompagnie en Provoost: Ruiselede
  • 41Li, 44Li en 16TTr: Poesele
  • 24A: Poeke
  • Wielrijdersgroep 16ID: Poesele
  • 18Gn: Vinkt
  • Lichte Ambulance: Kanegem
  • Transportkorps: Tielt

De divisiestaf beveelt aan alle eenheden om overdag alle mitrailleurs in luchtafweerpositie op te stellen.

Net zoals bij de overige divisies van het veldleger, ontvangen ook bij de 16de Infanteriedivisie het Transportkorps en de Intendance de richtlijn om zelf de nodige voorraden op te halen bij de depots in het achtergebied.  Voor levensmiddelen dient beroep gedaan te worden op de installaties te Oostende.  Brand- en smeerstoffen zijn te bekomen bij Purfina in de Oostendse voorhaven, het Shell depot in de haven van Gent of de Westvlaamsche Garage op de Menensesteenweg te Roeselare.  Het Autopeloton voor Artilleriemunitie dient zich te herbevoorraden in de depots van Zedelgem of Houthulst, maar de vrachtwagens moeten op ruime afstand van het depot halt houden om geen onnodige aandacht te trekken van de Duitse luchtmacht.  Geniematerieel kan afgehaald worden te Houthulst of te Jabbeke.  Zo nodig kan ook op een nooddepot te Ruddervoorde beroep gedaan worden.  Explosieven en landmijnen mogen alleen afgehaald worden met toestemming van het Groot Hoofdkwartier.

Om 19u00 wordt de divisie uit de structuur van het Iste Legerkorps gelicht en rechtstreeks onder het Groot Hoofdkwartier geplaatst.  De divisiestaf vertrekt om 20u30 naar Wingene en start een half uur met de installatie in de brouwerij aan de Egemsestraat.  De eenheden van de divisie worden eveneens naar deze omgeving verplaatst.

Tijdens de avond wordt het 24A weggehaald bij de divisie en doorgestuurd naar het VIde Legerkorps.  De divisie wordt aangevuld door het IIde Bataljon van het 2de Regiment Hulptroepen en is nu als volgt ingekwartierd:

  • Divisiestaf en 44Li: Wingene
  • 41Li en 18Gn: Zwevezele
  • 16TTr: Perstalle
  • 11 Batterij van het 3LA: Hille
  • Transportkorps: Kasteel Goethals te Ruddervoorde
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Maagdeveld
  • Ziekenstal: Veldhoek
  • II/2HuT: Veldhoek
  • II/3LA: Hille

Na de Duitse doorbraak over de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van het VIIde Legerkorps beveelt het Groot Hoofdkwartier te 08u35 om het 44Li in alle haasten terug te sturen naar het front om een verdedigingslinie te bezetten tussen Koolskamp en Pittem.  Dit regiment zal overgaan naar het VIIde Legerkorps.  Om 10u25 laat de legerleiding eveneens het 41Li doorsturen worden naar Koolskamp en Pittem, maar dit regiment blijft vooralsnog onder direct gezag van het Groot Hoofdkwartier.

De divisiestaf en de overige eenheden worden om 13u30 eveneens toegevoegd aan het VIIde Legerkorps.  Luitenant-generaal Van Egroo begeeft zich in de late namiddag naar de legerkorpsstaf op Kasteel Berghoek nabij Tielt voor overleg.

Om 16u00 verspreidt Deffontaine per telefoon zijn instructies voor de komende nacht. Het legerkorps dient een nieuw front te organiseren dat loopt van Aarsele in het noorden, via de spoorlijn Deinze-Tielt en de spoorlijn Ingelmunster-Tielt tot aan het Kanaal van Roeselare naar de Leie en de stad Roeselare in het zuiden. Deze zone wordt onderverdeeld in vier sectoren:

  • Sector noord vanaf Aarsele tot kilometerpaal 13 op de spoorlijn Deinze-Tielt (ten oosten van Tielt) onder bevel van Luitenant-generaal Ley van de 2de Divisie Ardeense Jagers
    • Deze troepenmacht omvat de restanten van de 2de Divisie Ardeense Jagers, aangevuld met de staf, II/44Li en III/44Li.
  • Sector centrum tussen kilometerpaal 13 op de spoorlijn Deinze-Tielt en kilometerpaal 7 op de spoorlijn Ingelmunster-Tielt onder bevel van Luitenant-generaal Van Egroo van de 16de Infanteriedivisie.
    • Van Egroo heeft de beschikking over de restanten van de 8ste Infanteriedivisie en de 3de Infanteriedivisie, het Wielrijderseskadron van de 8ste Infanteriedivisie, en telkens één bataljon van 41Li, 42Li en 3Gr.
  • Sector zuid tussen kilometerpaal 7 op de spoorlijn Ingelmunster Tielt en kilometerpaal 40 op de spoorlijn Ingemunster-Roeselare (net ten westen van Ingelmunster) onder bevel van Generaal-majoor Lesaffre van de 8ste Infanteriedivisie
    • Deze troepen omvatten de staf en twee bataljons van 42Li, een bataljon van 16Li aangevuld met twee compagnies van 8Li, I/44Li en de IIde groep van 2LR.
  • Sector Mandel vanaf kilometerpaal 40 op de spoorlijn Ingemunster-Roeselare westwaarts tot in Roeselare onder bevel van Luitenant-generaal Vander Hofstadt van de 9ste Infanteriedivisie
    • Deze sector wordt verdedigd door de overgebleven eenheden van deze divisie.
  • Luitenant-generaal Deffontaine behoudt de staf en de Iste groep van het 2LR als allerlaatste reservemacht.

De schriftelijke bevestiging van deze orders zal de diverse divisiestaven bereiken tussen 18u00 en 20u00. Het VIIde Legerkorps bepaalt dat de inplaatsstelling tegen middernacht moet uitgevoerd zijn.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen