Compagnie T13 Versterkte Positie Namen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Compagnie T13 Versterkte Positie Namen | Cie T13 VPN
Compagnie T13 de la Position Fortifiée de Namur | Cie T13 PFN
Type Compagnie Gemechaniseerd Anti-tankgeschut
Ontdubbeld van Ardeense Jagers
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Bataljon T13 2de Cavaleriedivisie
Bevelhebber Luitenant Henrion
Standplaats Leuvensesteenweg 71
Sint-Stevens-Woluwe
Samenstelling 1ste Peloton (Onderluitenant Esch)
2de Peloton (Adjudant Deltour)
3de Peloton

Tijdens de mobilisatie

ChADe Compagnie T13 van de Versterkte Positie Namen (Cie T13 VPN) wordt op 18 september 1939 gevormd te Flawinne, één van de kazernes van het 1ste Regiment Ardeense Jagers (1ChA). De compagnie wordt samengesteld met manschappen komende van verschillende eenheden van de Ardeense Jagers. De twaalf T13 pantservoertuigen kwamen een maand later in de eenheid aan en worden onderverdeeld in drie pelotons van vier tuigen. In januari 1940 verhuist de compagnie naar Brussel en komt er onder het bevel van het VIde Legerkorps te staan. Op 26 april 1940 besluit de legerleiding om de 2de Cavaleriedivisie, die heel wat van zijn eenheden tijdelijk heeft moeten afstaan aan andere formaties, te versterken met een nog op te richten bataljon pantserwagens onder de naam Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD). Het nieuw bataljon zal worden samengesteld uit de Compagnie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen (C47/T13 VPN), uit het te Brussel gestationeerde Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps en uit de Compagnie C47 op T13 van de 8ste Infanteriedivisie (Cie C47/T13 8Div).

De compagnie ontvangt tijdens de nacht van 9 op 10 mei het algemeen alarm van de staf van het Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie. Zij krijgen ook het bevel om bij eerste klaarte hun vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen in Sint-Stevens-Woluwe. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moet de compagnie zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Bij het aanbreken van de dag vertrekt de compagnie naar zijn alarmkantonnement aan de Leuvensesteenweg 71 te Sint-Stevens-Woluwe (TBC).

Het GHK heeft na de luchtlandingen aan het Albertkanaal de beslissing genomen om de vliegvelden rond de hoofdstad van de nodige bewaking te voorzien. In eerste instantie wordt het 31ste Artillerieregiment (31A) aangeduid om de vliegvelden van Evere en Zaventem onder schot te houden in geval van een massale luchtlandingsoperatie op één van de vliegvelden. Na hun opstelling komen de batterijen van 31A onder bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir), het territoriaal commando van de Provincie Brabant en Henegouwen onder leiding van Luitenant-Generaal Van Strydonck de Burkel. Ook het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) levert twee bataljons (III/4J en IV/4J) voor de bewaking van het vliegveld van Evere, het koninklijk paleis en de installaties van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene. Als laatste wordt het Bn T13 2CD aangeduid voor deze opdracht. De CieT13 VPN moet zich stand-by houden om tussen te komen bij een eventuele Duitse luchtlanding op de vliegvelden van Evere en Zaventem.

De tankjagers worden doorgestuurd naar de Kazerne Prins Boudewijn aan het Daillyplein en worden nog steeds voorbehouden om een mogelijke luchtlanding op Brussel te onderscheppen. Een peloton dient klaar te blijven om onmiddellijk uit te rukken. De twee andere pelotons mogen rusten. Nu de compagnie is aangehecht bij de 1ste Militaire Circonscriptie stuurt de compagnie een onderofficier met motorfiets naar de staf van het VIde legerkorps om de verbinding te blijven verzekeren. Het VIde Legerkorps heeft tijdens de namiddag van 10 mei de hoofdstad verlaten om zich te Kortenberg te installeren.

De opdrachten te Brussel blijven ongewijzigd.

De opdrachten te Brussel blijven ongewijzigd.

De opdrachten te Brussel blijven ongewijzigd.

Om 06u55 geeft het GHK de compagnie opdracht om naar Antwerpen te rijden en er zich onder het bevel van het Vde Legerkorps (VLK) te plaatsen. Het RV met het VLK wordt vastgelegd om 12u00 aan de kerk van Berchem. Het VLK bemant de Versterkte Positie Antwerpen met twee divisies van de tweede reserve en beschikt niet over organieke C47 anti-tankkanonnen. Naast de T13 voertuigen wordt eveneens een compagnie getrokken anti-tankgeschut (TBCNog niet nader geïdentificeerde compagnie) naar Antwerpen gestuurd.

Het VLK beslist de tankjagers te detacheren naar de divisies in lijn. Hiervoor zal de compagnie gesplitst worden in twee groeperingen van zes voertuigen: een eerste groepering moet zich begeven naar het kasteel Calesberg te Merksem om zich bij de 13de Infanteriedivisie (13Div) te voegen en een tweede groepering, onder bevel van Lt Henrion, moet rijden naar Wilmarsdonk om er de 17de Infanteriedivisie (17Div) te versterken. De voertuigen bestemd voor de 17Div zullen verdeeld worden over het 9de Jagers te Voet in de ondersector oost (twee voertuigen), het 7de Jagers te Voet in de ondersector centrum (twee voertuigen) en de reservemacht van de divisie (twee voertuigen te ‘s Hertogendijk nabij Stabroek). Luitenant Henrion zal zijn bevelen ontvangen van de commandant van ondersector oost.

De compagnie blijft echter nog een ganse dag te Brussel aangezien de 1ste Militaire Circonscriptie de nodige bevelen voor de verplaatsing slechts rond 22u00 communiceert. Terwijl de manschappen onderweg zijn richting Antwerpen volgt bovendien een tegenbevel: even voor middernacht krijgt Lt Henrion te horen dat zijn tankjagers bij het IVde Legerkorps (IVLK) zullen aangehecht worden en dat nieuwe instructies in ontvangst moeten genomen worden op de staf van dit korps op het fort van Mortsel.

etachement Cie T13 VPN bij IVLK
De compagniecommandant stelt zich in verbinding met het IVLK en kan aan het eind van de dag de zes voertuigen die oorspronkelijk bestemd waren voor de 13de Infanteriedivisie samenbrengen te Mortsel. Drie van deze T13 voertuigen worden nog die avond doorgestuurd naar de 15de Infanteriedivisie (15Div) om de bruggen over de Nete tussen Duffel en Walem te helpen bewaken. Twee voertuigen worden aangehecht bij het 31Li; één voertuig bij het 43Li. De overige drie voertuigen worden aan de 12de Infanteriedivisie (12Div) toegekend.

Detachement Cie T13 VPN bij VLK
De andere helft van de compagnie heeft het tegenbevel echter niet ontvangen en is doorgereden naar het afgesproken RV met de 17Div te Wilmardsdonk. Deze groepering wordt door de staf van het VLK doorgestuurd naar het kasteel van Calesberg om er onder bevel gesteld te worden van de 13Div.

Detachement Cie T13 VPN bij IVLK
De zes voertuigen aangehecht bij het IVLK ondersteunen de 12de en 15de Infanteriedivisies bij de afstoppingsacties langsheen de Nete. Het IVLK zal die avond zijn stellingen verlaten om zich over de Schelde terug te trekken en de tocht naar het westen aan te vatten.

Detachement Cie T13 VPN bij VLK
Ook het VLK vat de terugtocht aan en maakt zich klaar om de Versterkte Positie Antwerpen te ontruimen. De zes T13 voertuigen worden samen met de pelotons verkenners van de infanterieregimenten van de 13Div als mobiele reserve aangehecht aan het I/33Li, de achterhoede van de 13Div. Rond 18u00 (TBC) worden de zes voertuigen aan de 13Div onttrokken en opnieuw rechtstreeks onder bevel van het HK VLK geplaatst.

