6de Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 6de Regiment Artillerie | 6ème Régiment d’Artillerie | 6A
Type Regiment veldartillerie van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 6de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel A. F. Stas
Standplaats Dekkingsstelling – Albertkanaal
Sector Eindhout-Paal
Commandopost in de Overstraat te Diest
Samenstelling I Groep
(Majoor G. Delecourt)
1ste Batterij van 4 x C75 GP kanonnen (Kapt J. Demoor)
2de Batterij van 4 x C75 GP kanonnen (Cdt E. Octors)
3de Batterij van 4 x C75 GP kanonnen (Lt prins J. De Croy)
II Groep
(Kapitein-commandant A. Lecocq)
4de Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Lt graaf H. Dumonceau de Bergendael)
5de Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Cdt R. Laitat)
6de Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Cdt A. Versé)
III Groep
(Majoor ridder L. de Creeft)
7de Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Kapt J. Vervaeck)
8ste Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Kapt E. Hayot)
9de Batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Kapt J. Nagelmaeckers)
IV Groep
(Majoor W. Van Overstraeten)
10de Batterij van 4 x Ob105 GP houwitsers (Lt jonkheer J. Linard de Guertechin)
11de Batterij van 4 x Ob105 GP houwitsers (Lt A. Magdonelle)
12de Batterij van 4 x Ob105 GP houwitsers (Cdt H. Stacquet)
Stafbatterij
(Luitenant Y. Dewaele)

Tijdens de mobilisatie

Staf/6A
Het 6de Artillerieregiment (6A) was een actief artillerieregiment dat in vredestijd gestationeerd was te Brussel samen met de rest van de 6de Infanteriedivisie (6Div). 6A werd als divisieartillerie van de 6Div gemobiliseerd op 26 augustus 1939 bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. De vijf groepen van het regiment worden op oorlogsvoet gebracht. Op 30 augustus 1939 is 6A klaar om met de divisie op het terrein te ontplooien. De divisie kreeg een sector op de lijn Halle-Ninove toegewezen waarna ook het 6A zich opstelt ten zuidwesten van Brussel.

Landcommanderij van Alden Biezen

Op 9 november 1939 vertrekt de 6Div naar Zuidoost Limburg en de divisiestaf vestigt zich te Hoeselt van waaruit de regimenten in lijn bevolen worden. De 6Div bevindt zich ten westen van Briegden in de sector tussen Gellik en Genk. De regimentsstaf bevond zich in die periode te Rijkhoven en was geïnstalleerd in het voorhof van de landcommanderij van Alden Biesen waar zich ook de staf van het 14de Regiment Artillerie (14A) bevond [5].

Begin maart 40 neemt de 4de Infanteriedivisie de stellingen van de 6Div bij het Iste Legerkorps (I/CA) over en de divisie wordt gedurende rest van de maand maart een rustperiode gegund aan de kust. De eenheden worden overgeplaatst naar de westkust voor een statische bewakingsopdracht en de divisiestaf vindt onderdak te Oostende. II/14A en III/14A verhuizen mee met de 6Div en blijven tijdelijk onder bevel van 6A.

De laatste verhuis van 6A vond plaats op 30 maart 1940 wanneer de 6Div opnieuw terugkeert naar het Albertkanaal. De divisie neemt de sector Eindhout-Beringen over en wordt toegevoegd aan het het IIde Legerkorps (II/CA). De 6Div bezet een bijzonder breed front van maar liefst 14,6 Km en plaatst, zoals gebruikelijk aan het Albertkanaal, zijn drie infanterieregimenten op één enkele lijn die uit twee echelons bestaat.

Commandant 6A als commandant van de divisieartillerie organiseert zijn middelen als volgt:

De I/6A, IV/6A en III/14A hebben elk twee van hun drie batterijen op een vooruitgeschoven stelling staan om bijkomende artilleriedekking in de diepte te kunnen geven. Te Oostham, Kwaadmechelen en Meerhout zijn hiervoor bijkomende voorwaartse waarnemers geplaatst. Bovendien kan de vooruitgeschoven artillerie indien nodig beroep doen op een observatieballon van de 1ste Compagnie Luchtscheepvaart die opstijglocaties gebruikt te Vorst, Veerle en Westerlo. Deze ballon zal echter nooit ingezet worden.

V/6A wordt I/26A
Deze Groep werd op 31 augustus 1939 gemobiliseerd als V/6A en aangevuld met reservisten van de klas ’38. V/6A gaat op 15 januari over naar het 26ste Artillerieregiment (26A). Dit regiment werd eind januari 1940 opgericht door de overheveling van Vde Groepen van het 6A en het 8A. Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van tweede reserve van een eigen artillerieregiment voorzien. V/6A vervoegde op 26 januari 1940 de 18de Infanteriedivisie (18Div) als I/26A [3].

De Telefonisten-Seingevers van de Klas 38 van V/6A werden opgeleid door Lt De Borghgraeve (met stick).

Staf/6A
Het hoofdkwartier van de 6de Infanteriedivisie, en dus ook de staf van zijn organieke artillerieregiment 6A, bevinden zich aan de vooravond van de oorlog in de Overstraat te Diest. De staf wordt op de hoogte gebracht van het alarm omstreeks middernacht en wanneer bij eerste klaarte het vliegveld van Schaffen wordt aangevallen door de Duitse luchtmacht weet men meteen dat het menens is. Wanneer ook de stad zelf wordt geviseerd door de Luftwaffe en de eerste vliegtuigbommen neervallen in de straten van Diest, maken de staven van de 6Div en het 6A zich in alle haasten klaar voor de verplaatsing naar hun oorlogscommandopost te Okselaar. De divisiestaf betrekt er het landgoed “Het Arendschot”, de staf van 6A vindt onderdak in de nabij gelegen Villa Bosquet langs de Turnhoutsebaan[4].

Med Hulppost/6A
Geneesheer 1ste Kapitein Scarcez, de regimentsarts van 6A, is ingekwartierd bij een Diestse familie aan de Refugiestraat Nr 17 en wordt tijdens de vroege ochtend uit zijn bed gelicht. Op weg naar de CP van 6A, in de vlakbij gelegen Overstraat, ziet hij grote rookpluimen opstijgen vanaf het vliegveld van Schaffen. Wanneer hij het Sint-Elisabeth Hospitaal aan de Michel Theysstraat passeert is hij getuige van de aankomst van de eerste burgerslachtoffers van het bombardement van Schaffen. Na het vertrek van de Staf/6A uit de Overstraat, blijft dokter Scarcez achter te Diest en begeeft zich naar de Medische Hulpplaats (oftewel triagestation) van de 6Div om er gewonden te helpen verzorgen. De Medische Hulpplaats, ingericht door de Lichte Ambulance van de 6Div, heeft zijn intrek genomen in de oude Lakenhalle nabij de kerk. Hij rijdt vervolgens de staf achterna op de fiets van zijn ordonnans. Hij wordt ingekwartierd aan de Turnhoutsebaan Nr 3.

I/6A, II/6A en III/6A
De groepen staan opgesteld op enige afstand van het Albertkanaal en moeten vuursteun leveren aan elk van de drie infanterieregimenten. De Iste en de IIde Groep staan opgesteld respectievelijk in het noordwesten en het noordoosten van Tessenderlo en geven directe vuursteun aan enerzijds het 9de Linieregiment (9Li) en anderzijds het 1ste Regiment Grenadiers (1Gr). Het 1ste Regiment Karabiniers (1C) wordt gesteund door de IIIde Groep opgesteld te Vorst.

IV/6A
De zwaardere houwitsers van de IVde Groep zijn ontplooid op enige afstand ten noorden van Deurne, aan de rechterkant van de spoorlijn 17 van Diest naar Beringen-Mijn. Deze groep vormt tezamen met II/14A en III/14A een ondergroepering in algemene steun van de 6Div.

