2de Regiment Legerartillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Legerartillerie | 2LA
2ème Régiment d’Artillerie d’Armée | 2RAA
Type Regiment zware artillerie
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van Staf: Vde Legerkorps
I Groep: 9de Infanteriedivisie
III Groep: IIde Legerkorps
IV Groep: 6de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH V. Sottiaux
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Dekkingstelling Albertkanaal (Zone Herentals – Beringen)
Samenstelling I Groep (Majoor R. Hirsch) 1ste Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Kapt J. Lepoutre)
2de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt S. Merlin)
3de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt P. Wiaux)
II Groep Overgeslagen nummer
III Groep (Majoor A. Leurquin) 10de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt J.M. Iserantant)
11de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Cdt P. Brebant)
12de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt C. Bachelart)
IV Groep (Majoor S. Hazard) 13de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Kapt F. Vanaudenaerden)
14de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt D. Pourbaix)
15de Batterij 4 x M220 Schneider mortieren (Lt J. Van Egeren)
Stafbatterij

Tijdens de mobilisatie

Staf/2LA
Het 2de Regiment Legerartillerie (2LA) werd als actief artillerieregiment op 4 september 1939, tijdens Fase C van het mobilisatieplangemobiliseerd in zijn vredestijd garnizoen Fort III te Borsbeek.  Het regiment is uitgerust met Franse Schneider M220 mortieren, die door ons leger als zware mortieren aangeduid worden. Elke vuurmond moet voor het transport gedemonteerd worden in twee stellen; de loop en het affuit. Die stellen worden dan door één artillerietrekker op sleeptouw genomen. De colonnes van 2LA zijn bijgevolg log en uitgestrekt. Het duurt ook een hele tijd vooraleer de stukken klaar tot vuren zijn na het beëindigen van een verplaatsing.

Fort III te Borsbeek, ten zuidoosten van Antwerpen, waar 2LA in vredestijd gekazerneerd was (foto 1921) [8].

De meeste batterijen hebben bij de mobilisatie slechts een of twee moderne artillerietractoren (oftewel artillerietrekkers) van het merk Brossel. Daarnaast beschikt het regiment nog over Pavesi P4/100 Model 1926 trekkers [3] en de hopeloos verouderde Latil Model 1916 trekkers. Het 2LA mankeert heel wat voertuigen die bij burgers en bedrijven opgeëist worden. Het vervoer van munitie en materieel gebeurt uitsluitend met opgevorderde vrachtwagens.

Het 2LA staat onder bevel van de Generale Staf der Legerartillerie (GS/LA) die de tussenschakel vormt tussen het Groot Hoofdkwartier (GHK) en de vijf regimenten legerartillerie. De rol van de GS/LA is van technische aard en betreft in hoofdzaak de planning van de algemene vuursteun aan het veldleger volgens de richtlijnen van het GHK. In tweede instantie coördineert de GS/LA de munitiebevoorrading aan de formaties legerartillerie. De Generale Staf der Legerartillerie kan er voor opteren om zijn middelen op niveau leger te houden, in algemene vuursteun van het veldleger, of om een gedeelte van zijn middelen te decentraliseren naar de verschillende legerkorpsen. 

GS/LA beslist om alle middelen van 2LA te decentraliseren naar de legerkorpsen en splitst bovendien de Staf van het regiment af van zijn groepen. De Staf van 2LA wordt afzonderlijk ingezet bij het Vde Legerkorps (V/LK). Het V/LK, een reserve Infanteriekorps, beschikt niet over een organiek artillerieregiment en om het tekort aan legerkorpsartillerie op te lossen wordt de Staf/2LA aan het V/LK toegevoegd echter zonder zijn eigen groepen. Het V/LK staat in voor de verdediging van de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). Het commando van het 2LA installeert zich in het Kasteel Amerloo te Schoten.

I/2LA, III/2LA en IV/2LA
De groepen van 
2LA worden door de GS/LA onmiddellijk na hun mobilisatie in vuursteun gegeven van het IIde Legerkorps (II/LK) dat het centrale gedeelte van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal verdedigt. De groepen van 2LA worden bevolen door de Staf van het 16de Regiment Artillerie (16A), de legerkorpsartillerie van het II/LK. De Staf/16A verdeelt de groepen als volgt  over de verschillende commando’s van het II/LK: 

Door het feit dat de groepen van 2LA tijdens de achttiendaagse veldtocht in vuurversterking gegeven worden van de korpsartillerie van één of meerdere legerkorpsen zijn ze dikwijls betrokken bij verschillende gevechten maar is het regiment als dusdanig niet zichtbaar. Het is trouwens niet abnormaal dat uitgerekend de groepen van 2LA gedecentraliseerd worden naar de legerkorpsen. Door de relatief korte dracht (in verhouding met het kaliber) van de M220 mortieren moeten de groepen dichter bij de frontlijn opgesteld worden waardoor ze tussen de artillerie van het legerkorps komen te staan. Hierdoor is nauwe coördinatie met de legerkorpsartillerie noodzakelijk, zowel wat de planning van artilleriestellingen als doelsaanduiding betreft. Deze coördinatie is het best verzekerd wanneer de groepen gedecentraliseerd worden naar de legerkorpsen.

De centrale zone van het Albertkanaal beschikt over een bijzonder dichte artilleriedekking. Het IIde Legerkorps kan naast de vuren van zijn organieke artillerieregimenten (4A, 6A en 16A) nog rekenen op vuurversterking van II/14A, III/14A , IV/2LA en I/4LA in directe steun van de 6Div, van I/2LA en IV/4LA in directe steun van de 9Div en van III/2LA in algemene steun van II/LK. Daarenboven kan het II/LK ook nog vuuraanvragen richten aan de Groepering A (I/1LA) van de GS/LA in algemene steun van het centrale gedeelte van de dekkingsstelling.

II/2LA
De IIde Groep (II/2LA) werd bij gebrek aan middelen nooit opgericht en dit nummer is dan ook overgeslagen in de slagorde.

Schoolbatterij/2LA wordt 3/I/6LA
In tegenstelling tot de meeste andere regimenten van de artillerie, wordt de Schoolbatterij van 2LA bij de mobilisatie niet overgeheveld naar het Aanvullings en Opleidings Depot van de Artillerie (AOD/A). Het regiment behoudt zijn Schoolbatterij die achterblijft in Fort III en tot maart 1940 blijft instaan voor de opleiding van de laatst ingelijfde artilleristen van de klas ’39 bestemd voor 2LA. Deze batterij zal eind maart 1940 overgaan naar het 6de Regiment Legerartillerie (6LA) om er de 3de Batterij Instructie te worden. De Schoolbatterij wordt bevolen door Kapitein-commandant A. Vandenvelde

Kasteel Amerloo te Schoten waar de Staf/2LA zich had geïnstalleerd op 10 mei 1940.

Staf/2LA
Op 10 mei bevindt het commando van het 2LA zich nog steeds in het Kasteel Amerloo aan de Horstebaan 201 te Schoten. Kolonel SBH Sottiaux en zijn staf bevelen vanuit het kasteel de korpsartillerie van het V/LK die is samengesteld uit ad hoc ter beschikking gestelde artillerieformaties. De Staf 2LA kan beschikken over II/3LA (12 X C155L M17 Schneider kanonnen), IV/3LA (-) (twee batterijen met samen 24 X MVD58L/MVD70 loopgraafmortieren), V/4LA (12 X 6″ M17 Vickers houwitsers), VI/4LA (12 X 6″ M17 Vickers houwitsers) en 26A (24 X C75GP kanonnen).

Rond middernacht brengt het hoofdkwartier van het V/LK de Staf/2LA op de hoogte van het algemeen alarm en in de loop van de nacht gaat de Versterkte Positie Antwerpen over naar alarmstadium II [4]. Dit betekent dat alle troepen binnen de VPA hun kantonnementen dienen te verlaten en zich op, of in de onmiddellijke omgeving van, hun gevechtsposities moeten klaar houden. Om 06u00 wordt de staf verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval.

Geen enkele eenheid onder bevel van 2LA noch de eigen groepen onder bevel van 16A komen op de eerste oorlogsdag in actie.

I/2LA
De Iste Groep is aangehecht bij de 9Div en heeft zijn stellingen tussen Oosterhoven en Noorderwijk in de Kempen. De 9Div kan naast de artilleriesteun van I/2LA en IV/4LA rekenen op de vuren van de vier groepen van 4A, het organieke divisieartillerieregiment van de 9Div, en van de Iste, IIIde en VIde Groep van 16A. Geen enkele van deze groepen opent die dag het vuur  gezien de vijandelijk voorhoede op 10 mei nog niet voor de stellingen van de 9Div opduikt.

III/2LA
De IIIde Groep van Majoor Lerquin staat onder het commando van 16A en verzekert de algemene vuursteun van het II/LK. De groep staat al zeven maand opgesteld op 1.100 meter ten noorden van Veerle, aan beide zijden van de baan Veerle-Eindhout. Om 03u00 ‘s nachts worden de manschappen in de barakken door klaroengeschal gewekt en naar de stukken gestuurd. De ganse dag worden de stellingen overvlogen door Duitse vliegtuigen die sporadisch onder vuur worden genomen door de kanonnen van de IIIde Groep van 1DTCA. In de namiddag trekken de eerste vluchtelingen, komende van over het Albertkanaal via Eindhout, door de stelling van III/2LA richting Veerle. De vluchtelingenstroom houdt aan tot de nacht valt. De bemanningen van de mortieren blijven tijdens de nacht van 10 op 11 mei bij de stukken, de rest van het personeel keert terug naar de barakken om er de nacht door te brengen.

IV/2LA
De IVde Groep krijgt zijn opdrachten van 6A, het organieke divisieartillerieregiment van de 6Div, en heeft zijn stellingen halfweg tussen Schoot en Veerle. De drie batterijen staan opgesteld in het gehucht “Klein Frankrijk” aan beide zijden van de baan van Veerle naar Tessenderlo. IV/2LA beschikt over zeven ploegen voorwaartse waarnemers: drie langsheen de oevers van het Albertkanaal, en vier in kerktorens in de omgeving, waaronder die van Vorst en Genedijk. De groep wordt rond 02u00 gealarmeerd en de stuksbemanningen worden onmiddellijk per vrachtwagen van hun kantonnementen naar de stellingen gevoerd. Tegen 06u00 zijn alle batterijen operationeel. Naast IV/2LA wordt de 6Div nog gesteund door II/14A, III/14A, I/4LA, II/16A, IV/16A, V/16A en door de vier groepen van 6A.

Staf/2LA
Bij het V/LK wordt met spanning uitgekeken naar wat zich afspeelt in Nederland ten noorden van Antwerpen. De Nederlanders slagen er niet een coherent dispositief uit te bouwen en worden er teruggeslagen. De aftocht gebeurt ongeorganiseerd. Hierdoor krijgen de divisies opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen te maken met de eerste Nederlandse militairen die over de grens wegvluchten voor het oorlogsgeweld en zich binnen de VPA in relatieve veiligheid willen stellen.

Bij het II/LK blijven de verschillende groepen van 2LA op dezelfde posities en zullen ook op de tweede dag van de veldtocht niet vuren. Het Groot Hoofdkwartier vreest dat na de vijandelijke doorbraak bij de 7de infanteriedivisie en de Duitse inname van Tongeren een omsingeling van de de positie van het II/LK aan het Albertkanaal nabij is. Alle formaties ten oosten van de K.W. Stelling krijgen de opdracht om bij het vallen van de duisternis de mars naar het westen aan te vatten. In de late namiddag krijgen alle groepen van 2LA dan ook het bevel om bij het invallen van de duisternis de stelling op te breken en de K.W. Stelling te vervoegen.

I/2LA
I/2LA blijft de ganse dag op stelling te Oosterhoven wachtend op de eerste vuuropdracht. Om 19u20 wordt de divisiestaf van de 9Div op de hoogte gebracht dat I/2LA en de IV/4LA tijdens de nacht van 11 op 12 mei van het Albertkanaal zullen weggehaald worden.

III/2LA
De ganse dag blijven de mortieren op stelling maar komen niet tussenbeide. Opnieuw is de Duitse luchtmacht zeer actief enkel gehinderd door de DTCA die onafgebroken de vliegtuigen onder vuur nemen. Om 22u00 wordt het bevel gegeven om de stellingen op te breken en colonne te vormen. De IIIde Groep laat de kopelementen van de colonne vertrekken rond 23u00. De groep moet zich naar Boortmeerbeek op de K.W. Stelling begeven.

IV/2LA
Tijdens de ochtend wordt met de beschikbare fietsen, manschappen en bewapening een mobiel piket samengesteld om tussenbeide te komen bij een eventuele luchtlanding. Die komt er natuurlijk niet. De IVde Groep begint om 17u00 met het opbreken van zijn stellingen en kan reeds omstreeks 20u00 zijn posities verlaten. Bij gebrek aan vrachtwagens, wordt maar liefst 1/3 van de munitie ter plekke achtergelaten. De tocht naar de K.W. Stelling loopt via Veerle, Westerlo, Westmeerbeek, Booischot, Heist-op-den-Berg en Leuven tot in Veltem-Beisem.

De M220 houwitsers werden in twee delen gesplitst voor het transport: de loop en het affuit.

Staf/2LA
De staf beveelt vanuit Schoten  nog steeds de korpsartillerie van het V/LK. Even voor 10u00 wordt het duidelijk dat de Franse troepen die twee dagen eerder met veel bravoure richting Breda oprukten om er in de tegenaanval te gaan, af te rekenen hebben met grote verliezen. De bevestiging van het Franse debacle komt er rondom 18u00 wanneer de Franse Generaal Sciard doorgeeft dat het 7(FRA)Leger terugplooit naar het zuidwesten.  Het V/LK reageert met een bevel aan zijn eenheden om alle vooruitgeschoven elementen terug te trekken achter de anti-tankgracht [7]. Bij de artillerie dienen de vooruitgeschoven batterijen klaar tot vuren te zijn.

De drie groepen van 2LA opereren nog steeds afzonderlijk van de regimentsstaf. Tijdens de nacht van 11 op 12 mei worden de stellingen aan het Albertkanaal opgebroken en de terugtocht richting K.W. Stelling wordt ingezet. In de loop van 12 mei komen de groepen met tussenintervallen toe op de K.W. Stelling waar ze in vuurversterking gegeven worden van de divisies in lijn. Eens aangekomen op de K.W. Stelling wordt enkel I/2LA nog ingezet bij het II/LK. III/2LA en IV/2LA gaan over naar het VIde Legerkorps (VI/LK). Onmiddellijk na aankomst op de nieuwe stelling worden de mortieren geïnstalleerd. 

Opstelling 11Div aan de K.W. Stelling op 12 mei 1940.

I/2LA
De Iste Groep komt tijdens de avond toe te Sint-Katelijne-Waver en moet stelling nemen tussen het gelijknamige fort en de wijk Elzenstraat.  I/2LA blijft toegewezen aan het II/LK dat nu staat opgesteld achter de K.W. Stelling met twee divisies in lijn (6Div en 11Div) en één divisie in diepte (9Div).  I/2LA is niet langer aangehecht bij de 9Div. De vuren van de groep worden nu gedecentraliseerd naar de 11de Infanteriedivisie (11Div) waar de groep samen met de IV/9A een groepering vormt in algemene steun van de divisie. De groep heeft door de drassige ondergrond heel wat moeite om zich op te stellen.

III/2LA
De groep is onderweg naar de K.W. Stelling en bereikt bij het aanbreken van de dag Rillaar. Er wordt doorgereden tot Aarschot waar de vernielingen van voorgaande bombardementen nog zichtbaar zijn. Bij de doortocht van Aarschot vallen de colonnes ten prooi aan een luchtaanval, gelukkig zonder slachtoffers. Het wordt stilaan duidelijk dat bewegingen over dag te gevaarlijk zijn. Het konvooi rijdt een dicht bos binnen met de intentie de nacht af te wachten. De groep loopt echter te veel vertraging op en kan het zich niet veroorloven te wachten tot de duisternis is ingevallen. Om 13u00 wordt de colonne opnieuw gevormd en ondanks het risico uit de lucht te worden aangevallen wordt de verplaatsing over dag verdergezet. De manschappen zijn er niet gerust in en telkens een vliegtuig de colonne overvliegt verlaten ze de vrachtwagens om dekking te zoeken langs de rand van de weg. Tegen 22u00 wordt Boortmeerbeek bereikt waar onmiddellijk een rustkantonnement wordt ingenomen. De stukken worden dezelfde nacht niet meer ontplooid.

IV/2LA
De verplaatsing van het Albertkanaal naar de K.W Stelling, die op 11 mei al werd ingezet om  17u00, verloopt vlot waardoor de mortieren op 12 mei al vanaf 08u30 in stelling kunnen gaan [5]. De 13de en de 14de Batterij worden opgesteld te Veltem, net ten noorden van de Brusselsesteenweg. De 15de Batterij neemt een positie in te Beisem. Deze stellingen werden reeds tijdens de mobilisatie uitgekozen en toegewezen aan de groep. Luitenant Pourbaix wordt teruggestuurd met enkele vrachtwagens naar Schoot om de achtergelaten obussen te gaan ophalen. Pourbaix zal aan het eind van de dag terugkeren van een succesvolle missie.

Het IV/2LA ondersteunt niet langer de 6Div van het II/LK maar wordt toegevoegd aan een groepering artillerie met I/11A en IV/10A. Deze groepering levert algemene vuursteun aan de 5de Infanteriedivisie (5Div) [6].  De 5Div behoort tot het VIde Legerkorps (VI/LK) dat staat opgesteld tussen Rijmenam en Leuven met de 2de, de 5de en de 10de Infanteriedivisie in lijn.

Een deel van het geschut werd gesleept door Brossel “T.A.L. Break” artillerietrekkers.

Staf/2LA
Ten noorden van de VPA komen diverse formaties van het terugtrekkende 7(FRA)Leger toe. Tot verbazing van het V/LK starten de Fransen met de installatie van hun troepen ten oosten van de anti-tankgracht. Om 09u30 beveelt het HK V/LK om over te gaan naar alarmfase V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA. Contact met de vijand is nakend.

De groepen van 2LA staan nu opgesteld achter de K.W. Stelling. I/2LA bevindt zich nog bij het II/LK terwijl III/2LA en IV/2LA afgedeeld zijn bij het VI/LK.

I/2LA
De groep wacht de ganse dag af op zijn nieuwe stellingen maar komt niet in actie.

III/2LA
Tijdens de ochtend van 13 mei wordt het geschut ontplooit in de Langestraat tussen de gehuchten Rode Kapel en Meerbeekse Hoek ten noorden van Kampenhout. De groep is eveneens overgegaan van het II/LK naar het VI/LK en  ontvangt nu zijn bevelen van de 2de Infanteriedivisie (2Div). III/2LA wordt in vuurversterking gegeven van het 2de Regiment Artillerie (2A) en zal algemene vuursteun verlenen aan de 2Div. De stukken worden ingeschoten en vervolgens wordt er gerust.

IV/2LA
De groep wacht af op zijn stellingen te Veltem en Beisem. Er wordt druk gewerkt aan de camouflage en de beveiliging van de voertuigen en de stellingen. Rond 16u00 installeert een Britse artillerieformatie zich in de buurt.

Staf/2LA
In de zone van het V/LK wordt commandant 2LA op de hoogte gebracht dat uit de inlichtingen bekomen van de Franse eenheden blijkt dat de vijand zich rond 15u00  op de lijn Kalmthout – Achterbroek – Wuustwezel – Loenhout bevindt. Tegen middernacht bereikt de vijand het vliegveld van Brasschaat en Gooreind.  De staf van het V/LK verwacht dat binnen de 24u contact zal worden gemaakt met de vijand.

Achter de K.W. Stelling blijven de groepen van 2LA op post. Tegen de avond bereikt de Duitse voorhoede de stellingen van de 5Div hetgeen aanleiding geeft tot enkele schermutselingen. De groepen van 2LA moeten niet tussenbeide komen.

I/2LA
Bij valavond gaat II/16A in stelling nabij De Ploeg te Bonheiden. Deze groep, die later het Albertkanaal verlaten heeft en nu pas de K.W. Stelling bereikt, lost II/2LA af binnen het algemeen steunelement van de 11Div dat nu gevormd wordt door II/16A en IV/9A. De mortieren van 2LA blijven evenwel op dezelfde stelling in afwachting van nieuwe orders.

III/2LA
De groep wacht de komst van de vijand af. Meer naar het zuiden maken de Duitse troepen rond 20u30 hun eerste contact met de K.W. Stelling in de Sector van de 5Div. De manschappen horen de artillerie van de 5Div die de vijand onder vuur neemt, de mortieren van III/2LA hoeven niet tussenbeide te komen.

IV/2LA
De stukken worden op doelen ten oosten van de K.W. Stelling gericht. Nabij de Remy-fabrieken van Wijgmaal probeert de vijand rond 20u30 om de vaart Leuven-Mechelen over te steken. Deze initiële poging wordt door de 5Div afgeslagen.  Omdat te Veltem-Beisem steeds meer Britse eenheden toekomen en de drukte het gevaar voor ontdekking uit de lucht doet toenemen, laat de groepscommandant een alternatieve stelling verkennen ten westen van het dorp [9]. Sectie per sectie worden de kanonnen verplaatst naar de nieuwe posities:

  • de 13de Batterij gaat in stelling achter de brouwerij
  • de 14de Batterij stelt zich op net ten noordoosten van de kerk en het kerkhof
  • de 15de Batterij zoekt de rand van een bos op ten westen van de kerk

De eenheden worden vervolgens in staat van alarm geplaatst. Tijdens de avond incasseert de IVde Groep de eerste Duitse artilleriebeschieting. Enkele obussen komen neer in de omliggende velden. Er is geen enkele schade.

Het 2LA had echter ook nog een groot aantal verouderde Latil T.A.R. artillerietrekkers.

III/2LA
De munitievoorraden van de III/2LA worden aangevuld. De Duitsers maken nu ook contact met de regimenten van de 2Div opgesteld langs de K.W. Stelling. Voorlopig wordt alleen beroep gedaan om de divisieartillerie om de vijand te bestoken. III/2LA heeft sedert het begin van de veldtocht nog geen schot gelost.

IV/2LA
Tijdens de nacht komt een nieuwe munitievoorraad aan. De 13de Batterij opent als eerste batterij van 2LA het vuur en schiet net voor de middag 10 obussen af op een huis aan het kruispunt in het centrum van Wijgmaal. De voorwaartse waarnemers melden de volledige vernieling van het doel bij de vijfde inslag. De groep sukkelt echter met het vinden van geschikte observatieposten. De posten die in de planning voor de bezetting van de K.W. Stelling opgenomen zijn, worden allen ingenomen door Britse voorwaartse waarnemers en de IVde Groep moet dan ook alternatieve locaties uitzoeken.

Het 2LA heeft ook nog enkele Pavesi P100 trekkers in dienst die in 1929 als experimentele tuigen aangekocht waren.

Staf/2LA
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. In drie nachtelijke etappes zal het veldleger terugtrekken naar de nieuwe verdedigingslinie. Ook de groepen van 2LA zullen aan het eind van deze dag de K.W. Stelling verlaten en de terugtocht aanvatten.

Het V/LK moet ter plaatse blijven tot de nacht van 17 op 18 mei om de terugtocht van de eenheden opgesteld achter de K.W. Stelling te dekken. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei zal de legerkorpsartillerie echter al teruggetrokken worden.  De andere eenheden opgesteld in de VPA zullen hun stellingen pas verlaten tijdens de daarop volgende nacht. De Staf/2LA krijgt van het hoofdkwartier van het Vde Legerkorps twee marsroutes opgelegd voor terugtocht van de legerkorpsartillerie:

  • Marsroute Rechts dient gevolgd te worden door de V/4LAA, VI/4LAA en IV/3LAA en loopt van de Ekersepoort door de autotunnel onder de Schelde naar Zwijndrecht, Melsele, Beveren-Waas, Nieuwkerken-Waas, Sint-Pauwels. Kemzeke, Klein-Sinaai, Moerbeke, Wachtebeke en Terdonk naar Kluizen.  De colonnes zullen pas na 20u00 door de Scheldetunnel mogen passeren.
  • Marsroute Links wordt de marsweg voor II/3LAA en leidt via de brug over het Albertkanaal te Schoten naar Deurne, Borgerhout, de Italiëlei, Kiel, de militaire brug te Hoboken, Kruibeke, Haasdonk, Sint-Niklaas, Puivelde, Sinaai en Eksaarde naar Zaffelare.  Hierbij moet het Albertkanaal tegen 22u00 overgestoken worden.

I/2LA
De batterijen staan nog steeds te Sint-Katelijne-Waver. Er wordt die dag 56 keer gevuurd. De terugtocht van de groep loopt via Humbeek, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel en Buggenhout tot Gent.

III/2LA
Rond 19u00 wordt het bevel gegeven de stellingen op te breken en de verplaatsing naar Gent voor te bereiden. Om 22u00 wordt de beweging ingezet. De IIIde Groep zal zich terugplooien via Kampenhout, Elewijt, Eppegem, Verbrande Brug, Grimbergen, Opwijk, Aalst, Oordegem en Beigem tot Wannegem-Lede.

IV/2LA
De 13de Batterij opent net na middernacht opnieuw het vuur. Vijf obussen worden opgeschoten. Rond 16u35 vuurt de 14de Batterij 30 obussen af. De vijand beschiet af en toe de posities van de groep met artillerie van klein kaliber. Buiten wat materiële schade blijft dit zonder gevolgen. Luitenant Bachelart, commandant van de 12de Batterij, raakt per ongeluk gewond en moet worden afgevoerd door de gezondheidsdienst. Luitenant Maraia neemt het bevel ad interim over. Om 19u00 krijgt de groep het bevel tot de aftocht. De route van de laatste groep zal over Vilvoorde, Aalst en Erondegem tot Kruishoutem lopen. Alle groepen zullen op de linkeroever van de Schelde opgesteld worden ter ondersteuning van het Bruggenhoofd Gent.

De op 17 mei achtergelaten M220 werden op het dorpsplein van Hombeek verzameld door de Duitsers.

I/2LA
Voor het oversteken van het Kanaal van Willebroek raakt een van de kanonnen vast te zitten in de berm. Het kanon moet worden achtergelaten wanneer de genie overgaat tot het opblazen van de bruggen. De rest van de groep bereikt Buggenhout, waar de colonnes zich de ganse dag in een bos schuil houden.

III/2LA
Bij de nachtelijke terugtocht komt de groep vast te zitten achter de traag achteruit trekkende colonnes van de infanterie die zich te voet verplaatsen. De motoren van de oude artillerietrekkers lopen warm en geplaagd door technische pannes komen drie kanonnen vast te zitten op de Grimbergse Steenweg tussen de Zenne en het Kanaal van Willebroek wanneer de genie de bruggen over deze waterwegen opblaast. De vuurmonden worden noodgedwongen gesaboteerd en achtergelaten. Grimbergen wordt in de vroege ochtend bereikt en er wordt halt gehouden gedurende een uur om een korte rustpauze te nemen en de motoren van de trekkers te laten afkoelen. Na de rustperiode wordt doorgereden tot Aalst waar de colonne om 15u00 toekomt. In de stad, waar de sporen van hevige luchtbombardementen duidelijk waar te nemen zijn, wordt gestopt om te eten. Na de middag wordt doorgereden om via Opwijk het dorp Wannegem-Lede, ten westen van de Schelde, te bereiken. Hier zal een kantonnement voor de nacht worden ingericht.

IV/2LA
De colonne houdt halt te Erondegem voor de nacht en wacht hier verdere orders af. De IVde Groep stuit hier op een defecte pantserwagen van het Franse leger. Het voertuig maakt onderdeel uit van het Franse 7de Leger, is uit Nederland gevlucht en staat aan de kant van de weg met een defecte koppeling. De kanonniers van de 15de Batterij nemen de pantserwagen op sleeptouw en haken het voertuig aan achter één van hun mortieren.

De Latil T.A.R. trekkers behoorden in vredestijd tot het 1LA.

Staf/2LA
De tocht naar de linkeroever van de Schelde wordt verder gezet.

I/2LA
De colonnes wachten nog de ganse dag af te Buggenhout en vertrekken in de loop van de avond naar Deinze. Vanaf de avond komen de eerste elementen van het regiment aan in het Gentse.

III/2LA
Er wordt de ganse dag gerust te Wannegem-Lede, een rust die enkel verstoord wordt door enkele laag overvliegende jachtvliegtuigen in de namiddag. Er wordt gewacht op achterblijvers en op de drie achtergelaten kanonnen na is de groep compleet. Om 17u00 wordt verzamelen geblazen en de groep vertrekt richting Kruishoutem, amper enkele kilometers meer naar het westen.

IV/2LA
De colonne staat nog steeds te Erondegem en er zijn geen nieuwe bevelen toegekomen. Het materieel wordt nagekeken. Twee van de oude Latil Model 1916 trekkers zijn tijdens de tocht meermaals in pan gevallen en zouden dringend vervangen moeten worden. De officier-mecanicien Luitenant Van de Maele wordt naar het Reservewielvoertuigenpark te Gent gezonden om op zoek te gaan naar nieuwe voertuigen. De Luitenant keert omstreeks 14u00 terug met twee nieuwe trekkers, echter zonder geschikte trekhaak. In de 15de Batterij wordt een smid gevonden die in een plaatselijke smidse onmiddellijk aan de slag gaat om het nodige te vervaardigen. Om 15u00 komt een bevel toe om verder te trekken. De groep moet via Oordegem, Bavergem en Gavere verder rijden naar Kruishoutem. De colonnes zetten zich rond 16u30 op weg, met uitzondering van het 4de stuk van de 15de Batterij dat bij de smidse nog steeds op een nieuwe trekhaak wacht. Een detachement blijft ter plekke en zal de groep zo snel mogelijk vervoegen.

Rond 16u45 wordt een colonne aangevallen door Messerschmidt jachtvliegtuigen op de baan van Erondegem naar Oordegem. Het derde stuk van de 15de Batterij wordt vernield, waarbij ook één van de moderne Brossel trekkers uitgeschakeld wordt. Er vallen vier gewonden. De Brossel trekker en de affuit van het kanon die onherroepelijk beschadigd zijn worden in de gracht geduwd en achtergelaten. De tocht verloopt moeizaam. Te Bavegem valt een munitievrachtwagen in panne en even verder geeft ook een trekker van de 14de Batterij de geest. De colonnes rijden verder tot Kruishoutem van waar Luitenant Somers teruggestuurd wordt om het achtergelaten materieel en kanon te gaan recupereren met andere voertuigen. Intussen worden nieuwe stellingen verkend tussen Eke en Nazareth. De batterijen vertrekken en starten met de installatie.

De M220 mortier was de zwaarste vuurmond van onze veldartillerie, maar had een relatief korte dracht.

Staf/2LA
Het 2LA heeft zijn nieuwe stellingen binnen het Bruggenhoofd Gent bereikt. Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) werd gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De drie groepen van 2LA zullen tussenbeide komen ter versterking van de legerkorpsen opgesteld ten zuiden van de stad Gent (I/LK, VI/LK en het VII/LK).

I/2LA
De groep wordt doorgestuurd naar Gent. De I/2LA zal zich opstellen tussen het Sint-Pietersstation en de Sterre te Gent. De groep ontvangt 2 bijkomende munitie-eenheden voor de kanonnen, maar zal te Gent niet in actie komen.

III/2LA
De IIIde Groep zal van op de Appelhoek tussen Wannegem-Lede en Kruishoutem vuren in de richting van de Schelde. De groep staat opgesteld aan de uiterste zuidrand van de zone van het Belgische Leger. Vanaf Oudenaarde nemen de Britten de verdediging van de Schelde op zich. Voor de groep staan de 9de en de 10de Infanteriedivisie opgesteld langs de Schelde.

IV/2LA
De IVde Groep heeft stellingen ingenomen tussen Eke en Nazareth. Er wordt die dag gerust. De groep zet twee ploegen voorwaartse waarnemers uit: een eerste observatiepost wordt te Eke ingericht op 250m van de Schelde en een tweede post wordt te Zingem geplaatst op 600m van de oever van de rivier. Tijdens de verdediging van de Schelde zal de groep zijn bevelen ontvangen van het VIIde Legerkorps.

Staf/2LA
De bezetting van het Bruggenhoofd Gent is nu voltooid met het VI/LK (met de 2de, 4de en 5de Infanteriedivisies) in de zone Schelde-Schelde ten zuidwesten van Gent. Het zijn deze divisies die het I/2LA zal ondersteunen. Het VII/LK (met de 9de en 10de Infanteriedivisie) verlengt de stellingen tot aan de Britse linies te Oudenaarde. Het VII/LK wordt ondersteund door III/2LA en IV/2LA. Ten zuiden van het VII/LK bevindt zich de 44(UK) Infantry Division.

I/2LA
De Iste groep blijft op zijn stellingen.

III/2LA
De voorwaartse waarnemers in de kerktoren van Zingem nemen de eerste Duitsers waar in de vroege ochtend. In afwachting van de ontplooiing van de eigen artillerie, valt de Luftwaffe de Belgische linies aan vanaf het aanbreken van de dag. Het eerste contact met de vijand komt er even na 08u15 in de sector van de 10Div. De Duitsers willen aanvankelijk in de richting van Eine en Heune aanvallen, maar laten hier hun plannen voor een oversteek varen en verleggen het zwaartepunt van de actie naar Neder-Ename. III/2LA vuurt in de voormiddag verschillende vuuropdrachten uit ten voordele van de Belgische troepen opgesteld langsheen de Bovenschelde tussen Gent en Oudendaarde. Er komen 4 nieuwe vuurmonden toe van 3/I/6LA ter vervanging van het verloren gegane materieel, gesleept door opgevorderde trekkers van het merk Chenard. Luitenant Van Borelare neemt het bevel op van de 12de Batterij. Tegen de avond veroveren de Duitsers een bruggenhoofd in de bocht van Zingem maar worden door intens artillerievuur gestopt.

IV/2LA
De IVde Groep opent als eerste rond 10u45 het vuur op de molen van Halsberg-Rotse tussen Dikkelvenne en Gavere. Tijdens de loop van de vooravond worden nog enkele vuuropdrachten uitgevoerd.

I/2LA
De Iste Groep blijft op zijn stellingen.

III/2LA
De groep blijft in positie te Appelveld langsheen de Bovenschelde. De 10de Infanteriedivisie voert in de Scheldebocht te Zingem een tegenaanval uit tijdens de tweede helft van de nacht van 20 op 21 mei. De Duitsers hebben een groot deel van hun troepen teruggetrokken naar de rechteroever. De weinige nog aanwezige weerstandsnesten worden zonder veel problemen opgerold. De tegenaanval wordt massaal ondersteund door de artillerie. ‘s Morgens stabiliseert zich het front tegenover de 10Div maar in de vooravond slagen de Duitsers erin om te Ename een bruggenhoofd te veroveren op het Britse leger. De zuidflank van de 10Div en bijgevolg die van het Belgische leger wordt nu bedreigd. De Duitsers komen nu gevaarlijk dicht bij de stellingen van III/2LA en een waarschuwingsorder wordt gegeven voor een verplaatsing tijdens de nacht van 21 op 22 mei.

IV/2LA
De IVde Groep neemt even na 10u00 het dorp Meilegem onder vuur. In de twee uur durende beschieting worden 11 granaten afgevuurd.

Staf/2LA
Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Na de Duitse doorbraak in de Britse sector ter hoogte van Oudenaarde zal het Belgische leger de terugtocht naar de Leie en het Kanaal van Schipdonk aanvatten. Rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en het Bruggenhoofd Gent wordt opgegeven. Het 2LA ontruimt zijn stellingen in het Bruggenhoofd Gent en aan de Bovenschelde. Het regiment wordt doorgestuurd naar de linkeroever van de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.

I/2LA
Na het vertrek uit Gent komt de groep aan te Lotenhulle. Majoor Hirsch laat alle munitie afladen te Bellem en stuurt de munitievrachtwagens terug naar Gent om de achtergelaten obussen te gaan halen. Bij de brug van Deinze wordt het detachement tegengehouden door een generaal van de 5de Infanteriedivisies die bevestigt dat er geen doorkomen naar Gent meer mogelijk is.

III/2LA
Om 03u00 komt het bevel om de stellingen te verlaten. De batterijen hergroeperen zich ten noorden van Kruishoutem. Hier worden de colonnes gevormd en start de aftocht naar de Leie via Petegem-aan-de-Leie en Deinze. Een paar kilometer voorbij Kuishoutem schuift een mortier in de gracht. Er is geen tijd meer om het kanon te bergen gezien de nabijheid van de vijand. Het is het vierde kanon dat moet worden achtergelaten door III/2LA. De groep steekt de Leie over te Deinze en wordt doorgestuurd naar Markegem waar ze posities krijgen toegewezen nabij het moeras te Markegem en eveneens nabij de Tieltstraat ten westen van de dorpskern. De groep moet tijdens de ochtend van 23 mei klaar zijn tot vuren.

I/2LA
De colonnes blijven in wachtpostitie te Koekuithoek ten zuiden van Roeselare.

III/2LA
Om 04u00 komt de colonne toe te Markegem. De batterijen worden bij dageraad ontplooid rond Markegem maar worden al snel opgemerkt door de vijandelijke luchtmacht.

I/2LA
De groep rust uit te Lotenhulle. De batterijcommandanten vertrekken om nieuwe stellingen te gaan verkennen. Luitenant Merlin van de 2de Batterij vertrekt met zijn Battery Sergeant Major, de 1ste Wachtmeester Ryckbosch, richting Ledelede. Ryckbosch vindt de nieuwe operatiezone veel te gevaarlijk en deserteert bij terugkeer naar zijn eenheid. Aan het eind van de dag dient de groep te Lendelede te ontplooien om aan de Leie tussenbeide te komen. De ontplooiing loopt fout. Door het voortdurende vijandelijke artillerievuur kan maar één stuk in stelling gebracht worden.

III/2LA
Vanaf 04u00 worden de stellingen te Markegem onder vuur genomen door de Luftwaffe die de stellingen de dag voordien hadden verkend. Het geschut komt een eerste keer in actie bij de verdediging van de nieuwe Belgische linies langsheen de Leie. Dit veroorzaakt prompt een tegenbatterijvuur. De posities worden nu niet alleen aangevallen door de Luftwaffe maar ook beschoten door Duitse artillerie.

I/2LA
De groep verlaat Lendelede onder een aanhoudende vijandelijke artilleriebeschieting en verplaatst zich naar de Keiberg bij Zonnebeke. Na het vallen van de duisternis wordt doorgereden naar de baan van Kortermark naar Sint-Jozef.

III/2LA,
De batterijen van de IIIde Groep blijven vuren. De ganse dag blijven er Duitse vliegtuigen over de stelling scheren. De batterijstellingen zijn gekend en worden regelmatig aangevallen. Om die reden wordt de munitie een kilometer naar achter gebracht. Er worden op 24 en 25 mei een 100-tal obussen per vuurmond verschoten. Om 19u25 wordt het bevel over de beide groepen overgenomen door Kolonel Laitat , commandant van het 4de Regiment Legerartillerie. De nacht van 25 op 26 mei wordt nog op dezelfde stellingen doorgebracht. Gedurende de ganse nacht worden de batterijstellingen door de vijandelijke artillerie bestookt.

I/2LA
De groep brengt de dag door op de baan van Kortemark naar Sint-Jozef. Na het vallen van de duisternis wordt het geschut ontplooid te Ardooie.

III/2LA
De groep blijft vuren aan het Leie-front. Bij Duitse beschietingen raken Wachtmeester Popijn en de Soldaten Laurent Vercruysen, Taymans en Van Schooresse gewond. De batterijen nemen in hoofdzaak gelegenheidsdoelen onder vuur onder directe aanwijzingen van de voorwaartse waarnemers in de observatieposten. De Duitsers hebben op verschillende locaties de Leie kunnen oversteken en rond 17u00 wordt gemeld dat vijandelijke infanteristen opgedoken zijn langsheen het riviertje de Mandel, op zo’n 1000m ten zuiden van de stellingen. Er wordt front gemaakt naar het zuiden en het geschut neemt de oevers van de Mandel onder vuur.

Intussen beveelt Majoor Leurquin de aftocht. Hij laat een achterhoede samenstellen met het personeel van de groepsstaf, de secties mitrailleurs en enkele in de buurt ronddwalende infanteristen. Met steun van een C75TR batterij van vermoedelijk het 5A kunnen bij de 11de en 12de Batterij alle stukken uit stelling gehaald worden. Rond 19u00 zijn de colonnes gevormd en zetten de beide batterijen zich op weg richting Tielt. De 10de Batterij moet ten minste 2 en vermoedelijk 3 vuurmonden achterlaten. De kanonnen worden gesaboteerd en de manschappen gaan er van door in de vrachtwagens en trekkers. De achterhoede vernielt de achtergelaten voertuigen en bewapening. Pas wanneer rond 21u00 de Duitse infanterie tot op een paar honderd meter van de stellingen genaderd is staakt de achterwacht zijn bezigheden en vertrekken ze om het gros in te halen.

De IIIde Groep doorkruist Tielt rond 22u00. Op dat ogenblik staat de stad op het punt van ingenomen te worden. Het technisch voertuig en 2 vrachtwagens van de 12de Batterij worden in brand geschoten door vijandelijke infanteristen. Bij de doortocht van Pittem, waar even wordt halt gehouden om te hergroeperen, wordt Soldaat Geudens uit Lichtaart dodelijk geraakt. Hij wordt meteen begraven op het kerkhof van Egem. In de loop van de nacht bereikt de IIIde Groep via Tielt, Pittem, Egem, Egemkapel en Hille de gemeente Ruddervoorde bij Oostkamp.

Na de overgave tracht deze gecamoufleerde Latil T.A.R. terug te keren naar het binnenland.

I/2LA
De groep staat nog steeds opgesteld te Ardooie en lost hier 10 schoten. Het front nadert gestaag en wanneer een bevel komt om de posities zo snel mogelijk te verlaten, moet alle munitie achtergelaten worden. De groep trekt zich terug naar Aartrijke.

III/2LA en IV/2LA
Na een nachtelijke verplaatsing komt de groep aan te Ruddervoorde en neemt nieuwe stellingen in op 3 Km zuidoost van het dorp. De batterijen zijn rond 13u00 klaar tot vuren. Onderluitenant Grootaert en 4 manschappen zijn onderweg verdwenen en worden als vermist opgegeven. Nog eens 2 vrachtwagens zijn tijdens de aftocht uitgeschakeld door vijandelijk vuur. De IIIde en IVde groep krijgen om 21u00 het bevel om een wachtpositie in te nemen op de Torhoutsesteenweg nabij het station van Veldegem. De IIIde Groep wordt vervolgens doorgestuurd naar een nieuwe stelling tussen Aartrijke en Wijnendale en moet tegen de ochtend van 28 mei opnieuw klaar tot vuren zijn. Tijdens de gevechten aan de Leie van 25 en 26 mei hebben heel wat manschappen het op een lopen gezet uit vrees voor de niet aflatende bombardementen op de batterijstellingen. Enkele van hen worden terug ingehaald te Ruddervoorde.

I/2LA
De groep verneemt het nieuws van de overgave. Majoor Hirsch heeft de groep verlaten en het bevel overgedragen aan Kapitein Leppoutre van de 1ste Batterij.

III/2LA
De batterijen zijn tegen 05u00 klaar tot vuren op hun nieuwe posities op een flinke kilometer ten zuiden van de kerk van Aartrijke. De groep krijgt om 08u00 het bevel om de wapens neer te leggen. Om 14u00 krijgt de eenheid van de Duitsers opdracht om zich naar Koekelare te begeven. Hier moeten de vrachtwagens die nog functioneren op een Duitse trein geladen worden.

IV/2LA
Het nieuws van de overgave bereikt de colonne te Veldegem om 08u50.

III/2LA in krijgsgevangenschap
De manschappen van III/2LA wachten in Koekelare om hun voertuigen op de trein te kunnen zetten. Lang duurt dit niet want het station van Koekelare wordt door de Britten onder artillerievuur genomen vanuit Diksmuide. In ijl tempo wordt al het materieel uit de vrachtwagens ontladen om een maximum aan personeel te kunnen meenemen. De colonne vrachtwagens rijdt naar Torhout waar ze op park geplaatst worden. Op 31 mei verlaten 600 man van III/2LA Loppem en marcheren via Sint-Andries, Brugge en Sint-Kruis naar Moerkerke waar ze om 21u00 toekomen. Op 01 juni vertrekt de colonne om 07u00 naar Aardenburg in Nederland waar gedurende twee dagen gekantonneerd wordt. Van daar gaat het via Oostburg, Nieuwvliet-Dorp naar Nieuwvliet-Bad. Op 5 juni trekken ze verder tot Breskens waar ze ondergebracht worden in barakken van het Nederlandse leger om de nacht door te brengen. De krijgsgevangen brengen drie nachten door in Breskens waar de officieren gescheiden worden van de manschappen. Op 9 juni krijgen de manschappen hun “Entlassungschein” en kunnen ze naar huis terugkeren.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Lothaire, R., 2013, L’artillerie lourde de campagne belge 1914-1918, Verviers: Editions du Patrimoine Militaire
  2. Dagboek Soldaat Jerome Van Goethem, mitrailleurschutter van de Sectie Mi AA van de 11Bij van III/2LA, [On Line beschikbaar]: http://www.axis4peace.eu/historia/jerom.htm [Laatst geraadpleegd 2 november 2017].
  3. De Pavesi P4/100 artillerietrekker is de gemilitariseerde versie van de landbouwtractor P4 in 1918 ontwikkeld door het Italiaanse bedrijf Pavesi. Daar waar de landbouwversie niet aanslaat door de te hoge kostprijs kent de artillerietrekker meer succes. Specifiek voor deze artillerietrekker zijn de vierwielaandrijving, de grote wielen van gelijke doormeter en het chassis dat uit twee frames bestaat. Het Italiaanse leger bestelde als eerste een groot aantal Pavesi artillerietrekkers. De omvang van de bestelling overtrof de productiecapaciteit van Pavesi waardoor het bedrijf genoodzaakt was de trekkers onder licentie door Fiat te laten produceren. Groot-Britannië, Frankrijk, Zweden, Finland, Hongarije, Spanje maar ook België kochten beperkte reeksen om testen mee uit te voeren. Hoeveel Pavesi artillerietrekkers België uiteindelijk kocht moet verder onderzoek uitwijzen.  Uiteindelijk opteerde België voor de Brossel artillerietrekker maar de trekkers gekocht om testen mee uit te voeren worden toch geleverd aan 1LA en 2LA. [On Line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/Pavesi_P4-100 [Laatst geraadpleegd 27 augustus 2018].
  4. Voor de eenheden opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.
  5. De 6de Infanteriedivisie ontvangt in de late namiddag, ter informatie, het bevel van het GHK gericht aan het II/LK om het Albertkanaal te ontruimen. De Staf van de 6Div reageert onmiddellijk zonder verdere orders van de commandant van het II/LK af te wachten. De divisie begint zijn stellingen aan het Albertkanaal te ontruimen en zich naar de meest noordelijke sector van de K.W. Stelling tussen Lier en Sint-Katelijne-Waver te begeven. Tijdens de loop van de avond verlaat ook het 6A zijn stellingen en wordt het bevel gegeven aan IV/2LA om eveneens naar het westen terug te trekken. Dit verklaart waarom IV/2LA ongeveer twaalf uur voor de andere groepen van 2LA klaar tot vuren is aan de K.W. Stelling.
  6. IV/2LA is de 6Div niet gevolgd naar de K.W. Stelling maar is afgeweken naar het zuiden om er stelling te nemen in de zone van het VIde Legerkorps. De groep wordt dan ook in vuurversterking gegeven van 11A, de divisieartillerie van de 5de Infanteriedivisie.
  7. Website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 6 september 2018].
  8. Achtergrondinformatie bij Fort III te Borsbeek [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/lijst-van-militair-vastgoed-met-specifiek-militair-gebruik-na-1830-alfabetisch-per-gemeente/borsbeek/borsbeek-fort-iii/ [Laats geraadpleegd 7 september 2018].
  9. Het Britse leger is, zoals voor de start van de vijandelijkheden afgesproken, bij het aanbreken van 12 mei volledig ontplooid op de K.W. Stelling ten zuiden van Leuven, maar de Sector Leuven zelf blijft een punt van onenigheid. De scheidingslijn tussen de Belgische en de Britse sector is niet duidelijk gedefinieerd. De Belgen hebben de 10Div ontplooid op de K.W. Stelling ter hoogte van Leuven. De Britten willen zich in tweede lijn opstellen achter de 10Div. Op 14 mei beslist het Franse opperbevel dat Leuven onder de verantwoordelijkheid van de Britten valt. Hierdoor moet de 10Div plaats maken voor de 3rd (UK) Infantery Division van Generaal-majoor Montgommery. De 10Div wordt teruggetrokken en ontplooid in tweede lijn achter de 2Div en de 5Div. Maar ook de stellingen van de 5Div moeten worden ingekort. Dit verklaart waarom de Britse artillerie opduikt nabij de stellingen van IV/2LA en waarom de groep uiteindelijk zijn batterijen moet verplaatsen.