3de Regiment Ardeense Jagers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 3de Regiment Ardeense Jagers | 3ème Régiment de Chasseurs Ardennais | 3ChA
Type Regiment lichte infanterie van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Groepering Keyaerts
Bevelhebber Kolonel H. Robert
Standplaats Voortuitgeschoven Positie Ardennen
Ondersector Salm en Lienne
Commandopost te Bra-sur-Lienne
Samenstelling I Bataljon
(Majoor G. Van Espen)
1ste Gemengde Compagnie Wielrijders (Cdt J. Bovoy)
2de Gemengde Compagnie Wielrijders (Cdt SBH J. Flébus)
3de Gemengde Compagnie Wielrijders (Lt G. Lejeune)
II Bataljon
(Majoor René De Neeff)
4de Gemengde Compagnie Wielrijders (Cdt F. Hoffelt)
5de Gemengde Compagnie Wielrijders (Kapt E. Van Schoutte)
6de Gemengde Compagnie Wielrijders (Cdt M. Vander Veken)
III Bataljon
(Majoor E. Velghe)
7de Gemengde Compagnie Wielrijders (Lt R. Laurent)
8ste Gemengde Compagnie Wielrijders (Lt E. Baland)
9de Gemengde Compagnie Wielrijders (Lt L. Delforge)
10de Compagnie Motorwielrijders (Kapitein-commandant E. Dupont)
11de Compagnie T13 Pantserwagens (Kapitein-commandant Jean-Olivier Closset)
Stafcompagnie (Luitenant N. Servais)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein F. Bouche)

Tijdens de mobilisatie

3ChAStaf/3ChA
Het 3de Regiment Ardeense Jagers (3ChA) werd op 25 augustus 1939 gemobiliseerd in de Kazerne Sergeant-Fourier Ratz te Rencheux nabij Vielsalm. Op dat ogenblik beschikt het regiment eveneens over een instructiebataljon te Anheit en depots te Vielsalm, Anheit, Erezée en Chevron. Dit instructiebataljon wordt ontbonden.

Het regiment gaat vanaf 28 augustus 1939 over tot de activering van het 6ChA en zal tijdens de mobilisatie ook het IIIde Bataljon van het 7ChA leveren. Op 28 augustus is het regiment eveneens klaar tot de actie en vertrekken de troepen naar hun stellingen binnen de Versterkte Positie Namen.

Wanneer in november 1939 de Divisie Ardeense Jagers in twee gesplitst wordt en het 3ChA overgaat naar de nieuwe 1ste Divisie Ardeense Jagers, vertrekt het regiment met deze divisie naar de Ardennen. Het regiment maakt vanaf die datum deel uit van de Groepering Keyaerts (Groepering K), een tijdelijke formatie die in de Ardennen vertragingsmaneuvers moet uitvoeren bij een vijandelijke inval uit het oosten. De Groepering K bestaat uit het gros van de 1ste Cavaleriedivisie en de volledige 1ste Divisie Ardeense Jagers.

Staf/3ChA
Aan de vooravond van de Duitse inval staat het regiment onder het rechtstreekse gezag van de Groepering Keyaerts. De 1ste Divisie Ardeense Jagers maakt deel uit van de dekkingstroepen en staat opgesteld langsheen de oostgrens van ons land. De taak van het regiment bestaat er in wegen, bruggen en communicatieinfrastructuur te vernielen bij een Duitse aanval om zich vervolgens terug te plooien naar het westen. Om die taak uit te voeren is het regiment verspreid over een relatief grote ondersector langsheen de rivieren de Salm en de Lienne:

  • de eerste verdedigingslinie wordt gevormd langsheen de Salm, met van noord naar zuid:
    • één peloton van de 4de Compagnie te Cheneux aan de oevers van de Amblève
    • de rest van 4de Compagnie en twee T13 voertuigen te Trois-Ponts
    • één peloton van de 5de Compagnie te Rochelinval
    • de rest van de 5de Compagnie met een T13 van het regiment en de beide T13 van het 1G te Grand-Halleux
    • de 8ste Compagnie met een T13 te Vielsalm-Rencheux
    • de 7de Compagnie met een T13 te Salm-Château.
    • de 1ste Compagnie met een steunpunt te Ottré, aangevuld met een T13, een steunpunt te Bihain en een steunpunt te Petitle Langlir
  • een vijftal kilometer naar het westen vormt de Lienne een tweede defensieve linie met, opnieuw van noord naar zuid:
    • de 6de Compagnie ten oosten van Lorcé met één peloton te Houssonloge, één peloton bij de brug van Lorcé en één peloton bij de brug van Tiergnon
    • de 9de Compagnie aan weerskanten van de baan Lierneux-Manhay nabij Bois du Fays
    • de 2de Compagnie met twee T13 voertuigen en een peloton pantserwagens van het 2L op Baraque-Fraiture
    • de 3de Compagnie te Chabrehez, met een peloton nabij het Château Saint-Jean, op de baan naar Wibrin
  • de 10de Compagnie Motorwielrijders tenslotte ligt rond Montleban, met:
    • een peloton aan weerskanten van de baan van Montleban naar de N30 Houffalize-Baraque Fraiture
    • een peloton en een pantserwagen van 2L aan weerskanten van de baan van Sommerain naar die zelfde N30
    • een peloton en twee pantserwagens van 2L op de N30, zo’n 3 Km ten noorden van Houffalize
  • de rest van het Eskadron Pantserwagens van het 2L ligt te Manhay
  • de commandopost van het 3ChA bevindt zich te Bra-sur-Lienne; de bataljons hebben hun commandoposten opgesteld te Manhay (Iste Bataljon), Basse-Bodeux (IIde Bataljon) en Lierneux (IIIde Bataljon)
  • de medische hulppost en het depot van het regiment is geïnstalleerd te Erezée

Ten oosten van de Vooruitgeschoven Positie bevinden zich ook kleine groepjes Ardeense Jagers op diverse Alarmposten (Postes d’Alerte, oftewel PA) aan de Belgisch-Duitse grens. Hun taak bestaat er in de commando te alarmeren bij een Duitse grensoverschrijding. De Alarmposten worden ondersteund door zogenaamde Officiersverkenningen (Reconaissance d’Officier, ook RO) die over een ploeg van een twaalftal manschappen beschikken. Het 3ChA bemant vier RO’s:

  • RO1 te Stauffelberg onder Luitenant Bourg
  • RO2 te te Dreihutten onder 1ste Sergeant Mouzon
  • RO3 te Schliebach onder Luitenant Verreecke
  • RO4 te Honsfeld onder Luitenant Stevelinck

11Cie/3ChA
De 11Cie/3ChA beschikt over twee pelotons, elke uitgerust met vier C47 op T13. De middelen van de 11Cie zijn verspreid over de verschillende steunpunten. De commandopost (CP) van de 11Cie staat opgesteld bij de CP van het regiment in Bra-sur-Lienne. Het 1Pl van Lt Groven heeft zijn commandopost opgesteld Basse Bodeux ten oosten van Trois-Pont en zijn  T13 zijn verdeeld over de verschillende steunpunten ten noorden van de eerste verdedigingslinie. Het 1ste en het 2de stuk staan opgesteld te Trois-Pont, het 3de stuk te Grand-Halleux en het 4de stuk te Rencheux. Het 2Pl van OLt Franck heeft zijn CP in Joubiéval en heeft zijn T13 verdeeld over de zuidelijke steunpunten van de eerste verdedigingslinie. Het 1ste stuk staat opgesteld te Salm-Châteaux, het 2de in Petit L’Anglois en het 3de en 4de stuk staan opgesteld op Baraque-Fraiture.

Bij hun intocht te Chabrehez ontdekken de Duitsers de door de 3de compagnie achtergelaten fietsen.

Het zijn de alarmposten die vanaf middenacht reeds berichten beginnen door de sturen van verdachte bewegingen over de grens en het commando van de Groepering K er toe aanzetten om even na 03u45 het bevel te geven om de voorziene vernielingen uit te voeren. Ook het 3ChA begint dan met het opblazen van bruggen, viaducten, wegen en kruispunten en het uitvoeren van boomvellingen en wegversprerringen. Vervolgens trekken de alarmposten zich terug naar het westen.

De stellingen van het 3ChA liggen in de directe marsroute van de 5de en 7de Duitse Pantserdivisies wat tot enkele dramatische schermutselingen zal leiden.

I/3ChA

  • 1Cie
    De 1ste Compagnie blijft de ganse dag op post zonder contact te maken met de vijand. De compagnie vertrekt om 21u30 naar de Ourthe-stelling.
  • 2Cie
    De compagnie verlaat de Salm om 22u00, na de doortocht van de 1ste Compagnie en zet eveneens koers naar de Ourthe.
  • 3Cie
    In het dorpje Chabrehez bemant de 3de compagnie van het I/3ChA in een defensieve anti-tankstelling met diverse steunpunten. Vanaf de voormiddag trachten de voorhoedes van de 7(DEU)PzDiv door de Belgische linies te breken, maar ze stuiten op hardnekkige weerstand van de Ardeense Jagers. Rond 20u45 kunnen twee vijandelijke pelotons in het dorp binnendringen. Een hevig vuurgevecht breekt uit met de Belgen die net op het punt stonden de aftocht te blazen. Het dorp valt in Duitse handen rond 21u00. De vijandelijke tanks zullen pas de volgende ochtend de opmars hervatten.

II/3ChA

  • 4Cie
    De 4Cie van het II/3ChA staat opgesteld te Trois-Ponts en krijgt daar vanaf de middag met de Duitsers te maken. De vijand slaagt er aanvankelijk in de stellingen te infiltreren, maar de Ardeense Jagers herstellen de situatie. De 4Cie wordt bijgestaan door twee T13 tankjagers, waarvan voertuig 0527 achtergelaten wordt met een gebroken koppeling. Het tweede peloton van Onderluitenant Resibois kan de orders tot de aftocht niet ontvangen en blijft alleen achter. De manschappen worden tijdens de ochtend van 11 mei gevangen genomen.
  • 5Cie
    Het 1ste Peloton van 5de compagnie bevolen door Onderluitenant Liégois heeft zich ingegraven te Rochelinval, waar omstreeks 14u00 de Duitsers opduiken. De 5de Compagnie belet de vijandelijke doorgang en zal standhouden tot even voor vallen van de duisternis. De compagnie kan zich vanaf 20u00 met enige moeite terugtrekken.
  • 6Cie
    De 6Cie maakt geen contact met de vijand en trekt zich bij valavond zonder problemen terug naar de Ourthe. De compagnie installeert zich ten zuiden van Comblain-au-Pont en maakt aansluiting met de 5de Compagnie van het 4de Regiment Carabiniers-Cyclisten (4Cy).

III/3ChA

  • 7Cie
    Ook de 7Cie brengt de dag door zonder verassingen en trekt zich ‘s avonds terug.
  • 8Cie
    Verkenners van de 5(DEU)PzDiv stuiten omstreeks 12u00 op het steunpunt te Burtonville. De invallers worden enige tijd opgehouden en bereiken pas om 17u15 de spoorlijn van Trois-Points naar Vielsalm. Het noordelijke en centrale peloton van de compagnie vallen dan onder vuur. De compagnie verbreekt het contact omstreeks 20u15 en plooit zich terug.
  • 9Cie
    De 9de compagnie raakt niet betrokken bij gevechten.

10Cie Mot/3ChA
De 10Cie Mot blijft de omgeving van Montléban tot ongeveer 16u00, waarna de eenheid zich op bevel terugtrekt naar de Martin-Moulin beek en zijn commandopost overbrengt naar Wibrin. De compagnie moet op deze nieuwe stelling de aftocht van het regiment naar de Ourthe dekken als ook de verbinding verzekeren tussen het eigen regiment en het 2de Regiment Ardeense Jagers dat in het zuiden eveneens aan de terugtocht uit de Ardennen is gestart. De compagnie stuurt verschillende patrouilles uit om de Duitse opmars na te gaan en stuit rond 18u00 nabij Nadrin op een detachement van de 10de Compagnie van het 2ChA.

11Cie/3ChA
Om 01u00 komt het alarm binnen bij de 11Cie. In de loop van de ochtend meldt Lt Groven dat één van de voertuigen in Trois-Pont af te rekenen heeft met een defecte koppeling. Een ploeg herstellers wordt naar Trois-Pont gestuurd maar kan het voertuig niet meer aan de gang krijgen. Om 13u00 meldt het 1Pl dat de 4Cie contact heeft met de vijand. De gevechten duren de ganse dag en omstreeks 21u00 plooit de 11Cie terug via  Manhay naar Bomal.

Na de terugtocht van het regiment naar de Ourthe-stelling zullen de compagnies de toegewezen ondersector van Comblain-au-Pont tot Sy in te nemen.

Staf/3ChA
De ganse 1Div ChA is volop bezig met de terugtocht uit de Ardennen. De posities van de diverse eenheden strekken zich grosso modo uit van aan de Ourthe, over Saint-Hubert tot aan Étalle in het uiterste zuiden van het land.

De Groepering K beveelt tijdens de vooravond de algehele ontruiming van de Ourthe-stelling. Na de Duitse doorbraak ten noorden van Luik eerder die dag is het immers duidelijk geworden dat de vijandelijke pantsertroepen snel naar het zuidwesten oprukken en de posities van de Groepering K bedreigen. De groepering wordt teruggeroepen naar de linkeroever van de Maas en moet aanvankelijk de stroom tussen Hoei en Engis gaan bezetten.

De artillerie, het Bataljon Motorwielrijders, de 10de Compagnie van het 2ChA, het 25Gn en het 33Gn zullen als eerste starten met de evacuatie om 20u25. Het 1ChA, 2ChA en 3Cy zullen om 21u00 volgen, met het 3ChA als hekkensluiters om 22u00. De Maas zal overgestoken worden via de vaste bruggen van Ombret-Raussa, Hermalle-sous-Huy en de door de Genie gebouwde E.A.P. brug te Ampsin.

11Cie/3ChA
In de vroege ochtend bereikt de compagnie Ouffet, zeven van de acht T13 hebben de eerste dag overleefd en de compagnie heeft geen verliezen geleden.  De CP blijft in Ouffet tot 22u00 waarna het bevel gegeven wordt om terug te trekken over de Maas. Van Ouffet gaat het via Hody, Tavier, Baugnée en Neuville-en-Condroz richting Engin waar de Maas wordt overschreden.

 

Een Luitenant van het 3ChA gefotografeerd in een Duits krijgsgevangenenkamp.

De eenheden van de 1ste Divisie Ardeense Jagers begeven zich tijdens de nacht van 11 op 12 mei naar de Maas. De divisiestaf, de staf van het 3ChA, het Bataljon Motorwielrijders en enkele eenheden van de drie infanterieregimenten slagen er in om tijdig de westelijke oever te bereiken. Tussen 02u00 en 04u00 gaan de nerveuze genietroepen echter over tot het opblazen van de bruggen over de Maas waardoor de rest van de divisie vast komt te zitten op de oostelijke oever. De chaos heerst en wat een geordende terugtrekking uit de Ardennen moest worden, ontaardt in een race naar Namen waar de Maasbruggen nog wel intact zijn.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers zal zijn terugtrekking uit de Ardennen voltooien en houdt halt ten westen van Namen voor een broodnodige rustpauze en reorganisatie. De regimenten worden ondergebracht langsheen de Steenweg op Nijvel, met het 3ChA rond Temploux, het 2ChA te Suarlée en het 1ChA nabij Belgrade. Ten noorden van de stad ontplooit het Franse 1ste Leger op een front van zo’n 30 Km tussen Waver en Namen. Onze bondgenoten hebben besloten om het zuidelijke deel van hun posities uit te bouwen op de lijn van Namen naar Gembloers, grosso modo langsheen de spoorlijn Namen-Brussel. Deze linie ligt ten westen van de tijdens de mobilisatie door het Belgische leger aangelegde anti-tankbarrière die over Perwez, Aische-en-Refail en Lierny loopt.

De Luftwaffe ontdekt na de middag de colonnes van de Ardeense Jagers en lanceert een zware luchtaanval tussen 15u00 en 18u00 waarbij tientallen militairen het leven laten. Het zwaartepunt van het bombardement ligt te Temploux, waar vooral het 3ChA rake klappen moet incasseren en 56 doden zal betreuren. Ook het 1ChA krijgt er zwaar van langs. Majoor De Neeff, bevelhebber van het IIde bataljon, komt om. Commandant Flebus neemt het bevel over.

Aan het eind van de dag krijgt de divisie een nieuwe opdracht. De divisie zal het zuidelijk deel van de oorspronkelijke Belgische linie bezetten tussen de Versterkte Positie Namen en Perwez om de inplaatsstelling van het Franse 1ste Leger op de as Waver-Gembloers-Namen te dekken ontplooit. Perwez, Aische-en-Refail en Liernu zullen verdedigd worden door respectievelijk het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers, het Iste Bataljon van het 3de Regiment Cyclisten en het IIde Bataljon van het het 2de Regiment Ardeense Jagers. De overige elementen van de divisie bezetten de tussenliggende zones met van noord naar zuid 3ChA, 2ChA en 1ChA. Het II/3Cy vormt de reservemacht nabij Grand Lez. Het 1ChA en het II/2ChA komen onder het bevel te staan van Kolonel Noël, regimentscommandant van het 3Cy.

11Cie/3ChA
Om 01u30 komt de compagnie toe aan het kasteel van Warfusée op de westelijke Maasoever. De compagnie slaagt er in om net op tijd de Maas over te steken want om 02u00 wordt de brug over de Maas te Engis door de genie tot ontploffing gebracht. Na een korte rustpauze in Warfusée wordt doorgereden richting Namen via Fize Fontaine, Villers le Bouillet, Vinelmont, Wansoul, Moha, Bierwart, Hingeon en Bonnine. De colonne van de 11Cie ondergaat verschillende luchtbombardementen waarbij verliezen worden geleden. Om 07u00 passeert de colonne Namen en komt er in files terecht. Na een bombardement te Belgrade te hebben ondergaan kunnen ze om 08u30 eindelijk doorrijden naar Temploux, de verzamelzone voor de 1DivChA. Om 13u00 komt de 11Cie aan in Temploux en ondergaat er een gewelddadig bombardement. Na het bombardement dient gereorganiseerd te worden en pas om 21u00 kan de terugtocht naar het westen worden voortgezet met Sombreffe als eerste objectief.

 

Staf/3ChA
De 1ste Divisie Ardeense Jagers ontplooit samen met het 3de Regiment Carabiniers-Cyclisten tijdens de nacht van 12 op 13 mei op de lijn Perwez, Aische-en-Refail en Liernu. Het IIIde bataljon wordt rondom Perwez ontplooid. De commandopost van het regiment bevindt zich op de Ferme de la Sarthe. Het regiment heeft de 4de en de 6de Batterij van het 17A ontvangen als direct vuursteunelement.

De Belgen blijven er de ganse dag op post en krijgen te maken met Duitse infiltraties in de richting van de anti-tankbarrière. Er wordt over-en-weer geschoten en het regiment dient verschillende slachtoffers te betreuren.

De eenheden van het regiment verlaten hun stellingen omstreeks 23u00 om zich te installeren nabij Genappe.

11Cie/3ChA
De CP van de Cie wordt opgesteld nabij de CP van het regiment in Perwez (Ferme de la Sarthe)

De tocht naar Genappe zal de komende twee nachten in beslag nemen.

Tijdens de eerste verplaatsing tijdens de nacht van 13 op 14 mei kruist de divisie de linies van het Franse 1ste Leger ten noorden van Gembloers om zich op de oostelijke oever van de Dijle op te houden. De volgende nacht wordt Genappe bereikt.

De Ardeense Jagers trekken verder naar het westen in een wijde boog ten zuiden van Brussel. Op 15 mei worden het Kanaal Brussel-Charleroi en de Zenne overgestoken en zoeken de eenheden nieuwe kantonnementen op ten zuidwesten van Halle.

Inmiddels wordt het op het Groot Hoofdkwartier duidelijk dat voor het gros van ons leger de terugtocht van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudernaarde er aan komt.

Het Belgische plan voorziet dat deze terugtocht in twee grote etappes moet verlopen, die gedekt worden door tijdelijke verdedigingslinies langsheen het Kanaal van Willebroek en vervolgens langsheen de Dender. De 1ste divisie Ardeense Jagers wordt toegewezen aan de Dender-stelling en dient zich naar Aalst te verplaatsen.

Het regiment is echter voorlopig niet in staat om ingezet te worden en zal twee dagen rust krijgen te Erpe en Lede.

De divisie komt aan op de Dender en gaat in rust te Erpe en Lede.

Inmiddels wordt gewerkt aan de plannen om de divisie op te stellen langsheen de Dender. De 1ste Divisie Ardeense Jagers zal tussen Aalst en Dendermonde opgesteld worden. Ten zuiden van Aalst zullen de Britten aansluiten. Ten noorden van Dendermonde vervolgt de 2de cavaleriedivisie te stelling langs de linkeroever van de Schelde. De cavaleristen en de Ardeense Jagers zullen ondersteund worden door de acht batterijen van het 17A, 18A en 19A.

De terugtocht over de Dender van het de laatste eenheden komende van de K.W. Stelling wordt voorzien voor de nacht van 17 op 18 mei.

De divisiecommandant geeft omstreeks 10u30 de nodige orders aan de bevelhebbers van 1ChA, 2ChA en 3ChA voor de komende ontplooiing langsheen de Dender. Majoor Verhaeghen, commandant van II/19A, krijgt het bevel over de tijdelijke artilleriegroepering die de Ardeense Jagers zal ondersteunen en komt rond 14u00 langs op de staf van Generaal-majoor Descamps om ook zijn orders in ontvangst te nemen. De opstelling van de troepen start en rond 20u15 meldt de staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers dat de nieuwe commandopost voor de komende actie geopend is te Gucht. De divisie komt onder het bevel te staan van het Cavaleriekorps en zal op zijn beurt zijn bevelen ontvangen van Luitenant-generaal Keyaerts.

De oevers van de Dender zullen over een afstand van ongeveer 14 Km bezet door de divisie: in de noordelijke ondersector komt het 1ChA te liggen, in het centrum het 2ChA en in het zuiden het 3ChA, dat in verbinding staat met de Britse 3rd Infantry Division van Generaal-majoor Montgommery.

De Ardeense Jagers en de genie werken zo snel mogelijk aan de nieuwe verdedigingslinie. Talrijke binnenvaartschepen op de Dender worden tot zinken gebracht om te beletten dat de Duitsers ze als noodbruggen zullen gebruiken. Zo veel mogelijk gebouwen op de vijandelijke oever die het schootsveld belemmeren worden afgebroken.

De eerste elementen van de eenheden die zich van de K.W. Stelling teruggetrokken hebben, komen reeds in de loop van de avond aan op de Dender en steken de rivier over. In een eerste fase gaat het in hoofdzaak om colonnes van de 2de Infanteriedivisie en de 6de Infanteriedivisie.

Het 3ChA meldt om 21u15 dat alle nieuwe posities bezet zijn. Het Iste batajon heeft sinds de terugtocht uit de Ardennen meer dan honderd manschappen verloren en is er het slechts aan toe. Het bataljon krijgt in een eerste fase dan ook een beperkt front van zo’n 250 meter toegewezen rondom de wegbrug van de baan Brussel-Gent in de stadskern van Aalst. De 1ste compagnie bezet er het eerste echelon, ondersteund door de 2de compagnie en een peloton van de 3de compagnie op het tweede echelon. De 1ste compagnie barricadeert de straten en bezet de electriciteitscentrale en de brouwerij Zeeberg.

Een liaisonofficier van het Britse 2nd Corps komt aan op de commandopost van de 1ste Divisie Ardeense Jagers rond 22u00 en de nodige afspraken worden gemaakt voor de verbindingspunten tussen de Belgische in de Britse legerzone. Het Iste bataljon van 3ChA krijgt de taak om een verbindingspost te bemannen en duidt hiervoor anderhalf peloton van de 3de Compagnie aan.

Inmiddels is het IIIde Bataljon eveneens doorheen Aalst opgesteld. Het IIIde Bataljon sluit aan ten noorden van het Iste Bataljon en bezet hiermee het centrale kwartier van 3ChA. Hun taak bestaat er in om de toegangswegen tot de Dender onder vuur de houden. Het bataljon bevindt zich rondom de stationsomgeving en langsheen de huidige Pierre Corneliskaai.

Het sterk verzwakte IIde Bataljon tenslotte komt aan de noordrand van Aalst te liggen en wordt met zijn 4de en 6de Compagnies langsheen de oever van de rivier buiten het centrum van de stad opgesteld.

Tijdens de nacht van 17 op 18 mei wordt om 03u30 de spoorbrug van Aalst opgeblazen. De hevige explosie veroorzaakt meerdere brandhaarden op de Belgische oever die de verdediging sterk zullen bemoeilijken. De brug even ten noorden Zwarte Hoekbrug wordt een uur later vernield en zo blijven als enige overgangspunten te Aalst enerzijds de Sint-Annabrug van de oude Gentsesteenweg (aan de vaartstraat) en anderzijds de Zeebergbrug van de nieuwe steenweg (de huidige N9). De Belgische troepen komende van het oosten blijven deze bruggen gebruiken. De 5de Infanteriedivisie trekt als laatste door Aalst en plaatst bij de Sint-Annabrug een T13 tankjager ter ondersteuning van de het IIIde bataljon van 3ChA. De genie vernietigt de brug omstreeks 11u45, op het moment dat de eerste sporadische vuurgevechten uitbreken tussen de Ardeense Jagers en de voorhoeden van de Duitsers. De allerlaatste brug te Aalst, de Zeebergbrug, wordt omstreeks 12u10 vernield.

Kort na 13u00 duiken enkele Duitse pantserwagens op aan de nabij de Sint-Annabrug, komende uit de richting van Opwijk. Drie vijandelijke voertuigen worden vernield door het C47 anti-tankkanon. De ganse dag door wordt heen en weer gevuurd, maar de Duitsers dringen niet aan en wachten op de komst van hun artillerie en versterkingen. Twee T15 pantserwagens van de 10de compagnie worden naar het verbindingspunt met de Britten uitgestuurd om te vermijden dat hier een gat zou vallen tussen de beide legers.

Tijdens de loop van de dag wordt de divisie onder bevel van het VIde Legerkorps geplaatst.

Op de ochtend van 19 mei lijkt de positie van de 1ste Divisie Ardeense Jagers nog steeds relatief gunstig. De linkerflank, vanaf Dendermonde langsheen de linkeroever van de Schelde, blijft gedekt door het Cavaleriekorps. Op de rechterflank, ten zuiden van Aalst, behouden de Britten hun sterke achterhoede langsheen de oever van de Dender behouden. Bovendien is het, buiten beperkte gevechten te Aalst, nog betrekkelijk rustig gebleven binnen de sector van de Ardeense Jagers. De divisie dient tot nader order zijn posities te behouden en komt onder het rechtstreeks bevel van het Groot Hoofdkwartier te staan. Het GHK laat weten dat het Bruggenhoofd Gent in geen geval mag blootgeven worden en bevestigt zijn intentie om bij een eventuele beslissende aanval in de Britse zone de Ardeense Jagers terug te trekken naar de oever van de Schelde tussen Gent en Dendermonde door de ganse divisie te laten pivoteren in tegenwijzerzin.

Dit plan zal echter niet noodzakelijk blijken en tijdens de voormiddag zal bevestigd worden dat de 1ste Divisie Ardeense Jagers op bevel westwaarts zal terugtrekken naar het Bruggenhoofd Gent. De divisie wordt dan ook opnieuw aangehecht bij het VIde Legerkorps. Samen met dit bevel raakt ook de intentie bekend van de British Expeditionary Force (BEF) om de Denderstelling vanaf 10u00 op te geven en terug te trekken naar de Bovenschelde. Het Belgische opperbevel is helemaal niet te spreken van deze volgens onze legerleiding voortijdige terugtocht, maar kan niet anders dan zich aanpassen. Het GHK laat aan de Ardeense Jagers weten dat na de aftocht van de Dender stapsgewijs naar Gent dient teruggetrokken worden en dat de linies van het Bruggenhoofd Gent slechts ten vroegste om 22u00 zonder dekking mogen komen te vallen. Luitenant-generaal Descamps stelt voor dat de compagnies motorwielrijders van 2ChA en 3ChA en een aantal T13 pantserwagens als mobiele achterhoede van zijn divisie zullen optreden eens de aftocht zal starten.

De Duitse artillerie heeft inmiddels post gevat binnen bereikt van de Dender en opent het vuur op de Belgen. Ook de Luftwaffe vervoegt de aanval en levert luchtsteun aan de oprukkende vijand. Bij het 2ChA zal de vijand in de late voormiddag een succesvolle oversteekpoging ondernemen. Bij het 3ChA te Aalst hernemen de gevechten maar kunnen de Belgen beletten dat de vijand de rivier oversteekt

De 3de compagnie meldt om 09u30 dat het Britse peloton dat het verbindingssteunpunt tussen de twee legers bemand zich terugtrekt. Een half uur later, vanaf 10u00, trekken de Britten zich zoals eerder bevestigd weg van de oever van de Dender. De Duitsers komen hierdoor zonder tegenstand reeds om 11u30 in Erembodegem aan de overkant te staan en Aalst dreigt omsingeld te worden. Het verder bemannen van de Denderlinie is nu zinloos geworden en omstreeks 12u40 verbreekt het regiment het contact met de vijand om zich zo’n 7 Km terug te trekken naar de Molenbeek. De 3de compagnie levert de achterhoede bij de terugtocht. Het 3ChA stuurt zijn 10de compagnie uit de terugtocht van de Britten na te gaan en de verbinding trachten te herstellen. Hierbij volgt Kapitein-commandant Dupont met de helft van de compagnie de Oudenaardsesteenweg, terwijl Onderluitenant Coeurderoy en de overige manschappen de verkenning uitvoeren via de naar het zuiden gelegen as Ede-Herzele. Bij het binnenrijden van Herzele krijgt het zijspan van Coeurduroy een voltreffer van een Brits Boys anti-tankgeweer. De ongelukkige officier wordt aan het dijbeen geraakt en wordt afgevoerd door een Britse ambulance. Remacle Coeurduroy zal op 30 mei te Zuydcote overlijden.

Het 3ChA blijft op de zuidelijke flank van de divisie en neemt nieuwe posities in tussen het zuiden van Wanzele en Oordegem. De commandopost van het regiment wordt opgesteld te Vlekkem. Hierbij is het de intentie van de Belgen om het contact met de Britse troepen te behouden, maar door de terugtocht van de British Expeditionary Force in zuidwestelijke richting naar de oever van de Schelde ontstaat een opening tussen de beide legers. om Belgische patrouilles ontdekken dat er een zone van maar liefst 12 Km is komen te liggen tussen de Ardeense Jagers en de BEF.

Gelukkig hebben de Duitse troepen bovendien geen haast om verder op te rukken, zodat de allereerste vijandelijke eenheden pas om 17u30 aan de Molenbeek zullen opduiken en geen onmiddellijke bedreiging vormen voor de Ardeense Jagers. Bij het 2ChA komt het tot beperkte gevechten rond Wanzele, maar verder gaat de divisie de strijd aan de Molenbeek niet aan.

De divisie trekt vanaf 20u30 verder achteruit over de Maalbosbeek en ontplooit zich opnieuw met front naar het oosten op een nieuwe linie die over Wetteren en Westrem tot Oosterzele loopt. Het 3ChA vat de verplaatsing aan om 20u40 en stelt zich op ten noordoosten van Oosterzele.

Vandaar gaat het vanaf 23u00 richting Schelde. Het 3ChA zal de rivier te Eke en Gavere oversteken. De laatste Ardeense Jagers bereiken in de tweede helft van de nacht van 19 op 20 mei de voorlopig veilige stellingen van het Bruggenhoofd Gent.

Het nieuwe Belgische front over het Kanaal van Terneuzen, het Bruggenhoofd van Gent en de Boven Schelde tot Oudenaarde is nu min of meer compleet.

Het 3ChA gaat met de rest van zijn divisie in reserve tussen Zwijnaarde en Eke.

Tijdens de avond ontvangt het regiment echter een nieuw bevel om een defensieve stelling uit te bouwen aan de Schelde ten zuiden van Gent.

Het 3ChA ontplooit zich op nieuwe stellingen aan de oevers van de Schelde, ten zuiden van Zevergem aan de rechterflank van 2ChA en 1ChA. De ganse dag wordt gewerkt aan de versterkingen op de linkeroever.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen het Bruggenhoofd Gent opgeven en over de Leie trekken, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Die dag blijft het ook voor het 3ChA rustig aan de Schelde. Tijdens de avond schuiven de Ardeense Jagers hun stellingen dichter bij mekaar en bezet het 3ChA te ondersector vanaf Schelderode.

In de vroege ochtend worden de laatste bruggen over de Schelde vernietigd en omstreeks 10u00 dagen de eerste Duitse verkenners op. De ganse dag duelleert de artillerie, maar de Belgische batterijen trekken zich rond 17u00 terug. Even later verneemt ook 3ChA dat die nacht de stellingen aan de Boven Schelde opgegeven worden.

Het 3ChA verplaatst zich tijdens de nacht van 23 op 24 mei achter de Leie en zoekt nieuwe kantonnementen op te Lotenhulle.

De 1ste divisie Ardeense Jagers wordt in reserve geplaatst en onder rechtstreeks bevel van het Groot Hoofdkwartier gebracht. Ten gevolge van de toenemende vijandelijke druk langsheen de Leie wil het Groot Hoofdkwartier de divisie vrijwel onmiddellijk na aankomst meer naar het zuiden verplaatsen. Dit plan wordt echter niet uitgevoerd omdat de divisie uitgeput is en de regimenten niet in staat zijn om de verplaatsing aan te vatten. Het 3ChA krijgt samen met de andere eenheden een rustperiode van 24u.

Rondom 08u00 krijgt de 1ste Divisie Ardeense Jagers te horen dat ze naar het gebied tussen Roeselare en Meulebeke zal worden verplaatst. Het 3ChA moet daabij naar Beveren bij Roeselare via de N37 over Tielt, Pittem en Aardooie. Even later wordt ook dit plan afgeblazen. De vijand is er immers in geslaagd om aan het Afleidingskanaal van de Leie de 4de infanteriedivisie te verrassen en het 11Li en 15Li tot massale overgaves te dwingen. De Duitsers bouwen rond Meigem bijzonder snel een belangrijk bruggenhoofd uit.

Ten gevolge van deze doorbraak wordt het Belgische front herschikt:

  • ten zuiden van Meigem wordt het 5ChA van het Afleidingskanaal teruggetrokken tot een nieuwe linie parallel met de huidige N409 Deinze-Vinkt.
  • ten noorden en ten westen van het Duitse bruggenhoofd zal het 1ChA ingezet worden om een verdere doorbraak at te remmen. Het regiment wordt omstreeks 10u00 onder het bevel geplaatst van de 4de infanteriedivisie. Het 1ChA roept zijn compagnies uit Kanegem terug en installeert zich in het dorp Vinkt en langsheen de N409 Vinkt-Lotenhulle. Het IIIde bataljon installeert zich in de dorpskern.

Vanaf de late voormiddag onderneemt de Duitse infanterie hardnekkige pogingen om door te stoten naar Meigem en Vinkt en neemt beide dorpen onder zwaar vuur. De Belgen trekken zich terug uit Meigem, maar de Duitsers raken Vinkt niet binnen.

De druk op het 1ChA neemt al snel toe en de vijand dreigt het dorp Vinkt in te nemen. Het VIde legerkorps zal beroep doen op het 3ChA om de linies rond Vinkt te versterken. Tijdens de avond worden de nodige voorbereidingen getroffen:

  • om 20u40 wordt de compagnie motorwielrijders als eerste naar de ondersector van het 3ChA Lotenhulle gestuurd
  • rond middernacht worden ook I/2ChA en III/2ChA naar de ondersector van het 3ChA verplaatst om de linies aan te vullen. De beide bataljons van het 2ChA moeten de posities rond Lotenhulle overnemen terwijl het 3ChA de opmars inzet.

De staf van het VIde legerkorps geeft het 3ChA de opdracht om het te Vinkt belaagde 1ChA te gaan ontzetten. In de nacht van 25 op 26 mei rukt het 3ChA op langsheen de huidige N409 vanuit Lotenhulle naar de baan Vinkt-Nevele. De aanval wordt ingezet om 01u40 van op de Poekebeek richting Vinkt. Het IIIde bataljon rukt op via de linkerflank. Het Iste bataljon vormt de rechterflank. De beide bataljons worden omkaderd door de compagnies motorwielrijders van het 1ChA en het 3ChA. De Ardeense Jagers ontmoeten geen Duitse troepen. Die hebben tijdelijk het terrein verlaten tengevolge van het voorbereidend vuur van de Belgische artillerie.

Het 3ChA bereikt Vinkt en laat het IIIde bataljon een kwartdraai naar het oosten maken om aan de dorpsrand de baan Vinkt-Nevele te blokkeren. Het Iste bataljon neemt de zuidrand van Vinkt in en maakt de verbinding met het IIIde bataljon van het 5ChA. Aan de noordrand van Vinkt blijven de 6/II/1ChA en de 2/I/1ChA de eerste linie bemannen, ondersteund door de 1/I/1ChA. Deze eenheden worden onder het bevel van Kolonel Robert van het 3ChA geplaatst.

De commandant van het 3ChA neemt het bevel van de ondersector Vinkt over. De streek is nu bezet door zijn bataljons en door twee bataljons van het 1ChA.

Om 08u00 voegt Kolonel Merckx van het 2ChA zijn commandopost bij die van Kolonel Robert te Lotenhulle.

Tegen het einde van de voormiddag verplaatst het IIIde bataljon van het 1ChA zich naar het tweede echelon op de positie Vinkt–Aarsele om er een nieuwe verbinding te maken met de 2de divisie Ardeense Jagers. Rondom 16u00 neemt de 1ste divisie Ardeense Jagers het bevel over van de sector van de 4de infanteriedivisie.

Het 3ChA stuurt enkele patrouilles naar voren om de positie van de vijand na te gaan. Verschillende boerderijen aan de oostrand van Vinkt worden uitgekamd op zoek naar Duitse infanteristen.

De gefrustreerde Duitse aanvallers verspreiden geruchten dat de burgerbevolking op hen zou geschoten hebben. Te Meigem wordt een deel van de dorpsbewoners als gijzelaars opgesloten in de kerk.

Even na 20u00 ontekent de vijand een nieuwe stormaanval op Vinkt. Nog steeds geven de Ardeense Jagers Vinkt niet op. De Belgische linies breken niet en het dorp blijft in handen van de Belgen.

Duitse propaganda foto genomen kort na de val van Vinkt.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei moet het 5ChA zich onder vijandelijke druk terugplooien van de lijn Vinkt-Grammene zodat het front bij Vinkt nu ook vanuit de richting van Zeveren wordt bedreigd.

Het I/1ChA bevindt zich nog steeds ten noorden van het dorp en verbindt de stellingen van het 3ChA met die van het 2ChA rond Lotenhulle. Vinkt zelf wordt nog steeds bezet door het III/3ChA. Het I/3ChA verdedigd de zuidrand van het dorp. De 10de compagnie bevindt zich eveneens in het dorp.

De Duitse 56ste infanteriedivisie herneemt de aanval op het dorp. Het 377ste infanterieregiment zal oprukken naar de dorpskern en het III/3ChA. Het 192ste infanterieregiment beukt in op het I/3ChA. De vijandelijke artillerie voert een voorbereidende beschieting uit tussen 07u50 en 08u45. De Ardeense Jagers krijgen er flink van langs. De verzamelplaats van de motorfietsen van de 10de compagnie moet enkele voltreffers incasseren. Enkele militairen verlaten hun stellingen en willen wegvluchten uit het dorp. Het kader kan hen met enige moeite aanmanen om hun posities weer in te nemen. Ondanks de beschietingen blijft de defensieve kracht van de beide bataljons intact.

Rondom 10u00 krijgt het bevel de aftocht uit Vinkt aan te vangen en zich gedeeltelijk terug te trekken. De Belgen lopen immers het gevaar omsingeld te worden in het dorp. De compagnies starten de stapsgewijze terugtocht uit de dorpskern, maar kunnen door het voortdurende contact met de vijand zich slechts traag en moeizaam aan de gevechten onttrekken.

Situatie rond Vinkt op 27 mei omstreeks 08u30.

De Belgische artillerie raakt de kerk van Meigem en 27 burgers komen om. Nog de ganse dag wordt in Vinkt hevig gevochten, maar dan maakt Kolonel Robert van 3ChA en inschattingsfout en beveelt een vuuropdracht aan de artillerie van het 19A voor het centrum van Vinkt. Robert meent dat de Duitsers het dorp hebben ingenomen. De Ardeense Jagers bezetten echter nog steeds hun stellingen. Onder het vriendelijke artillerievuur verbreekt de verbinding tussen 3ChA en 1ChA en rond 15u00 maken de Duitsers van die situatie gebruik om Vinkt in te nemen. De Duitse soldaten zijn er tegen dan van overtuigd geraakt dat er burgers op hen hadden geschoten. Er volgt een razzia in het dorp en 38 onschulldige burgers worden neergekogeld. Talrijke Belgische militairen worden gevangen genomen.

Na de aftocht uit Vinkt plooien de manschappen van het 3ChA zich in eerste instantie terug achter de Neringbeek waar zich nog steeds het 2ChA bevindt. Vervolgens wordt richting Ruiselede verder getrokken om hier aan het eind van de dag achter de baan Tielt-Aalter post te vatten. Het regiment ondergaat er een zwaar luchtbombardement.

Het merendeel der Ardeense Jagers zou 5 lange jaren in Duitse gevangenschap vertoeven.

De restanten van het 3ChA bevinden zich te Ruiselede wanneer tijdens de vroege ochtend het nieuws van de capitulatie bevestigd wordt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Champion, L, 1977. 1940 La guerre du sanglier. Braine L’Alleud: Editions J.M. Collet
  2. George, R, 1991. De Bastogne à Exaerde, campagne du 2e Régiment de Chasseurs Ardennais, 10 mai 1940 – 10 juin 1940. Bastogne: Schmitz
  3. La Fraternelle Royale des Chasseurs Ardennais, 2011. Pertes des Chasseurs Ardennais durant la deuxième guerre mondiale, [online] beschikbaar op: <http://www.fraternellechasseursardennais.be/> [geraadpleegd op 10 september 2011].
  4. Snoeck, X., 1944. Les Chasseurs Ardennais au Combat. Charleroi: Editions J. Dupuis
  5. Van Brussel, L., 1974. 18 Dagen Blitzkrieg. Brussel: Frans Masereelfonds