11de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Type Geniebataljon
Ontdubbeld van 3de Regiment Genie
Onderdeel van IIIde Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-kolonel F. Gruwez
Standplaats Luik
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein J. Delcourte)
2de Compagnie (Kapitein-commandant M. Dubois)
Peloton Park (Luitenant F. Jamar)

Tijdens de mobilisatie

Staf/11Gn
Het 11de Geniebataljon (11Gn) wordt op 28 augustus opgericht als ontdubbelingsbataljon van het 3de Regiment Genie en wordt onmiddellijk na zijn oprichting aangehecht aan de 11de Infanteriedivisie (11Div). De 11Div stond tijdens de mobilisatie onder bevel van het IIIde Legerkorps (III/CA) en was tot kort voor het uitbreken van de oorlog opgesteld in de Versterkte Positie Luik. De 11Div wordt op 24 april 40 te Luik afgelost door de 2de Infanteriedivisie (2Div) en wordt rechtstreeks onder bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) geplaatst als algemene reserve van het leger. Meteen na de aflossing verlaat de 11Div het III/CA te Luik echter met uitzondering van het 11Gn. De overige eenheden vervoegen in twee dagmarsen het Kamp van Beverlo nabij Leopoldsburg om hier een oefenperiode af te werken.

Het 11Gn bleeft achter te Luik omdat het uitvoeren van geniewerken niet voorzien was in de planning voor de oefenperiode en de capaciteiten van het bataljon beter kunnen gebruikt worden te Luik. Het geniebataljon werkte onder meer aan het versterken van loopgrachten en schuilplaatsen tussen de oude forten rond de stad.

Het 11Gn vernielde ondermeer de brug van Tilff.

Staf/11Gn
Omstreeks 00u15 ontvangt de divisiestaf in het Kamp van Beverlo de afkondiging van het algemeen alarm en de eenheden worden hiervan op de hoogte gebracht. Aangezien het Kamp van Beverlo zich ten noorden van het Albertkanaal bevindt, en bijgevolg aan de verkeerde kant van de Dekkingsstelling lag, voorzag het oorlogsplan dat het kamp in geval van alarm onmiddellijk ontruimd moest worden. De 11Div dient zich in de streek van Diest te hergroeperen om zich vervolgens naar de Weerstandsstelling (oftewel K.W. Stelling) te begeven.

Terwijl de divisie zich te voet op weg zet van Leopoldsburg naar Diest, voert het 11Gn dat in Luik achterbleef nog een reeks vernielingen en werkzaamheden uit in opdracht van het III/CA. De brug en de spoorlijnen te Tilff worden vernield. De bruggen van Yvoz-Ramet, Val-Saint-Lambert, Renory, Engis, Seraing en Ougrée worden opgeblazen. Ook de kerktoren van Boncelles moet er aan geloven.

Na de middag start het 11Gn met de voorbereiding voor de aftocht naar de K.W. Stelling. Het bataljon zal voor de verplaatsing in twee groeperingen verdeeld worden. Een eerste groepering bestaat uit de de autocolonne die alle voertuigen van het bataljon omvat. De autocolonne vertrekt zodra de nacht valt naar het westen. De tweede groepering bestaat uit alle manschappen die geen plaats hebben kunnen vinden op de voertuigen. Zij zullen op 11 mei per trein vervoerd worden.

Staf/11Gn
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei verplaatst de autocolonne van het 11Gn zich van Luik naar de K.W. Stelling. Tussen 10u00 en 11u00 rijdt de colonne Kortenberg binnen waar ze halt houden. Kortenberg bevindt zich ten westen van de K.W.Stelling en de troepen kunnen er in relatieve veiligheid kantonneren. De rest van het bataljon vertrekt rond het zelfde tijdstip per trein vanuit het station Flémalle-Haute. De trein wordt echter opgehouden te Landen en Goetsenhoven door de talrijke Duitse luchtaanvallen op de lijn Brussel-Luik en raakt uiteindelijk definitief vast te zitten even ten oosten van het station van Tienen. De manschappen stijgen uit en marcheren verder naar Vissenaken waar de nacht doorgebracht wordt.

Staf/11Gn
De autocolonne van het 11Gn heeft de nacht doorgebracht te Kortenberg en wacht er op de aankomst van de rest van het bataljon. De colonne te voet verlaat Vissenaken waar werd overnacht en uitgerust voor de volgende voetmars en stapt verder naar het westen. De colonne bereikt Kortenberg rond 21u00. Het bataljon is nu weer volledig en zal de nacht van 12 op 13 mei doorbrengen te Kortenberg.

Ondertussen is de rest van de 11Div na een tweedaagse voetmars van Beverlo via Diest en Aarschot ten westen van de K.W. Stelling aangekomen. In de vroege ochtend van 12 mei wordt nog ontplooid in rustkantonnementen om te herconditioneren na de lange voetmars, in de loop van de namiddag wordt begonnen met het inrichten van de stellingen.

Staf/11Gn
Het 11Gn verblijft nog de ganse dag te Kortenberg en wacht er de nacht van 13 op 14 mei af om de 11Div te vervoegen. De mars naar de K.W. Stelling wordt tijdens de nacht gepland omdat de bataljonsstaf zich realiseert dat verplaatsingen overdag te veel gevaar opleveren door het Duitse luchtoverwicht. Na het vallen van de duisternis wordt de mars ingezet.

De infanterieregimenten van de 11de Infanteriedivisie zijn al volledig geïnstalleerd op de K.W. Stelling en hebben posities ingenomen tussen OLV-Waver en het dorpje Muizen.

Tijdens de nacht van 13 op 14 mei maakt het 11Gn de verplaatsing naar de sector van zijn divisie en bereikt het dorp Pasbrug even voor 06u00. Vervolgens wordt doorgemarcheerd naar het gehucht Heisbroek te Sint-Katelijne-Waver waar het gros van de manschappen ingekwartierd wordt. Tijdens de eerste dag op de K.W. Stelling wordt onder meer het monument op het dak van het Fort van Walem ontmanteld om het bolwerk aan het oog van vijand te helpen onttrekken.

Drie pelotons worden toegewezen aan de infanterieregimenten om bijkomende schuilplaatsen aan te leggen. Het peloton van Onderluitenant Lambion van de 1ste Compagnie vertrekt naar het 29Li. De pelotons van Onderluitenant Deprez en Luitenant Lorneau van de 2de Compagnie worden respectievelijk aan het 20Li en het 14Li toegewezen. Er worden een dertigtal schuilplaatsen aangeleged.

Het peloton park verhuist naar het Zorgvliethof. Tijdens de avond wordt o.a. 50 ton prikkeldraad en anderhalve ton springstof in ontvangst genomen in het velddepot van het bataljon te Nieuwendijk.

Aan het eind van de dag wordt het ganse bataljon te Nieuwendijk samengebracht.

Het 29Li vraagt een ploeg werklieden aan het 11Gn om doodskisten en grafkruisen te vervaardigen. Het nodige timmerwerk wordt uitgevoerd in het depot te Nieuwendijk.

De 2de Compagnie legt springladingen aan onder acht weg- en brugvernielingen in de sector van de divisie. Het bataljon moet ook een te Muizen aangelegde militaire EAP brug opbreken en de bouwelementen op een aantal aangangwagens van de Autobruggentrein laden.

Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt gestart met de evacuatie van de KW Stelling. Het 11Gn vangt de mars naar Londerzeel aan.

Het 11Gn steekt tijdens de nacht het Kanaal van Willebroek over via de tijdelijke bootbrug nabij Kapelle-op-den-Bos en komt rond 05u00 aan te Londerzeel, brengt hier de dag door en vertrekt rond 21u00 naar Oudegem.

Tijdens de nacht van 17 op 18 mei verplaatst het 11Gn zich van Londerzeel naar Oudegem.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De laatste nachtelijke etappe brengt het bataljon tot in Sleidinge achter het Kanaal Gent-Terneuzen. De doodvermoeide manschappen marcheren het dorp binnen rond 01u00. Na een bijzonder korte nachtrust gaat iedereen weer aan het werk:

  • Het gros van de beide compagnies legt loopgrachten en schuilplaatsen aan in de nieuwe sector van de 11Div langsheen het kanaal. De 1ste Compagnie werkt in de ondersector van het 20Li. De 2de Compagnie is actief in de ondersector van het 29Li.
  • Een aantal pelotonscommandanten wordt aangewezen voor het uitvoeren van verkenningen op de rechteroever van het kanaal.
  • Het 4de peloton levert de technische wacht aan de beide bruggen van Terdonk. Het 2de peloton doet hetzelfde voor de beide bruggen te Langerbrugge.

Het bataljon krijgt eveneens versterking van de 21ste en 22ste compagnies van het IVde bataljon Speciale Vestingseenheden dat de Sleidinge is aangekomen. Deze uit Antwerpen teruggetrokken mitrailleurschutters zullen als hulptroepen ingezet worden. Deze compagnies blijven tot 22 mei actief in de sector van de 11de Infanteriedivisie.

Brug van Langerbrugge verdedigd door de 3de Sectie van de 1Bij C40.

Tijdens de nacht van 19 op 20 mei worden de eerste springladingen aangezet. De brug over de Moervaart aan de Sprendonkstraat vliegt de lucht in. Ook de windmolen van Oostakker wordt als mogelijke uitkijkpost vernield. Een aantal boten op het kanaal wordt tot zinken gebracht. De brug van Terdonk wordt omstreeks 14u15 opgeblazen door het wachtdetachement van het 11Gn. Tenslotte worden de overgebleven schepen in het dok van Langerbrugge geblokkeerd door het vernielen van vier vaartuigen aan de uitgang van het dok.

De werkzaamheden gaan overdag onverminderd voort. Met een C47 anti-tankkanon worden alle schepen aan het Eiland van Langerbrugge naar de bodem gezonden. De houtdepots te Terdonk worden in brand gestoken. De manschappen leggen ook acht wegvernielingen en -versperringen aan. Een havenkraan en enkele huizen op de vijandelijke oever worden vernield om het schootsveld vrij te maken. Tenslotte verkent de 1ste Compagnie opnieuw de kanaaloever op zoek naar gelegenheidsmateriaal voor het uitvoeren van bijkomende geniewerken.

Het 11Gn blijft werkzaam in de sector van de 11Div aan het Kanaal Gent-Terneuzen. Luitenant Navette en onderluitenant Lambion van de 1ste Compagnie begeven zich op de oostelijke oever om een positieverkenning uit te voeren. Een detachement van de compagnie blaast een kruispunt op tegenover het 20Li en vernielt de spoorlijn op de oostelijke oever. De 2de Compagnie voert eveneens een wegvernieling uit tegenover het 29Li. De technische wachten blijven op post in afwachting van verdere actie.

Een detachement van de 1ste Compagnie zet koers naar Doornzele en brengen springladingen aan op dertig brandstoftanks op de terreinen van de firma Sinclair. De 2de Compagnie wordt naar de fabriek van Belgo-Petroleum gestuurd om ook hier de olievoorraad klaar te maken voor een vernietiging met explosieven, maar de installaties werden reeds getroffen bij de artillerieduels en staan in brand.

De 1ste Compagnie blaast opnieuw twee toegangswegen naar het kanaal op en zet ook de springladingen aan onder de olietanks van de Sinclair fabriek.

De kantonnementen worden regelmatig beschoten door de Duitse artillerie en door vijandelijke vliegtuigen. Het Belgisch leger zal die avond het Kanaal Gent-Terneuzen verlaten om zich achter het Afleidingskanaal van de Leie terug te trekken. Het bataljon maakt zich klaar voor een tocht naar Aaltebei

Na de aftocht van de infanterie van de 11Div worden een tiental wegvernielingen uitgevoerd op de westelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen om de Duitse opmars af te remmen.

Het bataljon komt aan te Aaltebei. De officieren van het 1ste en 2de peloton verkennen de bruggen op het Afleidingskanaal van de Leie rond Zomergem. Het 23Gn krijgt de opdracht om deze bruggen te vernielen maar stelt vast dat de Franse genie dit werk reeds geklaard heeft. De 2de compagnie ondermijnt nog wel verschillende punten aan de oostrand van Zomergem.

Bij de opstelling van het 14Li en het 20Li langsheen de oever van het Afleidingskanaal helpen de manschappen van het 23Gn bij de uitbouw van de nodige loopgrachten en schuilplaatsen.

De kantonnementen van het 23Gn te Aaltebei worden regelmatig beschoten vanuit de lucht en bij de artillerieduels over het Afleidingskanaal. Bij een treffer op de verblijfplaats van de 1ste compagnie vallen twee doden en één zwaargewonde.

De 1ste compagnie levert een hoeveelheid rondhout en staken af bij het 14Li en het 20Li voor de uitbouw van de nodige schuilplaatsen.

In de loop van de avond verplaatst het 23Gn zijn commandopost enkele kilometer naar het westen en verhuizen kolonel Gruwez en zijn staf naar Vrekkem.

In de sector van de 11de infanteriedivisie komt het niet tot een aanval op het Afleidingskanaal van de Leie en de Belgen behouden dan ook zonder veel problemen hun posities.

De 2de compagnie van het 23Gn assisteert bij de uitbouw van de dorpskern van Zomergem tot een anti-tankcentrum.

De 1ste compagnie is op 26 mei voornamelijk actief in het achtergebied van de 11de divisie en kijkt de staat van de wegen en bruggen na en brengt bewegwijzering aan met het oog op een mogelijke aftocht van het Afleidingskanaal. Ook blijft de compagnie de beide regimenten in eerste lijn, het 14Li en het 20Li, herbevoorraden met bouwmaterialen voor het verstevigen van de verdedigingslinies.

Bij valavond wordt het 2de peloton naar het vliegveld van Aalter gezonden om deze piste onklaar te maken voor vijandelijke vliegtuigen.

De 11de infanteriedivisie verlaat de oever van het Afleidingskanaal en plooit zich terug richting Ursel. Ploegen van het 23Gn voeren de nodige wegvernielingen uit ten oosten en ten zuiden van Ursel na de aftocht van de laatste troepen. Onder dekking van een detachement van het 14Li werken de genisten zo snel mogelijk aan een reeks hindernissen die de vijandelijke achtervolging moeten afremmen.

Rond 13u00 raakt een detachement van de 2de compagnie slaags met de vijand langsheen de Rozestraat aan de oostrand van Ursel. De manschappen kunnen tijdig wegtrekken richting Knesselare. Ook de 1ste compagnie wordt ingehaald door de Duitsers en verliest enkele militairen die gevangen genomen worden. Rond 14u30 vlucht ook de bataljonsstaf weg uit Vrekkem.

De route richting Knesselare is echter reeds afgesneden door de snelle Duitse opmars en de verschillende detachementen van het bataljon trachten tijdens de vooravond weg te komen richting Aalter en Beernem. Het doel van het 23Gn is zo snel mogelijk het Kanaal van Brugge naar Gent over te steken. Tijdens de aftocht worden nog verschillende springladingen onder de toegangswegen rond Zomergem aangezet en wordt eveneens de brug te Aalterbrugge vernield.

Tijdens de morgen van de capitulatie staat het peloton park samen met het transportkorps van de 11de divisie opgesteld te Aartrijk. De bataljonsstaf, 2de compagnie en 3de sectie van de 1ste compagnie zijn net aangekomen te Zuidwege nabij Zedelgem. Een tweede detachement van de 1ste compagnie bereikt dit dorp later op de ochtend. Het 2de peloton dat afgesneden werd bij de vernietiging van de brug van Beernem bereikt Brugge.

Aan het eind van de dag wordt het ganse 11Gn samengebracht te Oostkamp waar reeds het 14Li bivakkeert.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Casteels, R. en Vandegoor, G., 2002, 1940 in de regio Haacht. De Belgische eenheden op de KW Stelling, Haacht: HAGOK
  2. Brochure “Fastes 1939-1940-1944 du 3e Régiment de Génie” (met dank aan het Geniemuseum te Jambes)