Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers | Bn Moto ArdJ
Bataillon Motocycliste des Chasseurs Ardennais | Bn Moto ChA
Type Gemotoriseerd licht infanteriebataljon
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Groepering Keyaerts
Bevelhebber Majoor Léon Krémer
Adjunct Luitenant C. Nelis
Standplaats La Roche en Ardenne
Samenstelling Staf
1ste Compagnie Motorwielrijders
(Kapitein-commandant N. Reyntens)
1ste Peloton (Lt M. Ordeurs)
2de Peloton (OLt R. Habay)
3de Peloton (OLt J. Conrady)
2de Compagnie Motorwielrijders
(Kapitein-commandant E. Faber)
4de Peloton (Lt A. Renard)
5de Peloton (Lt J. Van Eeckhoute)
6de Peloton (OLt M. Navarre)
3de Compagnie Steunwapens
(Kapitein-commandant R. De Bie)
7de Peloton Mi (OLt R. Leblanc)
8ste Peloton Mi (OLt R. Bergilez)
9de Peloton C47 (Lt A. Uselding)
10de Peloton C47 (Lt M. Gobier)

Tijdens de mobilisatie

Bn Moto ChAStaf/Bn Moto ChA
Eind 1939 wordt in de schoot van de Ardeense Jagers in alle haasten een Bataljon Motorwielrijders (Bn Moto ChA) opgericht om de mobiliteit te vergroten bij de opdrachten aan de oostgrens van ons land. Het gros van de manschappen komt over van het 4ChA, 5ChA en het 6ChA. Het bataljon bestaat uit drie compagnies van telkens drie pelotons.

De militairen voorbestemd voor het Bn Moto ChA worden op 23 februari naar Ernage gestuurd waar zich een depot van het leger bevindt (waarschijnlijk gaat het hier om een vestiging van het 3de Legerdepot dat in Gembloers gestationeerd was). Hier krijgen ze hun materieel en volgen ze een korte opleiding.

Na de opleiding wordt het bataljon de de Ardennen ingestuurd en aangehecht bij de Groepering Keyaerts. Het bataljon krijgt zijn standplaats te La Roche en wordt aan de beide oevers van de Ourthe ontplooid. De eenheid is verantwoordelijk voor een aantal voorbereide vernielingen van wegen en andere infrastructuur en moet na een Duitse inval eveneens instaan voor de veilige terugtocht van het 2ChA en het 3ChA uit het grensgebied.

Majoor Léon Krémer.

3Cie/Bn Moto ChA
Vanaf 23 februari bevindt de 3Cie zich te Ernage. Dagelijks verplaatsen de motorrijders van de 3Cie zich naar de suikerfabriek van Gembloers waar ze door Onderluitenant Leblanc getraind worden in het besturen van de moto’s. Deze opleiding zal anderhalve maand duren waarna de 3Cie kantonnementen opzoekt in Fisenne gelegen tussen de Ourthe en de Aisne ten noorden van La Roche-en-Ardenne. De compagnie wordt ingezet voor de bewaking van de toegangen naar de brug van Erezée (Pont-d’Erezée)

Staf/Bn Moto ChA
Omstreeks 01u00 wordt het bataljon te La Roche gealarmeerd over de nakende invasie. De eerste oorlogsdag wordt een peloton gedetacheerd naar de commandopost van de 1ste Divisie Ardeense Jagers te Saint Hubert en worden vernielingen aan wegen en kunstwerken uitgevoerd voor zover deze de bewegingen van de andere eenheden van de ChA niet belemmeren.

Van links naar rechts: een Saroléa 1000cc H38, een Gillet 720cc, een onbekende motorfiets en een FN 1000cc M12-aSM.

Rond 19u15 wordt het bataljon klaargemaakt voor de aftocht. Inmiddels zijn de verkenningstroepen van de Franse cavalerie in de Ardennen volop bezig met hun defensieve ontplooiing. Ook te La Roche arriveren rond 21u00 Franse troepen die de stad tot een anti-tanksteunpunt willen versterken en Majoor Kremer aanvankelijk verbieden om zich terug te plooien.

Rond 23u00 komen de eerste troepen van het III/2ChA onder Majoor Danloy aan te La Roche. De wielrijders van deze eenheid trekken onmiddellijk door de stad.

3Cie/Bn Moto ChA
Om 24u00 verlaten de voorposten van de 3Cie Fraiture om zich naar Fisenne te begeven. Tijdens de nachtelijke rit verongelijkt Soldaat Albert in de steile afdaling naar de brug van Erezée.

Ardeense Jagers op Gillet-Herstal 600AB38 motorfietsen.

Staf/Bn Moto ChA
Omstreeks 04u30 verlaten de laatste elementen van het bataljon de stad La Roche. Rond 19u00 installeren de motorwielrijders zich in de buurt van Modave ten zuidoosten van Hoei om er de ontvangststelling Hoyoux-Ourthe te helpen bemannen. Even later wordt de terugtocht naar Huccorgne bevolen, waar het bataljon arriveert omstreeks 23u30. Tijdens de nacht wordt nog een verplaatsing gemaakt naar Temploux waar de 1Div ChA zich hergroepeerde.

3Cie/Bn Moto ChA
In de ochtend wordt de brug van Erezée vernield. Dit zorgde echter niet voor een lang oponthoud aangezien de Duitsers de brug snel konden herstellen aan de hand van balken die ze haalden bij de vlakbij gelegen zagerij Dory.

Om 05u00 wordt de aftocht geblazen richting Modave ten oosten van de Maas. In Oppagne wordt eventjes halt gehouden om de compagnie te verzamelen en de colonne te vormen. Hier bevind zich ook een eenheid van het 3ChA die de terugtocht heeft aangevat. Vanuit Oppagne vertrekt de colonne naar Modave waar stelling wordt genomen om de laatste elementen van de 1Div ChA op te vangen

Vanuit Modave gaat het naar Hoei waar de Maas wordt overgestoken. De 3Cie passeert als laatste over de Maasbrug vooraleer de brug tot ontploffing wordt gebracht.

Staf/Bn Moto ChA
Rond 09u00 wordt het bataljon aangehecht bij het VIIde Legerkorps om de K.W. Stelling tussen Perwez en Aische-en-Refail te gaan verdedigen. Perwez zal tot een antitankcentrum uitgebouwd worden. Om 10u00 vertrekt het bataljon richting Perwez en ontsnapt zo aan het Duitse luchtbombardement op Temploux. Tussen 15u00 en 20u00 richten Duitse bommenwerpers een ware ravage aan in de hergroeperingszone van de 1Div ChA. Er vallen heel wat slachtoffers te betreuren bij de Ardeense Jagers. Na heel wat discussies tussen verscheidene hogere bevelhebbers over de toekomstige opdracht van het Bn Moto ChA, worden de motorwielrijders in de avond opnieuw toegevoegd aan de 1Div ChA. Ze blijven aan de K.W. Stelling.

3Cie/Bn Moto ChA
Om 10u00 verlaat de 3Cie Temploux om naar Perwez te trekken en vervoegt die gemeente via smalle landwegjes. De compagnie neemt stelling achter een anti-tankversperring opgebouwd met Cointet-elementen die zich over kilometers en kilometers uitstrekt.

Lt Renard, PlComd bij de 2Cie, op een Gillet-Herstal 600AB38.

Staf/Bn Moto ChA
Het Bn Moto ChA blijft aan de K.W. Stelling nabij Perwez, waar in de loop van de avond de metalen Cointet-hekkens van de anti-tankversperring afgesloten worden na de doortocht van de laatste Franse troepen. Rond 20u00 is de K.W. Stelling afgesloten en is iedereen klaar voor de komst van de Duitse voorhoede. Even later ontvangt het bataljon het bevel om om 23u00 af te reizen naar La Hutte nabij Genappe. De rest van de Groepering K concentreert zich ook nabij Genappe.

Staf/Bn Moto ChA
Rond 05u00 komt het bataljon op zijn bestemming te La Hutte aan. De motorwielrijders zullen voorlopig niet ingezet worden en kunnen van een rustpauze genieten. Tijdens de avond begeeft Majoor Krémer zich naar de vergadering van de korpscommandanten op de staf van de Groepering K te Bousval. De majoor verneemt dat de Groepering K nog tijdens de nacht van 13 op 14 mei naar Asse zal verplaatst worden. Het bataljon vertrekt even voor 21u00 en rijdt via de historische hoeve van La Haite Sainte naar Eigenbrakel, Alsemberg en Dworp.

Staf/Bn Moto ChA
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei onderneemt het bataljon een bewogen tocht naar Huizingen nabij Halle. Luitenant Uselding is met de installatieploeg voorop gereden om de nieuwe kantonnementen klaar te maken. Majoor Krémer plaatst zijn commandopost in het gemeentehuis van Huizingen. De avond van 15 mei vertrekken de motards op bevel van de Groepering K naar Iddergem nabij Denderleeuw. De route loopt over Buizingen, Leerbeek en Ninove. Het bataljon komt om middernacht aan te Iddergem.

3Cie/Bn Moto ChA
De 3Cie verlaat La Hutte om 00u15 om zich naar Huizingen te begeven. In Huizingen ontmoeten de Ardeense Jagers van de 3Cie de eerste Engelse soldaten die tot een luchtafweereenheid behoren. Om 09u00 beschieten deze laatsten een aantal Duitse vliegtuigen. Eén vijandig toestel van het type Heinkel He 111, wordt neergehaald en stort neer in de kantonnementszone van het bataljon. De bemanning wordt gevangen genomen en naar Majoor Krémer gebracht. Hij draagt de vijf gevangen Duitsers over aan de Britse troepen na een korte ondervraging. De compagnie verlaat Huizingen in de vroege avond en brengt de nacht van 15 op 16 mei door in Iddergem.

Staf/Bn Moto ChA
Het bataljon zet zich omstreeks 08u45 opnieuw in beweging en rijdt van Iddergem bij Denderleeuw naar Hofstade bij Aalst. Na een snelle verplaatsing die slechts 45 minuten duurt, nemen de troepen nieuwe kantonnementen in. De rest van de dag wordt de manschappen de nodige rust gegund. De staf van de Groepering K laat tijdens de vooravond weten dat de Groepering K ontbonden wordt. De terugtocht naar Vlaanderen wordt als voltooid beschouwd en de eenheden keren terug naar hun organieke formaties. Het Bn Moto ChA zal vanaf nu opereren onder het commando van het Cavaleriekorps. Om 18u45 stijgt iedereen alweer op. De rit gaat via Aalst, Heusden bij Gent, Destelbergen en Sint-Amandsberg naar Slotendries nabij Oostakker. Tijdens de nacht ontvangt men de nodige bevoorrading aan brandstof en levensmiddelen.

Staf/Bn Moto ChA
De ochtend wordt gebruikt om de rusten en de voertuigen en onderhoudsbeurt te geven. Tijdens de vroege ochtend wordt het bataljon in stand-by geplaatst om zo nodig binnen de 30 minuten te kunnen vertrekken. Intussen maakt men een inventaris op van het verloren gegane materiaal. Deze rekenoefening bevestigt dat het bataljon in de eerste week van de veldtocht zo’n 65 motorfietsen (solo’s, sidecars en tricars), enkele voertuigen en een honderdtal wapens heeft moeten achterlaten. Ook ontbreken maar liefst 102 manschappen op het appel.

Luitenant Gerard, de officier-mecanicien, wordt naar het Reservewielvoertuigenpark in Gent gezonden in de hoop daar de nodige vervanguitrusting kunnen in ontvangst te nemen. Hij keert terug met 17 moto’s, 31 sidecars en 8 tricars. Deze voertuigen waren reeds tijdens de mobilisatie gereserveerd voor het bataljon, maar nooit geleverd. Een geplande verhuis richting Dendermonde gaat die nacht niet door en het bataljon blijft in de buurt van Gent.

Tijdens de voormiddag trekken de motorwielrijders naar Zaffelare waar na een kort oponthoud doorgereisd wordt naar Sint-Gillis-Waas. Aldaar komen de Ardeense Jagers onder het bevel van de 1ste Cavaleriedivisie. De divisie beveelt de Ardeense Jagers posities in te nemen tussen Doel en Kallo om de flank van de 17de Infanteriedivisie te dekken op haar aftocht uit Antwerpen.

Om 16u30 installeert het bataljon zich op haar nieuwe posities, maar nog geen drie uur later wordt bevolen de lijn te verlengen van Oud Doel tot aan de Nederlandse grens. Om 20u30 meldt het bataljon dat de Duitsers nabij Lillo de Schelde trachten over te steken.

Tijdens de nacht van 18 op 19 mei verhuist de commandopost naar Molen-Wijk. Omstreeks 11u00 wordt de vijand gesignaleerd op de linkeroever van de Schelde te Zwijndrecht. Het bataljon zoekt verbinding met het 4de Lansiers. Er wordt sporadisch over-en-weer geschoten over de Schelde. Omstreeks 18u00 trekt het bataljon zich samen met de rest van de troepen in de streek terug naar het Kanaal Gent-Terneuzen. Het bataljon moet zich nabij Terneuzen ingraven, maar reeds omstreeks 21u00 beveelt men de doortocht naar Ter Holle in de buurt van Hulst in Zeeland. Het bataljon bevindt zich nu volledig in Nederland.

Om 00u15 geeft Majoor Krémer aan de aangekomen troepen de opdracht om zich rondom Hulst in te graven, maar een uur later ontvangt hij het bevel dat hij reeds om middernacht moest weg zijn richting Sluiskil. Rond half acht in de ochtend maakt Majoor Krémer de verbinding met het commando van het 1ste Gidsen. De brug over het kanaal te Sluiskil moet worden opgeblazen bij het opdagen van de vijandelijke troepen en de nodige afspraken worden gemaakt om er voor de zorgen dat geen Belgische troepen worden afgesneden op de oostelijke oever. De vijand wordt verwacht aan te komen tijdens de ochtend van 21 mei.

Tijdens de nacht van 20 op 21 mei wordt contact gemaakt met de vijand en omstreeks 02u45 trekt het bataljon zich terug, eerst naar Notelare en vervolgens tot Philippine. De Duitse druk neemt af en rond de ochtend wordt het bataljon in reserve geplaatst nabij Boekhoute, opnieuw op Belgisch grondgebied. Om 11u40 verlaten de Motorwielrijders als laatste Sluiskil, en blazen de brug op nadat ze de laatste Belgische troepen veilig op de westelijke oever van het kanaal brachten. Rond 19u00 komt het ganse bataljon de Gottem aan.

Net voor 08u00 wordt het bataljon op stand-by geplaatst voor een eventuele verplaatsing naar de zone tussen de Schelde en de Leie. Het doel van deze nieuwe opdracht is het beschermen van de zuidflank van het VIIde Legerkorps door een stellingname rond Wortegem en Kruishoutem, voor het geval dat de de Britten zich zouden terugtrekken van hun gedeelte van de Schelde-stelling vanaf Oudenaarde.

Het bevel wordt echter ingetrokken wanneer duidelijk wordt dat de geallieerde legers in Vlaanderen zich zullen terugtrekken naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.

De rest van de dag wordt dan ook te Gottem doorgebracht.

Rond 20u30 beveelt het VIIde Legerkorps aan zijn grote formaties om een aantal officiersverkenningen uit te sturen over de Leie om te bepalen waar de Duitsers zich bevinden. Het bataljon krijgt hierbij de taak om drie patrouilles van telkens één officier en drie manschappen op pad te sturen. Tussen 22u45 en 00u20 vertrekken de drie ploegen:

  • Luitenant Van Eeckhout en zijn ploeg neemt een verkenningspost in aan kilometerpaal 6 van de baan Gavere-Deinze.
  • Luitenant Gerard krijgt het bevel over de post van Kruishoutem.
  • Onderluitenant Habay vertrekt naar zijn post te Steenbrugge, een gehucht van Harelbeke ten zuiden van de Gavers.

Elke ploeg krijgt twee reisduiven mee voor het doorsturen van dringende berichten.

Het bataljon heeft inmiddels de opdracht gekregen om zich verder van de nieuwe frontlinie op te stellen en vertrekt om 03u45 naar Pittem. De tocht duur tot ongeveer 06u00.

Intussen lopen de eerste berichten binnen van de drie verkenningsploegen die achtergebleven zijn tussen de Leie en de Schelde. De opmars van de Duitsers over de Schelde wordt ten dele in kaart gebracht. Tijdens de voormiddag maken de ploegen contact met de vijand en wordt besloten om de Leie eveneens over te steken en het bataljon te vervoegen.

Het bataljon vertrekt om 14u00 naar Roeselare. Het Groot Hoofdkwartier is verontrust over de laatste berichten over de Duitse opmars in Noord-Frankrijk en wil met de verplaatsing van een aantal eenheden naar Zuidwest-Vlaanderen de zuidelijke flank van onze legerzone versterken. Roeselare en Izegem zullen ingenomen worden door de 10de Infanteriedivisie, die het Bataljon Motorwielrijders in versterking zal krijgen.

Na een bijzonder snelle rit komen de motorwielrijders aan vanaf 14u45 en worden de compagnies opgesteld aan de rand van de stad:
de commandopost wordt opgesteld in het stadhuis van Roeselare

  • de 1ste compagnie ontplooit tussen de baan naar Staden en de baan naar Menen
  • de 2de compagnie bestrijkt de zone tussen de baan naar Rumbeke en Tasse
  • de 3de compagnie krijgt de zone toegewezen tussen de baan naar Beveren en Hooglede

Het bataljon is nog maar net toegekomen en wordt naar Ieper gezonden, via Moorslede en Zonnebeke. De compagnies worden onmiddellijk teruggeroepen en de colonnes vertrekken om 17u15. Ieper moet onder bevel van het IIIde Legerkorps ingericht worden als anti-tankcentrum en het bataljon wordt onderdeel van een nieuwe verdedigingslinie die naar het zuiden gericht is en van de Westhoek en de stad Ieper gebruik maakt om de Belgische zuidflank nu tot aan de kust te kunnen dekken.

Die nacht neemt Majoor Kremer contact op met de Britten en verneemt hij de aanwezigheid van enkele van hun divisies. Die avond wordt het bataljon naar de lijn Menen-Moorslede gestuurd om de Duitse doorbraak over de Leie te Bissegem en Wevelgem te helpen terugwerpen.

Samen met de groepering wielrijders van de 1ste divisie wachten de Ardeense Jagers de oprukkende vijand af. De Duitse druk op het Belgische front is echter na de doorbraak over de Leie echter zo groot dat het bataljon zich moet terugtrekken van de westelijke kant van de spoordijk Menen-Roeselare en een nieuwe stelling dient in te nemen, min of meer in rechte lijn tussen Menen en Moorsele.

Bij aanvang van de verplaatsing breekt even paniek uit onder de motorwielrijders wanneer enkelen menen gas te kunnen ruiken. Alle manschappen stuiven in dekking en zetten hun gasmasker op. En officier tracht de soldaten er van te overtuigen dat het om de reuk van het rottende vlas gaat maar velen protesteren en willen hun gasmasker niet afzetten. Uiteindelijk keert de rust terug onder de manschappen en zet het bataljon zich op weg.

Gedurende de ganse middag duiken steeds meer Duitse troepen op en het duurt niet lang of het ganse bataljon is nu in direct contact met de vijand. De Compagnie die zich ten noordoosten van Menen bevindt, krijgt het het zwaarst te verduren en het peloton van Lt Van Eeckhout verliest weldra de verbinding met de rest van het bataljon en wordt overrompeld. Enkele overblijvers slagen er in zich door Menen terug te trekken en naar Geluwe en Poelkapelle uit te breken. Vanaf 18u00 breekt het bataljon het contact met de vijand af en trekt zich terug naar Poelkapelle om haar wonden te likken en zicht te reorganiseren.

Reeds om 03u50 dient het bataljon naar Staden te rijden. In de loop van de ochtend komen de laatste achterblijvers van de Leie aan en rond de middag wordt het bataljon in reserve geplaatst bij het Iste legerkorps

Die avond wordt het bataljon vooruit gestuurd naar Sint-Juliaan.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei werd op de spoorlijn Ieper-Roeselare een geïmproviseerde anti-tankhindernis aangelegd met honderden buffer-aan-buffer geplaatste goederenwagons.

Deze poging om de vijand op de spoorlijn Ieper-Roeselare tegen te houden, zal zijn doel missen: er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons door komen. Daarenboven staan de gewassen in de meeste velden nagenoeg op volle lengte, zodat de vijand op de meeste plaatsen ongezien kan naderen. En op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voordien de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers nu ook dit handig weten te gebruiken om te naderen.

Ter hoogte van Frezenberg heeft het 3L post gevat langsheen de spoorlijn, maar tijdens de ochtend van 27 mei kan de vijand hier al snel een opening maken in de Belgische posities.  De 15de Infanteriedivisie zal hierop tussen Zonnebeke en Langemark een dwarsstelling organiseren op een mogelijke Duitse doorbraak van uit het zuiden te blokkeren.  Kolonel d’Orjo van het 2L  wordt verantwoordelijk voor deze dwarsstelling en krijgt hiervoor de volgende troepen  toegewezen:

  • De Wielerijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie
  • Het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie
  • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers
  • Het Eskadron Luchtafweermitrailleurs van de 2de Cavaleriedivisie
  • Het 7de Eskadron van 2L
  • De mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen van 2L

Kolonel d’Orjo besluit twee kwartieren in te richten: kwartier noord op de rechterflank met de wielrijders van de 1ste en 17de infanteriedivisies in de diepte gedekt door het Eskadron Luchtafweermitrailleurs en kwartier zuid op de linkerflank met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers gedekt door de mitrailleurs van 2L.  De scheidingslijn tussen deze beide kwartieren komt te Sint-Juliaan te liggen.  Hij plaatst zijn eigen commandopost te Poelkapelle.

De ganse dag door blijven de Ardeense Jagers tussen Sint-Juliaan en Zonnebeke betrokken in beperkte schermutselingen met de vijand.

Om 15u30 wordt gemeld dat elementen van het 3L zich zullen terugtrekken van uit de richting Zonnebeke. Die avond neemt de intensiteit der gevechten toe. Rond 18u00 wordt het bevel gegeven ten alle prijzen stand te houden.

Nog omstreeks 02u15 vraagt het bataljon een vuuropdracht aan bij de Belgische artillerie, maar even na 04u00 vernemen de manschappen dat de oorlog voorbij is en de wapens neergelegd worden. Majoor Kremer verzamelt het bataljon in Sint-Juliaan. De motorwielrijders worden naar Passendale gebracht om vervolgens via de Grenadierskazerne te Brussel en Waver naar de krijgsgevangenschap af te reizen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. La Fraternelle Royale des Chasseurs Ardennais, 2011. Pertes des Chasseurs Ardennais durant la deuxième guerre mondiale, [on line beschikbaar]: <http://www.fraternellechasseursardennais.be/> [Laatst geraadpleegd op 10 september 2011].
  2. Morsomme, A., 1962, Face au devoir: le bataillon motocyclistes Chasseurs Ardennais, VIIe Corps.
  3. Getuigenis Soldaat Leon Pirlot, motorrijder bij de 3Cie. [On Line beschikbaar]: https://lapetitegazette.net/2016/07/27/leon-pirlot-de-hotton-chasseur-ardennais-1940-1945/ [Laatst geraadpleegd op 22 december 2017]