4de Regiment Lansiers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Regiment Lansiers | 4ème Régiment de Lanciers | 4L
Type Regiment vervoerde cavalerie van de reserve
Ontdubbeld van 1L, 1JP en 2JP
Onderdeel van 2de Cavaleriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel jonkheer Robert Jooris
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant Libert
Standplaats Demer/Gete-Stelling
Ondersector Grimde-Bost
Commandopost te Tienen
Samenstelling I Groep (Majoor jonkheer Jean de Gerlache de Waillimont) 1ste Eskadron Fuseliers (Kapt P. Flamand)
2de Eskadron Fuseliers (Cdt A. Haquenne)
3de Eskadron Mitrailleurs (Lt R. Libert)
II Groep (Majoor baron Gaston del Marmol) 4de Eskadron Fuseliers (Lt E. Noterman)
5de Eskadron Fuseliers (Cdt baron J. Fallon)
6de Eskadron Mitrailleurs (Cdt baron Albert Cartuyvels de Collaert)
7de Eskadron Motorwielrijders (Kapitein-commandant J. De Meulemeester)
8ste Eskadron Anti-Tankkanonnen C47 (Kapitein-commandant H. Binane)
Eskadron Transport (Kapitein-commandant F. Goebbels)

Tijdens de mobilisatie

Staf/4L
Op 1 september 1939 werd te Neerwinden, Overwinden en Landen een nieuw cavalerieregiment gecreëerd met reservisten van het 1L, 1JP en 2JP. Het regiment kreeg de benaming “2de Regiment Vervoerde Cavaleristen” en werd uitgerust met vrachtwagens voor het transport van de manschappen en zware bewapening. De nieuwe formatie ontvangt ook een 7de Eskadron dat als onafhankelijk eskadron motorwielrijders zal worden ingezet. Goed twee derde van de manschappen behoren tot de militieklas 36. Het merendeel van de overigen zijn reservisten van de klas 32. Met uitzondering van het eskadron transport, waren alle eenheden Franstalig.

Na de mobilisatie werden op 7 september alle elementen van het pas opgerichte 2de Regiment Vervoerde Cavaleristen in de kazerne van Tienen samengebracht. Op 16 september 1939 overhandigde Koning Leopold III aan Luitenant-kolonel Jooris de oude standaard van het 4de Regiment Lansiers op de Tiense Grote Markt. Het 2de Regiment Vervoerde Cavaleristen wordt dan ook omgedoopt tot het 4de Regiment Lansiers (4L).

Het 4L bracht de eerste vier maanden van de mobilisatie door te Hasselt, waar het in stond voor de bewaking van de ondersector tussen de bruggen over het Albertkanaal te Kuringen en Hasselt. Op 8 januari 1940 verhuisde het regiment naar de Sint-Maartenskazerne te Leuven. Bij het algemeen legeralarm van 13 januari wordt het 4L te Waver ontplooid. Het regiment keerde niet terug naar de kazerne in Leuven, maar zou tot 13 april te Waver kantonneren. Op die datum volgde een verplaatsing naar het kanaal Brussel-Charleroi, maar vanaf 18 april was het regiment opnieuw in Tienen.

Staf/4L
De lansiers worden rondom 01u15 gealarmeerd in hun kantonnementen te Tienen. De soldaten van het 7de Eskadron verblijven in de kazerne aan de Broekstraat. Rondom 02u30 halen ze hun motoren en voertuigen op die op de speelplaats van het nabijgelegen Onze-Lieve-Vrouwcollege geparkeerd stonden. Ook de andere eenheden verzamelen en vervolgens ontplooit het regiment zich in een bruggenhoofd op de rivier de Gete dat een grote boog beschrijft langsheen de oostrand van de stad Tienen. Het regiment wordt hierbij verdeeld over 17 afzonderlijke steunpunten.

Luitenant-kolonel jonkheer Robert Jooris (naoorloogse foto).

De Iste Groep van het 18de Artillerieregiment (I/18A) is rondom 04u00 op zijn schootsstellingen te Sint-Margriete-Houtem aangekomen en kan nu artilleriesteun leveren. De troepen wachten de ganse dag af. Het front ligt nog veraf en de dreiging komt exclusief uit de lucht. Het militaire vliegveld van Goetsenhoven wordt gebombardeerd, evenals het station van Grimde en de spoorlijn Brussel-Luik. Een vliegtuigbom valt in het steunpunt 6 van Luitenant de Renesse en maakt een zwaargewonde en vijf lichtgewonden. Een vijftal bommen slaan in rond het steunpunt 9 van Luitenant Wautier, zonder grote schade te veroorzaken. Ook steunpunt 5 meldt enkele inslagen.

I/4L
De Iste Groep stelt zich op van Overlaar tot Wulmersum.

  • Het 1ste Eskadron bevindt zich op de uiterste zuidflank en bezet het onderkwartier tussen de oostrand van de gemeente Overlaar en de steenweg Tienen-Hanuit, ten noordwesten van het dorp Bost.
    • Steunpunt 16 van Onderluitenant Dambois bevindt zich op de westelijke oever van de Gete.
    • Steunpunt 15 van Luitenant Higuet ligt tussen de Gete en de Hannuitsesteenweg.
    • Steunpunt 14 van Luitenant Martinet vergrendelt de Hannuitsesteenweg.
    • Steunpunt 17 van Onderluitenant Alexandre bezet de brug over de spoorlijn aan de Potterijstraat.
  • Het 2de Eskadron wordt opgesteld in het onderkwartier Wulmersum, tussen het spoorwegknooppunt van de de lijnen Tienen-Namen, Tienen-Luik en Tienen-Diest en de baan naar Hakendover. De pelotons liggen achter de spoorwegberm van de lijn Tienen-Diest en hebben de terreinen van de suikerraffinaderij in de rug.
    • Steunpunt 13 van Luitenant Lenssen is opgesteld tussen de Hannuitssesteenweg en het spoorwegknooppunt.
    • Steunpunt 12 van Onderluitenant Massin ligt in de vertakking van de spoorlijnen Tienen-Namen en Tienen-Luik.
    • Steunpunt 11 van Luitenant Moreau de Melen en de commandopost van het eskadron bezetten het spoorwegknooppunt zelf.
    • Steunpunt 10 van Luitenant Duquesnoy bezet te oostrand van de terreinen van de Tiense suikerfabriek.
    • Steunpunt 9 van Luitenant Wautier ligt tussen het spoorwegknooppunt en de Wulmersumsesteenweg.

II/4L
De IIde Groep ontplooit langsheen de nu verdwenen spoorlijn Tienen-Diest en de baan van Tienen naar Sint-Truiden rondom Grimde. De linies van deze groep reiken tot de zuidrand van Neerlinter.

  • Het 5de Eskadron wordt opgesteld in het rechter onderkwartier, tussen de steenweg naar Wulmersum en de steenweg naar Sint-Truiden.
    • Steunpunt 8 van Adjudant Vilet en Steunpunt 7 van Luitenant Beaufort bevinden zich op de Wulmersumsesteenweg, met steunpunt 7 aan de overweg op de spoorlijn Tienen-Diest. De commandopost van het eskadron is samengevoegd met het meer naar Tienen gelegen steunpunt 8.
    • Steunpunt 6 van Luitenant de Renesse en Steunpunt 5 van Luitenant van Marcke de Lummen liggen achter de spoorlijn tussen de Wulmersumsesteenweg en de Sint-Truidensesteenweg.
  • Het 4de Eskadron bezet het linker onderkwartier, tussen de steenweg naar Sint-Truiden, het station van Grimde en de brug over de zijarm van de Oude Gete.
    • Steunpunt 4 van Luitenant Bage bewaakt het station van Grimde en de spooraansluiting naar de suikerfabriek en de Citrique Belge.
    • Steunpunt 3 van Onderluitenant Orban is opgesteld op de kruising van de spoorlijn Tienen-Diest en de tramlijn Tienen-Sint-Truiden.
    • Steunpunt 2 van Luitenant Ducarne en Steunpunt 1 van Onderluitenat Bryur vormen het noordelijke uiteinde van de linies, tot aan de overweg op baan naar Wommersom.

7Esk/4L
Het 7de Eskadron, bevolen door Kapitein-commandant De Meulemeester, blijft stand-by in de stad. Volgens de rapporten van het Cavaleriekorps zou een detachement van het eskadron uitgestuurd worden naar Sint-Truiden. De staf van de 2de Cavaleriedivisie meldt evenwel dat het eskadron op de eerste oorlogsdag de bruggen over de Gete bewaakt tussen Tienen en Hoegaarden en een vaste verkenningspost te Geldenaken bemant.

8Esk/4L
De C47 kanonnen en zware mitrailleurs zijn verdeeld over de verschillende steunpunten.

De Tiense suikerfabriek in het onderkwartier van het 2de Eskadron.

Staf/4L
De Lansiers vormen een een versterkt bruggenhoofd op een boog langs de oostrand van Tienen. Deze positie moet de belangrijke weg van Luik naar Brussel en Leuven controleren. Het doel blijft om een eventuele vijandelijke opmars af te remmen terwijl het veldleger zich terugtrekt naar de K.W.-Stelling. Rond 17u00 komen de eerste elementen van het 3de Regiment Lansiers (3L) aan op de Demer/Gete-Stelling om zich te ontplooien tussen het 4L en het 2Cy. De ondersector van het 4L wordt daarop verkleind van Bost tot Grimde. Het eskadron moto’s bewaakt de spoorlijn van Luik naar Brussel tussen Bost en Ezemaal om de aansluiting te verzekeren met het pas aangekomen Franse 12ème Régiment de Cuirassiers van de 3ème Division Légère Motorisée.

I/4L
Er wordt geen contact gemaakt met de vijand, maar de Luftwaffe zal de stad opnieuw bombarderen. Vooral de spoorinfrastructuur wordt geviseerd zodat de keuze van het 4L om zich langs de spoorwegberm in te graven eerder betreurenswaardig kan genoemnd worden. Bij de luchtaanvallen moet het regiment verschillende slachtoffers incasseren. Omstreeks 10u00 vallen Stuka duikbommenwerpers de Hannuitsesteenweg aan. Luitenant Martinet meldt belangrijke materiële schade en burgerslachtoffers. De grootse aanval vindt plaats rond 14u00 en zal zo’n twee uur aanhouden. Het zijn opnieuw Duitse Stuka’s die het station van Tienen en de omgeving van de suikerfabriek viseren. De Iste Groep ligt middenin de actiezone. Een bom vernielt de metalen toren van de suikerfabriek waar het 2de Eskadron een observatieploeg geplaatst heeft. De observatiepost wordt opgeheven. Her en der raken lansiers gewond, waaronder ook de Luitenanten Huwart, Ghysen en Hanon. Huwart en Ghysen dienen afgevoerd te worden en zullen uiteindelijk in Frankrijk belanden waar ze aangehecht worden bij het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Lichte Troepen. Luitenant Duquesnoy en Luitenant Leroy zullen de pelotons Huwart en Ghysen overnemen.

Staf/4L
Op 12 mei dag krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling, een geïmproviseerde dwarsstelling die loopt langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Winterbeek van Lummen over Diest en Geetbets tot Tienen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. Van noord naar zuid staan nu opgesteld op de Demer/Gete-stelling; de 14Div, de 2CavDiv en de 1CavDiv. Het 4L bevindt zich nog steeds rondom Tienen. Na de middag wordt het 3Li toegevoegd aan de Demer/Gete-stelling om ten westen van Tienen een tweede echelon te vormen. De eerste Duitse troepen bereiken de Demer/Gete-stelling nabij Tienen. Het 4L raakt betrokken in vuurgevechten en verdedigt zijn posities tegen de eerste aanvalspogingen van de vijand. Gedurende de late namiddag komt de noordelijke rand van Tienen even onder druk te staan. Rondom 19u00 volgt een tweede, grotere opmars parallel met de baan van Sint-Truiden naar Tienen en breken opnieuw gevechten uit. De Franse troepen ten zuiden van de Belgische posities blijven niet ter plekke en trekken zich tijdens de loop van de nacht terug uit het dorpje Meer.

7Esk/4L
Naar het zuiden toe verzekert het 7de Eskadron de verbinding met de Franse troepen nabij Ezemaal. Het 5de en 7de Eskadron van het 3L worden reeds om 07u30 naar Ezemaal bij Tienen gestuurd om er het 7/4L te gaan versterken. De drie eskadrons komen onder bevel te staan van Cdt De Meulemeester en stellen zich op tussen Ezemaal en Bost. De spoorlijn wordt nog steeds als steunpunt gebruikt.

Luitenant-kolonel Jooris ontvangt de standaard van het 4L uit handen van Koning Leopold III.

Het 3L en het 4L bemannen nog steeds de eerste linie van de ondersector zuid langsheen de Gete. Het tweede echelon van de ondersector wordt geleverd door het 3Li. De flankwacht wordt in het zuiden geleverd door het 2JP.

Het 4L is nog steeds opgesteld tussen Grimde en Bost ten zuidoosten van Tienen. De Iste Groep bezet enkele steunpunten rondheen het spoorwegknooppunt van Tienen. De IIde Groep concentreert zich op de baan komende van Sint-Truiden. Vanaf 08u00 is de Belgische artillerie opnieuw actief en wordt voor een tweede dag contact gemaakt met de vijand.

De Franse kurassiers zijn inmiddels definitief verdwenen en daardoor is de zuidflank van de Belgische linies wijd open komen te liggen. Na opnieuw een hevig bombardement op het station van Grimde trekt de flankwacht van het 2JP zich terug achter de Gete. Het duurt dan ook niet lang eer de vijandelijke infanterie op diverse locaties de posities van het regiment dreigt te infiltreren.

Tijdens de namiddag krijgt het regiment versterking van een detachement van het 1ste Regiment Lansiers, aangevoerd voor Kapitein-commandant Edouard Van Hove van het 4de Eskadron. Het detachement omvat twee pelotons fuseliers, vier T13 tankjagers en een sectie mitrailleurs. Het gros van het detachement wordt toegevoegd aan de stellingen van het regiment en ontvangt een twintigtal machinepistolen die het 4L teruggevonden heeft in een wagon van een gebombardeerd treinstel. De vier pantserwagens worden samen met zeven motoren naar diverse locaties in de stad gestuurd om de komende terugtocht van het 4L te helpen dekken.

Onderluitenant Capiau van 1L wordt tijdens de vooravond uitgestuurd op patrouille in no man’s land. Hij ontdekt echter geen Duitse troepen en rond 21u00 worden de meldingen van de frontlinie gunstiger. De vijand lijkt zich gedeisd te houden voor de komende nacht.

Het 4L trekt zich terug wanneer de Demer/Gete-stelling opgegeven wordt. De laatste elementen van het 4L verlaten Tienen rond 23u00, gedekt door het detachement van Kapitein-commandant Van Hove dat tot 03u00 tijdens de nacht van 13 op 14 mei op post zal blijven. De troepen worden te Vissenaken op klaarstaande vrachtwagens geladen en rijden vervolgens richting Leuven.

Het cavaleriekorps zal zich in de ruime streek tussen Mechelen en Dendermonde gaan reorganiseren en wordt in reserve geplaatst.

Het 4L moet die nacht via de brug van Wijgmaal de Vaart Leuven-Mechelen oversteken en zich achter de K.W. Stelling in veiligheid plaatsen. De tocht naar Leuven verloopt chaotisch door het drukke militaire verkeer en de duizenden burgers die op de vlucht zijn. Tijdens de ochtend bereikt het regiment Wijgmaal om er vast te stellen dat de brug reeds vernield is door de Belgen. De dichtstbijzijnde brug die nog intact is, bevindt zich te Haacht en de colonnes haasten zich om er de Vaart over te steken.

De eenheden raken verspreid en bereiken in kleine groepjes het dorp Londerzeel. De staf en de IIde Groep blijven in ter plekke. De Iste Groep wordt gekantonneerd te Steenhuffel.

Te Londerzeel en Steenhuffel wordt het 4L gehergroepeerd. Luitenant-Generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het cavaleriekorps, heeft zijn hoofdkwartier geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. De ganse divisie verblijft nu in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de talrijke verliezen tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Met uitzondering van het 1G worden alle cavalerieregimenten herleid tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-Majoor Ninitte naar Frankrijk gestuurd worden voor verdere reorganisatie en versterking. De Brigade Vervoerde Cavaleristen wordt opgeheven. Het 4L gaat naar de 1ste cavaleriedivisie. Het 2G naar de 2de Cavaleriedivisie.

Het veldleger zal zich in drie etappes terugtrekken van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het cavaleriekorps wordt aangeduid als onderdeel van de troepenmacht die de nieuwe aftocht moet beveiligen. De 2de cavaleriedivisie moet de Scheldeovergangen tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

Het regiment verlaat Londerzeel om 10u00 met bestemming Lokeren. Via Baasrode, Dendermonde en Zele rijden de colonnes twee uur later de stad binnen. Onderweg wordt een lange sliert stadsbussen uit Parijs gekruist die elementen van het Franse 7de Leger naar het zuiden afvoeren. Onderweg worden de Lansiers ook meerdere keren gemitrailleerd door de Luftwaffe.

Het 4L wordt verspreid opgesteld langsheen de Durme tussen Lokeren en Hamme.

Het 4L blijft rondom Lokeren om er de bruggen te bewaken en er patrouilles uit te voeren in het Waasland. Er worden geen Duitse troepen ontdekt. De ganse dag lang stromen duizenden Belgische soldaten over de Durme bruggen en marcheren vermoeid richting Gent. De Lansiers trachten het verkeer zo goed mogelijk te regelen.

De Luftwaffe is bijzonder actief boven Lokeren en bombardeert het station en de brug over de Durme in de hoop de Belgische aftocht te blokkeren. Ook het noodvliegveld wordt aangevallen. Er is luchtalarm met de regelmaat van de klok, maar er vallen geen slachtoffers bij het 4L.

De laatste Belgische troepen verlaten Antwerpen tussen 04u00 en 05u00 en de beide Scheldetunnels worden vervolgens vernield door onze genie. De Duitsers hijsen reeds om 07u00 de hakenkruisvlag op de toren van de kathedraal. Op de linkeroever werken het 8J en 9J in alle haasten aan een tijdelijke verdedigingslinie tussen de forten van Kruibeke en Kallo. Rondom 09u00 wordt het echter duidelijk dat de Duitsers de Schelde zijn overgestoken in vlotten. De 17de infanteriedivisie vraagt onmiddellijk om hulp. De 1ste cavaleriedivisie wordt toegewezen aan de opdracht.

Tijdens de nacht bezet het regiment nog steeds de omgeving van Lokeren met de Iste groep in de stad zelf en de IIde groep langsheen de Durme tot aan Waasmunster. Vanaf 03u00 trekt het gros van de 6de infanteriedivisie door Zele. Even na 07u00 moet het regiment zich in verbinding stellen met de 1ste cavaleriedivisie die in het ruime gebied rond Sint-Niklaas actief is. Samen met het 2Cy maakt het regiment ook plannen om alle binnenvaartuigen te vernielen op de Durme.

Het regiment breidt zijn posities uit naar de Scheldeoever tussen Dendermonde en Mariekerke. Om 13u00 meldt het 4L dat het zoals bevolen nu ook in contact is met het 2G van de 1ste Cavaleriedivisie.

Om 17u00 worden alle eskadrons onmiddellijk teruggeroepen naar Lokeren. Het 4L hergroepeert zich en wordt onmiddellijk verplaatst naar de linkeroever van de Schelde tegenover Antwerpen. Via Sint-Niklaas en Zwijndrecht snelt het regiment naar het Hoofd van Vlaanderen, Om 23u00 lost het regiment de 17de Infanteriedivisie af in de sector tussen de forten van Kruibeke en Kallo waar op dat ogenblik reeds vijandelijke infiltraties gemeld worden. Het regiment graaft zich in achter de linies van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie nabij Zwijndrecht.

Tijdens de nacht van 18 op 19 mei heeft de 1ste cavaleriedivisie alle verplaatsingen volbracht om het front tussen Kallo en Terneuzen langsheen de zuidelijke oever van de Zeeschelde te dekken. Het 4L bevindt zich nu in eerste linie langsheen de dijk tussen Kallo en Kruibeke. Het 2L vormt de tweede linie met de Iste groep en het 7de eskadron dat te Haasdonk en Vijfwegen is ontplooid.

De vijand wordt steeds talrijker op de linkeroever. Zwijndrecht wordt nu actief verdedigd door de wielrijdersgroep van de 15de infanteriedivisie. Luitenant de Géradon, de commandant van het 2de eskadron van de groep, wordt gedood en de wielrijders worden ook vanuit de lucht gebombardeerd. De wielrijders krijgen rond 11u00 het bevel om Zwijndrecht te ontruimen en zich terug te trekken naar het gehucht Pijp Toebak-Burcht.

Door de Duitse infiltraties kunnen de wielrijders van de 15de divisie hun stellingwissel niet behoorlijk uitvoeren. De cyclisten worden gestadig teruggedreven tot aan de stellingen van het 4L, die op hun beurt worden gebombardeerd. Rond 11u30 willen de Lansiers een tegenaanval uitvoeren maar dat lukt niet naar behoren door de steeds groter wordende Duitse aanwezigheid.

Het 4L raakt al snel slaags met de vijand die richting Waasland wil doorstoten. Het 1ste eskadron van het 4L moet samen met het eskadron pantserwagens van het 2L een tegenaanval naar Zwijndrecht ondernemen, maar de Belgen worden flink afgestraft bij het uitvoeren van hun poging. Het aantal Belgische gesneuvelden stijgt zienderogen; onder hen ook Kapitein-commandant Cartuyvels de Collaert, bevelhebber het 6de eskadron.

Het 1L tracht nu Zwijndrecht te omtrekken via de noordrand van het dorp, maar ook deze actie wordt geblokkeerd. De Duitsers voeren een tegenaanval uit en kunnen het Fort van Zwijndrecht innemen. Een peloton van het 7de eskadron wordt naar het fort gestuurd om de vijand te verjagen zonder in dit opzet te slagen.

De toestand wordt nog ernstiger voor de Belgen wanneer rond 18u00 hun artilleriesteun wegvalt door gebrek aan munitie. Het 4L voert nog een vertragingsmaneuver uit, maar verliest alweer aan manschappen en materiaal en moet zich samen met de andere Belgische troepen die avond terugtrekken. Rond 18u30 verbreken de Belgen het contact en vatten de terugtocht aan. De algemene terugtocht vanuit het Waasland is nu aan de orde.

Onder dekking van het eskadron motorwielrijders en de pantserwagens van het 1L en 2L blazen de Lansiers de aftocht.

Via Nieuwekerke en Stekene bereiken de Lansiers de brug van Zelzate. Het 4L maakt van de duisternis gebruik om de lange verplaatsing naar Watervliet op de Belgisch-Nederlandse grens ten noorden van Eeklo uit te voeren. Het regiment komt aan omstreeks 06u00 en wordt hier even in reserve geplaatst voor een broodnodige rustpauze en hergroepering.

Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps is intussen naar Stekene verhuisd en deelt de orders uit voor de komende dag: de 1ste cavaleriedivisie moet zich opstellen vanaf de sector van de 17de infanteriedivisie aan het Kanaal Gent-Terneuzen over Terneuzen zelf tot in Braakman; de 2de cavaleriedivisie zal achter de 1ste komen te liggen.

Tijdens de avond ontvangt het cavaleriekorps het bevel haar hoofdkwartier naar Sint-Laurentius te verplaatsen en alle beschikbare eskadrons pantserwagens te Zwevezele te hergroeperen om er aan de reserve van het Groot Hoofdkwartier te worden toegevoegd.

Net zoals de andere eenheden van de 2de Cavaleriedivisie, wordt ook het 4L ingezet bij de bewaking van van de zuidelijke Scheldeoever in Zeeland. De lansiers nemen de sector tussen Hoofdplaat en Braakman over en voeren patrouilles uit langsheen de Schelde. Het eskadron motorwielrijders moet te Breskens het 3L gaan versterken.

De Duitsers bezetten die dag Vlissingen aan de overkant van de rivier.

Omdat het Groot Hoofdkwartier een Duitse landing over te rivier vreest, wordt de cavaleristen een meer compacte opstelling bevolen. Het 4L neemt een kleinere ondersector in tussen Paulinapolder en de golf van Phillipine. Ten westen van Paulinapolder staat het 1L opgesteld. Ten oosten vervolgt het 3Cy en begint de Belgische stelling langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen.

Buiten enkele kleine artillerieduels blijft het relatief rustig tussen Paulinapolder en Phillipine. De Lansiers passen hun stellingen aan in functie van de verplaatsingen van andere eenheden en bestrijken de zone tussen Paulinapolder en Braakman.

Tijdens de nacht van 23 op 24 mei verlaten de laatste Belgen het Kanaal Gent-Terneuzen om een volgende verdedigingslinie te organiseren aan het Leopoldkanaal en het Afleidingskanaal van de Leie. Hierdoor moet ook onze cavalerie zich terugplooien uit Zeeland.

Het 4L gaat over naar de 2de cavaleriedivisie en rijdt zuidwaarts om zich in te graven achter het kanaal van Retranchement. De verplaatsing wordt nog tijdens de nacht van 23 op 24 mei voltooid. Het eskadron transport rijdt verder tot in Het Zoute en wordt hier zodra het dag wordt gebombardeerd door de Luftwaffe. Heel wat voertuigen gaan verloren.

Het 4L wordt tijdens de nacht van 24 op 25 dringend doorgestuurd naar het zuidelijke front. Aan de Leie zijn de Belgen verslagen en door de aftocht van de Britten naar Duinkerken ligt de ganse zuidelijke flank van het Belgische leger volledig open.

De Belgen werpen een laatste stelling op op de lijn Dadizele – Geluwe – Wervik en plaatsen hier een in der haast samengestelde groep met de restanten van de cavaleristen van 1L, 2L, 3L, 2JP, 2 Cy en het 18A met haar kanonnen 75 mm.

Het 4L komt rond het middaguur aan te Passedale en stelt zich op achter de met spoorwegwagons aangelegde anti-tankversprerring op de lijn Ieper-Roeselare. Het Britse 12th Royal Lancers moest instaan voor de verbinding met de Belgen, maar trekt zich voortijdig terug en de Belgen verliezen het contact met de Britten en staan er nu alleen voor. Het 31Li wordt nog naar de sector gestuurd om het gat min of meer te dichten.

De stellingen van het 4L worden regelmatig gemitrailleerd door de Luftwaffe.

Het eskadron motorwielrijders is achtergebleven de Breskens en voert de bewakingsopdracht langs de Zeeschelde verder uit.

Het 4L wacht de vijand af te Passendale.

De anti-tankversperring met spoorwagons op de lijn Ieper-Roeselare heeft geen enkel nut. Er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons door komen. Daarenboven zijn de gewassen in de meeste velden op volle lengte en kunnen de vijandelijk infanteristen op de meeste plaatsen ongezien vorderen. Op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voor de van de veldtocht de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers ook hiervan handig weten te gebruiken om te naderen.

Vanaf 11u00 meldt men langsheen de ganse spoorlijn contact met de vijand. Er wordt een eerste bres geslagen in de spoorlijn dat er van Zonnebeke tot Passendale heeft post gevat. De weg naar Passendale ligt open en het 31Li desintegreert snel. Ook het 4L dat nog steeds aan de linkerflank van het 31Li ligt, moet zich terugplooien. Het 1ste eskadron werpt in alle haasten een dwarsstelling op om te vermijden dat het regiment zou omsingeld worden.

Om 17u35 lost de 10de infanteriedivisie de IIde groep van het 4L af. Het regiment stuurt de manschappen van de Iste groep door naar de IIde groep die dringend versterking nodig heeft om de linies te verlengen in de richting van de naburige 3de compagnie van het 43Li. Ook deze nieuwe stelling wordt aangevallen. De Duitsers dringen echter niet aan zodat de lansiers relatief makkelijk stand kunnen houden.

Rond 21u00 wordt het regiment teruggetrokken van de eerste linie om zich in het achtergebied te gaan reorganiseren voor nieuwe acties de volgende dag.

Het 4L verneemt het nieuws van de capitulatie en legt de wapens neer.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier 4de Regiment Lansiers, Centrum voor Historische Documentatie, Ministerie van Landsverdediging
  2. Massin, R., 1941, Het 4de Lansiers in het gevecht, eigen beheer
  3. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.