4de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Bataljon Genie | 4ème Bataillon de Génie | 4Gn
Type Geniebataljon
Ontdubbeld van 2de Bataljon van het 3de Regiment Genie
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Majoor A. Remy
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Eigenbilzen-Diepenbeek
Commandopost te Bilzen
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein-commandant L. Knaepen) 1ste Peloton (Lt J. Pitti)
2de Peloton (OLt C. Heine)
3de Peloton (Adjt KROLt M. Gerard)
2de Compagnie (Kapitein-commandant Joseph Legrand) 1ste Peloton (Lt Georges)
2de Peloton (OLt L. Van Autgaerden)
3de Peloton (Adjt L. Brauns)
Peloton Park (Onderluitenant Bouckaert)

Tijdens de mobilisatie

Opstelling van de 4Div aan de vooravond van de oorlog.

Staf/4Gn
Het 4de Bataljon Genie (4Gn) werd gemobiliseerd als ontdubbelingsbataljon van het 3de Regiment Genie en is het organieke bataljon genie van de 4de Infanteriedivisie (4Div). De 4Div is een actieve infanteriedivisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier in Hasselt had. Sinds 30 maart 1940 is de 4Div ontplooid in de Sector Eigenbilzen-Diepenbeek van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal. De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11de Linieregiment (11Li) bezet de rechterondersector en sluit aan op de stellingen van de 7de Infanteriedivisie, het 7de Linieregiment (7Li) bezet de middenondersector terwijl het 15de Linieregiment (15Li) op de linkerflank staat opgesteld. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in een kasteel te Hoeselt.

Het 4Gn levert geniesteun aan de regimenten in lijn en aan de andere eenheden van de divisie waar nodig. Het bataljon telt ongeveer 450 militairen verdeeld over twee compagnies genie en een Peloton Park. De opdrachten van het bataljon tijdens de mobilisatie kunnen onderverdeeld worden in vier groepen:

  • Vernielingswerken: het aanbrengen en bewaken van springladingen onder de bruggen van Eigenbilzen, Zutendaal, het Kolendok en Diepenbeek, onder de toegangswegen tot de bruggen van Eigenbilzen en Zutendaal en van de mijninfrastructuur te Genk. Er werden ook vier vernielingen voorbereid op de Demerbruggen tussen Bilzen en Hoeselt.
  • Communicatiewerken: het bataljon onderhoudt ook de toegangswegen tot de kantonnementen en heeft een loopbrug op vlotters aangelegd over het Albertkanaal. Langsheen de kanaaloever worden ook op diverse plaatsen vlotten gebouwd voor de infanterie.
  • Logementswerken: ten behoeve van de divisie werden talrijke houten slaapbarakken, stallingen en keukens gebouwd. Initieel werden de soldaten tegen betaling ingekwartierd bij burgers in de dorpen nabij het kanaal.
  • Speciale verdedigingswerken: voor de stellingen van de infanterie werden anti-tank obstakels geplaatst, prikkeldraad gespannen en schootsvelden geruimd (verwijderen van struikgewas en bomen die het schootsveld belemmeren). Tussen de bunkers op de kanaaloever en de achterliggende loopgraven werden waar mogelijk overdekte loopgrachten gebouwd.

Staf/4Gn
Het algemeen alarm bereikt het bataljon rond 02u00 ruim twee uur nadat de rest van de divisie gealarmeerd was. Het bataljon laat de vernielingsdetachementen onmiddellijk de verschillende vernielingsposten bezetten. De springladingen van de bruggen worden allen aangesloten op hun elektrische ontstekers tussen 04u30 en 04u45. De rest van de manschappen zijn klaar tot de actie rond 06u00 maar blijven voorlopig nog in hun kantonnementen te Bilzen. Deze ongelukkige beslissing resulteert in drie doden en twee gewonden bij het luchtbombardement op Bilzen twee uur later. De Soldaten Bergiers, Peutat en Vanoppen overleven het bombardement niet. De commandopost van het bataljon verhuist uiteindelijk van het gebouw van de Crédit Anversois op de markt van Bilzen naar café “In de sleutel” op de baan van Bilzen en Hoeselt. 

De toegangswegen naar de bruggen van Eigenbilzen en Zutentaal worden in de vroege voormiddag opgeblazen. Tussen 14u10 en 14u35 worden de bruggen op het Albertkanaal vernield, met uitzondering van de meest westelijke wegbrug van Diepenbeek. Na de middag wordt ook gestart met het vernielen van de op het kanaal overgebleven schepen. Deze taak kan niet volledig uitgevoerd worden door het grote aantal achtergebleven vaartuigen en het gebrek aan manschappen. Deze vaartuigen zullen tijdens de nacht van 10 op 11 mei samengebracht worden in het kolendok door een ploeg van een tiental militairen onder leiding van Sergeant Albert. Deze ploeg zal uiteindelijk 28 binnenschepen verzamelen in het dok.

De divisiestaf vraagt eveneens om langsheen de Demer tussen Bilzen en Diepenbeek vijf duikers van de rivier te blokkeren en een loopbrug te ondermijnen. Deze kunstwerken krijgen elk een lading explosieven en worden aangeduid als Vernieling D1 tot D8 (D7 werd niet uitgevoerd). De eerste drie springladingen worden geplaatste door de 2Cie. De laatste vier door de 1Cie:

  • Rentfordstraat te Spurk – Vernieling D1: Korporaal Monseur (2Cie)
  • Boswinningstraat te Heesveld – Vernieling D2: Korporaal Monseur (2Cie)
  • Hoogveld – Vernieling D3: Sergeant Georges (2Cie)
  • Waterkasteel van Schoonbeek – Vernieling D4: Sergeant Thirard (1Cie)
  • Molenstraat – Vernieling D5: Onderluitenant Heine (1Cie)
  • Loopbrug nabij de Molenstraat – Vernieling D6: Adjudant Gérard (1Cie)
  • Lutselusstraat – Vernieling D8: Adjudant Gérard (1Cie)

Deze werkzaamheden starten in de loop van de avond en worden tijdens de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei afgerond.

1/4Gn
Kort nadat de 1ste Compagnie (1/4Gn) het alarm ontvangt worden volgende vernielingsdetachementen bezet:

  • Brug over het Albertkanaal van Eigenbilzen: Sgt Joris (1Cie)
  • Brug over het Albertkanaal van Zutendaal: Sgt Albyn (1Cie)
  • Brug over de Demer aan de Meershoven te Bilzen – Vernieling Bil4: Sgt Collard (1Cie)
  • Brug over de Demer aan de Maastrichterstraat te Bilzen – Vernieling Bil3: Sgt Antoine (1Cie)
  • Brug over de Demer aan de Leten te Bilzen – Vernieling Bil2: Sgt Massart (1Cie)
  • Brug over de Demer aan de Pasbrugstraat te Hoeselt – Vernieling Bil1: Sgt Alff (1Cie)

De door het 1/4Gn vernielde brug van Eigenbilzen in het bataljonsvak van III/11Li.

Wanneer rond het middaguur een eerste update van de Vooruitgeschoven Positie binnenkomt waarbij gesignaleerd wordt dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken wordt om 13u40 door de Staf van de 4Div  het bevel gegeven om de bruggen van Eigenbilzen en Zutendaal op te blazen. De brug van Eigenbilzen vliegt de lucht in om 14u30. Bij het tot ontploffing brengen van de brug van Eigenbilzen komt een burger om het leven. Om nog onverklaarbare redenen bevond Joannes Keppers  zich nog op de brug toen die ontplofte [2]. Het opblazen van de brug van Zutendaal gebeurt uiteindelijk om 14u35.

Bij het uitvoeren van de vernieling van de brug over de Demer aan de Letermolen te Bilzen (Bil2 – vernielingsdetachement Sgt Massart) wordt de watermolen dermate beschadigd dat zij later moest worden afgebroken.

Via de divisiestaf laat de commandant van 7Li omstreeks 20u55 weten dat de brug van Zutendaal niet geheeld vernield is. Kapitein-commandant Knaepen laat Luitenant Pitti terugkeren naar de brug om de zaak na te kijken en zo nodig een nieuwe springlading aan te brengen. Pitti besluit dat de brug voldoende vernield is en stuurt een tweetal uur later een nieuwe merkschets van de situatie naar de bataljonsstaf.

2/4Gn
Ook de 2de Compagnie (2/4Gn) gaat over tot het bezetten van volgende vernielingsdetachementen:

  • Brug over het Kolendok: Kpl Van Hover (2Cie)
  • Oostelijke wegbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek – Vernieling D1: Kpl Delvaux (2Cie)
  • Spoorbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek -Vernieling Df1: Sgt Rausch (2Cie)
  • Westelijke wegbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek – Vernieling D2: Sgt Gerkens (2Cie)
  • Sluis 1 te Genk: OLt Van Autgaerden (2Cie)

Tussen 14u10 en 14u30 worden ook de spoorwegbrug, de brug over het kolendok en de oostelijk wegbrug te Diepenbeek opgeblazen. Alleen de vernieling van de westelijke brug van Diepenbeek wordt uitgesteld teneinde de verkenningstroepen die de Vooruitgeschoven Positie bemannen de kans te geven achter het Albertkanaal terug te trekken.

Het bataljon geeft de 2Cie opdracht om drie duikers onder de Demer te blokkeren en zo een stuk land onder water te zetten. De compagnie stuurt een ploeg van een twintigtal manschappen onder leiding van Sergeant Mornard naar de omgeving van het dorp Spurk om de werken uit te voeren. De veroorzaakte overstroming is weinig succesvol.

In de namiddag vraagt de staf van het I/LK aan het 4Gn om rond de installaties van Sluis 1 te Genk de nodige versterkingen aan te leggen die moeten vermijden dat de sluizen beschadigd zouden raken bij een luchtbombardement. Er wordt gevreesd dat de waterstand op het kanaal zou zakken indien de sluizen beschadigd raken. Onderluitenant Van Autgaerden en zijn manschappen gaan aan de slag, maar kunnen de werkzaamheden niet afronden bij gebrek aan materiaal.

Pl Park/4Gn
Het peloton park wordt in de voormiddag verplaatst van het station van Bilzen naar de zuidwest rand van het dorp om aan de aandacht van de Luftwaffe trachten te ontsnappen.

 

Staf/4Gn
Terwijl de 4de divisie rond Bevekom opnieuw orde tracht te scheppen in zijn eenheden, wordt Majoor Remy met een ploeg richting Leuven gestuurd om de terugtocht van de divisie naar de omgeving van Grimbergen te helpen plannen.

Bij valavond zetten alle troepen zich op weg. De ganse divisie trekt via Hamme-Mille over Leuven, Kortenberg en Vilvoorde richting Grimbergen. Het 4Gn heeft als bestemming Beigem.

Staf/4Gn
Het 4Gn is aangekomen te Beigem en rust uit. Gedurende de dag komen nog enkele achtergebleven detachementen toe van het Albertkanaal en kan het bataljon zich enigszins hergroeperen.

Tijdens de nacht van 13 op 14 mei trekt het 4Gn van Beigem naar Limbos nabij Meise. De 4de divisie zal voorlopig op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek gestationeerd worden.

Overdag vertrekken verschillende verkenningsploegen naar de kanaalbruggen van Verbrande Brug, Vilvoorde en Buda om een gepast vernielingsplan samen te stellen.

De onderluitenanten Passelecq en Heine keren terug naar de bovengenoemde bruggen op het Kanaal van Willebroek om het aanbrengen van de nodige springladingen voor te bereiden.

Intussen heeft de 4de divisie het bevel ontvangen om het Bruggenhoofd Gent te vervoegen. De orders voor de komende mars worden verspreid onder de eenheden. Het 4Gn krijgt Lemberge als bestemming toegewezen en zal zich voor de mars in vier colonnes splitsen: paardenwagens, motorvoertuigen, wielrijders en overige manschappen. Deze laatste groep wordt met autobussen van het transportkorps vervoerd.

Net voor de ochtend komt het bataljon aan te Lembergen. Het 4Gn zal nu onder het operationele bevel van de 5de Directie der Genie en Versterkingen te komen staan die verantwoordelijk is voor alle geniewerken in het Bruggenhoofd Gent.

De 4de divisie krijgt de ganse zone tussen de beide Scheldeoevers van Kwatrecht tot Semmerzake toegewezen in afwachting van de komst van verdere troepen.

Het 4Gn werkt aan het aanbrengen van springladingen onder negen belangrijke wegen in de zone van Kwatrecht tot Semmerzake. Het veldleger is inmiddels gestart met de aftocht van de KW Stelling naar de linie Terneuzen-Gent-Oudenaarde en de 4de divisie krijgt te horen dat de troepen zullen aankomen tijdens de nacht van 18 op 19 mei.

De 4de divisie zal in de centrale sector van het Bruggenhoofd Gent geconcentreerd worden tussen Munte en Betsberg van zodra de bijkomende troepen van de KW Stelling toekomen. Daarbij zal achter de eerste linies ook een steunpunt uitgebouwd worden te Zevergem. Het 4Gn legt de nodige loopbruggen aan over de Schelde voor de infanteristen en start ook met de bouw van twee bruggen van het type E.A.P. te Zwijnaarde en Afsne.

Het bataljon wordt naar de linkeroever van de Schelde gestuurd en zoekt kanonnementen op te Zwijnaarde.

In de avond start de 2de compagnie met de bouw van een brug van vier ton te Zwijnaarde. Deze brug wordt gebouwd met behulp van opgevorderde bouwmaterialen van de firma Fabelta te Zwijnaarde. De 1ste compagnie werpt drie loopbruggen over de Schelde. In de ondersector van het 15Li worden twee beperkte mijnstoppen aangelegd met telkens een vijftigtal landmijnen.

In de voormiddag wordt nog eens honderdvijftig landmijnen ingegraven voor de linies van het 15Li. Ook bij het 7Li worden een honderdtal landmijnen geplaatst. De drie loopbruggen over de Schelde worden een eindje verplaatst naar meer geschikte overgangspunten. Langsheen de wegen van Merelbeke naar Munte en van Zwijnaarde over Zevergem tot Eke.

Die avond worden de mijnversperringen voor de ondersectoren van het 7Li en het 15Li nog maar eens uitgebreid.

De 1ste compagnie voert een boomvelling uit op de holle weg van Moortsele naar Scheldewindeke. Een prikkeldraadnet moet de hindernis versterken. De compagnie brengt ook bijkomende vlottende elementen aan na bij de drie loopbruggen over de Schelde.

Onder leiding van onderluitenant Van Autgaerden en adjudant Brauns worden nog eens driehonderdvijftig landmijnen geplaatst in de ondersector van het 15Li. Ook het 7Li krijgt nog eens tweehonderd landmijnen.

Vanaf 19u00 worden de drie loopbruggen over de Schelde vervangen door twee loopbruggen aangelegd met opgevorderde bouwmaterialen. Deze operatie laat toe om het reglementaire geniematerieel te recupereren en op vrachtwagens te laden voor later gebruik. De bouwelementen van de verwijderde loopbruggen worden verzameld door het peloton park en naar Landuit gebracht.

De 1ste compagnie staat ook in voor het onderhoud van de toegangswegen tot de EAP bruggen te Hondele en Schelderode.

Het oppperbevel heeft op de Conferentie van Ieper op 21 mei besloten om in te stemmen met een terugtocht naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Er wordt dan ook een aanvang gemaakt met de ontruiming van het Bruggenhoofd Gent.

Te Hondele en Schelderode wordt telkens een technische wacht geplaatst die het EAP brugmaterieel dient te recupereren na de doortocht van de laatste Belgische troepen. De technische wachten bij de loopbruggen daarentegen worden teruggetrokken. Deze kunstwerken worden overgedragen aan de 1ste Divisie Ardeense Jagers die op de linkeroever van de Schelde de aftocht zal dekken.

In de nacht van 22 op 23 mei worden de overgebleven overgangspunten over de Schelde vernield. Het 4Gn verlaat de Schelde-stelling en zoekt nieuwe kantonnementen op te Seishoek, tussen Lotenhulle en Vinkt. De 4de divisie komt aan op het Afleidingskanaal van de Leie en gaat er tussen Deinze en Nevele in stelling.

De geniesoldaten hervatten het werk:

  • de kerktorens van Vosselare, Bachte-Maria-Leerne, Sint-Martens-Leerne en Deurle worden ondermjnd om te vermijden dat de Duitsers deze als observatieposten gebruiken
  • de toegangswegen tot het Afleidingskanaal worden waar mogelijk geblokkeerd en te Vosselare en Egelare worden mijnenvelden aangelegd
  • de baan van Deinze naar Sint-Martens-Laarne wordt verkend om bijkomende wegvernielingen te plannen
  • in de ondersector van de 4de divisie worden de te gebruiken verkeerswegen verkend

De 2de compagnie neemt de ondermijnde wegbrug van Nevele over van een vernielingsdetachement van de 3de compagnie van het 21Gn.

Net voor middernacht geeft de divisiestaf de nodige instructies voor de uit te voeren vernielingen. Terzelfder tijd legt een ploeg onder leiding van adjudant Brauns een vijftigtal landmijnen aan op de toegangswegen naar de brug van Nevele.

De 4de divisie legt met behulp van zijn geniesoldaten de laatste hand aan de nieuwe linies langsheen het Afleidingskanaal.

De 2de compagnie voert wegvernielingen uit langsheen de Zeverenbeek en de Scheerbeek en legt een mijnstop aan rond het dorpsplein van Meigem.

De beide compagnies sturen diverse ploegen uit doorheen de ganse ondersector om een reeks huizen om te vormen tot steunpunten voor de infanterie: op uitgekozen plaatsen worden schietgaten in de muren aangebracht, kelders verstevigd en afsluitingen en struiken opgeruimd om het schootsveld te verruimen. In de loop van de avond worden de brug van Nevele en de kerk van Vosselare opgeblazen.

In de ochtend van 25 mei lanceren de Duitse troepen een stormaanval over het Afleidingskanaal tegenover het 15Li. Het regiment heeft de wil om weerstand te bieden verloren en bezwijkt bijzonder snel. Ook bij het 7Li komt het tot massale overgaven. De vijandelijke aanval is een compleet succes.

Rond het middaguur is het duidelijk geworden dat de 4de infanteriedivisie verslagen is. Het 4Gn verlaat Lotenhulle en wordt naar Ruiselede gestuurd. Terwijl het bataljon onderweg is, voert de bataljonscommandant een verkenning uit langs Vinkt, Kanegem en Aarsele om er geschikte punten te identificeren voor het aanleggen van wegvernielingen en hindernissen. De plannen worden onmiddellijk goedgekeurd en de genie gaat aan het werk. Ploegen van het 4Gn leggen ook in alle haasten twee kleine mijnstoppen aan tussen Lotenhulle en Vinkt en rond Kanegem.

Na het verdwijnen van de slagorde van de 4de divisie is het 4Gn overgeplaatst naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers. Tijdens de nacht en vroege ochtend werden twee bruggen over de Neringbeek ondermijnd. Langsheen de wegen van Lotenhulle naar Vinkt en van Kanegem naar Aarsele worden ook nog diverse putten gegraven om het wegverkeer te belemmeren. In de komende nacht worden ook landmijnen ingegraven op de baan van Kanegem naar Aarsele.

Het 4Gn verkent de baan van Ruiselede naar Tielt met het oog op de aanleg van een mijnenveld. Nabij kilometerpaal 27,3 en op het kruispunt van Ondank worden ook daadwerkelijk landmijnen ingegraven.

Na de middag wordt het bataljon van Ruiselede naar Wingene doorgestuurd. De manschappen komen aan in het gehucht Beekhoek rond 18u00. Na een korte rustpauze ontvangt Majoor Remy het bevel om zijn bataljon naar Ruddervoorde te brengen.

De kolonnes van het bataljon komen aan te Ruddervoorde tussen 01u00 en 06u00. Het bataljon blijft hier na de overgave ter plekke tot 1 juni. Vervolgens worden de voertuigen naar Sint-Denijs-Westrem gestuurd en marcheren de manschappen naar Vinderhoute. Via Beirvelde en Lochristi wordt op 6 juni Kalken bereikt. Hier wordt op 9 juni de troep en het reservekader gedemobiliseerd door de vijand.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Brochure “Fastes 1939-1940-1944 du 3e Régiment de Génie” (met dank aan het Geniemuseum te Jambes).
  2. Informatie afkomstig van heemkundige kring Eigenbilzen. Commentaar: doorheen de achttiendaagse veldtocht komen heel wat militairen en burgers om bij het gecontroleerd tot ontploffing brengen van bruggen. Vaak door een foute inschatting van de hoeveelheid springstof nodig om de brug tot ontploffing te brengen deels door het feit dat mensen die geïsoleerd dreigden achter te blijven op de tegenoverliggende oever nog snel probeerden over te steken.
  3. Gedenkplaat monument Bilzen aan de brug over de Demer op de straat Leten. Bevestigd door de website molenecho’s. [On Line beschikbaar]: http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?nummer=2596 [Laatst geraadpleegd 30 september 2018].