2de Regiment Gidsen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Gidsen | 2ème Régiment de Guides | 2G
Type Regiment vervoerde cavalerie van de Eerste reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Gidsen, 2de Regiment Lansiers en 3de Regiment Lansiers
Onderdeel van Groepering Ninitte
Bevelhebber Kolonel Jules De Boeck
Standplaats Verbindingskanaal Maas-Schelde (Kempisch Kanaal)
Ondersector Kaulille-Neeroeteren van de Vooruitgeschoven Positie
Commandopost te Gruitrode
Samenstelling I Groep
(Majoor graaf Henri du Chastel de la Howarderie)
1ste Eskadrons Fuseliers (Cdt ridder Amaury de Schoutheete de Tervarent)
2de Eskadron Fuseliers (Cdt graaf Jacques Descantons de Montblanc)
3de Eskadron Mitrailleurs (Cdt P. Van Langendonck)
II Groep
(Majoor jonkheer Gaston Mesmaekers)
4de Eskadrons Fuseliers (Kapt jonkheer Charles de Vicq de Cumptich)
5de Eskadron Fuseliers (Cdt ridder Walther Ruzette)
6de Eskadron Mitrailleurs (Lt jonkheer Alphonse Janssens de Varebeke)
7de Eskadron Motorwielrijders (Kapitein-commandant F. Champagne)
8ste Eskadron Anti-Tankkanonnen C47mm (Kapitein-commandant baron Albert Donny)
9de Eskadron Transport (Kapitein F. Lefebvre)
Eskadron Administratie (Luitenant baron Alfred de Failly)

Tijdens de mobilisatie

Staf/2G
Op 1 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, wordt het 1ste Regiment Vervoerde Cavaleristen opgericht. Het regiment beschikt initieel niet over moto’s, pantserwagens noch voertuigen en moest beroep doen op vrachtwagens van het transportkorps van het Cavaleriekorps (CK) voor het vervoer van de manschappen en zware bewapening. De nieuwe formatie wordt versterkt met een 7de Eskadron, dat als enige beschikt over motorwielrijders, en een 8ste Eskadron uitgerust met getrokken C47mm anti-tankkanonnen. Het personeel van 2G wordt geput uit oudere reservisten van drie actieve cavalerieregimenten. De staf van het regiment wordt geleverd door het 2de Regiment Lansiers (2L), de Iste Groep door het 1ste Regiment Gidsen (1G) en de IIde Groep door het 3de Regiment Lansiers (3L). Het 7de en het 8ste Eskadron worden samengesteld uit reservisten van 1G en 2L. De elementen samengesteld uit 1G en 2L worden te Watermaal-Bosvoorde onder de wapens geroepen, de eenheden geleverd door het 3L krijgen Wilrijk als mobilisatieplaats.

Op 6 september wordt het regiment samengebracht te Leuven en ingekwartierd in de Sint-Maartenskazerne [5] (Staf, IIde Groep, 7de en 8ste Eskadron) en de Tarweschoofkazerne (Iste Groep). Op 16 september 1939 overhandigt Koning Leopold III, tijdens een plechtigheid in Leuven, de standaard van het in 1926 ontbonden 2de Regiment Gidsen (2G) aan het 1ste Regiment Vervoerde Cavaleristen. Dit wordt dan meteen ook de nieuwe benaming van het regiment.

Het 2G brengt de mobilisatieperiode door met opdrachten in Limburg en rond Brussel. Tussen januari en april 1940 krijgt het regiment een bijkomend eskadron, het 9de Eskadron (9Esk), dat de transportmiddelen voor de gevechtseenheden levert. Het regiment kan zich vanaf nu afzonderlijk van het Transportkorps verplaatsen.

Aan de vooravond van de oorlog bezet het 2G de Ondersector Kaulille-Neeroeteren van de Vooruitgeschoven Positie, een bijzonder uitgestrekte stelling van zo’n 25 Km lengte, langsheen het Kanaal Bocholt – Herentals en de Zuid-Willemsvaart [9]. Het regiment staat onder bevel van de Groepering Ninitte en heeft zijn commandopost opgesteld te Gruitrode. Ten zuiden van de positie van 2G staat het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) opgesteld achter de Zuid-Willemsvaart van Neeroeteren tot de brug van Vucht ten noorden van Maasmechelen. Ten westen van 2G staat het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy) opgesteld achter het Kanaal Bocholt – Herentals vanaf de brug van Kaulille tot De Maat nabij Mol. Ten oosten van 2G, tussen het kanaal en de Belgisch-Nederlandse grens, bemant de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie (GpCy 14Div) enkele alarmposten (position d’alerte oftewel PA) en voert er dagelijks grenspatrouilles uit.

Langsheen de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart staan ook een reeks mitrailleurbunkers. Deze bunkers worden bemand door kleine detachementen van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim). Het regiment wordt ook nog ondersteund door de artilleristen van de 7de Batterij van de IIIde Groep van het 19de Regiment Artillerie die hun kanonnen opgesteld hebben op de Gerkenberg te Bree. Tijdens de nacht van 9 op 10 mei worden heel wat manschappen opgetrommeld om te helpen bij het blussen van een bosbrand nabij Gruitrode. De bluswerken hebben geduurd tot middernacht en waren amper beëindigd toen het algemeen alarm werd afgekondigd. 

I/2G
De Iste Groep (I/2G) ligt langsheen de kanaaloever op de linkerflank van het 2G met het 1ste Eskadron (1Esk) te Bree en het 2de Eskadron (2Esk) te Kaulille. De mitrailleurs en zware wapens van het 3de Eskadron (3Esk) zijn verdeeld over de eskadrons 
fuseliers.

II/2G
De IIde Groep (II/2G) ligt aan het kanaal op de rechterflank, met het 4de Eskadron (4Esk) te Opitter en het 5de Eskadron (5Esk) achter het kanaal ter hoogte van Neeroeteren. De mitrailleurs en zware wapens van het 6de Eskadron (6Esk) zijn eveneens verdeeld over de eskadrons 
fuseliers

7Esk/2G
Het 7de Eskadron (7Esk) wordt opgedeeld in twee detachementen die elk in versterking gestuurd worden van een groep in lijn. De detachementen van het 7Esk vormen de achterhoede van de beide groepen en moeten bij een eventuele terugtrekking de groepen opgesteld in lijn opvangen.

Kolonel Jules De Boeck
(foto van juli 1944).

Staf/2G
De staf van het 2G wordt om 01u15 in staat van alarm gesteld. Het 2G krijgt onmiddellijk versterking van de 1ste en 3de Compagnie van het Bn CyF Lim die om 03u30 vanuit Beverlo, waar ze op oefening waren, naar Gruitrode gestuurd worden. De 1ste Compagnie beschikt ook over drie C47mm op T13. De Bataljonsstaf van het Bn CyF Lim stelt zich op bij de CP van 2G te Gruitrode.

De staf wordt rond 04u00 door de eskadrons op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van talrijke Duitse vliegtuigen in het Belgische luchtruim hetgeen geïnterpreteerd wordt als het begin van de oorlog. Om 04u30 poogt een groepje Duitse militairen in Nederlands uniform de Maasbrug van Maaseik te veroveren. De GpCy 14Div die de brug bewaakt slaagt er nog net in het vernietigingsdispositief in werking stellen waarna de brug samen met enkele Duitsers de lucht in gaat.

Om 06u00 wordt bevestigd dat de oorlog begonnen is met de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. De 1Cie/Bn CyF Lim wordt even na 06u00 door de Staf/2G van Gruitrode naar Opitter gestuurd terwijl de 3Cie/Bn CyF Lim naar Neerglabbeek gezonden wordt. Net voor 07u00 beveelt het Cavaleriekorps (CK) dat de 3Cie/Bn CyF Lim naar Sint-Truiden moet verhuizen om het hoofdkwartier van het CK te beveiligen. Het 2G is al een gedeelte van zijn versterkingen kwijt. Om 07u00 krijgt de GpCy 14Div het bevel zich terug te trekken achter de Vooruitgeschoven Positie. Het 2G komt nu in de voorste linie te liggen.

Rondom 08u00 worden een reeks bruggen over het kanaal Bocholt – Herentals en de Zuid-Willemsvaart opgeblazen zoals voorzien in het verdedigingsplan. De bruggen van Bree, Opitter en Voorshoven vliegen de lucht in. Nadat de bruggen over het kanaal tot ontploffing werden gebracht worden de manschappen van 1Cie/Bn CyF Lim door de Staf/2G teruggeroepen naar Gruitrode om de verdediging van dit dorp te verzekeren. Omstreeks 09u00 wordt één peloton en één T13 van de 1Cie/Bn CyF Lim naar de brug van Voorshoven op de Zuid-Willemsvaart gedetacheerd om de tweede vernielingspoging van de slechts gedeeltelijk gesprongen brug te beveiligen. Aan het eind van de ochtend krijgt de 1Cie/Bn CyF Lim het bevel om zich naar Tongeren te begeven waar ze onder bevel komt van het Iste Legerkorps (I/LK). Het 2G verliest nu ook de tweede compagnie grenswielrijders die ze in versterking had gekregen, nog voor contact gemaakt wordt met de vijand.

Rond 15u00 komt het order binnen dat 2G de stellingen moet blijven bezetten tot  18u00. Na het invallen van de duisternis kan worden teruggeplooid achter het Albertkanaal. Om 16u00 wordt langs het kanaal in het vak van II/2G contact gemaakt met Duitse verkenners. Vanaf 18u00 trekt 2G zich terug van het kanaal. Door de donkere nacht rijden de colonnes vrachtwagens met de dicht opeengepakte Gidsen naar het zuiden om zich terug te plooien achter het Albertkanaal. De achterhoede van 2G passeert de brug van Stokrooie over het Albertkanaal om 22u15. De brug van Stokrooie wordt beveiligd door het 36ste Linieregiment (36Li).

I/2G
Om 07u00 trekt de GpCy 14Div zich terug van de voorposten die ze bezetten langs de Maas. De helft van de GpCy 14Div dient binnen te lopen achter de Zuid-Willemsvaart via de brug van Bree. Nog net voor de brug om 08u00 vernield wordt kunnen de Lansiers van de GpCy 14Div het kanaal oversteken. Na een korte reorganisatie achter het kanaal wordt de GpCy 14Div vanaf 13u00 in versterking gegeven van I/2G en ingezet in de omgeving van Bocholt.  Om 16u00 wordt de GpCy 14Div uit het dispositief van I/2G gehaald en doorgestuurd naar 1JP.

II/2G
Na de afkondiging van het algemeen alarm worden de cavaleristen van II/2G om 02u00 gewekt en naar hun stellingen gestuurd. Om 04u00  ‘s morgens wordt de stelling van de IIde Groep overvlogen door een groot aantal Duitse vliegtuigen. De mitrailleurs van de groep worden in luchtafweer modus op driepikkel geplaatst en het bevel wordt gegeven om het eerst volgend vliegtuig dat nog overkomt neer te halen. Nog geen tien minuten later komen zes zware bommenwerpers uit de richting van Maaseik en worden prompt door de opgestelde mitrailleurs onder vuur genomen. De vliegtuigen laten zich niet onbetuigd en riposteren. Het wordt onmiddellijk duidelijk voor de manschappen van II/2G dat de oorlog is uitgebroken, nog voordat hij officieel werd aangekondigd. Even heerst er verwarring bij het 5Esk wanneer rond 08u00 de andere helft van de zich terugtrekkende GpCy 14Div de brug van Neeroeteren wil passeren op het ogenblik dat de brug de lucht in gaat. De wielrijders worden via Heikant doorgestuurd naar Voorshoven waar de brug over de Zuid-Willemsvaart nog intact is (of ten minste nog bruikbaar is na een mislukte vernielingspoging). 

Om 16u00 maken Duitse verkenners contact langs het kanaal.

  • Het 4Esk raakt betrokken in een beperkt vuurgevecht en wordt tijdelijk op zijn positie vastgepind.
  • In het onderkwartier van het 5Esk wordt een groep van een veertigtal Duitse wielrijders opgemerkt die de oostelijke kanaaloever verkennen. Het vuur wordt geopend waarna de Duitse verkenners zich terugtrekken. Sdt Mil Remory van het Bn CyF Lim, die deel uitmaakt van de bemanning van de kanaalbunker te Neeroeteren, klimt op het dak van zijn bunker om de vijand beter onder vuur te kunnen nemen. Hij raakt hierbij gewond en overlijdt later aan zijn verwondingen.

Het bevel om de stelling te verlaten wordt gegeven om 18u00. De vrachtwagens bevinden zich op een 4-tal km van de stellingen. In snel tempo en in alle stilte haasten de manschappen zich naar de voertuigen. De mannen worden letterlijk in de camions gestouwd, de ene tegen de andere. De colonne vertrekt in volledige verduistering naar het westen. Via de brug van Stokrooie, één van de weinige nog open gehouden bruggen over het Albertkanaal, wordt doorgereden naar een hergroeperingszone te Zepperen ten oosten van Sint-Truiden.

Staf/2G
Wanneer het 2G omstreeks 04u00 Zepperen binnen rijdt wordt de regimentscolonne aangevallen door twee Duitse vliegtuigen. Soldaat Rutger De Geest komt om in de beschieting en is het eerste slachtoffer van het regiment. De uitgeputte manschappen wordt de kans geboden wat te rusten terwijl op het HK van de Groepering Ninitte de regimentsstaf op de hoogte wordt gebracht van de toestand. In de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div) steken Duitse pantsertroepen het Albertkanaal over gebruik makend van de door parachutisten intact veroverde bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt.  ‘s Morgens  zijn de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en de vijand begeeft zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen. 

De cavaleristen van de Groepering Ninitte krijgen de opdracht om een dwarsstelling haaks op het Albertkanaal (ook wel bretel genoemd)  in te nemen teneinde de flank te beveiligen van de  1ste en de 14de Infanteriedivisie die zich daar nog bevinden en zich moeten terugtrekken achter de K.W. Stelling. Deze defensieve lijn, die de naam Bretel van Kortessem, meekrijgt loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De stelling zal verdedigd worden door 2G, 1JP en de GpCy 14Div van de Groepering Ninitte aangevuld met het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47 op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het Wielrijderseskadron van de 1Div  (EskCy 1Div). Het commando van de eenheden ontplooid op de Bretel van Kortessem berust bij Generaal-Majoor De Droog, Commandant van de Infanterie van de 1Div. Het 2G moet het kruispunt van de baan Tongeren – Hasselt met de baan Diepenbeek – Borgloon te Kortessem bezetten en zal hierbij gesteund worden door twee batterijen van I/19A die nabij Vlimmertingen ontplooid worden. 

‘s Avonds wordt het bevel  gegeven om de Bretel van Kortessem tijdens de nacht van 11 op 12 mei op een geordende manier te evacueren. Het gros van de troepen zal om middernacht de dwarsstelling verlaten en zich naar een nieuwe defensieve stelling achter de Demer en de Gete (die de benaming Demer/Gete-Stelling meekrijgt) verplaatsen. De aftocht zal gedekt worden door een mobiele achterhoede bestaande uit het 1JP en het 7Esk. Het 2G krijgt het dorp Bekkevoort als nieuwe hergroeperingszone toegewezen.

II/2G
Na de ontruiming van de Vooruitgeschoven Positie per vrachtwagen komt het II/2G rond 04u00 toe in Zepperen. De manschappen wordt een rustperiode gegund maar die is van korte duur. Om 11u00 worden de eskadrons van II/2G te voet van Zepperen naar Kortessem gestuurd en komen daar omstreeks 14u00 aan na een geforceerde mars. Hierbij moesten ze alle materieel, bewapening alsook de munitie meedragen. Kortessem blijkt vol gevluchte Belgische militairen te zitten die beweren dat de vijand hen op de hielen zit. Er breekt paniek uit onder de manschappen van 2G. Kort daarop meldt een voorbijrijdende patrouille van een verkenningseenheid van het 1 (FRA) Leger dat er geen Duitsers in de omtrek te bespeuren vallen [6]. II/2G stuurt zelf ook patrouilles uit die bevestigen dat de groep zich wel degelijk in eerste linie bevindt maar dat ze niet rechtstreeks tegenover Duitse troepen staan. Meer naar het zuiden treedt het naburige 1JP wel  in contact met de flankhoede van de Duitse pantserdivisies [7]. Om middernacht komt het bevel binnen dat tegen 01u00 de stelling ontruimd zal worden. In alle stilte wordt het bevel van man tot man doorgegeven.

Staf/2G
Vanaf middernacht verlaat het 2G zijn stellingen langs de Bretel van Kortessem. De achterhoede, gevormd door 1JP en 7Esk, zal tot 03u30 ter plekke blijven. Het 5Esk mist het rendez-vous met de vrachtwagens en moet noodgedwongen te voet naar Bekkevoort.

Het Cavaleriekorps krijgt in de loop van de ochtend het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Tienen over Diest tot Tessenderlo (aan de Winterbeek) en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Kwaadmechelen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. De commandant van 2G moet op de staf van de Groepering Ninitte te Okselaar nieuwe bevelen in ontvangst nemen. Daar wordt het duidelijk dat het regiment naar het uiterste noorden van de nieuwe verdedigingslinie zal gestuurd worden. De Groepering Ninette zal nu bestaan uit het 2G, het 1Cy en het 1C. Om het veldleger toe te laten de K.W. Stelling op een veilige manier te vervoegen, zal de groepering Ninitte een troepenscherm ontplooien tussen Eindhout in het westen en de Winterbeek in het oosten om het marsgebied van de zich terugtrekkende eenheden te beveiligen tot de nacht van 13 op 14 mei. Het 1ste Regiment Karabiniers (1C) zal ontplooid worden langs het Albertkanaal van Eindhout tot de brug van Kwaadmechelen (exclusief), het 2G maakt de verbinding tussen de brug van Kwaadmechelen (inclusief) aan het kanaal en de Winterbeek terwijl het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders de verbinding zal maken met de Demer/Gete-Stelling waar de rest het Cavaleriekorps post vat. 

Kolonel De Boeck komt om 14u00 toe in de hergroeperingszone van het 5Esk te Bekkevoort om poolshoogte te nemen van de toestand. De rest van het regiment bevindt zich op dat ogenblik rondom Veerle waar het deels door paniek bevangen Wielrijderseskadron van de 6de Infanteriedivisie (EskCy 6Div) teruggevonden wordt. De Staf/2G verneemt vervolgens dat het 1C en de rest van de 6Div zijn stellingen achter het kanaal reeds verlaten heeft en zich te Westerlo bevind. Het 1C wordt door het IIde Legerkorps (II/LK) teruggestuurd naar het Albertkanaal om onder bevel van de Groepering Ninitte de volledige voormalige sector van de 6Div te bezetten. Het EskCy 6Div wordt aangehecht aan het 2G en naar het Albertkanaal gestuurd in afwachting van de aankomst van 1C. Tijdens de nacht van 12 op 13 mei verplaatsen de bataljons van 1C zich opnieuw naar het kanaal. Intussen richt 2G een steunpunt in ter hoogte van de brug van Kwaadmechelen.

II/2G
Het 5de Eskadron verlaat de Bretel van Kortessem om 01u30 en marcheert richting rendez-vous punt met de vrachtwagens. Het eskadron verliest echter de aansluiting met de rest van de marscolonne van de IIde Groep en kan de vrachtwagens niet terugvinden. De manschappen van het 5Esk moeten noodgedwongen aan een lange voetmars richting Bekkevoort beginnen. Uit vrees door de vijand aangeklampt te worden dienen de eerste tien kilometer tot Alken in spoedmars afgelegd te worden. Hier zouden de vrachtwagens de troepen opwachten maar er vallen in Alken geen camions van het 9Esk te bespeuren. Kapitein-commandant Ruzette [8], eskadronscommandant van het 5Esk heeft inmiddels de regimentsstaf kunnen contacteren en spreekt af dat zijn colonne te voet  verder zal trekken naar Bekkevoort bij Diest. Inmiddels is het weer dag geworden en de manschappen zijn compleet uitgeput. De colonne houdt rond 08u30 halt bij een villa op de N2 tussen Diest en Halen. De soldaten laten zich uitgeput van vermoeidheid langs de baan vallen en krijgen een korte rustpauze. Toch moest de reis voortgezet worden, waarop enkele officieren manu militari een groot aantal fietsen opeisen bij de lokale burgerbevolking en vluchtelingen die zich in de omgeving bevinden. Vanaf 10u00, na negen uur gemarcheerd te hebben, komen de gidsen druppelsgewijs aan te Bekkevoort. Tot dan toe waren ze nog niet bevoorraad en hadden ze zich moeten behelpen met het roven van voedsel uit verlaten woningen en winkels. Het eskadron zal de nacht van 12 op 13 mei nog doorbrengen te Bekkevoort.

Een groepje officieren van de Gidsen.

Staf/2G
Het 2G neemt zijn gevechtsstellingen in langs de  nieuwe defensieve lijn en de zal de brug te Kwaadmechelen verdedigen met de IIde Groep weliswaar zonder het 5Esk en de Winterbeek met de Iste Groep. Het gros van het 1C bereikt tijdens de ochtend het Albertkanaal. Vanaf 11u00 wordt contact gemaakt met de vijand te Kwaadmechelen en even later breekt de hel los langsheen vrijwel de ganse Winterbeek. De vuurgevechten duren de ganse dag en de situatie wordt bijzonder ernstig wanneer de Duitsers omstreeks 18u30 een doorbraakpoging naar Tessenderlo ondernemen. Bij deze gevechten raakt Lt Van Maldeghem ernstig gewond en zal later aan zijn verwondingen overlijden. Omstreeks 23u00 blazen ook de Gidsen de aftocht met de oprukkende invallers in hun kielzog.  Het 2G vormt de achterhoede tijdens de terugtocht van de Groepering Ninette. De opdracht van de groepering loopt ten einde en de verschillende eenheden worden opnieuw bij hun normale commando’s ondergebracht. De korpscommandant verlaat de stellingen rond middernacht. Het regiment trekt westwaarts met het 7de Eskadron als achterhoede. Het cavaleriekorps zal zich in de ruime streek rondom de Zenne ten noorden van Brussel gaan reorganiseren en wordt in reserve geplaatst.

I/2G
Het 2de Eskadron heeft echter het bevel tot de aftocht niet ontvangen en blijft nog steeds op post wanneer de rest van het 2G reeds onderweg is. 

II/2G
Het 5Esk brengt de nacht van 12 op 13 mei nog door te Bekkevoort.  Het eskadron wordt tegen de middag door de vrachtwagens opgehaald en begeeft zich naar Klein-Vorst aan het Albertkanaal om er de stellingen van het 1C te versterken. Meer naar het zuiden hebben de Duitsers in de voormalige sector van de uiteengeslagen 14de Infanteriedivisie een stevig bruggenhoofd over het Albertkanaal uitgebouwd en maken zich klaar om verder op te rukken.

Te Klein-Vorst zien de mannen van het 5Esk steeds meer karabiniers van 1C door hun stelling trekken. Ze werden van de kanaaloever verjaagd door de vijand. Het peloton van OLt Dumon en OLt Vandenkerckhove worden naar het kanaal gestuurd om de gaten te dichten die door de vluchtende karabiniers gecreëerd werden. Rond 23u00 komt het bevrijdende bevel het gevecht af te breken en terug te trekken tot achter de K.W.Stelling. De colonne wordt samengesteld en de pelotons voegen in zonder te weten waar de rit naar toe gaat. Het 5Esk krijgt tevens de opdracht om acht Duitse krijgsgevangen waarvan twee gewond mee te nemen tijdens de verplaatsing.

Staf/2G
De bestemming voor de verplaatsing door de nacht is Londerzeel. De colonne van 2G wordt doorkruist door terugtrekkende Fransen. Na een tocht van zo’n 70 Km over Heist-op-den-Berg en Mechelen bevinden de Gidsen zich nu achter het Kanaal van Willebroek. Duitse vliegtuigen bombarderen de colonne van het 2G evenals het station bij de doortocht van Willebroek maar er is geen noemenswaardige schade aan de uitrusting. De achtergebleven veldkeuken komt aan en de manschappen worden bevoorraad. De commandopost van het regiment wordt opgesteld te Ramsdonk.

I/2G
De Staf en het 1Esk van I/2G passeren de K.W. Stelling samen met de rest van het regiment en kunnen uitrusten te Malderen. Het achtergelaten 2Esk kan ternauwernood ontsnappen aan de Duitsers en vlucht weg naar Tessenderlo. Met veel moeite kunnen de gidsen van 2/I/2G Veerle en vervolgens Westmeerbeek bereiken. Uiteindelijk kunnen de manschappen tussen Mechelen en Lier de K.W. Stelling oversteken en bereiken omstreeks 23u00 het dorp Lint.

II/2G
Wanneer tijdens de nacht van 13 op 14 mei de colonne van de IIde Groep opgehouden wordt door een kruisende colonne Fransen verliest het 5Esk contact met de rest van het regiment. Niemand is op de hoogte van de eindbestemming van de verplaatsing maar het eskadron wordt terug op de goede weg gezet door een ploeg herstellers van het regiment die wisten dat de hergroeperingszone in Londerzeel lag. Omwille van de moeilijke toestand op de wegen wacht het eskadron wacht de dageraad af en rijdt vanaf de eerste klaarte verder naar Londerzeel waar ze tegen de middag toekomen. De IIde Groep krijgt Kapelle-op-den-Bos als hergroeperingszone toegewezen.

7Esk/2G
Het 7Esk komt als laatste aan en installeert zich te Londerzeel.

Cavaleristen verplaatsen een C47 anti-tankkanon op luchtbanden.

Staf/2G
Luitenant-Generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het Cavaleriekorps (CK), heeft zijn hoofdkwartier geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. Het ganse cavaleriekorps verblijft nu in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de talrijke verliezen tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Met uitzondering van het 1G en 2G worden alle cavalerieregimenten herleid tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-Majoor Ninitte naar Frankrijk gestuurd worden voor verdere reorganisatie en versterking. De Brigade Vervoerde Cavaleristen wordt opgeheven. Het 4de Regiment Lansiers (4L) gaat over naar de 2de Cavaleriedivisie (2CD), het 2G naar de 1ste Cavaleriedivisie (1CD).

Het 2G blijft de ganse dag ter plekke. Bevelen en tegenbevelen voor nieuwe verplaatsingen volgen elkaar op maar na 21u30 wordt het duidelijk dat het regiment ook de nacht van 15 op 16 mei nog in haar kantonnementen te Londerzeel zal blijven. Het regiment krijgt de toestemming om te Brussel het nodige materiaal op te eisen om de verliezen van de voorbije dagen weer goed te maken.

Staf/2G
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en in drie nachtelijke etappes terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Het Cavaleriekorps (CK) zal van 17 tot en met 19 mei de aftocht van het veldleger dekken van de Schelde tot het Kanaal Gent-Terneuzen doorheen het Waasland en het Scheldeland. Het CK dient daarbij te voorkomen dat het marsgebied geïnfiltreerd zou worden van uit de Zeeuwse eilanden, Antwerpen en Dendermonde. Naast de Belgische troepen zal ook de Franse 21ème Division d’Infanterie [21 (FRA) DI] aan deze opdracht deelnemen. De 21 (FRA) DI krijgt de bewaking van de sector Paal (NDL)-Kallo toegewezen. De 17de Infanteriedivisie (17Div) beveiligt de sector Kallo-Hoboken. De 2CD moet de overgangen op de Boven Zeeschelde tussen Kruibeke en Dendermonde bewaken. De 1CD wordt in tweede lijn ontplooid en moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen van de 1CD het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden. Het hoofdkwartier van de 1CD zal te Beervelde ondergebracht worden op het kasteel de Kerchove de Denterghem.

De ganse dag blijft het regiment in Londerzeel. Om 21u00 stijgt iedereen in richting Lochristi en Zeveneken. Lochristi nabij Gent is slechts 50 Km over de baan via Dendermonde, maar de verplaatsing duurt de ganse nacht omwille van het drukke militaire verkeer. De colonne reist via Malderen, Dendermonde, Schoonaarde, Berlare, Overmeire en Beervelde.

Staf/2G
Het is 06u00 ‘s ochtends wanneer de eerste elementen van 2G in Lochristi toekomen. Hier neemt het regiment een afwachtingsstelling in klaar om tussenbeide te komen indien nodig. De 21(FRA)DI laat weten dat het de Belgische legerzone zal verlaten om de aftocht van het 7de Franse Leger te vervoegen. Tijdens de avond krijgt de 1CD het bevel om richting Beneden Zeeschelde op te rukken en de stellingen van de Fransen aan de Scheldeoever tussen Terneuzen in het westen en Doel in het oosten over te nemen. De Belgen willen vermijden dat, nu de Nederlanders zich hebben overgegeven, de Duitsers een landing vanuit Walcheren uitvoeren.

Het 2G ontvangt om 13u00 het bevel om tijdens de nacht van 17 op 18 mei tegen ten laatste 03u00 de oversteekplaatsen van de Moervaart en de Durme, met uitzondering van Lokeren, te bezetten. Het regiment moet er het 3L en 1G gaan aflossen die Nederland worden ingestuurd om de Beneden Zeeschelde te bewaken. De oversteekplaatsen te Lokeren zelf zullen door het 4L beveiligd worden. Na het vallen van de duisternis zetten de vrachtwagens van 2G zich opnieuw in beweging.

II/2G
Om 13u00 ontvangt het 5Esk het bevel om zich naar Moerbeke op de Moervaart te begeven en om 21u00, gedekt door de duisternis, zet de colonne zich in beweging. De colonne vordert maar moeizaam in de nacht.

Staf/2G
Tijdens de nachtelijke tocht van Lochristi naar de stellingen aan de Moervaart rijden een aantal vrachtwagens verloren. De Gidsen komen slechts met mondjesmaat toe op de nieuwe linie van de Moervaart en Durme. De bedoeling is om een tijdelijke verdediging op te werpen terwijl het gros van het Belgisch leger terugtrekt naar het Bruggenhoofd Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. De verschillende eenheden van de Gidsen leggen heel wat kilometers af op zoek naar de juiste posities.

De laatste Belgische troepen verlaten intussen Antwerpen tussen 04u00 en 05u00 en de beide Scheldetunnels worden vervolgens vernield door onze genie. De Duitsers hijsen reeds om 07u00 de hakenkruisvlag op de toren van de kathedraal. Op de linkeroever werken het 8J en 9J in alle haasten aan een tijdelijke verdedigingslinie tussen de forten van Kruibeke en Kallo. Rondom 09u00 wordt het echter duidelijk dat de Duitsers de Schelde zijn overgestoken in vlotten. De 17de infanteriedivisie vraagt onmiddellijk om hulp. De 1CD wordt toegewezen aan de opdracht.

Als gevolg van deze nieuwe actie wordt ook het 2G verplaatst. Om 13u00 moet het regiment vertrekken naar Axel. De staf en de Iste groep worden rond deze stad opgesteld. Kolonel De Boeck kiest de plaatselijke bioscoop uit voor zijn commandopost.

II/2G
De vrachtwagencolonne van het 5Esk rijdt tijdens de nacht van 17 op 18 mei verloren op weg naar Moerbeke. Pas wanneer ze iets na middernacht in Eksaarde toekomen zien ze dat ze fout gereden zijn. De marsrichting wordt aangepast en nog voor dageraad komt de colonne toe te Moerbeke waar Cdt Ruzette, die met de staf voorop was gereden, al ongeduldig stond te wachten. Er wordt snel stelling genomen rond de brug van Moerbeke waarna de manschappen enige rust wordt gegund.

Om 13u00 komt het bericht binnen dat de IIde Groep zich naar Hulst in Nederland moet verplaatsen om de aftocht van de 21(FRA)DI te dekken. Twee pelotons ontplooien zich in de stad zelf terwijl de Staf/5Esk en de twee andere pelotons (Morel en Dhont) ten westen van Hulst in Absdale stelling nemen. De nacht van 18 op 19 mei wordt op de stellingen in Hulst en Absdale doorgebracht terwijl onophoudelijk Franse colonnes voorbij denderen.

Staf/2G
Te Zwijndrecht zijn de Duitsers in het offensief gegaan en in het vooruitzicht van de terugtocht van de infanterieregimenten van de 17Div wordt een opvangstelling georganiseerd op de lijn De Klinge –  Lokeren. Om 12u00 ontvangt het 2G de nieuwe opdracht en onmiddellijk stijgen de manschappen in en zetten zich op weg. De Iste Groep installeert zich te Eksaarde, de IIde Groep installeert zich te Bormte ten zuiden van Stekene. De commandopost van het regiment gaat naar Heikant ten noorden van Stekene en wordt beveiligd door het 7de Eskadron.

Rond 15u00 wordt II/2G naar de Schelde gestuurd met een beveiligingsopdracht tussen Dendermonde en Wetteren. De groep installeert zich te Uitbergen en Berlare. Deze opdracht wordt beëindigd om 21u00 waarna II/2G zich opnieuw naar Stekene begeeft.

Na het vallen van de nacht trekt het ganse regiment zich terug om een verdedigingslinie te vormen achter de Stekense Vaart, nadat de genie er de bruggen had opgeblazen. Het commando van 2G was volgens de notities van de regimentscommandant ondergebracht “ten oosten van Koewacht, in een boerenhuisje tegen een bos, tegenover de heide. Op die plaats maakt de baan een bocht.”.

I/2G
Vanuit Axel begeeft I/2G zich naar Eksaarde waar zij zich installeren om het zuidelijk gedeelte van de opvangstelling te verkennen en vervolgens te bezetten.

II/2G
Om 12u00 verlaat II/2G Hulst om zich via De Klinge, Sint-Gillis-Waas en Stekene naar Bormte te begeven waar zij zich hergroeperen teneinde het noordelijk gedeelte van de opvangstelling te bezetten. Vanuit Bormte worden drie pelotonssteunpunten ingenomen langs de baan van Hulst naar Sint-Niklaas (N403). Telkens één peloton wordt ontplooid in de gehuchten Drie Schouwen (peloton Dhont), Kemzeke en De Kwakkel. Het vierde peloton bezet drie voorposten; één in Hol, één te Sint-Pauwels en één te Ossenhoek. Enkel de collectieve bewapening wordt uitgezet, de rest van de pelotons blijven in standby bij de voertuigen om de stelling snel te kunnen ontruimen. 

Enkele uren later wordt II/2G opnieuw verplaatst ditmaal naar Uitbergen en Berlare aan de Schelde om een mogelijke vijandelijke oversteekpoging over de Schelde tussen Dendermonde en Wetteren te kunnen verijdelen. Onderweg naar de Schelde wordt II/2G net voor het binnenrijden van Lokeren gebombardeerd door de Luftwaffe. Eens aangekomen bij de Schelde beveiligt het peloton Dhont de brug van Uitbergen terwijl de drie andere pelotons van het 5Esk elk ook een brug voor hun rekening nemen. Nadat de pelotons goed en wel stelling genomen hebben ontstaat er een kortstondig vuurgevecht met Duitse patrouilles die de oostelijke Scheldeoever verkennen. Om 21u00 komt het bevel om Uitbergen en Berlare te verlaten en opnieuw naar Stekene te rijden om er tijdens de nacht stelling te nemen achter de Stekense Vaart nadat de bruggen er tot springen worden gebracht.

Staf/2G
Het veldleger heeft zich nu teruggetrokken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Daarmee is ook de dekkingstaak van het Cavaleriekorps in het Scheldeland en het Waasland afgelopen. Het korps krijgt de opdracht om het Kanaal Gent-Terneuzen over te steken en de noordelijke flank van de Belgische legerzone te beveiligen door het westen van Zeeuws-Vlaanderen te bezetten. De 1ste Cavaleriedivisie moet zich opstellen ten noorden van de sector van de 17Div  aan het Kanaal Gent-Terneuzen.  De stellingen lopen van Terneuzen (inclusief) tot in Braakman langs de Beneden Zeeschelde. De 2de Cavaleriedivisie zal achter de 1CD komen te liggen.

Het 2G hoeft niet langer stelling te nemen achter de Stekense Vaart maar dient zich nu terug te trekken achter het Kanaal Gent-Terneuzen. Het II/2G is nog steeds onderweg van de Schelde richting Stekene en vervoegt het regiment rond 01u00. Vooraleer de terugtocht aan te vatten vergewissen zij zich ervan dat de bruggen langs de Stekense Vaart in het Waasland ten noorden van Sint-Niklaas vernield zijn. Daarna gaat het westwaarts doorheen Zeeland. 

Het 1Cy en 2Cy worden samen met het 1G op de westelijke oever van het kanaal ontplooid tussen Terneuzen en Sluiskil. Vooraleer binnen te lopen achter het kanaal moet het 2G eerst nog voorposten op de oostelijke oever bemannen om de komst van de vijand vroegtijdig op te merken en de eenheden opgesteld achter het kanaal te alarmeren. Deze opdracht wordt toevertrouwd aan het 7Esk. Het gros van het 2G rijdt door de Belgische stellingen langs het kanaal en ontplooit zich op het tweede echelon rondom Hoek.

7Esk/2G
Het 7Esk bemant de voorposten en stuurt een patrouille uit naar Hulst gevolgd door een patrouille naar Stekene en Koewacht om er de vijandelijke opmars te jalonneren. Beide patrouilles, bevolen door Kapitein-commandant Champagne, moeten vaststellen dat de drie dorpen reeds bezet zijn door de Duitsers. De Gidsen raken er slaags met de invaller, maar gaan het gevecht niet aan en trekken zich terug.

II/2G
Op terugweg van de Schelde naar Stekene ontvangt de groep een tegenbevel; de Stekense Vaart moet niet langer verdedigd worden, de groep dient zo snel mogelijk het regiment te vervoegen in Stekene. Om 01u00 passeert II/2G Stekene waar het regiment klaar staat om te vertrekken. Na hun doortocht over de Stekense Vaart  laat de genie de bruggen springen van de Brugstraat en Heikant. Daarna gaat het met het ganse regiment via Koewacht, Axel en de brug van Sluiskil naar Hoek, richting  Mauritsfort. II/2G  komt om 05u00 toe in Philippine ten zuiden van Hoek waar gehergroepeerd wordt. Het 5Esk wordt te voet uitgestuurd naar de Nieuw-Westenrijkpolder waar ze stelling moeten nemen en waar ze de rest  van de dag alsook de nacht van 20 op 21 mei zullen verblijven. ‘s Nacht worden de stellingen van het 5Esk nog gebombardeerd.

Staf/2G
Het 2G heeft haar commandopost intussen te Mauritsfort geopend, op zo’n 4 Km achter het Kanaal Gent-Terneuzen. De eskadrons vormen het tweede echelon van het 1Cy en het 1G. Tussen de beide groepen in bevindt zich het 7Esk. Op de middag worden de posities herschikt om plaats te maken voor het 4Cy dat eveneens in tweede linie post komt vatten. De commandopost schuift op naar Hoek. Die avond wordt het regiment echter uit te kanaalzone weggehaald. De gidsen vertrekken naar Waterland-Oudeman.

7Esk/2G
Rond 03u00 keren de patrouilles van Commandant Champagne terug bij het regiment na een rit via Drieshouten en Axel.

Tijdens de nacht van 21 op 22 mei heeft het Groot Hoofdkwartier reeds beslist de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te verlaten om zich terug te trekken achter het Leopoldkanaal, het Afwateringskanaal van de Leie en de Leie zelf. De aftocht zal tijdens de twee volgende nachten plaatsvinden. Het Kanaal Gent-Terneurzen zal verlaten worden tijdens de tweede nacht van 23 op 24 mei, om eerst nog het depot de Eeklo te kunnen leegmaken.

De Gidsen zijn omstreeks 02u15 aangekomen te Waterland-Oudeman, maar moeten die middag alweer naar het kanaal om te assisteren bij de Belgische aftocht. Om 16u00 beveelt de 2de cavaleriedivisie aan het 2G en het 2Cy om onmiddellijk naar het Kanaal Gent-Terneuzen te gaan en er de sector van Sas-van-Gent tot Zelzate over te nemen van de 6de infanteriedivisie. De colonnes vertrekken rond 18u00.

De gidsen stijgen rond 20u00 af te Triest tussen Assenede en Zelzate en van daar gaat het te voet verder richting kanaal. Het 2G neemt in Zelzate vanaf 21u00 de sector over van 1C samen met de 1ste batterij van het I/18A, die met drie bruikbare stukken rechtstreekse vuursteun moeten leveren. De brug van Zelzate is vernield. De Duitsers bezetten intussen de oostelijke oever van het kanaal. De aflossing is om 23u00 beëindigd.

Onderluitenant Ferdinand Dhaeseleer, alias “Dendermeeuw”, wordt in december 1940 in het blad van zijn scoutsgroep herdacht.

De Gidsen blijven langs het Kanaal Gent-Terneuzen de stellingen bemannen. De Duiste troepen bereiken op verschillende plaatsen het kanaal en het komt her en der tot gevechten. De cavalerie heeft nu de 6de en de 17de Infanteriedivisies aan het kanaal afgelost en van noord naar zuid zijn het 3Cy, 1Cy, 1G, 4Cy, 2Cy en 2G betrokken bij diverse acties tussen Terneuzen en Zelzate.

Omstreeks 09u20 plant men patrouilles voor de verkenning van de vijandelijke oever.

Omstreeks 13u00 uur begint de infanterieaanval op de Belgische linies. Bij het 2G worden alle pogingen van de vijand tot oversteken van het kanaal bij middel van tientallen rubberbootjes snel afgestraft. De commandoposten zijn vernietigd, fabrieken en huizen branden en in de eerste-hulp post stromen de gekwetsten toe. Officieren nemen de plaats van de gekwetsten in. De luitenant de Formanoir de la Cazerie en de onderluitenanten Dumon en D’Haeseleer sneuvelen. Alle beschikbare manschappen, evenals de artilleristen van het 18A worden naar de stellingen gestuurd.

In de noordelijke sector worden de troepen van de Duitse 256ste infanteriedivisie tot staan gebracht door het 2Cy en het 2G. In de zuidelijke sector worden de elementen van de 208ste infanteriedivisie aanvankelijk tegengehouden, maar slaagt de vijand er later in om de posities van het 37Li te overrompelen. Hierdoor worden de flanken van het 32Li en het 2G bedreigd. Het I/32 Li krijgt het héél moeilijk. Majoor Gerling wordt gedood; de 1ste compagnie gaat verloren; de 2de compagnie vertraagt de opmars en met hulp van II/32 Li wordt de aanval gestopt. Twee bataljons van het 14Li worden te Ertvelde in de strijd geworpen om de Duitsers te helpen terugdringen en tegen de late avond zijn de Belgen hier weer meester van de westelijke oever van het kanaal.

De vijand poogt het echter het 2G te omsingelen. Verkenners infiltreren maar de Duitsers bouwen nog geen echte frontale aanval uit. De gidsen lijden verdere verliezen en het dorp Triest valt. Commandant Descantons van het 2de eskadron wordt gewond afgevoerd en het eskadron moet verscheidene dodelijke slachtoffers incasseren.

Vier pantserwagens van het 2L komen op tijd aan om steun te verlenen en de terugtocht van de rechter vleugel van het 2G te vergemakkelijken. Rond 21u30 wordt het bevel tot aftocht gegeven. De cavaleristen trekken zich te voet terug naar de buurt van Assenede waar ingestegen wordt in de klaarstaande vrachtwagens. De aftocht wordt gedekt door het 2L die tot middernacht op post blijven om de vluchtroutes van de Gidsen te blokkeren.

De IIde groep moet naar Staak. De algemene bestemming van de terugtocht wordt Aardenburg in Nederland.

Staf/2G
Het 2G steekt voor een tweede keer de grens over en de camions vervoeren de soldaten over de grens door Aardenburg richting Middelburg. Onderweg wordt de regimentscolonne vanuit de lucht aangevallen en vallen er bij de motorrijders van het 7Esk meerdere dodelijke slachtoffers. De Brigadiers Berckmans en Jacob en de Soldaten Bruneau, Colhoven, Geens, Meeus en Wuytack sneuvelen ter plaats. Er zijn ook talrijke gewonden waarvan Brigadier Moeys en de Soldaten Denis, Mazeure en Pauwels later overlijden aan hun verwondingen [4]. Het wordt duidelijk dat bij elke verplaatsing bij daglicht de troepen aan groot gevaar blootgesteld staan.

Te Middelburg gaat het 2G in stelling. Alle invalswegen worden versterkt met een anti-tanksteunpunt. Er wordt geen contact gemaakt met de vijand.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is tijdens de nacht verhuisd van Sint Laureins naar Dudzele. De 1ste cavaleriedivisie is samen met de Franse 60ste infanteriedivisie onder het bevel van Luitenant-Generaal Keyaerts geplaatst en zet haar opdracht in Zeeland verder.

De Gidsen trekken omstreeks 03u30 verder naar de omgeving van Sluis. Om 05u00 opent het regiment er zijn nieuwe commandopost. Ook hier worden de troepen op steunpunten langsheen de invalswegen geplaatst. De taak van het regiment bestaat in het bewaken van het tweede echelon achter de aan het Leopoldkanaal en in Zeeland opgestelde overige eenheden van de 1ste cavaleriedivisie. Het 2G zal er ondersteund worden door de I/19A.

Het 5de eskadron wordt samen met een peloton van het 8st eskadron dan weer ons land ingezonden naar Het Zoute. Het detachement moet er de zeedijk tussen Het Zoute en Duinbergen gaan bewaken. Het eskadron zal tot ‘s anderendaags 05u00 op missie wegblijven.

Die avond verneemt het 2G dat het naar de eerste linie zal verplaatst worden om er het 2Cy af te lossen. De wielrijders van het 2Cy worden immers samen met de rest van de 2de cavaleriedivisie met onmiddellijke ingang naar het ingestorte Leie-front gestuurd.

De aflossing zal echter niet door gaan omdat het Groot Hoofdkwartier beslist heeft het Leopoldkanaal te verlaten en de Belgische leger zone nog een stukje kleiner te maken.

De Gidsen blijven in het ruime gebied van Sluis. Het 4Cy heeft zich teruggetrokken van het Leopoldkanaal naar de stad en krijgt het bevel over de groepering 4Cy/2G. De beide regimenten werken samen om een zo coherent mogelijke opstelling te verkrijgen. Tijdens de ochtend keert het 5de eskadron terug bij het regiment. Tot ieders verbazing arriveert ook een groep achterblijvers uit Zelzate. Het 4Cy/2G stuurt enkele patrouilles uit naar de vijandelijke linies. Die merken op dat de Duitsers niet oprukken.

De Duitsers maken die dag geen aanstalten om aan te vallen in de sector van de 1ste cavaleriedivisie. Wel komt het tot een oversteek van het Alfleidingskanaal in de sector van de 17de divisie. De cavaleristen stellen een gevechtsgroep samen met het 1Cy en 4Cy, de pantserwagens van het 1JP en de I/19A die tussenbeide zal moeten komen om de opmars trachten te keren.

Voor de rest van het Cavaleriekorps en de 1ste Cavaleriedivisie betekent de nieuwe Duitse doorbraak aan het Afleidingskanaal een verdere verkleining van de operatiezones. De beide formaties krijgen alweer een nieuw bevel tot terugtrekken achter het noordelijke uiteinde van het Afleidingskanaal van de Leie:

  • Het 2G verlaat Sluis en zal via Sluis en Westkapelle naar Heist terugtrekken, waar het regiment de laatste 1.500m van het Afleidingskanaal dient te bezetten. Het regiment zal onder bevel van de Franse 60ste infanteriedivisie gevoegd worden.
  • Het 1G wordt teruggetrokken van Retranchement over Het Zoute, Knokke, Heist en Zeebrugge tot in Lissewege. Het regiment zal dan in reserve geplaatst worden rond Dudzele en dient twee eskadrons toe te wijzen aan de bruggenhoofden op het Afleidingskanaal aan de Dudzelestraat en de Oostakkerstraat.
  • Het 1JP dient zich verplaatsen via Westkapelle naar Damme en zal daags nadien Damme, Vivenkapelle en Male bezetten.
  • Het 3Cy moet langs het Afleidingskanaal post vatten tussen Moerkerke in het westen en de brug van de steenweg van Knokke naar Maldegem in het oosten. De rechterflank van het regiment dient aan te sluiten bij de 17de Infanteriedivisie.

Het 2G wordt om 00u20 uur onder bevel van de Franse militaire overheid gebracht. Bij het eerste licht verlaten de laatste eenheden van het 2G omstreeks 04u00 Sluis en verplaatsen zich naar de rest van het regiment aan het laatste stuk van het Afleidingskanaal van de Leie nabij Zeebrugge. Het regiment houdt zich in bebost terrein schuil op een stook van zo’n 5 vierkante Kilometer. De gidsen kijken toe hoe Zeebrugge de ganse dag door wordt beschoten door Duitse artillerie en vliegtuigen.

Om 18u00 begint de Franse 60ste Franse Infanteriedivisie aan hun terugtocht uit Zeeland, en laten het aan de Belgen over hun aftocht te dekken. Alle Gidsen mogen hiervoor na de oorlog uit de handen van Generaal de Lattre de Tassigny de “Médaille Commémorative Française 39-45” ontvangen. De Belgen staan na het volbrengen van deze taak terug onder het nationaal commando.

Om 21u00 wordt het bevel ontvangen om een uur later te voet naar Zeebrugge te marcheren en aldaar per vrachtauto naar Lissewege patrouilles uit te voeren aan de overkant van het kanaal. In Zeebrugge wordt 2G nogmaals onderworpen aan een luchtbombardement. Hierbij sneuvelt Soldaat Paul en raken meerdere Gidsen gewond. Aalmoezenier Van Dijck en de Soldaten Bouwens en Smekens bezwijken dezelfde dag nog aan hun verwondingen. De verplaatsing naar Lissewege verloopt chaotisch.

‘s Ochtends verneemt 2G het nieuws van de capitulatie. De komende twee dagen blijft het regiment doelloos ter plekke terwijl het Duitse bevelen afwacht.

Vanaf 29 mei worden manschappen, voertuigen en materieel van de ganse 1ste Cavaleriedivisie verzameld in de zone tussen het Afleidingskanaal van de Leie, het Leie-kanaal en het Kanaal Gent-Terneuzen.

Na de capitulatie

Op 1 juni worden alle eenheden afgevoerd naar krijgsgevangenkampen. De colonnes verzamelen te Dudzele. Begeleid door een Duits peloton motorwielrijders rijdt de ganse divisie naar Berchem waar alle voertuigen en kanonnen in een openluchtdepot geplaatst worden. De manschappen trekken vervolgens te voet door Antwerpen en worden opgesloten in het Kamp van Brasschaat. Via het station Sint-Mariaburg worden de militairen naar Duitsland weggevoerd. De Vlaamse miliciens zullen al snel weer vrijkomen.

 

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Getuigenis Onderluitenant Albert Dhondt uit Stekene, pelotonscommandant bij het 5/II/2G opgetekend in het boek “En toen was het oorlog – verhalen van de kleine man in de Tweede Wereldoorlog” van Julien Van Remoortele, uitgeverij Lannoo, Tielt, 2014. Bevestigd door informatie op website Heemkring D’Euzie Stekene – [On Line beschikbaar]:  http://www.deuzie.be/artikels/19-2-03.htm [Laatst geraadpleegd 07 oktober 2018].
  2. De Ceuster, A., 1974, Mijn herinneringen als gewoon soldaat, Antwerpen: De Nederlandse Boekhandel.
  3. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.
  4. Soldaten Albert Denis, William Mazeure, Joannes Pauwels en Brigadier Louis Moeys overlijden aan hun opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Brig Moeys en Sdt Pauwels liggen nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  5. Historiek Sint-Maartenskazerne te Leuven. [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/lijst-van-militair-vastgoed-met-specifiek-militair-gebruik-na-1830-alfabetisch-per-gemeente/leuven-louvain/leuven-sint-maarten/ [Laatst geraadpleegd 24 juni 2018].
  6. Het gaat hier vermoedelijk om voertuigen van het Recce detachement van Capitaine Renoult van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers dat eerder op de dag was opgerukt tot de brug van Zutendaal in de Ondersector van het 7de Linieregiment (7Li) om van daar af de vijandelijke vorderingen te jalloneren. Het 12 (FRA) Regt Cuirassiers was belast met een dekkingsopdracht tijdens de inplaatstelling van het 1 (FRA) Leger. [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 24 september 2018].
  7. De Duitsers maken geen aanstalten om de Belgische eenheden die opgesteld staan op het noordelijk stuk van de bretel van Kortessem op te rollen omdat ze naar het zuidwesten willen oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger. Het meer naar het zuiden opgestelde 1JP maakte contact met Duitse flankbeveiligingseenheden (meestal verkenners) die moesten verhinderen dat de opmars naar Sint-Truiden richting 1 (FRA) Leger in de flank werd aangevallen door voorbijgestoken Belgische eenheden.
  8. Het 5de Eskadron van II/2G werd bevolen door Kapitein-commandant ridder W. Ruzette en bestond uit vier pelotons. De pelotonscommandanten van het 5Esk waren Lt jonker R. Morel de Westgaver, OLt Albert Dhondt, OLt Jacques Dumon en OLt Max Vandenkerckhove.
  9. Het Kanaal Bocholt – Herentals en de Zuid-Willemsvaart zijn twee van de zeven Kempische kanalen (ook wel Maas-Schelde kanalen genoemd)  die de Maas met de Schelde verbinden. Te Bocholt komen beide kanalen samen. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart en https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_bocholt_herentals/kanaal_bocholt_herentals [Laatst geraadpleegd 14 oktober 2018].