Staf/6A
Villa Bosquet (Kasteel Hoflach) wordt omstreeks 07u00 kort beschoten door drie overvliegende Messerschmidt 110. De luchtafweer riposteert maar de toestellen kunnen zonder problemen ontkomen. Na de middag, rondom 14u30, volgt een nieuwe belangrijke luchtaanval op de stad Diest. Over een tijdspanne van 20 minuten telt men 82 bominslagen. De stafofficieren zijn misnoegd over het vrij spel dat de Duitse luchtmacht blijkt te hebben. De ganse dag door blijft de Luftwaffe actief boven Oost-Brabant. Er wordt slechts één enkel tweemotorig Brits toestel opgemerkt. Het Groot Hoofdkwartier besluit na de Duitse doorbraak rond Maastricht en Tongeren tot de evacuatie van de Dekkingsstelling langsheen het Albertkanaal. Alle eenheden ten oosten van de K.W. Stelling zullen teruggetrokken worden tot achter deze linie. Ook de 6de Infanteriedivisie ontvangt dit bevel en reageert onmiddellijk door zijn stellingen aan het Albertkanaal te ontruimen en zich naar de meest noordelijke sector van de K.W. Stelling tussen Lier en Sint-Katelijne-Waver te begeven. Tijdens de loop van de avond verlaat ook het 6A zijn stellingen. De marscolonnes worden gevormd en het regiment vat de tocht naar het westen aan.

Med Hulppost/6A
Omstreeks 18u30 komt Majoor Med Bormans, chef van de medische diensten van de 6Div, toe bij de CP van 6A. Hij beveelt 1ste Kapitein Scarcez een Medische Hulppost in te richten bij kilometerpaal 63 van de Engsbergsesteenweg op het kruispunt met de Tessenderloseweg. 1Kapt Scarcez rijdt samen met Maj Bormans naar de Medische Hulpplaats van de 6Div te Averbode om er een motorambulance op te halen. De ambulance moet worden ingezet om vanaf kilometerpaal 63 de hulpposten van enkele nabij gelegen groepen van 6A en 14A te ondersteunen. Te Averbode zijn inmiddels de eerste militaire gewonden aangekomen. Er worden drie manschappen van het 1Gr aangebracht die bij de vernieling van de brug van Kwaadmechelen door brokstukken geraakt werden. De regimentsarts verlaat Averbode en rijdt in de ambulance terug richting Tessenderlo via Zichem, Scherpenheuvel en Diest. Aangekomen in Tessenderlo besluit hij door te rijden tot Genendijk waar III/14A zich bevindt. Hij draagt het voertuig over OLt Med Allard, eenheidsarts van deze groep, en heeft de arts het bevel om de leiding te nemen van de Hulppost bij kilometerpaal 63. OLt Med Allard, wiens ambulance onherstelbaar beschadigd werd tijdens het bombardement van Schaffen, zit zonder transport voor zijn medisch materieel en kan de ambulance goed gebruiken.

Staf/6A
De 6de Infanteriedivisie is op weg naar de K.W. Stelling. De divisiestaf en de staf van 6A komen aan in Kasteel Ter Laeken te Booischot. Daar aangekomen laat de staf van het II/LK weten dat de ontruiming van het Albertkanaal te voorbarig was en dat een gedeelte van de troepen van de divisie de terugtocht van de rest van het veldleger moet ondersteunen. Uiteindelijk wordt enkel het 1C tijdelijk teruggestuurd naar zijn oorspronkelijke stellingen aan het Albertkanaal. De andere eenheden, inclusief het 6A komen aan in hun nieuwe sector.

Staf/6A
De divisiestaf en de staf van 6A worden tijdens de tweede helft van de nacht van 12 op 13 mei verplaatst naar Lint. Het 6A bevindt zich na de terugtocht van het veldleger van het Albertkanaal aan de K.W. Stelling in de sector Lier – Sint-Katelijne-Waver. De ontplooiing van de Belgische troepen op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Tussen Lier en Rijmenam staat het IIde Legerkorps opgesteld met de 6Div en de 11Div aan het front en de 9Div in reserve. Tussen Rijmenam en Leuven ligt het VIde Legerkorps met de 2Div en de 5Div in eerste lijn en de 10Div in reserve. De grens tussen de beide korpsen loopt langs de noordrand van Hever, door Rijmenam tot aan de anti-tankmuur.

I/6A
De I/6A vormt een tijdelijke groepering met II/14A en III/14A. De IIde Groep van 14A staat opgesteld te Lint, de IIIde Groep van 14A ten westen van Lier.

II/6A en III/6A
De II/6A gaat in stelling net ten oosten van Duffel en vormt een samen met de III/6A een tijdelijke groepering die onder leiding van Majoor de Creeft vuursteun zal leveren aan het 1Gr.

Staf/6A
In de sector van de 6de Infanteriedivisie blijft het rustig langsheen de K.W. Stelling. Aan het eind van de dag komt het 1C aan in de sector van de divisie en worden de posities herschikt om plaats te maken voor dit regiment. De artillerie voert dan ook enkele aanpassingen aan haar vuurplan uit.

Het 6A blijft op zijn stellingen en komt niet in actie.

Een C75TR kanon met bijbehorende munitiecaisson (foto uit het interbellum).

Staf 6Div
Om aan de aandacht van de Duitse luchtmacht te ontsnappen, wordt het commando van de 6Div tijdens de nacht van 15 op 16 mei verhuisd naar het Spoorwegfortje van Duffel. Ook de staf van 6A gaat mee.

De geallieerde legers besluiten dat de Belgen zich moeten terugtrekken van de K.W. Stelling naar een nieuwe linie tussen Terneuzen, Gent en Oudenaarde. De aftocht zal in drie etappes uitgevoerd worden en moet op 19 mei voltooid zijn. De divisiestaf wordt dan in één ruk doorgestuurd naar zijn nieuwe standplaats te Kaprijke. De planners wijzen de divisie toe aan de sector Zelzate aan het Kanaal Gent-Terneuzen.

De groepen van het 6A maken zich vanaf de middag klaar voor de aftocht. Omdat het aan transportmiddelen ontbreekt, moet heel wat munitie ter plekke achtergelaten en vernield worden.

II/6A
De IIde Groep van 6A slaagt er in om met het Autopeloton voor Artilleriemunitie van de divisietroepen toch het gros van zijn munitie op transport te zetten.

Tijdens de nacht van 16 op 17 mei verlaten de colonnes van het 6A de K.W. Stelling via de steenweg van Lier naar Mechelen.

Een deel van de troepen van de 6de Infanteriedivisie wordt aan het eind van de dag met vrachtwagens en autobussen van de Legerautogroepering direct naar het Kanaal Gent-Terneuzen rond Zelzate vervoerd.

De paardencolonnes van het 6A steken te Willebroek het gelijknamige kanaal over en houden halt op de linkeroever van deze waterweg.

Het regiment laat het Kanaal van Willebroek achter zich en zet zich op weg naar de Schelde. Het 6A kruist de stroom via de op boten gebouwde noodbrug te Baasrode. Het regiment kantonneert tijdens de avond van 18 mei te Zele op zo’n 10 Km ten westen van de Scheldeovergang te Baasrode.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/6A
Het regiment wordt doorgestuurd naar Lokeren van waar het eveneens per trein naar Zelzate zal gebracht worden.

Bij het naderen van de stad moeten de manschappen toekijken hoe het station van Lokeren gebombardeerd. Alle verdere treinverkeer wordt onmogelijk en er rest het regiment niets anders dan de tocht over de weg verder te zetten. De marsroute van het 6A loopt via Moerbeke-Waas richting Zelzate.

De colonnes worden onderweg met de beschikbare mitrailleurs beveiligd wanneer het nieuws binnen loopt dat de eerste Duitse infiltraties in het Waasland plaats gevonden hebben en de vijand de Belgen tracht bij te benen. Moerbeke-Waas wordt gedekt door een detachement van het 2L dat met behulp van een aantal C47 anti-tankkanonnen de naar het oosten gerichten invalswegen blokkeert.

De 6de Infanteriedivisie start met de ontplooiing in de sector Zelzate van de nieuwe verdedigingslinie achter het Kanaal-Gent Terneuzen. De groepen van het 6A worden bij hun aankomst aan het eind van de dag toegewezen aan de verschillende infanterieregimenten.

II/6A
De II/6A gaat in stelling te Callemansputte en wordt aangeduid als vuursteunelement van het 1C.

Staf/6A
Tijdens de avond vernietigt de genie de brug van Zelzate. Tijdens de nacht van 19 op 20 mei valt het eerste vijandelijk artillerievuur neer op de stellingen van de 6de Infanteriedivisie waardoor  het duidelijk wordt dat de Duitsers de oostelijke kanaaloever naderen. Het 6A opent samen met de rest van de Belgische artillerie het vuur.

Staf/6A
De eerste Duitsers duiken op aan het Kanaal Gent-Terneuzen. Er wordt voortdurend over en weer geschoten door de artillerie.

Tijdens de Conferentie van Ieper besluit het Belgische oppercommando om de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te verlaten en binnen twee dagen op nieuwe stellingen te staan aan het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf.

Staf/6A
Aan het Kanaal Gent-Terneuzen zal het langst worden stand gehouden om de intendance voldoende tijd te geven het grote depot te Eeklo te ontruimen en de diverse voorraden in veiligheid te brengen. De 6Div maakt zich klaar voor de aftocht en wordt die dag afgelost door het 2Cy en het 1G die de achterhoede zullen vormen bij de komende aftocht naar het Afleidingskanaal van de Leie. Het 6A verlaat zijn stellingen en wordt afgelost door enkele batterijen van de artillerie van het Cavaleriekorps. Het 6A zet zich op weg naar Eeklo.

Staf/6A
Aan het Afleidingskanaal van de Leie gaat de 6Div in stelling in de ondersector Balgerhoeke – Veldekens. Het 1Gr bezet Balgerhoeke en het 1C Veldekens. Beide regimenten worden door telkens twee groepen van het 6A ondersteund. Het divisiehoofdkwartier staat opgesteld te Kleit.

II/6A
II/6A ontplooit zich nabij Kleit.

Staf/6A
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei hebben de laatste Belgen het Kanaal Gent-Terneuzen verlaten. De Duitsers steken snel het kanaal over en achtervolgen de Belgen tot aan de volgende linie langsheen het Afleidingskanaal. Tijdens dezelfde nacht wordt het 9Li uit de 6Div  gehaald en onmiddellijk naar de Leie gestuurd waar men versterking nodig heeft.

De Duitse troepen wagen aan het eind van de dag een eerste oversteekpoging over het Alfleidingskanaal in de ondersector van het 2Li.

Staf/6A
Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit. De 6Div heeft in de nacht van 24 op 25 mei het 9Li naar het zuidelijk front aan de Leie moeten sturen om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. In de ochtend krijgen ook de divisiestaf en het 1Gr het bevel om naar de Leie te vertrekken. De 6Div zal afgelost worden door de uit Gent aangekomen 18de Infanteriedivisie (18Div). Het 6A wordt samen met de overgebleven formaties van de divisie naar de 18Div overgeheveld. De 18Div zal voor de nakende actie aan het Afleidingskanaal samengesteld worden uit de volgende eenheden:

Dit geheel zal artilleriesteun ontvangen van de vier groepen van het 6A. De Iste en IIIde Groep van het 13de Regiment Artillerie (13A) leveren bijkomende vuurkracht van op hun nieuwe posities te Kleit, Kampel en Prinsenveld. Drie secties C40 Bofors kanonnen van de IXde groep van het 1DTCA staan in voor de luchtafweer.

Het 6A voert regelmatig vuuropdrachten uit ten behoeve van de infanterie van de 18Div. De IIde Groep van het 6A wordt tijdens de namiddag gemitrailleerd door vijandelijke vliegtuigen.

De vijand onderneemt twee geslaagde oversteekpogingen in de ondersectoren van het 23Li en het 2Li. De regimentsstaf van het 23Li en het II/23Li worden al snel ingedrukt en begeven onder de vijandelijke druk. Het 6A wordt ingezet bij de Belgische tegenaanval en bestookt de Duitse overgangspunten rond Balgerhoeke.

Na de middag krijgt de II/6A te maken met grote groep vluchtelingen van het 23Li die door de stellingen van de groep naar het zuidwesten trachten te ontkomen. Majoor Lecocq houdt de vluchtende militairen manu militari staande en slaagt er in het detachement ter plekke halt te laten houden en opnieuw tot de actie over te gaan.

De Luftwaffe voert aanhoudend raids uit op de Belgische posities. De stellingen van de IVde Groep worden aangevallen door Messerschmidt 109 jagers. Zes artilleristen raken gewond en worden afgevoerd naar Oostveld. Twintig paarden worden gedood of moeten worden afgemaakt. Ook bij de Iste Groep worden rake klappen uitgedeeld. Soldaat Carbonne wordt op de stelling neergekogeld door Duitse vliegtuigen. Soldaat Buys raakt zwaargewond en zal ‘s anderendaags overlijden. Er zijn zeven overige gewonden.

Wanneer aan het eind van de dag de Duitsers de druk op de eenheden van de 12Div blijven opvoeren en het duidelijk wordt dat een Belgische tegenaanval er niet meer in zit, worden plannen gemaakt voor de aftocht. Omstreeks 21u00 krijgen alle eenheden van het Vde Legerkorps aan het Afleidingskanaal van de Leie het bevel om zich tijdens de nacht terug te trekken achter de lijn Stroburg-Maldegem-Kleit.

Ook het 6A breekt zijn stellingen op en gaat er vandoor. De regimentsstaf volgt de staf van de 18de Infanteriedivisie naar de Hoogstraat net ten oosten van Oedelem.

De IIde Groep vertrekt naar de omgeving van Knesselare en blijft steun verlenen aan het terugtrekkende 1C.

De IIIde Groep ligt nog steeds onder artillerievuur wanneer de stellingen verlaten worden.

Staf/6A
De regimentsstaf bereikt de Hoogstraat ten oosten van de dorpskern van Oedelem omstreeks 05u00

Het 1C heeft stellingen ingenomen tussen Knesselare en Ursel, maar laat de artillerie weten dat het denkt niet lang stand te houden. Het 6A maakt alle groepen klaar voor een nieuwe verplaatsing, verder van het naderende front. Tezelfdertijd worden de nodige maatregelen genomen voor de nabije verdediging van de schootsstellingen.

Later op de dag moet het 6A, net zoals talrijke andere eenheden in de omgeving, het Kanaal Gent-Brugge oversteken. Daarbij worden te Beernem en Oedelem in alle haasten telkens een anti-tankcentrum ingericht. De II/6A plaatst drie kanonnen in anti-tankstelling te Beernem.

Staf/6A
Het 6A verneemt het nieuws van de capitulatie op zijn posities ten zuidwesten van Torhout. De overgebleven eenheden van de IVde Groep staan rond Handzame opgesteld.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Verslag van Kapitein-commandant Lecocq, bevelhebber van II/6A, aan de Historische Dienst van de Krijgsmacht, opgesteld op 20 februari 1946.
  2. Verslag van Geneesheer 1ste Kapitein R. Scarcez, regimentsarts van 6A, opgesteld op 27 juli 1940. Hoewel het een persoonlijk relaas van de 18-daagse veldtocht betreft bevat het verslag relevante informatie over plaats en tijd van bepaalde gebeurtenissen. [On Line beschikbaar]: http://www.maisondusouvenir.be/docteur_scarcez.php [Laatst geraadpleegd 10 januari 2017]
  3. Getuigenis Honoré D’Haese, oudstrijder van initieel de 14de Batterij van V/6A en vervolgens van de 2de Batterij van I/26A. (zie ook foto van 14/V/6A).
  4. Het landgoed “Het Arendschot” bevindt zich temidden van een groot park in Okselaar. In hetzelfde park bevindt zich ook een grote villa, de Villa Bosquet. Het park wordt aan de ene kant begrenst door de Turnhoutse baan, aan de andere kant door de Pastoor Brissacstraat. Sommige bronnen vermelden als opstelplaats voor de CP van 6A ook het Kasteel Hoflach (TBC).
  5. Alde Biesen, Voormalige Commanderij der Teutonische Orde in Woord en Beeld, door Jhr Roelants du Vivier, Uitgeverij Nassen, Bilzen, 1964