23ste Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 23ste Regiment Artillerie | 23ème Régiment d’Artillerie | 23A
Type Regiment veldartillerie van de tweede reserve
Ontdubbeld van 3de Regiment Artillerie / 5de Regiment Artillerie
11de Regiment Artillerie / 10de Regiment Artillerie
Onderdeel van 15de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel Jérôme Van Hooren
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Massenhoven-Herentals
Commandopost in Fort van Kessel
Samenstelling I Groep
(Majoor A. Lagouge)
1ste batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Lt J. De l’Arbre)
2de batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Cdt J. Dieudonné)
3de batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Lt J. Goujon)
II Groep
(Kapitein-commandant C. Leonard)
4de batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Cdt H. Petit)
5de batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Lt R. Delorme)
6de batterij van 4 x C75 TR kanonnen (Cdt E. Antoine)
Stafbatterij
(Onderluitenant A. Desmecht)

Tijdens de mobilisatie

Staf/23A
Het 23ste Regiment Artillerie (23A) werd gevormd te Gembloers op 22 september 1939 als het organieke artillerieregiment van de 15de Infanteriedivisie (15Div).

De Iste Groep (I/23A) werd gemobiliseerd met manschappen en materiaal van de ontbonden Vde Groepen het 3A en 5A. De IIde Groep (II/23A) vond zijn oorsprong in de Vde Groepen van het 11A en 10A. De eenheden zijn in hoofdzaak samengesteld met de militieklassen 26 tot en met 29, aangevuld met miliciens van de klas 39.

Kort na de formatie vertrekt het regiment voor een schietperiode naar het Kamp van Brasschaat. Vervolgens verblijft het 23A gedurende drie weken te Zammel om hierna naar Brumagne te verhuizen. Begin december 1939 komt het regiment aan te Broechem.

Staf/23A
Het commando van het 23A staat opgesteld bij de staf van de 15de Infanteriedivisie te in het Fort van Kessel ten noorden van Lier. Luitenant-kolonel Van Hooren is tevens commandant van de artillerie (CADI) op de divisiestaf. De groepen bevinden zich op enige kilometer achter het Albertkanaal. De artillerie van de 15de Infanteriedivisie wordt versterkt met een tijdelijke artilleriegroepering van II/13A, IV/13A en VI/13A onder bevel van Majoor Blanchy, groepscommandant van IV/13A.  LtKol Van Hooren beslist zijn artillerie als volgt in te zetten:

  • I/23A in directe steun van het 43ste Linieregiment (43Li)
  • II/23A(-) in directe steun van het 31ste Linieregiment (31Li).
  • VI/13A versterkt met 4/II/23A  in directe steun van het 42ste Linieregiment (42Li).
  • II/13A, onder bevel van Majoor Janssens de Bisthoven, in algemen steun van de divisie.

 

I/23A
De drie batterijen van het I/23A hebben hun schootsstellingen even ten zuiden van de Antwerpsesteenweg tussen de dorpen Ranst en Broechem. De groep vormt het direct steunelement van het 43Li. De commandopost van Majoor Lagouge is opgesteld in een huis aan de Van Den Nest Laan, de omgeving van het kerkhof van Broechem. De voortreinen bevinden zich nabij het kruispunt van de Ranstsesteenweg en de Broechemsesteenweg. De 1ste Batterij heeft zijn paardengespannen ondergebracht op de Grote Hoeve. Het echelon ravitaillering en het echelon levensmiddelen tenslotte zijn terug te vinden op boerderij De Hel aan de Hellestraat even ten zuiden van Vremde.

II/23A(-)
De 5de en 6de Batterij van de de II/23A bevinden zich ten oosten van Nijlen. Deze batterijen staan ter beschikking van het 31Li. Kapitein-commandant Léonard en zijn stafgroep werken van op de commandopost van het 31Li te Nijlen.

De eerste oorlogsdag wordt besteed aan het inrichten van de stellingen. De batterijen blijven aanvankelijk in staat van alarm en alle stukken zijn bemand, klaar om onmiddellijk een vuuropdracht uit te voeren. Ook de voortreinen worden stand-by gehouden en de paarden blijven in het harnas. Na de middag wordt deze maatregel versoepeld. De paarden worden afgetuigd en de groep stelt een wachtrooster op voor de schootsstellingen. Buiten een melding van een te Nijlen neergekomen Junkers 52 transporttoestel valt er geen bijzonder nieuws te rapen.

4/II/23A
De 4de Batterij (4/II/23A) is aangehecht bij de VIde Groep van het 13de Regiment Artillerie (VI/13A) die zich te Herenthout, net ten westen van Herentals bevindt. VI/13A versterkt met 4/II/23A  levert vuursteun aan het 42Li.

I/23A
De batterijen blijven op hun stellingen. Met uitzonderingen van een paar alarmmeldingen van vermeende luchtlandingen, is er geen verder nieuws.

II/23A(-)
De groep wacht verdere bevelen af op zijn stellingen. Omstreeks 17u00 wordt een piloot van een neergestort Duits jachttoestel gearresteerd te Viersel.

