Iste Groep (Eben-Emael)

Situatie op 10 mei 1940

Type Fortenartillerie
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Vestingsregiment van Luik
Bevelhebber Majoor Jean Jottrand
Standplaats Eben-Emael
Samenstelling 1ste Batterij (Kapitein Vamecq) Koepel 120 met 2 x C120 kanonnen
Koepel Noord met 2 x C75 kanonnen
Koepel Zuid met 2 x C75 kanonnen
Kazemat Visé 1 met 3 x C75 kanonnen
Kazemat Visé 2 met 3 x C75 kanonnen
Kazemat Maastricht 1 met 3 x C75 kanonnen
Kazemat Maastricht 2 met 3 x C75 kanonnen
2de Batterij (Kapitein Alfred Hotermans) Blok I met 2 x C60 kanonnen
Blok II met 2 x C60 kanonnen
Blok IV met 2 x C60 kanonnen
Blok V met 1 x C60 kanon
Blok VI met 2 x C60 kanonnen
Bunker Mi Noord
Bunker Mi Zuid
Bunker Kanaal Noord
Bunker Kanaal Zuid
Blok 01 met 1 x C60 kanon
Bunker 0 te Kanne met met 1 x C47 anti-tankkanon
Bunker PL19 te Hallembaye

Tijdens de mobilisatie

Staf/Iste Groep
De Iste Groep van het Vestingsregiment van Luik (oftewel Régiment de Forteresse de Liège – RFL) levert de bemanning voor het Fort van Eben-Emael.

Het fort werd gebouwd tussen 1932 en 1935 als één van de vier nieuwe forten ter verdediging van de stad Luik.

De keuze van de plaats van het nieuwe fort was niet per toeval en werd enerzijds ingegeven door getrokken lessen uit de Eerste Wereldoorlog en anderzijds door de bouw van het Albertkanaal. De diepe uitgraving door het plateau van Caestert deed uitstekend dienst als anti-tank gracht en het fort domineerde zowel de westelijke uitgangen van Maastricht als de Maasvallei ter hoogte van Visé. De steile flanken van het uitgegraven Albertkanaal bereiken op bepaalde plaatsen 60 meter hoogte.

Foto van het dak van het fort van Eben Emael kort na de Duitse aanval.(foto: Patrick Leenders).

Het fort was volledig ingegraven in de mergelgrond, enkel de kazematten op het plateau zijn zichtbaar. Zestig meter onder het plateau bevindt zich de ondergrondse kazerne met alle nutsvoorzieningen, douches met warm water inbegrepen. Veertig meter onder de grond, op het middenverdiep bevinden zich drie vuurleidingsbureaus (commandoposten), één voor de koepels, één voor de kazematten en één voor de verdedigingsbunkers. Ook op het middenverdiep bevindt zich onder elke bunker een munitiemagazijn. De totale hoeveelheid granaten aanwezig in het fort voor de aanvang van de oorlog bedroeg 2.000 obussen 120mm, 19.200 obussen 75mm en 6.000 granaten voor de 60mm anti-tank kanonnen

Ligging van het Fort van Eben-Emael ten overstaan van de andere forten van het RFL.

In september 1939 werd overgegaan tot de mobilisatie van een eerste ploeg van 500 man die de kanonnen zouden bemannen. Deze ploeg verbleef permanent in het fort tot in januari 1940 een tweede ploeg van 500 man werd samengesteld met dienstplichtigen van de lichting 40. De nieuwe rekruten kregen een spoedopleiding en vanaf het voorjaar 1940 lossen de twee ploegen elkaar wekelijks af. Aan de vooravond van de oorlog stonden 1.322 manschappen, waarvan het leeuwendeel dienstplichtigen, onder bevel van Majoor Jottrand. Zij waren verdeeld over de twee batterijen.

Er werd nagenoeg niet getraind met de kanonnen en er werd zeker geen tijd besteed aan infanterietraining [7]. De bemanning zou het gevecht voeren vanuit het fort en niet erbuiten. De gemobiliseerde artilleristen worden tijdens de mobilisatie hoofdzakelijk gebruikt voor werkzaamheden ter versteviging van de buitenperimeter. Zij werden hierbij geholpen door een klein detachement van het 3de Bataljon Genie bestaande uit een onderofficier en een tiental manschappen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van diverse geniewerken in de onmiddellijke omgeving van het fort. Vanaf 1 mei 1940 wordt deze opdracht beëindigd en keert het detachement terug naar zijn bataljon.

Op de vooravond van de oorlog bevinden de eenheden van de 7de Infanteriedivisie (7Div) zich in de onmiddellijke omgeving van het fort. Ten noorden van het fort bewaakt het 2de Regiment Karabiniers (2C) de bruggen van Gellik, Briegden en Veldwezelt terwijl het 18de Linieregiment (18Li) de brug van Vroenhoven bewaakt. Het fort zelf ligt midden in het dispositief van het 2de Regiment Grenadiers (2Gr) dat het Albertkanaal ten noorden en ten zuiden van het fort bewaakt, inclusief de brug van Kanne.

