Cavalerie

De Lansiers, Jagers te Paard en Gidsen leveren enerzijds de gemotoriseerde eenheden van het cavaleriekorps en anderzijds de verkenningstroepen van de infanteriedivisies.  De gevechtseenheden van het cavaleriekorps zijn samengesteld uit de actieve formaties van de Lansiers, Jagers te Paard en Gidsen. Bij mobilisatie worden deze regimenten aangevuld met recente reservisten. Deze eenheden verplaatsen zich in hoofdzaak per motorfiets en beschikken daarnaast over een klein aantal pantserwagens.

De Belgische cavalerie werd eind jaren 30 volledig gemotoriseerd.

De oudere reservisten worden gebruikt voor het samenstellen van de divisietroepen van de beide cavaleriedivisies en voor de verkenningseenheden van de infanteriedivisies. Deze laatste eenheden verplaatsen zich per fiets. De infanteriedivisies van het actieve leger en eerste reserve werden versterkt met een wielrijderseskadron, de infanteriedivisies van tweede reserve werden versterkt met een wielrijdersgroep.

Bij het cavaleriekorps zijn ook vier regimenten karabiniers-wielrijders, oftwel cyclisten, aangehecht. Ook bij deze eenheden is de fiets het voornaamste vervoermiddel, hoewel de cyclisten dan weer traditioneel bij de infanterie horen.

Het enige tankeskadron dat ons leger rijk is, wordt gevormd door een klein detachement Lansiers en Gidsen.