Staf/23A
Het hoofdkwartier van de 15de Infanteriedivisie laat weten dat met zekerheid kan gezegd worden dat Duitse soldaten vermomd als Nederlandse militairen in de omgeving doorgedrongen zijn en met de plaatselijke bevolking trachten te verbroederen. Er wordt gevraagd om streng op te treden tegen elk verdacht individu. De staf vraagt ook aan zijn beide groepen om in de nabije dorpen alle reklameborden voor Pacha chicorei te verwijderen. Deze reklameborden zouden geheime boodschappen voor vijandelijke infiltranten bevatten.

In tegenstelling tot deze spionnenkoorts, is de vrees om luchtaanvallen dan weer wel gegrond. Na de middag wordt bevolen om tussen alle vuurmonden verbindingsloopgrachten aan te leggen. De batterijcommandanten moeten er op toezien dat alle manschappen zonder opdracht elke luchtwaarneming vermijden en zich schuil houden.

I/23A
Ook de derde oorlogsdag verloopt zonder noemenswaardige incidenten.

II/23A(-)
De bezorgdheid om een luchtlanding stijgt. De groep vormt een gewapend piket dat zo nodig tussenbeide moet komen om parachutisten te neutraliseren.

Staf/23A
Het Groot Hoofdkwartier besluit om nu ook de westelijke helft van het Albertkanaal te verlaten en het veldleger volledig terug te trekken naar de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. De 15Div vormt de schakel tussen de beide stellingen en zal in wijzerzin pivoteren om vervolgens tussen het Albertkanaal en Lier post te vatten. De divisieartillerie zal tijdens de vooravond de verplaatsing aanvatten.

De Staf/23A zal bij het hoofdkwartier van de 15de Infanteriedivisie blijven. Het Autopeloton voor Artilleriemunitie van de divisietroepen zal zich te Boechout installeren om van hier uit het 23A te bevoorraden.

I/23A
Het installatiepersoneel vertrekt tussen 18u00 en 18u30. Ondertussen worden op de stellingen aan het Albertkanaal munitie en materieel klaargemaakt voor het transport. De Iste Groep meldt klaar te zijn voor het vertrekt. De regimentsstaf beveelt de aftocht voor 00u15. De groep krijgt een route opgelegd via de Antwerpsesteenweg tot Ranst, gevolgd door de Ranstsesteenweg naar Lier tot aan de nieuwe posities. De stellingen zullen zo’n 800m ten zuidoosten van de dorpskern komen te liggen.

II/23A(-)
Een niet nader genoemd militair van het echelon ravitaillering onderneemt een zelfmoordpoging en wordt zwaargewond afgevoerd na zich door het hoofd geschoten te hebben. De militairen van het echelon zijn bijzonder aangeslagen. Ook bij de IIde Groep vertrekt het installatiepersoneel in de vooravond om een nieuwe positie gaan uit te zoeken nabij Ranst.

4/II/23A
Kapitein-commandant Leonard krijgt te horen dat zijn 4de Batterij de IIde Groep die nacht opnieuw zal vervoegen.

Staf/23A
Tijdens de ochtend komen de infanterieregimenten van de 15Div aan op hun nieuwe posities. De 15Div bezet nu de sector achter de Nete tussen het Albertkanaal en Lier en heeft zijn hoofdkwartier opgesteld in Fort 3 te Borsbeek. Ten noorden van de 15Div starten de linies van de Versterkte Positie Antwerpen, terwijl ten zuiden van de nieuwe stellingen de 6de Infanteriedivisie aansluit. De Staf/23A is nog steeds aangehecht bij het hoofdkwartier van de 15de Infanteriedivisie.

I/23A
De Iste Groep komt rond 01u15 aan op zijn nieuwe posities ten zuidoosten van Ranst en start onmiddellijk met het opstellen van de batterijen. De commandopost van de groep blijft bij de staf van het 43Li die zich op kasteel Bossenstein nabij Broechem gaat installeren. Om 09u00 zijn de stukken klaar tot vuren. De rest van de dag wordt verder gewerkt aan de stellingen. Schuilplaatsen voor manschappen en munitie worden uitgegraven. Tegen 19u30 zijn ook de nodige observatieposten bemand en de voorwaartse waarnemers aangesloten op het veldtelefoonnet.

II/23A
De IIde Groep heeft zijn nieuwe stellingen op ongeveer 2Km ten westen van de dorpskern van Broechem. Ook hier loopt de waakrichting van de batterijen richting oosten. De 4de Batterij is van zijn opdracht ten voordele van het 42Li ontlast en komt nog tijdens de nacht van 13 op 14 mei aan bij de groep. De groep blijft aangehecht bij het 31Li. Cdt Léonard en zijn staf vervoegen dan ook de CP van 31Li op de Vremsehoeve te Vremde.

De beide groepen worden bij valavond bevoorraad door het Autopeloton voor Artilleriemunitie (PAMA) van de 15Div. De tactische situatie laat nog steeds toe dat de vrachtwagens van het PAMA tot op de stellingen rijden.

I/23A 
De voorwaartse waarnemers melden om 08u55 een groep Duitse vrachtwagens op de baan van Aarschot naar Lier. Er volgt echter geen vuuropdracht. Gedurende de voormiddag wordt overlegd met het commando van het 43Li en wordt het vuurplan op punt gesteld.

De burgerlijke en militaire autoriteiten zijn inmiddels gestart met de volledige evacuatie van de nog achtergebleven inwoners Ranst en de omliggende dorpen. Zodra de bevolking vertrokken is, worden enkele winkels door soldaten geplunderd.

Te 11u35 wordt een eerste missie bevolen: de 3de Batterij dient enkele salvo’s neer te leggen op de zone rond de kerktoren van Massenhoven. Er moet een frontwissel uitgevoerd te worden alvorens de schoten kunnen vertrekken. De batterij heeft een sectie specialisten van de Artillerie Meetdienst ter beschikking om de nauwkeurigheid van het vuur na te kijken en aan te passen. De nieuwe waakrichting van de 3de Batterij blijft naar het noorden lopen. Gedurende de middag worden nog verschillende opdrachten afgewerkt op doelen aan de overkant het Albertkanaal. De laatste komt op 15 mei een laatste keer in actie om 17u05.

II/23A
De voorwaartse waarnemers melden dat het uitzicht over de Nete bijzonder moeilijk is. Heel wat hoge gebouwen in de omgeving van de stellingen van het 31Li zijn immers afgebroken. Er wordt toch een vijandelijke colonne ontdekt op de Grote Steenweg ten zuiden van Nijlen. De groep beveelt een korte vuuropdracht.

I/23A
De groep blijft stand-by tot de namiddag. Om 15u00 krijgen de 1ste en de 2de Batterij het bevel om elk een vuurmond te detacheren voor de anti-tankverdediging van de brug over de Nete op de baan van Broechem naar Nijlen en ook de brug over de Appelbeek op de weg van Broechem naar Viersel. De 2de Batterij installeert zijn stuk op het glacis van het fort van Broechem om van hier uit de Netebrug onder rechtstreeks vuur te houden. De 1ste Batterij duidt een stuk aan voor de opdracht bij de Appelbeek en plaatst dit in ant-tankstelling bij de brug.

Omdat gevreesd wordt dat de vijand een aanval over het Albertkanaal of de Kleine Nete zal lanceren, worden de luchtafweermitrailleurs verplaatst naar de schootsstellingen van de batterijen om zo de nabije verdediging van de vuurmonden te verzekeren.

Net voor middernacht volgt een eerste vuuraanvraag van het 43Li voor de dorpskern van Nijlen: de groep beveelt een salvo van zes schoten per vuurmond aan de drie batterijen. De eerste granaten vertrekken kort na middernacht.

II/23A
Tijdens de voormiddag wordt niets bijzonders gemeld. Op het middaguur laat Luitenant-kolonel Van Hooren weten dat de groep bij valavond één vuurmond naar de brug van Emblem dient vooruit te sturen om het stuk hier in anti-tankstelling te plaatsen. Deze opdracht wordt gedelegeerd aan Onderluitenant Marlier van de 5de Batterij. OLt Marlier zal om 23u00 aankomen bij de brug.

De kanonnen openen na de middag voor de tweede keer het vuur wanneer aan de overkant van de Nete een groep infanteristen aan de rand van een veld ontdekt wordt. Het doel wordt kort beschoten, maar door het slechte zicht van de waarnemers kan de uitwerking niet nauwkeurig bepaald worden.

Vanaf 22u00 wordt een storingsvuur neergelegd op de omgeving van kasteel de Bist te Kessel.

Staf/23A
Tijdens de nacht van 17 op 18 mei zal de tweede fase van de aftocht van het veldleger naar de nieuwe verdedigingslinie Terneuzen-Gent-Oudenaarde plaats vinden. De gevechtstroepen van de Versterkte Positie Antwerpen en de 15Div zullen zich dan in twee nachtelijke etappes door het Waasland moeten verplaatsen. De 15Div zal op 17 mei nog voor de start van de aftocht contact maken met de oprukkende Duitsers.

I/23A
De groep wacht verdere orders af tot 09u15. Dan volgt de eerste missie van de dag en laat de 3de Batterij zes salvo’s neerkomen op de brug van Viersel. De correcties worden uitgevoerd door de voorwaartse waarnemers op het fort van Broechem. De volgende vuuropdracht laat niet lang op zich wachten en de batterijen blijven in actie tot ongeveer 13u00.

Ondertussen worden de nodige instructies verspreid voor de aftocht naar het westen. Het is niet zeker of het PAMA de overtollige munitie zal komen ophalen op de stellingen. De groep zal dan ook overgaan tot het opvorderen van een aantal paardenkarren bij boeren in de omgeving. De munitie die niet in de caissons of de voertuigen van het eigen echelon ravitaillering kunnen geladen worden, moet zo nodig per kar meegenomen worden. Ook de vrachtwagens van de luchtafweermitrailleurs moeten gebruikt worden voor munitietransport. Alles wat dan nog overblijft, moet opgestapeld worden aan de kant van de weg in de hoop dat het PAMA alsnog zal opduiken.

Omstreeks 17u00 wordt het veldtelefoonnet ingepakt en een goed uur later worden de voortreinen naar de stellingen bevolen. Na het vormen van de colonne vertrekt de groep om 18u40 richting Boechout. Bij de doortocht te Hagenbroek wordt de groep tegengehouden door de Adjudant-majoor van het regiment, Kapitein Martin. De stafofficier beveelt de groep om te Klaplaar in stelling te gaan en de aftocht van het 42Li te dekken. Het aftocht van het infanterieregiment via de Antwerpsesteenweg verloopt trager dan gepland, en de vijand staat op het punt om Lier binnen te vallen. Majoor Lagouge moet zich onmiddellijk in verbinding stellen van de staf van het 42Li die aan kilometerpaal 7 van de Antwerpsesteenweg halt gehouden heeft en moet zijn geschut richten op de kerktoren van de Heilige Familieparochie aan de oostrand van de stad. Lagouge verneemt tevens dat de Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie in steun geplaatst is van het 42Li. Het echelon ravitaillering van de groep wordt doorgestuurd naar Boechout.

Het geschut van de 1ste en de 3de Batterij is om 20u30 klaar tot vuren. Tussen 21u25 en 22u30 worden drie vuuropdrachten van telkens 10 salvo’s per batterij uitgevoerd op het aangeduide doel. Om middernacht krijgt de groep toestemming van de regimentscommandant om de mars te hervatten. De aangeduide route zal via Boechout en Kontich naar Boom leiden.

II/23A
Tijdens de ochtend wordt het huis van de sasmeester aan het Netekanaal te Emblem beschoten. De schoten kunnen deze keer wel waargenomen worden door een observatieploeg.

Kort na de middag beveelt de staf van het 23A om de stellingen op te breken en de colonnes klaar te maken voor de aftocht naar het westen. De observatieploegen worden teruggeroepen. De telefonisten-seingevers breken het veldtelefoonnet op. Om 18u00 worden de stellingen verlaten en het geschut aangehaakt voor het transport. De motorvoertuigen vertrekken onmiddellijk en zullen de groep te Waasmunster opwachten.

Wanneer de colonne met het paardengerij samengesteld wordt op de Berthoutstraat nabij de molen van Vremde, duikt ook hier Kapitein Martin, op. Martin laat de 6de Batterij terugsturen naar zijn schootsstelling om een kruispunt aan de oostrand van Lier onder vuur te nemen. Een goed kwartier later vertrekken de eerste granaten. De overige batterijen krijgen vervolgens eveneens het bevel om opnieuw hun stellingen te nemen. De staf van de groep kan een telefoonaansluiting maken met het hoofdkwartier van de divisie en die laat weten dat het geschut de zuidoostelijke toegangswegen tot Lier onder vuur dient te nemen. Verschillende vuuropdrachten volgen elkaar op tot ongeveer 22u00.

De groep kan uiteindelijk om 23u00 naar het westen vertrekken en vertrekt via de Vremdesesteenweg naar Boechout. De tocht loopt dan verder via Mortsel, Hove, Kontich en Heiken tot in Boom waar de groep via de wegbrug de Rupel zal oversteken.

Een luitenant van het 23A.

Staf/23A
Het 23A is onderweg naar het westen. De tocht verloopt moeizaam en bovendien zal het regiment in verschillende detachementen uit elkaar vallen.

Het regiment heeft een autocolonne laten vormen met de motorvoertuigen van de stafbatterij en de pelotons luchtafweermitrailleurs van de beide groepen. Deze voertuigen rijden voorop en bereiken Waarmunster om hier op de rest van het regiment te wachten. Wanneer op het middaguur de paardencolonnes nog niet zijn komen opdagen, besluiten Onderluitenant Desmecht, commandant van de stafbatterij, en de Luitenanten Crikboom en Maroit, pelotonscommandanten van de luchtafweermitrailleurs van de Iste en IIde Groep, om verder te rijden naar Gent. Te Evergem stuurt een stafofficier van het IVde Legerkorps de colonne naar Brugge met de opdracht om aldaar aan de plaatscommandant de eindbestemming van het 23A te gaan navragen. Het detachement zal om 23u00 te Brugge aankomen en zal hier de nacht doorbrengen.

I/23A
Kort na het vertrek te Klaplaar raakt de paardenwagen met het veldtelfoonmaterieel van de groep volledig vast te zitten in een gracht naast de weg. De 1ste Batterij dient alle caissons en vuurmonden rechtsomkeer te laten maken, wat heel wat tijd vergt. Tot overmaat van ramp rolt ook het 1ste stuk van de batterij van de weg. De vuurmond en de voortrein kunnen niet geborgen worden. Luitenany Bruyaux maakt het kanon onklaar en laat de voortrein in brand steken.

De colonnes rijden rond 01u30 het dorp Kontich binnen. De kasseiweg naar Boom is hier over een afstand van 400m opgebroken voor vernieuwing van het wegdek en de groep verliest heel wat tijd bij het negotiëren van de slecht berijdbare strook.

Uiteindelijk wordt de brug van Boom overgestoken om 07u00. De 2de Batterij rijdt voorop, gevolgd door de 1ste en de 3de en de beide echelons. De groep moet nu verder naar Waasmunster. De wegen naar de Scheldebrug te Temse zitten overvol en het duurt dan ook tot 11u00 eer Bornem bereikt wordt. De colonne bereikt de brug van Temse om 13u00 en moet urenlang aanschuiven. Het echelon levensmiddelen rijdt als allerlaatste het Waasland binnen om 16u00.

Op de westelijke oever van de Schelde staat Kapitein-commandant Humblet van de staf van de 15de Infanteriedivisie de eenheden op te wachten om de rest van de marsroute naar het westen te bevestigen: de colonne moet naar Sint-Amandsberg via Tielrode, Eversele, Waasmunster, Lokeren en Lochristi.

Bij de doortocht te Waasmunster om 15u00 verneemt Majoor Lagouge dat de regimentscommandant en Kapitein Martin te Duffel gewond werden en samen met Luitenant Wacquez in handen van de Duitsers zijn gevallen. Luitenant Wacquez is kunnen ontstappen. Lagouge besluit dat hij het bevel over het regiment dient over te nemen. Kapitein-commandant Dieudonné wordt bevelhebber ad interim van de I/23A. Wacquez vertelt tevens hoe de colonne motorvoertuigen van het regiment rond het middaguur reeds is doorgereden naar Gent.

Majoor Lagouge stuurt de Iste Groep eveneens naar Gent, maar ontdekt samen met Kapitein-commandant Dieudonné dat de marsorde onderweg veranderd is: de 3de Batterij passeert als eerste, gevolgd door de 2de Batterij. De 1ste Batterij en het echelon ravitaillering zijn verdwenen. Na enig zoekwerk blijkt dat deze elementen noordwaarts gereden zijn en in de richting van Sint-Niklaas en Lokeren vorderen. De colonne wordt terug op het juiste pad gezet. Lagouge keert terug in de richting van Tielrode en ziet talrijke detachementen van diverse infanterie-eenheden die in de grootse wanorde richting Gent marcheren. Vele militairen zijn ongewapend en langs de weg liggen overal achtergelaten uitrustingsstukken. De majoor verzamelt enkele detachementen en slaagt er in de sfeer enigszins te kalmeren door met hen mee te marcheren tot Eversele.

Rond middernacht bereikt het paardengerij van de Iste Groep de oostrand van Gent. Cdt Dieudonné krijgt de opdracht om naar Drongen verder te trekken en daar nieuwe orders af te wachten.

II/23A
De groep bereikt rond 06u00 de westelijke oever van de Rupel. De IIde Groep verlaat Waasmunster omstreeks 16u00. De groep zal in het holst van de nacht Evergem bereiken en besluit hier de etappe te onderbreken tot de volgende ochtend. Paarden en manschappen zijn aan het eind van hun krachten.

Staf/23A
Majoor Lagouge begeeft zich naar Evergem waar hij om 01u00 een ontmoeting heeft met Cdt Leonard van de IIde Groep. Hij klopt vervolgens aan op het kasteel van Evergem waar de staf van het IVde Legerkorps zich geïnstalleerd heeft. Luitenant-kolonel Waegemans van de staf van de korpsartillerie weet niet wat er met het 23A dient te gebeuren en laat Lagouge weten dat zijn eenheden dan maar beter op hun huidige locaties kunnen blijven tot de zaak kan uitgeklaard worden. De Iste Groep brengt de nacht door te Drongen en de IIde Groep te Evergem.

Te Brugge intussen verneemt het gemotoriseerde detachement van het plaatscommando dat het 23A in de omgeving van Oostende in kantonnementen zal geplaatst worden. De ganse 15de Infanteriedivisie zal hier op adem kunnen komen om vervolgens aan de territoriale verdediging van de kustlijn toegevoegd te worden. Dit plan wordt bevestigd door de staf van de 15de Infanteriedivisie die inmiddels te Gistel is aangekomen een een bericht heeft weten te sturen aan Majoor Lagouge.

Op het middaguur verneemt Lagouge dat de verplaatsing per spoor zal gebeuren: de Iste Groep zal naar Oostende overgebracht worden en moet te Stene kantonneren om de verdediging van het militaire vliegveld te versterken. De IIde Groep wordt naar Blankenberge gestuurd met als opdracht de havenpier van Zeebrugge te helpen beveiligen. De Regelingscommissie te Oostende dient het transport te organiseren.

Het gemotoriseerde detachement met de stafbatterij en de pelotons luchtafweermitrailleurs verlaat Brugge om 15u00 en rijdt naar Oostende. Onderluitenant Desmecht begeeft zich naar de divisiestaf te Gistel voor verdere bevelen.

I/23A
De groep brengt de ganse dag te Drongen door. Na de middag wordt het materieel klaargemaakt voor het transport per spoor en ingeladen op een enkel treinstel in het station van Drongen. Alleen de voertuigen zullen per trein vertrekken, samen met een minimum aan begeleidingspersoneel. De rest van de manschappen zullen later vervoerd worden. De trein met de voertuigen verlaat Drongen om 18u00, maar zal pas even voor middernacht te Oostende aankomen. De militaire verkeersregelaars hebben het 23A vergist met het 23Li en het treinstel naar het Afleidingskanaal van de Leie doorgestuurd. Het duurt enige uren eer een correct rijpad kan bekomen worden om de groep op weg te zetten naar Oostende. Onderluitenant Duchêne wordt per motorfiets voorop gestuurd naar Stene om de inkwartiering voor te bereiden.

II/23A
De groep zet zich om 07u00 opnieuw in beweging en verplaatst zich naar Mariakerke. De colonne komt aan rond 10u00 en houdt halt. De paarden worden afgetuigd. Dieren en manschappen kunnen uitrusten.

Cdt Léonard vertrekt na de middag met zijn side-car naar Drongen om de instructies voor het spoortransport in ontvangst te nemen van Majoor Lagouge. De motor raakt onderweg van de baan en Léonard breekt een voet. De commandant weigert zich te laten afvoeren en staat er op bij zijn groep te blijven. Kapitein-commandant Petit van de 4de Batterij wordt aangeduid als zijn assistent.

Ook de IIde Groep zal van uit het station van Drongen vertrekken. Bij gebrek aan voldoende platte wagons dient de groep verspreid te worden over drie treinstellen.

Staf/23A
Majoor Lagouge blijft met Luitenant Wacquez te Drongen tot na het vertrek van de laatste trein van de IIde Groep rond 16u00. De beide officieren rijden vervolgens per auto naar Stene.

I/23A
Het tweede treinstel voor het vervoer van het personeel van de groep komt aan om 00u30. Het duurt tot 05u00 eer de trein kan vertrekken naar de kust. Ook deze rit zal bijzonder lang duren en de manschappen zullen pas na middernacht aankomen te Oostende. Na een voetmars zal Stene bereikt worden tijdens de vroege ochtend van 21 mei. Het geschut is inmiddels aangekomen op het vliegveld te Stene en wordt door het begeleidingspersoneel in stelling gebracht aan de rand van de piste. De kanonnen staan opgesteld tegen 19u00, zij het zonder volledige bemanning.

II/23A
De groep kan pas om 06u00 starten met het inladen van zijn voertuigen. Een eerste treinstel kan om 10u00 vertrekken. De derde en laaste trein trekt zich om 16u00 op gang. De eenheden komen de zelfde avond nog aan te Blankenberge. De groep krijgt het dorp Lissewege aangeduid als kantonnementsplaats.

Staf/23A
De staf van het regiment installeert zich te Lissewege. De stafbatterij is ondergebracht te Zevenkote.

I/23A
De Iste Groep blijft op het vliegveld van Stene.

II/23A
Terwijl manschappen en materieel te Lissewege blijven, laat de staf van de 15Div nieuwe posities verkennen die de groep moeten toelaten om tussenbeide te komen in de haven van Zeebrugge. Het geschut moet de pier van de voorhaven kunnen onder vuur nemen, als ook het sluizencomplex in de achterhaven.

Tijdens de namiddag wordt de opdracht uitgebreid: het 31Li wordt aan het Leopoldkanaal en Afleidingskanaal van de Leie opgesteld om er enkele belangrijke bruggen te bewaken. De IIde Groep is aangeduid als het vuursteunelement. Deze bijkomende posities worden vanaf 14u00 verkend en de inplaatsstelling vindt plaats tijdens de vooravond.

Staf/23A
Bij het vertrek van de IIde groep uit Lissewege, zal de staf zich bij de Iste groep te Stene voegen.

I/23A
De groep blijft te Stene.

II/23A
Kapitein-commandant Léonard moet alsnog afgevoerd worden naar een militair hospitaal. Cdt Petit wordt bevelhebber ad interim van de groep. De staf van 23A laat om 15u00 weten dat de groep naar de zone tussen Oostende en Nieuwpoort zal verplaatst worden. Deze verplaatsing zal over de weg plaatsvinden tijdens de nacht van 22 op 23 mei. De groep krijgt het gehucht Rattevalle nabij Nieuwpoort als eindbestemming.

Staf/23A
De staf verhuist naar Slijpe en stelt zich opnieuw in verbinding met het hoofdkwartier van de 15Div. Het regiment mag overgaan tot het opvorderen van de nodige paarden en fietsen te Oostende om de slagorde weer compleet te maken. De toestemming wordt bevestigd aan de Iste Groep.

Omstreeks 16u30 krijgt het regiment nieuwe orders: het Belgische oppercommando vreest een Duitse opmars van uit de richting van Boulogne en Calais. De 15Div is aangeduid voor de verdediging van de IJzer en moet hierbij front maken richting westen. De Iste Groep zal verplaatst worden van Oostende naar Leke om hier in steun te gaan van het 43Li en 31Li die op de IJzerlinie ontplooid worden. De IIde Groep zal doorgestuurd worden naar de zuidrand van Westende om vuursteun te leveren aan het 42Li dat Nieuwpoort en de monding van de IJzer zal bezetten.

I/23A
De groep bevindt zich nog steeds op het militaire vliegveld van Stene. Er worden voorwaartse waarnemers geplaatst op de zeedijk en op het staketsel van de haven. Met behulp van de Rijkswacht worden een aantal paarden en fietsen opgevorderd om de ontbrekende transportmiddelen weer aan te vullen.

Cdt Dieudonné ontvangt om 17u00 de nodige instructies voor de verplaatsing naar Leke. Hij vertrekt een uur later om de nieuwe posities te gaan verkennen. De colonnes zullen om 20u00 uit Stene vertrekken en rijden via Leffinge en Slijpe tot in het dorp Leke. De opstelling van het geschut start om middernacht.

II/23A
De groep komt aan in Rattevalle rondom 02u00 en start een uur later meteen met de inplaatsstelling van een aantal vuurmonden in anti-tankstelling nabij de bruggen van het Kanaal Plassendale-Nieupoort. De bruggen over dit kanaal worden bewaakt door het 43Li. Het gehucht Rattevalle blijkt echter gedeeltelijk overstroomd en het is niet mogelijk om voldoende geschikte slaapplaatsen te bekomen. De groep verhuist dan ook naar de driehoek Middelkerke-Westende-Slijpe. Hier verneemt Cdt Petit dat zijn groep aangehecht zal worden bij het 42Li. De groep dient zich ten zuiden van Westende te ontplooien.

Vanaf 19u00 voeren Majoor Lagouge en Cdt Petit de verkenning van de nieuwe schootsstellingen uit. De batterijen nemen hun posities in vanaf 22u00.

Staf/23A
Het regiment installeert zich op zijn nieuwe stellingen. De observatieposten worden uitgezet en de telefonisten-seingevers zijn druk in de weer met het aanleggen van het veldtelefoonnet. Majoor Lagouge bezoekt de batterijen van de Iste Groep en de commandoposten van 43Li en 42Li.

II/23A
De IIde Groep zal vier stukken aanduiden als anti-tankgeschut op de volgende posities:

  • de baan van Nieuwpoort-Stad naar Nieuwpoort-Bad
  • het sluizencomplex te Nieuwpoort in de onmiddellijke omgeving van het Koning Albertmonument
  • de splitsing van de wegen Nieuwpoort-Ramskapelle en Nieuwpoort-Sint-Joris
  • de zuidoostrand van Nieuwpoort, met schootsveld over de baan van Nieuwpoort-Ramskapelle

Staf/23A
Na de middag verneemt Majoor Lagouge dat het 31Li in alle haasten aan het Iste Legerkorps is toegevoegd. Het regiment wordt van Diksmuide overgebracht naar Zonnebeke om de vijandelijke doorbraak richting Ieper te helpen indijken. De door het 31Li verlaten ondersector zal overgenomen worden door het IIde Bataljon van het 43Li. De staf blijft de ganse dag te Slijpe. Om 21u00 verneemt Majoor Lagouge dat het regiment naar Gits overgebracht dient te worden.

I/23A
De groep behoudt zijn stellingen, maar stuurt om 10u00 twee vooruitgeschoven stukken uit: één vuurmond komt bij de brug van Tervate te staan en één vuurmond nabij kilometerpaal 4 van de IJzer. Rondom 14u00 wordt eveneens een vuurmond uitgestuurd naar de brug van Schoorbakke. De kanonnen zullen als anti-tankgeschut gebruikt worden.

Kort na 21u00 ontvangt de groep zijn marsorders voor de verplaatsing naar Gits: de marsroute dient te lopen over Keiem, Beerst, Diksmuide, Zarren en Kortemark tot in Gits.

II/23A
De stad Nieuwpoort ondergaat omstreeks 07u00 een luchtaanval. Ook bij de het sluizencomplex Ganzenvoet komen verschillende vliegtuigbommen neer.

De IIde Groep detacheert eveneens twee vuurmonden die post dienen te vatten in anti-tankopstelling aan de spoorlijn Nieuwpoort-Diksmuide op de baan van Nieupoort naar Veurne en aan de baan van Rattevalle naar Mannekensvere. Majoor Lagouge brengt na de middag een bezoek aan de beide gedetacheerde stukken.

Aan het eind van de dag krijgt de groep zijn marsorders voor Gits.

Staf/23A
Majoor Lagouge komt aan te Gits omstreeks 10u00 en wordt te 11u30 ontboden op de staf van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) in het gemeentehuis van Oostnieuwkerke. De majoor moet zijn beide groepen naar Hooglede sturen. Bij aankomst dient hij het bevel op te nemen van het nieuw algemeen vuursteunelement van de 1Div dat zal bestaan uit I/23A, II/23A en I/1A.

Lagouge besluit om zijn echelons te Gits te laten. De verkenningsofficieren worden uitgestuurd naar de baan van Hooglede naar Westrozebeke met als taak om 2Km ten noordoosten van de dorpskern van Oostnieuwkerke de nodige schootsstellingen uit te zoeken. De Iste Groep blijft voorlopig stand-by ten noorden van Hooglede, en de IIde Groep ten noordoosten van dit dorp.

I/23A
De colonnes van de Iste Groep verlaten Leke om 01u00 en bereiken Gits om 08u30. De groep neemt een afwachtingsstelling in ten noorden van Hooglede.

II/23A
De IIde Groep bereikt Gits omstreeks 11u00. De groep gaat stand-by voor verdere orders ten noordoosten van Hooglede.

Het hoofdkwartier van de 1ste Infanteriedivisie beveelt aan een samenraapsel van troepen van de 15de Infanteriedivisie en de cavalerie om een stoplijn in de richten langsheen de spoorweg Ieper-Roeselare. Majoor Lagouge ontplooit zijn drie groepen:

  • de I/1A gaat in stelling op het gehucht Stadendreef ten noordoosten van Westrozebeke
  • de I/23A krijgt posities aangeduid op ongeveer 1Km ten zuiden van Westrozebeke, dwars over de baan van Westrozebeke naar Passendale
  • de II/23A ontplooit zich op zo’n 2Km ten zuidoosten van Westrozebeke
  • Majoor Lagouge kiest een woonhuis uit op de splitsing van de Provinciebaan en de Westrozebekestraat als zijn commandopost

De stellingnames vatten aan rondom 13u00. De I/1A beschikt over onvoldoende telefoonkabel om een lijn te trekken naar de commandopost van Majoor Lagouge.

De IIde Groep wordt verschoven richting Oostnieuwkerke als blijkt dat de batterijen te dicht bij de zonet aangekomen I/18A staan.

Ook Cdt Dieudonné van de Iste Groep laat weten dat hij een alternatieve positie ten zuiden van Spriet heeft uitgekozen om zich niet te dicht bij de II/18A op te stellen.

Aan de organisatie wordt eveneens nog gesleuteld. Luitenant-generaal de Hennin, commandant van de 15de Infanteriedivisie, heeft het bevel over de sector overgenomen van de 1ste Infanteriedivisie en heeft Luitenant-kolonel Van Den Abeele van 18A aangeduid als artilleriecommandant van de divisie. De I/18A en II/23A zullen het direct steunelement van het 4L worden, onder bevel van Majoor Lagouge. De II/18A en I/23A komen onder tactisch bevel van het 31Li. Deze groepering wordt aangevoerd door Majoor Barthelemy van II/18A.

De beide groepen van 23A melden klaar tot vuren te zijn tussen 17u00 en 18u00. De eerste vuuropdrachten lopen binnen vanaf 20u30. De 3de Batterij voert vier missies uit in 90 minuten. De 1ste Batterij komt een keer in actie.

Staf/23A
De vijand bereikt de Belgische linie langsheen de spoorlijn Ieper-Roeselare en kan al snel meerdere lokale doorbraken forceren. Rond Passendale komt het tot intense gevechten. Zowel het 44Li, 31Li en 4L worden weggedrukt van de frontlinie vanaf 17u00.

I/23A
De eerste vuuropdrachten worden uitgevoerd vanaf 10u30. De batterijen dienen tijdens de vroege namiddag op talrijke dringende vuuraanvragen te reageren. Het werkritme wordt nog verhoogd na de aanval op Passendale rond 17u00.

Door de Duitse doorbraak worden de stellingen bedreigd. Cdt Dieudonné laat om 17u15 dan ook de paarden optuigen en de voortreinen klaarmaken om zijn geschut indien nodig te evacueren. De luchtafweermitrailleurs worden verplaatst om een grondaanval te kunnen afslaan.

De Iste Groep neemt vanaf ongeveer 19u00 ook diverse doelen binnen de eigen linies onder vuur. Het hoge munitieverbruik en gebrek aan ravitaillering zal tijdens de nacht van 26 op 27 mei tot de waarschuwing leiden dat de groep zonder munitie dreigt te vallen.

II/23A
Ook de IIde Groep opent het vuur en blijft de ganse dag in actie. Diverse doelen aan de zuidelijke zijde van de spoorlijn Ieper-Roeselare worden bestookt, waaronder ook het dorp Passendale. Cdt Leonard merkt op dat er met kleine ladingen bijzonder kort voor de eigen linies geschoten wordt.

I/23A
De artilleristen blijven continu aan het werk. Om 03u00 worden de batterijen uit stelling gehaald en overgebracht naar een nieuwe positie op anderhalve kilometer ten noorden van Westrozebeke. De vuurmonden komen aan wanneer 05u15 het bevel tot het staakt-het-vuren bekend raakt.

II/23A
Vanaf 02u00 vuren de batterijen opnieuw. De vijand bevindt zich tussen het 1ste en het 2de echelon van de uiteengeslagen Belgische linies langsheen de spoorlijn Ieper-Roeselare en het vuurplan dient dan ook aangepast te worden. De batterijen ontvangen de nieuwe gegevens rond 04u00. De laatste schoten vertrekken om 04u55. Om 05u15 laat de staf van het 4de Regiment Lansiers echter weten dat een wapenstilstand afgesloten werd. Het vuur dient gestaakt te worden en manschappen en materieel moeten ter plekke blijven.

Om 07u00 reeds komen de eerste Duitsers toe op de stellingen van de beide groepen. Het regiment dient zijn wapens en materieel af te voeren naar Passendale. Er is geen tijd meer om het geschut te saboteren.

Na de capitulatie

Het regiment blijft te Passendale tot de namiddag van 29 mei. Het personeel wordt dan te voet naar Kortrijk begeleid. Het 23A wordt administratief aangehecht bij het Iste Legerkorps. Het gerucht loopt dat de manschappen gedemobiliseerd zullen worden. Dit gebeurt ook effectief op 31 mei te Oudenaarde.

De officieren worden doorgestuurd naar Heule. Wanneer ze ‘s anderendaags aankomen, wordt besloten om alle velddagboeken en andere meegenomen documenten te verbranden. Die zelfde dag nog vertrekken de officieren in de autocolonne van het hoofdkwartier van het Iste Legerkorps naar Hasselt. De Kapitein-commandanten Leonard en Antoine en Luitenant Laurent kunnen onderweg aan de aandacht van de bezetter ontsnappen en keren naar huis terug. De overige beroepskaders belanden in Duitse krijgsgevangenenkampen.

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen