1ste Regiment Jagers te Paard

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Regiment Jagers te Paard | 1JP
1er Régiment de Chasseurs à Cheval | 1ChCh
Type Cavalerieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groepering Ninitte
Bevelhebber Kolonel burggraaf Etienne de Jonghe d’Ardoye
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling Verbindingskanaal Maas-Schelde (Zuid-Willemsvaart)
Ondersector Neeroeteren – Eisden
Commandopost te As
Samenstelling I Groep (Majoor L. Gijsels) 1ste Eskadron Fuseliers (Lt St. Druart)
2de Eskadron Fuseliers (Cdt L. Rousseaux)
3de Eskadron Klein Geschut (Cdt ridder J. Linard de Guertechin)
II Groep (Majoor G. de Biolley) 4de Eskadron Fuseliers (Cdt R. Pauwels)
5de Eskadron Fuseliers (Cdt E. Bodart)
6de Eskadron Klein Geschut (Lt Delporte)
Eskadron Pantserwagens (Kapitein-Commandant J. Defossez)
Stafeskadron (Kapitein-Commandant Charles Belpaire-Woeste)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1JP
Het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) werd op 26 augustus 1939 op oorlogsvoet gebracht in zijn kazerne in het Kamp van Beverlo te Leopoldsburg door het oproepen van de klas 38.

Op 1 september 1939 werden vervolgens de oudere reservisten opgeroepen om de Eskadrons Wielrijders van de 4de en 11de infanteriedivisies te vormen en het 2de Regiment Vervoerde Cavaleristen (het latere 4de Lansiers) te helpen oprichten. Midden september wordt ook de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie gemobiliseerd door het 1JP.

Het regiment is al sinds enige jaren net zoals de rest van onze cavalerie volledig gemotoriseerd. De ongeveer 1.500 militairen beschikken over een 500-tal voertuigen. De fuseliers verplaatsen zich met motorfietsen. De anti-tankkanonnen worden getrokken door gepantserde Marmon-Herrington vrachtwagens. Het eskadron pantserwagens beschikt over een aantal T13 tankjagers en T15 lichte tanks.

Het 1JP staat op 9 mei verspreid opgesteld aan de vooruitgeschoven stellingen van het Verbindingskanaal Maas-Schelde (Zuid-Willemsvaart) wanneer reeds om 22u15 het algemeen alarm ontvangen wordt. De manschappen begeven zich naar hun stellingen aan het kanaal. De taak van het regiment bestaat enerzijds in het uitsturen van patrouilles naar de grens en anderzijds in het vernietigen van de bruggen over het Grenskanaal en het Verbindingskanaal om zich vervolgens terug te trekken naar de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal.

De commandopost van het regiment en het Eskadron Pantserwagens bevinden zich te As, samen met het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie. Van hun mobiliteit zal gebruik gemaakt worden om eventuele luchtlandingen te counteren. De IIde Groep neemt de noordelijke sector voor haar rekening van Neeroeteren tot Dilsen. Majoor de Bioley heeft hiervoor zijn commandopost opgesteld te Doorn. De Iste Groep vervolledigt de linies tot en met Eisen en Vucht en heeft haar commandopost nabij het station Eisden-Mijn . Eén peloton van het 1JP staat opgesteld aan de Maas te Meeswijk (rondom bunker A24) en één te Grevenbicht (rondom bunker A23). Ook ten noorden van die alarmposten bevinden zich nog manschappen aan de bunkers op de oevers. Nabij Maaseik neemt de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie over. Het 1JP wordt ondersteund door de I/19A die drie batterijen op enkele Km achter het Verbindingskanaal heeft opgesteld.

Tijdens de nacht nemen de manschappen van 1JP zoals voorzien alle beschikbare burgervrachtwagens in beslag te Maasmechelen en As. Te As wordt de commandopost van het regiment verplaatst naar een huis op de baan As-Opglabbeek.

Omstreeks 04u30 wordt het dag en rapporteren de Jagers te Paard dat Duitse vliegtuigen het Belgisch luchtruim overvliegen. Om 05u15 worden te Eisden het steunpunt aan de brug en de commandopost van I/1JP gebombardeerd. Om 05u35 meldt de officier van wacht te Rotem dat de Duitsers de grens oversteken en de post te Berg bestormen. Bunker A24 bij het veer van Stokkem en Berg valt onder vijandelijk vuur nadat een vrachtwagen met Duitse militairen via het veerpont de Maas is overgestoken. Ook ten noorden worden de alarmposten aangevallen en in het zuiden meldt de post te Meeswijk dat ook hier de Duitsers aanvallen.

De batterijen van de I/19A openen onmiddellijk het vuur op de Nederlandse oever. Te Rotem, Dilsen, Vucht en Eisden worden de kanaalbruggen vernietigd. Ook alle aangemeerde binnenvaartschepen worden tot zinken gebracht. De spoorbrug te Rotem is slechts gedeeltelijk beschadigd en de Onderluitenanten Cuvelier en Loos moeten met zo’n 100 Kg explosieven een tweede poging wagen. Ook die mislukt ten dele.

De brug te Lanklaar wordt gebruikt als rendez-vous voor de manschappen van de alarmposten aan de grens en wordt zo lang mogelijk open gehouden. Om 08u30 gaat ook dit kunstwerk de lucht in. De manschappen van de alarmpost van Rotem onder leiding van Onderluitenant Dupont komen echter te laat en moeten het Verbindingskanaal overzwemmen, waarbij de Soldaat Alexander Caerts verdrinkt. Ook de ploeg van de post te Elen kan de Belgische oever niet tijdig bereiken en wordt gevangen genomen.

In Vucht krijgen Onderluitenant Osy de Zegwaart en Wachtmeester Janssens de opdracht een aantal voorbij varende binnenschepen op te blazen om te vermijden dat de invallers deze als noodbrug zouden gebruiken. De schippersfamilies verliezen zo hun hebben en houden. Kort na 08u00 duiken grotere groepen Duitsers op aan het kanaal en worden de steunpunten en bunkers onder vuur genomen. De I/1JP is vanaf 09u45 verwikkeld in aanhoudende vuurgevechten. Vanaf 11u00 heeft ook de II/1JP contact met de vijand. Het 1JP moet verschillende slachtoffers betreuren. De artillerie van het I/19A voert vuuropdrachten uit om de vijand van de oostelijke oever van het Verbindingskanaal weg te houden, maar wordt omstreeks 14u00 teruggetrokken naar het Albertkanaal.

De Wielrijdersgroep van de 17de infanteriedivisie heeft zich teruggetrokken uit Maaseik en stelt zich onder het bevel van Kolonel de Jonghe d’Ardoye, maar reist omstreeks 19u00 alweer verder. De Duitse troepen hebben inmiddels reeds Vucht, Eisden en Maasmechelen in handen. Het 1JP verneemt dat die nacht de brug over het Albertkanaal te Diepenbeek zal worden vernietigd en stuurt Kapitein Baron Van Zuylen van Nyevelt ter plekke om er voor te zorgen dat dit niet gebeurt voor de Jagers te Paard veilig en wel het kanaal overtrekken. Het regiment beveelt rond 21u30 de terugtocht aan de wielrijders. Rond middernacht razen ook de gemotoriseerde elementen richting Diepenbeek. Commandant Linard de Guertechin die de achterhoede beveelt raakt zwaar gewond. Na de terugtocht moet het 1JP post vatten op de lijn de Molenbeek – Kortessem – Kerniel.

Staf/1JP
De brug over het Albertkanaal te Diepenbeek wordt pas tot ontploffing gebracht nadat de achterhoede van het 1JP zich over het Albertkanaal begeven heeft. Dit gebeurt tussen 02u30 en 05u30. Het Verbindingskanaal wordt niet langer verdedigd en de Duitsers maken van deze gewijzigde situatie gebruik om ongestoord het Verbindingskanaal over te steken en naar het Albertkanaal door te stoten.

Omdat de Duitsers in de sector van het 1ste Legerkorps te Vroenhoven en Veldwezelt doorgebroken zijn en op Tongeren afstormen, worden de cavaleristen gebruikt om een stelling haaks op het Albertkanaal op de werpen teneinde de flankbeveiliging van de andere Belgische eenheden langs het kanaal te verzekeren. Deze dwarsstelling zal grosso modo tussen Diepenbeek en Wellen lopen en zal de naam Bretel van Kortessem meekrijgen.

Het 1JP zal samen met het 2G, 4Li en enkele wielrijderseenheden van de divisietroepen ingezet worden en moet daarbij de lijn Kerniel, Wintershoven, Guigoven en Vliermaatroot verdedigen. Het 2G bezet het kruispunt te Kortessem en 2 batterijen van I/19A worden nabij Vlimmertingen ontplooid. Het 1JP zal vooruit gestuurd worden op de baan naar Tongeren om nabij Guigoven en Gors-op-Leeuw post te vatten. Het Iste Groep gaat ten westen van de baan, de IIde Groep ten oosten.

De regimentsstaf installeert zich in enkele woonhuizen te Kortessem en verhuist omstreeks 07u30 naar het plaatselijke kasteel. Het I/1JP hergroepeert zich te Kortessem, het II/1JP te Wellen. Tijdens het oponthoud in Kortessem ondergaat het I/1JP een luchtbombardement. De motorrijders Van Gerven en Verdonck schuilen met hun motoren onder het poortgebouw van de hoeve Claesen. Door de luchtdruk van een ontploffing wordt de zware poort uit zijn hengsels gelicht en komt boven op beide soldaten terecht. Ze overleven het ongeval niet.

Rond 11u30 staat het 1JP op haar plaats en even later trekt een lange colonne vluchtende Belgische militairen door hun stellingen vanuit Tongeren. Er breekt enige paniek uit bij het 1JP en 2G en de troepen worden slechts met moeite tot bedaren gebracht. Ook drie T13 tankjagers rijden door de stellingen van het 1JP. Een ketting van een van de voertuigen breekt en Adjudant de Biber zet de T13 prompt in stelling in zijn eigen linies. Net na 13u00 duiken en 20-tal Duitse tanks op vanuit het zuiden. De anti-tankkanonnen van de Jagers drijven de vijand terug, maar de pantsers blijven tot ongeveer 17u00 de Belgische stellingen aftasten. Vijandelijke vliegtuigen beheersen het luchtruim en vallen het 1JP regelmatig aan.

De Duisters slagen er in te posities te infiltreren en de Belgen moeten zich terugtrekken op de lijn Diepenbeek-Wellen. Het 1JP houdt het kruispunt van Kortessem, niettegenstaande verscheidene aanvallen van Duitse pantsers. De frontlinie wordt echter op verschillende plaatsen doorbroken en er ontstaat al snel verwarring bij het 1JP over de precieze posities van de Belgische en bevriende troepen. Er wordt even gevreesd dat de II/1JP afgesneden is en zich niet meer zal kunnen terugtrekken.

Om 21u00 worden de bevelen tot de terugtocht gegeven. De dwarsstelling wordt tot middernacht in stand gehouden, waarna alle troepen richting Gete zullen trekken.

Voertuigkenteken voor de pantserwagens van het 1JP.

Het 2G blaast de aftocht on 01u30, gevolgd door het 1JP. Een achterhoede blijft op post tot 03u00. De gemotoriseerde colonnes van het 1JP trekken door Alken waar even halt gehouden wordt. De vijand bevindt zich op dat ogenblik op slechts 3 Km afstand. De jagers hergroeperen zich en plaatsen een detachement onder leiding van Onderluitenant Rolin-Jacquemin bij de ingang van het dorp. De mannen van Rolin moeten de weg blokkeren tot 06u00 om het regiment de kans te geven de afstand tussen de eigen troepen en de invallers te vergroten.

Die zelfde dag krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Lummen (aan de Winterbeek) en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Lummen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling.

Na het vertrekt uit Alken rijdt Kolonel de Jonghe tot op het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps in Lubbeek om er nieuwe bevelen van Generaal de Neve de Rode in ontvangst te nemen.

Intussen verplaatst het regiment zich via Waanrode naar Kersbeek-Miskom waar het de nacht zal doorbrengen. Na aankomst wordt het regiment herschikt om zich aan de geleden verliezen aan te passen. De vier fuselierseskadrons worden samengevoegd tot slechts één groep onder leiding van Majoor Gysels. De andere eskadrons blijven op de slagorde.

Het 1JP wordt toegewezen aan de ondersector van Halen (exclusief) tot Aarschot (inclusief), samen met de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie, het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie en het eskadron pantservoertuigen van het 2de Regiment Lansiers.

De cyclisten worden naar de zone tussen Halen en Diest gestuurd. Het 1JP stuurt de groep van Majoor Gysels naar Diest, Zichem en Testelt. Het 5de eskadron neemt daarbij de stad zelf voor haar rekening. De commandopost van het regiment wordt ontplooid te Assent. Om 09u00 staat iedereen opgesteld.

Daarbij staat 1JP ook in voor de verdediging van Diest. Er zijn regelmatig schermutselingen met de Duitse voorhoeden die vanuit Schaffen trachten op te rukken, maar Diest is nog steeds in handen van de Jagers wanneer het regiment zich die nacht naar het westen terugtrekt. Vanaf 20u00 worden de bevelen tot de terugtocht uitgedeeld. Het gros verzamelt rond Scherpenheuvel en zet zich in beweging richting Aarschot. Het ganse cavaleriekorps zal zich in de ruime streek rondom de Zenne ten noorden van Brussel gaan reorganiseren en wordt in reserve geplaatst.

Motorrijders van het 1JP te Oostkamp in 1938.

Om 02u30 verlaat ook de achterhoede onder leiding van Onderluitenant Goreux de Demer/Gete-stelling. Net na hun doortocht voert de Belgische genie nog snel enkele wegvernielingen uit en dan is iedereen op weg naar de K.W. Stelling. De linies worden doorkruist en de colonnes trekken verder naar het Kanaal van Willebroek.

Eens over het kanaal houdt het regiment rondom 09u00 halt te Tisselt. De gevechten, bombardementen en nachtelijke verplaatsingen hebben de effectieven sterk verminderd en bewapening en voertuigen hebben veel geleden. Behalve de wachtposten wordt iedereen enkele uren slaap gegund.

Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het cavaleriekorps, heeft zijn hoofdkwartier geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. De ganse divisie verblijft nu in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de talrijke verliezen tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Met uitzondering van het 1G worden alle cavalerieregimenten herleid tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-majoor Ninitte naar Frankrijk gestuurd worden voor verdere reorganisatie en versterking. De Brigade Vervoerde Cavaleristen wordt opgeheven. Het 4L gaat naar de 1ste Cavaleriedivisie. Het 2G naar de 2de Cavaleriedivisie.

Te Tisselt worden alle eenheden van het 1JP worden hervormd tot één volledige groep onder het bevel van Majoor Gijsels. De overtollige manschappen worden naar het westen doorgestuurd om er opnieuw versterkt te worden. Ook het 2JP wordt tot één volledige groep hervormd onder bevel van Majoor De Brabandère. Het 1JP en 2JP worden vervolgens samengevoegd en onder het bevel geplaatst van Kolonel de Jonghe d’Ardoye.

Een aantal C47 anti-tankkanonnen zijn sinds 10 mei verloren gegaan en de overtollige Marmon-Herrington vrachtauto’s die deze kanonnen moeten trekken, worden dan ook omgebouwd tot geïmproviseerde pantserwagens. Op het dak wordt een Maxim mitrailleur geïnstalleerd.

Even voor de middag krijgt de 2de cavaleriedivisie de waarschuwing dat tijdens de nacht van 15 op 16 mei de divisie zich verder van de K.W. Stelling dient te verwijderen en zo’n 50 Km westwaarts moet. De regimenten krijgen eveneens de toestemming om te Brussel het nodige materiaal op te eisen om de verliezen van de voorbije dagen weer goed te maken.

Het regiment wordt eveneens herbevoorraad en kan in het Regionaal Park te Brussel twee T15 lichte tanks op de kop tikken, samen met een grote hoeveelheid munitie voor de mitrailleurs. In de buurt van Tisselt worden ook nog eens een aantal vrachtwagens in beslag genomen om de verloren gegane voertuigen te vervangen.

Het veldleger zal zich in drie etappes terugtrekken van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het cavaleriekorps wordt aangeduid als onderdeel van de troepenmacht die de nieuwe aftocht moet beveiligen. De 2de cavaleriedivisie moet de Scheldeovergangen tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

Rond 09u00 vetrekt de groep De Brabandère van het 2JP als observatiedetachement naar De Klinge op de grens met Zeeland. De groep moet er een eventuele Duitse landing over de Schelde observeren en zal tot 17 mei deze opdracht uitvoeren. Een peloton van de groep wordt op verkenning naar Sint Niklaas gestuurd.

Even later wordt de groep Gysels van het 1JP naar Grembergen verplaatst.

De Jagers te Paard moeten zich als volgt opstellen:

  • een eskadron van de groep de Brabandère ontvangt een aantal mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen en bewaakt de doorgangen te Dendermonde
  • een tweede eskadron van de groep de Brabandère wordt ontplooid op de oostrand van Grembergen
  • een eskadron van de groep Gysels gaat naar het gebied ten noorden van Grembergen tegenover de Durme
  • de staf en de rest van de groep Gysels en het eskadron pantservoertuigen worden ontplooid te Grembergen

Het regiment blijft op haar nieuwe stellingen langsheen de Schelde, vanaf Schoornaarde nabij Dendermonde tot aan de samenloop van de Schelde en de Durme. Er worden de ganse dag patrouilles uitgevoerd. Ook hier is het verkeer over de wegen en bruggen bijzonder druk. Belgische eenheden en vluchtende burgers willen allen richting Gent.

Kolonel de Jonghe ontvangt nieuwe bevelen – het regiment moet:

  • de Schelde bewaken in het oosten vanaf de monding van de Durme tot in Schoonaarde (groep Gysels)
  • de vestingswallen van Dendermonde bemannen vanaf de baan naar Baasrode tot aan de weg naar Sint-Gilles (groep de Brabandère)
  • verbinding maken met de Ardeense Jagers te Dendermonde

De II/18A wordt toegevoegd aan het regiment.

De groep De Brabandère maakt die middag contact met de vijand te Dendermonde. Het 1JP ontdekt een vijandelijke artilleriecolonne op weg naar Baasrode en vraagt een vuuropdracht aan bij de II/18A.

Tijdens de namiddag bezoeken Prins Karel en Generaal de Neve de Rode de commandopost van de Jagers te Paard.

Het 1JP houdt de ondersector van het Groot Zand aan de Schelde. Aan de overzijde is het rustig. Te Antwerpen steken de Duitsers de Schelde over en trekken zo het Waasland in. Rond de middag verlaten de Ardeense Jagers de Dender en begeven zich richting Gent. Dendermonde wordt zo lang mogelijk bezet door het 2JP om de laatste troepen van het 14Li, 15Li en 25Li toe te laten de rivier over te steken. De Duitsers trachten naar Dendermonde op te rukken, maar worden voortdurend onder vuur genomen en laten de stad dan maar met rust om een oversteekpoging te Denderbelle op touw te zetten.

Een Marmon-Herrington gepantserde vrachtwagen achtergelaten bij de terugtocht van het Albertkanaal.

De 2de cavaleriedivisie moet haar eenheden langsheen het Moervaartkanaal opstellen om de Duitse opmars door het Waasland tot aan het Kanaal Gent-Terneuzen af te remmen. Tijdens de nacht trejt de staf van het regiment trekt naar de oude molen in Wachtebeke. De eerste groep wordt de Wachtebeke ontplooid en de tweede te Moerbeke.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is intussen naar Stekene verhuisd en deelt de orders uit voor de komende dag: de 1ste cavaleriedivisie moet zich opstellen vanaf de sector van de 17de infanteriedivisie aan het Kanaal Gent-Terneuzen over Terneuzen zelf tot in Braakman; de 2de cavaleriedivisie zal achter de 1ste komen te liggen.

