Wielrijdersgroep der 17ID

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie | Wi Gr 17ID
Groupe Cycliste de la 17ème Division d’Infanterie | Gr Cy 17DI
Type Verkenningseenheid van de infanterie
Ontdubbeld van 1ste Regiment Gidsen
Onderdeel van Iste Legerkorps
Bevelhebber Majoor Henry van Derton
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling
Zuid-Willemsvaart en Kanaal Briegden-Neerharen
Ondersector Vucht-Briegden
Commandopost te Neerharen
Samenstelling 1ste Eskadron
(Kapitein-commandant jonkheer E. de la Court)
1ste Peloton (Lt burggraaf Philippe de Jonghe d’Ardoye)
2de Peloton (OLt E. Boucquey)
3de Peloton (Lt graaf Antoine d’Oultremont de Wegimont)
  2de Eskadron
(Luitenant J. De Halleux)
4de Peloton (Lt baron Raymond de Crawhez)
5de Peloton (OLt R. Ketelle)
6de Peloton (OLt ridder Jean-Pierre Cleenewerck de Crayencour)
  3de Eskadron
(Kapitein-commandant J. de Witte de Haelen)
7de Peloton (OLt E. Plissart)
8ste Peloton (Lt W. Harou)
9de Peloton (Lt R. Dumonceau de Bergendal)

Tijdens de mobilisatie

GidsenStaf/GpCy 17Div
De Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div) werd op 4 oktober 1939, bij afkondiging van Fase D van het mobilisatieplan, gemobiliseerd door het 1ste Regiment Gidsen te Laarne. De oudere reservisten (klassen 31 tot 34) van de cavalerie worden gebruikt voor de aanvulling van de verkenningseenheden van de infanteriedivisies. De GpCy 17Div wordt als de organieke verkenningseenheid aangehecht bij de 17de Infanteriedivisie (17Div), een infanteriedivisie van Tweede reserve. In tegenstelling tot de actieve infanteriedivisies en de infanteriedivisies van Eerste reserve, die slechts konden beschikken over een Wielrijderseskadron, werden de infanteriedivisies van Tweede reserve versterkt met een Wielrijdersgroep die uit meerdere eskadrons bestond. De eskadrons van de GpCy 17Div verplaatsten zich per fiets.

Vijf dagen na zijn oprichting verlaat de GpCy 17Div reeds de 17Div en vertrekt naar de streek van Turnhout. Majoor van Derton installeert zich te Retie en stelt zijn manschappen ter beschikking van de 9de Infanteriedivisie. De groep bemant ook de observatiepost aan de Nederlandse grens op de baan van Postel naar Eersel (NDL). Op 12 januari 1940 gaat de groep in reserve te Kasterlee. Na een nieuwe operationele ontplooiing in de Kempen vertrekt de eenheid op 5 maart naar Kortrijk om er de Belgisch-Franse grens tussen de Schelde en de Leie te bewaken.

Ondersector Vucht - Briegden ingenomen door de GpCy 17Div op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Ondersector Vucht – Briegden ingenomen door de GpCy 17Div op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Op 28 april voert de GpCy 17Div een rotatie uit met de Wielrijdersgroep van de 13Div (GpCy 13Div).  De GpCy 17Div wordt in Kortrijk afgelost door de GpCy 13Div en maakt zich klaar om de stellingen van de GpCy 13Div aan de Vooruitgeschoven Stelling in Lanaken over te nemen. Eenmaal aangekomen in  Lanaken wordt de eenheid onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK).

De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgische grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele Alarmposten (Postes d’Alerte oftewel PA) langs de Belgisch-Nederlandse grens te bemannen en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling tijdelijk te verdedigen. Voor het I/LK, dat heeft postgevat achter het Albertkanaal van Diepenbeek tot Lixhe, betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten vanaf Vucht nabij Maasmechelen tot Neerharen achter de Zuid-Willemsvaart [7] en vervolgens langs het Kanaal Briegden – Neerharen [8] van Neerharen tot Briegden. Vanaf Briegden tot Lixhe valt de Alarmstelling en de Vooruitgeschoven Stelling samen met de Dekkingsstelling. De verdediging van de ondersector Vucht – Briegden wordt toevertrouwd aan de GpCy 17Div.

De taak van de GpCy 17Div bestaat enerzijds in het bezetten van een tiental Alarmposten van de Alarmstelling langsheen de Belgisch-Nederlandse grens (in dit geval de Maas) en het uitsturen van zogenaamde Officiersverkenningen (Reconnaissances d’officiers oftewel RO) tussen de alarmposten [5]. De alarmposten moeten de oostelijke Maasoever in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [6] van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Zowel de CP van de GpCy 17Div als de alarmposten en de bunkers aan de bruggen staan in verbinding met het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt via de telefooncentrale van de kazerne te Lanaken (Kwartier de Caritat de Peruzzis). Anderzijds moet de wielrijdersgroep, ingeval van een Duitse aanval, de bruggen over de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Briegden – Neerharen in zijn Ondersector vernietigen en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling tijdelijk verdedigen om de vijandelijke opmars te vertragen. Voor de uitvoering van zijn opdracht krijgt de groep het bevel over de op het terrein ontplooide detachementen van de 5de en 6de Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim).

Links van de GpCy 17Div verdedigt de Iste Groep van het 1ste Regiment Jagers te Paard (I/1JP) de Zuid-Willemsvaart van Dilsen-Stokkem tot Eisden, rechts van de groep bevindt zich het 2de Regiment Karabiniers (2C) die de ondersector Eigenbilzen – Veldwezelt achter het Albertkanaal bezet. De commandopost van de GpCy 17Div staat opgesteld te Neerharen. De groep wordt gesteund door de kanonnen van de 4de Batterij van het 20ste Regiment Artillerie (20A) en de 14de Batterij van het 14de Regiment Artillerie (14A). Beide batterijen staan opgesteld in Veldwezelt met waakrichting naar het noorden. De GpCy 17Div kan ook rekenen op de geniesteun van de 1ste Compagnie van het 21ste Bataljon Genie (21Gn) het organieke geniebataljon van het I/LK. De 1Cie van het 21Gn is gekantonneerd in de kazerne van Lanaken.

1Esk/GpCy 17Div
Op 9 mei staat het 1ste Eskadron van de GpCy 17Div, onder bevel van Kapitein-commandant de la Court, opgesteld in het noorden van het kwartier van de GpCy 17Div achter de Zuid-Willemsvaart van Vucht tot Oud-Rekem (inclusief) [11]. Het 1Esk wordt versterkt met de 6Cie van het Bn CyF Lim die de kanaalbunkers bezet in het onderkwartier van het 1Esk. In dit onderkwartier bevinden zich vier bruggen; de brug van Oud-Rekem, de brug van Boorsem, de brug van Maasmechelen en de brug van Vucht. Op de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart werden op regelmatige intervallen mitrailleursbunkers gebouwd van waaruit het wateroppervlak met gekruist mitrailleurvuur bestreken kon worden. Bij elke brug over het kanaal werd eveneens een bunker gebouwd waar de post belast met de vernieling van de brug is in ondergebracht. De verschillende bunkers zijn verbonden met de telefooncentrale van de kazerne van Lanaken via ondergrondse telefoonlijnen.

De 6Cie/Bn CyF Lim is als volgt ontplooid: het 3Pl beveiligt de bruggen te Vucht en Maasmechelen en bezet de kanaalbunkers 48, 49 en 50, het 2Pl is verdeeld over de bruggen van Boorsem en Oud-Rekem, het 1Pl vormt het tweede echelon. De compagnie bemant de alarmpost van Kotem en beschikt over twee C47mm op T13. De commandopost van de 6Cie bevindt zich te Maasmechelen

De sluis van Lanaken net voor WOII2. In de sluismuren bevindt zich tevens  bunker BN3 die het wateroppervlak met mitrailleurvuur kon bestrijken.

De sluis van Lanaken net voor WOII2. In de sluismuren bevindt zich bunker BN3 die het wateroppervlak met mitrailleurvuur kan bestrijken.

2Esk/GpCy 17Div
Het 2de Eskadron heeft stelling genomen in het zuidelijk onderkwartier van de GpCy 17Div van  Oud-Rekem (exclusief) tot Briegden. Het 2Esk, bevolen door Luitenant De Halleux, wordt versterkt met de 5Cie van het Bn CyF Lim. In het onderkwartier van het 2Esk bevinden zich twee sluizen (Lanaken en Neerharen), een spoorwegbrug (spoorlijn Lanaken – Maastricht) en drie wegbruggen (Lanaken, Tournebride en Neerharen). Bij de aanleg van het kanaal in de jaren dertig werden op de westelijke oever van het kanaal elf bunkers gebouwd om de bruggen en sluizen te beveiligen. De bunkers werden genummerd van BN1tot BN11 [10]. Twee van deze bunkers werden ingebouwd in de noordwestelijke sluiswand van de sluizen te Lanaken en Neerharen (BN3 en BN10), vijf van deze bunkers werden ingericht als anti-tank bunker, vier als mitrailleurbunker. De bunkers worden bemand door de grenswielrijders van de 5de Cie van het Bn CyF Lim die als volgt is ingezet: het 1Pl wordt in reserve gehouden in de kazerne van Lanaken, het 2Pl bewaakt de brug van Tournebride en de net ten noorden gelegen sluis van Neerharen, het 3Pl levert de bewakingsdetachementen voor de spoorwegbrug en de wegbrug van Lanaken.

De sluizen vormen echter een dubbel veiligheidsprobleem. Enerzijds worden de sluizen niet alleen beveiligd door bunkers maar zijn ze ook voorzien van de nodige versperringen om een infanterieaanval over land tegen te gaan gezien het kanaal het smalst is ter hoogte van de sluis. Anderzijds worden de nodige afdammingen (oftewel barrages) voorbereid opdat, ingeval de vijand de sluisdeuren zou vernielen, het Albertkanaal dat hoger gelegen is niet zou kunnen leeglopen. De houten en stalen schotbalken bestemd voor deze afdammingen blijven tijdens de mobilisatie op de oever liggen om de scheepvaart nog doorvaart te verlenen. Tot slot worden  bij de junctie van het Albertkanaal en het Kanaal Briegden-Neerharen (ook gekend als het bassin van Briegden) obstakels gemonteerd en klaargelegd om de toegang tot beide kanalen voor de scheepvaart te blokkeren. Hiervoor werd aan de ingang van het Kanaal Briegden-Neerharen een vernauwing voorzien.

3Esk/GpCy 17Div
Zoals gebruikelijk worden de mitrailleurs van het 3de Eskadron verdeeld over de twee eskadrons fuseliers, a ratio van één mitrailleursectie per peloton fuseliers.

Majoor Henry van Derton
(foto vroege jaren 30).

Staf/GpCy 17Div
Op 10 mei ontvangt de commandopost van de groep te Neerharen reeds om 00u17 het algemeen alarm. De gevechtsstellingen langsheen de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Briegden – Neerharen worden onmiddellijk bemand.  De detachementen van de 5de en 6de Compagnie van het Bn CyF Lim die samen met de vernielingsdetachementen van het 21Gn de bruggen over de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Briegden – Neerharen moeten opblazen in geval van een Duitse aanval worden in verhoogde staat van paraatheid gebracht .

Om 04u30 wordt de kazerne van de Grenswielrijders Limburg te Lanaken gebombardeerd waarbij niet alleen de bevelhebber van de 5Cie, Kapitein-commandant Giddelo, wordt gedood maar waarbij bovendien de telefooncentrale van de kazerne wordt vernield. Hierdoor wordt de rechtstreekse verbinding met het Groot Hoofdkwartier (via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt) verbroken en gaat ook de lokale verbinding tussen de CP van de GpCy 17Div en de vernielingsdetachementen aan de bruggen verloren [17]. Er ontstaat grote verwarring aan de kanaalbruggen over wat er nu dient te gebeuren. Majoor van Derton neemt het heft in handen en laat op eigen initiatief de brug over de Zuid-Willemsvaart te Smeermaas opblazen.

Ten noorden van de GpCy 17Div steken de Duitsers in de ondersector van 1JP de Maas over om 05u30. Zodra de schending van de grens bevestigd wordt, beveelt het GHK  om 05u40 via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt, de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemvaart en het Kanaal Briegden – Neerharen. Gezien de telefooncentrale van de kazerne van Lanaken buiten werking is gesteld, wordt dit bevel via het HK van het I/LK naar de GpCy 17Div doorgestuurd. Het vernietigingsbevel bereikt de eenheid pas om 07u30 waarna prompt de bruggen te Vucht, Maasmechelen, Boorsem, Oud-Rekem, Neerharen, Tournebride en Lanaken opblazen worden. Tegen 08u00 vliegt de brug van Oud-Rekem als laatste de lucht in. De brug van Neerharen valt slechts gedeeltelijk in het water en wordt door de genie definitief vernield om 10u30. Vanaf 09u00, kort nadat de bruggen zijn vernield, bereikt de vijand de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van de GpCy 17Div, eerst nabij Vucht vervolgens tussen Boorsem en Oud-Rekem. 

Schets van de opmarsroute van de 18 (DEU) ID doorheen het vak van de GpCy 17Div.

Schets van de opmarsroute van de 18 (DEU) ID doorheen het vak van de GpCy 17Div [9].

Rondom 14u15 komt Onderluitenant Musing van het 7de Linieregiment (7Li) per motorfiets aan in de CP te Neerharen.  Musing is commandant van het Peloton Verkenners van het 7Li en werd uitgestuurd door de staf van de 4de Infanteriedivisie om de staat van vernieling van de bruggen na te gaan.  De officier meldt om 14u40 aan de divisiestaf dat de bruggen van Vucht, Maasmechelen, Boorsem en Rekem geheel vernield zijn.  De wegbrug van Neerharen ligt ten dele in het water.  De brug over de sluis van Neerharen is dan weer volledig vernield, net zoals de bruggen van Tournebride en Lanaken.  Tevens vermeld hij dat de Wielrijdersgroep al bijzonder veel munitie verbruikt heeft, en dat Majoor van Derton meent dat de Duitsers over amfibietanks beschikken.

Op 10 mei wordt de 14de Batterij van V/14A gedurende de ganse dag gebombardeerd door de vijandelijke luchtmacht waardoor alle telefoonverbindingen worden afgesneden, ook die met de voorwaartse waarnemers. Dit verklaart waarom de batterij geen enkel artillerievuur uitvoerde op 10 mei. Eén enkele vuuraanvraag van de GpCy 17Div kwam per radio binnen bij de 14Bij via het I/LK en de Staf van 14A. Op de CP van de 14Bij werd vastgesteld dat de gevraagde doelen buiten dracht van de batterij lagen. Ook de telefoonverbindingen met de 4Bij van 20A zijn door de aanhoudende luchtbombardementen vernield. Om 14u20 stuurt de CP van de GpCy 17Div dan maar een estafette via de brug van Briegden naar de 4Bij van II/20A met een eerste vuuraanvraag. Prompt wordt het vuur geopend. Lang kan de GpCy 17Div niet genieten van vuursteun want zowel de stellingen van de 4Bij/II/20A als de 14Bij/V/14A die dicht bij de brug van Veldwezelt lagen worden aangevallen door de Duitse infanterie die oprukt vanuit het veroverde bruggenhoofd van Veldwezelt. De wielrijdersgroep moet het voor de rest van de dag stellen zonder vuursteun.

De situatie voor de GpCy 17Div wordt stilaan hachelijk. In het noorden van hun dispositief heeft de vijand een bruggenhoofd gevormd op de limiet met 1JP en in het zuiden heeft de vijand ter hoogte van de brug van Veldwezelt een belangrijke bres geslagen in het dispositief van 2C. De groep riskeert omsingeld te worden. De 5Cie en de 6Cie van Bn CyF Lim worden als eerste teruggeplooid vanaf 15u00. Even na 17u00 wordt uiteindelijk het bevel tot de aftocht gegeven voor GpCy 17Div [16]. Twee uur later slagen de eenheden van de groep er in om het contact te verbreken en koers te zetten naar Diepenbeek. Majoor van Derton en het 2de Eskadron steken na een rit van enkele uren het Albertkanaal over te Diepenbeek en lopen binnen bij het 15de Linieregiment (15Li). Het 1ste Eskadron kruist de waterweg te Hasselt om 23u00.

De GpCy 17Div betaalt een hoge prijs voor zijn inzet als dekkingsmacht tussen de Belgisch-Nederlandse grens en het Albertkanaal. De groep telt 10 gesneuvelden en vele anderen werden gewond of krijgsgevangen genomen. Een reorganisatie dringt zich op.

De kazerne van Lanaken kort na het bombardement van 10 mei.

Alarmposten/GpCy 17Div
Ook de detachementen voor de tien alarmposten langsheen de Belgisch-Nederlandse grens vertrekken na ontvangst van het alarm nog tijdens de nacht naar hun stelling. Om 06u30 meldt de Alarmpost van Kotem dat er aan het Julianakanaal op Nederlands grondgebied gevochten wordt. Het Nederlandse leger slaagt erin de brug over het Julianakanaal nabij Elsloo op te blazen voordat de voorhoede van de 18de Duitse Infanteriedivisie [18(DEU)ID] aankomt [15]. De colonne voertuigen van de 18(DEU) ID is genoodzaakt om elders een overgang te vinden over het Julianakanaal. Alleen infanterie te voet zonder zijn zware bewapening steekt met behulp van rubberbootjes eerst het Julianakanaal en later de Maas over.  Kleine groepjes Nederlandse soldaten komen de Maas overgezwommen nabij Kotem. Vanaf 11u00 melden de wielrijders de eerste Duitse infiltraties op de linkeroever van de Maas. Door het open terrein kan de vijand moeilijk vorderen tot aan de Maasoever en tussen de Maas en de Zuid-Willemsvaart.

Onmiddellijk na de luchtaanval op de kazerne van Lanaken krijgt de Alarmpost van Smeermaas het bevel van Majoor van Derton om de brug over de Zuid-Willemsvaart te Smeermaas op te blazen. Sergeant Seghers van het 2de Peloton van 1/21Gn leidt de ploeg die de brug over de Zuid-Willemsvaart te Smeermaas vernielt. Deze brug bevindt zich ten noorden van Maastricht op een 200-tal meter van de Belgisch-Nederlandse grens. Seghers en zijn manschappen worden evenwel gevangen genomen door Duitse troepen nadat ze de brug tot ontploffing brachten.

De pontonbrug die op 10 mei tussen Elsloo (NL) en Kotem (Maasmechelen) [4] door de Duitse genie over de Maas werd gelegd.

De pontonbrug die op 10 mei tussen Elsloo (NL) en Kotem (Maasmechelen) [4] door de Duitse genie over de Maas werd gelegd.

Vooruitgeschoven Stelling/GpCy 17Div

  • 1Esk/GpCy
    Om 05u35 steekt de voorhoede van de 7de Duitse Infaneriedivisie [7(DEU)ID] de Maas over te Meeswijk in de ondersector van het 1JP. Aangezien het 1JP nog in verbinding stond met het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt, ontvangen zij tijdig het bevel tot de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JP. De brug van Dilsen wordt vernield om 05u45 uur, de twee bruggen te Rotem springen enkele minuten later en om 05u50 uur ontploft de brug te Eisden.  
    Het 1Pl van de 6Cie/BnCyF Lim, bevolen door Lt Manteleers, wordt rond 05u30 bij het 1Esk weggehaald om de gebombardeerde kazerne van Lanaken te vervoegen en er te helpen bij het opruimen van het puin. Manteleers werd als oudste beroepsofficier aangeduid om het bevel over de 5Cie over te nemen en Giddelo’s plaats innemen. Pas om 07u30 springt ook de brug van Vucht die bewaakt wordt door de 6Cie/Bn CyF Lim. Kort na 08u30 duiken Duitse verkenners op aan het kanaal te Eisden en worden de steunpunten en bunkers bezet door I/1JP sporadisch onder vuur genomen. De hoofdkrachtinspanning van de vijand ligt duidelijk te Eisden bij de Iste Groep van 1JP waar ze zonder succes proberen het kanaal over te steken. De voorhoede van de 7(DEU)ID die te Eisden op hardnekkige weerstand botst waaiert uit en bereikt rond 09u00 Vucht waar ze contact maken met de wielrijders van het 1Esk/GpCy 17Div. Een uur later wordt ook te Boorsem en Rekem geschoten wanneer de voorhoede van de 18(DEU)ID de Zuid-Willemsvaart bereikt. Alleen te Maasmechelen blijft het rustig: de oostelijke kanaaloever biedt immers geen dekking aan een oprukkende vijand. Aanvankelijk wordt tot ongeveer 10u00 over en weer geschoten. De twee T13’s van de 6Cie riposteren maar moeten zich terugplooien wanneer de Duitsers mortieren en een 37mm antitankkanon in stelling brengen.   Rond 11u00 slaagt de vijand erin om op de limiet van de GpCy 17Div en 1JP de Zuid-Willemsvaart over te steken en een klein bruggenhoofd te slaan tussen Eisden en Vucht waardoor de wielrijders met een aanval in rug worden bedreigd. Het peloton van OLt d’Oultremont de Wegimont wordt weggetrokken van het kanaal met als opdracht een korte dwarsstelling op te richten langsheen de baan Maasmechelen-As om omsingeling te vermijden. Het peloton krijgt daarbij de steun van de twee T13 tankjagers van 6Cie/Bn CyF Lim. Ten noorden van het vijandelijk bruggenhoofd stuurt het 1JP een peloton motorrijders en een peloton pantserwagens in versterking om in het bruggenhoofd in te dijken. De vijand maakt op 10 mei geen aanstalten om het bruggenhoofd uit te breiden.  Om 20u10 breekt het peloton van OLt d’Oultremont die nog steeds de dwarsstelling bezet het gevecht af.

    Om 13u00 begint de Duitse genie met de bouw van een pontonbrug tussen Elsloo en Kotem. Meer naar het zuiden wordt om 13u30 de stelling nabij de bruggen van Oud-Rekem en Boorsem zwaar aangevallen.  Tijdens deze gevechten sneuvelt Soldaat Kastelijn van het 1Esk. Bij de 6Cie sneuvelen twee grenswielrijders. Korporaal Maurice Habets, ploegoverste van een ploeg MG (Machinegeweer) van de 6Cie, die een schutterskuil bemande tussen de bruggen van Boorsem en Rekem, dreigt ingesloten te worden en probeert te ontkomen. Hij raakt gewond en wordt als krijgsgevangene afgevoerd naar het hospitaal van Geilenkirchen waar hij aan zijn verwondingen overlijdt. Ter hoogte van Boorsem en Oud-Rekem moeten de verdedigers wijken en zich terugtrekken naar Opgrimbie. Eens meester van de linkeroever van de Zuid-Willemsvaart begint de Duitse genie tijdens de nacht van 10 op 11 mei met de aanleg van een pontonbrug over de Zuid-Willemsvaart.

    Sluis te Lanaken (foto van 1935) met op de achtergrond de spoorwegbrug.

    Sluis te Lanaken (foto van 1935) met op de achtergrond de spoorwegbrug.

  • 2Esk/GpCy 17Div
     

    Het 3de Peloton van 1/21Gn, onder leiding van Adjt KROLt Brasseur, verlaat onmiddellijk na de afkondiging van het alarm de kazerne van Lanaken,  om zich naar de sluis van Lanaken te begeven waar hij de barrages voor de sluisdeuren dient te installeren. Zijn manschappen worden aan de sluis bij het eerste daglicht gemitrailleerd door enkele vijandelijke vliegtuigen, waardoor de werkzaamheden worden opgeschort tot de vijandelijke luchtactiviteit afneemt. Rond 07u30 wordt de spoorbrug te Lanaken, die boven het sluizencomplex lag,  door het bewakingsdetachement van de Limburgse Grenswielrijders opgeblazen. De genie die de springlading heeft voorbereid had echter zoveel explosieven gebruikt dat een deel van het installatiematerieel voor de barrage onherroepelijk beschadigd raakt. Het detachement van Adjt KROLt Brasseur moet zich onverrichter zake terugtrekken. De adjudant stuurt zijn equipe dan maar naar de barrage te Briegden [12] waar zijn manschappen erin slagen om een dubbele rij stalen schotten in de vernauwing van het Kanaal Briegden-Neerharen te plaatsen. De doorvaart voor schepen is hiermee onmogelijk geworden en het leeglopen van het Albertkanaal, bij de eventuele vernietiging van de sluizen op het kanaal Briegden-Neerharen, verhinderd.

    Opstelling 2C op 10 mei 40 op de zuidflank van het kwartier van de GpCy 17Div.

    Wanneer de vijand contact maakt met met de pelotons van het 2Esk die opgesteld staan  langs de Vooruitgeschoven Stelling barst overal geweervuur uit. Te Neerharen sneuvelen Luitenant de Crawhez, pelotonscommandant van het 4de Peloton, en de Soldaat Colpaert. Iets meer naar het noorden nabij Oud-Rekem raakt Soldaat Schelstraete zwaar gewond. Na krijgsgevangen genomen te zijn wordt hij door de Duitsers overgebracht naar het Haupt-Kriegsgefangenenlazarett van Maastricht waar hij op 11 juli aan zijn verwondingen overlijdt [13].

    Op de zuidflank van het onderkwartier van het 2Esk bewaakt de 5Cie van II/2C de brug van Briegden. De 5Cie heeft een steunpunt ingericht ten noorden van het gehucht Briegden terwijl de springinrichting aan de brug bewaakt wordt door een sectie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg. De springinrichting zelf werd geplaatst door het 21Gn. Kapitein Louis, commandant van de 5Cie/II/2C wil de brug van Briegden zo snel mogelijk laten springen na het nieuws van de luchtlanding op de brug van Veldwezelt vernomen te hebben. De brug van Briegden is echter geen objectief voor de Duitse parachutisten en het wachtdetachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg weigert om op zijn vraag in te gaan omdat de brug op de binnenlooproute ligt van de 5de en 6de Cie van het Bn CyF Lim en van de GpCy 17Div. Kapt Louis besluit het bevel te negeren en poogt zelf de brug te laten springen maar slaagt er niet in het kunstwerk op te blazen omdat het ontstekingsmechanisme nergens te vinden is. De mannen die het wel weten – het wachtdetachement van de grenswielrijders – zijn om 04u30 ijlings vertrokken om overlevenden uit het puin te redden van hun gebombardeerde kazerne te Lanaken die op 200 meter van de brug lag. In de late namiddag loopt de 5Cie/Bn CyF Lim binnen over de brug op de voet gevolgd door de Duitsers. De 6Cie/Bn CyF Lim en het 2Esk/GpCy 17Div slagen er niet meer in om de brug te Briegden nog te overschrijden en steken het Albertkanaal over ter hoogte van Diepenbeek. Wanneer Adjt KROLt Brasseur tijdens de late vooravond de brug van Briegden passeert stelt hij vast dat de ploeg van de Grenswielrijders die het vernielingsdispositief van de brug diende te bewaken, niet langer aanwezig is. Bovendien zijn de eerste Duitse troepen in de buurt opgedoken. Adjudant KROLt Brasseur zet zijn manschappen aan het werk om de brug te vernielen, maar het detachement moet zich terugtrekken onder de vijandelijke vuur. Sergeant Giard, Korporaal Gheerts en de Soldaten Stilmant en Laloup van het 21Gn verliezen hierbij het leven. Er vallen ook enkele gewonden en een aantal manschappen wordt krijgsgevangen gemaakt. Brasseur besluit de duisternis af te wachten om een nieuwe poging te wagen maar kan tijdens de nacht de detonator niet terugvinden.

  • 3Esk/GpCy 17Div
    Het 3Esk, dat verschillende mitrailleursecties in versterking gaf aan de twee eskadrons in lijn, lijdt bij de gevechten van 10 mei heel wat verliezen. In de vroege ochtend wordt Sdt De Raeve zwaar gewond bij het Duitse luchtbombardement op de brug van Neerharen. Hij wordt overgebracht naar een hospitaal in Hasselt waar hij later aan zijn verwondingen bezwijkt. De soldaten Van Den Haute en Silverberg sneuvelen tijdens vuurgevechten te Lanaken en Neerharen, Soldaat Gilbert komt om bij een bombardement in Vroenhoven en Soldaat Hocedez komt om in een bombardement nabij de  brug van Veldwezelt [14].

Geplande dwarsstelling van het I/LK die in de ochtend van 11 mei diende bezet te worden

Geplande dwarsstelling van het I/LK die in de ochtend van 11 mei diende bezet te worden door ondermeer GpCy 17Div. (projectie op recente kaart)

Staf/GpCy 17Div
De laatste wielrijders steken rond 02u30 het Albertkanaal over waarna de colonnes hergroeperen te Sint-Truiden. Veel tijd om uit te rusten krijgt de wielrijdersgroep niet.  Omdat de op 10 mei geplande tegenaanval van de 7de Infanteriedivisie (7Div) tegen de Duitse bruggenhoofden van Veldwezelt en Vroenhoven niet is kunnen doorgaan werkt het HK van het I/LK tijdens de nacht van 10 op 11 mei het plan uit om een dwarsstelling (oftewel bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te verlengen tot in Tongeren. De 4de Infanteriedivisie (4Div) moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren. Het plan wordt om 03u50 overgemaakt aan de betrokken eenheden. Aangezien de infanterieregimenten van de 7Div over de ganse lijn aangeklampt zijn door de vijand en de divisie, behoudens het Wielrijderseskadron van de 7Div (EskCy 7Div) en de tot twee T13 gereduceerde Cie C47/T13 7Div, niet over reserves beschikt worden volgende eenheden door het I/LK in steun van de 7Div gegeven; het Bataljon Grenswielrijders Limburg (vier van de zes compagnies),  de GpCy 17Div, het 2de Eskadron van de Iste Groep van het 1ste Regiment Lansiers (2/I/1L) en het 2de Regiment Lansiers (2L).  Het Bataljon Grenswielrijders Limburg (-) moet Kleine Spouwen en Rijkhoven voor zijn rekening nemen en de GpCy 17Div, het 2/I/1L en het 2L moeten samen met EskCy 7Div en de Cie C47/T13 7Div het zuidelijk gedeelte van de stelling bemannen.

De Staf/GpCy 17Div ontvangt zijn orders via het HK van het Cavaleriekorps die de wielrijdersgroep de opdracht geeft om zich naar Tongeren te begeven. Onderweg naar Tongeren stopt Majoor van Derton te Borgloon bij het achterwaarts HK van het I/LK waar hij meer details krijgt over zijn nieuwe opdracht. De wielrijdersgroep moet een in der haast opgeworpen stelling langsheen de spoorlijn Bilzen-Tongeren bezetten ter hoogte van ’s Herenelderen. De eskadrons nemen hun nieuwe posities in en vallen er rond 10u00 ten prooi aan een hevig luchtbombardement. Een uur later wordt de verdediging van de dwarsstelling al opgegeven door het I/LK en de wielrijdersgroep wordt doorgezonden naar Piringen ten westen van Tongeren. De groep versterkt met het EskCy 7Div en de twee T13 tankjagers moet er de steenweg van Tongeren naar Sint-Truiden afgrendelen. De stelling wordt bemand tot de eerste tanks van de 4de Duitse Panzerdivisie [4(DEU)PzDiv] rond 13u30 te Tongeren opduiken waarna de stelling wordt opgegeven en de groep naar Borgworm (oftewel Waremme) wordt doorgestuurd. Via Hannuit en Tienen gaat het naar Leefdaal waar om 18u30 tussen de Britse troepen halt gehouden wordt. De groep wordt dan gesplitst: de eerste helft kantonneert te Tervuren, de tweede helft te Geldenaken.

Staf/GpCy 17Div
De groep blijft aangehecht bij het I/LK en zal niet terugkeren naar de 17de Infanteriedivisie die zich nog steeds ten noorden van Antwerpen bevindt. Nu bij de Belgen de aftocht naar de K.W. Stelling in volle gang is, worden de eenheden van het I/LK in het achtergebied van deze nieuwe verdedigingslinie in reserve geplaatst. Na de haastige terugtocht uit Limburg moet begonnen worden met de reorganisatie van de eenheden. De eenheden van het I/LK worden meer uitgespreid en gehergroepeerd ten westen van het Kanaal van Willebroek. De Wielrijdersgroep zal Tervuren moeten verlaten en krijgt opdracht zich de volgende dag naar het dorpje Relegem tussen Wemmel en Zellik te begeven.

Staf/GpCy 17Div
Majoor van Derton en zijn manschappen komen aan te Relegem. De groep wordt herschikt door de grote verliezen herschikt tot een eenheid met slechts twee eskadrons. Nadat het 1ste en het 2de Eskadron terug op volle sterkte gebracht zijn met de manschappen en het materieel van het 3de Eskadron, wordt dit laatste naar een depot gestuurd om zich opnieuw uit te rusten.

Staf/GpCy 17Div
De groep reorganiseert te Relegem tot de ontruiming van de K.W. Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

Staf/GpCy 17Div
De groep blijft te Relegem.

Staf/GpCy 17Div
De groep blijft te Relegem.

Tijdens de nacht van 16 op 17 mei vervoegt de Wielrijdersgroep de aftocht van het leger naar de nieuwe verdedigingslijn die van Terneuzen over Gent tot Oudenaarde loopt.

Wachtmeester René Louwers van de Gp Cy 17Div tijdens de mobilisatie (foto: Ben De Staercke).

Wachtmeester René Louwers van de Gp Cy 17ID tijdens de mobilisatie (foto: Ben De Staercke).

Staf/Gp Cy 17Div
De groep Van Derton is aangekomen te Afsnee ten westen van Gent. De groepscommandant stelt zijn commandopost op in dit dorp.

1/Gp Cy 17Div
Het 1ste Eskadron krijgt een de opdracht de bruggen over het Afleidingskanaal van de Leie te Landegem en Merendree te bewaken.

2/Gp Cy 17Div
Het 2de Eskadron wordt toegewezen aan de bewaking van de bruggen over het Kanaal Gent-Brugge net ten westen van de Arteveldestad.

Staf/GpCy 17Div
De gidsen van Majoor Van Derton blijven hun nieuwe bewakingsopdrachten uitvoeren. De groep heeft bewakingsdetachementen nabij alle bruggen tussen Nevele en Vinderhoute.

Staf/GpCy 17Div
Nog steeds bij het Iste Legerkorps aangehecht, blijft de groep de bruggen van Nevele tot Vinderhoute bewaken. Deze opdracht blijft duren tot de aftocht van het leger uit Gent op 23 mei.

Staf/GpCy 17Div
Majoor Van Derton ontvangt het bevel om zich vanaf 21u30 terug te trekken naar de linkeroever van het Afleidingskanaal van de Leie. De groep zal in de regio Wingene de reservemacht van het Iste Legerkorps blijven vormen.

Nadat tussen 21u30 en 23u00 de bruggen te Drongen, Mariakerke, Vinderhoute en Landegem door de genie vernield worden, trekken de wielrijders zich terug. Na een tocht over Nevele, Poeke en Wingene wordt Ruddervoorde bereikt.

Staf/GpCy 17Div
De wielrijders komen aan te Ruddervoorde tussen 04u00 en 08u30. De manschappen worden toegewezen aan hun nieuwe kantonnementen in de Hazelbeekstraat en maken nu deel uit van de reservemacht van het Iste Legerkorps.

Staf/Gp Cy 17Div
Het Iste Legerkorps geeft Majoor Van Derton omstreeks 11u00 het bevel om zich onmiddellijk naar Oostnieuwkerke nabij Roeselare te begeven en hier eindigt de opdracht van de Gp Cy 17Div bij het I/LK. De 2de Cavaleriedivisie is op dat ogenblik bezig aan een dolle rit van Zeeland naar het zuiden van West-Vlaanderen om er ingezet te worden bij het dichten van een gevaarlijke bres tussen de Britse en de Belgische linies ten westen van Kortrijk. Deze opening is er ontstaan nadat het 3Li en 4Li aan de Leie net ten zuiden van Kortrijk verslagen werden bij een Duitse oversteekpoging over de rivier.

De GpCy 7Div zal de enige reservemacht vormen van de 2de Cavaleriedivisie en moet te Oostnieuwkerke zijn instructies ontvangen. Majoor Van Derton wordt doorgestuurd naar Beselare om tussen Geluwe en Wervik toch maar het contact met de Britten trachten te behouden. Na aankomst te Beselare krijgen de manschappen te horen dat de posities aangepast worden en ze naar de noordrand van Wervik moet doorrijden. Uiteindelijk zijn Van Dertons manschappen hier rond 21u00 op post.

1/Gp Cy 17Div en 2/Gp Cy 17Div
Samen met het II/2Cy neemt het 1ste Eskadron de linkerflank in, terwijl het 2de Eskadron op de rechterflank te Wervik de verbinding met de Britten maakt. Hier stuiten de wielrijders al snel op de vijand. Rond 23u00 komt het tot vuurgevechten in de zone van het 1ste Eskadron en het II/2Cy.

In de loop van de avond verlaten de laatste Britten ten zuiden van Wervik de oever van Leie over om zich verder terug te trekken in de richting van de grenspositie. De zuidelijke flank van het Belgische leger komt nu definitief bloot te liggen.

De rest van de nacht verloopt relatief rustig.

Tijdens de vroege ochtend van 25 op 26 mei slagen de Duitsers er in te infiltreren tussen de Belgische eerste en tweede linies en omstreeks 05u30 valt de vijand het steunpunt van de wielrijders nabij kilometerpaal 1 op de baan Geluwe-Wervik. De Duitsers slagen er al snel in om de weg over te steken en dringen verder door.

Om 06u45 beveelt het Iste legerkorps de algemene aftocht naar de spoorlijn Ieper-Roeselare waar de genie in alle haasten met honderden goederenwagons een geïmproviseerde barrière heeft aangelegd.

Een kwartier later verlaat het 1L het dorpje Geluwe en wordt het 1ste eskadron van de groep Van Derton zwaar aangevallen. De groep ligt nu op de rechterflank van het I/2Cy en tracht nog steeds de link te maken met de Britten. Van Derton ontdekt echter dat deze de sector verlaten hebben zonder de Belgen in te lichten. Zijn manschappen kunnen slechts met zware verliezen het contact met de vijand verbreken en vluchten weg richting Zonnebeke.

Rond 09u30 komen de wielrijders aan te Westrozebeke van waar de eenheid doorgestuurd wordt naar nieuwe kantonnementen te Vijfwegen nabij Roeselare.

Te Vijfwegen likt de groep zijn wonden na de zware strijd rond Geluwe en Wervik. Door het grote aantal achterblijvers en gewonden is de eenheid herleid tot slechts één enkel eskadron. Er wacht de manschappen echter een nieuwe actie om alweer een nieuwe brandhaard aan het front te helpen blussen.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei werd op de spoorlijn Ieper-Roeselare een geïmproviseerde anti-tankhindernis aangelegd met honderden buffer-aan-buffer geplaatste goederenwagons.

Deze poging om de vijand op de spoorlijn Ieper-Roeselare tegen te houden, zal zijn doel missen: er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons door komen. Daarenboven staan de gewassen in de meeste velden nagenoeg op volle lengte, zodat de vijand op de meeste plaatsen ongezien kan naderen. En op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voordien de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers nu ook dit handig weten te gebruiken om te naderen.

Ter hoogte van Frezenberg heeft het 3L post gevat langsheen de spoorlijn, maar tijdens de ochtend van 27 mei kan de vijand hier al snel een opening maken in de Belgische posities.  De 15de Infanteriedivisie zal hierop tussen Zonnebeke en Langemark een dwarsstelling organiseren op een mogelijke Duitse doorbraak van uit het zuiden te blokkeren.  Kolonel d’Orjo van het 2L  wordt verantwoordelijk voor deze dwarsstelling en krijgt hiervoor de volgende troepen  toegewezen:

  • De Wielerijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie
  • Het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie
  • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers
  • Het Eskadron Luchtafweermitrailleurs van de 2de Cavaleriedivisie
  • Het 7de Eskadron van 2L
  • De mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen van 2L

Kolonel d’Orjo besluit twee kwartieren in te richten: kwartier noord op de rechterflank met de wielrijders van de 1ste en 17de infanteriedivisies in de diepte gedekt door het Eskadron Luchtafweermitrailleurs en kwartier zuid op de linkerflank met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers gedekt door de mitrailleurs van 2L.  De scheidingslijn tussen deze beide kwartieren komt te Sint-Juliaan te liggen.  Hij plaatst zijn eigen commandopost te Poelkapelle.

De groep vertrekt naar Langemark. De rit duurt een goed uur en de groep kan vanaf 11u30 de linies versterken. De manschappen nemen positie in aan de rechterflank van deze nieuwe verdedigingslinie, ten zuidoosten van Langemark langsheen de Steenbeek.

De groep bevindt zich nog steeds nabij Langemark en verneemt hier het bericht van de overgave.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.
  2. Verslag gebeurtenissen I/LA, Titre V, L’action de l’artillerie, CHD Evere
  3. Historiek van het 1ste Regiment Jagers te Paard opgesteld door de verbroedering 1JP [On Line beschikbaar]: https://drive.google.com/file/d/1y1ZUV1qLeO44CUfqLDS8CpAIE_Hva6iH/view [Laatst geraadpleegd 02 november 2018].
  4. Foto genomen vanaf de dijk van het Julianakanaal richting Halstraat in Kotem. Huizen aan de overkant komen overeen met het boerderijcomplex in het gehucht Hal (ter hoogte van de Halstraat 67 – bron streetview google). Meer informatie over de pontonbrug [On Line beschikbaar]:  https://www.elsloo.info/elsloo-in-woii [Laatst geraadpleegd 11 juni2019].
  5. Bij de uitvoering van officiersverkenningen worden pelotonscommandanten, vergezeld van vier tot zes motorrijders, uitgestuurd om inlichtingen in te winnen. De rest van het peloton dat opgesteld blijft achter de Zuid-Willemsvaart wordt dan verder bevolen door de pelotonsadjunct.
  6. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  7. De Zuid-Willemsvaart (in historische bronnen vaak Verbindingskanaal Maas-Schelde genoemd) is ook één van de zeven Kempische kanalen. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart [Laatst geraadpleegd 12 juni 2019].
  8. Het Kanaal Briegden-Neerharen verbindt het Albertkanaal bij Briegden met de Zuid-Willemsvaart bij Neerharen. Het kanaal werd aangelegd tussen 1930 en 1934, samen met de aanleg van het Albertkanaal en is 4,8 km lang. Het hoogteverschil tussen het Albertkanaal en de Zuid-Willemsvaart bedraagt 20 meter en wordt opgevangen door twee sluizen. De eerste bevindt zich ter hoogte van Lanaken en Smeermaas. De spoorweg Hasselt-Maastricht, die in 1856 werd aangelegd, steekt hier het kanaal over. De tweede sluis bevindt zich ter hoogte van Neerharen.  [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_briegden_neerharen/kanaal_briegden_neerharen  [Laatst geraadpleegd 12 juni 2019] en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216486 [Laatst geraadpleegd 13 juni 2019]
  9. De opmars van de 18 (DEU) ID wordt beschreven in het boek van Major Hans-Georg von Altenstadt – “Unser Weg zum Meer” – Kriegserlebnisse einer deutschen Infanterie-Division – Verlag Die Wehrmacht Berlin 1940 – 191 pagina’s – formaat : 24 cm x 19 cm. Het boek diende Duitse propaganda doeleinden maar bevat enkele interessante foto’s van de doortocht van de 18 (DEU) ID door België en Nederland. De 18 (DEU) ID maakt samen met de 7 (DEU) ID, de 35 (DEU) ID en de 61 (DEU) ID deel uit van het IV (DEU) Legerkorps behorende tot het 6de (DEU) Leger van de Heeresgruppe B. Eenheden van drie divisies van het IV (DEU) Legerkorps stonden op 10 mei tegenover de GpCy 17Div namelijk de 7(DEU)ID en de 18 (DEU) ID in het noorden en de 35 (DEU) ID in het zuiden. De 18(DEU)ID had begin mei volgende objectieven: bruggenhoofden veroveren op het Julianakanaal, de Maas, de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal. Het hoeft weinig betoog dat de GpCy 17Div moeilijk lang stand kon houden tegen dergelijke overmacht.
  10. Achtergrondinformatie over de bunkers langs het Kanaal Briegden – Neerharen [On line beschikbaar] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/15136 [Laatst geraadpleegd 13 juni 2019].
  11. In 1940 was de naam van het huidige Oud-Rekem gewoon Rekem en lag de brug over de Zuid-Willemsvaart aan de rand van het huidige Oud-Rekem. Na de oorlog met de aanleg van een nieuwe brug meer naar het zuiden ontstond een nieuwe woonkern ten westen van het huidige Oud-Rekem. De nieuwe, grotere woonkern kreeg de naam Rekem mee en het voormalige Rekem werd na de oorlog omgedoopt tot Oud-Rekem. In de velddagboeken van de GpCy 17Div en het Bn CyF Lim wordt er uiteraard enkel gesproken over Rekem maar deze benaming verwijst in feite naar het huidige Oud-Rekem.
  12. Het 1ste Peloton van 2/21Gn, bevolen door Adjudant KROLt Henreaux maakt zich na ontvangst van het alarm klaar voor de tocht naar de voorbereide barrage aan de vernauwing van het Kanaal Briegden-neerharen ter hoogte van het Bassin van Briegden. De autocar die het detachement vervoert verlaat kantonnement te Piringen en passeert rond 04u30 aan de Kazerne Caritat de Peruzzis. Het ongeluk wil dat net op dat moment het Duitse luchtbombardement op de kazerne start. De Korporaal Croisseau en de Soldaten Lamblot en Vlasselaer komen om bij het bombardement. Adjudant KROLt Henreaux evenals de Soldaten Collard en Hans raken zwaargewond en bezwijken later aan hun verwondingen. Het detachement is buiten strijd waardoor de barrage aan het Bassin van Briegden niet gebouwd wordt.
  13. Na afloop van de gevechten op 10 mei worden de Duitsers geconfronteerd met de verzorging van een groot aantal gewonde geallieerde krijgsgevangenen waaronder vele Belgen. Initieel werden die naar hospitalen in Maastricht gebracht maar die raakten algauw overrompeld. Om aan de situatie het hoofd te kunnen bieden richten de Duitsers een Haupt-Kriegsgefangenlazarett op in het Jezuïtenklooster aan de Tongersestraat te Maastricht. Soldaat Schelstraete ligt begraven op het Belgisch ereperk van het kerkhof van Maastricht. Achtergrondinformatie betreffende  het Haupt-Kriegsgefangenenlazarett [On Line Beschikbaar] http://www.vriendenkringogl.be/van-ziekenzaal-naar-colegezaal [Laatst geraadpleegd 12 juni 2019] en ook http://www.maastrichtsegevelstenen.nl/oorlog2b3.htm [Laatst geraadpleegd 12 juni 2019].
  14. Het is nog onduidelijk wat de militairen van de GpCy 17Div deden bij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven. Verder onderzoek moet uitwijzen of zij deel uitmaakten van een verkenningsdetachement dat diende te onderzoeken wat er gaande was in de sector van de 7Div of dat zij in versterking waren van de Limburgse Grenswielrijders die de bunkers aan beide bruggen bemanden. Het is ook mogelijk dat zij als krijgsgevangenen werden afgevoerd over de bruggen die op dat ogenblik nog onder Belgisch artillerievuur (van 14A en 20A) vielen en waarbij bijna zeker doden en gewonden zijn gevallen onder de Belgische krijgsgevangen. Bij de brug van Vroenhoven sneuvelen de WM Colette van de Staf en de Soldaat Gilbert van het 3Esk, bij de brug van Veldwezelt sneuvelen de Soldaat Hochart van het 2Esk en de Soldaat Hocedez van het 3Esk. WM Colette ligt eveneens begraven op het Belgisch ereperk van het kerkhof van Maastricht.
  15. De Wilde Maurice, 1985, uitgeverij Peckmans, Kapellen. “België in de Tweede Wereldoorlog, Deel V: De collaboratie p.37. [On line beschikbaar]: http://www.dbnl.org/tekst/wild022belg02_01/wild022belg02_01_0003.php [Laatst geraadpleegd op 22 oktober 2018]. Duitsers in uniformen van de Nederlandse Marechassee proberen de brug van Elsoo intact in handen te krijgen. De poging mislukt en de brug wordt door de Nederlandse militairen opgeblazen. De brug van Elsloo is de enige brug over het Julianakanaal in Nederlands Limburg die niet intact in handen van de Duitsers is gevallen. De modus operandus van de Duitsers bij de brug over het Julianakanaal te Elsloo doet vermoeden dat dit het werk is van het Baulehr Bataljon zur besonderen Verwendung 800 (oftewel zbV 800 “Brandenburg”). Naar Duitsland gedeserteerde Nederlandse en Belgische militairen met nazi-sympathieën werden praktisch allen ingedeeld in het Brandenburger Bataljon en kregen te Spandau samen met vrijwilligers uit Sudetenland en Opper-Silezië een speciale genie-opleiding met de allermodernste wapens. Daar werd hun kennis van de Belgische en Nederlandse verdedigingsstellingen door het Duitse leger ten nutte gemaakt. Een gelijkaardige tactiek werd toegepast bij de overigens mislukte aanval op de Maasbruggen te Maastricht en te Maaseik, op de rijkswachtkazerne van Sankt-Vith en op de alarmposten aan de spoorwegviaducten van Butgenbach en  Weywertz, beiden bemand door elementen van het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders (4Cy). Bij de drie laatstgenoemde raids droegen de Duitsers burgerkledij boven hun uniform.
  16. In de velddagboeken van zowel de 5Cie als de 6Cie van het Bn CyF wordt formeel vermeld dat ze rond 15u00 het contact met de vijand verbreken en van het kanaal terugplooien. De GpCy 17Div krijgt pas bevel contact te verbreken na 17u00.
  17. Het loont de moeite om even stil te staan bij dit bombardement. Als je er van uitgaat dat in militaire operaties (meestal) niets zonder reden gebeurt en gezien de schaarste van de Duitse luchtmiddelen op een cruciaal moment als 10 mei (zeer veel doelen dienden aangevallen te worden in weinig tijd) is het moeilijk aan te nemen dat de kazerne van Lanaken enkel werd gebombardeerd in de hoop zoveel mogelijk grenswielrijders in hun vredevoet garnizoen uit te schakelen. De enige logische reden om de kazerne helemaal bovenaan de doelenlijst te zetten en onmiddellijk uit te schakelen van bij de start van de operaties is de aanwezigheid van de commandopost van de 5Cie (Cdt Giddelo had delegatie om de bruggen te laten springen in geval van een rechtstreekse grondaanval vanuit Nederland) en meer nog de telefooncentrale langs waar het bevel moest komen om de bruggen over het Albertkanaal en het kanaal Briegden – Neerharen op te blazen. Wanneer men weet dat naast de kazerne van Lanaken om 08u00, gelijktijdig met de CP van het 4Gn (organiek geniebataljon van de 4Div) te Bilzen, ook de CP van het 6Gn (organiek geniebataljon van de 7Div) te Herderen werd gebombardeerd, komt een bepaald patroon naar boven. Al deze eenheden hadden een directe rol te spelen bij de vernieling van de bruggen over het Albertkanaal (Kanne, Vroenhoven, Veldwezelt, Briegden, Gellik, Eigenbilzen, Zutendaal, Genk-Zuid en Diepenbeek) evenals de bruggen over de Zuid-Willemsvaart (Vucht, Maasmechelen, Boorsem en Oud-Rekem) en over het kanaal Briegden-neerharen (Neerharen, Tournebride, Lanaken – weg en spoorweg). Het intact in handen krijgen van deze bruggen was belangrijk voor een snelle opmars door België zeker indien de luchtlandingsoperatie op Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne mislukt zou zijn. Daar waar de vijand in Veldwezelt en Vroenhoven volledig in zijn opzet is geslaagd, was het bijna ook gelukt in de ondersector van de GpCy 17Div waar amper 30 minuten voor de aankomst van de Duitse voorhoede op Vooruitgeschoven Stelling de bruggen tot ontploffing werden gebracht. Om bevestiging te krijgen over het causaal verband tussen de verschillende bombardementen zou het interessant zijn de doelenlijst (oftewel High Priority Target List – HPTL) van de Luftwaffe te kunnen raadplegen en enig inzicht te verwerven in het targetingproces dat door de Duitsers werd gevoerd. Vooral dan door welke inlichtingen (intel) dit targetingproces werd gevoed. Dergelijke doelenlijst is allicht niet meer beschikbaar (anders was die al opgedoken) en zeker de bronnen die de inlichtingen verschaften werden vermoedelijk tijdens de oorlog reeds beschermd door de vernietiging van bepaalde inlichtingenrapporten na afloop van de operaties in België. De enige manier om de HPTL te reconstrueren is na te gaan wat en wie gebombardeerd werd op welk moment. Analyse van de plaatsen die gebombardeerd werden, waar zich tot enkele dagen voor de inval nog sleutelelementen bevonden die op het moment van de aanval elders stelling genomen hebben, kan informatie opleveren over de laatste update die aan de lijst werd aangebracht.