Detachement Cie T13 VPN bij IVLK
De voertuigen van de compagnie worden in afzonderlijke detachementen richting Merelbeke gezonden om op het plein aan de kerk te hergroeperen. Op de slagorde van het veldleger op 18 mei opgesteld door het Groot Hoofdkwartier staat de compagnie vermeld onder het IVde Legerkorps.

Detachement Cie T13 VPN bij VLK
Het HK VLK duidt de 17Div aan voor de beveiliging van de terugtocht van het korps door het Waasland. Hiervoor wordt door de 17Div een groepering opgericht bestaande uit de pelotons verkenner van het 7J, 8J en 9J. Deze groepering wordt later nog versterkt met de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (Gp Cy 15Div) en een compagnie T13 tankjagers (TBC of het gaat om de zes tankjagers van de Cie T13 VPN), het geheel staat rechtstreeks onder het bevel van de divisiestaf. De groepering wordt naar het Hoofd van Vlaanderen gestuurd en zal ontplooien ten oosten van de forten van Kruibeke en Kallo. Rond 11u00 stuurt de Staf/17Div het 7J en 8J vanuit Sint-Niklaas terug richting Schelde om stelling te nemen achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9J zal in reserve geplaatst worden achter de beide regimenten.

De compagnie wordt nergens vermeld. Er wordt vermoed dat de voertuigen naar Ruddervoorde onderweg zijn.

Het IVde Legerkorps heeft de pantserwagens nog steeds onder zijn rechtstreeks bevel. De manschappen kantonneren te Ruddervoorde.

De enige vermelding van de compagnie betreft een bericht van de provinciestaf van West-Vlaanderen aan het IVde legerkorps dat er een T13 in panne staat op de baan van Brugge naar Gistel.

De compagnie wordt verplaatst naar Roeselare met het oog op een eventuele inzet aan het Leie-front.

De T13 pantsers kantonneren te Roeselare en maken nog steeds deel uit van de strategische reserve van het IVde legerkorps. Dit legerkorps beveelt nu de 1ste, 3de en 10de infanteriedivisies.

De eenheid bevindt zich in het gehucht Aardappelhoek in de havenbuurt van Roeselare.

Een achtergelaten T13 pantserwagen wordt door Duitse mecaniciens geborgen.

Na een laatste dag stand-by gebleven te zijn rond Roeselare, worden tijdens de vooravond zeven voertuigen doorgestuurd naar de 10de infanteriedivisie.

De zeven voertuigen die bij de 10de infanteriedivisie aangehecht werden, maken deel uit van de reservemacht van deze divisie, samen met de laatste drie tanks van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps, drie T13’s en het eskadron wielrijders van de 10de divisie.

Rond het middaguur worden de pantserwagens en het eskadron wielrijders teruggetrokken tot de spoorlijn Ieper-Roeselare. Die zelfde avond worden de T13’s ingezet als onderdeel van de mobiele achterhoede van de 10de divisie bij de acties ten westen van Roeselare. Drie voertuigen worden gepaard met telkens een van de overblijvende Renault tanks van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps en opgesteld tussen Moorslede en Roeselare.

Een eerste combinatie komt nabij de Tuimelarestraat te staan, de tweede aan de Vierkavenweg en de laatste aan Koekuithoek. Deze voertuigen worden rond middernacht versterkt met gevechtsgroepen van de infanterie, maar het komt niet tot contact met de vijand.

De compagnie blijft fungeren als mobiliele reserve van de 10de divisie en staat onder het operationele bevel van de Compagnie T13 van deze formatie. De voertuigen bevinden zich waarschijnlijk nog steeds ten westen van Roeselare.

Na de overgave wordt de compagnie aangehecht bij de 2de Cavaleriedivisie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Bikar, A., 1993, Mai 1940: Une unité peu connue de Chasseurs Ardennais: La Compagnie T13 de la PFN, Revue belge d’histoire militaire, XXX/1993, pp. 25-44.