1ste Regiment Jagers te Paard

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Regiment Jagers te Paard | 1JP
1er Régiment de Chasseurs à Cheval | 1ChCh
Type Cavalerieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groepering Ninitte
Bevelhebber Kolonel burggraaf Etienne de Jonghe d’Ardoye
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling Verbindingskanaal Maas-Schelde (Zuid-Willemsvaart)
Ondersector Neeroeteren – Eisden
Commandopost te As
Samenstelling I Groep (Majoor L. Gijsels) 1ste Eskadron Fuseliers (Lt St. Druart)
2de Eskadron Fuseliers (Cdt L. Rousseaux)
3de Eskadron Klein Geschut (Cdt ridder J. Linard de Guertechin)
II Groep (Majoor G. de Biolley) 4de Eskadron Fuseliers (Cdt R. Pauwels)
5de Eskadron Fuseliers (Cdt E. Bodart)
6de Eskadron Klein Geschut (Lt Delporte)
Eskadron Pantserwagens (Kapitein-Commandant J. Defossez)
Stafeskadron (Kapitein-Commandant Charles Belpaire-Woeste)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1JP
Als cavalerieregiment van het actieve leger wordt het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) op 26 augustus 1939, bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan, op oorlogsvoet gebracht in zijn kazerne te Beverlo. Het regiment is vanaf 15 maart 1938 volledig gemotoriseerd en telt een 500-tal voertuigen. De fuseliers verplaatsen zich met motorfietsen, de anti-tankkanonnen worden getrokken door gepantserde Marmon-Herrington vrachtwagens en het Eskadron Pantserwagens beschikt over een aantal T13 tankjagers en T15 lichte tanks. Na aanvulling met de pas afgezwaaide en heropgeroepen dienstplichtigen van de klas 38 bedraagt de getalsterkte van 1JP een 1.460-tal militairen. Onmiddellijk na de mobilisatie begeeft het regiment zich naar het noorden om stelling te nemen achter het Kanaal Bocholt-Herentals tussen De Maat nabij Mol en Grote-Barreel. Intussen worden op 1 september 1939 de oudere reservisten van 1JP opgeroepen om de Eskadrons Wielrijders van de 4de en 11de Infanteriedivisie te vormen en versterkingen te leveren bij de oprichting van het 2de Regiment Vervoerde Cavaleristen (het latere 4de Regiment Lansiers).

Op 10 september 1939 vertrekt het regiment naar de Frans-Belgische grens om stelling te nemen tussen Antoing en Péruwelz en een anti-tankcentrum in te richten te Ath. Midden september wordt ook de Wielrijdersgroep van de 13de Infanteriedivisie gemobiliseerd door het 1JP. Eind september verplaatst het regiment zich opnieuw naar Limburg om er zijn stellingen achter het Kanaal Bocholt-Herentals terug in te nemen en waar ze zullen blijven tot half januari. Op 15 januari 1940 krijgen ze een nieuwe opdracht als mobiele reserve van het leger en wordt het regiment gekantonneerd te Overijse van waaruit ze in februari deelnemen aan enkele grote manoeuvres.

Ondersector 1ste Regiment Jagers te Paard (projectie op recente kaart).

Op 13 maart wordt het 1JP opnieuw naar Limburg gestuurd. Het regiment staat nu onder bevel van de Groepering Ninitte [1] en ontplooit op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart [2] van Neeroeteren tot aan de brug van Vucht ten noorden van Maasmechelen. De commandopost regiment wordt opgesteld te As dat tevens is ingericht als anti-tankcentrum. Ten zuiden van de positie van 1JP bevindt zich de Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div), versterkt met de 5de en 6de Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg. De GpCy 17Div behoort tot het Iste Legerkorps (I/LK) en staat opgesteld achter de Zuid-Willemsvaart van Vucht (inclusief) tot Smeermaas op de grens met Nederland. Ten noorden van 1JP verlengt het 2de Regiment Gidsen (2G), eveneens onder bevel van de Groepering Ninitte, de stellingen achter de Zuid-Willemsvaart van Neeroeteren (inclusief) tot Kaulille. Op de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart werden op regelmatige intervallen mitrailleursbunkers gebouwd van waaruit het wateroppervlak met gekruist mitrailleurvuur bestreken kon worden. Bij elke brug over het kanaal werd eveneens een bunker gebouwd waar de post belast met de vernieling van de brug is in ondergebracht. De verschillende bunkers zijn verbonden met de commandopost (CP) van het regiment via ondergrondse telefoonlijnen.

Het 1JP wordt ondersteund door de Iste Groep van het 19de Regiment Artillerie (I/19A) die drie batterijen op enkele kilometer achter de Zuid-Willemsvaart heeft opgesteld. De 1ste en de 3de Batterij bevinden zich te Opoeteren, de 2de Batterij bevindt zich nabij het kasteel Litzberg ten westen van Lanklaar. Wanneer op 9 mei om 22u15 het algemeen alarm ontvangen wordt begeven de manschappen zich naar hun stellingen aan de Maas en aan het kanaal. De commandopost van het regiment en het Eskadron Pantserwagens (Esk PzW/1JP) bevinden zich nog steeds te As, samen met het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie

Alarmposten/1JP
De taak van het regiment bestaat enerzijds in het bezetten van een aantal Alarmposten (Postes d’Alerte oftewel PA) van de Alarmstelling langsheen de Belgisch-Nederlandse grens en het uitsturen van zogenaamde Officiersverkenningen (Reconnaissances d’officiers oftewel RO) tussen de alarmposten [3]. De alarmposten moeten de oostelijke Maasoever in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt 
alarmeren bij een Duitse inval. Hiertoe wordt de telefooncentrale van Rotem bemand door een detachement onder leiding van OLt Van Damme, pelotonscommandant van het 1Esk. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Op de westelijke Maasoever tegenover de Nederlandse gemeenten Berg-aan-de-Maas en Grevenbicht zijn hiervoor twee betonnen schuilplaatsen (de grensbunkers A24 en A23) gebouwd die kunnen worden uitgerust met anti-tank geschut en automatische wapens. Bunker A24 werd in zijn flank beschermd door defensieve posten te Meeswijk en Mazenhoven. Bunker A23 werd ondersteund door weerstandsnesten te Elen, Op-Damiaan en Boyen. Het 1JP heeft de bezetting van de alarmposten aan de Maas overgenomen van het Detachement Maaseik (3de en 4de Compagnie) van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) nadat de grenswielrijders naar het Kamp van Beverlo gestuurd werden om er een ver doorgedreven training uit te voeren. Eén peloton van I/1JP (het peloton Adjt de Moffarts?) staat opgesteld te Meeswijk rondom bunker A24 tegenover Berg-aan-de-Maas en één peloton van II/1JP (het Peloton OLt Dupont) bevindt zich te Rotem rondom bunker A23 tegenover Grevenbicht. Richting Maaseik neemt de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie de bewaking van de grens over.

Vooruitgeschoven Stelling/1JP
Anderzijds staat het regiment in voor de tijdelijke verdediging van een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling en 
indien nodig de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in zijn Ondersector om zich vervolgens terug te trekken naar de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal. Vanaf 13 maart wordt het anti-tankcentrum te As verder uitgebouwd. Al het beschikbare personeel van het Stafeskadron, van het Eskadron Pantserwagens en van de artillerie worden ingezet om anti- tankhindernissen op te werpen te As en te Opglabbeek. Achter de Zuid-Willemsvaart staan de troepen op 9 mei als volgt opgesteld:

  • De IIde Groep (II/1JP) bezet het noordelijke kwartier van Neeroeteren (exclusief) tot Dilsen. Majoor de Biolley heeft hiervoor zijn CP opgesteld te Dorne. In het noorden van het kwartier van II/1JP staat het 5Esk opgesteld tussen Neeroeteren en Rotem. Het 5Esk maakt de verbinding met het 2G. Meer naar het zuiden, tussen Rotem en Dilsen bevindt zich het 4Esk. De middelen van het 6Esk worden verdeeld over beide eskadrons in lijn. In het kwartier van II/1JP ligt de wegbrug van Dilsen evenals de wegbrug en de spoorwegbrug van Rotem.
  • De Iste Groep (I/1JP) bezet het zuidelijk kwartier en vervolledigt hiermee de linies tot Eisden en Vucht (exclusief). Majoor Gijsels heeft zijn CP geïnstalleerd in een villa nabij het station van Eisden-Mijn. Het 2Esk van Cdt Rousseaux staat opgesteld tussen Dilsen en Lanklaar en staat in voor de bewaking van de brug van Lanklaar, het 1Esk van Lt Druart staat opgesteld tussen Lanklaar en Eisden waar de verbinding gemaakt wordt met de stellingen van de GpCy 17Div. Het 1Esk is verantwoordelijk voor de bewaking van de brug van Eisden. Het eskadron wordt tijdelijk bevolen door OLt Rabeau gezien Lt Druart op 9 mei nog in verlof is. De middelen van het 3Esk worden verdeeld over beide eskadrons in lijn.
  • Het Esk PzW en het EskCy 1Div bemannen het anti-tankcentrum van As klaar om tussenbeide te komen als reservemacht.

Staf/1JP
Tijdens de nacht nemen de manschappen van 1JP alle beschikbare burgervrachtwagens in beslag te Maasmechelen en As. Te As wordt de commandopost van het regiment als voorzorgsmaatregel verplaatst naar een huis op de baan As-Opglabbeek op een 300-tal meter van Opglabbeek.  De vorige opstelplaats was gecompromitteerd omdat teveel niet-militairen er om allerlei redenen langs geweest zijn. Omstreeks 04u30 bij het aanbreken van de dag  rapporteren de eskadrons dat Duitse vliegtuigen het Belgisch luchtruim overvliegen. Eveneens om 04u30 meldt de 4de Compagnie van het Bn CyF Lim zich aan bij de CP van 1JP. De 4Cie/Bn CyF Lim, die na de afkondiging van het algemeen alarm vanuit Beverlo naar As werd gestuurd, wordt door de Staf/1JP kort naar voor geschoven om de brug van Lanklaar mee te beveiligen. De brug te Lanklaar zal gebruikt worden als binnenlooppunt voor de manschappen van 1JP die de alarmposten aan de grens bemannen en zal zo lang mogelijk open gehouden worden. 

Om 05u15 passeren enkele vliegtuigen op lage hoogte over het kwartier van I/1JP en bombarderen het steunpunt aan de brug te Eisden en de commandopost van I/1JP. Kort na het bombardement van de stellingen van I/1JP melden de voorposten om 05u35 dat de Duitsers de Maas hebben overgestoken. Het wordt onmiddellijk duidelijk voor de Staf/1JP dat de oorlog is uitgebroken, nog voordat hij officieel werd aangekondigd. Zodra de schending van de grens bevestigd werd, beveelt de commandant van het Cavaleriekorps via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt, de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JPDe brug van Dilsen wordt vernield om 05u45 uur, de twee bruggen te Rotem springen enkele minuten later en om 05u50 uur ontploft de brug te Eisden. Met uitzondering van de brug van Lanklaar zijn alle bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JP voor 06u00 opgeblazen door de Belgische genie. Ook alle aangemeerde binnenvaartschepen worden tot zinken gebracht. OLt D’Harvant, stafofficier materieel van 1JP, wordt door Kolonel de Jonghe d’Ardoye op officiersverkenning naar de Maas gestuurd. Hij komt om 06u15 ter plaatse en bevestigd dat de alarmpost in bunker A24 tegenover Berg omsingeld is maar riposteert. Hierop laat de regimentscommandant een artillerievuur ontketenen op de Nederlandse Maasoever en op de omgeving van de bunker [4].

Om 07u30 springt ook de brug van Vucht die bewaakt wordt door de 6Cie/Bn CyF Lim. Kort na 08u30 duiken Duitse verkenners op aan het kanaal en worden de steunpunten en bunkers sporadisch onder vuur genomen. Hierop wordt het bevel gegeven om de brug van Lanklaar tot ontploffing te brengen nog voor alle troepen die zich aan de Maas bevonden binnengelopen zijn. Zij zullen al zwemmend moeten terugkeren naar de eigen linies. Na de vernieling van de brug van Lanklaar wordt de 4Cie/Bn CyF Lim teruggeroepen naar As om er het anti-tankcentrum te versterken.

I/1JP is vanaf 09u45 verwikkeld in aanhoudende vuurgevechten. Vanaf 11u00 heeft ook II/1JP contact met de vijand. Het 1JP moet verschillende slachtoffers betreuren. Rond het middaguur wordt de 4Cie/Bn CyF Lim naar Tongeren gestuurd om er onder bevel van het Iste Legerkorps (I/LK) te komen.

