26ste Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 26ste Regiment Artillerie | 26ème Régiment d’Artillerie | 26A
Type Regiment veldartillerie van de tweede reserve
Ontdubbeld van 6de Regiment Artillerie
8ste Regiment Artillerie
Onderdeel van 13de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel E. Laffineur
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant J-M. Stinglhamber
Standplaats Dekkingsstelling – Versterkte Positie Antwerpen
Samenstelling I Groep (Majoor graaf G. de Meeûs d’Argenteuil) 1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt P. Abs)
2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt M. Peters)
3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt M. Begon)
II Groep (Kapitein-commandant A. Verbist) 4de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt P. Dubois)
5de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt C. Lemercier)
6de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt G. Van Den Bergen)
Stafbatterij (Luitenant E. Lamy)

Tijdens de mobilisatie

Staf/26A
Het 26ste Regiment Artillerie (26A) werd eind januari 1940, bij een reorganisatie van de artillerie, als artillerieregiment van tweede reserve samengesteld uit de Vde Groep van het 6de Regiment Artillerie (6A) en de Vde Groep van het 8ste Regiment Artillerie (8A). Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van tweede reserve van een organiek artillerieregiment voorzien. Zo zullen de 13de, 14de en 15de Batterij van het 6A de kern vormen van respectievelijk de 1ste , 2de en 3de Batterij van 26A. De toenmalige bevelhebber van de 14Bij, Kapitein-commandant Stinglhamber, wordt in januari 1940 aangesteld worden als adjudant-majoor van 26A.

Het 26A wordt aangeduid als divisieartillerie van de 18de Infanteriedivisie (18Div), een divisie van tweede reserve. Het regiment beschikt over 24 kanonnen 75mm die door paardengespannen getrokken worden. Omdat de 18Div op 10 mei op de Vooruitgeschoven stelling langs het Kanaal Dessel-Turnout-Schoten opgesteld staat en bij deze opstelling beter gediend is door snel verplaatsbaar geschut, wordt het 26A op de slagorde van de 18Div vervangen door de volledig gemotoriseerde Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A).

Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

Het 26A wordt niet in reserve gehouden maar tijdelijk aangehecht bij de 13de Infanteriedivisie (13Div) binnen de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). De 13Div staat opgesteld ten noordoosten van de stad. De drie infanterieregimenten van de 13Div zijn het 32ste Linieregiment (32Li), het 33ste Linieregiment (33Li) en het 34ste Linieregiment (34Li) die aan de vooravond van de oorlog in lijn staan opgesteld van noord naar zuid achter de anti-tankgracht [1] van de VPA.

Binnen de 13Div worden de vuren van de verschillende groepen waarover de divisie beschikt verdeeld door 21A, het divisieartillerieregiment van de 13Div. Kolonel Terlin, regimentscommandant van 21A en tevens CADI (oftewel Commandant d’Artillerie de la Division) van de 13Div, heeft de vuursteun als volgt verdeeld:

  • I/21A in directe steun van 32Li
  • II/12A in directe steun van 33Li
  • II/21A in directe steun van 34Li
  • I/26A en II/26A in algemene steun van de 13Div.
  • 10/IV/3LA detacheert telkens één sectie (benaming voor een peloton bij de artillerie) van vier MVD naar elk infanterieregiment.

Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

De Schans van Drijhoek. In de nabijheid van dit bolwerk bevond zich tevens de voorwaartse stelling van I/26A.

Staf/26A
Het commando van het 26A staat samen met het commando van het 21ste Regiment Artillerie (21A) opgesteld in het Reigershof (benaming opstelplaats TBC) te Merksem nabij de staf van de 13Div. De groepen bevinden zich op enige kilometers achter de anti-tankgracht, het eerste verdedigingsechelon rond Antwerpen, en staan opgesteld aan beide kanten van de nu verdwenen tramlijn 63 naar Maria-ter-Heide. Het 26A levert algemene vuursteun aan de 13Div. Om deze opdracht naar behoren uit te voeren laat Luitenant-kolonel Lafinneur, regimentscommandant van 26A, voorwaartse stellingen innemen. I/26A moet twee batterijen opstellen nabij de Schans van Drijhoek op de limiet van 33Li en 34Li, terwijl II/26A twee batterijen opstelt nabij Hoge Kaart op de limiet van 32Li en 33Li [2].

Iets na middernacht wordt de 26A op de hoogte gebracht van het algemeen alarm en in de loop van de ochtend van 10 mei gaat men over naar alarmstadium II. Tijdens de voormiddag beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schootsveld voor de anti-tankgracht (het eerste echelon) wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen.

I/26A
De Iste Groep (I/26A) is ontplooid op de uitgestrekte terreinen van Kasteel Vordenstein [7] tussen het kruispunt Kleine Bareel en Schoten. De commandopost van de groep is ondergebracht in het kasteel zelf.

  • 2/I/26A
    De 2de Batterij staat opgesteld net achter het beekje dat door het kasteelpark loopt, in de buurt van het koetshuis. De telefooncentrale van de batterij is geïnstalleerd op de eerste verdieping van het koetshuis en wordt uitgebaat door een wachtploeg van drie militairen, waaronder ook Soldaat Honoré D’Haese. De batterij heeft van hier uit directe verbindingen naar de commandopost van de groep, de staf van het regiment, een waarnemingspost aan de anti-tankgracht en tenslotte met de paardengespannen en de voortreinen van de stukken die eveneens op het domein Vordenstein staan.
  • Voorwaartse stellingen I/26A
    Naast de stelling te Vordenstein heeft Iste Groep de 1ste en de 3de batterij ontplooid op een voorwaartse stelling nabij de schans van Drijhoek.
Kasteel Voshol te Brasschaat waar de Staf van II/26A zijn intrek had genomen

Kasteel Voshol aan de Voshollei te Brasschaat waar de Staf van II/26A tijdens de mobilisatie zijn intrek had genomen

II/26A
De hoofdstelling van de IIde Groep (II/26A) bevindt zich op een kilometer ten noorden van de Kleine Bareel, rondom het Sint-Michielscollege tussen de Kapelsesteenweg en de Voshollei te Brasschaat. Ook de IIde Groep heeft twee batterijen laten stelling nemen op voorwaartse stellingen. De staf van II/26A, tijdens de mobilisatie ondergebracht in het Kasteel Voshol aan de Voshollei, verplaatst zich naar het Brasschaatse gehucht Hoge Kaart nabij de voorwaartse stelling van de groep. Het ravitailleringsechelon staat op het Kasteel van Laar. De groep heeft onder meer een observatiepost in de watertoren te Brasschaat.

  • 6/II/26A
    De 6de Batterij (6/II/26A) staat opgesteld in het kasteelpark van het Kasteel Vries(en)donk gelegen aan de Donksesteenweg 162 te Brasschaat.
  • Voorwaartse stellingen II/26A
    De 4de en de 5de Batterij bevinden zich op een voorwaartse batterijstelling nabij Hoge Kaart. Na ontvangst van het algemeen alarm verbeteren de batterijen de camouflage van hun stellingen en bereiden ook hun hoofdstellingen voor (ook nog “position de repli” of “position définitive” genoemd) in de driehoek gevormd door Vriesdonk – Donk – Kleine Bareel ter hoogte van het Sint-Michielscollege. Ook dienen er contra-parachutisten patrouilles gelopen te worden.

Staf/26A
Rond 14u00 valt in de verte het geluid van explosies te horen. De artilleristen weten dan nog niet dat er een zware luchtaanval op het Kamp van Brasschaat aan de gang is.  Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhouden. Onder meer het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) en het Fort van Brasschaat worden geraakt.

I/26A

  • 3/I/26A
    Boven de stelling van de 3de Batterij vindt een luchtgevecht plaats tussen zes Franse en zes Duitse jachtvliegtuigen. Een Frans toestel wordt neergehaald en de piloot tracht zich per parachute te redden. De man wordt echter tijdens het afdalen gewond door het geweervuur van enkele nerveuze militairen van de batterij.

II/26A
Er heerst een verhoogde waakzaamheid op en rond de stellingen. Een vermeende spion wordt door militairen van II/26A aangehouden en aan de Provoostdienst van de 13Div uitgeleverd.

Staf/26A
Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmfase IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per infanterieregiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De afbakeningen en markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

I/26A

  • 3/I/26A
    De spionnenkoorts zet zich verder.  Op de stelling van de 3de Batterij vindt tijdens de nacht van 12 op 13 mei een droevig incident plaats: Wachtmeester De Dobbelaere schiet Soldaat Desmet in de duisternis neer wanneer deze laatste geen gehoor geeft aan de schildwacht. Desmet wordt om 08u00 opgehaald met een ambulance en overlijdt op 14 mei in het militair hospitaal van Antwerpen.

Staf/26A
De Duitsers worden te Zundert (NDL), halfweg Breda en Wuustwezel, gesignaleerd en de wegvernielingen te Wuustwezel-Grens zijn uitgevoerd. Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmfase V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

Traditionele groepsfoto van de Klas 38 van de 14de Batterij van V/6A. (foto: Honoré d’Haese).

II/26A
Het ravitailleringsechelon meldt om 11u40 het neerhalen van een Duits vliegtuig door één van hun mitrailleurploegen. Het vliegtuig zou zijn neergestort in een veld nabij het Peerdsbos. Voorts wordt gewerkt aan de verbetering van de vuurplanning.

Staf/26A
De voorposten van het 33Li melden dat de Duitse voorhoede te Wuustwezel aangekomen is. Uit de bossen rond de Kleinenberg vorderen diverse detachementen van de vijand. Het dorp Brecht is voorlopig nog in Franse handen. Het 476ste Duitse Infanterieregiment [476(DEU)IR] vordert duidelijk langsheen de Bredabaan en even voor middernacht wordt bevestigd dat nu ook Gooreind bezet is. Meerdere vuren worden voorbereid maar niet uitgevoerd op bevel van de CADI 13Div. Het 26A wordt momenteel nog niet ingezet.

Staf/26A
Omstreeks 16u10 bereiken de eerste Duitse troepen de meest veraf gelegen Belgische mijnenvelden voor de VPA. Een naar de noordrand van het Kamp van Brasschaat uitgestuurde patrouille kan melden dat de vijand hier nog niet is aangekomen. De Belgen wachten verder af. Rond 23u00 opent 26A voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog het vuur.

I/26A

  • 3/I/26A
    Om 23u00 wordt beroep gedaan om de 3Bij om enkele storingsvuren te ontketenen. De 3Bij zal tot 02u30 vuuraanvragen binnen krijgen.

II/26A
Om 23u00 krijgt de ook de IIde Groep zijn eerste vuuraanvragen binnen. Het betreft voornamelijk storingsvuren.

  • 4/II/26A
    De 4de Batterij van Kapitein-commandant Dubois, met Lt Res Decal en Lt Res Bassompierre als sectiecommandanten wacht in de late avond de eerste vuurbevelen af. Voor middernacht wordt de batterij niet ingezet.
  • 5/II/26A
    De 5de Batterij opent vanop de voorwaartse stelling Hoge Kaart het vuur om 23u00 en zal tot 02u30 in de ochtend van 16 mei vuuraanvragen beantwoorden.

Staf/26A
Tijdens de tweede helft van de nacht van 15 op 16 mei keren ook de twee laatste batterijen terug naar hun hoofdstellingen en tegen de ochtend zijn de voorwaartse stellingen verlaten. Elke groep is nu opnieuw volledig. De batterijen komen in de loop van de dag opnieuw in actie en er worden diverse vuuropdrachten uitgevoerd. Omstreeks 14u30 worden Duitse verkenners gesignaleerd voor het eerste echelon van 33Li. Twee uur later, om 16u30, worden vijandelijke troepen gemeld op het vliegveld van Brasschaat. De vijand komt steeds dichterbij en even voor 18u00 installeren vijandelijke mitrailleurnesten zich op ongeveer 100m voor de eigen linies. De Duitsers verkennen de Belgische stellingen en houden zich gedeisd in afwachting van de aanval

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werd moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven, de Versterkte Positie Antwerpen zal pas opgegeven worden tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

I/26A
De groep krijgt van de Staf/26A om 03u00 bevel om de twee batterijen ontplooid op de voorwaartse stelling terug te trekken naar zijn hoofdstelling.

  • 3/I/26A
    De 3de Batterij start om 03u00 met de verplaatsing naar zijn hoofdstelling te Schoten. De kanonnen worden onmiddellijk na aankomst ontplooid en de batterij werkt de ganse dag aan het behoorlijk inrichten van zijn nieuwe posities. De caissons worden bevoorraad. Er worden eveneens loopgrachten gegraven voor de kanonniers.

II/26A
Om 02u30 beveelt de Staf/26A om de 4de en de 5de Bij terug te plooien op hun hoofdstellingen. Van zodra alle batterijen klaar tot vuren zijn op de hoofdstelling worden meerdere groepvuren (door beide batterijen tegelijkertijd) en enkele batterijvuren ontketend. Het betreft vooral concentratievuren.

  • 4/II/26A
    De Batterij krijgt in de vroege ochtend van 16 mei een eerste vuuraanvraag binnen. De batterij levert een storingsvuur af op de zone voor de anti-tankgracht. De  vuuropdrachten duren voort tot ongeveer 02u00 waarna de batterij bevel krijgt zich te verplaatsen naar zijn hoofdstelling in het gehucht Donk langs de Kapelsesteenweg. Om 02u30 verlaat de 4Bij de voorwaartse stelling.
  • 5/II/26A
    Onmiddellijk na het beëindigen van de laatste vuuropdracht vanaf de stelling nabij Hoge Kaart begint de 5de Batterij om 02u30 met de verplaatsing naar zijn hoofdstelling nabij het Sint-Michielscollege. Eens geïnstalleerd op de nieuwe stelling komen nieuwe vuuropdrachten binnen.

Verlofpas van telefonist-seingever Honoré d’Haese.

Staf/26A
Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt de watertoren van Brasschaat door Duitse artillerie beschoten. De Duitse artillerie gebruik de watertoren om zijn kanonnen in te schieten en voert een paar regelingsvuren uit. De watertoren zelf wordt niet geraakt maar de waarnemingspost wordt wel ontruimd. Ook op talrijke andere locaties binnen de sector van de 13de Infanteriedivisie komen vijandelijke obussen neer en de telefooncommunicatie wordt op diverse plaatsen verstoord. Om 19u50 beveelt de staf van het Vde Legerkorps dat het 26A de terugtocht uit te Versterkte Positie Antwerpen dient te vervoegen. Het regiment krijgt een marsorder met bestemming Sint-Gillis-Waas en start met het opbreken van de stellingen. De paardengespannen en motorvoertuigen van het regiment begeven zich naar de autotunnel onder de Schelde.  Bij de ingang tot de tunnel staat een detachement van de Rijkswacht opgesteld dat het drukke militaire verkeer regelt om een vlotte doorstroom van de eenheden te verzekeren. Wie zich niet bij zijn eenheid bevindt, wordt tegengehouden. Ook bij de doortocht van 26A worden verloren gelopen militairen uit de colonne gepikt en opzij gezet tot na de doortocht van de artilleristen. Een deel der manschappen die over een fiets beschikken, zoals het verbindings- en observatiepersoneel, steekt de Schelde over via de veerboot naar Sint-Anneke. Dit detachement wielrijders wordt bij het uitstijgen op de linkeroever kort beschoten door Duitse artillerie die de kade van het veer maar al te goed wist liggen. Er vallen gelukkig geen slachtoffers.

I/26A
Gedurende de ganse dag worden vuuraanvragen beantwoord tot de groep om 19u50 bevel krijgt de stellingen te ontruimen en de verplaatsing naar Sint-Gillis-Waas in te zetten.

II/26A
Ook II/26A voert met regelmaat van klok vuuropdrachten ten voordele van de 13Div uit.

  • 5/II/26A
    Om 19u50 breekt de 5Bij zijn stelling nabij het Sint-Michielscollege op en begeeft zich naar Sint-Gillis-Waas waar de batterij op 18 mei rond 02u30 toekomt.
  • 6/II/26A
    Onderweg raakt Soldaat Degrijse van de 6Bij zwaar gewond bij een ongelukkige val. Hij wordt verzorgd door de dokter van de IIde Groep en afgevoerd via de medische keten.

Staf/26A
Het 26A komt aan te Sint-Gillis-Waas vanaf 02u30.  Het regiment krijgt enkele uren rust.  26A is niet langer in versterking van de 13Div maar wordt vanaf 18 mei in vuurversterking gegeven van de 17de Infanteriedivisie (17Div). De opdrachten van 26A zullen vanaf nu tot het einde van de veldtocht vastgelegd worden door Luitenant-kolonel Philippron, commandant van het 25ste Regiment Artillerie (25A) en tevens CADI van de 17Div. De 17Div, eveneens een divisie van tweede reserve en stond initieel ook opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen. Deze divisie werd gedurende de nacht van 17 op 18 mei teruggeplooid op de linkeroever en bevindt zich op 18 mei in een verzamelzone ter hoogte van Sint-Niklaas. Voor de beveiliging van de terugtocht van het Vde Legerkorps (V/LK) door het Waasland wordt door de 17Div een groepering opgericht bestaande uit de pelotons verkenner van zijn infanterieregimenten. Deze groepering wordt later nog versterkt met de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (Gp Cy 15Div). Het geheel staat rechtstreeks onder het bevel van de divisiestaf. De groepering wordt naar het Hoofd van Vlaanderen gestuurd en zal ontplooien ten oosten van de forten van Kruibeke en Kallo. Rond 11u00 stuurt de divisiestaf zijn drie infanterieregimenten vanuit Sint-Niklaas terug richting Schelde. Het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) en het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) nemen stelling achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) zal in reserve geplaatst worden achter de beide andere regimenten. In de late namiddag wordt beroep gedaan op één groep van 26A om de eenheden van de 17Div van de nodige vuursteun te voorzien.

Het Cavaleriekorps zal deze dekkingsopdracht van de 17Div overnemen tijdens de nacht van 18 op 19 mei. Om middernacht loopt de opdracht van 26A om de 17Div te steunen dan ook af en de ontplooide batterijen kunnen nu de rest van het regiment vervoegen in Zuiddorpe.

I/26A
De Iste Groep wordt niet ingezet ten voordele van de 17Div maar zal één batterij ontplooien om de aftocht van het regiment naar Zuiddorpe te dekken.

  • 3/I/26A
    De aftocht van het regiment wordt gedekt door de 3de Batterij die tussen 22u00 en 24u00 stelling neemt aan te oostrand van Sint-Gillis-Waas met front richting Schelde. De batterij vervoegt de aftocht bij einde opdracht.

II/26A
De IIde Groep geniet van een korte rustperiode in Sint-Gillis-Waas maar wordt tijdens de namiddag ontplooid in de omgeving van Beveren-Waas om er eenheden van de 17Div, die een defensieve stelling in het Hoofd van Vlaanderen bezetten, met artillerievuur te ondersteunen. De stellingname is afgerond tegen 20u40, maar nog geen half uur later krijgt de groep het bevel om alle materieel klaar te maken voor een onmiddellijke verplaatsing naar Zuiddorpe in Zeeuws-Vlaanderen. De aangeduide marsroute loopt over Stekene en Koewacht.

  • 5/II/26A
    Onmiddellijk na de aankomst van de 5Bij in Sint-Gillis-Waas wordt om 02u30 een van munitie voorzien stuk van de 5Bij aan de oostelijke toegang tot het dorp opgesteld om eventueel met direct vuur tussenbeide te komen bij een voortijdige Duitse doorbraak over de Schelde. De rest van de batterij wordt niet ingezet tot 17u30 wanneer de batterij opdracht krijgt om stelling te nemen te Nieuwkerken-Waas ten westen van Beveren-Waas. De stelling wordt ingericht en de camouflage aangebracht. De batterij blijft op stelling tot middernacht.

Staf/26A
Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde Legerkorps met de 17de Infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas-van-Gent en 6de Infanteriedivisie tussen Sas van Gent en Zelzate. De 17Div en dus ook 26A moeten zich zo snel mogelijk naar het Kanaal Gent-Terneuzen begeven om er stelling te nemen tussen Sluiskil en Sas-van-Gent.

De colonnes van het regiment steken de Nederlandse grens over en bereiken Zuiddorpe rondom 07u00. De achtertrein van de commandocaisson van Kapitein-commandant Stinglhamber is onderweg beschadigd geraakt. Het regiment beschikte over dergelijke caissons voor het transport van het schootsbureel. Het materieel werd overgeladen en de caisson wordt vernield. Na een rustpauze van enkele uren krijgt het het regiment om 14u00 het bevel om zich naar Assenede te verplaatsen. De kop van de colonne verlaat Zuidddorpe om 16u30 en zal het Kanaal Gent-Terneuzen (NDL) oversteken via de brug te Sas-van-Gent. De kanonniers komen te Assenede aan in de loop van de vooravond.

Het regiment krijgt onmiddellijk nieuwe posities toegewezen te Boekhoute en start met de uitvoering van de stellingname. De waakrichting van de kanonnen loopt naar Sas-van-Gent. Tijdens de late avond worden van op deze stellingen enkele vuuropdrachten uitgevoerd. Het regiment wordt echter enigszins naar het noorden verplaatst en tijdens de nacht van 19 op 20 mei worden nieuwe stellingen ingenomen voor de actie aan het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze opdracht zal tot de avond van 21 mei duren. De beide groepen zullen elk een 20-tal vuuropdrachten uitvoeren.

I/26A
Na aankomst in Assenede gaat  I/26A onmiddellijk in stelling ten oosten van Philippine (NDL).

  • 2/I/26A
    Tijdens de verplaatsing naar Zuiddorpe is bij de 2de Batterij een vuurmond vast komen te zitten in een gracht naast de weg. Het kanon kon niet geborgen worden en werd opgeblazen.
  • 3/I/26A
    De 3de Batterij rijdt omstreeks 08u00 als laatste batterij van 26A Zuiddorpe binnen. Van daar uit wordt na een korte rustpauze verder gereisd richting Assenede.

II/26A
Na het beëindigen van de verplaatsing van Zuiddorpe naar Assenede wordt II/26A ontplooid op de Mariapolder. II/26A zal rechtstreekse vuursteun leveren aan het 8J.

  • 5/II/26A
    De 5Bij verlaat de stelling te Nieuwkerken-Waas om 01u15 en begeeft zich via Stekene en Koewacht naar Zuiddorpe waar de batterij om 08u00 toekomt. In het kantonnement van Zuiddorpe wordt de manschappen wat rust en een warme maaltijd gegund. Om 18u00 verlaat de batterij Zuiddorpe met bestemming Assenede. Via Sas-van-Gent wordt Assenede bereikt om middernacht.

I/26A
De Iste Groep is klaar tot vuren vanaf 02u00 maar stelt tijdens de voormiddag vast dat de 3de Batterij over onvoldoende terreindekking beschikt. De batterij zal overdag ter plekke blijven en dient te verhuizen naar een meer verdoken opstelling zodra de avond valt.

  • 3/I/26A
    Kapitein-commandant Begon verlaat de 3de Batterij van 26A om het 3de Regiment Legerartillerie (3LA) te vervoegen. De 3de Batterij wordt overgenomen door Luitenant Lamy tot dan batterijcommandant van de Stafbatterij.

II/26A

  • 5/II/26A
    Om 00u01 neemt de batterij stelling in de Mariapolder ten noordoosten van Assenede.

Staf/26A
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei vervoegt het 26A de aftocht van het Kanaal Gent-Terneuzen naar het Afleidingskanaal van de Leie.

II/26A
De IIde Groep bereikt Maldegem rond 06u30 en wordt doorgestuurd naar de gehuchten Vossenhol (eerste groep) en Donk (tweede groep). De batterijen gaan onmiddellijk in stelling. Het regiment vormt samen met de VIde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (VI/4LA) het algemeen steunelement van de 17Div. Deze opdracht zal behouden blijven tot het vertrek uit Vossenhol en Donk op 27 mei.

Staf/26A
Het regiment is nog steeds in actie bij de gevechten aan het Afleidingskanaal van de Leie. De Duitse aanvallen maken dat de groep nu zijn vuur naar achter verlegd heeft en de kanaaloever zelf beschiet.

Staf/26A
Het regiment wordt teruggetrokken naar Sijsele. Bij aankomst in het dorp worden de colonnes onmiddellijk gedirigeerd naar Sint-Michiels nabij Brugge.

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waarmee enkele officieren van 26A naar Engeland ontsnapten.

Staf/26A
De colonne van 26A komt aan te Sint-Michiels in de loop van de vroege ochtend en verneemt het nieuws van de capitulatie. Enkele officieren van 26A zijn echter niet bereid de strijd te staken na de capitulatie. Cdt Dubois, Lt Nicos, Lt Leloux, Lt Administrateur Jamotte en OLt George Danloy weten aan krijgsgevangenschap te ontsnappen en trekken op 28 mei verder door naar Oostende. Hier botsen ze op een groepje andere officieren die eveneens naar Engeland willen ontkomen. Samen met Lt Res Bogaerts en een Adjt KROLt van het 14de Regiment Artillerie (14A), met Lt de Lancker, 1Kapt Ganshof en Cdt BEM Stiers van de Staf Directie voor aan- en afvoer bij het Leger (DREA) en de Lt Terlinden van het 2de Regiment Lansiers (2L) schepen ze in op het koopvaardijschip “Diamant” van de John Cockerill Line. Het schip van kapitein ter lange omvaart De La Rue verlaat de haven van Oostende rond 07u45 en vaart onder Belgische vlag. ’s Avonds tegen 21u00 bereiken ze de monding van de Theems waar ze voor anker gaan. De Britten komen aan boord en de ontsnapte militairen worden ontwapend. Uiteindelijk mogen ze de 29ste mei aan land te Gravesend waar ze opgevangen worden in de officiersmess van de Milton Barracks. Op 31 mei worden ze doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden werden verzameld [4]. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. De vier artillerieofficieren van 26A verlaten tesamen met dit detachement in de morgen van 03 juni Tenby en stappen in de haven van Milford-Haven aan boord het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit worden ze doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Cdt Dubois wordt aangehecht aan het 20ste Regiment Artillerie (20A) dat zich eveneens in Morbihan bevond, OLt Dandoy wordt op 10 juni overgeplaatst naar het het 34ste Regiment Artillerie (34A) van het Versterkings- en Opleidingscentrum Artillerie (VOC/Aie) in Limoux terwijl Lt Jamotte en Lt Leloux het 6de Versterkings- en Opleidingscentrum (6VOC) vervoegen.

Na de capitulatie

26A wordt na de capitulatie naar Zeeuws-Vlaanderen gestuurd en zal te IJzendijke kantonneren. Op 7 juni wordt het volledige archief van het regiment overgemaakt aan het plaatselijke gemeentebestuur. De bezetter besluit om, met uitzondering van het beroepspersoneel, het regiment niet in krijgsgevangenschap naar Duitsland af te voeren. Op 11 juni 1940 worden alle dienstplichtigen met Duitse toestemming naar huis gestuurd.

OLt George Danloy slaagt erin om na de Franse capitulatie vanuit Zuid-Frankrijk (Sète) via Gibraltar op 17 juni naar Engeland terug te keren en de pas opgerichte Belgische Commando-eenheid te vervoegen. In 1951 werd hij de eerste bevelhebber van het Regiment Para-Commando en eindigde zijn militaire carrière al Generaal-Majoor [5].

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen op de website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 17 januari 2020].
  2. De opdracht van 26A om algemene vuursteun aan de 13Div te leveren noodzaakte een aangepaste opstelling. Voor de opdracht “algemene vuursteun aan een infanteriedivisie” beschikt elk actief divisieartillerieregiment of divisieartillerieregiment van eerste reserve over een IVde Groep uitgerust met 105mm kanonnen. De grotere dracht van deze kanonnen liet tot dat de IVde Groep centraal in de divisiesector en iets verder van de voorste linies ontplooid kan worden. 26A beschikt slechts over 75mm kanonnen en moet bijgevolg voorwaartse stellingen innemen. De voorwaartse stelling van I/26A bevindt zich tussen het 1ste en het 2de echelon van de infanterieregimenten in lijn (dus redelijk dicht bij de voorste linies) terwijl de voorwaartse stelling van II/26A zich achter het 2de echelon van de infanterieregimenten bevindt. Deze getrapte opstelling laat 26A toe zijn opdracht van algemene vuursteun continu uit te voeren ook in diepte want naarmate de vijand dichterbij komt wordt eerst  de voorwaartse stelling van I/26A ontruimd, daarna de voorwaartse stelling van II/26A zonder dat de artilleriesteun onderbroken wordt.
  3. Getuigenis Honoré D’Haese, oudstrijder van de 2de Batterij van het 26A.
  4. Soldaat Jacques Schol overleed op 25 mei aan eerder opgelopen verwondingen tijdens zijn verzorging in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Hij is begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  5. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, p146, Bastenaken, uitgeverij Schmitz; verwijzend naar een verslag opgesteld op 9 juni 1940 te Poitiers door Lt Res de Lancker, een artillerieofficier behorende tot de Staf/DREA.
  6. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, p553, Bastenaken, uitgeverij Schmitz.
  7. Uitgetypt verslag daterend van juni 1945 opgesteld door Cdt Dubois, Batterijcommandant 4Bij/II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere. (Na vergelijking met de verslagen van andere officieren van 26A blijkt Cdt Dubois zich meermaals vergist te hebben in de timing en de locatie van de gebeurtenissen. Hij verklaart met zijn batterij gevuurd te hebben op 13 mei maar toen was de vijand de Belgisch-Nederlandse grens nog niet overgestoken. Andere bronnen melden dat pas op 15 mei voor de eerste keer gevuurd is vanaf de vooruitgeschoven stellingen)
  8. Achtergrondinformatie bij het kasteel Vordenstein waar I/26A stond opgesteld [On Line beschikbaar]:  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/14315 [Laatst geraadpleegd 9 januari 2020].
  9. Handgeschreven relaas van de achttiendaagse veldtocht van Luitenant Dille F. ,sectiecommandant van de 5Bij van II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  10. Handgeschreven relaas van de achttiendaagse veldtocht van Kapitein-commandant Verbist, groepscommandant van II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  11. Uitgetypt relaas van de  achttiendaagse veldtocht van Kapitein-commandant Begon, batterijcommandant van de 3Bij van I/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  12. Handgeschreven summier relaas van de achttiendaagse veldtocht van LtKol Laffineur, regimentscommandant 26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  13. Dossier 26A, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.