Wielrijdersgroep der 15ID

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wielrijdersgroep der 15de Infanteriedivisie | Wi Gr 15ID
Groupe Cycliste de la 15ème Division d’Infanterie | Gr Cy 15DI
Type Verkenningseenheid van de infanterie  
Ontdubbeld van 2de Regiment Jagers te Paard  
Onderdeel van 18de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Majoor André de Ryckman de Betz  
Standplaats Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten
Ondersector Turnhout-Arendonk van de Vooruitgeschoven Stelling
Commandopost te Turnhout
 
Samenstelling 1ste Eskadron Fuseliers (Luitenant Pierre Weyel)  
  2de Eskadron Fuseliers (Luitenant Paul de Géradon)  
  3de Eskadron Mitrailleurs (Kapitein André Massart)  

Tijdens de mobilisatie

Leopoldkazerne te Namen waar de GpCy 15Div op 11 september 1939 gemobiliseerd werd

Leopoldkazerne te Namen waar de GpCy 15Div op 22 september 1939 gemobiliseerd werd

Staf/GpCy 15Div
De Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (GpCy 15Div) werd op 22 september 1939 onder de wapens geroepen in de Leopoldkazerne te Namen bij de afkondiging van Fase D van het mobilisatieplan. De GpCy 15Div is samengesteld uit reservisten van de klassen 31 tot 34 van het 2de Regiment Jagers te Paard (2JP).

De GpCy 15Div is de organieke groep verkenners van de 15de Infanteriedivisie (15Div), een infanteriedivisie van tweede reserve. In tegenstelling tot de actieve infanteriedivisies en de infanteriedivisies van eerste reserve, die beschikken over een Wielrijderseskadron, worden de infanteriedivisies van tweede reserve versterkt met een Wielrijdersgroep die uit meerdere eskadrons bestaat. Majoor André de Ryckman de Betz wordt aangesteld als commandant van de nieuwe eenheid.

De groep verlaat de 15Div al enkele dagen na zijn mobilisatie en begeeft zich naar Leuze-en-Hainaut om er onderdeel uit te maken van de Groepering Mathieu die de Frans-Belgische grens in Midden-België bewaakt. De jagers brengen de ganse mobilisatiewinter door op diverse standplaatsen langsheen de grens met onze zuiderburen. Eind februari volgt een verplaatsing naar de Kempen waar de groep onder bevel wordt geplaatst van de 18de Infanteriedivisie (18Div).

De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Voor het IVde Legerkorps (IV/LK) betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten achter het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [1] vanaf Dessel tot Sint-Lenaarts. Deze opdracht wordt toevertrouwd aan de 18Div. De taak van de 18Div bestaat enerzijds in het bezetten van een aantal Alarmposten (Postes d’alerte oftewel PA) [2] van de Alarmstelling langsheen de Belgisch-Nederlandse grens en het uitsturen van zogenaamde Officiersverkenningen (Reconnaissances d’officiers oftewel RO) [3] tussen de alarmposten. De alarmposten moeten de grens in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Herentals alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (Centre de Renseignements Avancé oftewel CRA)  van Herentals maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen. De GpCy 15Div zal de alarmposten van Meer, Meerle, Weelde en Maarle bemannen. Anderzijds moet de 18Div, ingeval van een Duitse aanval, de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in zijn sector vernietigen en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling tijdelijk verdedigen totdat de eenheden die de Dekkingstelling moeten bezetten zich hebben opgesteld achter het Albertkanaal.

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

De 18Div is echter sterk uitgedund want op 11 april 1940 stuurt het Groot-Hoofdkwartier (GHK) de staf en twee bataljons van het 3de Regiment Grenadiers  naar West-Vlaanderen om er te worden afgedeeld bij de Maritieme Basis voor de bewaking van de Belgische kust.  De 18Div is definitief een deel van zijn infanterie kwijt. Ook het 26ste Regiment Artillerie (26A), de divisieartillerie, wordt doorgestuurd naar het het Vde Legerkorps in de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). Ter compensatie ontvangt de divisie bijkomende vuursteun van de Compagnie C47 op T13 van de 2de Infanteriedivisie en de Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A). Ook het IV/LK ontneemt de 18Div een infanterieregiment om ingezet te worden als legerkorpsreserve. Initieel wordt het 3de Regiment Karabiniers (3C) hiervoor aangeduid.

Er resten de 18de Infanteriedivisie nog 4 infanteriebataljons aan de kanaaloever, samen met de GpCy 15Div en de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie (GpCy 18Div). De 18Div (-) moet met deze eenheden een een bijzonder lang front van 40 Km bemannen. De beschikbare eenheden worden verdeeld over drie ondersectoren; de Ondersector West van Sint-Lenaarts tot Beerse, de Ondersector Centrum rond Turnhout van Beerse (exclusief) tot Arendonk (exclusief) en de Ondersector Oost van Arendonk tot De Maat.

Op 7 mei 1940 roteert het 3de Regiment Karabiniers (3C) met het 39ste Linieregiment (39Li) die de opdracht van legerkorpsreserve overneemt  van 3C. Na afgelost te zijn door 3C verlaat het 39Li op 9 mei de divisiesector om zich naar kantonnementen te Merksem en Deurne binnen de Versterkte Positie Antwerpen te begeven en er de nieuwe reservemacht van het IV/LK te vormen.

De Belgisch-Nederlandse grens te Maarle met zicht op België richting Poppel.

Staf/GpCy 15Div
Op 10 mei 1940 is de groep nog steeds aangehecht bij de 18Div. Het merendeel van de troepen van de groep staat opgesteld in de Ondersector Centrum en opereert onder bevel van het pas in de divisiesector toegekomen 3de Regiment Karabiniers (3C).

De commandopost van de GpCy 15Div heeft zich te Turnhout geïnstalleerd waar ze rond middernacht het algemeen alarm ontvangen. In opdracht van de 18Div stuurt de groep twee Officiersverkenningen uit. Een eerste officiersverkenning (RO1), geleid door Onderluitenant de Saint-Hubert van het 2de Eskadron, moet een verkenning uitvoeren in Nederland ten oosten van Arendonk. De tweede officiersverkenning (RO2) moet de omgeving van Maarle ten noorden van Poppel verkennen. Omstreeks 03u30 geeft de divisiestaf bevel aan de alarmposten om over te gaan tot het blokkeren van de toegangswegen uit Nederland naar België met geïmproviseerde middelen. Een half uur later komt er een tegenbevel van de divisie binnen. De wegen naar Nederland moeten open blijven om het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] toe te laten Nederland binnen te trekken. Het 7(FRA)Leger heeft opdracht gekregen om stelling te nemen op de lijn Moerdijk – Breda – Meer – Herentals [4]. 

Om 05u00, nog voor de afkondiging van de algemene mobilisatie, wordt Turnhout gebombardeerd waardoor de jagers zich realiseren dat de oorlog uitgebroken is. Er vallen geen slachtoffers bij de wielrijdersgroep, maar de telefoonverbinding met de staf van de 18Div wordt verbroken. Er wordt dan maar op estafetten overgeschakeld. Zo verneemt de groep rond 11u00 dat ze onmiddellijk het aantal militairen aan de grensposten moet verminderen en het overschot moet terugsturen naar Turnhout. Om 14u20 komt een eerste bericht binnen van RO1 die Boxtel heeft bereikt. Boxtel ligt enkele kilometers ten zuiden van ’s Hertogenbos.

In de late voormiddag geeft de staf van het IV/LK het bevel om de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten ten oosten van Turnhout te vernielen. De bruggen tussen Sint-Lenaarts en Turnhout blijven intact om de opmars van het 7(FRA)Leger naar het noorden toe te laten.  Vanaf 21u00 trekt de voorhoede van de 1ste Franse Lichte Gemechaniseerde Divisie [1(FRA)DLM] door de divisiesector richting Turnhout. Deze onafhankelijke divisie [5] moet stelling nemen op de oostflank van het 7(FRA)Leger. Wanneer de eerste Franse verkenningstroepen toekomen in Turnhout zijn onze zuiderburen bijzonder misnoegd over het feit dat de bruggen ten oosten van Turnhout in het water liggen. Hierdoor verliest het 1(FRA)DLM een deel van zijn marsroutes naar het noorden en moet de staf van het 7(FRA)Leger enkele colonnes van het 1(FRA)DLM omleiden naar de brug van Beerse op het gedeelte van het kanaal tussen Turnhout en Sint-Lenaarts. 

1Esk/GpCy 15Div
Het 1ste Eskadron (1Esk/GpCy 15Div) staat enigszins verspreid opgesteld. De Staf/1Esk samen met het 2de en het 3de Peloton versterken het IIde Bataljon van het 3de Regiment Grenadiers (II/3Gr) in de Ondersector West. De staf van het 1Esk bevindt zich op de commandopost van dit bataljon te Oostmalle. Twee secties Hotchkiss mitrailleurs van het 3Esk zijn eveneens toegevoegd aan dit detachement. Het 2de en 3de Pl bezetten alarmposten in Meer en Meerle op de Alarmstelling. Het 1ste Peloton van het 1Esk en de twee overige secties mitrailleurs van het 3Esk versterken het Iste Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers (I/3C) in de Ondersector Oost nabij Arendonk.

2Esk/GpCy 15Div
Het 2de Eskadron (minus één peloton) vult het het IIde Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers (II/3C) aan in de Ondersector Centrum nabij Turnhout. Het 2de Pl van het 2Esk patrouilleert langs de grens vanuit Poppel en Weelde waar het de alarmposten van Weelde en Maarle nabij Poppel bezet. Wanneer de alarmpost van Maarle om 03u30 het bevel krijgt de voorbereide vernielingen uit te voeren wordt daar prompt gehoor aan gegeven. De weg naar de grenspost van Poppel richting Goirle wordt versperd door een reeks boomvellingen. Even later komt een tegenbevel binnen maar het onheil is al geschied. Het Détachement de Découverte 2 (DD2), geleid door de Franse Capitaine Devouges, opent de marsroute voor het 6de Franse Régiment de Cuirassiers [6(FRA)RC] via Oostmalle, Beerse, Merksplas, Weelde en Poppel naar Goirle voorbij de Belgisch-Nederlandse grens. Wanneer de motorwielrijders van DD2 rond 22u00 de grens bereiken worden ze opgehouden door de boomvellingen die in de ochtend door de alarmpost van Maarle/Poppel werden uitgevoerd. Tijdens de nacht van 10 op 11 mei worden boeren opgevorderd om met paardengespannen de wegversperring op te ruimen [6].

Het 2Esk levert ook de manschappen voor de twee officiersverkenningen die de groep moet uitvoeren in opdracht van de 18Div (TBC). RO1 en RO2 steken de Belgisch-Nederlandse grens over om 04u30. OLt de Saint-Hubert, commandant van RO1, begeeft zich richting Eindhoven en komt via Boxtel te Vught aan waar de commandopost van de Nederlandse Kolonel Schmidt, Territoriaal Bevelhebber Brabant (oftewel TBB) staat opgesteld. Kolonel Schmidt had het commando over de Nederlandse territoriale eenheden die in Noord-Brabant stonden opgesteld tussen de Vesting Holland en de Belgische grens. OLt de Saint-Lambert blijft nog de rest van de dag op de CP van de TBB te Vucht.

3Esk/GpCy 15Div
Het 3de Eskadron (minus het peloton dat werd gedetacheerd naar het 1Esk) vult het het IIde Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers (II/3C) aan in de Ondersector Centrum nabij Turnhout. Een sectie mitrailleurs van het 3Esk verzekert de luchtafweer van de CP van de GpCy 18Div die zich bevindt in het (voormalig) Kempisch rustoord/Café “Den Brand” gelegen langs de N123 ten oosten van Retie. Ook de medische hulppost van deze groep en de 1ste Batterij van I/17A bevinden zich nabij “Den Brand”.

Staf/GpCy 15Div
In de alarmposten te Maarle, Weelde, Meer en Meerle wordt met de Franse pantservoertuigen afgesproken dat deze als herkenningsteken bij een mogelijke terugtocht over onze grens een vaantje in de kleuren van de Franse vlag zullen voeren. Rond de middag steken grote groepen Nederlandse militairen de grens over om weg te vluchten van het oorlogsgeweld. Omdat de alarmposten niet langer telefonisch bereikbaar zijn stuurt de groepscommandant rond 16u00 de Luitenant Woitrin per fiets naar de grens. Rond 19u00 keert de officier terug en rapporteert dat de alarmpost van Poppel is gebombardeerd en de postcommandant zwaargewond is afgevoerd. Weelde is eveneens door de Luftwaffe aangevallen en de grensovergang is geblokkeerd met de wrakken van een Franse colonne. Tijdens de avond voert Luitenant Gillet vanuit de alarmpost van Meerle drie bijkomende patrouilles uit om de precieze posities van de vijand te controleren.

2Esk/GpCy 15Div
OLt de Saint-Hubert ontmoet op de CP van Kolonel Schmidt te Vught de Franse Capitaine Devouges die er rond 07u00 met zijn DD2 ter sterkte van een eskadron motorwielrijders toekomt. OLt de Saint-Hubert, als enige op de CP van de TBB die zowel de Franse als de Nederlandse taal machtig was, treedt op als tolk voor de Nederlandse Kolonel Schmidt bij zijn eerste contactname met de Fransen. Hij deelt de Fransen mee dat de Nederlanders niet van plan zijn om Tilburg te verdedigen. De Fransen zien hem dan ook verkeerdelijk aan als Belgische verbindingsofficier bij de Nederlanders. Kort na de aankomst van Capitaine Devouges verplaatst OLt de Saint-Hubert zich samen met de CP van de TBB naar Tilburg. Hier komt ook de Franse Lieutenant de Montalembert van het 6(FRA)RC toe. Lt de Montalembert, commandant van het Détachement de Découverte 1 (DD1), bereikte Tilburg via Sint-Niklaas, Antwerpen, Hoogstraten en Breda.  Kolonel Schmidt had geen kennis van het Frans waardoor de coördinatie met de Fransen dan ook zeer stroef verliep, tenzij met behulp van Belgische officieren. Blijkbaar was dit eerst OLt de Saint-Hubert, later Lt Hautecler van de 13Div die als liaisonofficier met de Fransen was opgerukt vanuit Antwerpen tot Breda [7]. OLt de Saint-Hubert en Wachtmeester Caligaert keren in de late avond terug van hun officiersverkenning. Vermoedelijk hebben ze in Tilburg de Duitse vorderingen en de Franse inplaatsstelling kunnen volgen op de CP van de Territoriaal Bevelhebber Brabant. Bij hun aankomst op de CP van de GpCy 15Div melden ze dat de vijand op weg is en dat Duitse gemotoriseerde eenheden contact gemaakt hebben met de Nederlandse troepen in lijn ter hoogte van Eindhoven. 

Staf/GpCy 15Div
De groep krijgt te maken met een bijzonder druk verkeer richting zuiden. Vooreerst trekt het 7(FRA)Leger zich terug uit Nederland na de mislukte interventie. Daarnaast trachten heel wat Nederlandse militairen en burgers uit Noord-Brabant en Nederlands Limburg weg te komen. Tenslotte vervoegen ook de Belgische grensbewoners de vlucht naar het zuiden. De colonnes met burgers en militairen worden regelmatig aangevallen uit de lucht. Maj de Ryckman verneemt dat de brug over het Albertkanaal te Herentals is opgeblazen en duidt dan ook een meer zuidwestelijke route aan om binnen te lopen in de eigen linies. Hij laat ook overgaan tot het opeisen van fietsen voor de vernietigingsdetachementen van de genie die zich nog in de buurt bevinden.

1Esk/GpCy 15Div
Tegen 10u00 wordt de alarmpost van Meer verlaten.

2Esk/GpCy 15Div
De alarmpost van Maarle/Poppel meldt de komst van de vijand omstreeks 06u30 en wordt binnen het daarop volgende uur teruggetrokken naar de brug van Rijkevorsel.

Staf/GpCy 15Div
De Duitsers duiken van bij het eerste daglicht in grote getale op langsheen de oever van het Verbindingskanaal Maas-Schelde. Rond Retie is het 3C vrijwel onmiddellijk betrokken bij vuurgevechten. Om 07u00 komt de ganse 18Div onder Frans bevel te staan. Generaal Giraud, commandant van het 7de Franse Leger, moet de Duitsers in de Kempen trachten tegen te houden en heeft ook de Belgische troepen toegewezen gekregen.

1Esk/GpCy 15Div
Iets na 07u00 wordt de grenspost van Meerle overvallen door pantserwagens en motorwielrijders. Het peloton van Luitenant Gillet trekt zich direct terug naar Hoogstraten om er de Franse troepen op te zoeken. 

2Esk/GpCy 15Div
Het 2de Eskadron moet twee FM30 lichte machinegeweren afstaan aan het 3C; de wapens zullen nooit meer gezien worden. De pelotons van de OLt de Saint-Hubert en OLt Noel moeten vervolgens een strook grond zuiveren langsheen de kanaalzone tussen Ravels en Arendonk en ontdekken al snel dat het 3C hier nog steeds de oever in handen heeft.

Rond 01u00 komt het bevel tot de aftocht:

  • het 1ste Eskadron te Hoogstraten trekt zich terug naar Vremde op de zuidelijke oever van het Albertkanaal
  • het 2de Peloton van het 2de Eskadron verlaat Poppel en Weelde en hergroepeert in Turnhout
  • de Staf verlaat Turnhout en zoekt eveneens Vremde op

De eskadrons worden vervolgens eveneens naar Vremde nabij Kontich gezonden en om 08u00 is de groep er weer compleet, met uitzondering van het peloton van het 1ste eskadron dat te Retie met het 3C meevecht en er de achterhoede voor de Carabiniers levert. Dit detachement vertrekt om 10u00 naar Vremde.

De groep wordt te Vremde even in reserve geplaatst. Er wordt van de rust gebruik gemaakt om de fietsen te onderhouden en het beschadigde en verloren gegane materiaal te vervangen.

Staf/GpCy 15Div
Tijdens de avond wordt de groep doorgestuurd naar Antwerpen om er bij het Vde Legerkorps (V/LK) aangehecht te worden.  De eenheid moet de elementen van het Franse 7de Leger aflossen die belast zijn met de bewaking van de autotunnel en de voetgangertunnel onder de Schelde [8].  De groep vertrekt richting stad.

Staf/GpCy 15Div
De groep heeft posities ingenomen nabij de beide Scheldetunnels. Met zandzakjes worden  steunpunten aangelegd nabij de tunnelmond van de voetgangerstunnel en de autotunnel. Het westelijke uiteinde van de autotunnel wordt overgenomen door een detachement onder leiding van Kapitein Massart. De kapitein lost er de 23ste Compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen (1SVE) af. De Jagers te Paard zijn ook verantwoordelijk voor het regelen van het verkeer door de tunnels en zijn de ganse dag druk in de weer met het doorsturen van Belgische en Franse eenheden naar de linkeroever. De beide tunnels worden ondermijnd door de Franse genie die in totaal de lading van zes vrachtwagens, alles tezamen 25 ton springstof, aanbrengen in de tunnel. Tegen het einde van de dag geeft de Franse genie de springinrichtingen van de tunnels over aan vernielingsdetachementen van het 17de Bataljon Genie (17Gn). Bij elke tunnel verzekert een vernielingsdetachement van het 17Gn de permanentie tijdens de nacht van 17 op 18 mei. De vernieling van de tunnels is voorzien om 04u00 in de ochtend van 18 mei.  De wielrijders van de GpCy 15Div die zich nog op de oostelijke oever bevinden, moeten na de doortocht van de laatste bevriende troepen de westelijke oever vervoegen via de militaire bootbrug te Hoboken.  De Belgische genie houdt een motorboot klaar om de militairen over de Schelde te kunnen evacueren in geval van nood.

Staf/GpCy 15Div
Rond 04u00 is de evacuatie van voertuigen uit Antwerpen via de Waaslandtunnel voltooid. De tunnel wordt afgesloten voor voertuigen en zal alleen nog gebruikt worden door infanteristen te voet die deel uitmaken van de achterhoede van de Versterkte Positie Antwerpen. Na de doortocht van de laatste infanteristen geeft Luitenant Deplus van de staf van het Vde Legerkorps om 05u25 het bevel tot vernieling van de beide tunnels aan de vernielingsploegen van het 17Gn. Enkele minuten later vliegt de autotunnel met een enorme knal de lucht in.  De ongeveer 25 ton meliniet veroorzaakt een gigantische drukgolf waarbij brokstukken en puin over een afstand van enkele honderden meters uit de tunnelmonden geprojecteerd wordt.  Van de verluchtingskoker op de westelijke oever blijft alleen een enorme krater over [9].  De vernieling van de voetgangerstunnel verloop niet zo vlot. OLt Boutefeu van het 17Gn slaagt er niet in om de springlading tot ontploffing te brengen. Hij brengt om 06u20 verslag uit over het mislukken van de vernieling en wordt daarop prompt teruggestuurd om het werk af te maken. Hij keert, om ongekende redenen, niet terug naar de tunnel maar verdwijnt met zijn peloton naar het zuiden van Frankrijk. Om 07u00 blaast een achtergebleven detachement van de Franse genie de voetgangerstunnel op. De detachementen van de wielrijdersgroep die zich nog op de oostelijke oever bevinden trekken vervolgens de Schelde over via de noodbrug van Hoboken. Ook die overgang wordt in de loop van de ochtend vernield door de genie.

De groep van Maj de Ryckman staat nu onder het bevel van de 17de Infanteriedivisie (17Div) die op de dijk tussen Kruibeke en Kallo een verdedigingslinie zal opwerpen om de aftocht door het Waasland te beveiligen. Maj de Ryckman zou versterking moeten ontvangen van de drie pelotons verkenners van de infanterieregimenten van de 17Div en vijf pantserwagens van de Compagnie T13 van de 8ste Infanteriedivisie.  Deze versterkingen zullen echter ten dele achterwege blijven.  Alleen het peloton verkenners van het 9de Regiment Jagers te Voet (Pl Vknr/9J) en drie van de vijf beloofde T13 zullen uiteindelijk ingezet kunnen worden door de groep. De majoor installeert zijn commandopost even ten westen van Zwijndrecht.

Na veelvuldige meldingen van incidenten op de Scheldeoever besluit Maj de Ryckman dat hij dringend versterking kan gebruiken en gaat op zoek naar Luitenant-generaal Daufresne, commandant van de 17Div.  De majoor vindt de generaal te Vlijminckshoek nabij Sint-Niklaas waar de staf van het Vde Legerkorps zich bevindt.  GenMaj Daufresne geeft Majoor de Ryckman de toelating om elke T13 pantserwagen in zijn operatiegebied op te vorderen en verzoekt tevens bij de staf van de 2de Cavaleriedivisie om de steun van het Eskadron Pantserwagens van het 1ste Regiment Gidsen (1G). Maj de Ryckman keert hierop terug naar zijn commandopost te Zwijndrecht en kan onderweg de vijf T13 tankjagers van de 8Div onderscheppen en meenemen.  Hij detacheert twee voertuigen naar het 1Esk, telkens een voertuig naar het 2Esk en 3Esk en behoudt de laatste pantserwagen nabij zijn commandopost.

Het 7de Eskadron (oftewel eskadron pantserwagens) van 1G komt rondom 16u00 aan te Zwijdrecht na een snelle verplaatsing vanuit Hulst.  Maj de Ryckman wil deze T13 en T15 voertuigen inzetten om Sint-Anna te zuiveren en vervolgens het gebied rondom de uitgang van de voetgangerstunnel te blokkeren.  Hij bepaalt dat deze actie om 20u30 van start zal gaan.  De T15 pantserwagen van Onderluitenant Defise wordt alvast op verkenning gestuurd naar de voetgangerstunnel en zal hier rondom 17u00 onder vuur vallen.

1Esk/GpCy 15Div
Luitenant Weyel van het 1Esk krijgt in de vroege ochtend het bevel om zich naar de oostrand van Zwijndrecht te begeven om hier in alle haasten een Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum te openen dat alle berichten over de Duitse bewegingen langsheen de Scheldeoever moet verzamelen en communiceren aan de staf van het Vde Legerkorps (V/LK).  De standplaats van Luitenant Weyer ligt ongeveer 400m west van de voetgangerstunnel en wordt beveiligd door een gevechtsgroep en het stafpeloton van zijn eskadron. Lt Weyel bemant gedurende de rest van de dag het Voortuitgeschoven Inlichtingencentrum tussen Zwijndrecht en de voetgangerstunnel.  Hij krijgt het bevel over drie pelotons fuseliers die ingezet moeten worden om het Hoofd van Vlaanderen te bewaken.  Luitenant Weyel besluit om telkens een peloton te plaatsen nabij de uitgangen van de tunnels onder de Schelde.

Even na 07u30 zien de manschappen van het 1Esk de hakenkruisvlag verschijnen op de toren van de Antwerpse kathedraal.  Twee officieren inspecteren de uitgangen van de tunnels op de linkeroever en melden dat de kunstwerken vernield zijn. Dit laatste zal later blijken een verkeerde inschatting te zijn voor wat de voetgangerstunnel betreft.  De tunnel is immers slechts gedeeltelijk vernield en de vijand zal via deze onderdoorgang zowel infanteristen als ook anti-tankgeschut naar de linkeroever kunnen brengen.

In de loop van de voormiddag valt een ploeg van het 1Esk nabij de kade van de veerboot over de Schelde te Sint-Anna onder vijandelijk vuur.  De militairen worden beschoten door Duitse mitrailleurs en mortieren en vluchten van de rivieroever weg.  Luitenant Georges wordt uitgestuurd met een patrouille om poolshoogte te nemen, maar wordt eveneens beschoten.  Het incident wordt gemeld aan Luitenant Weyel en Maj de Ryckman.  De situatie is echter bijzonder verward, en het is niet duidelijk of het vijandelijke mitrailleurvuur van de westelijke of oostelijke oever komt.  De wielrijders menen daarenboven dat de vijand zich in burgerkledij vermomd heeft.

Een detachement onder leiding van Onderluitenant Salmon met drie van de vijf beloofde T13 pantserwagens van de 8ste Infanteriedivisie duikt alsnog op.  De voertuigen worden samen met een fuselierspeloton ingezet om de bevriende oever te verkennen en de verlaten observatiepost bij de kade van de veerboot alsnog te bezetten.  Een van de pantserwagens bereikt de oever Schelde en slaagt er in om een bij het Noordkasteel achtergelaten vaartuig tot zinken te brengen.  De T13 wordt hierop echter onder vuur genomen vanuit de stad, en trekt zich terug.  Een tweede T13 onder leiding Sergeant Sartillo gaat er eveneens vandoor.  Sartillo meent dat hij van uit Sint-Anna beschoten werd.  De precieze toestand in het gehucht Sint-Anna blijft onduidelijk.

2Esk/GpCy 15Div
Luitenant de Gérardon van het 2de Eskadron ontvangt twee pelotons fuseliers ter verdediging van de oost- en noordoostrand van Burcht, en wordt tevens aangevuld met het Pl Vknr 9J.  Het eskadron krijgt als patrouillegebied de zone tussen het nu verdwenen Fort van Burcht en de noordrand van Kruibeke.  In het dorp Burcht dient een observatiepost geplaatst te worden.

3Esk/GpCy 15Div
Kapitein Massart van het 3Esk krijgt twee pelotons fuseliers en een sectie mitrailleurs om een aantal steunpunten in te nemen ten oosten en noordoosten van Zwijndrecht.  Het eskadron moet tevens patrouilles uitvoeren in de zone tussen het Fort Sint-Marie in het westen en het Sint-Annastrand in het oosten.

Omstreeks 16u00 wordt opnieuw geweervuur gesignaleerd tussen Sint-Anna en de westelijke toegang tot de voetgangerstunnel.  Het wordt nu duidelijk dat de Duitse infanterie de westelijke oever heeft bereikt.  De aanvaller tast voorzichtig het terrein af in de hoop een route naar het Waasland te ontdekken.  Tegen het eind van de dag hebben de vijandelijke troepen een gebied van enkele honderden meters rondom de tunnel in handen.

Eveneens omstreeks 16u00 meldt Luitenant de Gérardon dat de vijand tegenover Burcht voorbereidingen lijkt te treffen om de stroom over te steken.  Ook hier vallen de Belgische patrouilles onder vuur vanuit de richting van de voetgangerstunnel

De tegenaanval door het 7de Eskadron van het 1G wordt afgeblazen wanneer de staf van de 17de Infanteriedivisie in de vroege avond laat weten dat het 4de Regiment Lansiers in stelling zal gaan tussen Kallo en Kruibeke om hier de 17Div af te lossen.  De GpCy 15Div zal onder het bevel komen te staan van het 4L.  De vijf pantserwagens van de Compagnie T13 van de 8Div moeten onmiddellijk naar Merelbeke vertrekken.  Het 7de Eskadron van het 1G keert naar zijn eenheid terug.

Op bevel van Kolonel Jooris van 4L moet de groep zijn huidige stellingen behouden tot de ochtend van 19 mei.  Bij een vijandelijke aanval mogen de vooruitgeschoven detachementen van het 1ste Eskadron zich terugtrekken op de lijn Pijptabak-Burcht.  Indien nodig mag de volledige groep zich terugplooien op de posities van het 4L tussen Kallo en Kruibeke.  Maj de Ryckman krijgt geen nieuwe versterkingen, noch artilleriesteun.

De groep beleeft een erg nerveuze en onrustige nacht.  De vijand heeft een klein bruggenhoofd in handen rondom de westelijke toegang tot de voetgangerstunnel, maar heeft besloten om te wachten tot de ochtend van 19 mei om de aanval te hervatten.  Om de Belgen onder druk te houden, wordt er wel af en toe gevuurd met mitrailleurs en mortieren.

Opstelling van de GpCy 15Div rondom Zwijndrecht op 19 mei 1940.

Opstelling van de GpCy 15Div rondom Zwijndrecht op 19 mei 1940.

1ste Eskadron
Luitenant Weyel herschikt zijn pelotons tijdens de eerste helft van de nacht van 18 op 19 mei.  Het 1ste peloton van het 2Esk onder Luitenant Julien Noël wordt opgesteld op de weg van Zwijndrecht naar de voetgangerstunnel.  De pelotons van Luitenant Garcez en Onderluitenant de Saint-Hubert worden ontplooid op de baan van het dorp naar de autotunnel.  Weyel zelf zal met zijn stafpeloton de oostrand van het dorp bezetten.

Luitenant Weyel krijgt bezoek van Onderluitenant de Selys van het 1G en Luitenant Minette van het 4L die zich beiden op de hoogte komen stellen van de situatie rondom te voetgangerstunnel.  Minette staat er op om door te rijden naar de oever van de Schelde en overtuigt zich op verkeerde wijze van dat er geen enkel vijandelijk element op de Belgische oever bevindt.  Deze foutieve inlichting zal in het nadeel van de 2de Cavaleriedivisie werken.

Vanaf 07u15 valt Zwijndrecht voor de eerste keer onder vijandelijk artillerievuur.  Korte tijd nadien maakt de vijandelijke infanterie contact met de vooruitgeschoven pelotons van het 1Esk.  Ook de commandopost van Luitenant Weyel valt onder geweervuur.  De aanvaller tracht duidelijk om zijn bruggenhoofd te vergroten en vordert parallel met de Gentsesteenweg in de richting van het dorp.  Het peloton van Luitenant Noël is aan beide zijden van deze baan geïnstalleerd en wordt aangevallen.  Noël raakt zwaargewond, en wordt samen met een deel van zijn manschappen gevangen genomen.  Het nabijgelegen peloton van Onderluitenant de Saint-Hubert wordt eveneens van zijn posities verdreven.  Ook hier vallen heel wat gewonden, waaronder tevens de pelotonscommandant die kan afgevoerd worden naar een veldhospitaal.

Omstreeks 09u15 is het voor Maj de Ryckman duidelijk dat het 1ste Eskadron van zijn posities gevlucht is.  De majoor beveelt omstreeks aan alle overgebleven elementen van zijn groep om de posities van het 4L te vervoegen, en rijdt zelf in alle vaart naar de commandopost van Kolonel Jooris om hem op de hoogte te brengen van de overrompeling van zijn troepen.  Jooris is er echter van overtuigd dat de Ryckman overhaast het dorp Zwijndrecht heeft opgegeven en beroept zich hierbij ten dele op het eerdere bericht van Luitenant Minette.  Hij stuurt Maj de Ryckman onmiddellijk terug met als opdracht zowel Zwijndrecht als ook Sint-Anna te bezetten.  De majoor gehoorzaamt.  Onderweg naar het dorp tracht hij zoveel mogelijk elementen van zijn groep rechtsomkeer te laten maken.  Bij aankomst te Zwijndrecht ontdekt hij dat Kapitein Massart en Luitenant Weyel met een twintigtal manschappen positie heeft ingenomen rondom de Heilig-Kruiskerk in de dorpskern om de aankomende vijand af te remmen.  De Duitsers zijn echter onstuitbaar zodat de weerstand een tiental minuten later opgegeven wordt.   Luitenant Weyel wordt met een deel der manschappen doorgestuurd naar Melsele, terwijl de tweede helft van het detachement met Kapitein Massart en Maj de Ryckman de achterhoede vormt.  Bij deze actie zal Kapitein Massart gewond raken.

Na het verlaten van het dorp kruist het detachement rond Massart en de Ryckman de aankomende pantserwagens van het 7de Eskadron van het 2de Regiment Lansiers.  De voertuigen leiden de tegenaanval van de Iste Groep van dit regiment.

Luitenant Weyel is ondertussen aangekomen te Melsele na het doorkruisen van de stellingen van het 4L.   Weyel verzamelt hier ook de elementen van de groep die naar Beveren-Waas gevlucht waren en voert een snelle reorganisatie van de eskadrons uit.  Vervolgens wordt deze fractie van de GpCy 15Div opnieuw naar voren gestuurd om samen met de nu teruggetrokken Iste Groep van het 2L een defensieve positie in te nemen achter de linies van het 4L tussen Melsele en Zwijndrecht.  Deze opdracht verloopt zonder incidenten en wordt omstreeks 19u00 beëindigd met een bevel tot terugtocht naar De Klinge.

De groep moet bij de gevechten op het Hoofd van Vlaanderen een vijftiental doden en enkele tientallen krijgsgevangen achterlaten.

2de Eskadron
De commandopost van Luitenant de Gérardon ligt langsheen de huidige Pastoor Coplaan tussen het station van Zwijndrecht en het dorp Burcht,  Het eskadron heeft nog steeds de beschikking over het stafpeloton en twee pelotons wielrijders.  De eenheid blijft gespaard van de gevechten te Zwijdrecht tot wanneer de Gérardon besluit om zijn commandopost te verlaten en zich samen met Wachtmeester Wauthelet op de hoogte te gaan stellen van de nakende tegenaanval door het 2L.

Luitenant de Gérardon en Wachtmeester Wauthelet lopen in een Duitse hinderlaag ter hoogte van de spoorwegovergang van Zwijndrecht en moeten dekking nemen.  Wachtmeester Wery snelt samen met de Soldaten Lecarte, Dumay en Remay vanuit de commandopost naar voren om het tweetal te gaan ontzetten.  De vijand is echter al bijzonder dicht genaderd zodat de volledige groep vast komt te zitten nabij de spoorlijn.  Luitenant de Gérardon raakt eerst gewond aan de knie door een handgranaat en wordt korte tijd nadien getroffen door een mitrailleursalvo.  Hierop worden de vijf overige militairen gevangen genomen.

Ten gevolge van dit incident worden de beide pelotons van de Gérardon niet op de hoogte gesteld van het bevel om de posities te evacueren.  De meeste van deze militairen zullen eveneens gevangen genomen worden.

De restanten van de groep bereiken De Klinge rondom 01u30 en trekt zo snel mogelijk verder via Hulst naar Zelzate.  Maj de Ryckman vreest dat er geen bevriende troepen meer zijn tussen zijn groep en de vijand, en vreest om ingehaald te worden.  Onderweg wordt de eenheid doorgezonden naar Waterland-Oudeman.  De militairen zijn echter geheel uitgeput, en Maj de Ryckman vraagt om toestemming om te Assenede een langdurige halte in te lassen alvorens door te rijden naar de eindbestemming.

De militairen worden vanaf het middaguur ingekwartierd te Waterland-Oudeman en kunnen hier eindelijk uitrusten.

De groep rust uit en reorganiseert zich.  Het 2Esk is herleid tot enkele tientallen manschappen.  Heel wat lichte machinegeweren zijn verloren gegaan, of beschadigd door oververhitting tijdens de gevechten rond Zwijndrecht.  Een aantal militairen heeft ook geen fiets meer.

Rond het middaguur verlaat het 2L het kantonnement van Waterland-Oudeman.  Het 2G komt aan en wordt ingekwartierd in het dorp.

Tijdens de voormiddag wordt Maj de Ryckman ontboden op het hoofdkwartier van het Vde Legerkorps te Kaprijke.  Van hier uit wordt hij verwezen naar de staf van de 17de Infanteriedivisie te ’s Gravenjansdijk.  Luitenant-generaal Daufresne zet de groep in om het achtergebied van de sector van zijn divisie aan het Kanaal Gent-Terneuzen te beveiligen tegen luchtlandingen en raids.

Het Groot Hoofdkwartier heeft inmiddels bepaald dat het Kanaal Gent-Terneuzen zal bezet blijven tot de nacht van 23 op 24 mei, in hoofdzaak om het belangrijke legerdepot van Eeklo te kunnen evacueren.  Tijdens de komende avond zal het Cavaleriekorps de noordelijke kanaalzone overnemen, tussen Terneuzen en Zelzate.  Het Vde Legerkorps kan zo met zijn 6de en 17de Infanteriedivisie terugtrekken naar het Afleidingskanaal om tussen Stoktevijver en Maldegem plaats te nemen.  Het IIde Legerkorps behoudt de 11de en 13de Infanteriedivisies tussen Zelzate en Gent.

De bewakingsopdracht van de Wielerijdersgroep der 15de Infanteriedivisie wordt opgeheven vooraleer de eenheid ontplooid is, en de groep wordt aangeduid als mobiele achterhoede voor de aftocht van divisie.  De divisie zal de 17Div de noordelijke sector van het Vde Legerkorps innemen tussen Strobrugge en Balgerhoeke.

Maj de Ryckman laat zijn troepen om 19u00 te Sint-Laureins hergroeperen en bepaalt vervolgens welke de steunpunten de eenheden zullen innemen op de oostelijke oever van het Afleidingskanaal.   Hij installeert zijn commandopost te Boterhoek.  Het wagenpark van de groep wordt ondergebracht op kasteel Den Torre te Sijsele.

De terugtocht van de 17Div heeft vertraging opgelopen, en heel wat eenheden zijn nog onderweg naar hun nieuwe posities aan het Afleidingskanaal wanneer het weer dag wordt.   Maj de Ryckman is bezorgd over het trage verloop van de terugtocht en begeeft zich naar de staf van de 17Div te Vossenhol.  Luitenant-generaal Daufresne bepaalt dat de groep op post moet blijven tot de passage van de allerlaatste eenheden van de divisie en zich vervolgens net voor de vernieling van de bruggen over het Afleidingskanaal moet terugtrekken.  De majoor moet tevens patrouilles uitsturen naar Sint-Laureins, Kruisken, Eerstestraat en Moerstraat.

Nabij de brug van Strobrugge voert de Luftwaffe een luchtaanval uit waarbij de Wachtmeesters Cordier en Motte gewond raken.  Cordier zal enige tijd later bezwijken aan zijn verwondingen.  Hij wordt begraven op het plaatselijke kerkhof.

Binnen de nieuwe sector van de 17Div zijn inmiddels het 8J en het 9J op het eerste echelon ontplooid.  Maj de Ryckman bezoekt de commandoposten van de beide regimenten om de terugtocht van zijn groep te coördineren.  Hij verplaatst tevens zijn stafgroep naar Maldegem.

Vroeg op de ochtend signaleert het 1Esk de komst van de eerste Duitse verkenners ten oosten van Boterhoek.  De brug van Celie wordt enige tijd later opgeblazen, gevolgd door de brug van Strobrugge later op de ochtend.

De groep ontvangt 9 lichte Maxim mitrailleurs van de uit de Versterkte Positie Antwerpen teruggetrokken Speciale Vestingseenheden ter vervanging van zijn verloren gegane lichte machinegeweren.  De divisiestaf verleent eveneens toestemming om een aantal FM15/27 Chauchat lichte machinegeweren over te nemen van de infanterieregimenten, maar Maj de Ryckman weigert het aanbod omdat hij niet over de nodige laders kan beschikken.

Tevens ontvangt de groep de versterking van een detachement van de Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie onder leiding van Kapitein-commandant de Witte de Haelen.  Dit detachement is eerder afgedwaald van zijn eenheid.

Nu de bruggen over het Afleidingskanaal alle vernield zijn, is de dekkingsopdracht van de groep afgelopen.  De majoor vraagt om zijn eenheden samen te brengen te Sijsele voor reorganisatie.  Terwijl de manschappen uitrusten, wordt de Ryckman naar de commandopost van het 7J geroepen.  Dit regiment bezet het tweede echelon van de divisiesector en laat de majoor een positie verkennen voor de eventuele ontplooiing van zijn groep op deze linie.

De wielrijders blijven de ganse voormiddag te Sijsele.

Het 9Li is de vorige nacht weggeroepen van het Afleidingskanaal om het Leie-front in het zuiden te gaan versterken en de 17de divisie spreekt alle overgebleven eenheden aan om de ondersector van het 9Li over te nemen. Maj de Ryckman stuurt zijn troepen naar Kleit en ontplooit vervolgens zijn eenheid achter de linies van het 3C. De eenheid wordt in twee groeperingen verdeeld en zet zich aan het graven nabij Kallekensbos.

Rond 16u00 wordt één van de beide groeperingen onder leiding van commandant de Witte de Haelen naar het front nabij Adegem gezonden om er het sterk uitgedunde 3C te gaan versterken. De groepering vordert naar het Drongengoedbos.

De tweede groepering wordt onder bevel geplaatste van kapitein Massart en aangehecht bij het 3J nabij Balgerhoeke. Het Vde legerkorps heeft plannen om een tegenaanval uit te voeren om de Duitse oversteek over het kanaal rond Balgerhoeke terug te werpen, maar die ambities blijken te hoog gegrepen en aan het eind van de dag moeten de eenheid verder terrein prijsgeven.

De opdracht van de groep beperkt zich dan maar tot het helpen dekken van de aftocht van de infanterie uit de kanaalzone.

Tijdens de nacht van 25 op 26 mei trekken de Belgen zich terug van het Afleidingskanaal rond Balgerhoeke.

De beide groeperingen worden aan het eind van de dag opnieuw samengevoegd en verzameld nabij het kasteel van Beernem. De manschappen brengen hier de nacht door.

De groep wordt aangehecht bij het 1C dat zijn commandopost opgesteld heeft in een hoeve nabij Drongengoedbos. Maj de Ryckman ontvangt de opdracht om zijn wielrijders te ontplooien op het derde echelon achter de stellingen van het 1C, langsheen de baan van Knesselare naar Maldegem.

De eskadrons zijn nog maar net ter plekke wanneer een tegenbevel volgt om enkele huizen ten noorden van Knesselare te bezetten en in te richten als geïmproviseerde steunpunten. De stellingen langs de baan van Knesselare naar Maldegem zullen overgenomen worden door het terugtrekkende 1C en een detachement van het 4Cy.

De situatie aan het front wijzigt bijzonder snel en om 17u00 wordt ook deze stelling opgegeven. Het eskadron moet nu terugkeren naar Beernem, dit keer om er een bruggenhoofd uit te bouwen rond de brug over het Kanaal van Gent naar Brugge dat een belangrijke rol zal spelen bij de terugtocht van de Belgen uit het gebied.

Te Beernem heerst de grootste verwarring en niemand is zeker van de juiste opdracht van de groep. Rond 22u00 wordt de missie verduidelijkt door de staf van de 18de divisie. Beernem zal niet bezet worden, de brug wordt niet verdedigd en de wielrijders moeten terugtrekken naar Oostkamp. Het peloton van Luitenant Garcey zal achterblijven te Beernem als achterwacht.

Het eskadron wielrijders van de 6de divisie passeert rond dat tijdstip door Beernem en Maj de Ryckman beveelt ook deze troepen om Oostkamp te vervoegen.

De laatste detachementen van de groep verlaten Beernem rond 02u00 en bereiken enkele uren later Oostkamp. De tocht verloopt door de grote drukte op de wegen ten zuiden van het Kanaal van Gent naar Brugge in algehele chaos. Het is de wielrijders meer dan duidelijk dat de weerstand van ons leger op zijn laatste benen loopt.

Maj de Ryckman verneemt het nieuws van de capitulatie rond 06u00 op de commandopost van generaal Six, chef van de 18de divisie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].
  2. Deze alarmposten hebben een permanentie van ten minste vier militairen die van uit een versterkte schuilplaats de grens waarnemen en bij onraad per telefoon en radiozender alarm kunnen slaan. De taak van deze alarmposten bestaat er niet alleen in om bij een vijandelijke inval onmiddellijk alarm te slaan, maar omvat ook het uitvoeren van een reeks geplande vernielingen, om zich vervolgens per fiets terug te trekken naar Vooruitgeschoven Stelling.
  3. Bij de uitvoering van officiersverkenningen worden pelotonscommandanten, vergezeld van vier tot zes wielrijders, uitgestuurd om inlichtingen in te winnen. De rest van het peloton dat opgesteld blijft op zijn stelling wordt dan verder bevolen door de pelotonsadjunct.
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
  5. De Franse 1e Division Légère Mécanique is een modern uitgeruste divisie die beschikt over twee brigades bestaande uit twee tankregimenten. De 1e Brigade Léger Mécanique (1BLM) is samengesteld uit het 18e Régiment Dragons (18RD) en het 4e Régiment Cuirassiers (4RC). De 2e Brigade Léger Mecanique (2BLM) is samengesteld uit het 6e Régiment Cuirassiers (6RC) en het 4e Régiment Dragons Portés (4RDP). Deze vier regimenten moeten zich opstellen achter het Wilhelminakanaal van Geertruidenberg tot Tilburg en van Biest-Houthakker tot Reusel achter het riviertje de Reusel. Hun voornaamste opdracht bestond erin de vijand op te houden tot de rest van het 7(FRA)Leger stelling kon nemen op de lijn Moerdijk – Breda – Meer – Herentals.
  6. Door de strikte neutraliteitspolitiek die ons land aan het eind van de dertiger jaren voerde is de Belgische politieke en militaire leiding niet op de hoogte van de precieze plannen van de Fransen. Terwijl het pas in de loop van de ochtend duidelijk wordt voor het GHK  wat de Fransen van plan zijn zal het voor de lagere echelons (18Div en GpCy 15Div) veel langer duren vooraleer zij de impact van de Franse beslissing op hun opdracht zullen kunnen inschatten. In de vroege ochtend van 10 mei voeren de eenheden van de 18Div de plannen uit zoals die tijdens de mobilisatie werden ingeoefend zonder ook maar enig idee te hebben van de Franse intenties. Dit blijkt ook uit het velddagboek van het 6(FRA)RC van 10 mei 1940: “La route de nuit de Oostmalle à Tilburg est rendue particulièrement pénible du fait de l’obscurité totale et des barrages qui ont été établis par les Belges à la frontière hollando-belge : arbres énormes abattus, véhicules renversés, barricades. Il faut faire appel au concours des habitants et de leurs chevaux pour se frayer un passage. Tous ces retards font que le Régiment ne parvient à Tilburg qu’à 4 heures du matin. Il n’en a pas moins couvert près de 350 kilomètres en dix-huit heures.” [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=605 [Laatst geraadpleegd 13 december 2019]
  7. Achtergrondinformatie bij de ontmoeting tussen OLt de Saint-Hubert en Kolonel Schmidt.  [On Line beschikbaar]  http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=kolonel-schmidt—tbb [Laatst geraadpleegd 3 augustus 2019].  Achtergrondinformatie over de rol van OLt de Saint-Hubert als verbindingsofficier tussen de Nederlanders en de Fransen in het velddagboek van het 4(FRA)RDP: [On Line beschikbaar]: https://frisee.skyrock.com/3.html [Laatst geraadpleegd 12 december 2019]. Daar waar OLt de Saint-Hubert initieel op verkenning vertrok richting Eindhoven om de Duitse voorhoede te lokaliseren komt hij terecht op de CP van Territoriaal Bevelhebber Brabant waar hij, zich bewust van de gevolgen van een manklopende coördinatie tussen de Fransen en de Nederlanders, de taak van verbindingsofficier en tolk tussen de Nederlanders en de Fransen op zich neemt. Een ernstig geval van “mission creep“.
  8. In 1940 was de Schelde slechts ondertunneld door de Sint-Anna voetgangerstunnel en de Waaslandtunnel (oftewel de ‘konijnenpijp’) die zeven jaar voor het uitbreken van het conflict geopend werd.
  9. Desondanks de kracht van de explosie zal later tijdens de bezetting blijken dat de eigenlijke tunnelkoker van de autotunnel nog steeds intact is. Alleen de binnenbekleding van de tunnel werd vernield. Tijdens de veldtocht kon de vijand geen gebruik maken van de tunnel.
  10. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.