Wielrijdersgroep der 15ID

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wielrijdersgroep der 15de Infanteriedivisie | Wi Gr 15ID
Groupe Cycliste de la 15ème Division d’Infanterie | Gr Cy 15DI
Type Verkenningseenheid van de infanterie
Ontdubbeld van 2de Regiment Jagers te Paard
Onderdeel van 18de Infanteriedivisie
Bevelhebber Majoor André de Ryckman de Betz
Standplaats Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten
Ondersector Turnhout-Arendonk van de Vooruitgeschoven Stelling
Commandopost te Turnhout
Samenstelling 1ste Eskadron Fuseliers (Luitenant P. Weyel)
2de Eskadron Fuseliers (Luitenant Paul de Geradon)
3de Eskadron Mitrailleurs (Kapitein André Massart)

Tijdens de mobilisatie

Staf/GpCy 15Div
De Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (GpCy 15Div) werd op 22 september 1939, bij afkondiging van Fase D van het mobilisatieplan, onder de wapens geroepen te Namen en samengesteld uit reservisten van de klassen 31 tot 34 van het 2de Regiment Jagers te Paard (2JP). De GpCy 15Div is de organieke groep verkenners van de 15de Infanteriedivisie (15Div), een infanteriedivisie van tweede reserve. In tegenstelling tot de actieve infanteriedivisies en de infanteriedivisies van eerste reserve, die beschikken over een Wielrijderseskadron, worden de infanteriedivisies van tweede reserve versterkt met een Wielrijdersgroep die uit meerdere eskadrons bestaat. Majoor de Ryckman de Betz wordt aangesteld als commandant van de nieuwe eenheid.

Lang blijft de groep niet bij de 15Div, de eenheid verplaatst zich enkele dagen later al naar Leuze-en-Hainaut om er onderdeel uit te maken van de Groepering Mathieu die de Frans-Belgische grens in midden België bewaakt. De groep brengt de ganse mobilisatiewinter door op diverse standplaatsen langsheen de grens met onze zuiderburen. Eind februari volgt een verplaatsing naar de Kempen waar de groep onder bevel van de 18de Infanteriedivisie (18Div) wordt geplaatst.

De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele alarmposten (Postes d’alerte oftewel PA)  langs de  grens en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen. Voor het IVde Legerkorps (IV/LK) betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten achter het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [4] vanaf Dessel tot Sint-Lenaarts. Deze opdracht wordt toevertrouwd aan de 18Div. Deze divisie moet bij een vijandelijke inval de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten vernielen om de Duitse invallers te vertragen. Daarna dienen de troepen zich terug te trekken achter het Albertkanaal.

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

Projectie op recente kaart van de volledige divisiesector van de 18Div

De 18Div is echter sterk uitgedund want op 11 april 1940 vertrekken de staf en twee bataljons van het 3de Regiment Grenadiers  naar West-Vlaanderen om er te worden afgedeeld bij de Maritieme Basis voor de bewaking van de Belgische kust.  Op 9 mei 1940 verlaat het 39ste Linieregiment (39Li) eveneens divisiesector om zich naar kantonnementen binnen de Versterkte Positie Antwerpen te Merksem en Deurne te begeven en er de reservemacht van het IV/LK te vormen. De 18Div is definitief een deel van zijn infanterie kwijt. Ook het 26ste Regiment Artillerie (26A), de divisieartillerie, wordt doorgestuurd naar het het Vde Legerkorps in de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). Ter compensatie ontvangt de divisie bijkomende vuursteun van de Compagnie C47 op T13 van de 2de Infanteriedivisie en de Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A).

Er resten de 18de Infanteriedivisie nog 4 infanteriebataljons aan de kanaaloever, samen met de GpCy 15Div en de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie (GpCy 18Div). De 18Div (-) moet met deze eenheden een een bijzonder lang front van 40 Km bemannen. De beschikbare eenheden worden verdeeld over drie ondersectoren; de Ondersector West van Sint-Lenaarts tot Beerse, de Ondersector Centrum rond Turnhout van Beerse (exclusief) tot Arendonk (exclusief) en de Ondersector Oost van Arendonk tot De Maat.

De Belgisch-Nederlandse grens te Poppel.

Staf/GpCy 15Div
Op 10 mei 1940 is de groep nog steeds aangehecht bij de 18Div. Het merendeel van de troepen van de groep staan opgesteld in de Ondersector Centrum en opereren onder bevel van het 3de Regiment Karabiniers (3C).

De commandopost van de GpCy 15Div staat opgesteld te Turnhout waar ze rond middernacht het algemeen alarm ontvangen. De groep bemant twee Officiersverkenningen (oftewel Reconnaissances d’officiers afgekort RO) aan de grens, één RO in de omgeving van Maarle ten noorden van Poppel en een tweede RO ten oosten van Arendonk [2]. Reeds om 05u00 wordt Turnhout gebombardeerd. Er vallen geen slachtoffers, maar de telefoonverbinding met de staf van de 18Div wordt verbroken. Er wordt dan maar op estafetten overgeschakeld. Zo verneemt de groep rond 11u00 dat ze onmiddellijk het aantal militairen aan de grensposten moet verminderen en het overschot moet terugsturen naar Turnhout.

Vanaf de late voormiddag geeft de staf van het IV/LK het bevel om de bruggen over het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten ten oosten van Turnhout vernielen. De bruggen tussen Sint-Lenaarts en Turnhout blijven intact om de opmars van het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] naar het noorden toe te laten. Het 7(FRA)Leger heeft opdracht gekregen om stelling te nemen op de lijn Geertruidenberg – Tilburg – Turnhout [3]. Vanaf 21u00 trekt de voorhoede van de 1ste Franse Lichte Gemechaniseerde Divisie [1(FRA)DLM] door de divisiesector richting Turnhout. Deze onafhankelijke divisie moet stelling nemen op de oostflank van het 7(FRA)Leger.  Wanneer de eerste Franse verkenningstroepen toekomen in Turnhout zijn onze zuiderburen bijzonder misnoegd over het feit dat de bruggen ten oosten van Turnhout in het water liggen. Hierdoor verliest het 1(FRA)DLM een deel van zijn marsroutes naar het noorden en moet de staf van het 7(FRA)Leger enkele colonnes van het 1(FRA)DLM omleiden naar het gedeelte van het kanaal dat tussen Sint-Lenaarts en Turnhout ligt.

1Esk/GpCy 15Div
Het 1ste Eskadron (1Esk/GpCy 15Div) staat enigszins verspreid opgesteld. De Staf/1Esk samen met het 2de en het 3de Peloton versterken het IIde Bataljon van het 3de Regiment Grenadiers (II/3Gr) in de Ondersector West. De staf van het 1Esk bevindt zich op de commandopost van dit bataljon te Oostmalle. Twee secties Hotchkiss mitrailleurs van het 3Esk zijn eveneens toegevoegd aan dit detachement. Het 2de en 3de Pl opereren van uit Meer en Meerle en zijn toegewezen aan de grensbewaking. Het 1ste Peloton van het 1Esk en de twee overige secties mitrailleurs van het 3Esk versterken het Iste Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers (I/3C) in de Ondersector Oost nabij Arendonk.

2Esk/GpCy 15Div
Het 2de Eskadron (minus één peloton) en het 3de Eskadron (minus het peloton dat werd gedetacheerd naar het 1Esk) vullen het het IIde Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers (II/3C) aan in de Ondersector Centrum nabij Turnhout. Het 2de Pl van het 2Esk patrouilleert langs de grens vanuit Poppel en Weelde.

Staf/GpCy 15Div
Te Poppel, Weelde en Meerle wordt met de Franse pantservoertuigen afgesproken dat deze als herkenningsteken bij een mogelijke terugtocht over onze grens een vaantje in de kleuren van de Franse vlag zullen voeren. Rond de middag steken grote groepen Nederlandse militairen de grens over om weg te vluchten van het oorlogsgeweld.

Omdat ook de grensposten niet langer telefonisch bereikbaar zijn stuurt de groepscommandant rond 16u00 de Luitenant Woitrin per fiets naar de grens. Rond 19u00 keert de officier terug en rapporteert dat de post van Poppel is gebombardeerd en de postcommandant zwaargewond is afgevoerd. Weelde is eveneens door de Luftwaffe aangevallen en de grensovergang is geblokkeerd met de wrakken van een Franse colonne.

Intussen keren Onderluitenant de Saint-Hubert en Wachtmeester Caligaert terug van een patrouille richting Eindhoven en melden dat de vijand op weg is. Te Eindhoven werden gemotoriseerde eenheden gespot. Die avond opent de artillerie van de 18de divisie het vuur op de grenszone.

Staf/GpCy 15Div
De groep krijgt te maken met een bijzonder druk verkeer richting zuiden. Vooreerst trekt het 7(FRA)Leger zich terug uit Nederland na de mislukte interventie. Daarnaast trachten heel wat Nederlandse militairen en burgers uit Noord-Brabant en Nederlands Limburg weg te komen. Tenslotte vervoegen ook de Belgische grensbewoners de vlucht naar het zuiden. De colonnes met burgers en militairen worden regelmatig aangevallen uit de lucht.

Majoor de Ryckman verneemt dat de brug over het Albertkanaal te Herentals is opgeblazen en duidt dan ook een meer zuidwestelijke terugtochtroute aan. Hij laat ook overgaan tot het opeisen van fietsen voor de vernietigingsdetachementen van de genie die zich nog in de buurt bevinden.

Tijdens de avond voert Luitenant Gillet vanuit Meerle drie bijkomende patrouilles uit om de precieze posities van de vijand te controleren.

Staf/GpCy 15Div
De Duitsers duiken van bij het eerste daglicht in grote getale op langsheen de oever van het Verbindingskanaal Maas-Schelde. Rond Retie is het 3C vrijwel onmiddellijk betrokken bij vuurgevechten.

Om 07u00 komt de ganse 18de divisie onder Frans bevel te staan: Generaal Giraud van het 7de Leger moet de Duitsers in de Kempen trachten tegen te houden en heeft ook de Belgische troepen toegewezen gekregen. Even later wordt de grenspost van Meerle overvallen door pantserwagens en motorwielrijders. Het peloton van Luitenant Gillet trekt zich direct terug naar Hoogstraten om er de Franse troepen op te zoeken.

Het 2de eskadron moet twee FM30 lichte machinegeweren afstaan aan het 3C; de wapens zullen nooit meer gezien worden.

De pelotons van de Onderluitenanten de Saint-Hubert en Noel moeten vervolgens een strook grond zuiveren langsheen de kanaalzone tussen Ravels en Arendonk en ontdekken al snel dat het 3C hier nog steeds de oever in handen heeft.

Rond 01u00 komt het bevel tot de aftocht:

  • het 1ste Eskadron te Hoogstraten trekt zich terug naar Vremde op de zuidelijke oever van het Albertkanaal
  • het 2de Peloton van het 2de Eskadron verlaat Poppel en Weelde en hergroepeert in Turnhout
  • de Staf verlaat Turnhout en zoekt eveneens Vremde op

De eskadrons worden vervolgens eveneens naar Vremde nabij Kontich gezonden en om 08u00 is de groep er weer compleet, met uitzondering van het peloton van het 1ste eskadron dat te Retie met het 3C meevecht en er de achterhoede voor de Carabiniers levert. Dit detachement vertrekt om 10u00 naar Vremde.

De groep wordt te Vremde even in reserve geplaatst. Er wordt van de rust gebruik gemaakt om de fietsen te onderhouden en het beschadigde en verloren gegane materiaal te vervangen.

Tijdens de avond wordt de groep doorgestuurd naar Antwerpen om er de Schedetunnels te bewaken. In 1940 was de Schelde slechts ondertunneld door de Sint-Anna voetgangerstunnel en de Waaslandtunnel (de ‘konijnenpijp’) die zeven jaar voor het uitbreken van het conflict geopend werd. De groep vertrekt richting stad.

De groep heeft posities ingenomen nabij de beide Scheldetunnels. Met zandzakjes worden een steunpunt aangelegd nabij elke tunnelmond van de voetgangerstunnel en de autotunnel. Het westelijke uiteinde van de autotunnel wordt overgenomen door een detachement onder leiding van Kapitein Massart. De kapitein lost er de 23ste Compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen (1SVE) af.

De Jagers te Paard worden ook verantwoordelijk voor het regelen van het verkeer door te tunnels en zijn de ganse dag druk in de weer met het doorsturen van Belgische en Franse eenheden naar de linkeroever. De beide tunnels werden ondermijnd door de Franse genie die bij elke tunnel een vernielingsdetachement heeft achtergelaten. De Belgische genie houdt een motorboot klaar om de wielrijders te kunnen evacueren in geval van een voortijdige vernietiging van de tunnels.

Rond 04u00 is de evacuatie van voertuigen uit Antwerpen via de Waaslandtunnel voltooid. De tunnel zal dan alleen nog gebruikt worden door het voetvolk van de laatste infanterie-eenheden uit de Versterkte Positie Antwerpen. Na doortocht van de laatste infanteristen worden zes Franse vrachtwagens vol explosieven de tunnel ingereden en om 05u25 gaat de konijnenpijp met een enorme knal de lucht in. Om 07u00 blazen de Franse genisten ook de voetgangerstunnel op.

De laatste manschappen van de groep trekken vervolgens de Schelde over via de noodbrug van Hoboken. Ook die overgang wordt die ochtend vernield door de genie. Twee officieren inspecteren daarop de uitgangen van de tunnels op de linkeroever en melden dat de kunstwerken vernield zijn. Dit laatste zal later blijken een verkeerde inschatting te zijn voor wat de voetgangerstunnel betreft.

Majoor de Ryckman plaatst zijn mannen onder het bevel van de 17de divisie die op de dijk tussen Kruibeke en Kallo een verdedigingslinie zal opwerpen om de aftocht door het Waasland te beveiligen. De groep van de Ryckman wordt aangevuld met de drie pelotons verkenners van de infanterieregimenten van de 17de divisie en de compagnie T13 tankjagers van de divisietroepen en wordt naar het Hoofd van Vlaanderen gestuurd:

  • de Ryckman installeert zijn commandopost te Zwijndrecht
  • het 3de eskadron wordt opgesteld op de linkerflank langs de Scheldeoever nabij Kallo voor zijn rekening
  • het 1ste eskadron bewaakt de middensector rond de uitgang van de Waaslandtunnel
  • het 2de eskadron stelt zich op in het zuiden te Burcht

Ook het 8J en 9J bevinden zich langsheen de dijk. Even na 07u00 ziet men de Nazi vlag verschijnen op de toren van de Antwerpse kathedraal.

De groep kantonneert aan het eind van de dag te Sijsele en komt onder het bevel van de 17de Infanteriedivisie te staan.

De wielrijders blijven de ganse voormiddag te Sijsele.

Het 9Li is de vorige nacht weggeroepen van het Afleidingskanaal om het Leie-front in het zuiden te gaan versterken en de 17de divisie spreekt alle overgebleven eenheden aan om de ondersector van het 9Li over te nemen. Majoor Ryckman stuurt zijn troepen naar Kleit en ontplooit vervolgens zijn eenheid achter de linies van het 3C. De eenheid wordt in twee groeperingen verdeeld en zet zich aan het graven nabij Kallekensbos.

Rond 16u00 wordt één van de beide groeperingen onder leiding van commandant de Witte de Haelen naar het front nabij Adegem gezonden om er het sterk uitgedunde 3C te gaan versterken. De groepering vordert naar het Drongengoedbos.

De tweede groepering wordt onder bevel geplaatste van kapitein Massart en aangehecht bij het 3J nabij Balgerhoeke. Het Vde legerkorps heeft plannen om een tegenaanval uit te voeren om de Duitse oversteek over het kanaal rond Balgerhoeke terug te werpen, maar die ambities blijken te hoog gegrepen en aan het eind van de dag moeten de eenheid verder terrein prijsgeven.

De opdracht van de groep beperkt zich dan maar tot het helpen dekken van de aftocht van de infanterie uit de kanaalzone.

Tijdens de nacht van 25 op 26 mei trekken de Belgen zich terug van het Afleidingskanaal rond Balgerhoeke.

De beide groeperingen worden aan het eind van de dag opnieuw samengevoegd en verzameld nabij het kasteel van Beernem. De manschappen brengen hier de nacht door.

De groep wordt aangehecht bij het 1C dat zijn commandopost opgesteld heeft in een hoeve nabij Drongengoedbos. Majoor de Ryckman ontvangt de opdracht om zijn wielrijders te ontplooien op het derde echelon achter de stellingen van het 1C, langsheen de baan van Knesselare naar Maldegem.

De eskadrons zijn nog maar net ter plekke wanneer een tegenbevel volgt om enkele huizen ten noorden van Knesselare te bezetten en in te richten als geimproviseerde steunpunten. De stellingen langs de baan van Knesselare naar Maldegem zullen overgenomen worden door het terugtrekkende 1C en een detachement van het 4Cy.

De situatie aan het front wijzigt bijzonder snel en om 17u00 wordt ook deze stelling opgegeven. Het eskadron moet nu terugkeren naar Beernem, dit keer om er een bruggenhoofd uit te bouwen rond de brug over het Kanaal van Gent naar Brugge dat een belangrijke rol zal spelen bij de terugtocht van de Belgen uit het gebied.

Te Beernem heerst de grootse verwarring en niemand is zeker van de juiste opdracht van de groep. Rond 22u00 wordt de missie verduidelijkt door de staf van de 18de divisie. Beernem zal niet bezet worden, de brug wordt niet verdedigd en de wielrijders moeten terugtrekken naar Oostkamp. Het peloton van Luitenant Garcey zal achterblijven te Beernem als achterwacht.

Het eskadron wielrijders van de 6de divisie passeert rond dat tijdstip door Beernem en Majoor de Ryckman beveelt ook deze troepen om Oostkamp te vervoegen.

De laatste detachementen van de groep verlaten Beernem rond 02u00 en bereiken enkele uren later Oostkamp. De tocht verloopt door de grote drukte op de wegen ten zuiden van het Kanaal van Gent naar Brugge in de grootse chaos. Het is de wielrijders meer dan duidelijk dat de weerstand van ons leger op zijn laatste benen loopt.

Majoor de Ryckman verneemt het nieuws van de capitulatie rond 06u00 op de commandopost van generaal Six, chef van de 18de divisie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.
  2. Bij de uitvoering van officiersverkenningen worden pelotonscommandanten, vergezeld van vier tot zes wielrijders, uitgestuurd om inlichtingen in te winnen. De rest van het peloton dat opgesteld blijft op zijn stelling wordt dan verder bevolen door de pelotonsadjunct.
  3. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
  4. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].