Bij het ochtendgloren moet het regiment van positie veranderen. Om 05u00 verplaatsen de Jagers te Paard zich naar Sas van Gent op het Kanaal Gent-Terneuzen zelf. De Jagers te Paard en het 2Cy moeten vervolgens naar Breskens om er de Franse 68ste divisie af te lossen. Ten zuiden van Breskens zoeken de eenheden van het 1JP nieuwe kantonnementen op in boerderijen. De groep van Majoor Gysels installeert haar commandopost te Waterlandkerke.

De korpscommandant stuurt omstreeks 13u00 drie sterke eskadronsverkenningen naar de Moervaart te Moerbeke, Wachtebeke en Sint-Kruiswinkel met als opdracht contact te maken met de vijand en deze te vertragen.

Tijdens de avond ontvangt het cavaleriekorps het bevel haar hoofdkwartier naar Sint-Laureins te verplaatsen en alle beschikbare eskadrons pantserwagens te Zwevezele te hergroeperen om er aan de reserve van het Groot Hoofdkwartier te worden toegevoegd.

Alle verkenningsdetachementen komen ‘s morgens terug van hun opdracht ten oosten van het Kanaal Gent-Terneuzen. De Duitsers bezetten die dag Vlissingen aan de overkant van de rivier. Die ochtend wordt ook het 1L toegevoegd aan het commando van Kolonel de Jonghe d’Ardoye.

De groep van Majoor De Brabandère neemt de ondersector vanaf Breskens tot halverwege Hoofdplaat over van de Fransen. Op links wordt Breskens zelf bewaakt door het 3de Lansiers. De groep Gysels vervolgt op de rechterflank de linie langs de Schelde tot in Breskens. De Lansiers van het 1L gaan naar Hoofdplaat. De II/18A gaat in stelling in het gehucht Molentje.

De laatste Fransen verlaten Zeeland. Alvorens te vertrekken ontketent de Franse artillerie nog een artillerieduel over de Schelde waarbij Breskens, Hoofdplaat en Schoondijke zwaar beschadigd worden. De II/18A neemt deel aan het duel.

Omdat het Groot Hoofdkwartier een Duitse landing over te rivier vreest, wordt de cavaleristen een meer compacte opstelling bevolen. Het 1JP neemt een kleinere ondersector in tussen Nummer Een en Hoofdplaat.

Een door de Belgen achtergelaten T15 pantserwagen.

Majoor Gysels blijft met zijn 1JP de ganse dag op post langsheen de Scheldeoever. De ondersector wordt regelmatig gebombardeerd door de Luftwaffe en door de Duitse artillerie vanuit Walcheren.

De eerste groep van Majoor Gysels begeeft zich naar Maagd van Gent, om er de verdediging van de Golf van Bouchoute te verzekeren. Gysels neemt twee batterijen van de II/18A mee en stelt zich onder het bevel van de 1ste cavaleriedivisie. Gysels verkrijgt ook een peloton luchtafweergeschut en het eskadron pantserwagens van het 3L.

De staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens blijven achter aan de Scheldeoever. Het gecombineerde regiment 1JP/2JP wordt versterkt door de staf van een groep van het 1L onder leiding van Majoor Godefroid. Dit detachement neemt samen met een deel van het 2JP de oude opdracht van Majoor Gysels aan de Scheldeoever over.

Het detachement Gysels komt voor de ochtend aan te Maagd van Gent en moet zich ontplooien tussen het zuidelijke uiteinde van de Braakman en grenspaal 10 op het Leopoldkanaal. Op de rechterflank van het detachement sluit het 4Cy aan. Op de linkerflank moet het 1G zich opstellen. Die dag stuurt het regiment drie gevechtspatrouilles uit naar Terneuzen, Sluiskil en Assenede om de Duitsers een speldenprik toe te dienen. Een patrouille stelt vast dat de vijand reeds Bassevelde ten westen van Assenede heeft bezet. Het bericht wordt onmiddellijk aan het commando overgemaakt en even later bestookt de Belgische artillerie het dorp.

Rondom 17u00 ontvangt het 1JP/2JP nieuwe bevelen. Door de ernstige verliezen wordt de cavalerie nog maar eens herschikt. De aan de Schelde overgebleven detachementen van het 2JP worden samengevoegd met het 1L en komen onder het bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Ook de staf van het 1JP en het enig overgebleven eskadron pantserwagens worden aan deze nieuwe formatie toegevoegd. Majoor Gysels blijft met de rest van de troepen van het 1JP ter plekke.

De detachementen van het 2JP en het 1L krijgen het bevel naar het front aan de Leie te trekken en verlaten Groede nabij Breskens rond 22u00. Het 1JP blijft in Zeeland en zo opereren de beide regimenten Jagers te Paard weer afzonderlijk van elkaar.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is tijdens de nacht verhuisd van Sint-Laureins naar Dudzele. De 1ste cavaleriedivisie is samen met de Franse 60ste infanteriedivisie onder het bevel van Luitenant-generaal Keyaerts geplaatst en zet haar opdracht in Zeeland verder.

Het 1JP heeft haar commandopost nog steeds te Maagd van Gent achter het Leopoldkanaal. De Iste groep bewaakt Philippine. De IIde groep ligt te Boekhoute. Het 4Cy ligt op de rechterflank van het 1JP. Op de linkerflank ligt het 1G langsheen de oever van de Zeeschelde.

Het regiment raakt betrokken bij zware gevechten wanneer de Duitsers het Leopoldkanaal aanvallen. Ondersteund door onze artillerie, slagen de Jagers te Paard er in de Duitsers een tijd af te remmen. De vijand blijft aandringen en infiltreert tussen het 1JP en het 4Cy. Majoor Gysels ontvangt versterking in de vorm van een eskadron van het 1G. Tijdens de avond moeten de Belgen toch hun posities op het Leopoldkanaal prijs geven.

Het 1JP en 4Cy gaan er onder dekking van het 1G van door na het vallen van de nacht. Het 1JP bemant nog even een dwarsstelling om ook het 1Cy en 3Cy toe te laten zich terug te trekken zonder omsingeld te worden.

De 1ste Cavaleriedivisie wordt tijdens de nacht van 25 op 26 mei verplaatst naar de lijn Retranchement-Sluis-Middelburg. De troepen van de divisie worden als volgt opgesteld:

  • Ondersector Retrachement: 1G met het Eskadron Motorwielrijders van 2G, ondersteund door III/19A te Hazegras.
  • Ondersector Sluis: 4Cy, aangevuld met 2G en I/1JP, ondersteund door I/19A en twee batterijen C120 M31 van 13A.
  • Ondersector Heille: 1Cy, ondersteund door I/17A.
  • Ondersector Middelburg: 3Cy, met steun van IV/19A.
  • Algemeen steunelement: IV/13A te Westkapelle.

Naast de IV/13A te Westkapelle beschikt de divisie nog over het 25ste bataljon Genie te Lissewege, het 22ste bataljon TTr te Oostkerke en het Transportkorps te Scheepsdale. Ten zuiden van Middelburg vervolgt de 17de infanteriedivisie de Belgische linies langsheen het Afleidingskanaal van de Leie. De divisiestaf verlaat Sint-Margriete en verhuist naar Oostkerke.

Tijdens ochtend wordt aan de staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens gevraagd om te defileren voor Generaal Keyaerts, commandant van het cavaleriekorps, op de markt van Sint-Anna-ter-Muiden. Alle elementen van het 1JP worden vervolgens opnieuw samengevoegd tot een enkele eenheid.

De belangrijkste Duitse aanvallen op het noordelijke deel van de Belgische legerzone vinden plaats te Balgerhoeke en Ronse op het Afleidingskanaal van de Leie. De vijand steekt rond 16u00 de waterweg over op deze twee punten. Rond 19u30 stort het front in bij het 23ste Linieregiment rond Ronse. Ook het 7de Jagers te Voet nabij Balgerhoeke wordt aan het kanaal verdreven. Het Groot Hoofdkwartier heeft geen andere optie dan terug te trekken van het Afleidingskanaal en opnieuw te proberen een verdedigingslijn te organiseren op de as Strobrugge-Maldegem-Oostwinkel. Er wordt een reservemacht samengesteld onder bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Deze formatie krijgt de benaming Groepering Morel en bestaat uit:

  • het 1Cy, nog steeds aangevuld met de Compagnie C47 op T13 van de 3de Infanteriedivisie.
  • het 4Cy
  • de Iste groep van 1JP, waarvan nog twee pelotons motorwielrijders en een klein eskadron met drie T13’s en één T15 overblijven
  • de Iste groep van 19A, met drie batterijen, elk met vier kanonnen C75GP (grote dracht van 11 km).

De groepering zal in reserve worden gehouden te Maria-Aalter om zo tussenbeide te kunnen komen in de sector van de 18de infanteriedivisie of van de 12de infanteriedivisie. De rest van de 1ste Cavaleriedivisie wordt teruggetrokken achter het laatste stukje Afleidingkanaal ten zuidoosten van Zeebrugge.

Tijdens de nacht verplaatsen alle elementen van het 1JP naar het verzamelpunt van de Groepering Morel in Maria-Aalter.

De Duitsers breken door te Zomergem en rukken op naar Ursel. De Groepering Morel wordt uitgestuurd naar de lijn Eentveld-Knesselare-Kanaal Gent-Brugge.

Het 4Cy zal zich ontplooien tussen Eentveld en Knesselare, en het 1Cy tussen Knesselare en het kanaal. Het 1JP dient de actie te ondersteunen. Het eskadron pantserwagens houdt halt in de bossen ten westen van Knesselare en wacht af terwijl het 4Cy en 1Cy hun posities innemen. De vijand onderneemt een poging om Knesselare te bezetten en er breken straatgevechten uit tussen het II/4Cy en het 338(DE) Infanterieregiment

Kolonel Morel stuurt de pantserwagens naar voren om de opmars van het 4Cy te ondersteunen. Even na 15u00 vallen de T13’s en de T15 aan. De pantserwagens stuiven door het centrum van het dorp en bereiken de baan naar Ursel. De Duitsers infiltreren het dorp vanuit oostelijke richting en brengen enkele 37mm PAK anti-tankkanonnen in stelling. Door hun optreden kunnen de Jagers te Paard de Cyclisten de vijand de toegang tot het dorp ontzeggen. De groep Morel kan zo de Duitse opmars afremmen en maakt bij tegenaanval zo’n 150 Duitsers gevangen.

De vijand geeft echter niet op en begint aan een omsingeling van Knesselare omstreeks 18u00. Ze gaan veel voorzichtiger te werk en slagen er in enkele pantserwagens van de cyclisten uit te schakelen zonder zich bloot te stellen aan Belgisch tegenvuur. De Belgen moeten terrein prijsgeven waarbij talrijke waardevolle fietsen en motorfietsen moeten worden achtergelaten.

De groep Morel wordt na het vallen van de nacht teruggetrokken. De Belgen beseffen dat er ondanks hun succes eerder die dag niet meer in zit dan een klein tactisch voordeel en het eind van de veldtocht in zicht in. Op het kruispunt te Beernem worden de terugtrekkende Jagers het voorwerp van een zware artilleriebeschieting.

Het regiment trekt tijdens de nacht van 27 op 28 mei naar Oostkamp en legt hier tijdens de ochtend de wapens neer.

Tijdens de veldtocht van 1940 sneuvelden drie officieren, vier onderofficieren, zes brigadiers en vijfendertig soldaten.

Vanaf 29 mei worden manschappen en materiaal van de ganse 1ste cavaleriedivisie verzameld in de zone tussen het Afleidingskanaal van de Leie, het Lieve-kanaal en het Kanaal Gent-Terneuzen. Op 1 juni worden alle eenheden afgevoerd naar de krijgsgevangenschap. De colonnes verzamelen te Dudzele. Begeleid door een Duits peloton motorwielrijders rijdt de ganse divisie naar Berchem waar alle voertuigen en kanonnen in een openluchtdepot geplaatst worden.

De manschappen trekken vervolgens te voet door Antwerpen en worden opgesloten in het Kamp van Brasschaat. Via het station Sint-Mariaburg worden de militairen naar Duitsland weggevoerd. De Vlaamse miliciens zullen al snel weer vrijkomen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen