1ste Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Bataljon Genie | 1er Bataillon de Génie | 1Gn
Type Geniebataljon
Ontdubbeld van 2de Regiment Genie
Onderdeel van 1ste Infanteriedivisie
Bevelhebber Majoor J. Placet
Standplaats Sint-Lambrechts-Herk
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein L. Leclercq)
2de Compagnie (Kapitein SBH A. Thomas)
Peloton Park (Luitenant J. Devroye)

Tijdens de mobilisatie

Bij de mobilisatie van 1939 wordt het 1ste Geniebataljon (1Gn) te Antwerpen terug opgericht als ontdubbelingsbataljon van het 2de Regiment Genie.

Rond middernacht beveelt de OLt Weverbergh zijn detachementen om de vernielingen voor te bereiden van de spoorwegbruggen van de spoorlijn Bilzen-Winterslag en de bruggen over de weg en spoorweg van Hasselt naar Genk. Om 02u30 wordt er alarm geslagen en de vernielingsploegen vertrekken zoals voorzien naar de bruggen over de Demer en de Herk, met als opdracht deze voor te bereiden op de vernieling en ze te houden tot de infanterie hen de opdracht zal geven ze te vernielen. Het ondermijnen van de bruggen gebeurt in de voorziene tijdspanne.

Men geeft het bevel een vlot te maken op het Albertkanaal. In de omgeving van de kantonnementen moet men loopgrachten graven om de mannen te beschermen tegen luchtaanvallen.

Omstreeks 07u00 werpen vijandelijke vliegtuigen poppen uit die parachutisten moeten simuleren. Deze geveinsde luchtlandingen zorgen voor enige ongerustheid onder de Belgen.

In de morgen vervoegt de OLt Weverbergh met zijn detachementen de rest van het bataljon, nadat hij de bruggen heeft laten springen. Om 12u00 krijgen de compagnies het bevel zich klaar te houden om te vertrekken.

Vanaf 18u00 vertrekt het bataljon van Sint-Lambrechts-Herk naar Ransberg. De vernielingsploegen die zich aan de bruggen over de Demer en de Herk bevinden blijven ter plaatse. De ploegchefs wachten tevergeefs op het bevel van de infanterie om de bruggen te laten springen. Wanneer het radiocontact met deze eenheden dan nog eens verloren wordt besluiten de chefs de vernielingen op eigen initiatief uit te voeren. De vernielingsploegen kunnen het bataljon enkele dagen later het bataljon opnieuw vervoegen, en dit zonder enige verliezen.

Het bataljon kantonneert te Ransberg. Rond 23u00 meldt men dat de brug te Halen over de Gete onvoldoende vernield is. Er wordt een vernielingsploeg naartoe gestuurd, die enkele uren later terugkeert als blijkt dat de vernieling toch voldoende blijkt.

Majoor Placet en zijn manschappen worden doorgestuurd naar Londerzeel.

Het 1Gn moet in het achtergebied van de K.W. Stelling een reeks springladingen installeren op het Kanaal van Willebroek. De vernieling van de bruggen Kapelle-op-den-Bos en Buda wordt voorbereid.

De British Expeditionary Force neemt de verdediging over van het Kanaal van Willebroek ten zuiden van Vilvoorde. Het bataljon zoekt nieuwe kantonnementen op te Puurs-Kalfort nadat de springinstallaties overgedragen werden aan de Britten.

Het 1Gn installeert onder meer een springlading op de brug te Ruisbroek-Windham.

Het bataljon maakt een korte verplaatsing naar de dorpskern van Puurs.

Samen met de rest van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) trekt het bataljon over de brug van Temse om te Sint-Niklaas halt te houden.

De 1ste Infanteriedivisie wordt doorgestuurd naar het Bruggenhoofd Gent. Het bataljon komt aan te Drongen.

Het bataljon installeert zich in de zone van de 1Div te Gent en neemt de voorbereide vernielingen over van de bruggen op de zogenaamde ‘grote coupure’ in het westelijk stadsgedeelte.

Een vlot wordt gebouwd op het kanaal van Terneuzen in de omgeving van de brug te Meulestede.

Het bataljon krijgt ook het bevel om zich in de mate van het mogelijke te organiseren als een bataljon wielrijders.

Incidenten met de burgerlijke overheden en de Gentse politie die het uitvoeren van versperringen in de havendokken door middel van lichters willen beletten.

Het 1Gn is actief te Gent.

De 1Div wordt doorgestuurd naar de Leie. Het 1Gn wordt per autobus naar Rollegem-Kapelle gebracht. De vernielingsploegen bij de bruggen op de ‘grote coupure’ blijven achter en vervoegen het bataljon na enkele dagen, nadat de voorziene vernielingen uitgevoerd zijn.

De 2e compagnie bouwt een vlot op de Leie om lichte elementen van een Rijkswachteenheid te laten oversteken.

Het kantonnement te Rollegem-Kapelle valt onder vijandelijk vuur. Het bataljon wordt teruggetrokken naar Oekene.

Het bataljon verhuist naar Langemark. De troepen zijn actief bij het uitbouwen van de anti-tankversperring met goederenwagons op de spoorlijn Ieper-Roeselare.

Na het aanleggen van de anti-tankversperring op de spoorlijn Ieper-Roeselare wordt de eenheid verplaatst naar Hooglede.

Het 1Gn wordt aangesproken om infanteristen te leveren voor het aanvullen van de broze Belgische verdedigingslinies ten westen van Roeselare. De 1ste Compagnie wordt ingezet ten oosten van Poelkapelle, de 2de Compagnie ten oosten van Westrozebeke.

Het bataljon verneemt het nieuws van de overgave op zijn stellingen te Poelkapelle en Westrozebeke. Die zelfde dag nog keren de troepen terug naar hun kantonnementen te Hooglede.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen