IIde Groep (Pontisse, Barchon, Aubin-Neufchâteau)

Situatie op 10 mei 1940

Type Fortenartillerie
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Vestingsregiment van Luik
Bevelhebber Majoor F. Simon
Standplaats
Samenstelling Batterij Fort van Pontisse
(Kapitein Fernand Pire)
Koepel 105 met 2 x C105 L/35 kanonnen
Koepel S I met 1 x C75 kanon
Koepel S II met 1 x C75 kanon
Koepel S III met 1 x C75 kanon
Koepel S IV met 1 x C75 kanon
Batterij Fort van Barchon
(Kapitein-commandant Aimé Pourbaix)
Koepel 150 met 1 x C150 kanon
Koepel 150 met 1 x C150 kanon
Koepel 105 met 2 x C105 L/35 kanonnen
Koepel 105 met 2 x C105 L/35 kanonnen
Koepel S I met 1 x C75 kanon
Koepel S II met 1 x C75 kanon
Koepel S III met 1 x C75 kanon
Koepel S IV met 1 x C75 kanon
Batterij Fort van Aubin-Neufchâteau
(Kapitein-commandant Oscar d’Ardenne)
Blok B1 met 2 x C75 Mod34 kanonnen
Blok B2 met 2 x C75 Mod34 kanonnen
Blok B3
Blok K zonder bewapening
Blok M met 3 x M81 mortieren
Blok O ventilatieschacht
Blok P ventilatieschacht
Kazemat C1 met 1 x C47 anti-tankkanon
Kazemat C2 met 2 x C47 anti-tankkanonnen
Kazemat C3 met 1 x C47 anti-tankkanon

Tijdens de mobilisatie

Staf/IIde Groep
De forten van Pontisse, Barchon en Aubin-Neufchâteau vormen samen een groep van drie bolwerken in het noordoosten van de Versterkte Positie Luik. De IIde Groep, die deel uitmaakt van het Vestingsregiment van Luik (RFL), wordt bevolen door Majoor Simon. Elk fort beschikt over een uitgebreid netwerk van observatieposten, in veel gevallen kleine bunkers uitgerust met een stalen koepel van waaruit de vijandelijke troepenverplaatsingen worden waargenomen en doorgegeven aan de schootsburelen van de forten. De observatieposten zijn met het schootsbureel verbonden door ondergrondse telefoonlijnen.

Batterij Pontisse/IIde Groep
Het Fort van Pontisse ligt ten noorden van Luik op de linkeroever van de Maas. Het werd gebouwd tussen 1888 en 1891 als een van de twaalf originele forten rond de stad Luik. Deze fortengordel ligt er na de Eerste Wereldoorlog een tiental jaar verlaten bij, maar wanneer in 1929 de plannen voor de nieuwe Versterkte Positie Luik vaste vorm aannemen, starten de aanbestedingen voor de modernisering. Het fort wordt hersteld en versterkt, krijgt een nieuwe elektriciteits-, water- en luchtvoorziening en wordt herbewapend met Duits geschut. Het fort beschikt over één koepel met 105mm kanonnen en vier koepels met 75mm houwitsers.

Pontisse heeft aan de vooravond van de Duitse inval de volgende vaste observatieposten:

  • Bunker PL13 langs de Rue du Roi Albert (de N671) van Opeye naar Haccourt, bevolen door Wachtmeester Wathelet, bijgestaan door Brig Stats.
  • Haute Froidmont ten noorden van de N618 tussen Hallembaye en Hautain-Saint-Siméon (observatiepost OP204)

Batterij Barchon/IIde Groep
Het Fort van Barchon is eveneens een laat 19de eeuws fort op de PFLII lijn. Het driehoekige bouwwerk ligt op zo’n 8Km ten noordoosten van Luik, tussen de stad en Visé. Ook dit fort krijgt een gelijkaardig pakket aan renovatiewerken in de vroege jaren 30. Het fort van Barchon ligt in het dispositief van de 3de Infanteriedivisie die heeft stelling genomen op de PFLII lijn.

De observatieposten van het fort bevinden zich in:

  • Bunker BM3 te Herkay
  • Bunker AC1 te Aux Communes
  • De liftschacht Belle Fleur van de koolmijn du Hasard te Cheratte (observatiepost OP206)
  • Neuve-Maison (observatiepost O337)
  • Kerktoren Julémont (observatiepost O338)

Situering van de forten die samen de IIde Groep vormen.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het verst buiten Luik ligt de PFLI linie over een lengte van ongeveer 50Km tussen Visé in het noorden en Comblain-au-Pont in het zuiden, met de drie nieuwe forten van Aubin-Neufchâteau, Battice en Tancrémont, aangevuld met 179 betonnen bunkers. Het Fort van Aubin-Neufchâteau ligt ten noordoosten van Luik en ligt binnen schootsbereik van de forten Eben-Emael, Battice en Barchon. De 179 bunkers werden ingedeeld in zeven sectoren die worden aangeduid met twee letters, de beginletters van de gemeentes die de sector begrenzen. Het fort van Aubin-Neufchâteau ligt tussen de sector Visé – Neufchâteau (VN) en de sector Margarin – Neufchâteau (MN). De lettercode wordt ook gebuikt bij de nummering van de bunkers tussen de forten. Enkele van de bunkers waren uitgerust met een stalen observatiekoepel en werden gebruikt door voorwaartse waarnemers van het fort (NV2-NV5-MN11-MN18). De andere bunkers die zich tussen de forten bevinden worden niet bezet door het veldleger

De bouwwerken werden aangevat in 1936 en zijn net voltooid voor de aanvang van de oorlog. Het fort van Aubin-Neufchâteau is een relatief klein fort met een superstructuur in de vorm van een gelijkzijdige driehoek waarvan de zijden een driehonderdtal meter lang zijn. Blok 1 en Blok 2 die zich elk op een punt van de driehoek bevinden zijn de feitelijke artilleriebunkers van het fort. Elk van deze bunkers heeft twee waarnemingskoepels en een koepel uitgerust met twee 75mm snelvuurkanonnen die 11 kilometer ver schieten. Deze beide geschutskoepels kunnen niet alleen 360° draaien maar kunnen ook verticaal bewegen en worden enkel uitgeschoven indien gevuurd moet worden. Op de zuidwestelijke punt bevindt zich de Blok 3, een infanteriebunker die in vredestijd toegang verschaft tot de ondergrondse kazerne. Midden het driehoekig massief ligt de Blok M uitgerust met drie mortieren 81mm voor de nabije verdediging van het fort. De driehoekige structuur is omgeven door een droge anti-tankgracht van een zestiental meter breed met steile wanden die tot zes meter hoog reiken. In de tegenhelling van de gracht zijn de Kazematten C1 en C2 aangebracht. De kazematten zijn uitgerust met C47 ani-tank kanonnen en mitrailleurs. Tegenover Blok 3 op de berm rond het fort bevindt zich de Kazemat C3. Blokken P en O liggen buiten de perimeter van het fort en dienen als luchtinlaat voor het luchtverversingssysteem. Blok P die zich een zeshonderdtal meter voor het fort bevindt is tevens de verdoken ingang voor oorlogstijd. Beide blokken beschikken over uitschuifbare luchtkokers die als observatiepost gebruikt kunnen worden.

Plattegrond van het fort van Aubin-Neufchâteau.

Het totaal aantal manschappen onder bevel van Kapitein-commandant d’Ardenne bedroeg 526, waarvan het leeuwendeel dienstplichtigen. Het fort beschikte over een dubbele bemanning die elkaar wekelijks aflossen. De ploeg van rust (ook wel reservegarnizoen genoemd) is ingekwartierd in Haccourt, een dorp langs de Maas op twaalf kilometer van het fort. Het ondersteunend personeel (koks, administrateurs, medisch personeel en herstellers) is ingekwartierd bij burgers en deden 8 uur dienst in het fort. Sommige diensten zoals onder meer de administratie waren omwille van de slechte werkomstandigheden in het fort ondergebracht in barakken bij de ingang. Bij alarm verplaatsten zij zich telkens naar het fort. De gemobiliseerde artilleristen worden tijdens de mobilisatie hoofdzakelijk gebruikt voor werkzaamheden ter versteviging van de buitenperimeter. Zij werden hierbij geholpen door een klein detachement van het 3de Bataljon Genie bestaande uit een onderofficier en een tiental manschappen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van diverse geniewerken in de onmiddellijke omgeving van het fort.

Het fort beschikt daarenboven over een netwerk van zeven vaste observatieposten:

  • Bunker MN11 te Gorhez (observatiepost OP281 bevolen door Wachtmeester Bartholomé)
  • Bunker MN18 te Saint-Jean-Sart (observatiepost O368 bevolen door Wachtmeester Paschal)
  • Bunker NV2 te Warsage (observatiepost O369)
  • Bunker NV5 te Bombaye (observatiepost OP296 bevolen door Wachtmeester Rappe)
  • Sint-Martens-Voeren (observatiepost O363 bevolen door Wachtmeester Gosset)
  • La Heydt
  • Mauhin

Naast de vaste observatieposten beschikt het fort eveneens over mobiele observatieploegen (Détachement d’Observation et de Liaison oftewel DLO) die in versterking kunnen gegeven worden van het veldleger. Het fort kan ook nog patrouilles uitsturen om de vijand op te sporen en zo doelen door te geven.

Reservegarnizoenen/IIde Groep
In tegenstelling tot de eenheden van het veldleger worden de rekruten van de lichting ’40 bestemd voor de IIde Groep niet ondergebracht in een Versterkings- en Opleidingsregiment, maar rechtstreeks doorgestuurd naar de verschillende forten. Eens opgeleid zal met deze jonge rekruten een tweede bemanning gevormd worden zodat er telkens één ploeg in het fort aanwezig is, en een tweede ploeg (ook wel reservegarnizoen genoemd) verblijft in een rustkantonnement. De jonge rekruten bestemd voor de forten van Pontisse, Barchon en Aubin-Neufchâteau komen begin februari toe en krijgen gedurende zes weken een basisopleiding (oftewel école à pied). Na de basisopleiding wordt de tweede ploeg gevormd en wordt om de week een aflossing van de bemanning van de forten doorgevoerd. Het rustkantonnement van het Fort van Barchon bevindt zich te Wandre, dat van het Fort van Aubin-Neufchâteau te Haccourt.

Kapitein Félicien Lannoy in de commandocentrale van Aubin-Neufchateau.

Staf/IIde Groep
Tijdens de ochtend komt er onheilspellend nieuws vanuit de zone van het Iste legerkorps (I/LK) dat stond opgesteld achter het Albertkanaal ten noorden van het III/LK. Bij de 7Div slagen de Duitsers erin om bij eerste klaarte het Albertkanaal te overschrijden nabij Vroenhoven en Veldwezelt. Ook het fort van Eben Emael wordt zeer snel uitgeschakeld door een gedurfde luchtlandingsoperatie. Tegen de avond heeft de vijand de 7Div aangeklampt over de ganse breedte van de divisiesector waardoor de weg naar Tongeren open ligt. Omdat de Versterkte Positie Luik vanuit het noordwesten dreigt omsingeld te worden besluit het Groot Hoofdkwartier al tijdens de avond van 10 mei dat de posities van de PFLII linie ten oosten van de stad niet kunnen behouden worden door het III/LK. Het oppercommando wil het risico van een omsingeling niet nemen en geeft om 20u00 het bevel om de oostelijke oever van de Maas versneld te ontruimen, met uitzondering van de forten.

Batterij Pontisse/IIde Groep
Fort.
Het bolwerk wordt om 00u40 in staat van alarm gebracht. Alle koepels worden bemand en vuurklaar gemaakt, evenals de betonnen verdedigingsblokken. Omstreeks 04u30, kort na de aanvang van de Duitse luchtlandingen te Eben-Emael, is het fort op de hoogte van de vijandelijke aanval op zijn noorderbuur. Kapitein Pire, commandant van het fort van Pontisse, verwittigt het naburige fort van Barchon. Om 05u10 vraagt Majoor Jottrand, commandant van Eben Emael, aan het Fort van Pontisse en de 7Div om de superstructuur van het fort onder vuur te nemen teneinde de parachutisten te verjagen. De C105 koepel wordt aangeduid voor deze opdracht en een eerste salvo van 100 schoten vertrekt. Deze vuuropdracht zal enkele keren herhaald worden doorheen de loop van de dag. Bij de 7Div wordt het IV/20A aangeduid voor deze opdracht en vuurt vanaf 05u30 tweehonderd schoten af op het fort. Deze opdracht wordt vanaf 06u00 overgenomen door V/14A van het I/LK.

Rond 06u15 wordt het bevel gegeven om de spoorwegbrug over de Maas ten noorden van Visé op te blazen maar de genie slaagt hierin slechts gedeeltelijk. Na een tweede mislukte poging beslist Luitenant Parent, de compagniecommandant van de 6Cie van III/2CyF, dan maar om een vuuropdracht aan te vragen bij het Fort van Pontisse. Aanvankelijk begrijpt het fort het bericht verkeerd en laat het zijn kanonnen vuren op het westelijk bruggenhoofd van de brug van Visé waar de 6Cie zijn CP heeft opgesteld, gelukkig zonder erg voor de 6Cie. De vuren worden gecorrigeerd naar de oostelijke oever en eens het juiste doel gevonden, beschiet het fort langdurig de spoorwegbrug maar slaagt er niet in deze verder te vernielen.

Nadat een eerste poging om een pontonbrug over de Maas te leggen ter hoogte van Lanaye werd verijdeld door de artillerievuren van 20A, onderneemt de Duitse 269ste Infanteriedivisie (269 (DEU) ID) kort na de middag een tweede poging ten zuiden van Ternaaien. Het fort van Pontisse en de nog intacte kazemat Visé2 van het fort van Eben Emael evenals IV/20A en V/14A krijgen om 12u40 het bevel om de tweede pontonbrug die de Duitse Genie over de Maas had gelegd te beschieten. Om 13u45 worden de eerste schoten afgevuurd op Duitse troepen die via de geniebrug pogen de Maas over te steken. De vuren worden geleid door de artillerie observatiepost (O32) die zich in de kerk van Loen bevond. De verliezen onder de Duitsers die samentroepen in het dorp Eijsden lopen hoog op: zij tellen 35 gesneuvelden en niet minder dan 140 gewonden. Door de vernietiging van de pontonbrug en door de geleden verliezen wordt door de 269 (DEU) ID op 10 mei geen nieuwe poging meer ondernomen om de Maas nabij Ternaaien te overschrijden. In de loop van de avond ontvangt het fort een voorraad van 200 artilleriegranaten voor de C105 kanonnen.

DLO.
Observatiepost OP204 te Hallembaye wordt omstreeks 18u00 aangevallen door vijandelijke vliegtuigen. Er vallen geen slachtoffers, maar de bemanning moet de waarneming gedurende enkele uren staken.

Bunker MN11 te Gorhez (observatiepost OP281).

Batterij Barchon/IIde Groep
Het fort verneemt rond 04u45 via het naburige Pontisse dat een aanval op Eben-Emael aan de gang is en opent een half uur later het vuur op de bovenstructuur van het belegerde fort met de beide C150 kanonnen. Het artillerievuur wordt aangehouden tot in de loop van de voormiddag. Rond 07u40 wordt ook de treinhalte te Hindel onder vuur genomen waarop de Duitsers zich terugtrekken naar Aubel. Tijdens de namiddag worden ook de omgeving van Remersdaal en het station te Montzen toegevoegd aan de lijst met doelen. ‘s Avonds vindt de eerste en ook de enige aflossing van de manschappen plaats. De bemanning met dienst in het fort verlaat zijn gevechtsposities en zoek de rustkantonnementen te Wandre op. Het reservegarnizoen neemt de bezetting van het fort over. De elektrische aandrijving van de linker C150 koepel valt uit en dient hersteld te worden.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Fort.
Kort na middernacht, omstreeks 00u50, wordt het fort in staat van alarm gebracht. Het reservegarnizoen dat zich te Haccourt bevindt krijgt het bevel om het fort onmiddellijk te vervoegen. Het reservegarnizoen kan enkele uren later te Visé het Albertkanaal en de Maas oversteken en vervoegt Aubin-Neufchâteau na een voetmars van zo’n 12Km. Het fort telt nu zo’n 520 militairen. Cdt D’Ardenne zal tijdens het komende beleg van zijn vesting steeds over zijn beide bemanningen kunnen beschikken wat een positieve invloed zal hebben op het uithoudingsvermogen van het fort. De dienstplichtigen van de klas 40 worden onmiddellijk belast met het leeghalen van de kazernebarakken net buiten het kamp, een opdracht die zal duren tot het aanbreken van de dag. De genieploeg van Sgt Dewolf begint met het ruimen van de schootstellingen. Een huis dat zich vlak voor de oorlogsingang bij Blok P bevindt wordt opgeblazen. Vanaf 04u00 worden talrijke formaties vijandelijke vliegtuigen gemeld en hoort de bemanning van de geschutstellingen op talrijke plaatsen in de omgeving het luchtalarm weerklinken. De luchtafweermitrailleurs van het fort bestoken de indringers. Wanneer om 06u30 vijandelijke colonnes gemeld worden op de baan van ‘s Gravenvoeren naar Moelingen opent het fort een eerste keer het vuur. De buurt van Moelingen wordt meermaals bestookt door de kanonnen. De observatieposten melden ook dat er brand lijkt te zijn op het fort van Eben-Emael. De vijand wordt nu ook te Hombourg gesignaleerd en beschoten. Even na 09u00 nemen de Duitsers Aubel in en valt het burgerlijk elektriciteitsnet uit. Gedurende de dag worden Duitse verkenningstroepen en artilleriestellingen bestookt en het fort blijft vuuropdrachten uitvoeren naarmate de vijand vordert. Om 21u00 doet zich een incident voor aan de ingang van Blok P. Wanneer een driekoppige verkenningspatrouille na einde opdracht de toegangsdeur van Blok P probeert te bereiken worden zij door de schildwacht niet herkend. De schildwacht opent het vuur waarbij Soldaat Louys dodelijk getroffen wordt en Soldaat Van Ingelgom ernstig gewond. Tijdens de avond komen ook de mortieren van het fort in actie wanneer de vijand binnen bereik komt.

DLO.
De bemanning voor de zeven observatieposten toegewezen aan het fort worden naar hun stellingen uitgestuurd.

  • Omstreeks het middaguur wordt Brigadier Lescrenier het eerste dodelijke slachtoffer van het fort. De waarnemer wordt neergeschoten bij een observatiepatrouille vlakbij de waarnemingspost van Sint-Martens-Voeren. Hij krijgt volgende vermelding op het legerdagorder: “Observateur avancé du fort d’Aubin-Neufchâteau, tombé en brave, frappé par balles de mitraillettes, le 10 mai 1940 à son poste de Fouron-Saint-Martin après avoir signalé au fort différents objectifs de la plus haute importance“. De Soldaten Bastin en Halleux worden gevangen genomen. Postcommandant Wachtmeester Gosset en de Soldaten Beckers en Longton kunnen ontkomen. Gosset komt enige tijd nadien aan op de observatiepost van La Heydt.
  • De observatiepost te La Heydt wordt tussen 17u00 en 17u30 geëvacueerd en de bemanning komt om 18u37 aan op het fort.
  • De post te Mauhain is de ganse dag werkloos door het ontbreken van vijandelijke doelen in hun waarnemingssector. Wanneer ook de telefoonverbinding uitvalt, gaat de ploeg er van door naar Herstal. Het lot van de bemanning van bunker NV2 is niet bekend, het laatste bericht van de observatiepost wordt ontvangen om 05u25 en de commandopost van het fort vermoedt dat de post in de loop van de dag verlaten werd. Om de situatie uit te klaren stuurt het fort in de late middag een patrouille naar Berneau, Warsage en Sint-Martens-Voeren en om uit te zoeken wat er aan de hand is. De patrouille van Brigadier Demain en de Soldaten Lingle en Demaret bereiken de observatiepost NV2 omstreeks 19u15. De telefoonlijn is nog intact en de brigadier maakt van de gelegenheid gebruik om de coördinaten van een Duitse artilleriecolonne op de weg Snauwenberg – Voeren door te geven. De patrouille zet zijn weg verder en maakt contact met de vijand ter hoogte van het station van Warsage waarbij de Soldaten Lingle en Demaret gewond raken. Brig Demain kan ontsnappen en begeeft zich opnieuw naar de bunker NV2 van waaruit hij de 11de mei om 01u30 de positie doorgeeft van verschillende Duitse artilleriebatterijen die zich hebben opgesteld tussen Bombaye en Voeren. De brigadier verlaat de observatiepost om zich richting fort te begeven maar wordt gedood in de omgeving van de bunker NV2.
  • Bunker MN18 maakt om 10u00 voor het eerst contact met de vijand wanneer een Duits voertuig de OP passeert en onder vuur wordt genomen. Om 19u00 merkt de observatiepost een Duitse artilleriebatterij op die zich opstelt nabij het kruispunt L’ Appelboom. Een artillerievuur wordt aangevraagd en het fort opent het vuur om 20u02. Om 20u28 meldt de post dat ze omsingeld zijn door de vijand waarop het fort een vijftigtal schoten afvuurt op de omgeving rond MN18 waarna de rust terugkeert. Wanneer rond 23u00 de Wachtmeester Paschal het fort probeert telefonisch te bereiken krijgt hij geen verbinding meer. Hierop besluit hij de post te verlaten en aangezien hij niet werd niet gebriefd over het wachtwoord noch over de procedure om de ingang van het fort te benaderen beslist hij op Luik terug te plooien. Hij slaagt erin het detachement met de reservebemanningen te vervoegen.
  • De bunkers NV5 en MN11 zijn de enige twee buitenposten die nog bemand zijn op het einde van de eerste oorlogsdag. Dit bemoeilijkt het opsporen van doelen waardoor het fort hoofdzakelijk is aangewezen op doelsaanduidingen komende van de Commandant Artillerie van het IIIde Legerkorps (IIICA).
  • Het fort zendt ook vier Verbindings- en Observatiedetachementen naar de steunpunten bezet door de 1Cie van het 1ste Regiment Grenswielrijders op de Vooruitgeschoven Positie. De detachementen OCR/2 en OCR/4 (Wachtmeester Willems) plaatsen zich nabij Remersdaal. Het detachement OCR/3 (Wachtmeester Michaux) stelt zich op de Hombourg, terwijl het detachement OCR/4 te Merckhof blijft. De detachementen maken al snel melding van de vernielingen die door de grenswacht uitgevoerd worden. Wanneer deze laatsten tussen 05u00 en 07u00 de geplande terugtocht naar hun opvangstelling uitvoeren, volgen de waarnemers in hun kielzog. De vier Verbindings- en Observatiedetachementen keren terug naar Aubin-Neufchâteau tussen 17u45 en 18u00.

Staf/IIde Groep
Even na middernacht krijgt Majoor Simon het bericht dat de Versterkte Positie Luik vanaf 11 mei zal ontruimd worden, maar dat de forten zullen achterblijven. Hierop beslist Kolonel Modard, commandant van het Vestingsregiment Luik, dat de reservebemanningen van de forten zich tegen 06u00 moeten verzamelen in het fort van Liers om naar Mechelen geëvacueerd te worden. Dit zal echter niet mogelijk zijn voor de reservebemanning van het fort van Aubin-Neufchâteau aangezien die al naar het fort werden overgeplaatst. Majoor Simon en zijn staf vervoegen bij dageraad het fort van Pontisse.

Voor een gedetailleerd verslag over het wedervaren van de Reservegarnizoenen: zie Vestingsregiment van Luik.

Batterij Pontisse/IIde Groep
Omstreeks 01u30 ontvangt het fort de opdracht om een vijandelijke atilleriebatterij nabij Saint-Rémy onder vuur te nemen. Een half uur later vertrekt het reservegarnizoen naar Liers om het veldleger te vervoegen. Het fort blijft vuren naar de overgangen over de Maas en het Albertkanaal. Om 04u30 wordt een observatiemast te Groot-Ternaaien beschoten, samen met een twintigtal landingsboten aan de oever van de Maas. De Duitsers onderbreken hun oversteekpoging. Anderhalf uur later volgt een beschieting van de brug van Berneau te Visé.

Wanneer de vijand opduikt in de driehoek Moelingen, Warsage, Visé komt het fort ook hier tussenbeide. De observatiepost van III/2CyF opgesteld langs de spoorwegberm van de spoorlijn Tongeren – Montzen nabij de brug van Visé kan waarnemen hoe een eenheid vijandelijke infanteristen behorende tot 253 (DEU) ID [5] de spoorwegbrug Visé-Montzen zonder problemen kan oversteken. Prompt wordt artillerievuur aangevraagd. De ganse dag worden de door III/2CyF aangeduide doelen in de omgeving van Visé met grote precisie bestookt door het fort van Pontisse. De Duitse infanteristen trekken zich terug, de 253 (DEU) ID die moest oprukken langs de rechter Maasoever maakt die dag nagenoeg geen voortgang. Uiteindelijk zullen ze pas de volgende dag Visé bezetten nadat de Belgische troepen de stad reeds verlaten hebben.

Vroeg in de voormiddag krijgt het fort bezoek van Generaal-majoor Jadot, artilleriecommandant van het IIIde Legerkorps. Jadot komt een stand van zaken opmaken en wil de staf van het fort ook de nodige moed inspreken door hen te verzekeren dat er binnen enkele dagen versterkingen zullen aankomen te Luik.

Het fort van Eben-Emael wordt om 07u00 een laatste keer onder vuur genomen door het fort van Pontisse. Rondom 11u00 zal de verbinding met het fort uitvallen. Het fort heeft een observatiepost in intervalbunker PL13 te Oupeye. De waarnemers worden hier beschoten door Duitse artillerie die te Dalhem in stelling is gegaan, maar blijven voorlopig nog op post. De vijand heeft een eigen observatieploeg geïnstalleerd in Villa Jossart te Argenteau. De C75 koepel van Blok III komt tussenbeide. Doorheen de avond blijven meldingen van vijandelijke aanwezigheid toekomen. Er worden verkenners gesignaleerd nabij te brug van Vivegnis. Blok III bestookt de brug die na het zesde salvo zal instorten. De C105 koepel bestookt samen met het fort van Barchon te tunnel te Dalhem. Na het vallen van de duisternis worden de bruggen van Hermalle en Haccourt opgeblazen door de genie.

Batterij Barchon/IIde Groep
In de nacht van 10 op 11 mei voert het fort twee vuuropdrachten op de dorpskern van ‘s Gravenvoeren uit. Het reservegarnizoen krijgt opdracht Wandre te verlaten en zich naar Liers te begeven. Wanneer de Duitse troepen rondom 06u00 Julémont bereiken, krijgen de voorwaartse waarnemers van observatiepost O338 in dit dorp de opdracht om hun positie te verlaten en het veldleger te vervoegen. Tijdens de ochtend vuren de C150 koepels een salvo van 60 granaten af op het dak van Eben-Emael om de vijand te verjagen, maar het lot van het grote fort aan het Albertkanaal is reeds bezegeld. De ganse dag door richt het geschut van Barchon zich op de wegenknooppunten ten noordoosten van Luik. Ook de tunnel van de buurtspoorwegen te Dalhem en de steenkoolmijn van Trembleur worden aangepakt nadat daar de eerste vijandelijke troepen werden gesignaleerd.

De hoge vuurkadans leidt tot verschillende pannes. Het linker C75 kanon van Koepel II raakt oververhit en dit veroorzaakt een voortijdige explosie van een artilleriegranaat: er vallen vier gewonden. De munitielift van de rechter C150 koepel blokkeert en kan niet meer vrij gemaakt worden. Opnieuw in Koepel II breekt de teruglooprem van het rechter C75 kanon. Het duurt enkele uren eer het euvel kan hersteld worden. Het fort verliest nog meerdere observatieposten. De voorwaartse waarnemers in post O337 beantwoorden hun telefoon niet meer en worden verloren geacht. In de koolmijn du Hasard te Cheratte wordt de liftschacht gebruikt als observatiepost O206. Deze post moet ontruimd worden wanneer de Belgische genie de schacht komt vernielen met explosieven. Het fort stuurt ter compensatie een patrouille het terrein op onder leiding van Wachtmeester Van Michel. De ploeg zal per reisduif twee vuuropdrachten aanvragen en keert dan terug naar het fort. Omstreeks 22u30 wordt de observatiebunker AC1 aan de Rue des Crêtes te Aux Communes beschoten. Brigadier Miessen raakt zwaar verbrand aan het aangezicht bij de explosie van een artilleriegranaat. Dokter Wiener van het fort rukt uit om de ongelukkige te verzorgen.

Het garnizoen van Aubin-Neufchâteau voor de kerk van Aubin in 1938.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
De vijand [5] is het fort genaderd en neemt vanaf 09u00 de observatiebunkers onder rechtstreeks vuur met een antitankkanon. Verschillende koepels worden ook beschoten door mitrailleurs. Rondom 10u00 wordt koepel B1 door een treffer buiten werking gesteld. De Duitsers naderen vanuit Warsage en hebben nu ook een zwaar 88mm luchtafweerkanon in stelling gebracht. De Belgen blijven de invallers bestoken. Om 11u00 ondergaat het fort een eerste aanval uitgevoerd door het II/453(DEU)IR maar slaagt erin deze aanval succesvol af te weren. In de namiddag wordt het fort opnieuw aangevallen door een grotere formatie waardoor het fort ondersteunend vuur aan het fort van Battice moet vragen. Ook deze aanval wordt geneutraliseerd. Verschillende observatiebunkers moeten met schade aan hun optische apparatuur afrekenen waardoor de slagkracht van het fort een deuk krijgt. Aan het eind van de dag heeft het fort een twintigtal aanvalspogingen ter sterkte van een peloton afgeslagen.

Ondertussen worden ook de verschillende OP’s aangevallen. OP281, geïnstalleerd in bunker MN11 en bemand door WM Bartholomé, de Brigadier Clerfays en de soldaten Nyssen en Kleynen, had op 10 mei reeds het vuur geopend op een Duitse verkenningspatrouille te paard. De positie van de bunker was bijgevolg gekend door de vijand waardoor op 11 mei vanaf eerste klaarte de bunker wordt aangevallen door de Duitse infanterie. Om 05u09 komt het tot een eerste schermutseling waarbij de Duitsers hun mitrailleurvuur op de vensters van de observatieklok richten. Hierbij wordt Soldaat Mathieu Nyssen dodelijk getroffen. WM Bartholomé blijft waarnemen en vraagt artillerievuur aan op zijn OP om de aanval af te slaan. Het fort van Aubin-Neufchâteau vuurt 20 schoten tijdvuur af op en rond de OP waardoor de Duitse aanval tijdelijk wordt afgeslagen. De aanval wordt hervat omstreeks 05u27 en opnieuw wordt een artillerievuur aangevraagd. Het fort vuurt ditmaal 30 granaten af of de OP en onderhoudt het vuur tot 06u45. In het totaal worden 120 schoten afgevuurd op de observatiepost waarna het fort WM Bartholomé opdracht geeft zich over te geven.

Staf/IIde Groep
De reservegarnizoenen van Pontisse en Barchon worden samen met de reservegarnizoenen van de andere forten van Luik in de voormiddag per spoor of per autocolonne naar Mechelen overgebracht. Tijdens het laden van de trein wordt het station van Liers meerdere malen gebombardeerd door de Duitse luchtmacht maar het merendeel van de manschappen ontsnapt richting Mechelen. Tijden het verdere verloop van de veldtocht worden de reservergarnizoenen steeds meer naar het westen doorgestuurd om uiteindelijk bevel te krijgen zich naar Zuid-Frankrijk te begeven. Tijdens de tocht door België en Frankrijk komen meerdere vestingartilleurs om bij luchtbombardementen.

De luchttoegang van het fort van Pontisse.

Batterij Pontisse/IIde Groep
Tijdens de nacht worden verschillende patrouilles het terrein op gestuurd. Ondertussen neemt de C105 koepel verschillende kruispunten en bruggetjes onder vuur, onder meer te Withuis (deelgemeente van Eysden op de Belgisch-Nederlandse grens), Wonck en Bassenge. Kort na 04u15 meldt Barchon de aanwezigheid van vijandelijke infanteristen nabij het fort. Pontisse opent het vuur op de zone tussen de zuidrand van Housse en de ingang van het fort van Barchon.

Omstreeks 06u30 is een patrouille getuige van het neerhalen van een Bristol Blenheim van de Royal Air Force te Rhées [9]. Boordschutter Leading Aircraftman John Rooney komt om in de crash. De overige bemanningsleden Squadron Leader Tideman en Sergeant Hale hebben het incident overleefd en zullen uiteindelijk kunnen terugkeren naar de Britse linies. Tideman is aan de hand gewond en wordt op het fort verzorgd. De vijand blijft dichterbij komen en tijdens de voormiddag worden opnieuw diverse patrouilles uitgestuurd naar de vallei van de Jeker, Milmort, Hermée en Grand’Aaz. De verkenners zullen verschillende doelen voor de C105 koepel aanduiden. De waarnemers in intervalbunker PL13 melden rondom 11u30 de komst van een Duitse colonne voertuigen uit de richting van Haccourt. De vier C75 koepels van Pontisse verjagen de vijand die enkele moto’s en één voertuig moet achterlaten. De situatie herhaalt zich rondom 13u00 wanneer een colonne Duitse infanteristen te voet opduikt. Ook deze keer worden de aanvallers op andere gedachten gebracht. De vijand vermoedt inmiddels dat PL13 ook als observatiepost gebruikt wordt en wil koste wat kost het bunkertje innemen. Het fort zelf valt rondom 20u00 een eerste keer onder vuur. Een Duitse batterij heeft post gevat nabij de Chapelle de la Lorette te Visé. De C105 koepel geeft tegenbatterij vuur.

Batterij Barchon/IIde Groep
Kort na middernacht wordt een kleine Duitse gevechtsgroep ontdekt aan de rand van het fort. De infanteristen worden met kartetsvuur door de C75 koepels verdreven. Het fort voert tijdens de tweede helft van de nacht nog vuuropdrachten uit op de onmiddellijke omgeving van het fort van Pontisse, het wegenknooppunt te Haccourt en dorpje Wérichet. Het bolwerk is nu echter binnen het bereik van de Duitse kanonnen komen te vallen en krijgt vanaf 07u00 verschillende granaatinslagen te verwerken. Om 04u15 worden talrijke Duitse troepen opgemerkt rondom het fort. De drie nog werkende C75 koepels en de mitrailleurs openen het vuur. De forten van Pontisse en Evegnée komen eveneens tussenbeide. De C150 koepels van Barchon bestoken de vermoedelijke uitvalsbasis voor de vijandelijke aanval te Housse. Een goed kwartier later valt de verbinding met observatiepost BM3 uit en wordt een patrouille het veld ingestuurd om de situatie te onderzoeken en de bunker zo nodig opnieuw te bezetten. Wachtmeester Michaux vertrekt met Brigadier Bonsang en de Soldaten Thone, Loly, Francotte en Levaux. De aanval wordt een goed uur later afgebroken. Terwijl het fort tussen 09u00 en 09u30 een nieuw doel te Riemst beschiet, keert de ploeg van Michaux terug naar het fort. De militairen melden vijandelijke troepen in de kerktoren van Barchon en op de hoeve Rousseau. Tussen Barchon en Heuseux heeft een Duitse artillerieformatie post gevat. Het fort blijft naar het noorden vuren. Na Riemst worden Roclenge en Wonck beschoten. Tijdens de namiddag volgen doelen te Zichen-Zussen-Bolder en opnieuw te Riemst voor de C150 kanonnen. Het kleinere C75 geschut komt tussenbeide in de infanterieaanvallen op Pontisse. In de late namiddag worden ook enkele doelen geviseerd op aanvraag van het fort van Aubin-Neufchâteau.

De voorwaartse waarnemers in observatiebunker AC1 te Aux Communes duiden in de vooravond vijandelijke troepenconcentraties aan in de buurt van hoeve Monami nabij Chertal. Een salvo van 120 C75 artilleriegranaten vertrekt. De locatie van de observatiebunker wordt echter ontdekt door de vijand en ploegchef Wachtmeester Michaux raakt bij een beschieting aan het dijbeen gewond. Dokter Dessart vertrekt uit het fort om de eerste zorgen toe te dienen. Bij bunker BM3 te Cheratte wordt Brigadier Bonsang dodelijk getroffen door een granaatinslag.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het fort is nu omsingeld en de vijand is reeds tot in Luik doorgedrongen. Samen met Battice blijft het fort de Duitse troepen die de buurt doortrekken onder vuur nemen. Er volgen nog enkele aanvalspogingen op het fort, maar de vijand dringt niet aan en besluit het fort voorlopig aan zijn lot over te laten terwijl er op artilleriesteun wordt gewacht.

IIde Groep/RFL

Batterij Pontisse/IIde Groep
Observatiepost PL13 is ondanks de aanvalspogingen van de voorbije dag nog steeds actief en meldt dat de vijand op het punt staat om Pontisse te omsingelen. Het fort besluit om zijn observatieploegen van het terrein weg te halen en blokkeert de Duitse opmars met spervuur om de waarnemers toe te laten zich terug te trekken binnen het bolwerk. Het fort is nu geheel omsingeld door vijandelijke troepen. De Duitsers viseren in eerste instantie de luchttoegang. De bemanning van de bijhorende bunker wordt met een Pak 36 anti-tankkanon verdreven. Vervolgens ontplooien de aanvallers zich in de zone tussen de weg naar het fort en het dorp Vivegnis. Rondom 10u00 wordt een eerste stormaanval gelanceerd. De C75 koepels vuren op de Duitse troepen. De aanvalspoging wordt kort voor 13u30 afgebroken wanneer de vijand zich terugtrekt en besluit om bijkomende artillerie in stelling te brengen. De nieuwe Duitse batterij gaat in stelling op de hoeve Cromwez te Dalhem. De infanterie hergroepeert zich achter de tramlijn van Luik naar Bassenge. Rondom 18u30 wordt het artillerievuur op het fort hervat. De luchttoegang wordt opnieuw beschoten door anti-tankgeschut terwijl het fort bestookt wordt met artilleriegranaten van zwaarder kaliber. Ook deze aanval wordt zonder resultaat afgebroken.

De observatieploeg van PL13 verliest in de loop van de avond het contact met het fort. De driekoppige waarnemingsploeg verschuilt zich in een woonhuis in de buurt en zal een drietal dagen nadien naar huis kunnen terugkeren.

Batterij Barchon/IIde Groep
Het fort wordt tijdens de nacht van 12 op 13 mei een eerste keer door de vijandelijke artillerie gebombardeerd. De Belgen trachten zo goed mogelijk het tegenvuur te organiseren en blijven ook nog diverse andere doelen bestoken. Om 02u15 vertrekt een salvo van 40 granaten richting het fort van Pontisse. In de vroege ochtend worden doelen te Haccourt en Wérichet geviseerd. Wachtmeester Van Michel vertrekt opnieuw het terrein op met zijn verkenners en meldt de komst van de vijand in het park van kasteel van Zuylen te Visé. De Duitsers laten echter steeds meer staal op het dak van het fort neerkomen. Om 10u30 vindt een explosie plaats in Koepel II wanneer een artilleriegranaat in de loop ontploft. Er vallen vier gewonden: Wachtmeester Kreuts, Brigadier Fraikin en de Soldaten Ernotte en Reuter zijn allen verbrand aan het hoofd en de handen. De bevelhebber van het fort beveelt een onmiddellijk staakt-het-vuren in alle overige C75 koepels. De scheuren in de betonnen mantel van Koepel II worden met cement gedicht. De C150 koepels nemen Fexhe-Slins onder vuur en verleggen het geschut vervolgens naar het noorden op aangeven van observatiebunker AC1. Tussen 14u00 en 15u15 beschieten de beide C150 kantonnen achtereenvolgens het fort van Battice en de citadel van Luik. Ook een vijandelijke artilleriebatterij te Dalhem wordt aangepakt. De rechtse C150 koepel raakt even na 19u00 geblokkeerd bij een voltreffer. Ook Koepel III raakt zwaar beschadigd. Het Duitse artilleriebombardement houdt aan in alle hevigheid tot na het vallen van de duisternis. De C75 koepels van Barchon moeten nogmaals een vuurpauze inlassen om de kanonnen te laten afkoelen.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
De Duitsers hebben nu hun artillerie ontplooid en onderwerpen vanaf de ochtend het fort aan een behoorlijk zwaar bombardement. De gevechtskoepels en artillerieblokken blijven diverse doelen beschieten zodra hun beperkte waarnemingsmiddelen dit toelaten. Ook de mortieren van het fort blijven instaan voor de nabije verdediging. Het fort blijft samenwerken met de artilleristen van Battice.

Staf/IIde Groep

Batterij Pontisse/IIde Groep
Tijdens de nacht van 13 op 14 mei herneemt het fort zijn vuuropdrachten op de omliggende kruispunten en verkeersaders. Bij dageraad wordt de vijand wordt opnieuw opgemerkt in de buurt van het fort. Deze maakt zich niet klaar voor een nieuwe aanval, maar is nu druk in de weer met het aanleggen van veldversterkingen nabij het bolwerk. De C75 kanonnen verjagen de militairen en verleggen vervolgens hun vuur naar Oupeye. Tijdens de voormiddag is het fort getuige van de luchtaanvallen op Barchon. Deze luchtaanvallen houden aan tot ongeveer 13u00. Een goed half uur later duiken de eerste Stuka’s op boven Pontisse. Het fort wordt gedurende anderhalf uur gebombardeerd. Hierbij vallen enkele treffers op Koepel II waar enkele gewonden vallen. De koepel zelf is zwaar beschadigd. De grondaanval op het fort wordt omstreeks 18u00 hervat. De uitkijkposten worden geviseerd door anti-tankgeschut. Hierbij vallen opnieuw twee gewonden onder de bemanning. Omstreeks 19u30 legt de Duitse artillerie een rookgordijn aan op het fort. De Belgen vermoeden dat dit het signaal een de stormaanval is en openen het vuur met alle beschikbare bewapening. Wanneer de rook echter optrekt, valt geen vijand te bespeuren. De Duitse zware artillerie hervat de beschieting op het fort.

Batterij Barchon/IIde Groep
De beschieting van het fort vermindert na 02u00 in intensiteit. Om 05u00 wordt een patrouille uitgestuurd onder leiding van Wachtmeester Danthine. Een half uur later keren deze verkenners terug nadat te Bacsay een mortier van 210mm ontdekt werd. Het doel wordt doorgegeven aan het fort van Evegnée. Even na 10u00 start een eerste luchtaanval door Duitse duikbommenwerpers, maar rondom 12u20 wordt het stil. Commandant Pourbaix laat de bovenstructuur van het fort inspecteren en moet vaststellen dat de directe omgeving in een waar maanlandschap is veranderd. Er is schade aan de beide C150 koepels. De linker koepel wordt opgegeven. Een grote scheur in het beton van de rechter koepel wordt met sneldrogend cement opgelapt. In de loop van de namiddag herneemt Barchon de beschieting van het fort van Pontisse. Ook het vliegveld van Bierset wordt beschoten. Een nieuwe patrouille door Wachtmeester Danthine bevestigt dat de omgeving van het bolwerk vergeven is van Duitse troepen. Barchon, Evegnée en Pontisse ondernemen een gecoördineerde actie om de aanvallers te verjagen. De dag wordt afgesloten met een vuuropdracht op een Duits konvooi te Withuis.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het zelfde patroon herhaalt zich ook op de vijfde oorlogsdag. Terwijl de Duitse artillerie het fort bestookt, maken de Belgen van elke gelegenheid gebruik om vijandelijke doelen onder vuur te nemen. Tijdens de namiddag neemt de activiteit enigszins af. Het fort staat nog steeds in verbinding met de staf van de IIde Groep die beveelt om in geval er een tekort aan munitie van een bepaald kaliber zou optreden alle kanonnen van dit type te vernielen en de bedieningsploegen richting Namen te sturen onder leiding van een officier. De bemanning van het fort zal echter compleet blijven.

Staf/IIde Groep

Batterij Pontisse/IIde Groep
De bemanning is bijzonder uitgeput na een nieuwe slapeloze nacht. De zenuwen staan gespannen en het moreel zakt naar een dieptepunt. Het fort valt rondom 06u00 opnieuw onder artillerievuur. Het vuur houdt een uur later echter op. Kapitein Pire laat een aantal patrouilles uitsturen om de omgeving te gaan verkennen. De prikkeldraadversperring rondom het bolwerk is vrijwel volledig stuk geschoten. Grote hoeveelheden achtergelaten wapens en uitrusting zijn getuige van de mislukte Duitse infanterieaanvallen. Het fort zet een ploeg militairen aan het werk om de rommel in de gracht van het fort te werpen. Van de kalmte wordt ook gebruik gemaakt om het fort voor de laatste keer met vers brood te bevoorraden. De keuken bereidt een warme maaltijd en er wordt voldoende warm water aangemaakt om de manschappen te laten douchen. Tijdens de namiddag worden de vuuropdrachten hervat.

Batterij Barchon/IIde Groep
Omstreeks 02u00 signaleert de waanemingskoepel van het fort een nieuwe troepenconcentratie net buiten de perimeter. De mitrailleurs voor de nabije verdediging leggen een barrage aan. Tussen 07u00 en 10u00 werkt het geniedetachement van het fort aan het blokkeren van een bres die op 14 mei in het buitentalud van de gracht geslagen werd door een artilleriegranaat. De militairen leggen een mijnstop en een prikkeldraadbarrière aan. Ondertussen worden twee patrouilles uitgestuurd: Luitenant Mans neemt de Soldaten Grevesse en Leveque mee op verkenning, terwijl een tweede ploeg vertrekt onder leiding van Wachtmeester Ghislain vergezeld van twee soldaten. Om 11u00 wordt de patrouille van Lt Mans onder vuur genomen vanuit de kerktoren van Barchon en de hoeve Rousseau die zich bevindt langsheen de weg van Blegny naar Troisfontaines. Soldaat Grevesse wordt hierbij dodelijk getroffen. De patrouilles keren terug naar het fort en zullen om 11u30 ondernemen Lt Mans en WM Ghislain een poging om Grevesse naar het fort terug te halen. De soldaat wordt levenloos aangetroffen. Als reactie wordt de kerk van Barchon en de hoeve Rousseau in brand geschoten om de Duitse infanteristen te verjagen. De overgebleven C150 koepel beschiet tussen 20u00 en 22u00 het oude vliegveld van Ans nadat ontdekt werd dat de Luftwaffe het terrein gebruikt om zijn Stuka bommenwerpers te laten laden die de forten bombarderen. Lt Mans en WM Ghislain krijgen een vermelding op het dagorder van het fort.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Even na middernacht nemen de Belgische kanonniers het glacis van het fort onder spervuur wanneer de vijand opduikt. Het fort neemt tijdens de ochtend opnieuw enkele doelen in de omgeving in het vizier maar concentreert zich nu vooral op de nabije verdediging. Het fort werkt nog steeds samen met Battice.

Staf/IIde Groep

Batterij Pontisse/IIde Groep
Bij dageraad wordt een waarnemingsploeg uitgestuurd naar de hoeve Thiry om het vuur van de C105 koepel te dirigeren. De telefonisten-seingevers van het fort leggen een veldtelefoonlijn aan naar de boerderij. Het fort beschikt daarnaast nog over een observatieploeg in het gehucht Aux Communes te Cheratte en een ploeg in de uitkijkpost van de luchtinlaat. De Duitsers laten het fort voorlopig met rust. De voorwaartse waarnemers van Pontisse blijven aan het werk en rapporteren enkele vijandelijke formaties die prompt beschoten worden, maar er staat duidelijk geen nieuwe aanval op til.

Batterij Barchon/IIde Groep
Tijdens de nacht sluipen Duitse infanteristen opnieuw naar het fort. Ze worden waargenomen en beschoten door de koepel C75mm met schrootladingen. Om 04u30 wordt een patrouille onder leiding van WM Appeltandts uitgestuurd om poolshoogte te nemen en hij stelt vast dat de vijand zich teruggetrokken heeft richting Housse. Om 08u00 worden de mannen verzameld in de centrale galerij waar de boodschap van de Koning wordt voorgelezen. Het moreel van de troepen is nog niet aangetast. Gedurende de dag worden verschillende doelen onder vuur genomen, waaronder een colonne van ongeveer 200 Duitse soldaten die langs de Maasvallei marcheren op de weg Haccourt-Vivignies (08u30), het vliegveld van Ans (09u27), een Duitse artillerie batterij nabij het huis L’Embarras te Trembleur (11u00) en Withuis. Tussen 16u00 en 21u00 ondergaat het fort een hevig artilleriebombardement, het kaliber van de afgevuurde granaten wordt geschat op 305mm. Rond 22u00 wordt de tweede koepel C150 mm buiten werking gesteld. Tijdens het bombardement van 14 mei werd de koepel uit evenwicht gebracht. Bij elk schot raakte de koepel verder beschadigd wat uiteindelijk leidde tot het buiten werking stellen van de laatste C150 koepel.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het fort meldt die ochtend dat het sinds 10 mei zo’n 6.700 artilleriegranaten heeft afgevuurd. De vijand blijft het fort regelmatig onder vuur nemen. Even voor het middaguur duikt een Duitse onderhandelaar op bij de poort. De onderhandelaar wordt vergezeld van Brigadier Raemackers die de dag voordien gevangen was genomen bij observatiepost NV5 te Bombaye. Kapitein d’Ardenne wordt verzocht het fort over te geven maar er wordt onmiddellijk geweigerd. Het fort blijf vuren. De telefoonlijn met Battice is nog steeds intact.

Staf/IIde Groep

Batterij Pontisse/IIde Groep
Pontisse gaat zijn achtste oorlogsdag in.

Batterij Barchon/IIde Groep

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het fort blijft actief doelen beschieten in de omgeving. De Duitsers maken voorlopig geen aanstalten om het fort in te nemen. Tijdens de avond valt de verbinding met het fort van Battice uit.

Staf/IIde Groep
Majoor Simon, groepscommandant, ziet dat het Fort van Pontisse, waar hij en zijn staf intrek genomen hebben, niet lang meer zal standhouden. Ook de toestand in Barchon ziet er niet rooskleurig uit. Hij neemt contact op met het fort van Aubin-Neufchateau dat als laatste bolwerk zal overblijven binnen de IIde Groep. Hij wenst het fort het allerbeste toe en maakt zich vervolgens klaar voor de overgave van zijn staf.

Batterij Pontisse/IIde Groep
Na een zware aanval met Stuka duikbommenwerpers en 88m luchtafweerkanonnen slaagt de vijand er in het dak van het fort in te nemen. De luchtinlaat wordt onder handen genomen met vlammenwerpers en binnenin wordt de toestand bijzonder penibel. Pontisse zit door zijn munitievoorraad heen en heeft nog slechts een dertigtal 75mm obussen. De bemanning van het fort van Pontisse geeft zich over.

Batterij Barchon/IIde Groep
Barchon staakt de strijd.

Kort na de overgave van Barchon wordt de bemanning afgeleid door de bezetter.

Kort na de overgave van Barchon wordt de bemanning afgeleid door de bezetter.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Kapitein d’Ardenne verneemt de nakende val van de forten van Pontisse en Barchon. Op het fort zelf blijft het granaten regenen. De mortieren en 75mm kanonnen zijn nog steeds in actie.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep

Het toegangsblok (Blok B3) tot het fort van Aubin-Neufchateau werd bijzonder zwaar beschadigd.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Het fort heeft nu meer dan 10.000 granaten door de lopen gejaagd sinds de Duitse inval. Even voor 06u00 lanceren de Duitsers een infanterieaanval op Blok B3 aan de ingang van het fort. Er wordt even zwaar gevochten. Er duiken opnieuw Duitse onderhandelaars op, dit keer samen met de pastoor van Val-Dieu. De onderhandelaars worden weggestuurd met het uitdrukkelijke bericht dat het fort zich nooit zal overgeven. Daarop volgt een bijzonder intens artilleriebombardement. De vijand is de aanhoudende beschietingen van het fort duidelijk beu en wil nu zo snel mogelijk de overgave afdwingen. Er volgen meer dan twintig infanterieaanvallen doorheen de rest van de dag. Binnen in het fort zijn verschillende slachtoffers te betreuren. Bunker C2 wordt door de Duisters opgeblazen waardoor er een opening in het centrale gedeelte van het fort gemaakt wordt. Blok B2 valt buiten strijd en blok B3 wordt eveneens onder handen genomen door de vijand. Naast explosieven maken de Duitsers nu ook veelvuldig gebruik van hun zwaar 88mm luchtafweergeschut om het beton aan te pakken.

Kasteel Thys te Dalhem waar Cdt D’Ardenne werd gevangen gehouden.

Batterij Aubin-Neufchâteau/IIde Groep
Om 15u52 wordt de Blok B3 hevig gebombardeerd waarbij de toegangsdeur wordt weggeslagen. Cdt D’Ardenne begeeft zich naar Blok B3 om de schade te evalueren en besluit contact op te nemen met de Duitse belagers. Via de lanceerbuis voor granaten van Blok B3 treedt de fortcommandant in contact met een Duitse officier en vraagt om de autoriteit te kunnen spreken die van Duitse kant mag onderhandelen over de overgave van het fort. De witte vlag wordt gehesen op blok B3 en om 17u00 ontmoet Cdt d’Ardenne voor Blok B3 de Duitse Kolonel Runge, commandant van het 46 (DEU) Grenzwacht Regiment [7] die de laatste dagen het fort heeft belegerd. De fortcommandant vraagt om de gesneuvelde Belgische militairen te mogen begraven, de gewonden over te dragen aan de Duitse gezondheidsdienst en een rustperiode van 24 uur voor de soldaten die zich overgeven. Deze eisen worden ingewilligd maar in ruil zetten de Duitsers de overgave van het fort in scene om propaganda redenen. Cdt D’Ardenne wordt verzocht zijn degen te overhandigen aan de Duitse Luitenant-Generaal Paul-Willi Körner [6]. Hij krijgt zijn degen terug en de manschappen van het fort mogen een laatste keer gewapend defileren voor hun bevelhebber. Nadien worden ze ontwapend en naar de boerderij Moenerie te Warsage gebracht waar ze de nacht doorbrengen. Na de overgave van het fort van Aubin-Neufchâteau houdt de IIde Groep op te bestaan.

Cdt D’Ardenne wordt naar het kasteel Thys te Dalhem gebracht van waaruit hij om 19u00 samen Kapitein Lannoy en met Kolonel Runge, die geen Frans spreekt, naar Battice rijdt om een bestand te onderhandelen met Cdt Guéry, de commandant van het fort van Battice. De tussenkomst van Cdt D’Ardenne en Kapt Lannoy is echter niet nodig aangezien Cdt Guéry perfect Duits spreekt. Na de onderhandelingen keert hij terug naar het kasteel Thys waar hij overnacht. De volgende morgen wordt hij in krijgsgevangenschap naar Duitsland afgevoerd.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Zie Vestingsregiment van Luik

Bibliografie en Bronnen

  1. Maison du Souvenir, 2009. Les Premiers qui firent face… Fort d’Aubin-Neufchâteau 10-21 mai 1940., [online] beschikbaar op: <http://www.maisondusouvenir.be/fort_aubin_neufchateau.php> [geraadpleegd op 1 februari 2016].
  2. Fort d’Aubin-Neufcâteau, T’y frotte pas. [online] beschikbaar op:http://fort-aubin-neufchateau.be/fr/ [geraadpleegd op 1 februari 2016].
  3. Index des forts belges. [on line] beschikbaar op: http://www.fortiff.be/ifb/index.php?page=m13 [geraadpleegd op 21 februari 2016]
  4. Cheratte. Hier et aujourd’hui. [on line] beschikbaar op: http://www.cheratte.net/joomla1.5/index.php?option=com_content&view=article&id=75:linvasion&catid=101&Itemid=83 [geraadpleegd op 31 maart 2016]
  5. Op 9 mei 1940 neemt de 253(DEU)ID om 16u00 stelling aan de Duits-Belgische grens ter hoogte van Lichtenbusch. Deze divisie, bevolen door Luitenant-generaal Fritz Kühne, heeft als eerste objectief het neutraliseren van de forten van Aubel-Neufchâteau, Barchon en Evegnée. De 253 (DEU) ID behoort in mei 40 tot het XXVIIste Legerkorps van het 6de Leger behorende tot de Legergroep B. De divisie bestaat uit 453 IR, 464 IR, 473 IR, 253 ArtRegt, 253 PionierBtl en 253 AufklAbt. Het 453(DEU)IR moet zich meester maken van het fort van Aubin-Neufchâteau. Op 10 mei rukt de divisie op langs Belgisch-Nederlandse grens om vervolgen langs de rechter Maasoever naar het zuiden af te buigen. Eens in de Maasvallei krijgt de divisie hevig artillerievuur te verwerken van het fort van Pontisse. Het 453(DEU)IR omsingelt het fort van Aubin-Neufchâteau tegen de avond van 10 mei en voert in de voormiddag van 11 mei al een eerste aanval uit op het fort met zijn IIde Bataljon [II/453(DEU)IR], de aanval wordt succesvol afgeslagen door de verdedigers. In de namiddag wordt een nieuwe aanval uitgevoerd door II/453(DEU)IR ditmaal versterkt met I/464(DEU)IR. Ook deze aanval mislukt. Op 12 mei wordt de 253(DEU)ID afgelost door de 223(DEU)ID die de opdracht om de forten in te veroveren overneemt. De opmars van de 253(DEU)ID werd met twee dagen vertraagd door de gevechten rond de PFL. Vanaf 12 mei moet de divisie proberen aan te sluiten met de rest van het XXVIIde Legerkorps. Er is over het algemeen weinig geweten over het aantal gesneuvelde Duitsers bij de slag om de forten van de PFL maar op 11 mei, bij de aanval van het I/464(DEU)IR, sneuvelde Schutze Emil Kemmerich, die later begraven werd in Lommel, blok 15, graf 369.
  6. LtGen Paul-Willi Körner is de divisiecommandant van de 223(DEU)ID die op 10 mei per trein vanuit Aken vertrok richting België. De 223(DEU)ID neemt de belegering van de Luikse forten op 12 mei over van de 253(DEU)ID en is samengesteld uit 344(DEU)IR, 385(DEU)IR, 425(DEU)IR en 223(DEU)ArtRegt. Voor de belegering van de forten wordt de 223(DEU)ID versterkt met het 46(DEU) Grenzwacht Regiment uit Aken. De 223(DEU)ID behoorde tot het Iste Legerkorps van het 6de Leger van Legergroep B. De opmars van 223(DEU)ID werd 11 dagen vertraagd door de gevechten rond de forten van Luik.
  7. Het 46(DEU) Grenzwacht Regiment van Kolonel Runge behoorde tot de Kommandatur der Befestigungen bei Aachen (oftewel Spang Division genoemd naar de bevelhebber van de vestingseenheden LtGen Karl Spang).
  8. Oorlogsdagboek Sdt Mil Dayeneux, voorwaartse waarnemer van het Fort van Pontisse opgesteld in bunker PL13 [On Line beschikbaar] http://www.maisondusouvenir.be/soldat_dayeneux_adolphe_jean.php [Laatst geraadpleegd 4 januari 2018].
  9. Informatie over het neerstorten van Blenheim P4923 nabij Herstal [On Line beschikbaar]: http://discovery.nationalarchives.gov.uk/details/r/C14142090 [Laatst geraadpleegd 15 januari 2018].