6de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Type Geniebataljon van de reserve
Ontdubbeld van 4de Regiment Genie
Onderdeel van 7de Infanteriedivisie
Bevelhebber Majoor G. Tilot
Adjudant-Majoor Luitenant Algave
Standplaats Herderen
Commandopost in de Tumulus Hoeve
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein-commandant P. Bodson) Vlijtingen
2de Compagnie (Luitenant E. Boulanger) Roclenge-sur-Geer
Peloton Park Herderen

Tijdens de mobilisatie

Staf/6Gn
Het 6de Geniebataljon (6Gn) werd gevormd op 26 augustus 1939 door afsplitsing van het IIde Bataljon van het 4de Regiment Genie en wordt aangehecht bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) als divisiegenie.
Het 6Gn is samen met de rest van de 7Div aangekomen vanaf 30 april 1940 in de sector Eigenbilzen-Lixhe aan het uiterste oosten van het Albertkanaal.
De geniesoldaten worden als volgt verspreid:

  • de 1ste Compagnie kantonneert te Vlijtingen
  • de 2de Compagnie wordt te Roclenge/Bassenge ingekwartierd
  • de bataljonsstaf en de autocolonne van het Peloton Park worden te Herderen ondergebracht

Staf/6Gn
Om 08u00 wordt Herderen hevig gebombardeerd en er is heel wat materiële schade aan de voertuigen van het Peloton Park. De manschappen van het 6Gn te Herderen zijn zeer aangeslagen.
Bovendien valt de telefoonverbinding met de divisiestaf te Genoelselderen uit. Majoor Tilot die naast bataljonscommandant ook raadgever Gn (CGn) is van de 7Div rijdt per motorfiets naar zijn divisiecommandant, Generaal-majoor Van Trooyen, en krijgt de opdracht om zich om de twee uur persoonlijk aan te bieden zolang de telefoonlijn niet hersteld is. In de loop van de ochtend besluit de majoor om zijn nog beschikbare manschappen het terrein op te sturen om herstellingen aan wegen en kruispunten uit te voeren die door vijandelijke luchtaanvallen beschadigd waren.

Vernielingsdetachement 6Gn
Rond 13u00 komt Majoor Tilot voor de derde keer aan op de staf van Generaal Van Trooyen. De divisiecommandant deelt hem mee dat de bruggen over het Albert-kanaal te Vroenhoven, Veldwezelt en Briegden niet tijdig vernield kunnen zijn. Vroenhoven en Veldwezelt zijn intact in de handen van de Duitsers gevallen maar de generaal wenst dat het 6Gn een poging onderneemt om de brug van Briegden op te blazen. Deze brug wordt nog steeds verdedigd door het 2de Regiment Carabiniers (2C) en moet nog te bereiken zijn met een vernielingsploeg.

Majoor Tilot moet echter toegeven dat hij niets weet over het vernietigingsdispositief dat onder de brug is aangebracht. Het kunstwerk werd immers ondermijnd door het 21ste Bataljon Genie van het Iste Legerkorps (I/CA) en er is geen documentatie beschikbaar over de uitgevoerde voorbereidingen. Hierop besluit hij een verkenning uit te voeren naar de brug van Briegden tezamen met Cdt Mouvet de adjunct van de CGn van het I/CA die over een voertuig beschikte en die door de CGn I/CA (Kolonel Vandezande) naar het HQ van de 7Div werd gestuurd om poolshoogte te nemen over de toestand van de bruggen over het Albert-kanaal. Ze bereiken Mopertingen relatief gemakkelijk maar moeten daar schuilen voor de aanhoudende luchtaanvallen. Er zit niets anders op dan de verkenning te voet verder te zetten en wanneer ze Mopertingen verlaten botsen ze toevallig op Lt Algave, de Adjudant-Majoor van 6Gn, die net van de bruggen van Gellik komt en die hen weet te vertellen dat Duitse elementen tussen de stellingen van 2C geïnfiltreerd zijn.

Opstelling 2C op 10 mei 40 rond de brug van Briegden.

Zich baserend op de ingewonnen informatie beslissen ze terug te keren op hun stappen en het HQ van de 7Div te vervoegen. Cdt Mouvet belooft de steun van een genieploeg van het 21Gn waarna hij terug keert naar het HQ van het I/CA te Tongeren om de beloofde steun te regelen. Maj Tilot slaagt erin de divisiecommandant te overtuigen dat hij bescherming nodig heeft van gevechtstroepen om de brug te bereiken. Om 19u00 krijgt hij het bevel over een peloton van het Wielrijderseskadron van de 7de Infanteriedivisie (1Pl/Esc Cy 7Div) om zijn opmars naar Briegden te dekken. Hij spreekt met OLt Delva van het peloton wielrijders af dat ze elkaar om 20u00 zullen ontmoeten op een holle weg van Kleine Spouwen naar Mopertingen bij de ingang van Mopertingen. Majoor Tilot keert terug naar zijn CP in Herderen waar hij het bevel over het bataljon overgeeft aan Cdt Bodson. De majoor besluit zelf een detachement samen te stellen uit personeel van het Peloton Park en kiest Sgt Mahieux, Kpl Godfroid, Kpl Poncelet en nog drie andere soldaten uit. De manschappen werden willekeurig aangeduid en pas later zal blijken dat Kpl Poncelet hij het keukenpersoneel hoort en geen kennis van explosieven heeft. Eén van de weinige intacte vrachtwagens van het Peloton Park wordt geladen met explosieven en uiteindelijk verlaat de genieploeg de Tumulus hoeve in Herderen om 20u00.

Door het vernielingsdetachement van 6Gn vernielde bruggen te Gellik.

Wanneer het zevenkoppig detachement van 6Gn om 22u00, ruim twee uur te laat, toekomt op het rendez-vous met het peloton wielrijders blijken die reeds teruggekeerd te zijn naar Genoelselderen in de overtuiging dat de missie was afgelast. Majoor Tilot besluit terug te keren naar het HQ van de 7Div om een schriftelijk bevel te bekomen waarbij 2C verplicht wordt een beschermingspeloton te leveren. Toevallig bevindt zich op het HQ divisie LtKol Tanghe, commandant van het IVe bataljon van 2C. Hij vergezelt de vernielingsploeg en gidst hen naar de CP van 2C waar ze omstreeks 00u30 toekomen. Het beloofde peloton van 21Gn komt om middernacht toe te Herderen ruim vier uur nadat de ploeg van 6Gn op opdracht vertrok.

1Cie/6Gn en 2Cie/6Gn
De kantonnementen in Vlijtingen en Bassenge worden al zeer vroeg in de ochtend aangevallen door de Luftwaffe en aanzienlijke schade wordt opgetekend. Soldaat Valange komt hierbij om het leven.

Het bataljon heeft zoals gebruikelijk talrijke ploegen op het terrein om de verschillende springinrichtingen die geplaatst werden in de sector van de 7de Infanteriedivisie te bewaken. Zo bewaakt het peloton van Luitenant Thioux de springinrichting van de spoorwegbrug en de wegbrug ten zuiden van Gellik in de ondersector van 2C. De bruggen worden omstreeks 07u30 (TBC) vernield, ruim voor de aankomst van de vijand. De uitvoering van de vernieling wordt bijgewoond door Luitenant Algave die hierover verslag uitbrengt bij zijn bataljonscommandant wanneer hij hem toevallig ontmoet tijdens diens verkenning van de brug van Briegden. Drie belangrijke ploegen ter grootte van telkens een peloton bevinden zich in de sector van de divisie voor het uitvoeren van wegvernielingen en andere taken in het kader van de contramobiliteit.

Situatieschets uit het verslag van Majoor Tilot.

6Gn
Cdt Bodson tracht de rest van het bataljon te hergroeperen in Herderen met het oog op de terugtocht van de 7de Infanteriedivisie naar het westen. Wanneer de Duitser uiteindelijk Herderen bezetten om 09u30 wordt het merendeel van hen gevangen genomen.

Vernielingsdetachement 6Gn
Majoor Tilot maakt even voor 00u30 contact met Colonel Long bevelhebber van 2C en vraagt om een beschermingspeloton. Hij krijgt geen respons maar Majoor Moedts, commandant van het Iste bataljon van het 2C gidst hem naar Kompveld waar het CP van het IIIde bataljon zich bevind. Hier ontmoet hij om 02u45 Cdt De Deurwaarder, bevelhebber a.i. van het IIIde bataljon en verneemt dat de brug van Briegden de avond voordien verlaten werd door de 5Cie. Majoor Tilot ontmoet eveneens Adjudant Brasseur van het 21Gn die reeds de dag voordien twee mislukte pogingen heeft ondernomen om de brug op te blazen. Het peloton van de 5Cie/2C die de brug bewaakte en die zonder pelotonscommando was teruggeplooid op Kompveld wordt aangeduid als beschermingspeloton nu onder de leiding van Lt Dumoulin van de Staf van II/2C. Samen met dit peloton doortrekt de genieploeg de bevriende linies en waagt zich door het niemandsland op weg naar de brug. Rond 05u00 komt het kunstwerk binnen het bereik van de Belgen, net op het ogenblik dat de bevriende artillerie (I/14A) een bombardement ontketent op de noordelijke toegangswegen naar de brug en zo de vijand op afstand houdt. Aan de overkant van het Albertkanaal wordt een groep Duitse wielrijders waargenomen maar die maken geen aanstalten de brug te benaderen.

Vernielde brug van Briegden met de oeverbunkers BH2 en BH2Bis op de achtergrond.

Majoor Tilot wacht het einde van de artilleriebeschieting af waarop de vernielingsploeg gedekt door mitrailleurvuur van de Karabiniers zich naar de brug begeeft met twee springladingen van 1Kg TNT die bij de explosieven in de brugpijlers geplaatst zullen worden. Terwijl vijandelijke patrouilles zich vanuit Gellik naar de brug begeven, plaatsen de geniesoldaten de nieuwe explosieven. Korporaal Godefroid wordt door vijandelijke kogels geveld wanneer de genisten zich uit de voeten maken voor de nakende explosie van de brug. Om 09u00 wordt de springinrichting aangestoken en wordt de brug volledig vernield. De geniesoldaten slagen in hun opzet, maar tijdens de terugweg naar de bevriende linies wordt Adjudant Brasseur gedood. Alleen Majoor Tilot slaagt erin weg te komen en vindt een fiets om zijn terugtocht verder te zetten. Wanneer hij tijdens de aftocht halt houd aan een verlaten café in Mopertingen, wordt hij door enkele Duitse motorwielrijders opgepakt en gevangen genomen.

Majoor Tilot, Sgt Mahieux en de Korporaals Poncelet en Godfroid krijgen een eervolle vermelding op de Dagelijkse Orders van de 7Div.

Het divisiehoofdkwartier houdt even halt te Leuven waar het alle resterende troepen doorstuurt naar Brussel.

Terwijl het gros van de 7de Infanteriedivisie langsheen de noord rand van Brussel gehergroepeerd wordt, krijgt het bataljon nieuwe kantonnementen toegewezen aan de Mutsaardlaan 71 te Grimbergen.

Generaal-majoor Van Trooyen, commandant van de 7de infanteriedivisie, verlaat de divisie voor een nieuw commando. Die zelfde dag nog wordt Kolonel SBH Duez wordt aangesteld als bevelhebber ad-interim. De divisie zal Brussel verlaten en nieuwe kantonnementen opzoeken in de buurt van Aalst op de westelijke oever van de Dender. Alle eenheden met uitzondering van de infanterie worden op transport gezet.

Kolonel Duez heeft inmiddels te Sint-Andries nabij Brugge het bevel ontvangen om zijn divisie richting Torhout te sturen.

De divisie moet verplaatst worden naar Poperinge met het oog op een evacuatie naar Frankrijk.

De restanten van de 7de Infanteriedivisie bereiken tijdens de vroege nacht het stadje Poperinge. Bij gebrek aan de nodige treinstellen besluit het Groot Hoofdkwartier om de divisie te voet de grens over te sturen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Gedetailleerd verslag van Maj Tilot, opgesteld te Prenzlau op 07 juni 1942, Centrum voor Historische Documentatie te Evere.
  2. Het bombardement op Herderen 10 en 11 mei 1940, door Willy Brône, GOGRI Riemst, 2002