21ste Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 21ste Regiment Artillerie | 21ème Régiment d’Artillerie | 21A
Type Regiment veldartillerie van de tweede reserve
Ontdubbeld van 2de Regiment Artillerie
4de Regiment Artillerie
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 13de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel G. Terlin
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Commandopost te Schoten
Samenstelling I Groep (Majoor F. Notté) 1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Kapt L. Gruyters)
2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt J. Hennicq)
3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (OLt E. Meckaert)
  II Groep (Majoor L. Godeau) 4de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt Javaux)
5de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt A. De Beul)
6de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt J.L. Scheere)
  Stafbatterij (Onderluitenant R. Serrure)

Tijdens de mobilisatie

Staf/21A
Het 21ste Artillerieregiment (21A) is een artillerieregiment van de tweede reserve en wordt opgericht bij de reorganisatie van de artillerie op 16 januari 1940. Het 2A en 4A worden daarbij gereduceerd van vijf naar vier groepen en de vrijgekomen manschappen en uitrusting gaan over naar het nieuw opgerichte 21A. Na zijn oprichting wordt het 21A aangeduid als het organieke artillerieregiment van de 13de Infanteriedivisie (13Div), een divisie van tweede reserve. Na zijn oprichting in januari vertrekt het 21A naar Lummen waar de 13Div een sector achter het Albertkanaal heeft ingenomen. Op 3 maart 1940 wordt de 13Div aan het Albertkanaal afgelost om te vertrekken naar Gent. Gedurende de maand maart staat het 21A opgesteld in het Bruggenhoofd Gent. Na amper een maand wordt het regiment tezamen met de divisie overgeplaatst naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). 

De noordoostelijke bolwerken van de tweede fortengordel om Antwerpen vormden de basis voor de frontlinie van de Versterkte Positie Antwerpen.

Sinds april 1940 staat de 13Div opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) en beveiligt er de noordoostelijke sector tussen Kapellen en het Kanaal van Turnhout. In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen (1/SVE) toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht.

Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

De drie infanterieregimenten van de 13Div staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 32ste Linieregiment (32Li) neemt de linker ondersector ten noorden van Kapellen voor zijn rekening . Het 33ste Linieregiment (33Li) ligt in het centrum van de divisie rond Brasschaat en het 34ste Linieregiment (34Li) bemant stellingen op de rechterflank tot aan het Kempisch Kanaal (ook Kanaal van Turnhout of nog Verbindingskanaal Maas-Schelde).

Naast de vuren van 21A kan de 13Div ook nog rekenen op de steun van het 26ste Regiment Artillerie, van de VIde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (VI/4LA) en van de 10de Batterij Mortieren van IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (IV/3LA). De 10de Batterij levert vuursteun aan de drie infanterieregimenten van deze divisie. Het commando van de batterij werkt van op de staf van het 33Li te Brasschaat; de 1ste en de 2de Sectie van telkens vier mortieren hebben eveneens hun stellingen op het grondgebied van deze gemeente en zullen vuursteun leveren aan respectievelijk het 33Li en het 32Li , terwijl de 3de Sectie zich te Schoten bij het 34Li bevindt.

Op 7 mei worden ook nog de Iste en de IIde Groep van het 12de Artillerieregiment (I/12A en II/12A) vanuit Namen naar de VPA gestuurd in versterking van het Vde Legerkorps (V/LK). Het V/LK stuurt II/12A door naar de 13Div die de groep in directe steun van het 33Li geeft [1]. Aan de vooravond van de oorlog is het 21A nog steeds aangehecht bij de 13de Infanteriedivisie te Antwerpen. De commandopost van het regiment is opgesteld in het Reigershof (benaming opstelplaats TBC) nabij de divisiestaf te Merksem. De 13Div beschikt op 10 mei ook nog steeds over het 26A, VI/4LA, II/12A en 10/IV/3LA.

De vuren van de verschillende groepen waarover het 21A kan beschikken worden door Kolonel Terlin, CADI (oftewel Commandant d’Artillerie de la Division) van de 13Div, als volgt verdeeld:

  • I/21A in directe steun van 32Li
  • II/12A in directe steun van 33Li
  • II/21A in directe steun van 34Li
  • I/26A en II/26A in algemene steun van de 13Div
  • VI/4LA eveneens in algemene steun van de 13Div
  • 10/IV/3LA detacheert telkens één sectie van vier MVD naar elk infanterieregiment.

De beide groepen van 26A staan opgesteld op enkele kilometer van de hoofdweerstandsstelling van de Versterkte Positie Antwerpen, de Staf van 26A bevindt zich bij de commandopost van 21A. Luitenant-kolonel Laffineur, regimentscommandant van 26A,  laat voorwaartse stellingen innemen om zijn opdracht, algemene steun van de 13Div, naar behoren uit te voeren. I/26A moet twee batterijen opstellen nabij de Schans van Drijhoek op de limiet van 33Li en 34Li, terwijl II/26A twee batterijen opstelt nabij Hoge Kaart op de limiet van 32Li en 33Li [2]. II/12A is ontplooid in het gehucht Lage Kaart nabij de dorpskern van Brasschaat. De houwitsers 6″ M17 Vickers van VI/4LA staan opgesteld rond Brasschaat. De eerste twee batterijen staan op voorwaartse stellingen. De derde batterij is opgesteld te Donk met als waakrichting de Bredabaan. 

Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

Staf/21A
Iets na middernacht wordt de Staf/21A op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Om 03u00 gaat de VPA over naar alarmstadium II. Alle troepen binnen de VPA dienen vanaf nu hun mobilisatiekantonnementen te verlaten en moeten zich op, of in de onmiddellijke omgeving van, hun gevechtsposities klaar houden. Om 06u00 volgt de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Tijdens de voormiddag beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit houdt onder meer in dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schoots- en waarnemingsveld oost van de anti-tankgracht wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Voor 21A betekent alarmstadium III dat de batterijen op pre-advies drie uur worden gebracht. Ook wordt de burgerbevolking geëvacueerd uit het doelgebied van de artillerie

I/21A
De Iste Groep heeft zijn kanonnen ontplooid nabij Sint-Mariaburg en levert vuursteun aan het 32Li. Het ravitailleringsechelon van de groep staat opgesteld op de terreinen van het kasteel van Hof de Bist.

II/21A
De IIde Groep staat opgesteld aan de rechterflank van de divisiesector in het Peerdsbos ten zuiden van Brasschaat en is in directe steun gegeven van het 34Li.  Het ravitailleringsechelon bevindt zich op het kasteel van Schoten.

Staf/21A
De Belgische artillerie voert een regelingsvuur [3] uit voor de stellingen van het I/32 en II/32. De verschillende groepen van 21A beschieten doelen in het Klein en het Groot Schietveld van Brasschaat. De vuren worden gejusteerd door de voorwaartse waarnemers. Uit de correcties wordt de nodige technische informatie gehaald.


Staf/21A
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd heeft moeten deze stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven ter beveiliging van de flank  van het zich terugtrekkende veldleger. De Versterkte Positie Antwerpen moet tenminste standhouden tot het aanbreken van de nacht van 17 op 18 mei.

Staf/21A
Het regiment bevindt zich nog steeds binnen de Versterkte Positie Antwerpen. De vesting Antwerpen zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei geëvacueerd worden als onderdeel van de terugtocht van het veldleger naar de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De groep zal tijdens aftocht deel blijven uitmaken van de 13de Infanteriedivisie en moet net voor 21u00 het Albertkanaal oversteken om de mars naar het westen aan te vatten. De terugtocht zal verlopen via de Schijnbrug, Onderwijsstraat en Handelsstraat tot aan de Singel. Vervolgens zal via de Brederodestraat naar Hoboken verder getrokken worden om hier via de militaire bootbrug de Schelde over te steken. Een batterij per groep moet achterblijven en zal vuursteun leveren tot 22u45.

Staf/21A
Het 21A houdt overdag halt te Puivelde nabij Sint-Niklaas.

Staf/21A
Het regiment trekt tijdens de nacht van 18 op 19 mei verder door het Waasland en bereikt het gehucht Linde nabij Slijdinge. De troepen worden hier ingekwartierd. Het ravitailleringsechelon wordt te Wachtebeke en Zaffelare ondergebracht.

Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. Het centrum zal worden bemand door het Vde Legerkorps met de 17de en 6de Infanteriedivisie. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde Legerkorps met de 13de en 11de Infanteriedivisie.

Staf/21A
De 13Div wordt doorgestuurd naar de hen toegewezen posities aan het Kanaal Gent-Terneuzen en zal de sector tussen Zelzate en Terdonk innemen. De divisiecommandant, Generaal Duthoy, verdeelt de eenheden in zijn sector. Op het eerste en het tweede echelon langsheen de kanaaloever wordt de noordelijke ondersector bezet door het 33Li. De zuidelijke ondersector is voor rekening van het 32Li. Op het derde echelon worden twee bataljons van het 34Li opgesteld op de as langsheen de Rostenbeek, Wachtebeek, Avrijevaart en Burggravenstroom. Het 21A wordt aanvankelijk in steun geplaatst van het 32Li en ontplooit in tussen de Spiegelstraat, Veldhoek en Molenhoek.  II/12A wordt in directe steun gegeven van 33Li.

Al snel wordt het ook duidelijk dat er in de sector van de 13Div te weinig middelen staan opgesteld langs het kanaal waardoor de posities later op de dag worden herschikt. Het 34Li dat stond opgesteld op het derde echelon wordt naar voor gestuurd en moet stelling nemen langs het kanaal. In één beweging wordt het 33Li en het 34Li samengevoegd tot één enkel (nieuw) regiment dat vanaf nu het 33/34Li zal genoemd worden. Ook de vuursteun wordt aangepast,  het 21A wordt gesplitst bij een herschikking van de posities aan het kanaal. De Iste Groep lost II/12A af en wordt nu in directe steun geplaatst van het 33/34Li. De IIde Groep wordt aangehecht bij het 32Li.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Vreemd genoeg wordt de overgang van de twee groepen van 12A naar het Vde Legerkorps enkel vermeld in bronnen verwijzend naar de gebeurtenissen bij 12A. Noch bij het Vde Legerkorps, de 13de Infanteriedivisie, het 33ste Linieregiment en 21A wordt iets vermeld over de aankomst van II/12A in de respectievelijke sector en ondersector. De reden waarom een gedeelte van 12A naar Antwerpen werd overgeplaatst moet nog aan het licht komen door verder onderzoek.
  2. De opdracht van 26A om algemene vuursteun aan de 13Div te leveren noodzaakte een aangepaste opstelling. Voor de opdracht “algemene vuursteun aan een infanteriedivisie” beschikt elk actief divisieartillerieregiment of divisieartillerieregiment van eerste reserve over een IVde Groep uitgerust met 105mm kanonnen. De grotere dracht van deze kanonnen liet toe dat de IVde Groep centraal in de divisiesector en iets verder van de voorste linies ontplooid kan worden. 26A beschikt slechts over 75mm kanonnen en moet bijgevolg voorwaartse stellingen innemen. De voorwaartse stelling van I/26A bevindt zich tussen het 1ste en het 2de echelon van de infanterieregimenten in lijn (dus redelijk dicht bij de voorste linies) terwijl de voorwaartse stelling van II/26A zich achter het 2de echelon van de infanterieregimenten bevindt. Deze getrapte opstelling laat 26A toe zijn opdracht van algemene vuursteun continu uit te voeren ook in diepte want naarmate de vijand dichterbij komt wordt eerst  de voorwaartse stelling van I/26A ontruimd, daarna de voorwaartse stelling van II/26A zonder dat de artilleriesteun onderbroken wordt.
  3. Een regelingsvuur is een technisch vuur waarbij een vast punt in het terrein met gekende coördinaten beschoten wordt. Door observatie van de afwijking van de invalspunten ten overstaan het gekende punt kan de invloed van de actuele weersomstandigheden (windrichting, windsnelheid, atmosferische druk en temperatuur) berekend worden. Met deze afwijking wordt dan rekening gehouden bij de vuuraanvragen of bij het opstellen van een vuurplan.