I/19A die tot hiertoe zonder ophouden de verdediging van het kanaal gesteund heeft dreigt zonder munitie te vallen. Om 10u00 had de groep al 686 obussen verbruikt. De regimentscommandant van het 1JP vraagt aan Kolonel Baron Snoy, commandant van 19A, om I/19A te bevoorraden met munitie. Deze reageert hierop positief en stuurt de nodige munitie naar voor door deze weg te nemen uit stocks van de batterijen opgesteld achter het Albertkanaal. I/19A voert nog enkele vuuropdrachten uit om de vijand van de oostelijke oever van de Zuid-Willemsvaart weg te houden, maar wordt omstreeks 14u00 teruggetrokken achter het Albertkanaal. Door de aanhoudende druk op de stellingen van 1JP wordt het regiment om 16u00 nog versterkt met de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie (GpCy 14Div) die zich eerder op de dag hebben teruggetrokken uit Maaseik.  De groep stelt zich onder het bevel van Kolonel de Jonghe d’Ardoye, maar wordt omstreeks 19u00 eveneens teruggetrokken achter het Albertkanaal. De Duitse troepen hebben inmiddels Vucht, Eisden en Maasmechelen in handen. Kolonel de Jonghe d’Ardoye krijgt van de commandant van het Cavaleriekorps de toelating om het gevecht op de Vooruitgeschoven Stelling af te breken om middernacht.

Het 1JP verneemt dat die nacht de brug over het Albertkanaal te Diepenbeek zal worden vernietigd. De staf stuurt Kapitein Baron Van Zuylen van Nyevelt ter plekke om er voor te zorgen dat dit niet gebeurt voor de Jagers te Paard veilig en wel het kanaal overtrekken. Het regiment beveelt rond 21u30 de terugtocht aan de wielrijders van het EskCy 1Div. Rond middernacht razen ook de gemotoriseerde elementen richting Diepenbeek. Kapitein-commandant Linard de Guertechin, commandant van het 3Esk, die de achterhoede beveelt raakt zwaar gewond bij een verkeersongeval.

Alarmposten/1JP
Kort voor dageraad horen de waarnemers in bunker A24 vuurgevechten aan de Nederlandse kant van de Maas ter hoogte van het Julianakanaal. Bij dageraad zien ze tientallen vliegtuigen de grens overvliegen. Ze zijn onmiddellijk gealarmeerd en beseffen dat de oorlog uitgebroken is. Om 05u35 steekt een vrachtwagen met Duitse militairen via het veerpont van Berg de Maas over. Bunker A24 die zich op 300 meter van het veer bevindt valt onder vijandelijk vuur. Adjt de Moffarts, postcommandant van de bunker, laat onmiddellijk riposteren en stuurt een patrouille uit. De kleine post te Meeswijk wordt ook door de Duitsers aangevallen en moet zich terugtrekken waarop de Duitsers een voetbrug over de Maas aanleggen ter hoogte van Meeswijk. OLt D’Harvant van de Staf/1JP, die vanuit de CP op verkenning werd gestuurd naar de Maas, komt om 06u15 ter plaatse en geeft een nauwkeurige beschrijving van de toestand. Hierop openen de batterijen van I/19A het vuur op de Nederlandse oever. Ook bij bunker A23 tegenover Grevenbicht breken de gevechten uit. Om 05u00 komen enkele Nederlandse militairen de Maas overgezwommen die de post verwittigen dat de Duitsers op komst zijn. Wanneer de Duitsers uiteindelijk pogen de Maas over te steken worden ze onmiddellijk onder vuur genomen. Er breken vuurgevechten uit en de kleine post van Elen wordt overmeesterd.

Om 07u30 krijgen de alarmposten bevel terug te trekken. Bij bunker A24 worden de gewonden achtergelaten terwijl de rest erin slaagt te weg te komen. Wanneer de gewonden in gevangenschap afgevoerd worden zien zij rijen gesneuvelde Duitsers liggen die gevallen zijn onder het artillerievuur van I/19A. De brug te Lanklaar moet gebruikt worden door de manschappen van de Alarmposten om binnen te lopen in de eigen linies en wordt zo lang mogelijk open gehouden. De overgebleven manschappen van het peloton van Adjt de Moffarts overschrijden de brug van Lanklaar om 08u00. Om 08u30, ruim drie uur na het springen van de andere bruggen over de Zuid-Willemsvaart, gaat ook dit kunstwerk de lucht in. Het peloton van OLt Dumont heeft meer moeite om te ontsnappen en komt te Lanklaar aan om 09u45 ongeveer een uur nadat de brug gesprongen is. De manschappen van OLt Dumont stellen hun materieel buiten werking en laten het achter op de oostelijke oever waarna ze de Zuid-Willemsvaart overzwemmen. Hierbij verdrinkt de Soldaat Alexander Caerts ondanks de inspanningen van Onderluitenant Rolin-Jacquemyns en van Soldaat Apthekers die in het water doken om hem te redden. 

Vooruitgeschoven Stelling/1JP

  • II/1JP
    Omstreeks 04u30, bij het ochtendgloren, meldt II/1JP dat grote aantallen Duitse vliegtuigen het kwartier van de groep op grote hoogte overvliegen. Er zijn echter geen luchtafweerkanonnen ontplooid ten noorden van het Albertkanaal en er rest de groep niets anders dan de vijandelijke luchtactiviteit te rapporteren. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt beveelt rond 05u40 de vernietiging van de bruggen te Rotem en de brug te Dilsen. De genie had de kompassementen degelijk voorbereid en het personeel van het regiment had ze goed onderhouden. De bruggen worden tot ontploffing gebracht tussen 05u45 en 05u50. Alles verloopt vlot maar toch is de spoorbrug van Rotem slechts gedeeltelijk beschadigd; het blijft nog mogelijk om het kanaal te voet over te steken via de ingezakte brug. Na hiervan op de hoogte gebracht te zijn, beveelt Cdt Biolley aan Onderluitenant Cuvelier en Onderluitenant Loos de brug verder te vernielen en stelt hen hiervoor 100 Kg springstof ter beschikking. Ook de tweede poging mislukt en de brug blijft bruikbaar voor infanterie te voet. De vijand maakt rond 11u00 contact met II/1JP tussen Rotem en Dilsen. Op het front van het 5Esk tussen Rotem en Neeroeteren komt de vijand pas in de namiddag opduiken.
  • I/1JP
    Ook I/1JP wordt overvlogen door Duitse vliegtuigen maar om 05u15 passeren enkele toestellen op lage hoogte en bombarderen het steunpunt aan de brug te Eisden en de commandopost van I/1JP. Bij het bombardement komen één militair en twee burgers om het leven. Om 05u50 wordt de brug te Eisden tot ontploffing gebracht. Wanneer om 07u20 een konvooi aken onder de brug van Vucht doorvaren richting Eisden worden de schippers aangemaand aan te meren. Aangezien de doorgang te Eisden op dat ogenblik al versperd is door de vernielde brug wilde de Iste Groep vermijden dat de schepen zouden blijven liggen voor de brug en vooralsnog gebruikt worden door de vijand om de vaart over te steken. Onderluitenant Osy de Zegwaart en Wachtmeester Janssens brengen springstoffen aan in de schepen die korte tijd daarna de lucht invliegen. Om 08u30 uur komen de eerste Duitse verkenners opduiken nabij de bruggen van Vucht en Eisden. Uit de eerste contacten met de vijand kon de commandant van 1JP afleiden dat de hoofdkrachtinspanning van de Duitse aanval zich tegenover het steunpunt van het 1Esk te Eisden bevindt. Hij beslist om 08u50 het peloton van OLt Degroux van het EskCy 1Div en het peloton pantserwagens van Adjt KAO baron de Biber als versterking naar I/1JP te sturen. Tegen 09u45 heeft I/1JP contact met vijand over de ganse lengte van zijn dispositief van Eisden tot Lanklaar. Bij de vernielde brug van Eisden wordt hevig gevochten. De brug wordt beschermd door een weerstandsnest van één C47mm en een zware mitrailleur die de oostelijke toegangswegen naar de brug onder schot houdt, de bunker 45 op de westelijke oever en de twee kanaalbunkers 46 en 47. OLt Degroux moet zijn peloton wielrijders ten noorden van bunker 45 opstellen maar ondervindt moeilijkheden om de kanaaloever te bereiken omdat de vijand zich reeds in huizen op de oostelijke kanaaloever heeft geïnstalleerd. De pantserwagens van Adjt de Biber ruimen de vijandelijke weerstandsnesten op waarna het peloton wielrijders stelling kan nemen en de rust tijdelijk terugkeert in dit frontgedeelte. Om 12u00 raakt OLt Vandamme, die net het bevel over het 1Esk had overgenomen van OLt Rabeau, zwaar gewond. Iets later vervoegt Lt Druart, die uit verlof terugkeerde, zijn eskadron dat in volle gevecht verwikkeld was. Majoor Gijsels stuurt Adjt de Biber rond de middag met een pantserwagen op weg om de volledige frontlijn van de Iste Groep te inspecteren. Overal wordt stand gehouden maar er wordt over de ganse lengte van het front over en weer gevuurd. Om 13u00 vraagt Majoor Gijsels versterking aan het regiment om het 1Esk dat onder zware vijandelijke druk staat te ontlasten. Commandant 1JP stuurt het peloton pantserwagens van OLt Rolin en het 1ste Pl van het EskCy 1Div onder bevel van OLt Bachau naar de Iste Groep. Ze worden samen met het Pl Delrue van het 2Esk in reserve gehouden om offensief te reageren indien de vijand erin zou slagen de vaart over te steken. Wanneer om 14u30 niets meer gehoord wordt van bunker 47 en van de verbindingspost op de limiet met de GpCy 17Div wordt het Pl Rolin en het Pl Delrue er naartoe gestuurd om poolshoogte te nemen. De kleine colonne wordt onder vuur genomen vanaf de overliggende kanaaloever en moet zich tijdelijk terugtrekken. Dit manoeuvre wordt door de GpCy 17Div verkeerdelijk gezien als het terugtrekken van I/1JP waarop ook zij  zich terugtrekken van de kanaaloever en een dwarsstelling innemen. Zo ontstaat een bres in de verdediging waarvan de Duitsers handig gebruik maken om een bruggenhoofd te vestigen op de westelijke kanaaloever. I/1JP slaagt er samen met de GpCy 17Div in het bruggenhoofd in bedwang te houden tot de GpCy 17Div om 17u30 bevel krijgt van het I/LK om zich terug te trekken achter het Albertkanaal. Om 20u10 breekt het peloton van de GpCy 17Div die de dwarsstelling bezet op de limiet met I/1JP het gevecht af.

Staf/1JP
De brug over het Albertkanaal te Diepenbeek wordt pas tot ontploffing gebracht nadat de achterhoede van het 1JP zich over het Albertkanaal begeven heeft. Dit gebeurt tussen 02u30 en 05u30. Het Verbindingskanaal wordt niet langer verdedigd en de Duitsers maken van deze gewijzigde situatie gebruik om ongestoord het Verbindingskanaal over te steken en naar het Albertkanaal door te stoten.

Omdat de Duitsers in de sector van het 1ste Legerkorps te Vroenhoven en Veldwezelt doorgebroken zijn en op Tongeren afstormen, worden de cavaleristen gebruikt om een stelling haaks op het Albertkanaal op de werpen teneinde de flankbeveiliging van de andere Belgische eenheden langs het kanaal te verzekeren. Deze dwarsstelling zal grosso modo tussen Diepenbeek en Wellen lopen en zal de naam Bretel van Kortessem meekrijgen.

Het 1JP zal samen met het 2G, 4Li en enkele wielrijderseenheden van de divisietroepen ingezet worden en moet daarbij de lijn Kerniel, Wintershoven, Guigoven en Vliermaatroot verdedigen. Het 2G bezet het kruispunt te Kortessem en 2 batterijen van I/19A worden nabij Vlimmertingen ontplooid. Het 1JP zal vooruit gestuurd worden op de baan naar Tongeren om nabij Guigoven en Gors-op-Leeuw post te vatten. Het Iste Groep gaat ten westen van de baan, de IIde Groep ten oosten.

De regimentsstaf installeert zich in enkele woonhuizen te Kortessem en verhuist omstreeks 07u30 naar het plaatselijke kasteel. Het I/1JP hergroepeert zich te Kortessem, het II/1JP te Wellen. Tijdens het oponthoud in Kortessem ondergaat het I/1JP een luchtbombardement. De motorrijders Van Gerven en Verdonck schuilen met hun motoren onder het poortgebouw van de hoeve Claesen. Door de luchtdruk van een ontploffing wordt de zware poort uit zijn hengsels gelicht en komt boven op beide soldaten terecht. Ze overleven het ongeval niet.

Rond 11u30 staat het 1JP op haar plaats en even later trekt een lange colonne vluchtende Belgische militairen door hun stellingen vanuit Tongeren. Er breekt enige paniek uit bij het 1JP en 2G en de troepen worden slechts met moeite tot bedaren gebracht. Ook drie T13 tankjagers rijden door de stellingen van het 1JP. Een ketting van een van de voertuigen breekt en Adjudant de Biber zet de T13 prompt in stelling in zijn eigen linies. Net na 13u00 duiken en 20-tal Duitse tanks op vanuit het zuiden. De anti-tankkanonnen van de Jagers drijven de vijand terug, maar de pantsers blijven tot ongeveer 17u00 de Belgische stellingen aftasten. Vijandelijke vliegtuigen beheersen het luchtruim en vallen het 1JP regelmatig aan.

De Duisters slagen er in te posities te infiltreren en de Belgen moeten zich terugtrekken op de lijn Diepenbeek-Wellen. Het 1JP houdt het kruispunt van Kortessem, niettegenstaande verscheidene aanvallen van Duitse pantsers. De frontlinie wordt echter op verschillende plaatsen doorbroken en er ontstaat al snel verwarring bij het 1JP over de precieze posities van de Belgische en bevriende troepen. Er wordt even gevreesd dat de II/1JP afgesneden is en zich niet meer zal kunnen terugtrekken.

Om 21u00 worden de bevelen tot de terugtocht gegeven. De dwarsstelling wordt tot middernacht in stand gehouden, waarna alle troepen richting Gete zullen trekken.

Voertuigkenteken voor de pantserwagens van het 1JP.

Het 2G blaast de aftocht on 01u30, gevolgd door het 1JP. Een achterhoede blijft op post tot 03u00. De gemotoriseerde colonnes van het 1JP trekken door Alken waar even halt gehouden wordt. De vijand bevindt zich op dat ogenblik op slechts 3 Km afstand. De jagers hergroeperen zich en plaatsen een detachement onder leiding van Onderluitenant Rolin-Jacquemin bij de ingang van het dorp. De mannen van Rolin moeten de weg blokkeren tot 06u00 om het regiment de kans te geven de afstand tussen de eigen troepen en de invallers te vergroten.

Die zelfde dag krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Lummen (aan de Winterbeek) en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Lummen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling.

Na het vertrekt uit Alken rijdt Kolonel de Jonghe tot op het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps in Lubbeek om er nieuwe bevelen van Generaal de Neve de Rode in ontvangst te nemen.

Intussen verplaatst het regiment zich via Waanrode naar Kersbeek-Miskom waar het de nacht zal doorbrengen. Na aankomst wordt het regiment herschikt om zich aan de geleden verliezen aan te passen. De vier fuselierseskadrons worden samengevoegd tot slechts één groep onder leiding van Majoor Gysels. De andere eskadrons blijven op de slagorde.

Het 1JP wordt toegewezen aan de ondersector van Halen (exclusief) tot Aarschot (inclusief), samen met de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie, het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie en het eskadron pantservoertuigen van het 2de Regiment Lansiers.

De cyclisten worden naar de zone tussen Halen en Diest gestuurd. Het 1JP stuurt de groep van Majoor Gysels naar Diest, Zichem en Testelt. Het 5de eskadron neemt daarbij de stad zelf voor haar rekening. De commandopost van het regiment wordt ontplooid te Assent. Om 09u00 staat iedereen opgesteld.

Daarbij staat 1JP ook in voor de verdediging van Diest. Er zijn regelmatig schermutselingen met de Duitse voorhoeden die vanuit Schaffen trachten op te rukken, maar Diest is nog steeds in handen van de Jagers wanneer het regiment zich die nacht naar het westen terugtrekt. Vanaf 20u00 worden de bevelen tot de terugtocht uitgedeeld. Het gros verzamelt rond Scherpenheuvel en zet zich in beweging richting Aarschot. Het ganse cavaleriekorps zal zich in de ruime streek rondom de Zenne ten noorden van Brussel gaan reorganiseren en wordt in reserve geplaatst.

Motorrijders van het 1JP te Oostkamp in 1938.

Om 02u30 verlaat ook de achterhoede onder leiding van Onderluitenant Goreux de Demer/Gete-stelling. Net na hun doortocht voert de Belgische genie nog snel enkele wegvernielingen uit en dan is iedereen op weg naar de K.W. Stelling. De linies worden doorkruist en de colonnes trekken verder naar het Kanaal van Willebroek.

Eens over het kanaal houdt het regiment rondom 09u00 halt te Tisselt. De gevechten, bombardementen en nachtelijke verplaatsingen hebben de effectieven sterk verminderd en bewapening en voertuigen hebben veel geleden. Behalve de wachtposten wordt iedereen enkele uren slaap gegund.

Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het cavaleriekorps, heeft zijn hoofdkwartier geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. De ganse divisie verblijft nu in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de talrijke verliezen tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Met uitzondering van het 1G worden alle cavalerieregimenten herleid tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-majoor Ninitte naar Frankrijk gestuurd worden voor verdere reorganisatie en versterking. De Brigade Vervoerde Cavaleristen wordt opgeheven. Het 4L gaat naar de 1ste Cavaleriedivisie. Het 2G naar de 2de Cavaleriedivisie.

Te Tisselt worden alle eenheden van het 1JP worden hervormd tot één volledige groep onder het bevel van Majoor Gijsels. De overtollige manschappen worden naar het westen doorgestuurd om er opnieuw versterkt te worden. Ook het 2JP wordt tot één volledige groep hervormd onder bevel van Majoor De Brabandère. Het 1JP en 2JP worden vervolgens samengevoegd en onder het bevel geplaatst van Kolonel de Jonghe d’Ardoye.

Een aantal C47 anti-tankkanonnen zijn sinds 10 mei verloren gegaan en de overtollige Marmon-Herrington vrachtauto’s die deze kanonnen moeten trekken, worden dan ook omgebouwd tot geïmproviseerde pantserwagens. Op het dak wordt een Maxim mitrailleur geïnstalleerd.

Even voor de middag krijgt de 2de cavaleriedivisie de waarschuwing dat tijdens de nacht van 15 op 16 mei de divisie zich verder van de K.W. Stelling dient te verwijderen en zo’n 50 Km westwaarts moet. De regimenten krijgen eveneens de toestemming om te Brussel het nodige materiaal op te eisen om de verliezen van de voorbije dagen weer goed te maken.

Het regiment wordt eveneens herbevoorraad en kan in het Regionaal Park te Brussel twee T15 lichte tanks op de kop tikken, samen met een grote hoeveelheid munitie voor de mitrailleurs. In de buurt van Tisselt worden ook nog eens een aantal vrachtwagens in beslag genomen om de verloren gegane voertuigen te vervangen.

Het veldleger zal zich in drie etappes terugtrekken van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het cavaleriekorps wordt aangeduid als onderdeel van de troepenmacht die de nieuwe aftocht moet beveiligen. De 2de cavaleriedivisie moet de Scheldeovergangen tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

Rond 09u00 vetrekt de groep De Brabandère van het 2JP als observatiedetachement naar De Klinge op de grens met Zeeland. De groep moet er een eventuele Duitse landing over de Schelde observeren en zal tot 17 mei deze opdracht uitvoeren. Een peloton van de groep wordt op verkenning naar Sint Niklaas gestuurd.

Even later wordt de groep Gysels van het 1JP naar Grembergen verplaatst.

De Jagers te Paard moeten zich als volgt opstellen:

  • een eskadron van de groep de Brabandère ontvangt een aantal mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen en bewaakt de doorgangen te Dendermonde
  • een tweede eskadron van de groep de Brabandère wordt ontplooid op de oostrand van Grembergen
  • een eskadron van de groep Gysels gaat naar het gebied ten noorden van Grembergen tegenover de Durme
  • de staf en de rest van de groep Gysels en het eskadron pantservoertuigen worden ontplooid te Grembergen

Het regiment blijft op haar nieuwe stellingen langsheen de Schelde, vanaf Schoornaarde nabij Dendermonde tot aan de samenloop van de Schelde en de Durme. Er worden de ganse dag patrouilles uitgevoerd. Ook hier is het verkeer over de wegen en bruggen bijzonder druk. Belgische eenheden en vluchtende burgers willen allen richting Gent.

Kolonel de Jonghe ontvangt nieuwe bevelen – het regiment moet:

  • de Schelde bewaken in het oosten vanaf de monding van de Durme tot in Schoonaarde (groep Gysels)
  • de vestingswallen van Dendermonde bemannen vanaf de baan naar Baasrode tot aan de weg naar Sint-Gilles (groep de Brabandère)
  • verbinding maken met de Ardeense Jagers te Dendermonde

De II/18A wordt toegevoegd aan het regiment.

De groep De Brabandère maakt die middag contact met de vijand te Dendermonde. Het 1JP ontdekt een vijandelijke artilleriecolonne op weg naar Baasrode en vraagt een vuuropdracht aan bij de II/18A.

Tijdens de namiddag bezoeken Prins Karel en Generaal de Neve de Rode de commandopost van de Jagers te Paard.

Het 1JP houdt de ondersector van het Groot Zand aan de Schelde. Aan de overzijde is het rustig. Te Antwerpen steken de Duitsers de Schelde over en trekken zo het Waasland in. Rond de middag verlaten de Ardeense Jagers de Dender en begeven zich richting Gent. Dendermonde wordt zo lang mogelijk bezet door het 2JP om de laatste troepen van het 14Li, 15Li en 25Li toe te laten de rivier over te steken. De Duitsers trachten naar Dendermonde op te rukken, maar worden voortdurend onder vuur genomen en laten de stad dan maar met rust om een oversteekpoging te Denderbelle op touw te zetten.

Een Marmon-Herrington gepantserde vrachtwagen achtergelaten bij de terugtocht van het Albertkanaal.

De 2de cavaleriedivisie moet haar eenheden langsheen het Moervaartkanaal opstellen om de Duitse opmars door het Waasland tot aan het Kanaal Gent-Terneuzen af te remmen. Tijdens de nacht trejt de staf van het regiment trekt naar de oude molen in Wachtebeke. De eerste groep wordt de Wachtebeke ontplooid en de tweede te Moerbeke.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is intussen naar Stekene verhuisd en deelt de orders uit voor de komende dag: de 1ste cavaleriedivisie moet zich opstellen vanaf de sector van de 17de infanteriedivisie aan het Kanaal Gent-Terneuzen over Terneuzen zelf tot in Braakman; de 2de cavaleriedivisie zal achter de 1ste komen te liggen.

Bij het ochtendgloren moet het regiment van positie veranderen. Om 05u00 verplaatsen de Jagers te Paard zich naar Sas van Gent op het Kanaal Gent-Terneuzen zelf. De Jagers te Paard en het 2Cy moeten vervolgens naar Breskens om er de Franse 68ste divisie af te lossen. Ten zuiden van Breskens zoeken de eenheden van het 1JP nieuwe kantonnementen op in boerderijen. De groep van Majoor Gysels installeert haar commandopost te Waterlandkerke.

De korpscommandant stuurt omstreeks 13u00 drie sterke eskadronsverkenningen naar de Moervaart te Moerbeke, Wachtebeke en Sint-Kruiswinkel met als opdracht contact te maken met de vijand en deze te vertragen.

Tijdens de avond ontvangt het cavaleriekorps het bevel haar hoofdkwartier naar Sint-Laureins te verplaatsen en alle beschikbare eskadrons pantserwagens te Zwevezele te hergroeperen om er aan de reserve van het Groot Hoofdkwartier te worden toegevoegd.

Alle verkenningsdetachementen komen ‘s morgens terug van hun opdracht ten oosten van het Kanaal Gent-Terneuzen. De Duitsers bezetten die dag Vlissingen aan de overkant van de rivier. Die ochtend wordt ook het 1L toegevoegd aan het commando van Kolonel de Jonghe d’Ardoye.

De groep van Majoor De Brabandère neemt de ondersector vanaf Breskens tot halverwege Hoofdplaat over van de Fransen. Op links wordt Breskens zelf bewaakt door het 3de Lansiers. De groep Gysels vervolgt op de rechterflank de linie langs de Schelde tot in Breskens. De Lansiers van het 1L gaan naar Hoofdplaat. De II/18A gaat in stelling in het gehucht Molentje.

De laatste Fransen verlaten Zeeland. Alvorens te vertrekken ontketent de Franse artillerie nog een artillerieduel over de Schelde waarbij Breskens, Hoofdplaat en Schoondijke zwaar beschadigd worden. De II/18A neemt deel aan het duel.

Omdat het Groot Hoofdkwartier een Duitse landing over te rivier vreest, wordt de cavaleristen een meer compacte opstelling bevolen. Het 1JP neemt een kleinere ondersector in tussen Nummer Een en Hoofdplaat.

Een door de Belgen achtergelaten T15 pantserwagen.

Majoor Gysels blijft met zijn 1JP de ganse dag op post langsheen de Scheldeoever. De ondersector wordt regelmatig gebombardeerd door de Luftwaffe en door de Duitse artillerie vanuit Walcheren.

De eerste groep van Majoor Gysels begeeft zich naar Maagd van Gent, om er de verdediging van de Golf van Bouchoute te verzekeren. Gysels neemt twee batterijen van de II/18A mee en stelt zich onder het bevel van de 1ste cavaleriedivisie. Gysels verkrijgt ook een peloton luchtafweergeschut en het eskadron pantserwagens van het 3L.

De staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens blijven achter aan de Scheldeoever. Het gecombineerde regiment 1JP/2JP wordt versterkt door de staf van een groep van het 1L onder leiding van Majoor Godefroid. Dit detachement neemt samen met een deel van het 2JP de oude opdracht van Majoor Gysels aan de Scheldeoever over.

Het detachement Gysels komt voor de ochtend aan te Maagd van Gent en moet zich ontplooien tussen het zuidelijke uiteinde van de Braakman en grenspaal 10 op het Leopoldkanaal. Op de rechterflank van het detachement sluit het 4Cy aan. Op de linkerflank moet het 1G zich opstellen. Die dag stuurt het regiment drie gevechtspatrouilles uit naar Terneuzen, Sluiskil en Assenede om de Duitsers een speldenprik toe te dienen. Een patrouille stelt vast dat de vijand reeds Bassevelde ten westen van Assenede heeft bezet. Het bericht wordt onmiddellijk aan het commando overgemaakt en even later bestookt de Belgische artillerie het dorp.

Rondom 17u00 ontvangt het 1JP/2JP nieuwe bevelen. Door de ernstige verliezen wordt de cavalerie nog maar eens herschikt. De aan de Schelde overgebleven detachementen van het 2JP worden samengevoegd met het 1L en komen onder het bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Ook de staf van het 1JP en het enig overgebleven eskadron pantserwagens worden aan deze nieuwe formatie toegevoegd. Majoor Gysels blijft met de rest van de troepen van het 1JP ter plekke.

De detachementen van het 2JP en het 1L krijgen het bevel naar het front aan de Leie te trekken en verlaten Groede nabij Breskens rond 22u00. Het 1JP blijft in Zeeland en zo opereren de beide regimenten Jagers te Paard weer afzonderlijk van elkaar.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is tijdens de nacht verhuisd van Sint-Laureins naar Dudzele. De 1ste cavaleriedivisie is samen met de Franse 60ste infanteriedivisie onder het bevel van Luitenant-generaal Keyaerts geplaatst en zet haar opdracht in Zeeland verder.

Het 1JP heeft haar commandopost nog steeds te Maagd van Gent achter het Leopoldkanaal. De Iste groep bewaakt Philippine. De IIde groep ligt te Boekhoute. Het 4Cy ligt op de rechterflank van het 1JP. Op de linkerflank ligt het 1G langsheen de oever van de Zeeschelde.

Het regiment raakt betrokken bij zware gevechten wanneer de Duitsers het Leopoldkanaal aanvallen. Ondersteund door onze artillerie, slagen de Jagers te Paard er in de Duitsers een tijd af te remmen. De vijand blijft aandringen en infiltreert tussen het 1JP en het 4Cy. Majoor Gysels ontvangt versterking in de vorm van een eskadron van het 1G. Tijdens de avond moeten de Belgen toch hun posities op het Leopoldkanaal prijs geven.

Het 1JP en 4Cy gaan er onder dekking van het 1G van door na het vallen van de nacht. Het 1JP bemant nog even een dwarsstelling om ook het 1Cy en 3Cy toe te laten zich terug te trekken zonder omsingeld te worden.

De 1ste Cavaleriedivisie wordt tijdens de nacht van 25 op 26 mei verplaatst naar de lijn Retranchement-Sluis-Middelburg. De troepen van de divisie worden als volgt opgesteld:

  • Ondersector Retrachement: 1G met het Eskadron Motorwielrijders van 2G, ondersteund door III/19A te Hazegras.
  • Ondersector Sluis: 4Cy, aangevuld met 2G en I/1JP, ondersteund door I/19A en twee batterijen C120 M31 van 13A.
  • Ondersector Heille: 1Cy, ondersteund door I/17A.
  • Ondersector Middelburg: 3Cy, met steun van IV/19A.
  • Algemeen steunelement: IV/13A te Westkapelle.

Naast de IV/13A te Westkapelle beschikt de divisie nog over het 25ste bataljon Genie te Lissewege, het 22ste bataljon TTr te Oostkerke en het Transportkorps te Scheepsdale. Ten zuiden van Middelburg vervolgt de 17de infanteriedivisie de Belgische linies langsheen het Afleidingskanaal van de Leie. De divisiestaf verlaat Sint-Margriete en verhuist naar Oostkerke.

Tijdens ochtend wordt aan de staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens gevraagd om te defileren voor Generaal Keyaerts, commandant van het cavaleriekorps, op de markt van Sint-Anna-ter-Muiden. Alle elementen van het 1JP worden vervolgens opnieuw samengevoegd tot een enkele eenheid.

De belangrijkste Duitse aanvallen op het noordelijke deel van de Belgische legerzone vinden plaats te Balgerhoeke en Ronse op het Afleidingskanaal van de Leie. De vijand steekt rond 16u00 de waterweg over op deze twee punten. Rond 19u30 stort het front in bij het 23ste Linieregiment rond Ronse. Ook het 7de Jagers te Voet nabij Balgerhoeke wordt aan het kanaal verdreven. Het Groot Hoofdkwartier heeft geen andere optie dan terug te trekken van het Afleidingskanaal en opnieuw te proberen een verdedigingslijn te organiseren op de as Strobrugge-Maldegem-Oostwinkel. Er wordt een reservemacht samengesteld onder bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Deze formatie krijgt de benaming Groepering Morel en bestaat uit:

  • het 1Cy, nog steeds aangevuld met de Compagnie C47 op T13 van de 3de Infanteriedivisie.
  • het 4Cy
  • de Iste groep van 1JP, waarvan nog twee pelotons motorwielrijders en een klein eskadron met drie T13’s en één T15 overblijven
  • de Iste groep van 19A, met drie batterijen, elk met vier kanonnen C75GP (grote dracht van 11 km).

De groepering zal in reserve worden gehouden te Maria-Aalter om zo tussenbeide te kunnen komen in de sector van de 18de infanteriedivisie of van de 12de infanteriedivisie. De rest van de 1ste Cavaleriedivisie wordt teruggetrokken achter het laatste stukje Afleidingkanaal ten zuidoosten van Zeebrugge.

Tijdens de nacht verplaatsen alle elementen van het 1JP naar het verzamelpunt van de Groepering Morel in Maria-Aalter.

De Duitsers breken door te Zomergem en rukken op naar Ursel. De Groepering Morel wordt uitgestuurd naar de lijn Eentveld-Knesselare-Kanaal Gent-Brugge.

Het 4Cy zal zich ontplooien tussen Eentveld en Knesselare, en het 1Cy tussen Knesselare en het kanaal. Het 1JP dient de actie te ondersteunen. Het eskadron pantserwagens houdt halt in de bossen ten westen van Knesselare en wacht af terwijl het 4Cy en 1Cy hun posities innemen. De vijand onderneemt een poging om Knesselare te bezetten en er breken straatgevechten uit tussen het II/4Cy en het 338 (DEU) Infanterieregiment.

Kolonel Morel stuurt de pantserwagens naar voren om de opmars van het 4Cy te ondersteunen. Even na 15u00 vallen de T13’s en de T15 aan. De pantserwagens stuiven door het centrum van het dorp en bereiken de baan naar Ursel. De Duitsers infiltreren het dorp vanuit oostelijke richting en brengen enkele 37mm PAK anti-tankkanonnen in stelling. Door hun optreden kunnen de Jagers te Paard de Cyclisten de vijand de toegang tot het dorp ontzeggen. De groep Morel kan zo de Duitse opmars afremmen en maakt bij tegenaanval zo’n 150 Duitsers gevangen.

De vijand geeft echter niet op en begint aan een omsingeling van Knesselare omstreeks 18u00. Ze gaan veel voorzichtiger te werk en slagen er in enkele pantserwagens van de cyclisten uit te schakelen zonder zich bloot te stellen aan Belgisch tegenvuur. De Belgen moeten terrein prijsgeven waarbij talrijke waardevolle fietsen en motorfietsen moeten worden achtergelaten.

De groep Morel wordt na het vallen van de nacht teruggetrokken. De Belgen beseffen dat er ondanks hun succes eerder die dag niet meer in zit dan een klein tactisch voordeel en het eind van de veldtocht in zicht in. Op het kruispunt te Beernem worden de terugtrekkende Jagers het voorwerp van een zware artilleriebeschieting.

Het regiment trekt tijdens de nacht van 27 op 28 mei naar Oostkamp en legt hier tijdens de ochtend de wapens neer.

Tijdens de veldtocht van 1940 sneuvelden drie officieren, vier onderofficieren, zes brigadiers en vijfendertig soldaten.

Vanaf 29 mei worden manschappen en materiaal van de ganse 1ste cavaleriedivisie verzameld in de zone tussen het Afleidingskanaal van de Leie, het Lieve-kanaal en het Kanaal Gent-Terneuzen. Op 1 juni worden alle eenheden afgevoerd naar de krijgsgevangenschap. De colonnes verzamelen te Dudzele. Begeleid door een Duits peloton motorwielrijders rijdt de ganse divisie naar Berchem waar alle voertuigen en kanonnen in een openluchtdepot geplaatst worden.

De manschappen trekken vervolgens te voet door Antwerpen en worden opgesloten in het Kamp van Brasschaat. Via het station Sint-Mariaburg worden de militairen naar Duitsland weggevoerd. De Vlaamse miliciens zullen al snel weer vrijkomen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. De Groepering Ninitte, een ad hoc samengestelde formatie bestaande uit elementen van het Cavaleriekorps (CK), werd ontplooid  op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals tussen Maasmechelen en De Maat nabij Mol. De formatie moest een dekkingsopdracht uitvoeren ten noorden van de stellingen die het Cavaleriekorps had ingenomen achter het Albertkanaal. De Groepering Ninitte werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Ninitte, commandant van de cavalerie van de 2de Cavalerie Divisie en tevens oud-regimentscommandant van 1JP. Andere eenheden van de Groepering Ninitte voor de dekkingsopdracht in de kempen: 2G, GpCy 14Div, EskCy 1Div, 1Cy, Det Kaulille en Det Maaseik van het Bn CyF Lim, I/19A en III/19A.
  2. De Zuid-Willemsvaart (ook wel Verbindingskanaal Maas-Schelde of Grenskanaal genoemd) is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart [Laatst geraadpleegd 25 oktober 2018].
  3. Bij de uitvoering van officiersverkenningen worden pelotonscommandanten, vergezeld van vier tot zes motorrijders, uitgestuurd om inlichtingen in te winnen. De rest van het peloton dat opgesteld blijft achter de Zuid-Willemsvaart wordt dan verder bevolen door de pelotonsadjunct. 
  4. Opvallend hierbij is dat noch Kapitein-commandant Van Nerom noch Kolonel de Jonghe d’Ardoye op de hoogte waren van het order dat op 14 april 1940 door het Groot Hoofdkwartier (GHK) werd overgemaakt aan de Legerkorpscommandanten en dat verbood beschietingen op Nederlands grondgebied uit te voeren zonder toelating van het GHK. “L’entrée de troupes étrangères en Hollande n’entrainerait pas Ipso Facto pour nos troupes, l’autorisation de pénétrer en territoire hollandais, de la survoler, ou d’y agir par les feux, même si cette invasion menaçait directement nos frontières, et même si notre intervention était demandée par les hollandais. De telles actions sont subordonnées à l’autorisation préalable du Commandant en Chef”.  Het verbod om op Nederlands grondgebied tussenbeide te komen kon in de vroege ochtend van 10 mei niet onmiddellijk worden opgegeven omdat op dat ogenblik het GHK aan het verhuizen was van Brussel naar het fort van Breendonk. Pas in de namiddag wordt het verbod om artilleriebeschietingen op Nederlands grondgebied uit te voeren opgeheven.
  5. Archieven Abdij van Zevenkerken. Adjudant KAO baron Philippe de Biber, Brigadiers Albert Brulez en Jacques Van Herck overlijden aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Kapitein-commandant baron Charles Belpaire Woeste werd initieel ook in het HMR 33 gehospitaliseerd maar wordt nadien overgebracht naar het Minnewaterhospitaal  in Brugge (vermoedelijk wanneer HMR 33 zijn activiteiten stopt – TBC) waar hij komt te overlijden op 25 augustus 1940. Cdt Belpaire Woeste, Adjt KAO de Biber en Brig Van Herck liggen nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  6. Historiek van het 1ste Regiment Jagers te Paard opgesteld door de verbroedering 1JP [On Line beschikbaar]: https://drive.google.com/file/d/1y1ZUV1qLeO44CUfqLDS8CpAIE_Hva6iH/view [Laatst geraadpleegd 26 oktober 2018].