4de Legerdepot

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Legerdepot | 4LD
4ème Dépôt d’Armée | 4DépA
Type Versterkings- en opleidingseenheid
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingscentrum Ardeense Jagers
Bevelhebber Kapitein-commandant Sainthuile
Standplaats Schuttershofkazerne te Sint-Truiden
Samenstelling Staf Depot
Staf Depot Gezondheidsdienst
Compagnie Depot Hulptroepen Kapitein-commandant Dethioux
Batterij Depot Artilleriepark
Compagnie Algemene Diensten

Tijdens de mobilisatie

Staf/4LD
De hoofdkrachtinspanning van de verschillende legerdepots lag bij het uitrusten van reserve eenheden die gedurende de verschillende fases van het mobilisatieplan werden opgericht. De opgeroepen reservisten werden uitgerust met meestal verouderd materieel dat lag opgeslagen in de legerdepots. Sommige uitrustingsstukken dateren nog van tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan de vooravond van de oorlog is de rol van de legerdepots bijna uitgespeeld. Enkel de eenheden die pas zullen worden gemobiliseerd tijdens Fase E van het mobilisatieplan (start van de vijandelijkheden) moeten nog worden uitgerust . Het betreft in hoofdzaak de Versterkingsbataljons van de verschillende Versterkings- en opleidingscentra (VOC’s) en de groepen (benaming voor een bataljon bij de artillerie) van de Regimenten Artilleriepark. Dit is dan ook de voornaamste reden waarom het mobilisatieplan voorziet dat bij de start van de oorlog de legerdepots en het weinige resterende materieel zullen worden aangehecht aan de VOC’s. De Staf van het 4e Legerdepot (Staf/4LD) was tijdens de mobilisatie gestationeerd in de Schuttershofkazerne aan de Kazernevest in Sint-Truiden.

Bij Depot AP/4LD
De Batterij Depot Artilleriepark van het 4LD (Bij Depot AP/4LD) is gestationeerd te Aalst bij Sint-Truiden en moet de reservisten bestemd voor twee groepen van verschillende Regimenten Artilleriepark voorzien van uitrusting. Deze groepen zijn verantwoordelijk voor de opslag, bewaking en distributie van enerzijds het reservematerieel van de artillerie en anderzijds de diverse munitievoorraden voor onze artillerie. Van zodra deze eenheden gemobiliseerd en voorzien zijn van het nodige materieel moeten ze naar hun respectievelijke regimenten doorgestuurd worden voor de uitvoering van hun opdracht.

Staf/4LD
Op 10 mei wordt het 4LD onder bevel geplaatst van het HK van de Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI). Naast de kazerne in Sint-Truiden beschikte de eenheid nog over depots in Landen, Mont-Lez-Liège en Juprille.

Bij Depot AP/4LD
De Batterij Depot Artilleriepark/4LD start na de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan met de uitrusting van de reservisten van de IIIde Groep van het 3de Regiment Artilleriepark (III/3AP) en de IIde Groep van het 4de Regiment Artilleriepark (II/4AP). De mobilisatie van deze twee groepen vangt aan op 10 mei wanneer oudere reservisten worden opgeroepen en druppelsgewijs toekomen in de kazerne.

Staf/4LD
Gealarmeerd door de situatie in de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal stuurt Kapitein-commandant Sainthuile om 09u00 een telegram naar HK/TRI in Etterbeek met de vraag naar waar het 4LD kan uitwijken in geval van een Duitse doorbraak. Om 09u30 en om 11u00 wordt de kazerne gebombardeerd. Om 12u30 heeft Cdt Sainthuile nog steeds geen antwoord ontvangen op zijn vraag en besluit op eigen initiatief de kazerne te ontruimen. De Staf, de Cie Algemene Diensten en de Bij Depot AP verplaatsen zich om 13u45 te voet naar Velm, de Cie Depot Hulptroepen installeert zich in Attenhoven. Wanneer de eenheden toekomen op hun bestemming krijgen ze opdracht om zich nog steeds te voet via Racour naar Geldenaken te begeven. Hetzelfde bevel wordt overgemaakt aan III/3AP en II/4AP die in afwachting van doorgestuurd te worden naar hun respectievelijke regimenten onder bevel blijven van 4LD. ‘s Avonds bevindt het grootste deel van het 4LD zich te Racourt waar ook het depot van Landen zich naartoe verplaatst om er te kantonneren. De Cie Depot Hulptroepen verplaatst zich om 21u00 rechtstreeks van Attenhoven naar Landen en Geldenaken.

III/3AP en II/4AP aangehecht aan 4LD
De beide groepen van het AP worden tijdens de nacht van 11 op 12 mei naar het westen geëvacueerd waarbij de manschappen vanaf 17u00 vertrekken om in eerste instantie via Landen naar Racour te marcheren om er te kartonneren. De verschillende batterijen worden elk afzonderlijk op pad gestuurd om zoveel mogelijk aan de aandacht van de Luftwaffe te ontsnappen.

4LD
Het 4LD verlaat Racourt en verplaatst zich verder naar het westen via Geldenaken richting Waver. De eenheid heeft moeilijkheden om de Franse linies aan de Kleine Gete te doortrekken. In Waver worden vier bussen van de Buurtspoorwegen geconfisqueerd die de troepen in twee rotaties naar Kasteel-Brakel brengen.

III/3AP en II/4AP aangehecht aan 4LD
De voetmars van het III/3AP verloopt moeizaam en tegen de ochtend van 12 mei komen de batterijen van III/3AP toe te Landen waar ze overdag kantonneren. II/4AP schiet sneller op en bereikt tegen de ochtend van 12 mei Geldenaken waar tijdens de rest van de dag gerust wordt.

4LD
Er wordt een dag rust genomen te Kasteel-Brakel. Kapitein-commandant Saintehuile belt naar de staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen en laat weten dat hij met een detachement van ongeveer 1.400 manschappen aangekomen is te Kasteel-Brakel. Hij krijgt het bevel om zich in verbinding te stellen met de staf van het Versterkings- en Opleidingscentrum Ardeense Jagers (VOC/ChA) te Sint-Gillis-Waas voor verdere instructies.

III/3AP en II/4AP aangehecht aan 4LD
III/3AP krijgt in Landen de opdracht om verder te marcheren tot Kasteel-Brakel. De groep heeft een lange mars voor de boeg. Na een korte rustperiode in Geldenaken verloopt de volgende etappe van de terugtocht van II/4AP via Waver tot Rixensart waar opnieuw halt gehouden wordt.

4LD
Nog steeds in Kasteel-Brakel wordt contact opgenomen met het VOC/ChA waar ze te horen krijgen dat ze naar Frankrijk geëvacueerd zullen worden. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van de rekruten van de VOC’s enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Het VOC/ChA ontving op 13 mei dan ook het schriftelijk bevel van het HK/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Het 4LD dat werd aangehecht aan het VOC/ChA zal deze eenheid naar Frankrijk moeten volgen. De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Het 4LD dient zich van Kasteel-Brakel naar Halle te begeven waar ze de trein zullen nemen naar Doornik. Het 4LD is op zichzelf aangewezen om zijn tocht naar Frankrijk te organiseren aangezien de staf van het VOC/ChA al op 14 mei inscheept te Sint-Gillis-Waas en naar Frankrijk vertrekt.

III/3AP en II/4AP aangehecht aan 4LD
Door gebrek aan training zijn de colonnes van III/3AP uitgestrekt en verloopt de mars te voet moeizaam. Onderweg hebben heel wat manschappen moeten afhaken en de batterijen, die bijlange niet op volle sterkte waren op de eerste oorlogsdag, zijn hierdoor nog meer uitgedund. De groep bereikt Kasteel-Brakel waar de manschappen met autobussen van de Legerautogroepering (in beslag genomen bussen van de Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen van Brussel) naar Ligne ten westen van Ath gevoerd worden. Er wordt gekantonneerd in Ligne. II/4AP krijgt een dag rust te Woutersbrakel. Van de rustpauze wordt gebruik gemaakt om vrachtwagens op te eisen teneinde de evacuatie naar Frankrijk te kunnen verderzetten.

4LD
Om 01u00 stapt het 4LD op de trein te Halle en wordt per spoor naar Barry (tussen Doornik en Leuze) gebracht waar ze uitstijgen en zich installeren om te blijven kantonneren. Rond 13u00 komt een tegenbevel en moeten ze terug instijgen om verder door te reizen naar Moeskroen. Om 13u30 wordt ingestegen en het 4LD komt om 17u00 toe in Moeskroen waar hun trein op een zijspoor wordt gezet. Cdt Sainthuile verneemt dat ze minstens voor zes uur op het zijspoor geparkeerd zullen blijven en besluit de Generaal-majoor Lambert, commandant van het VOC/ChA, op te zoeken waarvan hij wist dat hij zich in Moeskroen bevond. Wanneer de commandant van het 4LD, na kennisname van zijn orders, om 23u30 terugkeert naar het station van Moeskroen verneemt hij dat de trein werd doorgestuurd naar Kortrijk omdat het station van Moeskroen overbezet was.

III/3AP en II/4AP aangehecht aan 4LD
De IIIde Groep van 3AP die te Ligne kantonneert wordt om 15u00 in het plaatselijke station aan boord van een trein geplaatst die hen tezamen met een 1.200 tal jongeren van de Rekruteringsreserve (CRAB) in eerste instantie naar Moeskroen zal brengen. Hier wordt besloten om de eenheid vanuit Moeskroen naar Frankrijk te evacueren. De trein wordt op een zijspoor gezet en de mannen blijven in Moeskroen op de trein overnachten. De IIde Groep van 4AP verplaatst zich met de opgeëiste voertuigen via Tubize en Doornik naar Warchies.

4LD
De trein bereikt Kortrijk tegen 05u00. In de late voormiddag wordt de trein terug naar Moeskroen gestuurd om de treinwagons met de 1.200 tal jongeren van de Rekruteringsreserve (CRAB) en de IIIde Groep van het 3de Regiment Artilleriepark aan te koppelen. Om 15u00 komt de trein toe in Moeskroen en Cdt Sainthuile kan zijn eenheid opnieuw vervoegen. Uiteindelijk wordt om 18u00 de treinreis naar Frankrijk ingezet.

II/4AP aangehecht aan 4LD
De groep verlaat Warchies en rijdt met de vrachtwagens verder tot Esplechin aan de Frans-Belgische grens.

4LD in Frankrijk
Het treinkonvooi kan zijn reis door Frankrijk zonder hindernissen voortzetten. Via Boulogne, Abbeville, Dieppe, Rouen, Nantes, Bordeaux, Narbonne, Toulouse, Montpelier en Nîmes bereiken ze Pont-Saint-Esprit (Gars) waar ze op 22 mei het VOC/ChA terug vervoegen. De eerste dag brengt hen via Calais tot in Boulogne en Abbeville.

II/4AP aangehecht aan 4LD
De colonne vrachtwagens van II/4AP steekt de grens over en zet koers naar het Noordfranse Meurchin. De route loopt verder naar Orchies en Douai waar halt wordt gehouden.

4LD in Frankrijk
De trein met de militairen van het 4LD rijdt de tweede dag door Rouen en zet koers naar Le Mans.

4LD in Frankrijk
Het 4LD passeert Angoulême.

II/4AP aangehecht aan 4LD
De colonne vrachtwagens komt toe in Emanville ten noorden van de Seine en is net de Somme kunnen oversteken vooraleer de Duitsers in de nacht van 20 op 21 mei Noyelle-sur-Mer, aan de monding van de Somme, bereiken. II/4AP is door het oog van de naald gekropen en ternauwernood aan krijgsgevangenschap ontsnapt.

4LD in Frankrijk.
Iets na middernacht komt de trein toe in Pont-Saint-Esprit. De trein wordt ontladen en het 4LD installeert zich in Saint-Alexandre.

II/4AP aangehecht aan 4LD
Op 22 mei steekt II/4AP de Seine over te Rouen en wordt doorgestuurd naar Conches-en-Ouche (Eure) waar ze een kantonnement krijgen toegewezen door de 7de Infanteriedivisie (7Div). Hier komt II/4AP onder bevel te staan van de7Div die verantwoordelijk is voor de opvang en bevoorrading van Belgische eenheden die zijn kunnen ontsnappen aan de Duitse omsingeling. Het 4LD is niet langer verantwoordelijk voor deze eenheid.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne,