Wielrijdersgroep der 16ID

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie | Wi Gr 16ID
Groupe Cycliste de la 16ème Division d’Infanterie | Gr Cy 16DI
Type Verkenningseenheid van de infanterie
Ontdubbeld van 1ste Regiment Lansiers
Onderdeel van 16de Infanteriedivisie
Bevelhebber Majoor Willam Parmentier
Standplaats Franse grens (Veurne-Diksmuide)
Samenstelling 1ste Eskadron Fuseliers (Kapitein R. Almain de Hase) 1ste Peloton Fuseliers
2de Peloton Fuseliers
3de Peloton Fuseliers
2de Eskadron Fuseliers (Luitenant P. Schul)  1ste Peloton Fuseliers
2de Peloton Fuseliers
3de Peloton Fuseliers
3de Eskadron Mitrailleurs (Luitenant A. Stroobants) 1ste Sectie Mitrailleurs (Lt Gille)
2de Sectie Mitrailleurs (OLt de Burnonville)
3de Sectie Mitrailleurs (OLt de Montpellier de Vedrin)
4de Sectie Mitrailleurs (OLt Colle)

Tijdens de mobilisatie

LansiersDe eerste elementen van de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie werden reeds vanaf 28 augustus 1939 onder de wapens geroepen in de kazerne van de Lansiers te Spa. De volledige mobilisatie vond plaats te Bergen.

De nieuwe eenheid vertrok op 12 september naar het Kamp van Beverlo voor een trainingsperiode. Op 25 september werd de divisie verplaatst naar de Versterkte Positie Antwerpen om de sector Schoten te bezetten.

Bij het begin van de lente van 1940, op 1 maart, verhuisde de groep naar Mol om vervolgens op 11 april naar de Westhoek gestuurd te worden.  Aan de vooravond van de Duitse inval is de commandopost van de groep ondergebracht in Hotel Flandria op de Grote Markt 31 te Veurne.  De eskadrons zijn te Veurne en Diksmuide ingekwartierd en bewaken volgens een beurtrol vijf overgangspunten op de Belgisch-Franse grens.

Lansiers bij een aangespoelde zeemijn.

De staf van de groep wordt rondom 01u30 gealarmeerd door het hoofdkwartier van de 16de Infanteriedivisie. Majoor Parmentier wordt aanvankelijk gevraagd om zijn troepen niet te ontplooien.  Wanneer om 04u00 de divisiestaf meldt dat er een mogelijke Duitse inval verwacht wordt, gaan de eskadrons van de groep het terrein op.

Het 2de Eskadron is ingekwartierd te Veurne, met uitzondering van het 2de peloton dat de grensovergangen te Houtem (Post 3), Leisele (Post 4) en Beveren-Ijzer (Post 5) bewaakt.

Tussen 05u30 en 06u00 melden de vijf grensposten dat de posities overvlogen worden door Duitse toestellen.  Post 3 en 4 worden daarbij gemitrailleerd zonder verdere gevolgen.

Majoor Parmentier ontvangt rond 06u30 bevestiging dat ons land in oorlog is en dat hij vrije doorgang moet verlenen aan elke Franse en Britse eenheid die ons land zou willen binnentrekken.

Parmentier werkt aan de opstelling van zijn troepen: om 09u00 beveelt hij aan het 2de eskadron om de telefooncentrales en het station van Veurne te bezetten. en stelt hij zijn 3de eskadron mitrailleurs op in luchtverdedigingsstellingen doorheen Veurne.

Nog geen uur later trekken de eerste gemotoriseerde eenheden van het Franse 7de leger door de Westhoek. De Fransen zijn op weg naar Zeeland om er de Nederlandse linies te gaan versterken. De doortocht zal tot laat in de nacht duren.

Om 02u00 krijgt de groep de opdracht om naar Torhout te vertrekken. De wielrijders komen aan rond 06u00. Majoor Parmentier opent zijn commandopost op de marktplaats. Het 3de eskadron wordt opnieuw verantwoordelijk voor de luchtverdediging. Het 2de eskadron gaat in stand-by als de mobiele reserve van het commando van de Maritieme Basis.

Even voor 13u00 vraagt de Maritieme Basis om een van de eskadrons uit te sturen naar Proven nabij Poperinge voor een anti-parachutistenopdracht.  Het 2de eskadron vertrekt en meldt om 19u00 ter plekke klaar te staan voor elke interventie.

De groep verblijft nog steeds te Torhout. Er worden bewakingsopdrachten en patrouilles uitgevoerd.

De voormiddag verloopt rustig voor de manschappen van Majoor Parmentier.  Om 10u00 laat de divisiestaf weten dat de groep uit het commando van de Maritieme Basis wordt gelicht en opnieuw onder bevel van de divisie staat.

De divisiestaf beveelt rond 14u00 dat de staf en het 3de eskadron naar Eeklo dienen te vetrekken en het 1ste eskadron naar Brugge gestuurd moet worden.  Majoor Parmentier passeert twee uur later op de divisiestaf te Gent ter bevestiging van de nieuwe missie.  Paremtier wordt aangeduid tot militaire plaatscommandant van Eeklo.

De staf en het 3de eskadron bereiken Eeklo tegen 20u00.

De staf van groep neemt met het 3de eskadron de verdediging van overgangspunten over het Afleidingskanaal van de Leie rond Balgerhoeke over en werkt samen met de plaatselijke Rijkswacht en de de hulptroepen van het leger.

Het 1ste eskadron bevindt zich nog te Brugge; het 2de eskadron te Poperinge.

De ganse dag worden patrouilles gelopen in Poperinge, Brugge, Balgerhoeke en Eeklo. In ons land heerst tijdens de eerste oorlogsweek een ware parachutistenkoorts en het gonst van geruchten over mogelijke luchtlandingen.

Rond 14u00 krijgt het 2de eskadron te Poperinge het bevel om zich klaar maken om naar Eeklo te vertrekken.

Majoor Parmentier ontvangt om 09u00 een telefoonbericht van de divisiestaf.  De groep wordt uitgestuurd naar het Kanaal Gent-Terneuzen om tussen Langerbrugge in het zuiden en Terneuzen in het noorden alle overgangen over deze waterweg te gaan bewaken.  Het 2de eskadron wordt omstreeks 10u00 teruggeroepen uit Poperinge.

Na de middag ontvangt het hoofdkwartier onverwachts de melding van het Groot Hoofdkwartier dat het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) een aftocht naar het westen bevolen heeft.  Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.  Deze nieuwe linie zal tegen 19 mei volledig bezet worden.

De eskadronscommandanten worden rond 13u00 gebriefd over de nieuwe missie.  De groep start de verplaatsing naar het kanaal om 14u30.  De commandopost van Majoor Parmentier zal te Assenede opgesteld worden.  Het 1ste en het 3de eskadron worden tussen 16u00 en 17u00 uitgestuurd naar hun nieuwe posities.  Het 2de eskadron komt tegen 20u30 aan op het kanaal.

Het 1ste eskadron wordt aan het noordelijke uiteinde van het kanaal opgesteld en krijgt zijn commandopost te Sas-van-Gent.  Het 2de eskadron neemt de zuidelijke overgangspunten voor zijn rekening en plaatst zijn commandopost te Terdonk.  Het 3de eskadron stuurt telkens twee secties mitrailleurs naar de twee eskadrons fuseliers.

De manschappen werken nog tijdens de nacht aan het inrichten van steunpunten en loopgrachten in afwachting van de aankomst van de eerste troepen van de K.W. Stelling en de Versterkpe Positie Antwerpen.

Van op het steunpunt te Terneuzen meldt pelotonscommandant Onderluitenant Pigault de Beaupré omstreeks 02u00 dat de Franse troepen die Zuid-Beveland bezet hadden in volle terugtocht lijken te zijn.  Talrijke vaartuigen die de Franse militairen terugbrengen, meren aan te Terneuzen.  De Fransen zijn erg aangeslagen door hun aftocht en lijken er van overtuigd dat het Duitse leger hun op de hielen zit en een aanval over de Schelde op Zeeuws-Vlaanderen plant.

Een stafofficier van het Iste Legerkorps bezoekt de commandopost van Majoor Parmentier te Assenede omstreeks 04u00 om hem in te lichten over de situatie langsheen de Schelde.  Parmentier leert dat het Cavaleriekorps actief zal zijn in het Waasland om de terugtocht van de divisies uit de Versterkte Positie Antwerpen te dekken.  De groep dient het kanaal te bezetten tot de aankomst van de eerste elementen van de infanterie van het Vde Legerkorps in de loop van de avond van 17 mei.

Tussen 16u00 en 17u00 vindt een schietincident plaats te Terneuzen wanneer een dolgedraaide officier van het Franse leger zijn pistool trekt en op iedereen die beweegt begint te schieten.  In de paniek die hierop ontstaat openen verschilende Belgen en Fransen het vuur.  Er vallen zeven doden onder de Franse militairen.

Majoor Parmentier tracht te weten te komen wie hem precies zal aflossen te Assenede.  Eerst zou het om Ardeense Jagers gaan, maar dan wordt bevestigt dat hij het 14de Linieregiment moet verwachten.

Het 14Li zou de groep rond de middag moeten aflossen maar blijkt nog onderweg te zijn.

De troepen van het Franse leger verlaten het Kanaal Gent-Terneuzen en trekken zich terug naar het westen.

Het 14Li komt vanaf 03u00 aan in de ondersector van Majoor Parmentier. De aflossing moet onmiddellijk gebeuren, maar wordt vervolgens uitgesteld tot 08u30 omdat de manschappen van het 14Li te vermoeid zijn na een drie opeenvolgende nachtmarsen.

Vanaf 09u00 wordt de groep teruggetrokken van het kanaal.  De eenheid wordt doorgestuurd naar Merelbeke.

Het Iste Legerkorps is aangeduid om met de 1Div, 16Div en 18Div zal deel te nemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent.  Het legerkorps zal opgesteld worden vanaf het Grootdok aan het kanaal Gent-Terneuzen in het noorden tot aan Melle langs de Schelde in het zuiden.  Op de linkerflank zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok tot Destelbergen. Ten zuidoosten van Gent wordt de 16Div opgesteld met op de linkerflank het 41Li in boogvorm vanaf Heusden tot de noordrand van Melle en het 44Li op de rechterflank tot de zone tussen Melle en Kwatrecht. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden.

Om 14u00 worden de eskadrons opgetrommeld te Sint-Denijs-Westrem en de baan opgestuurd naar Zwijnaarde.

Rond 03u00 komen de wielrijders aan te Zwijnaarde en een uur later krijgt Majoor Parmentier de opdracht om zich naar de Scheldebrug te begeven en verdere bevelen van het 44Li in ontvangst te nemen. Bij de brug wordt echter niemand gevonden van dit regiment. Parmentier kan toch contact opnemen met de commandopost van het 44Li en stelt vervolgens zijn eskadrons op langsheen de Scheldeoever:

  • de commandopost wordt geopend te Lindenhoek
  • het 1ste eskadron krijgt twee secties mitrailleurs toegewezen en gaat in stelling in het bos nabij het Kasteel Drory en de baan naar Gontrode
  • het 2de eskadron ontvangt eveneens twee secties mitrailleurs en krijgt het gebied tussen de spoorlijn naar Brussel en de lijn naar Dendermonde toegewezen. Ten oosten liggen de Ardeense Jagers, terwijl in het zuiden het 5Li zich klaar houdt voor een tegenaanval

De groep is tegen 07u00 ontplooid op deze nieuwe stellingen en valt vrijwel onmiddellijk onder vijandelijk artillerievuur. Die voormiddag worden twee officiersverkenningen uitgestuurd naar Voorde en Laarne om het commando van de 16de infanteriedivisie op de hoogte te houden van de vijandelijke opmars naar het Bruggenhoofd Gent.

Tijdens de loop van de avond worden de posities versterkt door de aanleg van een mijnenveld met zo’n 500 landmijnen. Het 5Li dat zich verder naar het zuiden bevindt, heeft contact gemaakt met de vijand en men vreest dat de Duitse troepen zullen doordringen naar de sector van de 16de divisie. Deze opmars komt er echter niet.

Diezelfde avond worden opnieuw officiersverkenningen uitgestuurd naar Ede, Laarne en Destelbergen.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen het Bruggenhoofd Gent opgeven en over de Leie trekken, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

De 16de divisie wordt in de loop van de late namiddag naar Gent gestuurd en zal positie innemen in Gent-Zuid vanaf de brug te Zwijnaarde tot aan de Keizersbrug in de binnenstad.

Tijdens de nacht wordt de Wielrijdersgroep teruggetrokken van Gent naar het kasteel Puttenhove aan de Putstraat ten zuiden van de stad. Vervolgens wordt de eenheid doorgestuurd naar het nabije Sint-Denijs-Westrem. Majoor Parmentier wordt hier omstreeks 13u00 bij de divisiecommandant ontboden die hem op de hoogte stelt van de massale Belgische overgaven in de Gentse binnenstad.

Om te vermijden dat de situatie helemaal rampzalig wordt, worden de lansiers samen met een detachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg rondom 15u15 naar de buurt van het Sint-Pietersstation gestuurd. De taak van de wielrijders bestaat er in de zuidflank van de divisie te helpen dekken.

Even voor 17u00 breken schermutselingen uit wanneer de eerste Duitse soldaten opdagen voor de linies van de mannen van Majoor Parmentier. De majoor vraagt aan de Belgische artillerie om het Citadelpark en de Leopoldskazerne onder vuur te nemen. De posities aan de zuidrand van de stad worden behouden tot ongeveer 22u00, waarna de wielrijders de achterhoedestellingen van het 41Li en het 44Li overnemen en tot middernacht op post blijven.

Vervolgens zet de eenheid zich in het kielzog van de rest van hun divisie in beweging naar het Afleidingskanaal van de Leie. Gent wordt ontruimd door de laatste Belgische troepen.

De groep fiest door de nacht via Sint-Martens-Latem, de Scheldebrug te Baarle, Vosselare en Nevele naar het Afleidingskanaal. Door de talrijke verkeersopstoppingen duurt de tocht de voormiddag.

Die middag wordt Majoor Parmentier ontboden op de staf van de 16de divisie. Hij verneemt er dat zijn groep zal afgesplitst worden van de rest van de divisie om zich naar het Leiefront te begeven. Parmentiers troepen zullen onder het bevel van het Iste legerkorps blijven en moeten te Ruddervoorde verdere instructies in ontvangst nemen. Aldaar aangekomen volgt het bevel om de nieuwe Groepering Leroy te Roeselare te vervoegen.

Deze Groerping Leroy is in alle haasten samengesteld om de zuidflank van het Belgische leger te helpen beschermen tegen een mogelijke aanval van de Duitse troepen die de Franse kust bereikt hebben nabij Boulogne en Calais. Het samenraapsel van het Bataljon Grenswielrijders Limburg, de groepen wielrijders van de 13de en de 16de infanteriedivisie en de compagnie T13 van de 10de infanteriedivisie moet zich ontplooien op de linie Ieper-Komen. De bevelhebber van de groepering wordt Generaal Leroy van het IVde legerkorps. Ook het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps wordt aangehecht bij deze formatie, maar de tanks krijgen vrijwel onmiddellijk een andere opdracht en komen niet aan.

De manschappen zetten zich om 20u00 op weg en willen twee en een half uur later aankomen te Roeselare. Onderweg loopt het echter mis wanneer Majoor Parmentier bij een auto-ongeval betrokken raakt. Kapitein Robert Almain de Hase neemt het bevel over.

De groep komt door het incident met zijn bevelhebber slechts omstreeks 00u30 aan te Roeselare en wordt ontplooid langsheen de spoorweg Kortrijk-Roeselare, daarbij front makend naar het oosten. De Groepering Leroy zal immers niet langer gebruikt worden om de zuidelijke flank te dekken, maar moet tussenbeide komen om de Duitse opmars over de Leie trachten te stoppen.

De Groepering Leroy kan maar met de grootse moeite de haar toegewezen eenheden verzamelen en ontplooien. Tijdens de nacht van 24 op 25 mei lukt het uiteindelijk toch om enige cohesie te verkrijgen en worden de verschillende detachementen opgesteld langsheen de linie Menen-Moorsele-Gullegem. Ook het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers is toegevoegd aan het commando van Leroy.

De wielrijders worden opgesteld aan het uiterste uiteinde van deze linie rond Heule. Vanaf de vroege ochtend vallen de eskadrons ten prooi aan het vijandelijke artillerievuur. Wanneer in de sector van het 24Li de Duitsers een doorbraak forceren, moet de groep achteruit. Een nieuw steunpunt wordt in alle haasten opgeworpen te Sint-Eloois-Winkel. Ook deze stelling dreigt overrompeld te worden en de wielrijders worden naar Oekene teruggedreven.

De Wielrijdersgroep wordt aangehecht bij de 10de Infanteriedivisie die aan zuiden van Roeselare een nieuw front tracht te vormen. De divisiestaf laat de groep ontplooien op het tweede echelon van de divisie, langsheen de spoorlijn Roeselare-Menen ter hoogte van het gehucht Veldmolen net ten oosten van het dorp Beitem.

De eskadrons zijn rondom 10u00 klaar met de installatie en wachten de verdere gebeurtenissen af. Op het middaguur ontvangt de groep het bevel om zich net ten westen van Ledegem naar het zuid-westen op te stellen. Ten gevolge van de Duitse opmars richting Geluwe wordt rond Ledegem een nieuwe grendelstelling ingericht samen met het Wielrijderseskadron van de 10de Infanteriedivisie en vier T13 pantserwagens. Deze groepering komt onder het bevel van Majoor Hullebroeck van het Iste bataljon van het 6de Jagers te Voet te staan.

De groep voltooit de verplaatsing tegen 15u00 en stuurt enkele patrouilles uit in de richting van Dadizele om de verbinding met de aldaar opgestelde 2de Cavaleriedivisie te verzekeren. Het zwaartepunt van de vijandelijke aanval komt te Geluwe te liggen, maar rondom Dadizele komt het tot gevechten. De wielrijdersgroep raakt rond Ledegem eveneens betrokken in schermutselingen.

Te 23u00 wordt de aftocht bevolen. De stellingen zullen tussen 01u00 en 01u30 verlaten worden.

Tussen 01u00 en 01u30 verlaten de eskadrons hun posities. Via Roeselare en Hooglede wordt naar het nabije gehucht Hoge gereden waar de colonne rond 03u00 aankomt. De getalsterkte van de groep is tot ongeveer 450 militairen herleid.

De rest van de dag wordt gerust. Na de middag wordt de groep opnieuw aangehecht bij de 16de Infanteriedivisie. De eskadrons vertrekken rondom 15u30 richting Wingene. Kapitein Almain de Hase rijdt onmiddellijk door naar de divisiestaf te Ruddervoorde voor nieuwe orders.

Op weg naar Wingene wordt de groep echter onderschept door een stafofficier van het IVde Legerkorps die de wielrijders onmiddellijk naar Ardooie doorstuurt om hier de Belgische linies te versterken. Almain de Hase verneemt het nieuws te Ruddervoorde en zal zijn eenheid niet meer vervoegen.

De inplaatsstelling rond Ardooie mislukt en in de chaos van de gevechten worden de meeste militairen gevangen genomen door de snel oprukkende vijand. Alleen Luitenant Stroobants kan ontkomen met een van de secties mitrailleurs en het bagage-echelon van de groep.

Luitenant Stroobants en zijn detachement kan Ruddervoorde bereiken waar samen met Kapitein Almain de Hase het nieuws van de capitulatie vernomen wordt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.