Majoor Jottrand heeft delegatie gekregen om de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein-Ternaaien te laten springen. Net zoals bij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven, waar het bevel tot het vernielen van de bruggen moest komen van het Bataljon Grenswielrijders Limburg, zijn het hier niet de grenadiers die het initiatief kunnen nemen om de bruggen te laten springen, maar wel de commandant van het fort van Eben-Emael. Het fort heeft bij elke brug een wachtdetachement geplaatst. De brug van Klein-Ternaaien kon telefonisch niet bereikt worden vanuit het fort en moest door het wachtdetachement van Ternaaien per estafette verwittigd worden. De posten van Ternaaien en Kanne daarentegen stonden permanent in contact met de commandopost van Majoor Jottrand.

1Bij/Iste Groep
De 1ste Batterij (1Bij) bemant de artilleriestukken en is dan ook belast met de hoofdopdracht van het fort. Deze batterij beschikte over een dubbele bemanning die om beurten de dienst uitmaken in het fort. De belangrijkste troef van het fort is de vaste Koepel 120 uitgerust met twee kanonnen 120mm die een reikwijdte hebben van 17,5 kilometer en die net niet tot in Duitsland kunnen vuren. De koepel is draaibaar en kan een volledige cirkelomtrek beslaan. Vervolgens bezet de batterij vier identieke kazematten die elk uitgerust zijn met drie parallel opgestelde 75mm kanonnen die 11 kilometer ver kunnen vuren. Twee kazematten (Ma1 en Ma2) zijn naar Maastricht in het noorden gericht, de twee andere kazematten (Vi1en Vi2) zijn naar Visé in het zuiden gericht. De batterij levert ook nog de bemanning voor Koepel Noord en Koepel Zuid, twee kleinere koepels telkens uitgerust met twee 75mm snelvuurkanonnen die 11 kilometer ver schieten. Deze beide geschutskoepels kunnen niet alleen 360° draaien maar kunnen ook verticaal bewegen en worden enkel uitgeschoven indien gevuurd moet worden. De 1ste Batterij wordt bevolen door Kapitein Vamecq.

Elementaire schets van de verschillende kazematten en blokken van het fort.

2Bij/Iste Groep
De 2de Batterij (2Bij) bestond uit een 200 tal manschappen en leverde het ondersteunend personeel (nabije verdediging, koks, administrateurs, medisch personeel en herstellers). Deze batterij was ingekwartierd bij burgers in Eben Emael en deed 8 uur dienst in het fort. Sommige diensten zoals onder meer de administratie waren omwille van de slechte werkomstandigheden in het fort ondergebracht in barakken voor de ingang. Bij alarm verplaatsten zij zich telkens naar het fort. Vlak voor het uitbreken van van de oorlog was een honderdtal man van de 2Bij in verlof gestuurd.

Voor de nabije verdediging van het fort bemant de 2Bij enkele bunkers (blokken) op de perimeter maar ook op het dak van het fort. De meeste blokken zijn uitgerust met één of twee C60mm anti-tank kanonnen, mitrailleurs, schijnwerpers en een kleine stalen observatiekoepel. De ingang van het fort wordt beschermd door Blok I bevolen door Eerste Wachtmeester Lecron, de rest van de blokken zijn in wijzerzin genummerd. Blok II bevindt zich in het midden van de westrand van het fort en kan scherend vuur afgeven op de watergracht die zich ten noorden van de bunker bevindt. De Blokken Kanaal Noord en Kanaal Zuid bevinden zich langs het Albertkanaal en hebben als waakrichting respectievelijk Kanne en Ternaaien. Blokken IV en V hebben als waakrichting de zuidelijke anti-tank gracht. Blok V bevindt zich onder Koepel Zuid. De laatste bunker, Blok VI bevindt zich op het einde van de zuidelijke anti-tank gracht op een 100 tal meter rechts van de ingang. De superstructuur van het fort wordt beveiligd door de Blokken Mi Noord en Mi Zuid van waaruit mitrailleurs het volledige dak van het fort kunnen bestrijken. De 2de Batterij heeft ook nog vier luchtafweermitrailleurs (Mitrailleurs Contre-avions oftewel MiCA) op het dak van het fort geïnstalleerd. Deze sectie wordt bevolen door Adjudant Dieudonné Longdoz.

Buiten het fort worden ook nog drie bunkers bezet, de Blok 0 die in het verlengde van de brug van Kanne ligt, Blok01 ten zuiden van de zuidelijke anti-tank gracht en de Blok PL19 die in de helling van de Hallembaye is ingewerkt. Blok01 beschikt over één 60mm anti-tank kanon, drie mitrailleurs, drie schijnwerpers en domineert het sluizencomplex van Ternaaien. Op het dak van de blok bevindt zich de observatiekoepel Eben 1 die kon waarnemen tot de Duitse grens. De bemanning van de blok omvatte drie onderofficieren, achttien soldaten en drie artilleriewaarnemers. De vlakte tussen de Jeker en de noordwestelijke watergracht kon onder water gezet worden.

Het fort beschikt ook nog over elf observatieposten, waarvan drie grote observatiekoepels voor het leiden van artillerievuur op het fort:

  • Eben 1 op Blok 01 met zicht op Visé (observatiepost OP274)
  • Eben 2 op Bunker Mi Noord met zicht op Kanne en Maastricht (observatiepost OP334)
  • Eben 3 op Kazemat Maastricht 2 (observatiepost OP335)

twee bunkers buiten het fort:

  • Bunker PL19 te Hallembaye. Deze bunker was uitgerust met drie mitrailleurs en een stalen observatiekoepel. De bemanning bestond uit vier onderofficieren en veertien soldaten.
  • Bunker O te Kanne. Bunker O was uitgerust met een C47mm anti-tank kanon, een mitrailleur, een schijnwerper en een stalen observatiekoepel. De bunker was bemand door drie onderofficieren en negen soldaten.

zes ‘buitenobservatieposten’ in veldversterkingen in de omgeving van het fort:

  • Loen (observatiepost O32)
  • Kastert 1
  • Kastert 2
  • Opkanne met zicht op Kanne en Maastricht (observatiepost O275)
  • Veldwezelt
  • Lanaken

Opstelling van het 2de Regiment Grenadiers rond het fort van Eben-Emael.

Zoals dit bij de andere observatieposten van de Versterkte Positie Luik het geval was, zijn deze observatieposten aangesloten op het ondergrondse militaire telefoonnet rond Luik. Iedere post heeft een uniek codenummer dat toelaat om samen te werken met andere forten, de veldartillerie en de infanterie. Dit codenummer start met de letters OP voor waarnemingsposten binnen de limieten van de positie (Observatoire de la Position) en met de letter O voor posten die buiten de positie waarnemen (Observatoire).

Het fort leverde vuursteun aan de troepen die rond het fort en langs het Albertkanaal stonden opgesteld. De verdeling van de vuren van het fort was duidelijk afgelijnd en de commandant van het fort was dan ook afhankelijk van vuuraanvragen die werden overgemaakt door de gesteunde eenheden via hun organieke artillerieregimenten. De vuren zijn als volgt verdeeld:

  • de Koepel 120 wordt in vuurversterking gegeven van het 14A, de korpsartillerie van het Iste Legerkorps (I/LK) waartoe de 7Div behoorde;
  • de kazematten Maastricht 1 en Maastricht 2 vormen samen met I/20A de Ondergroepering Centrum in directe steun van het 18Li. 20A is de divisieartillerie van de 7Div;
  • de kazemat Visé 1 samen met de Koepels Noord en Zuid vormen samen met IV/20A de Ondergroepering Zuid in directe steun van het 2Gr;
  • de kazemat Visé 2 vormt samen met de Iste Groep van het 3de Regiment Artillerie, de 8ste Batterij van het 15de Regiment Artillerie en een Ob75 van het fort van Pontisse een artillerie formatie in steun van de Groepering Gits van het IIIde Legerkorps (III/LK) die de sector Meuse-Aval (Maas Stroomafwaarts) verdedigd.

De start van de werken aan het fort van Eben-Emael wekte de interesse van de Duitse inlichtingendiensten. In oktober 1939 beschikte het OKH reeds over gedetailleerde plannen van de hindernissen in de kanaalzone en in Nederlands Limburg. De informatie werd gedeeltelijk bekomen door het uitvoeren van talrijke verkenningsvluchten boven België.

Reservegarnizoen/Iste Groep
In tegenstelling tot de eenheden van het veldleger worden de rekruten van de lichting ’40 bestemd voor het Fort van Eben-Emael niet ondergebracht in een Versterkings- en Opleidingsregiment, maar rechtstreeks doorgestuurd naar het fort. Eens opgeleid zal met deze jonge rekruten een tweede bemanning gevormd worden zodat er telkens één ploeg in het fort aanwezig is, en een tweede ploeg (ook wel reservegarnizoen genoemd) uitrust in het kantonnement van Wonck, een dorp in de Jekervallei op zeven kilometer van het fort. De jonge rekruten voor het Fort van Eben-Emael komen begin februari toe te Wonck waar ze gedurende zes weken een basisopleiding (oftewel école à pied) krijgen [6]. Na de basisopleiding wordt de tweede ploeg gevormd en wordt om de week een aflossing van de bemanning van het fort doorgevoerd. Op 9 mei bevond de tweede ploeg met de jonge dienstplichtigen zich in het fort, de eerste ploeg met de meer ervaren kanonniers was van rust. Van de ongeveer 1.200 manschappen op de slagorde van het fort waren er steeds 200 permanent in het fort aanwezig (of tenminste in de houten barakken voor het fort), maakten 500 man deel uit van de shift die het fort voor één week bemande en maakten 500 man deel uit van het reservegarnizoen. Deze regeling liet ook toe dat de militairen die in verlof vertrokken dit deden terwijl ze van rust waren of tenminste vervangen konden worden door iemand van het reservegarnizoen.

Duitse soldaten aan de ingang van het fort van Eben Emael voor de woning van WM Lecron.

Staf/Iste Groep
Iets na middernacht wordt het fort op de hoogte gebracht van het alarm. Initieel wordt maar lauw gereageerd op het zoveelste alarm. Het fort diende 20 alarmschoten af te vuren in geval van werkelijk alarm om de omliggende troepen te verwittigen. Door een technisch probleem met ontstekers worden de voorziene twintig waarschuwingsschoten pas rond 03u00 afgevuurd, nadat het merendeel van de troepen zich reeds op stelling bevond.

Rond 04u12 scheren negen Duitse zweefvliegtuigen voor de eerste maal op 300 meter hoogte over het fort. De zweefvliegtuigen passeren het fort, maken een omschrijvende bocht die hen toelaat het eerste daglicht af te wachten om dan vanuit het westen op de superstructuur neer te strijken. Enkele minuten na de eerste doortocht, terwijl de zweefvliegtuigen hun bocht nemen komt een massa vliegtuigen (Stuka’s en zwaardere bommenwerpers) in dichte formaties de grens over om de barakken, Eben-Emael en Wonck te bombarderen. De Duitse luchtmacht beschikte blijkbaar over nauwkeurige gegevens over de ligging van de verschillende doelen die moesten uitgeschakeld worden om de operatie te doen slagen. Na het bombardement landen de zweefvliegtuigen tussen 04u26 en 04u45 van zodra de piloten hun objectieven kunnen identificeren.

Op de achtergrond de tijdens het luchtbombardement beschadigde administratie barakken.

Majoor Jottrand die onmiddellijk de ernst van de toestand inziet geeft de vernielingsdetachementen van het Fort van Eben Emael om 04u15 de opdracht om de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein Ternaaien te laten springen. Wachtmeester Pirenne van het fort laat de brug van Kanne dan ook springen vooraleer de Duitsers de bruggen kunnen overnemen. De gebrekkige verdediging van het dak van het fort leidt tot een snelle inname van de bovengrondse structuur van het fort waarbij het merendeel van de kanonnen in de kazematten en geschutskoepels met explosieven en holle ladingen wordt vernield.

Om 05u10 vraagt Majoor Jottrand aan het Fort van Pontisse, het Fort van Barchon en de 7Div om de superstructuur van het fort onder vuur te nemen teneinde de parachutisten te verjagen. De C105mm koepel van het fort van Pontisse wordt aangeduid voor deze opdracht en een eerste salvo van 100 schoten vertrekt. Deze vuuropdracht zal enkele keren herhaald worden doorheen de loop van de dag. Bij de 7Div wordt het IV/20A aangeduid voor deze opdracht en vuurt vanaf 05u30 tweehonderd schoten af op het fort. Deze opdracht wordt vanaf 06u00 overgenomen door V/14A van het I/LK.

Om 08u30 geeft de 7Div opdracht aan het Iste Bataljon van 2Gr (I/2Gr) om een tegenaanval uit te voeren teneinde het fort van Eben-Emael te ontzetten. Voor de tegenaanval zou het I/2Gr versterking krijgen van de 1Cie van het I/11Li, één compagnie van de Limburgse Grenswielrijders, het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div en vuursteun van 20A. Deze eenheden worden allen geconvoceerd bij kilometerpaal 14 van de weg van Riemst naar Eben, tevens de T-splitsing met de baan van de brug van Kanne naar Eben. Majoor Notermans, bataljonscommandant van I/2Gr, kan niet verhinderen dat het peloton van Luitenant Frans Wagemans, behorende tot zijn 1Cie maar in versterking gestuurd naar IV/2Gr, vertrekt voordat de beloofde versterkingen toekomen. De Luitenant Moreau van 20A wordt naar kilometerpaal 14 gestuurd om de vuursteun voor de tegenaanval te coördineren. De verwachtte versterkingen voor de tegenaanval komen maar met mondjesmaat toe door de hevige activiteit van de Duitse luchtmacht die elke verplaatsing van troepen haast onmogelijk maakt. Een eerste peloton (ongeveer 30 man) van 1/I/11Li bereikt het RV om 13u15, een half peloton (ongeveer 15 man) om 13u45, het 2Pl/EscCy 7Div om 14u15. Er wordt tevergeefs gewacht op de 1Cie Limburgse Grenswielrijders die pas om 16u00 de opdracht kreeg om zich naar de 7Div te begeven en zich op dat ogenblik nog in Tongeren bevond. Rond 16u45 krijgt het 2Gr het volgende bericht van het Divisiehoofdkwartier: “Daar het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenadiers het fort Eben-Emael heringenomen heeft, wordt de tegenaanval geannuleerd.” Dit veroorzaakt verwarring in de commandopost van 2Gr: het kon enkel betekenen dat Lt Wagemans met de steun van het garnizoen van het fort er in geslaagd is de Duitsers van het dak van het fort te verjagen. De 7Div had een bericht komende van Majoor Jottrand verkeerd begrepen en ging ervan uit dat het peloton Wagemans de superstructuur van het fort reeds gezuiverd had. Door dit misverstand in de communicaties tussen het fort en 7Div blijven verdere tegenaanvallen uit en het Peloton van Luitenant Wagemans wordt niet meer versterkt. In werkelijkheid had het Pl Wagemans zich vastgelopen tijdens zijn eerste aanvalspoging en moest het zich noodgedwongen ingraven vlakbij de ingang van het fort.

Effect van een holle lading op een waarnemingskoepel.

Het fort kan wel nog kort tussenbeide komen met Koepel Zuid en Kazemat Visé 2, die om één of andere reden niet door de Duitse parachutisten worden aangevallen. Om 13u25 ondernemen de Duitsers een nieuwe poging om de Maas te overschrijden, ditmaal ten zuiden van Lanaye. Comd 20A geeft de opdracht aan IV/20A en V/14A om deze pontonbrug over de Maas onder vuur te nemen. Beide groepen openen het vuur op de brug vanaf 13u35. De forten van Pontisse, Barchon en de kazemat Visé 2 van het fort van Eben Emael mengen zich in de strijd. De Duitsers schorten vanaf 14u00 de oversteek van de Maas op onder druk van de artilleriebeschieting. Voor de tweede maal mislukt de overschrijding van de Maas maar de pontonbrug blijft voorlopig intact. De beschieting wordt op vraag van de 7Div hernomen vanaf 16u10 tot de pontonbrug wordt vernietigd om 18u12.

Ondanks de vuursteun die nog geleverd wordt door de kazemat Visé 2 is het fort zo goed als geneutraliseerd aan het eind van de eerste oorlogsdag. De woning van Wachtmeester Lecron nabij de ingang van het fort (zie foto) werd bij de eerste luchtaanval gebombardeerd. Hierbij kwamen zijn vrouw Alice en kinderen Paul en Nicole om het leven.

1Bij/Iste Groep
Bij de afkondiging van een werkelijk alarm moest Koepel Noord 20 alarmschoten afvuren om de omliggende troepen te alarmeren. Het lukt de bemanning echter niet om de juiste ontstekers te vinden waardoor de opdracht overgenomen wordt door Koepel Zuid die uiteindelijk de schoten afvuurt om 03u30, rijkelijk laat maar nog voor het begin van de Duitse aanval. Wanneer om 04u30 de landende zweefvliegtuigen worden waargenomen door Koepel Noord wordt deze ingetrokken om de kanonnen met schroot te laden. Op het zelfde ogenblik wordt de nooduitgang van de bunker door de Duitse parachutisten tot ontploffing gebracht waarbij Brigadier Biesmans sneuvelt. Door de ontploffing blokkeert de munitielift en moeten de projectielen met schroot te voet naar boven gedragen worden. De koepel wordt initieel niet aangevallen omdat het zweefvliegtuig met de bemanning die deze koepel moest aanvallen te vroeg gelost werd en nog in Duitsland een noodlanding maakt. Wanneer de kanonnen in de Koepel Noord uiteindelijk rond 05u45 geladen zijn wordt de koepel vernield door een holle lading.

Koepel Zuid wordt initieel ook niet aangevallen en pas om 05u35 wordt een holle lading op de ingetrokken koepel geplaatst, zonder echter veel schade aan te richten. De Duitsers lieten de Koepel Zuid verder met rust. De schade aan het kanon kon hersteld worden en vanaf 10u00 neemt Koepel Zuid een Duitse pontonbrug onder vuur die werd aangelegd tussen het Nederlands Eijsden en Ternaaien. De vuren worden waargenomen en verbeterd vanaf de observatiekoepel Eben 1 bovenop Blok01 die zich een vijftigtal meter buiten de perimeter van het fort bevindt. Koepel Zuid vuurt de rest van de dag een 2.000 tal granaten af.

De Koepel 120 wordt ook niet aangevallen op het moment dat de zweefvliegtuigen landen. Om 05u30 krijgt de koepel een eerste vuuropdracht binnen maar de vuuropdracht wordt niet uitgevoerd. Gealarmeerd door de beweging van de koepel steken de Duitsers springladingen in de loop van de kanonnen. Eén kanon, het linker, wordt vernietigd maar het andere kanon kan hersteld worden en is tegen 08u00 geladen en klaar tot vuren. Er komt echter geen vuuraanvraag binnen en wanneer de koepelcommandant om 09u30 beslist het kanon te ontladen wordt de loop van het kanon vernietigd door een nieuwe springlading. Exit Koepel 120 zonder een schot gelost te hebben.

De kazemat Maastricht 1 wordt onmiddellijk buiten gevecht gesteld door een springlading in de lopen van de kanonnen. De Duitsers slaan een bres in het gewapend beton en dringen de bunker binnen om te schuilen. Maastricht 2 ondergaat een gelijkaardig lot maar hier wordt ook de observatiekoepel Eben 3 vernietigd door een holle lading. Beide artilleriewaarnemers, de Wachtmeesters David en Marchoul, komen om. De Duitsers dringen deze bunker niet binnen. Tijdens de ontploffing van de kanonnen wordt een kanon naar achter geslingerd waarbij het de deur van het lokaaltje waarin zich twee telefonisten bevinden blokkeert. De twee onfortuinlijke soldaten worden pas na de overgave van het fort door de Duitsers uit hun benarde situatie verlost. Wanneer de Duitsers de kazemat Visé 1 aanvallen wordt aanvankelijk slechts één kanon vernield. De bemanning vlucht initieel naar de middenverdieping maar komt later terug om de schade op te meten. Er wordt nog gevuurd met de twee andere kanonnen richting Visé tot wanneer de vuren onderbroken worden om de tegenaanval opgezet door 2Gr niet in gevaar te brengen. Na het mislukken van de tegenaanval vernielen de Duitsers rond 13u00 de twee andere kanonnen. Visé 2 wordt helemaal niet aangevallen en kan de volledige dag nog vuren op de pontonbrug die de Duitsers aan het installeren waren over de Maas tussen Eijsden en Ternaaien.

2Bij/Iste Groep
De manschappen van de 2Bij beginnen onmiddellijk na de afkondiging van het alarm met het leeghalen van de administratieve barakken aan de ingang van het fort zoals dit voorzien is in de alarmprocedures. Ze zijn nog met deze opdracht bezig op het moment waarop de Duitse aanval wordt ingezet. Hierdoor is een aantal verdedigingsbunkers slechts gedeeltelijk bemand. De uitschakeling van de vier luchtafweermitrailleurs van de Sectie MiCA op het dak van het fort was één van de eerste prioriteiten van de luchtlandingstroepen. De verouderde Maxim-mitrailleurs nemen initieel de vliegtuigen onder vuur maar al snel raakten twee mitrailleurs defect. De twee andere worden rond 04u25 letterlijk door één van de zweefvliegtuigen omver gevlogen. Er volgt een kleine schermutseling waarbij de Soldaten Heine [8] en Remy sneuvelen. De rest van het peloton wordt gevangen genomen en dwars over het plein afgevoerd naar de Blok Mi Noord.

Duitse schildwacht bij de ingang van het fort met op de achtergrond Blok VI.

In Blok Mi Noord waren slechts enkele Belgen aanwezig en de schietgaten voor de mitrailleurs waren nog niet opengemaakt. Een zweefvliegtuig landt op 100 meter van Blok Mi Noord en de Duitse bemanning viel de bunker onmiddellijk aan. De observatiekoepel Eben 2 op het dak van Blok Mi Noord wordt met een holle landing van 50 kg uitgeschakeld. Hierbij komen de Wachtmeesters Bataille en Vossen om het leven. De linker mitrailleur wordt met een holle landing van 12,5 kg de bunker ingeblazen waarop het geslagen gat met een holle lading van 50 kg groter gemaakt wordt. Door het groter gemaakte gat konden de Duitse parachutisten de bunker binnendringen en er hun CP in opstellen. Ze waren meteen ook beschermd tegen de vele artilleriebeschietingen die de Belgische artillerie ontketende op het dak van het fort. De Blok Mi Zuid ondergaat een gelijkaardig lot, nog voor de Belgische bemanning de blok kan bereiken is er met een holle lading reeds een gat in de bunker gemaakt en bevinden de Duitse pioniers zich in het bolwerk. De Belgische bemanning keert op zijn stappen terug en sluit de traphal naar de Blok af met een dubbele gepantserde deur. Bij de initiële aanval wordt ook de observatiekoepel van Blok IV uitgeschakeld waarbij Soldaat Furnelle, die zijn waarnemingspost reeds had ingenomen, het leven laat.

Blok II langs de watergracht wordt pas in een latere fase aangevallen door enkele parachutisten die zich van het plateau laten afzakken tot op het dak van Blok II. Ze beperken zich tot het vernietigen van de observatiekoepel met een holle lading. Deze aanval kost het leven aan Soldaat Decourty. Blok II wordt wel hevig gebombardeerd door de Duitse Luchtmacht.

De bemanning van Blok VI, bevolen door WM Degrange, bereikt zonder problemen hun gevechtspost. De schijnwerper die bij het begin van de aanval wordt ingeschakeld, wordt onmiddellijk door de vijand vernield. Al snel blokkeert de mitrailleur van het bolwerk. Tijdens de reparatie van de mitrailleur raakt Sdt Smet gewond aan zijn handen wanneer de Duitsers door de waarnemingssleuf naar binnen schieten. Ook de granaten die zich in de blok bevinden kunnen niet gebruikt worden bij gebrek aan ontstekers. Vanuit de waarnemingskoepel van Blok VI worden enkele mitrailleursnesten van de vijand opgemerkt nabij de watermolen die zich tegenover de ingang van het fort bevindt. De locatie van de automatische wapens wordt onmiddellijk door de C60 mm onder vuur genomen tot ook deze wapens blokkeren.

Bunker O bij de brug van Kanne biedt weerstand tot het middaguur. Wanneer ze zonder munitie vallen geven zij zich over door met een witte vlag naar buiten komen.

Reservegarnizoen/Iste Groep
Het reservegarnizoen, dat in het dorpje Wock is ondergebracht, wordt na afkondiging van het alarm niet doorgestuurd naar fort, hooguit enkele versterkingen worden aangeduid om verlofgangers te vervangen bij het garnizoen van Eben Emael. Het reservegarnizoen wordt dan ook opgeschrikt wanneer Wonck rond 04u30 gebombardeerd wordt. Bij het bombardement komt de Soldaat Gemis om het leven. Verschrikt zoeken de ongeveer 500 manschappen dekking voor de onophoudelijke luchtbombardementen en wachten de rest van de dag op verdere orders.

De bemanning van het fort van Eben Emael werd op 11 mei al naar Stalag XIB (Fallingbostel) overgebracht.

Staf/Iste Groep
Tijdens de nacht en de ochtend slaagt de Belgische artillerie er nog in om sporadisch artillerievuur te laten neerkomen op de bovenstructuur van het fort, maar dat kan de Duitse parachutisten niet echt bedreigen. Majoor Jottrand ziet in dat zijn garnizoen gevangen zit en rondom 12u00 geven de ongeveer 1.000 manschappen zich over. De Iste Groep houdt op te bestaan.

1Bij/Iste Groep
De Duitse parachutisten die de nacht hadden doorgebracht in bunker Ma1 ondernemen in de vroege ochtend een poging om het fort binnen te dringen. Ze dalen de trappen af langs de munitieliften maar botsen op een dubbele gepantserde deur die de toegang tot het middenverdiep hermetisch afsluit. Ze gaan terug om een holle lading van 50kg te halen en plaatsen die tegen de spijl in het midden tussen de twee gepantserde deuren. Ze steken de lading aan met een trage lont en haasten zich terug naar boven om dekking te zoeken voor de nakende ontploffing. De holle landing richt een ravage aan onder bunker Ma1. Niet alleen de deur wordt opgelicht en weggeblazen maar ook de trap en de lift wordt herleid tot een hoop verwrongen staal waardoor de Duitsers niet meer naar beneden kunnen. De Soldaten Bormans, Corombelle, Dujardin, Gillet en Massotte die de wacht optrokken aan de andere kant van de toegangsdeur komen om tijdens de explosie. De schokgolf van de ontploffing is voelbaar doorheen het ganse fort en de verlichting valt uit. Majoor Jottrand maakt bekend dat het fort zich zal overgeven en geeft opdracht het nog functionerend materieel te saboteren. Voor de overgave van het fort wordt de Koepel Zuid nog onklaar gemaakt door twee granaten af te vuren met ingetrokken koepel waardoor de granaten in de lopen ontploffen.

2Bij/Iste Groep
Behalve de ingenomen blokken Mi Zuid en Mi Noord zijn de blokken op de perimeter, ondanks de uitschakeling van enkele observatiekoepels, nog gevechtsklaar. De artilleriestukken op het dak zijn wel uitgeschakeld maar het fort kan zich nog verdedigen. Rond 06u00 komt de voorhoede van het Duitse Pionierbataljon 51, die op 10 mei om 04u30 met de eerste grondtroepen de Duits-Nederlandse grens zijn overgestoken, toe bij het fort. Ze vallen de Blok II aan en steken er de watergracht over. Ze slagen er in de junctie te maken met de parachutisten op het dak. Blokken VI en I worden ook nog aangevallen maar blijven weerstand bieden tot aan de overgave. Wanneer de bemanning van Blok VI zonder munitie komt te zitten verlaten ze de bunker en sluiten de metalen toegangsdeur naar het gangenstelsel van het fort, gebruik makend van de stalen balken en zandzakken.

Blok01 die buiten de perimeter van het fort ligt is met het fort verbonden door een ondergrondse tunnel. Deze gang is voorzien van springkamers om in geval van nood de tunnel te doen instorten. Majoor Jottrand geeft vlak voor de overgave van het fort de opdracht om te tunnels naar Blok01 maar ook naar de Blok Kanaal-Noord te laten springen. Bij deze actie komen de Soldaten Ancia en Tummers om, de laatste twee gesneuvelden van het fort.

Reservegarnizoen/Iste Groep
In de vroege ochtend komt het bevel dat alle reservegarnizoenen van het Vestingregiment Luik zich naar het oude fort van Liers moeten begeven waar zich de Batterij Depot en Bevoorrading bevindt. De reservebemanning van het Fort van Eben Emael wordt aangehecht aan het detachement van de reservegarnizoenen van Luik en onder bevel geplaatst van Luitenant-kolonel Scohy. Ze zullen naar het westen geëvacueerd worden. Via Mechelen, Moerkerke (nabij Brugge), Woumen en Beerst worden ze doorgestuurd naar Zuid-Frankrijk waar ze uiteindelijk nog tot augustus 1940 zullen verblijven. Wanneer ze in het station van Liers instappen in de trein om naar Mechelen te vertrekken wordt het station gebombardeerd door de Luftwaffe. Hierbij komt de Soldaat Thelen om het leven terwijl de Soldaat Knapen ernstig gewond wordt. Hij overlijdt later aan zijn verwondingen in het hospitaal van Embourg. Voor een gedetailleerd verslag over het wedervaren van het Reservegarnizoen zie: Vestingsregiment van Luik.

Krijgsgevangenen/Iste Groep
De gevangenen worden afgeleid naar Maastricht en vervolgens naar Sittard. Vanuit Sittard gaan ze de 12 mei te voet naar Heinsberg van waaruit zij onmiddellijk per trein naar Dortmund worden overgebracht. In Dortmund worden ze tot 4 juli in volstrekte afzondering gehouden, dit als voorzorgsmaatregel om te beletten dat details over de manier waarop het fort overmeesterd werd zouden uitlekken. Uiteindelijk worden ze naar Stalag XIB (Fallingbostel) gestuurd waar ze de volle vijf jaar van de oorlog als krijgsgevangen zullen doorbrengen.

De site van het uitgeschakelde fort wordt na de overgave streng bewaakt, Duitse schildwachten beletten de toegang tot het vernielde fort om informatielekken te vermijden. De impactgaten van de holle ladingen in de stalen koepels worden dicht gecementeerd om de uitwerking van het wapen te verbergen.

Slachtoffers

Zie Vestingsregiment van Luik

Bibliografie en Bronnen

  1. Amicale des Anciens Combattants du fort d’Eben-Emael, 1992. “Ceux du fort d’Eben-Emael”.
  2. “Fort Eben-Emael”, René Vliegen, Visé, 1988
  3. “Mei 1940. De 18-daagse veldtocht in woord en beeld”, Peter Tahon, Lannoo, Gent, 2010
  4. “België in de Tweede Wereldoorlog”, Prof Dr Luc De Vos [on line] http://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/vos_066belg01_01_0005.php
  5. “Fort Eben Emael: The key to Hitler’s victory in the west”, Simon Dunstan, Osprey Publishing, 2005
  6. Dagboek Sdt Henri Delincé die in januari 1940 werd opgeroepen voor het reservegarnizoen van het fort van Eben Emael. Hij werd afgedeeld bij de 2Bij van de Iste Groep en behoorde tot de bemanning van Blok VI. [On Line Beschikbaar]: http://www.maisondusouvenir.be/henri_delince.php [Laatst geraadpleegd 20 januari 2018].
  7. De artillerietraining gebeurde in Helchteren waar de manschappen de manipulatie van de stukken konden trainen op veldgeschut dat in zich in het kamp bevond. Om de zes weken werd een detachement van 60 man naar de schietstand van de Citadel van Luik gestuurd om het schieten met de karabijnen in te oefenen.
  8. Relaas over het overlijden van Sdt Adrien Heine, [On Line Beschikbaar]: https://www.freebelgians.be/articles/print.php?id=112 [Laatst geraadpleegd 02 maart 2018]. Het relaas laat uitschijnen dat Sdt Heine gewond raakte op 10 mei en pas op 25 mei overleed in een hospitaal te Maastricht (zie ook http://www.maastrichtsegevelstenen.nl/oorlog2b3.htm). Hij zou initieel begraven zijn op de Belgische militaire begraafplaats van het kerkhof van Maastricht en in 1950 gerepatrieerd (TBC – deze informatie moet beschikbaar zijn in de archieven van het kerkhof van Maastricht).