18de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 18de Bataljon Genie | 18ème Bataillon de Génie | 18Gn
Type Geniebataljon
Ontdubbeld van 3de Regiment Genie
Onderdeel van IVde Legerkorps
Bevelhebber Majoor M. Jorion
Standplaats Lier
Samenstelling 1ste Compagnie (Luitenant G. Van Campenhout) 1ste peloton (Lt Van Rutten)
2de peloton (Lt Dehaye)
3de peloton (Adjt Leclerq) te Lier
2de Compagnie (Luitenant A. Gauthoye) 1ste peloton (Lt Slegers)
2de peloton (Lt Reginster)
3de peloton (OLt Mandelier) te Kessel-Lo

Tijdens de mobilisatie

Het 18Gn werd samen met het gros van de troepen van het Vde legerkorps onder de wapens geroepen op 11 september 1939. De mobilisatieplaats van het bataljon was Grace-Berleur. De meeste manschappen behoorden tot de militieklassen 27, 28, 29 en 30. Na een korte opleidingsperiode in het Kamp van Beverlo te Leopoldsburg werd het 18Gn naar Merksem gestuurd om er werken uit te voeren op de Versterkte Positie Antwerpen en langsheen het westelijke deel van het Verbindingskanaal Maas-Schelde. Op 18 november 1939 ontvangt het bataljon de vlag van het na de Eerste Wereldoorlog ontbonden 18de Bataljon Genie.

Begin april 1940 wordt het bataljon naar Sint-Joris verplaatst voor een rustperiode. De geniesoldaten zijn echter dringend nodig op de KW Stelling en vertrekken vrijwel onmiddellijk richting Lier en Kessel-Lo. Het 41Li en 44Li van de 16de divisie worden ontplooid op het Bruggenhoofd Gent.

Aan de vooravond van de oorlog werkt de 1ste compagnie aan een pijlerbrug over te Nete nabij de Ringenhofwijk.  De brug zelf ligt er op dat moment nog niet, maar zal een een lengte krijgen van ongeveer 120m, waarvan een metalen deel van 24m over de Nete zelf.   Dit deel zal bestaan uit materieel geleverd door de Autobruggentrein.  De compagnie werkt aan het aanleggen van de aanloopwegen naar de brug op de beide oevers van de rivier.  Op de rechteroever is de aanloopweg zo goed als klaar.  Op de linkeroever moet nog zo’n 400m versterkt worden met steenslag.

De 2de compagnie is op dat moment actief met het aanleggen en onderhouden van acht afdammingen op de Grote Leibeek in te Kessel-Lo en Wilsele. Deze kleine barrages moeten het Kessel Dal onderwater zetten om de toegang tot Leuven vanuit het noordoosten te belemmeren.

1ste Compagnie
Vanaf het eerste daglicht van 10 mei zetten de ploegen hun werkzaamheden onverminderd voort.  Er worden twaalf vrachtwagens ingezet voor het aanvoeren van steenslag van op een depot aan de Turnhoutsepoort te Antwerpen.  Het aangekomen materieel van de Autobruggentrein wordt uitgeladen.  Met het heien van de brugpijlers kan nog niet gestart worden daar de heipalen nog niet zijn aangekomen uit het geniedepot van Zemst.

2de Compagnie
Ook deze compagnie blijft aan de slag.  De werven worden af en toe gemitrailleerd door overvliegende Duitse vliegtuigen en bij de 2de compagnie vallen enkele gewonden.

1ste Compagnie
De compagnie heeft een heipaal van het merk Delmag geleend bij het 22ste Bataljon Genie en brengt dit werktuig in orde.  De eerste heipalen op zuidelijke oever worden in de grond gedreven.

De compagnie moet een detachement afstaan om de beide spoorwegbruggen van Duffel om te vormen naar wegbruggen door de installatie van een houten wegdek op de sporen.  Hierdoor vertragen natuurlijk de werkzaamheden op de werf van de Ringenhofwijk.

2de Compagnie
Ook op de tweede oorlogsdag wordt druk doorgewerkt op de K.W. Stelling. Rond Leuven komt naast de reeds aanwezige 10de infanteriedivisie nu ook de 5de infanteriedivisie toe. Ook Lier wordt bezet door de eerste Belgische troepen op terugtocht naar de KW Stelling. De manschappen overnachten nog steeds in hun kantonnementen te Lier en Kessel-Lo.

1ste Compagnie
Er wordt gestart met het heien van de palen in de bedding van de Nete.  De compagnie gaat eveneens over tot de opeising van bijkomende bouwmaterialen in de omgeving van de werf.

2de Compagnie
Het veldleger is na de aftocht van het Albertkanaal in volle ontplooiing op de KW Stelling. Rond Leuven zijn ook de eerste Britse troepen aangekomen. De 2de compagnie wordt aangehecht bij de 10de infanteriedivisie en zorgt naast de afwerking van de afdamming van de Grote Leibeek ook voor het verstevigen van de stellingen van de 10de divisie. Er wordt gestart met de aanleg van een zware brug met draagvermogen van 11 ton op het Kanaal Leuven-Mechelen net ten noorden van Leuven.

De legerleiding overlegt met de staf van de British Expeditionary Force over de overdracht van de sector Leuven aan het Britse leger.

1ste Compagnie
De 1ste compagnie werkt te Lier nog steeds aan de pijlerbrug nabij de Ringenhofwijk.

2de Compagnie
Bij de 2de compagnie wordt de kanaalbrug afgewerkt en wordt ook de laatste hand gelegd aan de barrages op de Grote Leibeek. De werken aan de vaart te Leuven verlopen bijzonder moeizaam onder druk van de Duitse luchtmacht. De 10de divisie is gestart met de overgave van de sector Leuven aan de Britten.

1ste Compagnie
De 1ste compagnie werkt te Lier nog steeds aan de pijlerbrug nabij de Ringenhofwijk. Generaal-majoor R. Deguent, bevelhebber van de genie van de K.W. Stelling, bezoekt de bouwwerf.

2de Compagnie
De dammen op de Grote Leibeek worden overgegeven aan de 7th Guards Brigade die ten noorden van Leuven de K.W. Stelling verdedigd. Vervolgens maakt de 2de compagnie zich klaar voor een eventuele aftocht.

Luitenant Slegers onderneemt een verkenning naar de zendinstallatie van de Vlaamse afdeling van het Nationaal Instituut voor de Radioomroep te Veltem.  Slegers maar een vernielingsplan op voor de drie zendmasten en laat een technische wacht ter plekke.

De compagnie krijgt het bevel om de brug over het Kanaal Leuven-Mechelen te gaan recupereren, maar het blijkt al snel dat de Britse troepen de brug met explosieven vernield hebben.  Het Belgische brugslagmaterieel is dan ook verloren.

1ste Compagnie
De 1ste compagnie werkt te Lier nog steeds aan de pijlerbrug nabij de Ringenhofwijk.

2de Compagnie
De 2de compagnie ontvangt het bevel om tijdens de nacht van 15 op 16 mei de verplaatsing naar het Bruggenhoofd Gent aan te vatten om er zijn plaats in de 16de Infanteriedivisie terug op te nemen.  De compagnie moet te voet naar Vilvoorde en zou hier met de trein verder kunnen reizen naar Gent.

In de nacht van 16 op 17 mei zal het veldleger starten met de ontruiming van de KW Stelling om naar een nieuwe linie van Terneuzen over Gent tot Oudenaarde terug te trekken. De verplaatsing zal in drie nachtelijke etappes verlopen.

Staf en 1ste Compagnie
De laatste dag op de K.W. Stelling wordt gebruikt om de nog op de Nete te Lier aanwezige schepen tot zinken te brengen.  De brug zelf is nog niet helemaal klaar.  Over een lengte van 68m is er nog geen reling aangebracht en er ontbreken nog 7 heipalen in de rivier.  Toch wordt de brug gebruikt voor de aftocht van de troepen van het IIde Legerkorps.

Om 19u15 krijgt de compagnie het bevel om zich terug te trekken en nabij de brug van Duffel bij de colonne van het 7de Bataljon Genie aan te sluiten.  De eenheid vertrekt om 22u00 en trekt westwaarts via Duffel, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Mechelen, Battel, Blaasveld, Willebroek en Lippelo tot in Malderen.

2de Compagnie
De 2de compagnie heeft Eke bereikt en wordt te Nazareth ingekwartierd.  De compagnie komt onder het bevel te staan van de 5de Directie der Genie en Fortificaties.

Staf en 1ste Compagnie
De compagnie bereikt Malderen omstreeks 07u00 en kan hier uitrusten tot 17u00.  Vervolgens wordt de aftocht verder gezet via Dendermonde en Zele naar Overmeire.  De voertuigencolonne houdt hier halt om 22u00.

2de Compagnie
De 2de compagnie is aangekomen op het Bruggenhoofd Gent. De compagnie wordt aangeduid om negen bruggen over de Schelde ondermijnen tussen Gent en Oudenaarde.  In de loop van de dag worden de drie bruggen die het dichtst bij Gent gelegen zijn, overgedragen aan het 23ste Bataljon Genie.  De bruggen rond Oudenaarde worden overgegeven aan het Britse leger.  Het bataljon zal alleen de Scheldebruggen te Zwijnaarde, Eke en Gavere te ondermijnen.

De 16de Infanteriedivisie wordt naar de Schelde ten oosten van Gent doorgestuurd om er met het 41Li en het 44Li de sector tussen Gentbrugge en Kwatrecht te gaan bezetten.

Majoor Jorion bezoekt de staf van Generaal-majoor Boël, bevelhebber van de 5de Directie der Genie en Fortificaties.  Hij verneemt dat het bataljon overgaat naar de 3de Directie der Genie en Fortificaties.  De staf van deze directie bevindt zich dan te Kanegem.  Majoor Jorion vertrekt om nieuwe orders.

1ste Compagnie
De paardencolonne van de compagnie komt om 03u00 aan de Overmeire.  De paarden zijn uitgeput van de twee lange nachtelijke marsen en er wordt besloten om de paardenkarren verder te trekken met behulp van drie vrachtwagens, zodat de dieren kunnen recupereren.  De compagnie bereikt Sint-Denijs-Westrem omstreeks 11u00 en trekt vervolgens verder naar Kanegem.

2de Compagnie
De compagnie werd verder aan de springinrichtingen van de Scheldebruggen te Zwijnaarde, Eke en Gavere.

Om 03u00 gaat het bataljon over naar het commando van de genie van het Groot Hoofdkwartier.

Met uitzondering van de technische wacht bij de springinrichtingen van de bruggen van Zwijnaarde en Eke wordt de 2de compagnie eveneens doorgestuurd naar Kanegem.  De springinrichting van de brug van Eke wordt overgedragen aan het 9de Bataljon Genie.  Het 18Gn wordt alzo opnieuw verenigd en blijft voorlopig ingekwartierd te Kanegem, met het oog op een inzet in de sector van de 16de Infanteriedivisie tussen Gentbrugge en Kwatrecht.

Het bataljon gaat om 06u00 eindelijk over naar het commando van zijn organieke divisie.  De eenheden vertrekken naar Sint-Denijs-Westrem en zullen vervolgens ingezet worden in de sector van de 16de infanteriedivisie.  Het bataljon voert er onder meer verkenningsopdrachten uit van bruggen en wegen die vernield dienen te worden in het kader van de contramobiliteit. Er worden ook infanterieloopbruggen aangelegd om patrouilles en voorposten toe te laten de waterloop te kruisen.

1ste Compagnie
De 1ste compagnie wordt in steun gegeven van het 44ste Linieregiment.  De compagnie legt twee loopbruggen aan op de Schelde tussen de spoorwegbrug van Merelbeke en de wegbrug van Zwijnaarde.  Deze loopbruggen worden gebouwd op binnenschepen.

2de Compagnie
De 2de compagnie wordt in steun gegeven van het 41ste Linieregiment.

Om 19u00 wordt de technische wacht van de brug van Zwijnaarde overgedragen aan het 12de Bataljon Genie.

Op de Conferentie van Ieper op 21 mei wordt besloten dat het Belgisch leger zich zal terugtrekken naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Bruggenhoofd Gent zal worden ontruimd, maar de 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad Gent zelf verdedigen tot de aftocht voltooid is.

Tussen Melle en Merelbeke moeten een 2.000-tal landmijnen ingegraven worden om verschillende mijnstoppen te realiseren op de zuidflank van de sector van de divisie. Alle achtergebleven vaartuigen op de Schelde worden met explosieven vernield.

Alle nog niet gebruikte landmijnen moeten terug ingeleverd worden.  Dit dient te gebeuren in het geniedepot te Poeke.

De 16de Infanteriedivisie verlaat bij valavond zijn posities langsheen de Schelde en zet zich op weg naar de Gentse binnenstad. De geniesoldaten zullen verschillende ploegen afdelen bij de achterhoede om de voorbereide vernielingen tot stand te brengen. Bij de definitieve ontruiming van de divisiesector worden de spoorbruggen van de lijn Brussel-Gent en de lijn Antwerpen-Gent opgeblazen. Ook de wegbrug en de spoorbrug van Gentbrugge gaan de lucht in. De loopbruggen over de Schelde worden weggehaald en de laatste detachementen van het 18Gn vervoegen het bataljon dat een nieuw kantonnement toegewezen krijgt te Afsnee.

Staf
De staf brengt de dag door in het kantonnement aan de Kortrijksesteenweg te Sint-Denijs-Westrem.  Tijdens de namiddag wordt de steenweg regelmatig gemitrailleerd door Duitse vliegtuigen.  Het bevel tot de aftocht uit Gent bereikt de bataljonsstaf omstreeks 17u30.

1ste Compagnie
De 1ste compagnie is verantwoordelijk voor de vernieling van de spoorwegbruggen over de Schelde van Lijn 53 naar Mechelen (Merelbeke) en Lijn 50A naar Brussel (het Strop).  Dit gebeurt in de vroege ochtend.

Aan het eind van de dag wordt omstreeks 17u00 ook de spoorwegbrug opgeblazen over de Leie, ten westen van het station Gent Sint-Pieters.

Om 19u00 krijgt de compagnie de opdracht om zich terug te trekken naar Zwevegem, via Sint-Martens-Latem, Baarle, Nevele, Vinkt, Aarsele, Tielt en Pittem.

2de Compagnie
De 2de compagnie vernielt omstreeks 04u00 de spoorwegbrug en de wegbrug van Gentbrugge.

Het 18Gn bereikt het dorp Vinkt tijdens de vroege ochtend en houdt hier halt tijdens de dag van 24 mei.

Tijdens de avond van 24 op 25 mei verplaatst het 18Gn zich naar Zwevezele.

Het 18Gn kantonneert te Zwevezele.

In de voormiddag wordt het kantonnement te Zwevezele het voorwerp van een korte luchtaanval.  Een militair als ook drie paarden raken gewond.  Een trekdier verliest het leven.

Omstreeks 10u00 wordt het bataljon dan ook doorgestuurd naar nieuwe kantonnementen te Wingene.

De 16de infanteriedivisie wordt na de Duitse doorbraak over de Leie toegewezen aan de verdediging van Tielt. Het 18Gn staat in verbinding met de divisiestaf te Wingene. Door het grote tekort aan gevechtstroepen krijgt het bataljon rond 17u00 de opdracht om zich naar de frontlinie te begeven en zich te ontplooien tussen kilometerpaal 7 en 10 van de spoorlijn van Ingelmunster naar Tielt. Dit stelt het bataljon voor ernstige problemen: alhoewel het een genie-eenheid is, beschikken de manschappen over onvoldoende individuele gevechtsschopjes om zich in te graven. Bovendien is er een tekort aan munitie en ontbreekt het al helemaal aan collectieve bewapening.

Het bataljon zet zich op weg omstreeks 19u15.  Bij de opmars naar Tielt lopen de compagnies voorbij aan de afslag naar Pittem.  Er wordt dan maar een omweg gemaakt via het centrum van Tielt en de Meulebeeksesteenweg.  Het bataljon moet met zijn ongeveer vierhonderd manschappen een bijzonder grote zone van zo’n 3Km lang bezetten. Gelukkig biedt de spoorberm enige bescherming. Er zijn ook een aantal goederenwagons op de spoorlijn geplaatst als geïmproviseerde hindernis. De divisie laat ook nog een dotatie handgranaten leveren.

De posities van het 18Gn worden voorlopig nog enigszins gedekt door de troepen van de 2de Divisie Ardeense Jagers die zich ten oosten van de spoorlijn verdedigen. De Belgische linies zijn echter niet intact meer en de weg naar Tielt ligt open voor de vijand.

Luitenant Gauthoye van de 2de compagnie wordt bij de verkenning van zijn posities verrast door Duitse troepen uit de richting van Meulebeke vorderen. Het detachement wordt gevangen genomen. Ook Luitenant Rommens van de bataljonsstaf wordt verrast door de snelle opmars en raakt zwaargewond bij een vuurgevecht. Majoor Jorion ondergaat het zelfde lot. Het bevel komt in handen van commandant Debande.

Het 18Gn moet de ontplooiing tussen Kilometerpaal 7 en 10 afbreken en krijgt het bevel om zich onmiddellijk naar Tielt terug te trekken. De bataljonsstaf en de 1ste compagnie zullen er bij het 41Li aangehecht worden. De 1ste compagnie wordt rond het station van Tielt opgesteld. De 2de compagnie wordt als versterking bij het II/21Li gevoegd. De ganse avond wordt rond Tielt gevochten.

De gevechten rond Tielt houden aan en de vijand wil de stad zo snel mogelijk veroveren. De bataljonsstaf wordt tijdens de late namiddag even omsingeld, maar kan toch nog gedeeltelijk ontsnappen. De 1ste compagnie moet tenslotte het station prijsgeven. Ook de 2de compagnie wordt met het II/21Li achteruit gedrukt. De beide eenheden verliezen het contact met de bataljonsstaf en met elkaar.

Het 18Gn geeft zich over rond Tielt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Brochure “Fastes 1939-1940-1944 du 3e Régiment de Génie” (met dank aan het Geniemuseum te Jambes)